Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Subsidiewegwijzer voor ondernemingen

Dovnload 0.9 Mb.

Subsidiewegwijzer voor ondernemingen



Pagina10/35
Datum04.04.2017
Grootte0.9 Mb.

Dovnload 0.9 Mb.
1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   ...   35

FOD Financiën

Algemeen Secretariaat

Cel 'Fiscaliteit van de buitenlandse investeringen'

Leuvenseweg 38

1000 Brussel

Tel.: 02/233.82.64 – 02/233.82.54

3. DISTRIBUTIECENTRA



Inhoud steunmaatregel
De steunmaatregel van de Federale Overheidsdienst in het kader van de distributiecentra bestaat uit het toekennen van een bijzonder aanslagstelsel dat er op neerkomt dat het centrum geacht zal worden geen abnormale of goedgunstige voordelen te verlenen aan de andere ondernemingen waarmee ze verbonden is, wanneer de vergoeding voor haar diensten in het totaal een bepaald niveau bereikt.
Dit stelsel wordt in principe toegestaan voor een bepaalde periode, die eventueel kan worden verlengd.
Begunstigden
Het bijzondere belastingstelsel dat van toepassing is op de distributiecentra geldt enkel voor bestaande of op te richten ondernemingen die aan de vennootschapsbelasting of de belasting van niet-inwoners/vennootschappen zijn onderworpen en die zich ertoe beperken bepaalde activiteiten uit te oefenen.
Diversen
Om in aanmerking te kunnen komen voor het bijzondere stelsel, moet een distributiecentrum er zich toe beperken de hiernavolgende distributieactiviteiten of een deel ervan uit te oefenen, uitsluitend ten voordele van de vennootschappen van de groep waartoe het centrum behoort:


  • de aankoop van grond- en hulpstoffen, van gerede producten en han­dels­goe­deren, in eigen naam of in naam en voor rekening van de vennoot­schappen van de groep waarvoor ze bestemd zijn (de goederen mogen slechts bij Belgische vennootschappen van de groep worden aangekocht, wanneer het gebeurt tegen een prijs die de verkoper toelaat een normale winstmarge te verwezenlijken. Onder het hierboven vermelde begrip 'vennootschappen van de groep' moet worden verstaan de verbonden vennootschappen, zoals bepaald in het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 met betrekking tot de jaarrekening van de ondernemingen);







  • het opnemen van bestellingen gedaan door niet-leden van de groep, alsmede het opmaken en versturen van orderbevestigingen zonder dat het distributie­cen­trum de bestellingen mag aanvaar­den;










  • het opmaken en verzenden van de verkoopfacturen (met dien ver­stande dat wat betreft de verkopen aan niet-leden van de groep, de facturen moeten worden opgemaakt op naam en voor rekening van de leden van de groep die de goede­ren bij het distributiecentrum hebben aangekocht; de betaling van die facturen aan niet-leden van de groep mag evenwel niet aan het distribu­tiecentrum gebeu­ren);




  • het vervullen van financiële-, bank-, BTW-, douane-, accijns- en admi­nistra­tie­ve formaliteiten met betrekking tot de voormelde activiteiten.

De winst van een distributiecentrum is gelijk aan het totale bedrag van de belast­bare gereserveerde winst, de verworpen uitgaven en de uitgekeerde dividen­den. Evenwel wordt aangenomen dat een distribu­tiecentrum geacht wordt geen abn­or­male of goed­gunstige voor­delen, in de zin van artikel 26 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92), wegens onvoldoende omzetcijfer, te verlenen aan de vennootschappen van de groep waartoe het behoort, voor zover zijn omzetcijfer niet lager is dan het totaal van de volgende bedragen:



  • de aanschaffingsprijs van grond- en hulpstoffen, van gerede producten en han­delsgoederen die tijdens het belastbaar tijdperk werden verkocht;




  • de kostprijs van de diensten die, binnen het kader van de aan het distributiecentrum toegelaten activiteiten, door derden aan het centrum worden geleverd mits het gaat om diensten die rechtstreeks hadden kunnen worden gefactureerd aan de vennootschappen van de groep waartoe het centrum behoort en die door de verstrekker tegen een prijs met inbegrip van een normale winstmarge worden gefactureerd;

- 105% van de overige werkingskosten;


De aldus vastgestelde winst mag worden verminderd met de vrijgestelde en de niet-belastbare bestanddelen (bijvoorbeeld de investeringsaftrek). Op de belastbare winst worden de normale belastingtarieven toegepast.
Aanvraagprocedure
Om in aanmerking te komen voor de toekenning van het bijzondere aanslagstelsel dient, ofwel vóór de oprichting van het distributie­centrum, ofwel tijdens het boekjaar voorafgaand aan datgene waarvoor het distributiecentrum voor de eerste maal het stelsel wenst te genieten, een aan­vraag ingediend te worden bij de dienst van Voorafgaande Beslissingen van de Federale Overheidsdienst.
In deze aanvraag dient een exacte omschrijving gegeven te worden van alle activiteiten die het centrum verricht. Daarnaast moet de zetel van de vennootschap vermeld zijn, en kunnen eventueel de statuten bijgevoegd worden.


Opmerking !

Ingevolge de Resolutie van de Raad van de Europese Unie en van de vertegenwoordigers van de Regeringen van de lidstaten van die Unie, verenigd in de Raad van 1.12.1997 m.b.t. een gedragscode op het gebied van de fiscaliteit van de ondernemingen, hebben die lidstaten er zich ondermeer toe verbonden de wettelijke bepalingen en administratieve gebruiken die als schadelijke fiscale concurrentie voor andere lidstaten kunnen worden aangemerkt, te ontmantelen.


Derhalve werd, mede gelet op het feit dat de noodzakelijke rechtszekerheid niet meer kan worden gegarandeerd, beslist om het hoger vermelde stelsel op te heffen.
Dit heeft tot gevolg dat reeds met ingang van 1.1.2002 geen nieuwe toepassingen van het bijzondere aanslagstelsel voor distributiecentra meer worden toegestaan.
Alternatieve regeling
Op grond van artikel 20 van de Wet van 24.12.2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken, dat in werking is getreden op 1.1.2003, kan een voorafgaande beslissing worden verkregen omtrent het marktconforme karakter van de vergoeding die de betrokken onderneming wenst aan te rekenen voor het uitoefenen van haar activiteiten voor zover de voorgestelde vergoedingswijze en methode voldoende worden onderbouwd rekening houdend met de richtlijnen die door de OESO zijn uitgevaardigd. In dit kader is een uitspraak over de al dan niet toepassing van het voormelde art. 26, WIB 92, mogelijk voor zover de voorgestelde vergoedingswijze en methode voldoende worden onderbouwd.
In dit verband kan nuttig worden verwezen naar de administratieve circulaire van 28.6.1999, nr AFZ/98-0003 (Website: http://www.fisconet.fgov.be).

Aanvullende inlichtingen


Federale Overheidsdienst Financiën

Dienst van Voorafgaande Beslissingen


1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   ...   35

  • Opmerking !

  • Dovnload 0.9 Mb.