Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Subsidiewegwijzer voor ondernemingen

Dovnload 0.9 Mb.

Subsidiewegwijzer voor ondernemingen



Pagina29/35
Datum04.04.2017
Grootte0.9 Mb.

Dovnload 0.9 Mb.
1   ...   25   26   27   28   29   30   31   32   ...   35

Zwaartepunt 6


In het kader van zwaartepunt 6 kunnen onderzoeksprojecten ingediend worden, alsmede pilootprojecten en experimenten. Dit alles dient natuurlijk verband te houden met de problematiek van het EPD doelstelling 3.

EQUAL




Dankzij de samenwerking van partners uit meer dan één lidstaat van de EU wil Equal komen tot de ontwikkeling van nieuwe ideeën en methodieken om discriminatie en uitsluiting op de arbeidsmarkt tegen te gaan. De werking van Equal is gebaseerd op een aantal essentiële 'bouwstenen'.





  • Thema’s: de thema's waarrond Equal werkt, hangen samen met de vier pijlers van de Europese Werkgelegenheidsstrategie (namelijk inzetbaarheid, ondernemerschap, aanpasbaarheid en gelijke kansen), alsook de problematiek van de asielzoekers.

  • Ontwikkelingspartnerschap: Equal projecten moeten toetreden tot een ontwikkelingspartnerschap. Hierin zijn de sleutelactoren in verband met een bepaald thema verenigd. Het kan gaan om sleutelactoren uit een regio of een sector.

  • Transnationale samenwerking: een ontwikkelingspartnerschap zal ten minste één partner uit een andere lidstaat moeten hebben. Aldus wordt er knowhow over de grenzen heen opgebouwd.

  • Innovatie: Equal richt zich tot projecten die een vernieuwing inhouden.

  • Disseminatie: het is de bedoeling dat de ontwikkelde knowhow op grotere schaal verspreid wordt.


Diversen

Cofinanciering

Het ESF is nooit de enige financieringsbron van projecten. Elk project dient mede gefinancierd te worden door andere instanties, de zogenaamde 'cofinanciering'. Deze cofinanciering kan zowel publiekrechtelijk als privaatrechtelijk zijn.




Twee financieringsinstrumenten zijn specifiek in het leven geroepen om te functioneren als Vlaamse cofinanciering voor ESF projecten, namelijk het Hefboomkrediet en VESOC. Hefboom levert vooral cofinanciering voor projecten onder doelstelling 3, zwaartepunt 4, VESOC doet dit voor projecten onder doelstelling 3, zwaartepunt 5.

Aanvraagprocedure

Het ESF werkt met indieningrondes. Deze variëren per doelstelling en zelfs per zwaartepunt. Het principe is echter steeds hetzelfde. Een promotor dient een aanvraagformulier in, waarna er een beslissing genomen wordt. Indien een project goedgekeurd wordt, kan het opstarten. Naderhand zal de promotor, op basis van de vereiste bewijsstukken, de financiële middelen ontvangen.



Aanvullende inlichtingen

ESF-Agentschap vzw

Gasthuisstraat 31 (9de verdieping)

1000 Brussel

Tel.: 02/546.22.11

Fax: 02/546.22.40



E-mail: info@esf-agentschap.be

Website: http://www.esf-agentschap.be

1.3 EUROPEES ORIENTATIE- EN GARANTIEFONDS VOOR DE LANDBOUW (EOGFL) -

AFDELING GARANTIE EN ORIENTATIE



Inhoud steunmaatregel
Het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw is het instrument voor de financiering van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Het bestaat uit twee afdelingen:

  • de afdeling 'Garantie', zal instaan voor de financiering van alle soorten maatregelen ter ondersteuning van structurele aanpassingen en plattelandsontwikkeling;

  • de afdeling 'Oriëntatie', voor de bevordering van de ontwikkeling en de structurele aanpassing van de regio's met een ontwikkelingsachterstand (doelstelling 1-gebieden, komt niet voor in Vlaanderen en de projecten lopende onder het communautair initiatief Leader +).

Algemeen kan worden gesteld dat de tussenkomsten van het EOGFL, afdeling Garantie, gericht zijn op de aanpassing van de productie-, de verwerkings- en de verkoopsstructuur in de landbouwsector met het oog op de hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en op de ontwikkeling van het platteland.


