Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Subsidiewegwijzer voor ondernemingen

Dovnload 0.9 Mb.

Subsidiewegwijzer voor ondernemingen



Pagina26/35
Datum04.04.2017
Grootte0.9 Mb.

Dovnload 0.9 Mb.
1   ...   22   23   24   25   26   27   28   29   ...   35

Begunstigden

Kleine, middelgrote en grote ondernemingen komen in aanmerking voor een intrestbonificatie met aanvullende gift.



Projecten

Volgend project komt in aanmerking:



  • uitvoer van uitrustings- en investeringsgoederen naar ontwikkelingslanden (niet naar de Minst- Ontwikkelde-Landen);

  • het project mag niet commercieel leefbaar zijn.



Aanvraagprocedure

Om een intrestbonificatie met aanvullende gift te bekomen moet de exporteur een officiële aanvraag indienen bij Finexpo. Na een grondig onderzoek zal Finexpo advies uitbrengen aan de minister bevoegd voor de Buitenlandse Handel. De minister zal dan beslissen over de toekenning van de intrestbonificatie met aanvullende gift.


Vervolgens krijgt de beslissing over de toekenning van de intrestbonificatie met aanvullende gift concreet vorm door de uitgifte van een belofte die een minimum uitgangsrentevoet waarborgt gedurende 1 jaar, te rekenen vanaf de datum van ondertekening voor akkoord door de minister.
Indien de transactie binnen deze termijn wordt afgesloten, wordt aan de exporteur bij ministerieel besluit de intrestbonificatie met aanvullende gift definitief toegekend. Indien ze niet binnen deze termijn wordt afgesloten kan ze mits schriftelijke aanvraag tweemaal verlengd worden met telkens één jaar.

Aanvullende inlichtingen


Finexpo

Karmelietenstraat 19

1000 Brussel

Tel.: 02/501.89.78 - 02/501.83.98 – 02/501.82.53

Fax: 02/501.88.27

Website: http://www.finexpo.be

4.4 LENINGEN VAN STAAT TOT STAAT


Inhoud steunmaatregel

Staatsleningen worden door België toegekend aan ontwikkelingslanden met het oog op de concessionele financiering van de export van Belgische uitrustingsgoederen en aanverwante diensten.


De staatsleningen beogen zodoende een dubbel doel: enerzijds bijdragen tot de ontwikkeling in de begunstigde landen en anderzijds de ondersteuning van de Belgische economie door de bevordering van de Belgische verre export.
Sinds 1 januari 2002 zijn de Staatsleningen voor de Minst-Ontwikkelde-Landen (MOL) ongebonden. Enkel projecten met een bedrag kleiner dan 700.000 Speciale Trekkingsrechten (STR) komen nog in aanmerking voor gebonden hulp.
Aanvraagprocedure
De staatsleningen worden aan zeer concessionele voorwaarden toegekend: de krediettermijn bedraagt 30 jaar met een gratieperiode van 10 jaar. De intrest bedraagt 0 of 2% afhankelijk van het BNP/capita van de begunstigde landen. De staatsleningen worden omwille van het grote schenkingsdeel als ontwikkelingshulp erkend door het DAC-comité van de OESO.
De staatsleningen worden bijna altijd gecombineerd met commerciële leningen. Er is dus meestal sprake van een ‘gemengde financiering’.
De vraag voor een staatslening moet officieel aan het secretariaat van het Finexpo-comité voorgelegd worden.

Gebonden hulp


Voor projecten in niet-MOL of projecten met een bedrag kleiner dan 700.000 STR in MOL die in aanmerking komen voor een Lening van Staat tot Staat moeten de geïnteresseerde Belgische bedrijven een aanvraag indienen bij het secretariaat van Finexpo en de officiële vragenlijst toesturen (zoals voor intrestbonificaties). De geleverde antwoorden moeten toelaten onder andere de economische en ontwikkelingsrelevantie te onderzoeken van de Staatslening voor het begunstigde land.

