Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Subsidiewegwijzer voor ondernemingen

Dovnload 0.9 Mb.

Subsidiewegwijzer voor ondernemingen



Pagina13/35
Datum04.04.2017
Grootte0.9 Mb.

Dovnload 0.9 Mb.
1   ...   9   10   11   12   13   14   15   16   ...   35

FUSIE, OPSPLITSING EN VOORTZETTING

In sommige gevallen van fusie, splitsing of voortzetting, kan de nieuwe werkgever een vermindering verder blijven genieten.

Een onderscheid moet worden gemaakt tussen de verminderingen die elk kwartaal per werknemer worden toegekend, uitsluitend afhankelijk van criteria waaraan in de loop van dat specifieke kwartaal moet zijn voldaan, en verminderingen die op een bepaald moment zijn geïnitialiseerd op basis van een aantal criteria waar bovenop nog een aantal voorwaarden moeten vervuld zijn in de loop van het kwartaal dat de vermindering wordt aangevraagd.

Daarnaast kan een vermindering onlosmakelijk verbonden zijn aan een bepaalde werknemer, zodat het er weinig toe doet bij welke werkgever de werknemer wordt tewerkgesteld.




  • Verminderingen eigen aan de werknemer:



  • doelgroepvermindering herstructurering:

de werknemer opent het recht op een vermindering van de werkgeversbijdrage gedurende een aantal kwartalen, ongeacht bij welke werkgever hij werkt (met uitzondering van de betrokken onderneming in herstructurering zelf, of een onderneming die behoort tot dezelfde groep als de onderneming in herstructurering).
Het doet er dus niet toe of (bijvoorbeeld) de onderneming waar hij begint te werken overgaat in een andere onderneming al dan niet volgens één van de artikelen 671 tot 679 van het Wetboek van vennootschappen (fusie, splitsing, inbreng).
Verminderingen enkel op basis van criteria waaraan voldaan moet zijn voor het kwartaal waarvoor de vermindering wordt aangevraagd:


  • structurele vermindering;

  • doelgroepvermindering oudere werknemer;

  • collectieve arbeidsduurvermindering en vierdagenweek, als de werknemer door een fusie of inbreng tot een groep gaat behoren die reeds in een dergelijk systeem zit en waarvoor een vermindering lopend is.

Daar elk kwartaal opnieuw zowel de werkgever als de werknemer aan de voorwaarden moet voldoen, is de vermindering onafhankelijk van een eventuele overname, fusie, omvorming enzovoort.


Verminderingen op basis van criteria waaraan voldaan moet zijn voor het kwartaal waarvoor de vermindering wordt aangevraagd en waarvoor ook een aantal voorwaarden moeten vervuld worden op het moment van indiensttreding:


  • doelgroepvermindering eerste aanwervingen;

  • doelgroepvermindering langdurig werklozen;

  • doelgroepvermindering collectieve arbeidsduurvermindering en 4-dagenweek;

  • doelgroepvermindering jongeren.

Wanneer de juridische entiteit waaraan de werknemer verbonden is, ophoudt te bestaan of niet langer als werkgever van de werknemer die het recht op de vermindering heeft geopend, kan worden beschouwd, gaat in principe het recht op deze verminderingen verloren, behalve wanneer opnieuw aan de beginvoorwaarden zou voldaan worden.


De programmawet van 27 december 2004 voorziet echter een aantal gevallen waarin deze doelgroepverminderingen bij een andere juridische entiteit toch kunnen worden voortgezet. Het betreft volgende situaties:

  • de rechtspersoon (handelsvennootschap) bewijst het resultaat te zijn van één van de verrichtingen bedoeld in artikelen 671 tot 679 van het Wetboek van vennootschappen (fusie, splitsing, inbreng);

  • de rechtspersoon zonder winstoogmerk bewijst dat zijn vermogen het resultaat is van de samenvoeging van de activa na vereffening van één of meerdere rechtspersoonlijkheden zonder winstoogmerk, waarvan de algemene vergaderingen de wil hebben uitgedrukt om hun vermogen te bestemmen voor de oprichting van de voornoemde nieuwe rechtspersoon zonder winstoogmerk;

  • de rechtspersoon bewijst dat hij de voortzetting is van de handelsactiviteit van een natuurlijke persoon die zijn handelsfonds heeft toegewezen aan hem heeft toegewezen.

Uiteraard zijn deze verminderingen niet zomaar verworven maar moet nog aan een aantal voorwaarden worden voldaan, zoals:



  • de nieuwe werkgever moet tot de groep werkgevers behoren waarop de doelgroepvermindering betrekking heeft;

  • in het geval van de doelgroepvermindering collectieve arbeidsduurvermindering en 4-dagenweek moet de arbeidsduurvermindering of de arbeidsregeling 4-dagenweek voortgezet worden;

  • in het geval van de doelgroepvermindering jonge werknemers moet de nieuwe werkgever voldoen aan de startbaanverplichting.

Ook zal in deze gevallen de werkgever die aanspraak maakt om verder te kunnen blijven genieten van deze doelgroepverminderingen, hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de sociale schulden van de preëxistente juridische entiteiten.


De werkgever die de vermindering wenst voort te zetten deelt dit voorafgaandelijk uitdrukkelijk mee aan de Controledienst van de RSZ en maakt de nodige documenten waaruit blijkt dat hij zich in één van de situaties bevindt, over aan zijn dossierbeheerder. De Controledienst zal aan de aanvrager zijn beslissing overmaken of indien nodig bijkomende documenten opvragen. De Controledienst zal, in het geval dat de nieuwe werkgever de verminderingen mag voortzetten, eveneens het aantal resterende kwartalen meedelen dat de werkgever nog de vermindering mag toepassen.

Aanvullende inlichtingen


Rijksdienst voor Sociale Zekerheid

Victor Hortaplein 11

1060 Brussel

Tel.: 02/509.31.11

Fax: 02/509.30.19

Website: http://www.rsz.fgov.be




      1. DE STRUCTURELE VERMINDERING



Begunstigden
Alle werkgevers die werknemers tewerkstellen die onderworpen zijn aan het geheel der regelingen.
Projecten
Alle werknemers die onderworpen zijn aan het geheel der regelingen:

  • de rust- en overlevingspensioenen voor werknemers;

  • de ziekte- en invaliditeitsverzekering, sector geneeskundige verzorging;

  • de ziekte- en invaliditeitsverzekering, sector uitkeringen;

  • de werkloosheid;

  • de kinderbijslagen;

  • de beroepsziekten;

  • de arbeidsongevallen;

  • de jaarlijkse vakantie.

Voor de privé-sector komen dus onder andere niet in aanmerking:



  • de dienstboden;

  • de jongeren tot 31 december van het jaar waarin ze de leeftijd van 18 jaar bereiken;

  • de betaalde sportbeoefenaars;

  • gelegenheidsarbeiders in de land- en tuinbouw;

  • gelegenheidsarbeiders in de horeca tewerkgesteld op piekdagen;

  • de geneesheren in opleiding tot specialist;

  • de onthaalouders.

De meeste statutaire en contractuele personeelsleden van de openbare sector vallen niet onder alle socialezekerheidsregelingen en komen dus niet in aanmerking voor de vermindering.


