Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Subsidiewegwijzer voor ondernemingen

Dovnload 0.9 Mb.

Subsidiewegwijzer voor ondernemingen



Pagina21/35
Datum04.04.2017
Grootte0.9 Mb.

Dovnload 0.9 Mb.
1   ...   17   18   19   20   21   22   23   24   ...   35

Begunstigden

De steun die het IWT toekent in het kader van het VIS-besluit wordt toegekend aan zogenaamde Vlaamse Innovatiesamenwerkingsverbanden. De definitie van een Vlaams Innovatie-Samenwerkingsverband is de gestructureerde samenwerking van in hoofdzaak Vlaamse bedrijven, met al of niet één of meerdere organisaties of instellingen, met het oog op het uitoefenen van activiteiten van collectief onderzoek, technologie advies en/of technologische innovatie-stimulering.

Voor iedere projectcategorie worden specifieke modaliteiten afgesproken. Deze modaliteiten zijn gebaseerd op de doelstellingen die met de projecttypes worden beoogd. Om dus te kunnen nagaan of men voldoet aan de voorwaarden om een project in te dienen, moet men voldoen aan:


  • de algemene definitie van het begrip Vlaams innovatiesamenwerkingsverband;

  • de acceptatiecriteria geldig voor het specifieke projecttype (zie daartoe de specifieke handleidingen).



Projecten

Hierna worden de belangrijkste krachtlijnen gegeven van ieder projecttype:




  • collectief onderzoek: onderzoek dat zich kan richten op de korte, de middellange of de lange termijn. Het kan dus het ruime wetenschappelijk-technologisch spectrum tot voorwerp hebben, van strategisch basisonderzoek (zoals bijvoorbeeld terug te vinden in het SBO-programma) tot en met vertaalonderzoek (zoals het bijvoorbeeld aan bod komt in het TETRA-fonds). Het essentieel criterium is dat het voorgestelde onderzoek belangrijk is voor de collectiviteit van bedrijven waarvoor het is opgezet. De betrokken onderzoeksgroep dient reëel in staat te zijn om de wetenschappelijk-technologische ambities van het project waar te maken;

  • technologische dienstverlening: activiteiten waarbij enerzijds de vragen van de bedrijven rond aspecten van een bepaalde technologie worden behandeld, door hetzij zelf hetzij door inschakeling van andere technologische experten de oplossing aan te bieden (reactieve component, technologie-advies). Anderzijds dienen ook een aantal eigen initiatieven te worden uitgevoerd, al dan niet in samenwerking met collega’s intermediairen, om bepaalde innovatieve aspecten van een technologie naar de bedrijven te brengen (proactieve component, innovatiestimulering);

  • sub-regionale innovatiestimulering: activiteiten van innovatiestimulering, specifiek gericht naar alle bedrijven gelegen in een welbepaald gebied waarbij de bedrijven een eerstelijnszorg rond technologische innovatie wordt aangeboden. Belangrijk hierbij is de verbinding naar de tweede lijn (gespecialiseerde kennisdiensten) die op vlotte, ongebonden en efficiënte manier dient te worden georganiseerd;

  • thematische innovatiestimulering: activiteiten van innovatiestimulering, specifiek gericht naar een groep bedrijven verbonden door een gemeenschappelijke thematiek, met als doel de netwerking en de synergie tussen de bedrijven te bevorderen.



Steunpercentages en modaliteiten


IWT-Vlaanderen kan voor de projecten van Thematische Innovatiestimulering, Technologische dienstverlening en Sub-regionale Innovatiestimulering een subsidie verlenen van 80% van de aanvaarde brutokosten van het project. Deze steun is beperkt tot de kosten van maximaal 2 voltijds equivalenten gedurende 2 x 2 jaar, verhoogd met een forfaitaire werkingskost van 37.500 euro/VTE/jaar.
Voor activiteiten van Collectief Onderzoek bedraagt het steunpercentage 50% van de aanvaarde kosten, activiteiten van innovatiestimulering binnen een project Collectief Onderzoek kunnen rekenen op 80% subsidie. Samenwerking tussen meerdere kenniscentra in een project van Collectief Onderzoek wordt gestimuleerd door een verruiming van de aanvaardbare kosten.
Wanneer IWT-Vlaanderen beslist het project te steunen wordt een overeenkomst opgemaakt tussen het IWT en de projectpartners. Deze overeenkomst is een middelenverbintenis (de overeengekomen middelen moeten voor het beschreven project worden ingezet). Het IWT-Vlaanderen volgt de uitvoering van het project op.
De betaling van de steun gebeurt in jaarlijkse schijven, die gekoppeld zijn aan verslaggeving.