Ongebonden hulp


Grotere projecten in MOL (meer dan 700.000 STR) worden via een specifieke vragenlijst ingediend door de overheid van het geïnteresseerde land of door een organisme in dat land dat staatsgarantie geniet.

Aanvullende inlichtingen




Thesaurie

Kunstlaan 30

1040 Brussel

Tel.: 02/233.74.24

Fax: 02/233.70.83
Finexpo

Karmelietenstraat 19

1000 Brussel

Tel.: 02/501.84.90 – 02/501.82.53

Fax: 02/501.88.27

Website: http://www.finexpo.be



  1. MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP - TER BESCHIKKING STELLEN VAN VLAAMSE UITRUSTINGSGOEDEREN


Inhoud steunmaatregel
Ter bevordering van de Vlaamse export werd door de Vlaamse regering op 26 oktober 1994 het besluit tot het ter beschikking stellen van Vlaamse uitrustingsgoederen goedgekeurd. Op 11 februari 2000 werd het door de Vlaamse regering voor een tweede maal bijgestuurd en voor onbepaalde duur verlengd.
Uitrustingsgoederen zijn machines of uitrusting met hoge stukwaarde voor gebruik in een fabricageproces of in productie of handel of andere kapitaalgoederen. Vlaamse uitrustingsgoederen mogen in principe niet meer dan 30% goederen van buitenlandse oorsprong bevatten. Dit percentage wordt op 40% gebracht indien het uitsluitend goederen met oorsprong uit de Europese Unie betreft.
De uitrustingsgoederen moeten door de aanvrager rechtstreeks aan de eindgebruiker geleverd worden.
Subsidies kunnen niet worden toegekend voor de levering van militaire goederen, schepen, vliegtuigen, kernenergiecentrales en landbouwproducten.
Begunstigden


  • Kleine en middelgrote ondernemingen die gevestigd zijn in het Vlaamse Gewest komen in aanmerking voor steun. KMO's worden als volgt gedefinieerd:

  • maximaal 250 werknemers tellen;

  • de onderneming heeft een jaaromzet van maximaal 50 miljoen euro, of heeft een balanstotaal van maximaal 43 miljoen euro;

  • de onderneming voldoet aan de voorwaarden van een zelfstandige onderneming, een partneronderneming of een verbonden onderneming (cfr. Aanbeveling van de Europese Commissie 2003/361/8EG).



Steun


Een onderneming kan per land slechts één subsidie krijgen binnen een periode van drie jaar. De subsidies kunnen niet worden toegekend als uit een beslissing of handeling van de overheid blijkt dat de betrekkingen met het land waarop de uitvoer gericht is, verbroken zijn, geschorst zijn of ernstig in het gedrang komen.
Landen die zich in een oorlogssituatie bevinden of landen waartegen internationale sancties zijn uitgevaardigd, zijn uitgesloten van steun.
Per jaar kan eenzelfde bedrijf slechts voor twee dossiers een subsidie ontvangen.
Uitrustingsgoederen kunnen ter beschikking gesteld worden voor export naar landen, toegelaten volgens de OESO-concensus (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling).

De steun is bepaald op 35% van het contractbedrag. Voor de gewone ontwikkelingslanden mag het contractbedrag maximum 740.0000 euro bedragen.

Voor de Minst-Ontwikkelde-Landen is de steun bepaald op 50% van het contractbedrag. Voor de MOL-landen mag het contractbedrag maximum 495.000 euro bedragen.
De steun wordt in twee schijven uitbetaald. Een eerste schijf van 75% wordt uitbetaald na voorlegging van bewijsstukken waaruit blijkt dat het goed daadwerkelijk geleverd is. De tweede schijf van 25% wordt uitbetaald bij het bewijs van installatie of van werking en op voorwaarde dat het evaluatierapport naar de administratie is gestuurd.
Diversen
Bij de beoordeling worden volgende criteria onderzocht:


  • het project is niet haalbaar op commerciële voorwaarden mede gelet op de potentiële koopkracht van de buitenlandse koper;

  • het project heeft invloed op de tewerkstelling bij de aanvrager;

  • de onderneming staat in concurrentie met andere aanbieders;

  • het project verhoogt de marktkansen van de aanvrager in het land of de regio in kwestie.