De mogelijkheid om de vermindering toe te passen is bijgevolg alleen voorzien voor die werkgevers uit de openbare sector die personeelsleden kunnen tewerkstellen die onder alle regelingen vallen (bv. kerkfabrieken, erkende maatschappijen voor het bouwen van goedkope woningen, polders en wateringen, bepaalde plaatselijke vervoermaatschappijen, ...).
Opmerking

Categorie waartoe de werknemer kan behoren:



  • categorie 1: werknemers die niet tot een van de twee volgende categorieën behoren;

  • categorie 2: werknemers die in aanmerking komen voor de Sociale Maribel met uitzondering van de werknemers onder het paritair comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp en zij die worden tewerkgesteld in een erkende beschutte werkplaats;

  • categorie 3: werknemers die worden tewerkgesteld in een erkende beschutte werkplaats.

Aanvullende inlichtingen


Rijksdienst voor Sociale Zekerheid

Victor Hortaplein 11

1060 Brussel

Tel.: 02/509.31.11

Fax: 02/509.30.19

Website: http://www.rsz.fgov.be

1.1.2 DOELGROEPVERMINDERING


Inhoud steunmaatregel

Hierna worden de doelgroepverminderingen besproken, die ofwel een bepaalde groep werkgevers beogen te favoriseren, ofwel bepaalde werknemers. De werkgever kan één van deze doelgroepverminderingen per tewerkstellingslijn van de werknemer aanduiden voor zover zowel hijzelf als de werknemer aan de criteria voldoen.


In tegenstelling met de structurele vermindering, moet de werknemer niet a priori onderworpen zijn aan alle regelingen. Indien dit criterium bij een doelgroepvermindering meespeelt zal dit bij de bespreking van die doelgroepvermindering worden toegelicht.
De doelgroepvermindering (Pg) berekent men, per tewerkstellingslijn, door een forfaitair verminderingsbedrag te vermenigvuldigen met de vaste vermenigvuldigingsfactor en de prestatiebreuk:
Pg = G x µ x 1/b
Pg wordt afgerond tot op de eurocent waarbij 0,005 EUR wordt afgerond naar 0,01 EUR.
Afhankelijk van de beoogde doelgroep stemt G overeen met G1 of G2. De vermindering wordt toegekend gedurende een aantal kwartalen, eveneens variërend volgens de karakteristieken van de doelgroep.
De vermindering G1 bedraagt momenteel 1.000 EUR en G2 400 EUR.

Volgende doelgroepen maken het voorwerp uit van deze vermindering:



        1. OUDERE WERKNEMERS


Begunstigden

Alle werkgevers die werknemers tewerkstellen die onderworpen zijn aan het geheel der regelingen:



  • de rust- en overlevingspensioenen voor werknemers;

  • de ziekte- en invaliditeitsverzekering, sector geneeskundige verzorging;

  • de ziekte- en invaliditeitsverzekering, sector uitkeringen;

  • de werkloosheid;

  • de kinderbijslagen;

  • de beroepsziekten;

  • de arbeidsongevallen;

  • de jaarlijkse vakantie.



Projecten

Het betreft de werknemers die deel uitmaken van categorie 1 zoals omschreven bij de structurele vermindering, die op de laatste dag van het kwartaal ten minste de leeftijd van 57 jaar hebben, zonder evenwel in dienst te moeten zijn op het einde van het kwartaal.



Diversen

De werkgever geniet voor deze werknemer de vermindering G2 zolang de werknemer in dienst blijft.


1.1.2.2 NIEUWE WERKGEVERS – EERSTE AANWERVINGEN


Inhoud steunmaatregel

Deze doelgroepvermindering wordt toegekend aan nieuwe werkgevers gedurende een aantal kwartalen voor maximaal drie werknemers.



Begunstigden

Alle werkgevers uit de privé-sector die werknemers tewerkstellen die onderworpen zijn aan de wet van 27 juni 1969 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.

De werkgever kan gedurende 20 kwartalen nadat hij een 1ste, 2de of 3de werknemer in dienst neemt, een aantal kwartalen genieten van deze doelgroepvermindering. Het is belangrijk te bepalen wanneer deze periode van 20 kwartalen aanvangt. Voor alle duidelijkheid zal de situatie voor een 1ste, een 2de en een 3de aanwerving apart worden toegelicht.
In de bespreking die volgt wordt voor de kwalificatie 'nieuwe werkgever' en voor het toekennen van de vermindering, nooit rekening gehouden met:


  • jongeren tot 31 december van het jaar dat zij 18 worden;

  • werknemers tewerkgesteld met een contract beoogd in artikel 4 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 (leerovereenkomst, stageovereenkomst, overeenkomst socioprofessionele inschakeling);

  • dienstboden;

  • gelegenheidsarbeiders in de land- en tuinbouwsector;

  • gelegenheidsarbeiders in de horeca (werknemers waarvoor de socialezekerheidsbijdragen op een aparte manier worden berekend);

  • alle andere werknemers die niet onder de socialezekerheidswet van 27 juni 1969 vallen (jobstudenten, …).

Voor de doelgroepvermindering eerste aanwervingen is het dus alsof werknemers die tot een van deze categorieën behoren niet bestaan.



Aanwerving van een 1ste werknemer
Op het moment van indienstneming mag de werkgever nooit onderworpen zijn geweest aan de wet van 27 juni 1969 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders of, sedert ten minste 4 opeenvolgende kwartalen die het kwartaal van indienstneming voorafgaan, hieraan niet meer onderworpen zijn geweest.
Is deze voorwaarde vervuld, dan moet men nagaan of de werkgever samen met andere werkgevers geen zelfde technische bedrijfseenheid uitmaken.
De 1ste werknemer mag immers geen werknemer vervangen die in de loop van de 4 kwartalen voorafgaand aan het kwartaal van indienstneming in dezelfde technische bedrijfseenheid werkzaam is geweest.

Om na te gaan of er geen vervanging is in dezelfde technische bedrijfseenheid, gaat men als volgt tewerk:



  • eerst bepaalt men het maximum aantal werknemers dat gelijktijdig in dezelfde technische bedrijfseenheid was tewerkgesteld in de loop van de vier kwartalen die de aanwerving voorafgaan (A);

  • vervolgens neemt men het totaal aantal werknemers dat door de nieuwe werkgever op de eerste dag wordt aangeworven, verhoogd met het aantal werknemers dat eventueel nog is tewerkgesteld door andere werkgevers in dezelfde technische bedrijfseenheid (B).

Indien (B) ten minste één meer bedraagt dan (A), wordt het recht op de vermindering voor de aanwerving van de eerste werknemer geopend. Indien de verhoging van het aantal werknemers evenwel kunstmatig wordt veroorzaakt (door bijvoorbeeld de aanwerving van enkele werknemers met een overeenkomst voor één dag), dan zal de RSZ het recht op de vermindering opnieuw ter discussie stellen.


De aanwerving van de 1ste werknemer opent voor een periode van 20 kwartalen met ingang van het kwartaal van indienstneming, het recht van de werkgever op deze doelgroepvermindering voor één werknemer.
Aanwerving van een 2de werknemer
Op het moment van indienstneming mag de werkgever sedert ten minste 4 opeenvolgende kwartalen die het kwartaal van indienstneming voorafgaan, nooit meer dan 1 werknemer onderworpen aan de wet van 27 juni 1969 tegelijkertijd in dienst hebben gehad.
De 2de werknemer mag tevens geen werknemer vervangen die in de loop van de 4 kwartalen voorafgaand aan het kwartaal van indienstneming in dezelfde technische bedrijfseenheid werkzaam is geweest.
Om na te gaan of er sprake is van een vervanging in dezelfde technische bedrijfseenheid, gaat men op een gelijkaardige manier tewerk als bij de aanwerving van een eerste werknemer.
De aanwerving van de 2de werknemer opent voor een periode van 20 kwartalen met ingang van het kwartaal van indienstneming, het recht van de werkgever op de doelgroepvermindering voor een 2de werknemer, in zoverre tijdens het betreffende kwartaal minstens 2 werknemers, al dan niet tegelijkertijd, bij de werkgever tewerkgesteld zijn.
Indien 2 werknemers tegelijkertijd in dienst zijn geweest, kan een volgende periode van 20 kwartalen enkel beginnen na een periode van 4 opeenvolgende kwartalen gedurende welke niet meer dan 1 werknemer tegelijkertijd in dienst is geweest.

