Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Subsidiewegwijzer voor ondernemingen

Dovnload 0.9 Mb.

Subsidiewegwijzer voor ondernemingen



Pagina2/35
Datum04.04.2017
Grootte0.9 Mb.

Dovnload 0.9 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   35

2.1.1 Opleidingskrediet


2.1.2 Zorgkrediet

2.1.3 Steun aan werknemers van ondernemingen in moeilijkheden of in herstructurering

2.1.4 Suppletieve regeling

2.2 Tegemoetkoming bij de aanwerving van personen met een handicap

2.3 Inschakelingspremie

DEEL IV : STEUN BIJ OPLEIDINGEN


1. VLAAMSE DIENST VOOR ARBEIDSBEMIDDELING EN BEROEPSOPLEIDING (VDAB)

1.1 Collectieve opleidingen in eigen beheer of in samenwerking met derden

1.2 Individuele Beroepsopleiding in de onderneming

1.3 Individuele Beroepsopleiding in een onderwijsinrichting



  1. SECTORALE MAATREGELEN EN INITIATIEVEN

3. PROJECTEN TER STIMULERING VAN DE EVENREDIGE ARBEIDSDEELNAME EN

DIVERSITEIT IN ONDERNEMINGEN, INSTELLINGEN EN LOKALE BESTUREN (DIVERSITEITSPLANNEN, CLUSTERPLANNEN, INSTAP- EN GROEIPLANNEN)

4. VLAAMS INSTITUUT VOOR HET ZELFSTANDIG ONDERNEMEN (VIZO)

4.1 Vorming

4.1.1 VIZO - Leertijd

4.1.2 VIZO – Ondernemersopleiding (gecertificeerde opleiding)

4.1.3 VIZO - Voortgezette vorming (niet-gecertificeerde opleiding)

4.2 Vormgeving

4.3 VIZO-Bedrijfsadvies

5. BEDRIJFSOPLEIDING VOOR PERSONEN MET EEN HANDICAP



  1. PETERSCHAPSPROJECTEN

  2. OPLEIDINGSCHEQUES

DEEL V : STEUN VOOR ONDERZOEK EN ONTWIKKELING


1. INSTITUUT VOOR DE AANMOEDIGING VAN INNOVATIE DOOR WETENSCHAP EN TECHNOLOGIE IN VLAANDEREN (IWT-VLAANDEREN)

1.1 O&O-projecten van bedrijven - algemeen

1.2 KMO-programma

1.3 Eureka

1.4 Vlaamse Innovatiesamenwerkingsverbanden


    1. Onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma van de Europese Unie

    2. Strategisch Basisonderzoek (SBO)

    3. TETRA-Fonds

    4. Landbouwkundig onderzoek

2. VLAAMSE INSTELLING VOOR TECHNOLOGISCH ONDERZOEK (VITO)

DEEL VI : STEUN BIJ EXPORT


1. EXPORT VLAANDEREN – FLANDERS INVESTMENT AND TRADE (FIT)

1.1 Financiële tussenkomsten van exportgerichte initiatieven – Kleine en Middelgrote Ondernemingen

2. AGENTSCHAP VOOR DE BUITENLANDSE HANDEL

3. NATIONALE DELCREDEREDIENST – EXPORTKREDIETVERZEKERING

4. FINEXPO – COMITE VOOR DE FINANCIELE ONDERSTEUNING VAN DE EXPORT

4.1 Stabilisering van de rentevoet



    1. Intrestbonificaties

    2. Intrestbonificatie met aanvullende gift

4.4 Leningen van staat tot staat

5. MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP - TER BESCHIKKING STELLEN VAN VLAAMSE UITRUSTINGSGOEDEREN

6. JAPAN EN DE EUROPESE UNIE - EXPROM

6.1 Gateway to Japan

6.2 Executive Training Programme

6.3 Ad-hoc programma's

DEEL VII : EUROPESE STEUN
1. STRUCTUURFONDSEN

1.1 Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO)

1.1.1 Communautaire iniatieven

1.1.1.1 Interreg III

1.1.1.2 Urban II

1.1.1.3 Interact

1.2 Europees Sociaal Fonds (ESF)

1.3 Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) – Afdeling Garantie en Oriëntatie