Inhoudelijke en budgettaire wijzigingen aan het project moeten door de aanvrager aan de administratie worden gemeld. Elke wijziging moet door de administratie voorafgaandelijk worden goedgekeurd. Indien een project volledig of gedeeltelijk wordt stopgezet, moet de aanvrager dat eveneens onmiddellijk melden aan de administratie.


Het aanvraagformulier en de landenlijst zijn te vinden op http://www.vlaanderen.be/economie.

Aanvullende inlichtingen


Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap

Afdeling Europa Economie

Markiesstraat 1

1000 Brussel

Tel.: 02/553.37.31 (Elke Tiebout) – 02/553 39.96 (David Grzegorzewski)

Fax: 02/502.47.02

E-mail: elke.tiebout@ewbl.vlaanderen.be

E-mail: david.grzegorzewski@vlaanderen.be


6. JAPAN EN DE EUROPESE UNIE - EXPROM




Inhoud steunmaatregel
Sinds 1979 moedigt de Europese Commissie Europese bedrijven aan om te investeren in de Japanse markt. Daarvoor zette de Commissie een reeks initiatieven op om de export naar Japan te stimuleren. Deze exportsteunende maatregelen worden ondergebracht onder de naam 'EXPROM'.
Projecten
Volgende activiteiten zijn in dit programma voorzien:

6.1 GATEWAY TO JAPAN


Dit programma richt zich naar bestaande KMO’s in de Europese Unie in de volgende sectoren: voeding en drank, medische sector, bouwmaterialen, informatietechnologieën en communicatie, milieutechnologieën, outdoor lifestyle, modeontwerpers voor jongeren. Bovendien moeten de KMO’s reeds exportervaring hebben en reeds exportmogelijkheden op de Japanse markt reëel achten.
De Europese Commissie financiert en beheert Gateway to Japan maar binnen Eurochambres, het Europees Kamernetwerk, coördineert de Federatie der Kamers voor Handel en Nijverheid het programma voor België. Na twee succesvolle reeksen van exportpromotie startte in 2003 de derde fase van Gateway to Japan die loopt tot eind 2006.


EEN HANDELSMISSIE OP BEURS (TM OF TF) STAP VOOR STAP

De rekrutering

De geïnteresseerde KMO vult het inschrijvingsformulier in en stuurt het op naar zijn Nationale Coördinator met een visitekaart, een brochure van het bedrijf en het product en een beknopte voorstelling van het bedrijf.

De selectie

De Europese Commissie en Eurochambres zijn belast met de selectie. De groepen bestaan uit 25 deelnemende bedrijven, verkozen uit de Europese kandidaten (45 voor Voeding en Drank).

De voorbereiding in Europa

Raad, opleiding, seminaries, ateliers, briefings voor personen en groepen; gepersonaliseerde diensten (vertalingen, marktresearch); contact met sectorexperten in Japan; een speciale sectie op de EU Gateway to Japan website met marktstudies en feedback van andere sectoren.

De missie naar Japan

Communicatie: perscommuniqué, persinformatie, interviews, uitnodigingen.

1activiteitenweek: briefing; studiebezoeken op de bedrijven of installaties; voorstelling van producten en Europese diensten, zakenafspraken.

Logistieke en financiële ondersteuning: hotel (reservatie en bijdrage tot een bedrag van 1000 euro); individuele commerciële diensten (bijdrage tot een bedrag van 1,800 euro en 80% van de kosten die aan het bedrijf worden aangerekend); vertaling Engels/Japans tijdens de groepsevenementen; de catalogus van de Missie in het Japans waarin de profielen van alle Europese bedrijven weergegeven worden, hun producten en hun gegevens.