Aanwerving van een 3de werknemer
Op het moment van indienstneming mag de werkgever sedert ten minste 4 opeenvolgende kwartalen die het kwartaal van indienstneming voorafgaan, nooit meer dan 2 werknemers onderworpen aan de wet van 27 juni 1969 tegelijkertijd in dienst hebben gehad.
De 3de werknemer mag tevens geen werknemer vervangen die in de loop van de 4 kwartalen voorafgaand aan het kwartaal van indienstneming in dezelfde technische bedrijfseenheid werkzaam is geweest.
Om na te gaan of er sprake is van een vervanging in dezelfde technische bedrijfseenheid, gaat men op een gelijkaardige manier tewerk als bij de aanwerving van een eerste werknemer.
De aanwerving van de 3de werknemer opent voor een periode van 20 kwartalen met ingang van het kwartaal van indienstneming, het recht van de werkgever op de doelgroepvermindering voor een 3de werknemer in zoverre tijdens het betreffende kwartaal minstens 3 werknemers, al dan niet tegelijkertijd, bij de werkgever tewerkgesteld zijn.
Indien 3 werknemers tegelijkertijd in dienst zijn geweest, kan een volgende periode van 20 kwartalen enkel beginnen na een periode van 4 opeenvolgende kwartalen gedurende welke niet meer dan 2 werknemers tegelijkertijd in dienst zijn geweest.


Projecten
Het betreft alle werknemers die onderworpen zijn aan de wet van 27 juni 1969 behalve de reeds opgesomde werknemers.
De werknemer moet dus aan geen enkele specifieke voorwaarde voldoen vóór zijn aanwerving.
Diversen
Vermindering
1ste werknemer

De werkgever geniet voor één fysieke persoon een forfaitaire vermindering G1 tijdens maximum 5 kwartalen en daarna een forfaitaire vermindering G2 voor maximaal 8 kwartalen op te nemen binnen de 20 kwartalen te rekenen vanaf het kwartaal dat de werkgever voor het eerst recht had op deze doelgroepvermindering. De werkgever bepaalt zelf de kwartalen dat hij de vermindering wenst aan te rekenen, voor zover hij voor het gekozen kwartaal voldoet aan alle voorwaarden.


Indien de werkgever aangesloten is bij een erkend sociaal secretariaat, heeft hij recht op een tussenkomst in de aansluitingskosten van 36,45 EUR voor de kwartalen dat hij een doelgroepvermindering voor de aanwerving van een 1ste werknemer aanvraagt (deze tussenkomst wordt niet geproratiseerd).
De vermindering is niet gebonden aan een bepaalde werknemer. De werkgever kan dus elk kwartaal opnieuw kiezen voor welke werknemer hij de vermindering toepast. Het is dus best mogelijk dat de werknemer die oorspronkelijk het recht opende, niet meer in dienst is.
2de werknemer

De werkgever geniet voor één fysieke persoon een forfaitaire vermindering G2 tijdens maximum 13 kwartalen op te nemen binnen de 20 kwartalen te rekenen vanaf het kwartaal dat de werkgever voor het eerst recht had op deze doelgroepvermindering. De werkgever bepaalt zelf de kwartalen dat hij de vermindering wenst aan te rekenen, voor zover hij voor het gekozen kwartaal voldoet aan alle voorwaarden.


Deze vermindering kan slechts toegepast worden als in de loop van het kwartaal minstens 2 werknemers werkzaam zijn geweest (tegelijkertijd of opeenvolgend).
De vermindering is niet gebonden aan een bepaalde werknemer. De werkgever kan dus elk kwartaal opnieuw kiezen voor welke werknemer hij de vermindering toepast. Het is dus best mogelijk dat de werknemer die oorspronkelijk het recht opende, niet meer in dienst is.
3de werknemer

De werkgever geniet voor één fysieke persoon een forfaitaire vermindering G2 tijdens maximum 9 kwartalen op te nemen binnen de 20 kwartalen te rekenen vanaf het kwartaal dat de werkgever voor het eerst recht had op deze doelgroepvermindering. De werkgever bepaalt zelf de kwartalen dat hij de vermindering wenst aan te rekenen, voor zover hij voor het gekozen kwartaal voldoet aan alle voorwaarden.


Deze vermindering kan slechts toegepast worden als in de loop van het kwartaal minstens 3 werknemers werkzaam zijn geweest (tegelijkertijd of opeenvolgend).
De vermindering is niet gebonden aan een bepaalde werknemer. De werkgever kan dus elk kwartaal opnieuw kiezen voor welke werknemer hij de vermindering toepast. Het is dus best mogelijk dat de werknemer die oorspronkelijk het recht opende, niet meer in dienst is.



        1. WERKGEVERS DIE EEN COLLECTIEVE ARBEIDSDUURVERMINDERING OF EEN VIERDAGENWEEK INSTELLEN


Begunstigden

Het betreft de werkgevers van wie de werknemers onder het toepassingsgebied vallen van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités of onder het toepassingsgebied van de wet van 21 maart 1991 houdende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. Samengevat zijn dit de werkgevers uit de private sector en de autonome overheidsbedrijven.


De werkgever kan de arbeidsduurvermindering en / of vierdagenweek invoeren voor gans zijn personeel of enkel voor (een) bepaalde categorie(ën) van werknemers (voorbeeld: enkel arbeiders, 45-plussers, ...).

Projecten

De voltijdse werknemers die tot een categorie van werknemers behoren die voor onbepaalde tijd overgegaan zijn, ofwel tot een effectieve arbeidsduurvermindering van ten minste een vol arbeidsuur onder de 38 uren per week, ofwel een vierdagenweek zoals verder bepaald, ofwel beide, kunnen in aanmerking komen voor deze doelgroepvermindering.


Deeltijdse werknemers van wie het loon moet worden aangepast wegens de invoering van de arbeidsduurvermindering komen eveneens in aanmerking.

Diversen


Vermindering
De werkgever kan aanspraak maken op een vermindering G2 vanaf het kwartaal volgend op het kwartaal waarin de arbeidsduurvermindering of vierdagenweek wordt ingesteld en dit voor:

  • 8 kwartalen bij invoering van een arbeidsduur van 37 uur per week of minder;

  • 12 kwartalen bij invoering van een arbeidsduur van 36 uur per week of minder;

  • 16 kwartalen bij invoering van een arbeidsduur van 35 uur per week of minder;

  • 4 kwartalen bij invoering van een vierdagenweek.

Onder 'vierdagenweek' moet worden verstaan: de regeling waarbij de wekelijkse arbeidsduur gespreid wordt hetzij over vier arbeidsdagen per week, hetzij over vijf arbeidsdagen per week welke drie volledige en twee halve arbeidsdagen inhouden.