Begunstigden
De begunstigden van de EOGFL-steun zijn naast de verschillende particuliere bedrijven (landbouwbedrijven en afzet- en verwerkingsbedrijven) die een structurele actie ondernemen in de landbouwsector, semi-overheidsorganen, nationale of regionale vertegenwoordigingsorganisaties, opleidingsinstellingen, vrijwilligersorganisaties of organisaties van ondernemingsbelangen.
Projecten


  • steun aan de investeringen in de landbouw;

  • steun aan de installatie in de landbouw;

  • steun voor opleiding in de landbouw;

  • steun aan landbouwbedrijven in probleemgebieden en in gebieden met specifieke beperkingen op milieugebied: bemestingsbeperkingen in kwetsbare zones;

  • steun aan milieumaatregelen in de landbouw;

  • steunverlening voor de verbetering van de verwerking en afzet van land- en tuinbouwproducten;

  • steun voor bosbouw;

  • steun voor een geïntegreerde plattelandsontwikkeling;

  • bevordering van de aanpassing en de ontwikkeling van het platteland door steun voor de afzet van kwaliteitslandbouwproducten;

  • stimulering biologische landbouw.


Aanvraagprocedure
De lidstaat diende een programmeringsdocument 'het Vlaams programma voor plattelandsontwikkeling, periode 2000-2006' in waarin, op basis van de materie, een diagnostische analyse werd voorgesteld op nationaal of regionaal niveau, rekening houdend met de beoogde doelstellingen en de strategie van de lidstaat op dit gebied. Voor Vlaanderen betreft het gebied het hele Vlaamse Gewest voor tal van materies of voor sommige milieumaatregelen welbepaalde afgebakende gebieden. Het definitieve plan werd door de Vlaamse regering goedgekeurd op 08/09/2000.

Op basis van dit plan werd een communautair bestek opgesteld in samenwerking met de betrokken lidstaat en de regio’s. Het communautaire bestek geeft een uiteenzetting van de voorziene prioriteiten, de financiering en de begeleidingsvormen.


Aansluitend werden individuele aanvragen ingediend binnen de regelgevingen en procedures per ingezet instrument voor de verschillende materies en projectkaders.

Aanvullende inlichtingen


Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap

Administratie Land- en Tuinbouw

Cel Beleids- en managementondersteuning

Buitenlands Beleid

Leuvenseplein 4 (7de verdieping)

1000 Brussel

Tel.: 02/553.63.63

Fax: 02/553.63.50

E-mail: patricia.declercq@ewbl.vlaanderen.be
1.4 FINANCIERINGSINSTRUMENT VOOR DE ORIENTATIE VAN DE VISSERIJ (FIOV)

Inhoud steunmaatregel
Het Financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de Visserij (FIOV) is het Europese structuurfonds dat specifiek voor de structuurverbetering in de visserij- en aquicultuursector werd opgericht. Ingevolge EU-verordening nr. 2792/99 kan het FIOV tussenkomen op volgende actiegebieden:


  • modernisering van de vissersvaartuigen;

  • aanpassen van de visserij-inspanning;

  • gemengde vennootschappen;

  • kleinschalige kustvisserij;

  • sociaal-economische maatregelen;

  • bescherming van de levende rijkdommen van de zee in de marine zones langs de kusten;

  • aquacultuur;

  • uitrusting van vissershavens;

  • verwerking en afzet van visserij- en aquacultuurproducten;

  • verkoopbevordering en het zoeken naar nieuwe afzetmogelijkheden;

  • door het bedrijfsleven uitgevoerde acties;

  • tijdelijke stillegging van activiteiten en financiële compensaties voor andere maatregelen;

  • innoverende acties en technische bijstand.


Begunstigden
De begunstigden van de FIOV-steun zijn, afhankelijk van de maatregel, de verschillende overheden of overheidsinstellingen, particuliere bedrijven of zelf vzw's die een structurele actie ondernemen in de visserij- en aquicultuursector.
Projecten
De programmering 'Visserij buiten doelstelling 1' werd in december 2000 door de Europese Unie goedgekeurd en heeft betrekking op alle geledingen van de sector, met name:

  • modernisering van de vissersvloot, aquicultuur;

  • uitrusting van de vissershavens, verwerking van de afzet van visserij- en aquicultuurproducten, promotie van visserijproducten;

  • andere ondersteunende projecten van collectief belang.

Voor de investeringen van particuliere bedrijven voorziet de Europese Unie een maximum FIOV-steun van 15%.


Aanvraagprocedure
Voor projecten die kaderen in de maatregelen commercialisering (verwerking en afzet van visserij- en aquicultuurproducten) en havenuitrusting worden de indieningsmodaliteiten via het Belgisch Staatsblad en de pers bekendgemaakt. Aanvragen kunnen slechts tijdens bepaalde periodes ingediend worden.