Na de missie

Gratis gebruik van het Jetro-kantoor in Tokyo.

Aanvullende inlichtingen:
Europese Commissie

Eenheid voor Betrekkingen met Japan, Korea, Australië en Nieuw-Zeeland

Directoraat Generaal Externe Betrekkingen

CHAR 14/143 – 1049 Brussel

Tel.: 02/296.49.72 – Fax: 02/299.10.33

E-mail: relex-gatewaytojapan@cec.eu.int

Contactpersoon: dhr. Eric Hamelinck

Website: http://www.gatewaytojapan.org


Federatie der Kamers voor Handel en Nijverheid van België

Fabienne Cleymans

Kunstlaan 1-2 b10

1210 Brussel

Tel.: 02/209.05 50

Fax: 02/209.05.68

E-mail: fcleymans@cci.be

6.2 EXECUTIVE TRAINING PROGRAMME


Dit programma biedt jaarlijks jonge kaderleden van Europese ondernemingen de kans om de Japanse markt te ontdekken. Via een stage, een taalcursus en een managementcursus, worden de jonge kaderleden wegwijs gemaakt in de Japanse markt. Om in aanmerking te komen moet de kandidaat burger zijn van de Europese Unie en gedurende de tijd in Japan volledig ondersteund worden door het moederbedrijf. Daarnaast zijn een universitair diploma en een grondige kennis van het Engels noodzakelijk.

Meer informatie vindt u op volgende website: http://www.etp.org/japan/japintro.htm.

6.3 AD-HOC PROGRAMMA'S
EXPROM biedt ook ad-hoc programma's waarbij de Europese Commissie de marktstrategieën van Europese bedrijven in Japan ondersteunt.
Het EU-Japan Centrum voor Industriële Samenwerking organiseert opleidingen en handelsmissies voor managers van de EU naar Japan. Meer info kunt u bekomen op volgende website: http://www.eujapan.com.

Aanvullende inlichtingen


Voor algemene informatie rond Exprom kunt u terecht op volgend adres:

Europese Commissie

DG Buitenlandse Betrekkingen, Directie C

Wetstraat 200

1040 Brussel

Tel.: 02/299.00.96

Fax: 02/299.10.43

Website: http://europa.eu.int/comm/external_relations/japan/intro/exprom.htm


DEEL VII : EUROPESE STEUN

1. DE STRUCTUURFONDSEN

De Europese Structuurfondsen hebben als doelstelling de sociaal-economische ongelijkheden in de Europese Unie weg te werken. Het gaat hierbij om het Europees Fonds voor Regionale Ontwikke­ling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds (ESF), het Europees Oriëntatie- en Garantie­fonds voor de Landbouw (EOGFL) - Afdeling Garantie en Oriëntatie en het Financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de Visserij (FIOV).


Het EFRO is erop gericht de regionale ongelijkheden binnen de EU te vermin­deren via economische projecten, vooral infra­structuurwerken en begeleiding van de economische ontwikkeling. Het ESF is uitgegroeid tot een beroepsopleidingsfonds en het EOGFL wil de aanpassing van de landbouwstructuur bevorderen, alsook de achterstand van bepaalde plattelandszones wegwerken. Het FIOV beoogt een coherent beleid inzake structuren van visserij en aquacultuur.
Sinds de nieuwe hervorming van de Europese Structuurfondsen, goedgekeurd op 21 juni 1999, is het toekennen van steun verbonden aan 3 doelstellingen:

1   ...   22   23   24   25   26   27   28   29   ...   35

  • Aanvraagprocedure
  • Inhoud steunmaatregel
  • Gebonden hulp
  • Ongebonden hulp

  • Dovnload 0.9 Mb.