Onder 'halve arbeidsdag' verstaat men: ten hoogste de helft van het aantal arbeidsuren dat voorzien wordt in het werkrooster voor de langste van de drie volledige arbeidsdagen.
De werkgever kan aanspraak maken op een vermindering G1 voor het kwartaal waarbij de werknemer in aanmerking komt zowel voor de vermindering als gevolg van het invoeren van de vierdagenweek als voor de vermindering wegens het invoeren van een arbeidsduurvermindering.
De doelgroepvermindering kan slechts worden toegekend indien de arbeidsduurvermindering of de invoering van de vierdagenweek gedurende het volledige kwartaal werd gehandhaafd.
Opmerking

Voltijdse werknemers die in dienst komen na de invoering van de arbeidsduurvermindering hebben eveneens recht op deze vermindering als ze tot een categorie behoren die daarvoor in aanmerking komt. Hetzelfde geldt voor deeltijdse werknemers die na het kwartaal waarin de vermindering voor de eerste maal wordt toegekend, voltijds gaan werken. De feitelijke situatie waarop de tewerkstellingslijn betrekking heeft is bepalend of de werknemer tot de rechtopenende groep behoort of niet.


Elke doelgroepvermindering arbeidsduurvermindering overeenkomend met één van de drie hierboven vernoemde situaties kan voor een werknemer behorende tot een wel gedefinieerde groep slechts één maal worden toegekend en in zoverre de arbeidsduurvermindering minstens een volledig uur bedraagt. Zo kan ook de doelgroepvermindering vierdagenweek voor een bepaalde groep werknemers slechts éénmaal worden toegekend.
Indien door een arbeidsduurvermindering vóór 1 oktober 2003 het recht reeds geopend werd op de vermindering 'collectieve arbeidsduurvermindering na 1 oktober 2001', kan de werkgever niet opnieuw aanspraak maken op de doelgroepvermindering arbeidsduurvermindering. Er zijn wel overgangsbepalingen voorzien.
Zo kan ook de doelgroepvermindering vierdagenweek voor een bepaalde groep werknemers niet worden toegekend indien vóór 1 oktober 2003 het recht reeds werd geopend op de vermindering 'vierdagenweek na 1 oktober 2001'.
De toekenning van de vermindering is voorlopig. Zij wordt definitief indien vaststaat dat de werkgever alle voorwaarden voor de toekenning vervult.

Aanvraagprocedure

Onder arbeidsduur verstaat men de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van de voltijds tewerkgestelde werknemers, berekend over een periode van een jaar, zoals deze tot uiting komt hetzij door het werkrooster dat in het arbeidsreglement is opgenomen en dat eventueel over een cyclus wordt toegepast, hetzij door het werkrooster gecombineerd met de inhaalrustdagen toegekend in het kader van de arbeidsduurvermindering.


Zowel het gemiddeld aantal uren vóór als na de invoering van het stelsel van arbeidsduurvermindering moet worden meegedeeld in een apart scherm van de webapplicatie of in een apart functioneel blok.
In wezen kan dit dus verschillen met het gemiddeld aantal uren van de maatpersoon (indien uren moeten worden opgegeven) bij de definiëring van de tewerkstellingslijn, omdat hier de uren inhaalrust ingevolge een arbeidsduurvermindering wel worden opgenomen.
De datum van inwerkingtreding van het stelsel moet eveneens worden meegedeeld.
1.1.2.4 LANGDURIG WERKZOEKENDEN – ALGEMENE CATEGORIE


Inhoud steunmaatregel

De doelgroepvermindering langdurig werkzoekenden wordt toegekend gedurende een aantal kwartalen aan de werkgevers die een langdurig werkzoekende, een uitkeringsgerechtigde volledig werkloze, een gerechtigde op maatschappelijke integratie of een rechthebbende op financiële maatschappelijke hulp aanwerven.


Onder bepaalde voorwaarden kunnen de werknemers eveneens genieten van een werkuitkering of een inschakelingsuitkering. De hiernavolgende tekst beoogt enkel de verduidelijking van de bepalingen omtrent de werkgeversbijdragevermindering. Het toekennen van de uitkeringen valt onder de bevoegdheid van de RVA of van het OCMW.

Begunstigden

Alle werkgevers, zowel van de privé-sector als van de openbare sector, komen in aanmerking voor de vermindering.


Zijn evenwel uitgesloten:

  • het Rijk, met daarin begrepen de Rechterlijke macht, de Raad van State, het leger en de federale politie;

  • de Gemeenschappen en Gewesten;

  • de instellingen van openbaar nut en de openbare instellingen die van de hiervoor genoemde overheden afhangen.

Komen voor de overheidssector wel in aanmerking:



  • de openbare kredietinstellingen;

  • de autonome overheidsbedrijven;

  • de openbare maatschappijen voor personenvervoer;

  • de openbare instellingen voor het personeel dat zij in dienst nemen als uitzendkrachten, om het ter beschikking te stellen van gebruikers met het oog op het uitvoeren van een tijdelijke arbeid, overeenkomstig de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers;

  • de polders en wateringen alsook de kerkfabrieken.

Ook de in België gevestigde diplomatieke zendingen en de supranationale instellingen komen in aanmerking.



Projecten

Het gaat om werkzoekenden, waarmee bedoeld wordt de niet-werkende werknemers die als werkzoekende zijn ingeschreven bij de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling.


Volgende categorieën komen in aanmerking:

1° hij die op de dag van indienstneming werkzoekend is en



  • minder dan 45 jaar oud is op datum van indienstneming en

  • werkzoekend is geweest gedurende ten minste 312 dagen gerekend in een regime van 6 dagen gezien over een periode overeenkomend met de maand van indienstneming en de 18 kalendermaanden daaraan voorafgaand;

2° hij die op de dag van indienstneming werkzoekend is en



  • minder dan 45 jaar oud is op datum van indienstneming en

  • werkzoekend is geweest gedurende ten minste 624 dagen gerekend in een regime van 6 dagen gedurende een periode overeenkomend met de maand van indienstneming en de 36 kalendermaanden daaraan voorafgaand;

3° hij die op de dag van indienstneming werkzoekend is en



  • minder dan 45 jaar oud is op datum van indienstneming en

  • werkzoekend is geweest gedurende ten minste 936 dagen gerekend in een regime van 6 dagen gezien over een periode overeenkomend met de maand van indienstneming en de 54 kalendermaanden daaraan voorafgaand;

4° hij die op de dag van indienstneming werkzoekend is en



  • minder dan 45 jaar oud is op datum van indienstneming en

  • werkzoekend is geweest gedurende ten minste 1560 dagen gerekend in een regime van 6 dagen gezien over een periode overeenkomend met de maand van indienstneming en de 90 kalendermaanden daaraan voorafgaand;

5° hij die op de dag van indienstneming werkzoekend is en



  • minstens 45 jaar oud is op datum van indienstneming en

  • werkzoekend is geweest gedurende ten minste 156 dagen gerekend in een regime van 6 dagen gedurende een periode overeenkomend met de maand van indienstneming en de 9 kalendermaanden daaraan voorafgaand;

6° hij die op de dag van indienstneming werkzoekend is en



  • minstens 45 jaar oud is op datum van indienstneming en

  • werkzoekend is geweest gedurende ten minste 312 dagen gerekend in een regime van 6 dagen gezien over een periode overeenkomend met de maand van indienstneming en de 18 kalendermaanden daaraan voorafgaand óf gezien over ten minste 468 dagen gerekend in een regime van 6 dagen gedurende een periode overeenkomend met de maand van indienstneming en de 27 kalendermaanden daaraan voorafgaand;

7° hij die op de dag van indienstneming werkzoekend is en



  • minder dan 45 jaar oud is op datum van indienstneming en

  • werkzoekend is geweest gedurende ten minste 156 dagen gerekend in een regime van 6 dagen gezien over een periode overeenkomend met de maand van indienstneming en de 9 kalendermaanden daaraan voorafgaand en werkloos is geworden als gevolg van een bedrijfssluiting zoals bedoeld in de wet van 28 juni 1966 betreffende de schadeloosstelling van de werknemers die ontslagen worden bij sluiting van ondernemingen; de indienstneming moet gebeuren binnen de 24 maanden na de sluiting.