1.4 Financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de Visserij (FIOV)

2. EUROPESE INVESTERINGSBANK (EIB)

2.1 Individuele kredieten

2.2 Globale kredieten



  1. EUROPEES INVESTERINGSFONDS (EIF)

3.1 Risicokapitaal

      1. ETF-startersregeling

      2. Startkapitaalactie

      3. EIB & EIF-middelen

    1. KMO-Garantiefaciliteit

4. CENTRUM VOOR DE ONTWIKKELING VAN ONDERNEMINGEN (COO)

    1. Samenwerking met de ACS-landen

    2. ProInvest: een programma voor de promotie van investeringen in de ACS-landen

5. OVERIGE INITIATIEVEN TER BEVORDERING VAN INTERNATIONALE SAMENWERKING

5.1 Al-Invest III

5.2 Asia-Invest


  1. LIFE III-PROGRAMMA

  2. MEDIA-PLUS

  3. MARCO POLO

DEEL VIII : SAMENWERKING MET CENTRAAL- EN OOST-EUROPA




  1. SAMENWERKINGSPROGRAMMA VLAANDEREN MET CENTRAAL- EN OOST-EUROPA

  2. TACIS-PROGRAMMA

  1. SAPARD

  2. TEMPUS



TREFWOORDEN

SPECIFIEKE STEUNMAATREGELEN VOOR STARTERS

Startende ondernemingen zijn levensnoodzakelijk voor de economie. Aangezien het aantal starters in Vlaanderen relatief laag is, kunnen zij rekenen op specifieke steunmaatregelen voor wat betreft het verkrijgen van advies, het verkrijgen van kapitaal en voor de aanwerving van personeel.


Met de ‘Gratis Opstart’ neemt de Vlaamse regering de opstartkosten voor een onderneming voor haar rekening. Kandidaat-ondernemers kunnen de kosten voor formaliteiten bij de erkende ondernemingsloketten laten betalen door de Vlaamse overheid. Gemiddeld kosten deze opstartformaliteiten 300 euro. De Gratis Opstart is ook een volledig elektronische maatregel net zoals de Durf Na Advies (DNA) cheques die starters en ondernemers in staat stellen professioneel advies in te winnen alvorens een onderneming op te starten. Marktstudies, ondernemingsplannen en advies van boekhouders, consultants, notarissen of advocaten kan je met de DNA cheque betalen bij erkende adviesinstanties.
Naast advies hebben starters vooral nood aan kapitaal.
Voor volgende voordelen moet er bij het federale Participatiefonds worden aangeklopt:





  • plan jonge zelfstandigen richt zich specifiek naar werkzoekenden jonger dan 30 jaar die nog geen zelfstandige activiteit hebben uitgeoefend;




  • de solidaire lening richt zich naar personen die ernstige moeilijkheden ondervinden om startkapitaal te vinden tengevolge hun financiële toestand. Samen met de lening wordt een kosteloze begeleiding bij de voorbereiding en de indiening van de aanvraag en begeleiding tijdens de eerste twee jaar na opstart aangeboden.




  • de Business Angel+ Lening is een achtergestelde lening in aanvulling op de investering van een ondernemer en een Business Angel. Deze lening richt zich tot KMO’s die in een strategische ontwikkelingsfase financiële begeleiding van een Business Angel (BA) zoeken.

Bovendien kan de starter nog op extra steun rekenen wanneer wordt overgegaan tot de aanwerving van personeel. De werkgever kan nadat hij een 1ste, 2de of 3de werknemer in dienst neemt, gedurende 20 kwartalen genieten van deze doelgroepvermindering.


Op korte termijn zijn op Vlaams niveau een aantal nieuwe initiatieven gepland inzake kapitaalverschaffing die bij de PMV zullen worden ondergebracht: de ARKimedesregeling, de Waarborgregeling, het Vlaams Innovatiefonds en de Vriendenlening:


  • ARKimedes is een systeem dat op structurele wijze risicokapitaal activeert voor Vlaamse starters en KMO’s. Risicokapitaalverschaffers worden via deze regeling de mogelijkheid geboden om boven op elke euro eigen middelen die zij investeren in een Vlaamse starter of KMO, een bijkomende euro te investeren vanuit een ARKimedes-fonds. Dit fonds zal de nodige middelen ophalen bij het publiek. De Vlaamse overheid zal de belegger stimuleren door de combinatie van een fiscale incentive met een minimale rendementsgarantie. De ARKimedes-regeling heeft een vernieuwend karakter:

  • voor de eerste keer wordt fiscaliteit geïntegreerd in een Vlaamse maatregel;

  • er is de publiekprivate samenwerking waarbij de overheid flankerend optreedt en dus niet rechtstreeks tussenkomt in bedrijven.




  • De nieuwe Waarborgregeling voor kleine en middelgrote ondernemingen streeft ernaar om op een meer effectieve en efficiënte wijze tegemoet te komen aan het gebrek aan waarborgen die KMO’s kunnen bieden bij het afsluiten van een financieringsovereenkomst met een financiële instelling.