Aanvraagprocedure

Projecten kunnen slechts ingediend worden bij openstelling van een in principe jaarlijkse oproep voor de verschillende projecttypes.


IWT-Vlaanderen beschikt voor elk projecttype in het VIS-programma over een gedetailleerde handleiding, die op eenvoudige aanvraag en gratis verkrijgbaar is, of via de website.

Aanvullende inlichtingen


Algemene informatie is terug te vinden op de homepage van IWT-Vlaanderen (http://www.iwt.be) en via e-mail op het adres: vis@iwt.be.
IWT-Vlaanderen – VIS-Programma

Bernard De Potter

Bischoffsheimlaan 25

1000 Brussel

Tel.: 02/20.90.900

Fax.: 02/22.31.181

E-mail: vis@iwt.be

Website: http://www.iwt.be


1.5 ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSPROGRAMMA'S VAN DE EUROPESE UNIE

Inhoud steunmaatregel
De Europese Unie stelt omvangrijke financiële middelen ter beschikking voor de bevordering van onderzoek-, technologische ontwikkeling- en demonstratieprojecten in diverse domeinen en sectoren.
Het is de bedoeling om door het stimuleren van de grensoverschrijdende samenwerking inzake onderzoek en technologische ontwikkeling (O&O) het concurrentievermogen van de Europese industriële ondernemingen op de wereldmarkt te vergroten. Een andere doelstelling is het bevorderen van de samenwerking tussen industriële ondernemingen, universiteiten en onderzoekscentra.
De steunverlening verloopt hoofdzakelijk via de zogenaamde 'Kaderprogramma's voor Onderzoek, Ontwikkeling en Technologische Demonstratie'. Dit zijn meerjarenprogramma's die de prioriteiten alsook de financiële omvang van diverse actielijnen op middellange termijn aangeven. Zij vormen het beleidsinstrument voor het Europese O&O-beleid. Het Zesde Kaderprogramma, waarvoor een totaal budget is voorzien van 17,5 miljard euro, loopt van 2002 tot 2006.
De voordelen van deelname aan Europese programma's beperken zich niet louter tot financiële steun. Ook de internationale contacten, de waardevolle knowhow, en de toegang tot nieuwe markten die hierbij worden verkregen, zijn zeker niet zonder belang.
Begunstigden
Het Europese Kaderprogramma en zijn specifieke programma's staan open voor iedereen (openbare en particuliere instellingen), gevestigd in de 25 lidstaten van de Europese Unie (EU), ongeacht de vorm van de rechtspersoonlijkheid. Dit kunnen dus individuen, industriële en commerciële ondernemingen (inclusief KMO's), universiteiten, onderzoeksinstellingen en organisaties voor technologieverspreiding zijn.

Daarnaast kunnen ook gelijkaardige entiteiten uit geassocieerde staten (onder andere Israël, Noorwegen, IJsland, Liechtenstein) onder dezelfde voorwaarden aan het kaderprogramma deelnemen.

De deelname en financiering van entiteiten uit derde landen (VS, Japan, en dergelijke) worden bepaald door regels voor Internationale samenwerking en de samenwerkingsovereenkomsten tussen de EU en betrokken landen.

Indieners van een projectvoorstel moeten kunnen aantonen dat zij over de nodige technische, financiële en personele middelen beschikken voor het succesvol uitvoeren van het project en dat de bekomen projectresultaten zullen geëxploiteerd en/of verspreid worden ten behoeve van de hoger vermelde doelstellingen.


Projecten
Omdat het Zesde Kaderprogramma gebruikt wordt voor de realisatie van het ruimere concept van de Europese Onderzoeksruimte (ERA) wordt gebruik gemaakt van specifieke instrumenten of uitvoeringsvormen van projecten, nl.: geïntegreerde projecten en topnetwerken. Via deze instrumenten wordt gestreefd naar de realisatie van grootschalige en ambitieuze projecten rond een beperkt aantal voor de EU prioritaire thema's. Deze zijn voor het Zesde Kaderprogramma:

  • genomica en biotechnologie voor de gezondheid;

  • technologieën van de informatiemaatschappij;

  • nanotechnologieën en nanowetenschappen, kennisgebaseerde multifunctionele materialen, productieprocédés en -apparatuur;

  • lucht- en ruimtevaart;

  • voedselkwaliteit en -veiligheid;

  • duurzame ontwikkeling (energie, transport, milieu);

  • burgers en governance in een kennismaatschappij.