Opmerking

De werknemers van de volgende categorieën komen voor de vermindering niet in aanmerking:



  • de werknemer die van het voordeel van de vrijstelling werd uitgesloten door een beslissing van het beheerscomité van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, genomen op basis van een rapport van de inspectiediensten van de Inspectie van de Sociale Wetten, de Sociale Inspectie, de RVA of de RSZ, indien na klacht werd vastgesteld dat de werknemer werd aangenomen ter vervanging en in eenzelfde functie van een ontslagen werknemer met als hoofdzakelijk doel de voordelen van dit koninklijk besluit te bekomen;

  • de werknemers die worden aangeworven vanaf het ogenblik dat zij zich in een statutaire toestand bevinden;

  • de werknemers die worden aangeworven als leden van het academisch en wetenschappelijk personeel door de instellingen van universitair onderwijs of als leden van het onderwijzend personeel in de andere onderwijsinstellingen.


Vermindering

De werkgever kan van volgende verminderingen genieten:


Voor de werknemer van categorie

1° Een doelgroepvermindering G1 gedurende het kwartaal van indienstneming en de 4 daarop volgende kwartalen;

2° Een doelgroepvermindering G1 gedurende het kwartaal van indienstneming en de 8 daarop volgende kwartalen;

3° Een doelgroepvermindering G1 gedurende het kwartaal van indienstneming en de 8 daarop volgende kwartalen en vervolgens een doelgroepvermindering G2 gedurende 4 kwartalen;

4° Een doelgroepvermindering G1 gedurende het kwartaal van indienstneming en de 8 daarop volgende kwartalen en vervolgens een doelgroepvermindering G2 gedurende 12 kwartalen;

5° Een doelgroepvermindering G1 gedurende het kwartaal van indienstneming en de 4 daarop volgende kwartalen en vervolgens een doelgroepvermindering G2 gedurende 16 kwartalen;

6° Een doelgroepvermindering G1 gedurende het kwartaal van indienstneming en de 20 daarop volgende kwartalen;

7° Een doelgroepvermindering G1 gedurende het kwartaal van indienstneming en de 4 daarop volgende kwartalen.


Indien een werkgever deze doelgroepvermindering of de overgangsmaatregelen activa reeds genoten heeft voor een werknemer die hij opnieuw in dienst neemt binnen de 30 maanden na het einde van de vorige arbeidsovereenkomst en deze werknemer nog een geldige werkkaart kan voorleggen, wordt deze tewerkstelling ononderbroken geacht wat betreft het vaststellen van het recht op de vermindering G1 of G2 en het aantal resterende kwartalen dat hij hierop nog recht heeft. De periode van onderbreking verlengt dus de periode gedurende dewelke de voordelen kunnen worden toegekend, niet.
De werkgever kan geen aanspraak maken op deze doelgroepvermindering voor de werknemer die hij terug in dienst neemt binnen een periode van 12 maand na beëindiging van de vorige arbeidsovereenkomst die gesloten was voor onbepaalde duur wanneer hij voor deze tewerkstelling genoten heeft van de voordelen van het banenplan.
Aanvraagprocedure

De werkzoekenden die voldoen aan de voorwaarden voor deze doelgroepvermindering, kunnen bij het regionaal bureau van de RVA waarvan zij afhangen, een werkkaart bekomen als bewijs van deze hoedanigheid.


Indien de werkzoekende op het ogenblik van zijn indienstneming niet in het bezit is van een geldige werkkaart, dan kan ook de werkgever de kaart aanvragen bij de RVA. De aanvraag die van de werkgever uitgaat zal enkel geldig zijn indien zij voor iedere werkzoekende afzonderlijk gebeurt, en wordt slechts aanvaard voor zover op die aanvraag de namen van de werkgever en van de werknemer vermeld zijn, alsook het domicilie van de werknemer, zijn identificatienummer voor de sociale zekerheid en de datum van zijn indiensttreding.
De aanvraag voor een werkkaart moet gebeuren bij het regionaal bureau van de RVA, uiterlijk de 30e dag die volgt op de datum van indienstneming. Wanneer de werkgever deze termijn van 30 dagen niet eerbiedigt, wordt de periode van vermindering van bijdragen ingekort met een periode die aanvangt op de dag van de indienstneming en die eindigt op de laatste dag van het kwartaal waarin de laattijdige aanvraag van de werkkaart gebeurde.
De werkkaart moet binnen dezelfde termijn worden aangevraagd voor de indienstnemingen die gebeuren bij het beëindigen van één van de hierboven opgesomde periodes waarvoor de hoedanigheid van werkzoekende op het moment van indienstneming niet vereist is.
Indien de aanvraag van de werkkaart per post gebeurt, dan wordt de postdatum als datum van indiening beschouwd. De werkkaart draagt als geldigheidsdatum:

  • de datum waarop de aanvraag wordt ingediend indien de werkzoekende nog niet in dienst is genomen;

  • de datum van de indienstneming indien de werkzoekende reeds in dienst is genomen.

De werkkaart heeft een geldigheidsduur van drie maanden en is geldig voor elke indienstneming die plaatsvindt tijdens haar geldigheidsperiode.


Wanneer een nieuwe werkkaart wordt aangevraagd tijdens de geldigheidsduur van een vorige werkkaart, wordt een werkkaart gegeven met dezelfde geldigheidsperiode als de vorige werkkaart.
De geldigheid van de werkkaart is verlengbaar met periodes van telkens drie maanden voor zover de werkzoekende aantoont dat hij op de datum van indiening van de nieuwe aanvraag of op de datum van de indienstneming opnieuw voldoet aan de gestelde voorwaarden.



        1. LANGDURIG WERKZOEKENDEN – DE DOORSTROMINGSPROGRAMMA’S


Inhoud steunmaatregel

Deze steunmaatregel heeft betrekking op werknemers die aangenomen werden in het kader van een doorstromingsprogramma.




Begunstigden

Het betreft de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen en de instellingen van openbaar nut en de openbare instellingen die van de hiervoor genoemde overheden afhangen.


Het betreft verenigingen zonder winstgevend doel en andere niet-commerciële verenigingen.

Projecten

Het gaat om werkzoekenden, waarmee bedoeld wordt de niet-werkende werknemers die als werkzoekende zijn ingeschreven bij de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling. Deze werkzoekenden moeten aangeworven zijn in het kader van een doorstromingsprogramma zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 9 juni 1997 ter uitvoering van het artikel 7 § 1, 3de lid, m van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.


Volgende categorieën komen in aanmerking:
1° hij die op de dag van indienstneming volledig uitkeringsgerechtigd werkloos is en

  • minder dan 45 jaar oud is op datum van indienstneming en

  • ofwel geen diploma, getuigschrift of brevet hoger secundair onderwijs heeft, jonger dan 25 is en een wacht- of werkloosheidsuitkering gedurende minstens 9 maand zonder onderbreking geniet, ofwel van een wachtuitkering geniet gedurende ten minste 12 maanden;

2° hij die op de dag van indienstneming volledig uitkeringsgerechtigd werkloos is en



  • minder dan 45 jaar oud is op datum van indienstneming en

  • zonder onderbreking ten minste 24 maanden een werkloosheidsuitkering geniet;

3° hij die op de dag van indienstneming volledig uitkeringsgerechtigd werkloos is en



  • minstens 45 jaar oud is op datum van indienstneming en

  • zonder onderbreking ten minste 12 maanden een wachtuitkering geniet;

4° hij die op de dag van indienstneming volledig uitkeringsgerechtigd werkloos is en



  • minstens 45 jaar oud is op datum van indienstneming en

  • zonder onderbreking ten minste 24 maanden een werkloosheidsuitkering geniet.

