Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Subsidiewegwijzer voor ondernemingen

Dovnload 0.9 Mb.

Subsidiewegwijzer voor ondernemingen



Pagina19/35
Datum04.04.2017
Grootte0.9 Mb.

Dovnload 0.9 Mb.
1   ...   15   16   17   18   19   20   21   22   ...   35

Inhoud steunmaatregel

Het IWT-Vlaanderen (Instituut voor de aanmoediging van innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen) heeft met het KMO-Programma als doel het innovatiegebeuren bij de Vlaamse kleine en middelgrote ondernemingen te stimuleren. Innovatie is daarbij gedefinieerd als het tot stand brengen van een nieuw of vernieuwend product, proces of dienst die een technologische vernieuwing bij het bedrijf vereist, en waarbij de activiteiten van kennisverwerving daartoe nodig financieel gesteund worden.


In het KMO-Programma bestaan zes specifieke projecttypes, waarbij de administratieve drempel zo laag mogelijk gehouden wordt. Deze zes projecttypes zijn de KMO-Innovatiestudies (type 1, 2, 3, 4 en 5) en de KMO-Innovatieprojecten.

Begunstigden

De steun die het IWT toekent in het kader van KMO-Innovatiestudies en KMO-Innovatieprojecten is bestemd voor alle in Vlaanderen gevestigde KMO's. Een KMO is hier gedefinieerd als een onderneming met minder dan 250 werknemers, én met niet meer dan 50 miljoen euro jaaromzet of niet meer dan 43 miljoen euro jaarlijks balanstotaal. Bij de berekening van deze criteria moet er geconsolideerd worden over alle ondernemingen die een deelnemingsrelatie van 25% of meer van het kapitaal of de stemrechten in bezit hebben. Noodzakelijk is ook dat het bedrijf een exploitatiezetel heeft in Vlaanderen waar tewerkstelling en economische activiteit plaatsvindt. De mogelijkheid tot valorisatie of toepassing van de onderzoeksresultaten in Vlaanderen staat centraal. Alle ondernemingstypes komen in aanmerking, behalve beoefenaars van vrije beroepen, zelfstandigen of nationale monopolies. Er zijn geen sectorale beperkingen maar onderzoek met militaire affiniteit wordt niet gesteund.


De projecten kunnen worden uitgevoerd door een KMO alleen of in samenwerking met één of meer ondernemingen en/of onderzoeksinstellingen (onderzoekscentra, universiteiten, hogescholen). Voor KMO-Innovatiestudies Type 1 en 3 geldt evenwel een verplichte samenwerking met derden, waarbij voor KMO-Innovatiestudies Type 1 de derde partij specifiek een door IWT-Vlaanderen erkend kenniscentrum moet zijn.

Projecten

KMO-Innovatiestudies Type 1 zijn grondige technologische adviezen van erkende kenniscentra. Dit advies moet een antwoord geven op een technologische vraag in verband met een mogelijke innovatie van een product, proces of dienst bij de KMO. De nadruk ligt op het realiseren van een zinvolle overdracht vanuit een erkend technisch kenniscentrum van voor de technologische probleemstelling relevante technologische kennis. Het advies moet de KMO in staat stellen om op onderbouwde wijze te beslissen om al dan niet verdere stappen voor innovatie te nemen en de wijze waarop dit best kan gebeuren te definiëren.


KMO-Innovatiestudies Type 2 betreffen (voor)studies van beperkte omvang die tot doel hebben na te gaan of en op welke wijze een innovatie kan worden gerealiseerd. Door middel van studieactiviteiten wordt relevante kennis opgebouwd of verworven om gericht de verdere innovatieactiviteiten voor te bereiden. Typisch voor een KMO-Innovatiestudie Type 2 is dat de onderneming over voldoende competentie moet beschikken om de studie hoofdzakelijk in eigen beheer uit te voeren.
KMO-Innovatiestudies Type 3 zijn inhoudelijk gelijk aan KMO-Innovatiestudies Type 2, waarbij de eigen inbreng van de KMO gecombineerd wordt met een noodzakelijke en substantiële externe inbreng. Deze samenwerking met derden moet een duidelijke technologische kennis en een meerwaarde opleveren
KMO-Innovatiestudies Type 4 zijn gericht op het voorbereidingstraject van een Europees onderzoeks­voorstel, een Eureka projectvoorstel of een technologie-transfersamenwerking via IRC-Vlaanderen. De activiteiten die gepaard gaan met het opzetten van dergelijk project van internationale samenwerking worden gesteund.
KMO-Innovatiestudies Type 5 zijn er op gericht om binnen nog niet innovatieve KMO’s de capaciteit om tot innovatie te komen significant te verhogen. Concreet worden de op innovatie gerichte activiteiten van een bij de KMO nieuw aan te werven technisch hooggeschoolde ondersteund.
KMO-Innovatieprojecten zijn gericht op het realiseren van een technologische innovatie en het opdoen van de nodige kennis daartoe. Dit tot stand brengen van de innovatie (nieuw of vernieuwd product, proces of dienst) en de bijhorende kennisopbouw/verwerving geschiedt daarbij typisch door middel van technologische ontwikkelings- en/of implementatieactiviteiten. De resultaten van een KMO-Innovatieproject bestaan uit een concreet, geverifieerd ontwerp (eventueel een getest prototype) van een product, proces of dienst en zijn na beëindiging van het project vrij snel toepasbaar of commercialiseerbaar.
Zowel in KMO-Innovatiestudies als in KMO-Innovatieprojecten kunnen ook activiteiten van niet-technologische aard uitgevoerd worden. Deze aanverwante activiteiten moeten wel rechtstreeks verband houden met de technologische innovatie die moet uitgewerkt worden (normeringen en reglementeringen, marktaspecten, intellectuele eigendom, ...).

Steunpercentages en modaliteiten


IWT-Vlaanderen kan voor KMO-Innovatiestudies een subsidie verlenen van 60% van de aanvaarde brutokosten van het project. Deze steun is beperkt tot maximaal 6.500 euro voor KMO-Innovatiestudies Type 1; tot maximaal 22.000 euro voor het type 2 en tot maximaal 33.000 euro voor het type 3. Voor KMO-Innovatieprojecten kan een subsidie (tot 200.000 euro) verleend worden van 35% van de aanvaarde brutokosten van het project, waarbij deze brutokosten minimaal 50.000 euro dienen te bedragen. De brutokosten omvatten personeelskosten en overige niet-personeelskosten, beperkt tot 50% van de personeelskosten voor KMO-Innovatiestudies en tot maximaal 80% van de personeelskosten voor KMO-Innovatieprojecten.
Wanneer IWT-Vlaanderen beslist het project te steunen wordt een overeenkomst opgemaakt tussen het IWT en de projectpartners. Deze overeenkomst is een middelenverbintenis (de overeengekomen middelen moeten voor het beschreven project worden ingezet) en een valorisatieverbintenis (de projectresultaten moeten in eerste instantie in Vlaanderen worden toegepast). Het IWT-Vlaanderen volgt de uitvoering van het project op.
De betaling van de steun gebeurt in twee schijven voor KMO-Innovatiestudies en in zesmaandelijkse schijven voor KMO-Innovatieprojecten, die gekoppeld zijn aan verslaggeving.

1   ...   15   16   17   18   19   20   21   22   ...   35

  • Begunstigden
  • Projecten
  • Steunpercentages en modaliteiten

  • Dovnload 0.9 Mb.