Door deze aanpassing neemt de administratie voor banken af. Voortaan kan een door de Vlaamse overheid erkende bank zelf beslissen of ze de gewaarborgde lening aan de KMO verleent. Wanneer een KMO onder het vroegere systeem van een waarborg wou genieten, moest ze het aan een bank vragen. De bank moest op haar beurt een aanvraag indienen bij NV Waarborgbeheer, die daarna besliste of ze de waarborg al dan niet verleende. In het nieuwe systeem waarborgt de Vlaamse overheid maximum 75% van het totale kredietbedrag, de rest is ten laste van de kredietinstelling.

In het verlengde hiervan werd voor KMO’s die hinder ondervinden van openbare werken ook een waarborgregeling uitgewerkt. KMO’s met exploitatiezetel in het Vlaams Gewest die hinder ondervinden van openbare werken en als gevolg daarvan een omzetverlies hebben geleden van minstens 30% in vergelijking met het gemiddelde van de laatste vier kwartalen, kunnen voor de financiering van bedrijfskapitaal en korte termijnschulden beroep doen op de waarborgregeling.




  • Gezien innovatie van cruciaal belang is voor de versterking van de competitiviteit van ondernemingen in een zich steeds meer globaliserende economie en gezien de optiek om 1 procent aan publieke middelen te besteden aan innovatie in het kader van de Lissabonstrategie, heeft de Vlaamse regering 75 miljoen euro vrijgemaakt voor de oprichting van het Vlaams Innovatiefonds (VINNOF).

Principe van het VINNOF is dat zoveel mogelijk wordt gewerkt via hefboomeffect door partnerschap te creëren met enerzijds bestaande private zaaikapitaalfondsen en anderzijds het Instituut voor de aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT). Innovatieve bedrijfsprojecten waarvoor noch het kanaal van het zaaikapitaalfonds, noch het kanaal van IWT wordt gekozen, zullen rechtstreeks aan het VINNOF kunnen worden voorgesteld. Dit fonds zal toegankelijk zijn voor jonge innovatieve ondernemingen (minder dan 3 jaar ingeschreven bij de kruispuntbank voor ondernemingen) met exploitatiezetel in Vlaanderen.


  • De Vriendenlening is eveneens een product van de Ondernemingsconferentie, waarbij particulieren die rechtstreeks leningen toekennen aan beginnende ondernemers genieten van een fiscaal gunstregime. Teneinde de Vlamingen aan te zetten om startende ondernemers te financieren is de Vlaamse overheid bereid een gedeelte van het risico mee te dragen. Immers, indien het bedrijf de achtergestelde lening uiteindelijk niet kan terugbetalen, krijgt de investeerder 30 procent van de lening terug via een éénmalige belastingsvermindering. Bovendien wordt gedurende de looptijd van de lening, die over een periode van 8 jaar loopt, ook nog een jaarlijkse belastingskorting van 2,5 procent op het verstrekte bedrag toegekend.

Deel I : STEUN BIJ INVESTERINGEN EN ADVIES


1. ADVIESCHEQUES, DNACHEQUES, GRATIS OPSTART, DE GROEIPREMIE, ECOLOGIE-INVESTERINGEN – INVESTERINGSPREMIE


    1. ADVIESCHEQUES



Inhoud steunmaatregel
Met het systeem van de adviescheques wil de Vlaamse overheid kwaliteitsvol bedrijfsadvies bij kleine en middelgrote ondernemingen stimuleren. De adviescheque is een subsidiemaatregel die ondernemingen de mogelijkheid geeft om externe knowhow aan te trekken aan een verminderde prijs. Het nieuwe systeem is vergelijkbaar met de opleidingscheques: ondernemingen kunnen via een eenvoudige procedure op het internet adviescheques inkopen wanneer ze er behoefte aan hebben. Adviescheques hebben een waarde van 30 euro. Daarvan wordt 50% betaald door de onderneming en 50% door de Vlaamse overheid. Een onderneming mag per kalenderjaar maximaal 820 adviescheques reserveren.
Begunstigden
Kleine en middelgrote ondernemingen, alsook een groot aantal vrije beroepen komen in aanmerking voor de maatregel. Voorwaarden zijn dat de onderneming geen vzw is, een exploitatiezetel heeft in het Vlaams Gewest en dat het adviesproject betrekking heeft op een aanvaardbare activiteit. KMO’s en vrije beroepen die beroep doen op adviescheques, engageren zich om Verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen en eventuele latere wijzigingen van deze verordening na te leven.

Projecten




1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   35

  • TREFWOORDEN SPECIFIEKE STEUNMAATREGELEN VOOR STARTERS
  • Projecten

  • Dovnload 0.9 Mb.