De werknemers van de volgende categorieën komen voor de vermindering niet in aanmerking:


  • de werknemer die van het voordeel van de vrijstelling werd uitgesloten door een beslissing van het beheerscomité van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, genomen op basis van een rapport van de inspectiediensten van de Inspectie van de Sociale Wetten, de Sociale Inspectie, de RVA of de RSZ, indien na klacht werd vastgesteld dat de werknemer werd aangenomen ter vervanging en in eenzelfde functie van een ontslagen werknemer met als hoofdzakelijk doel de voordelen van dit koninklijk besluit te bekomen;

  • de werknemers die worden aangeworven vanaf het ogenblik dat zij zich in een statutaire toestand bevinden.


Diversen
Vermindering

De werkgever kan van volgende verminderingen genieten:


Voor de werknemer van categorie

1°: Een doelgroepvermindering G1 gedurende het kwartaal van indienstneming en de 4 daarop volgende kwartalen en vervolgens een doelgroepvermindering G2 gedurende 4 kwartalen;

2°: Een doelgroepvermindering G1 gedurende het kwartaal van indienstneming en de 8 daarop volgende kwartalen;

3°: Een doelgroepvermindering G1 gedurende het kwartaal van indienstneming en de 4 daarop volgende kwartalen en vervolgens een doelgroepvermindering G2 gedurende 8 kwartalen;

4°: Een doelgroepvermindering G1 gedurende het kwartaal van indienstneming en de 12 daarop volgende kwartalen.

Aanvraagprocedure

De bepalingen van het koninklijk besluit van 9 juni 1997 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de doorstromingsprogramma's moeten gerespecteerd worden.





        1. LANGDURIG WERKZOEKENDEN – DE SOCIALE INSCHALINGSECONOMIE


Inhoud steunmaatregel

Deze steunmaatregel betreft de herinschakeling van zeer moeilijk te plaatsen werklozen.



Begunstigden

Het betreft volgende werkgevers:



  • de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen behorende tot het paritair comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen;

  • inschakelingsbedrijven, zijnde de ondernemingen en verenigingen met een rechtspersoonlijkheid, als dusdanig erkend en gesubsidieerd door de overheid van het Gewest of de Gemeenschap, die als sociaal doel de socioprofessionele inschakeling van bijzonder moeilijk te plaatsen werklozen hebben via een activiteit van productie van goederen of diensten; de minister van Tewerkstelling en Arbeid erkent de inschakelingsbedrijven in het kader van dit besluit;

  • de werkgevers die initiatieven inzake sociale inschakelingseconomie organiseren bedoeld in artikel 59, eerste lid van de wet van 26 maart 1999;

  • de sociale verhuurkantoren bedoeld bij de ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 12 februari 1998 tot oprichting van sociale verhuurkantoren en bij het besluit van 19 november 1998;

  • de agentschappen voor sociale huisvesting bedoeld bij het besluit van de Waalse regering van 17 maart 1999 houdende erkenning van agentschappen voor sociale huisvesting, gewijzigd bij het besluit van 13 december 2001;

  • de sociale verhuurkantoren bedoeld bij het besluit van de Vlaamse regering van 21 oktober 1997 houdende bepaling van de erkennings- en subsidievoorwaarden van sociale verhuurkantoren;

  • de openbare vastgoedmaatschappijen bedoeld bij de ordonnantie van de Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 9 september 1993 houdende de wijziging van de Huisvestingscode voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en betreffende de sector van de Sociale Huisvesting;

  • de sociale huisvestingsmaatschappijen bedoeld bij het decreet van de Vlaamse Raad van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode;

  • de openbare huisvestingsmaatschappijen bedoeld bij het decreet van de Waalse Gewestraad van 29 oktober 1998 houdende de Waalse Huisvestingscode;

  • de invoegbedrijven en invoegafdelingen erkend krachtens het besluit van de Vlaamse regering van 8 september 2000 houdende een impuls- en ondersteuningsprogramma van de meerwaardeneconomie, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 6 juli 2001 en 7 december 2001;

  • de vennootschappen met een sociaal oogmerk bedoeld in artikel 661 van het wetboek van vennootschappen van 7 mei 1999.



Projecten

Het gaat om uitkeringsgerechtigde volledige werklozen, gerechtigden op maatschappelijke integratie en rechthebbenden op financiële maatschappelijke hulp.


Volgende categorieën komen in aanmerking:

1° hij die op de dag van indienstneming volledig uitkeringsgerechtigd werkloos is en



  • minder dan 45 jaar oud is op datum van indienstneming en

  • volledig uitkeringsgerechtigd is geweest gedurende ten minste 312 dagen gerekend in een regime van 6 dagen gezien over een periode overeenkomend met de maand van indienstneming en de 18 kalendermaanden daaraan voorafgaand en

  • geen diploma of getuigschrift hoger secundair onderwijs heeft;

2° hij die op de dag van indienstneming volledig uitkeringsgerechtigd werkloos is en



  • minder dan 45 jaar oud is op datum van indienstneming en

  • volledig uitkeringsgerechtigd is geweest gedurende ten minste 624 dagen gerekend in een regime van 6 dagen gezien over een periode overeenkomend met de maand van indienstneming en de 36 kalendermaanden daaraan voorafgaand en

  • geen diploma of getuigschrift hoger secundair onderwijs heeft;

3° hij die op de dag van indienstneming volledig uitkeringsgerechtigd werkloos is en



  • minstens 45 jaar oud is op datum van indienstneming en

  • volledig uitkeringsgerechtigd is geweest gedurende ten minste 156 dagen gerekend in een regime van 6 dagen gezien over een periode overeenkomend met de maand van indienstneming en de 9 kalendermaanden daaraan voorafgaand en

  • geen diploma of getuigschrift hoger secundair onderwijs heeft;

4° hij die op de dag van indienstneming recht heeft op maatschappelijke integratie of op financiële maatschappelijke hulp en



  • minder dan 45 jaar oud is op datum van indienstneming en

  • recht gehad heeft gedurende ten minste 156 dagen gerekend in een regime van 6 dagen op maatschappelijke integratie of op financiële maatschappelijke hulp gezien over een periode overeenkomend met de maand van indienstneming en de 9 kalendermaanden daaraan voorafgaand en

  • geen diploma of getuigschrift hoger secundair onderwijs heeft;

5° hij die op de dag van indienstneming recht heeft op maatschappelijke integratie of op financiële maatschappelijke hulp en



  • minder dan 45 jaar oud is op datum van indienstneming en

  • recht gehad heeft gedurende ten minste 312 dagen gerekend in een regime van 6 dagen op maatschappelijke integratie of op financiële maatschappelijke hulp gezien over een periode overeenkomend met de maand van indienstneming en de 18 kalendermaanden daaraan voorafgaand en

  • geen diploma of getuigschrift hoger secundair onderwijs heeft;

6° hij die op de dag van indienstneming recht heeft op maatschappelijke integratie of op financiële maatschappelijke hulp en



  • minstens 45 jaar oud is op datum van indienstneming en

  • recht gehad heeft gedurende ten minste 156 dagen gerekend in een regime van 6 dagen op maatschappelijke integratie of op financiële maatschappelijke hulp gezien over een periode overeenkomend met de maand van indienstneming en de 9 kalendermaanden daaraan voorafgaand en

  • geen diploma of getuigschrift hoger secundair onderwijs heeft.