Groot belang wordt gehecht aan de transnationale consortia die de projecten uitvoeren. In het Zesde Kaderprogramma zullen zij kunnen beschikken over een sterk toegenomen autonomie.


Voor de meeste onderzoeksprojecten worden de kosten gedeeld door de partners in het project en de EU. De toegekende subsidie van de Europese Commissie bedraagt maximaal 50% van de kosten voor onderzoek- en innovatieactiviteiten.

Om KMO's te stimuleren tot deelname aan het kaderprogramma bestaat er een specifieke maatregel (de zogenaamde CRAFT-regeling), die het indienen van voorstellen en het deelnemen aan de O&O-activiteiten door KMO's moet vergemakkelijken. Het betreft 'Onderzoeksprojecten in samenwerkingsverband' (coöperatief onderzoek): hierbij kunnen minimum drie KMO's uit minstens twee verschillende lidstaten voor een gemeenschappelijk technologisch probleem een projectvoorstel uitwerken dat door minstens twee onderzoeksuitvoerders met aangepaste onderzoekscapaciteit kan worden uitgevoerd.

Vanaf 1 januari 2005 geldt een nieuwe KMO-definitie. Deze nieuwe definitie introduceert 3 categorieën van ondernemingen : micro-, kleine en middelgrote ondernemingen. Het zijn allemaal ondernemingen die


  • minder dan 250 mensen te werk stellen en

  • ofwel een jaarlijkse omzet van minder dan 50 miljoen euro ofwel een jaarlijks balanstotaal van minder dan 43 miljoen euro hebben.

Daarnaast moet ook bepaald worden of de onderneming autonoom is of een partner-onderneming. In geval van een partner-onderneming moet het deel van de verbonden onderneming bijgeteld worden bij het aantal werknemers en de financiële data om de status als KMO te bepalen.

Meer informatie over de nieuwe Europese definitie (incl. voorbeelden) is terug te vinden via http://europa.eu.int/comm/enterprise/enterprise_policy/sme_definition/sme_user_guide.pdf


Aanvraagprocedure
Naar aanleiding van een officiële oproep voor een bepaald programma kunnen projectvoorstellen ingediend worden bij de diensten van de Europese Commissie; hierbij dienen bepaalde termijnen in acht te worden genomen. Het ingediende projectvoorstel moet aan de specifieke criteria en modaliteiten voldoen, die voor het betrokken programma zijn vastgesteld, bijvoorbeeld:

  • het onderzoek moet een precommercieel karakter hebben;

  • er moet transnationale samenwerking zijn tussen ondernemingen, onderzoeksinstellingen of universiteiten uit een andere lidstaat;

  • het geplande onderzoek moet nieuw zijn.

Het project moet kaderen binnen de prioritaire onderzoek- en ontwikkelingsthema's, die voor de EU zijn vastgesteld.


Jaarlijks zal voor elk van deze thema's het werkprogramma met prioriteiten worden bepaald. Belangrijk is dat hierbij met oproepen wordt gewerkt, en dus enkel tegen bepaalde data voor bepaalde prioriteiten projectvoorstellen kunnen worden ingediend.

Het indienen van projecten moet gebeuren volgens een gedetailleerde procedure, die strikt te volgen is om onontvankelijkheid te vermijden.


KMO's kunnen beroep doen op een KMO-Innovatiestudie type 4 (zie 1.2 KMO-programma) voor subsidies bij het voorbereiden van een Europees onderzoeksproject.

Aanvullende inlichtingen


Algemene informatie vindt u op de website van het EU-kaderprogramma, die niet alleen de recentste informatie bevat over de komende oproepen, de lopende projecten, onderzoekspartners en projectresultaten maar ook alle nodige documenten voor het indienen van een projectvoorstel (handleidingen, aanvraagdocumenten, evaluatiehandleiding, en dergelijke): http://www.cordis.lu/fp6.
Voor meer informatie over het Europese Kaderprogramma en begeleiding bij het indienen van een projectvoorstel kunt u ook terecht bij:
IWT-Vlaanderen

Alain Deleener

Bischoffsheimlaan 25

1000 Brussel

Tel.: 02/209.09.25

Fax: 02/223.11.81

E-mail: adl@iwt.be

Website: http://www.vlaanderen.be/6kp


1   ...   17   18   19   20   21   22   23   24   ...   35

  • Projecten
  • Steunpercentages en modaliteiten
  • Aanvraagprocedure

  • Dovnload 0.9 Mb.