Diversen


Vermindering

De werkgever kan van volgende verminderingen genieten:


Voor de werknemer van categorie

1° en 4°: een doelgroepvermindering G1 gedurende het kwartaal van indienstneming en de 10 daarop volgende kwartalen (wanneer de bevoegde regionale dienst voor arbeidsbemiddeling na afloop van de 10 kwartalen oordeelt dat de werknemer nog altijd niet geschikt is om zich te integreren in de gewone arbeidsmarkt, kan de duur van de doelgroepvermindering verlengd worden met een nieuwe periode van maximum 10 kwartalen);


2° en 5°: een doelgroepvermindering G1 gedurende het kwartaal van indienstneming en de 20 daarop volgende kwartalen (wanneer de bevoegde regionale dienst voor arbeidsbemiddeling na afloop van de 20 kwartalen oordeelt dat de werknemer nog altijd niet geschikt is om zich te integreren in de gewone arbeidsmarkt, kan de duur van de doelgroepvermindering verlengd worden met een nieuwe periode van maximum 20 kwartalen);
3° en 6°: een doelgroepvermindering G1 gedurende het kwartaal van indienstneming en de daarop volgende kwartalen.
Indien een werkgever deze vermindering reeds heeft genoten voor een werknemer die hij opnieuw in dienst neemt binnen de 12 maanden na het einde van de vorige arbeidsovereenkomst, wordt de tewerkstelling geacht ononderbroken te zijn voor wat betreft het vaststellen van het recht op de vermindering G1 en het aantal resterende kwartalen dat hij hierop nog recht heeft. De periode van onderbreking verlengt dus de periode waarin de voordelen kunnen worden toegekend, niet.

Aanvraagprocedure

De werkgever moet voorafgaandelijk van de directeur-generaal van de administratie Werkgelegenheid van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg een attest verkrijgen dat bewijst dat hij onder het toepassingsgebied van deze maatregel valt.


Om in aanmerking te komen voor de vermindering moet de werknemer (of de werkgever indien het gaat om een activering van de tussenkomst vanwege een OCMW) een herinschakelingsuitkering genieten in het kader van de sociale inschakelingseconomie. Bij zijn aanvraag voor een herinschakelingsuitkering voegt de werknemer, respectievelijk de werkgever, het hierboven vermelde attest.
De RVA geeft aan de RSZ de gegevens van de werknemers door die recht geven op deze doelgroepvermindering.

1.1.2.7 JONGE WERKNEMERS




Inhoud steunmaatregel

Deze doelgroepvermindering richt zich naar de aanwerving van jonge werknemers. Voor een groot deel betreft het de werknemers die beoogd werden door de startbanen.



Begunstigden

Zowel de werkgevers uit de openbare als uit de private sector komen voor de doelgroepvermindering in aanmerking, ongeacht het aantal werknemers dat zij tewerkstellen. Om van de doelgroepvermindering 'jonge werknemers' te kunnen genieten moeten zij voldoen aan de startbaanverplichting.


Onder startbaanverplichting moet worden verstaan de verplichte aanwerving van ten minste 3 % jongeren uitgedrukt in VTE (voltijds equivalent) met een startbaan (sinds 1 januari 2004 uitgebreid tot alle jongeren onder de 26 jaar, al dan niet met een startbaanovereenkomst verbonden) ten opzichte van het 2de kwartaal van het voorgaande jaar. Deze verplichting geldt enkel voor ondernemingen met minstens 50 werknemers in dienst op 30 juni van het voorgaande jaar. De non-profit sector, de openbare sector en de onderwijssector hebben afwijkende percentages of zijn vrijgesteld van deze verplichting. De berekening zowel van het aantal startbaners als van het personeelsbestand voor het refertekwartaal gebeurt op basis van de gegevens van de Dmfa-aangifte.
In dit hoofdstuk zal voornamelijk de doelgroepvermindering toegelicht worden. Bijkomende inlichtingen over de startbaanverplichting of over de voorwaarden om vrijstelling te verkrijgen kunt u bekomen bij de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, die de uiteindelijke bevoegdheid hebben na te gaan wie aan de verplichting voldoet en wie niet.

Projecten

De doelgroep bestaat enerzijds uit laaggeschoolde werkzoekende jongeren (tot en met het kwartaal dat ze 26 jaar worden) tewerkgesteld met een startbaanovereenkomst en anderzijds jongeren in het algemeen die in de loop van het kalenderjaar de leeftijd van 19 jaar niet bereiken.


Onder startbaanovereenkomst moet worden verstaan elke overeenkomst zoals hieronder opgedeeld in verschillende types, gesloten met een jongere die op de datum van indiensttreding een geldige startbaankaart heeft (in het geval hij in de loop van het kalenderjaar 19 jaar wordt of ouder):

  • een minstens halftijdse arbeidsovereenkomst;

  • een combinatie van een deeltijdse arbeidsovereenkomst (minstens halftijds) en een door de jongere gevolgde opleiding, met ingang van de dag waarop de jongere begint met de uitvoering van de arbeidsovereenkomst;

  • een industriële leerovereenkomst, een leerovereenkomst middenstandsopleiding, een stageovereenkomst opleiding tot ondernemingshoofd, een overeenkomst socioprofessionele inschakeling en elke andere vorm van opleidings- of inschakelingsovereenkomst door de Koning bepaald.

Indien de jongere in de loop van het kalenderjaar nog geen 19 jaar wordt, is een startbaankaart overbodig. Om de startbaanovereenkomst echter te laten doorlopen het jaar dat hij 19 wordt en de daarop volgende jaren, moet zijn werkgever ten laatste op 31 januari van het jaar waarin hij 19 wordt een startbaankaart voor hem aanvragen.


Zolang de werkgever de jongere ononderbroken verder in dienst houdt onder één van de drie vermelde types van overeenkomsten, blijft dit beschouwd als een tewerkstelling in het kader van een startbaanovereenkomst tot de laatste dag van het kwartaal waarin de jongere de leeftijd van 26 jaar bereikt.
Onder jongere in het kader van de startbaanovereenkomst moet worden verstaan eenieder die net vóór zijn indienstneming:

  • ingeschreven is als werkzoekende;

  • minder dan 26 jaar oud is.

De jongere, bij wie de uitvoering van de startbaanovereenkomst aanvangt vóór 1 januari van het jaar waarin hij 19 wordt, moet niet voldoen aan de voorwaarde dat hij ingeschreven moet zijn als werkzoekende.



Diversen


Vermindering

In het verleden was de vermindering laaggeschoolde startbaners gekoppeld aan het bereiken van een bepaald percentage startbaanovereenkomsten ten opzichte van het personeelseffectief van het 2de kwartaal van het voorafgaande jaar. De doelgroepvermindering jonge werknemers wordt enkel gekoppeld aan de voorwaarde dat de werkgever moet voldoen aan zijn startbaanverplichting. Dit speelt dus in het voordeel van de werkgevers die inspanningen doen zonder daartoe verplicht te zijn (ondernemingen <50 werknemers, vrijgestelde ondernemingen, ..).


Het stelsel van bijdragevermindering 'na de startbaan' wordt afgeschaft; daarentegen loopt de vermindering voor laaggeschoolden door tot het einde van het kwartaal waarin hij 26 jaar wordt en tellen voor de verplichting alle jongeren tot die leeftijd mee. Men stapt dus af van het 'watervalsysteem' waarbij naargelang de noden bepaalde groepen al dan niet in aanmerking komen voor het verkrijgen van een startbaanovereenkomst (< 26, < 30, ).
Door het verruimen van de toepassingsmodaliteiten wordt ook tegemoetgekomen aan de integratie van de vermindering KB 495 in het stelsel van de doelgroepvermindering jonge werknemer.
Bedrag

Een forfaitair verminderingsbedrag G1 wordt toegekend aan de werkgever voor elke jongere die hij in dienst neemt tot en met het 4de kwartaal van het kalenderjaar dat zijn werknemer 18 wordt. Het betreft dus zowel jongeren aangeworven met als zonder startbaanovereenkomst en ongeacht of zij verbonden zijn met een leerovereenkomst of een arbeidsovereenkomst.


Een forfaitair verminderingsbedrag G1 wordt toegekend aan de werkgever voor elke laaggeschoolde jongere die hij in dienst neemt met een startbaanovereenkomst voor het kwartaal van indienstneming en de 7 daarop volgende kwartalen en een forfaitair verminderingsbedrag G2 voor de daaropvolgende kwartalen, en dit voor zolang hij in dienst is met een startbaanovereenkomst (de vermindering eindigt dus in elk geval in het kwartaal waarin de jongere 26 jaar wordt).
Als kwartaal van indienstneming wordt het kwartaal in aanmerking genomen waarin de jongere voor de allereerste keer in dienst komt van de betrokken werkgever. Indien de jongere echter reeds in dienst was vóór het eerste kwartaal van het kalenderjaar waarin hij 19 jaar oud wordt, wordt het eerste kwartaal van het jaar waarin hij 19 jaar wordt beschouwd als het kwartaal van indienstneming.

Aanvraagprocedure

De jongere die in de loop van het kalenderjaar van indiensttreding 19 jaar wordt of ouder, moet op het moment van de indienstneming een geldige startbaankaart kunnen voorleggen die hij kan bekomen op het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van zijn woonplaats om aan te tonen dat hij aan de voorwaarden voldoet.


Op de startbaankaart wordt vermeld of de jongere in kwestie dubbel wordt geteld bij de berekening van de startbaanverplichting (zie de berekening van het aantal jongeren met een startbaanovereenkomst in het lopende kwartaal). Daarnaast attesteert de startbaankaart ook of het een laaggeschoolde jongere betreft.
De aanvraag van de startbaankaart wordt onontvankelijk verklaard wanneer de aanvraag gebeurt op een ogenblik waarop de jongere nog studies met een volledig leerplan volgt in het dagonderwijs.
Indien de werkzoekende op het moment van zijn indienstneming niet in het bezit is van een geldige startbaankaart, dan kan ook de werkgever de kaart aanvragen bij de RVA. De aanvraag die van de werkgever uitgaat, zal enkel geldig zijn indien zij voor iedere werkzoekende afzonderlijk gebeurt, en wordt slechts aanvaard voor zover op die aanvraag de namen van de werkgever en van de jongere vermeld zijn, alsook het domicilie van de jongere, zijn identificatienummer voor de sociale zekerheid en de datum van zijn indienstneming.
De aanvraag tot het verkrijgen van een startbaankaart moet ten laatste op de 30ste dag volgend op de dag van de indienstneming gebeuren bij het bevoegde werkloosheidsbureau. Elke aanvraag die later toekomt heeft tot gevolg dat de startbaanovereenkomst pas geldig wordt beschouwd vanaf de 1ste dag van het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin de laattijdige indiening van de aanvraag van de startbaankaart gebeurde.

De startbaankaart draagt als geldigheidsdatum 1 januari van het jaar waarin de jongere 19 wordt indien hij reeds in dienst is genomen vóór deze datum, anders de datum van indienstneming en indien hij nog niet in dienst is genomen de datum waarop de aanvraag wordt ingediend.


De startbaankaart heeft een maximale geldigheidsduur van 12 maanden (alleszins beperkt tot de dag vóór zijn 26ste verjaardag) en mag gebruikt worden voor elke indienstneming die tijdens de geldigheidsperiode wordt verricht. De geldigheidsduur kan met een zelfde periode verlengd worden als de jongere nog aan de vereiste voorwaarden voldoet.
De werkgever van de jongere, die in de loop van het kalenderjaar van indiensttreding de leeftijd van 19 jaar niet bereikt en dus geen startbaankaart moet voorleggen, moet ten laatste op 31 januari van het jaar waarin de jongere 19 wordt, een startbaankaart aanvragen bij het bevoegde werkloosheidsbureau als hij de startbaanovereenkomst wil laten doorlopen (o.a. in het kader van de doelgroepvermindering laaggeschoolde jongere). Bij zijn aanvraag vermeldt hij:

  • de identiteit van de werkgever;

  • de identiteit van de werknemer;

  • de woonplaats van de werknemer;

  • het INSZ-nummer van de werknemer;

  • de datum van indienstneming.

en voegt hij een kopie van de startbaanovereenkomst.


Elke aanvraag die later toekomt heeft tot gevolg dat de startbaanovereenkomst pas opnieuw als geldig wordt beschouwd vanaf de 1ste dag van het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin de laattijdige indiening van de aanvraag van de startbaankaart gebeurde.
De startbaanovereenkomst wordt automatische verlengd wanneer hij bij dezelfde werkgever na afloop van zijn overeenkomst aansluitend in dienst treedt. Een nieuwe aanvraag voor een startbaankaart is in dat geval niet nodig.
Om echter bij een onderbroken tewerkstelling bij dezelfde werkgever recht te geven op de doelgroepvermindering jonge laaggeschoolde werknemer, moet hij opnieuw een startbaankaart aanvragen die attesteert dat hij nog aan de voorwaarden voldoet.
De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening maakt via elektronische weg de gegevens betreffende de startbaankaarten over aan de RSZ.
De startbaanovereenkomst moet niet meer gebeuren volgens een vastgelegd model. Arbeidsovereenkomsten met jongeren, gesloten tijdens de geldigheidsduur van een startbaankaart, krijgen immers 'automatisch' de kwalificatie startbaanovereenkomst. Wel wordt voor het type II startbaanovereenkomst enkele bijkomende gegevens gevraagd betreffende de 'opleiding' die met dit type gepaard gaat.
Via de multifunctionele aangifte deelt de werkgever, in het veld 'Maatregelen tot bevordering van de werkgelegenheid' mee met welk type van startbaanovereenkomst de jongere wordt aangeworven en tot welke categorie hij behoort. In het geval een overeenkomst betreft specifiek voor leerlingen of stagiairs, moet de werkgever eveneens aanduiden over welk 'type van leerling' het gaat bij de parameters van de tewerkstellingslijn. Deze aanduidingen zijn verplicht en kunnen een impact hebben op de berekening van de startbaanverplichting, het recht op de doelgroepvermindering en/of de berekening van de verschuldigde bijdragen.

Daarnaast duidt de werkgever de overeenkomstige doelgroepvermindering aan.





1.1.2.8 HERSTRUCTURERING




1   ...   9   10   11   12   13   14   15   16   ...   35

  • Inhoud steunmaatregel Deze doelgroepvermindering wordt toegekend aan nieuwe werkgevers gedurende een aantal kwartalen voor maximaal drie werknemers. Begunstigden
  • Aanvraagprocedure
  • Inhoud steunmaatregel Deze steunmaatregel heeft betrekking op werknemers die aangenomen werden in het kader van een doorstromingsprogramma. Begunstigden
  • Inhoud steunmaatregel Deze steunmaatregel betreft de herinschakeling van zeer moeilijk te plaatsen werklozen. Begunstigden

  • Dovnload 0.9 Mb.