Projecten die tot de overige maatregelen behoren, met name de modernisering van de vissersvloot en aquicultuurbedrijven, promotie, ondersteunende projecten van algemeen belang en eerste installatie van jonge vissers als reder, kunnen doorlopend ingediend worden. De indieningsmodaliteiten zijn beschikbaar op de website van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.


Aanvullende inlichtingen


Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap

Afdeling Land- en Tuinbouwondersteuningsbeleid

Leuvenseplein 4 (3de verdieping)

1000 Brussel

Tel.: 02/553.63.10

Fax: 02/553.63.05


2. EUROPESE INVESTERINGSBANK (EIB)

De Europese Investeringsbank (EIB), de financieringsinstelling van de Europese Unie, is opgericht met als doel bij te dragen tot de evenwichtige ontwikkeling van de Europese Unie door het toeken­nen van leningen ter financiering van investe­ringsprojec­ten. De steunverlening van de EIB is in de eerste plaats bedoeld voor de ontwikkeling van de minst begunstigde regio’s. Andere doelstellingen zijn de versterking van het concurrentievermogen van het bedrijfsleven, steun aan het midden- en kleinbedrijf (KMO's), de opzet van transeuropese netwerken voor vervoer, telecommunicatie en energie, milieubescherming en verbetering van het leefklimaat, veiligstelling van de energievoorziening, uitbreiding en modernisering van de infrastructuur in het onderwijs en de gezondheidszorg, het ter beschikking stellen van risicokapitaalfaciliteiten ten behoeve van investeringen van vernieuwende en snelgroeiende KMO's.


De EIB is een financiële instelling zonder winstoogmerk. Zij trekt haar middelen op de kapitaalmarkten aan en leent deze vervolgens weer uit tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden. Zij kan investeringsprojecten financieren van zowel de overheid als van de opdrachtgevers in de particuliere sector, in alle sectoren van de economie.
De EIB streeft er in de eerste plaats naar om als katalysator andere financieringsbronnen te stimuleren of deze aan te vullen. Zelf financiert zij niet meer dan de helft van de investeringskosten van een project en vult met haar lange termijnleningen (kortere) leningen van andere, commerciële banken aan.

2.1 INDIVIDUELE KREDIETEN



Inhoud steunmaatregel
Grotere projecten ter waarde van minimum 25 miljoen euro worden gefinancierd door middel van indivi­duele kredieten die rechtstreeks aan de betrokkenen worden toegekend. Zo werden bijvoorbeeld reeds kredieten toegekend voor waterprojecten van Aquafin, de hogesnelheidslijn van de NMBS, de vernieuwing van het productieapparaat en nieuw R&D-centrum IMEC. Afzonderlijke kredieten komen in onderhandelingen tussen de EIB, de projectopdrachtgever en in voorkomend geval zijn bank(en) tot stand. De kenmerken van de kredieten zijn aangepast aan de aard van het project, de uitvoeringsfase en de economische levensduur.
De gebruikelijke looptijd van de kredieten varieert van 4 tot 20 jaar, afhankelijk van de aard en de technische levensduur van het project.
Begunstigden
De kredieten kunnen worden toegekend aan overheidsinstellingen of particuliere geldnemers in alle sectoren van de economie, met andere woorden private, openbare of semi-openbare ondernemingen, coöperatieven, openbare instellingen of de lidstaat zelf komen in aanmerking (ongeacht statuut of nationaliteit).
Projecten
Investeringen van meer dan 25 miljoen euro op het gebied van transportinfrastructuur (zoals wegen, spoorwegen, havens en vliegvelden), telecommunicatie, industrie (bedrijfsgebouwen en -terreinen, productie, verwerking, verpakking, ...), zakelijke dienstverlening, toerisme, energie, milieu, bosbouw, onderwijs en gezondheidszorg kunnen in aanmerking komen voor een EIB-krediet. Deze kunnen niet worden gebruikt voor de aankoop van een onderneming of voor niet-zakelijk onroerend goed.
Diversen
De EIB besluit tot financiering van een project op basis van een onderzoek naar de intrinsieke eigenschappen ervan. Het projectonderzoek vindt in nauwe samenwerking met de projectopdrachtgever plaats en heeft betrekking op:

  • de beantwoording van het project aan de doelstelling voor kredietverlening van de EIB;

  • zijn economische relevantie, financiële gezondheid, technische uitvoerbaarheid en de invloed op het milieu;

  • de financiële situatie van de projectopdrachtgever, het financieringsplan en de geboden zekerheden.

De Europese Investeringsbank financiert maximaal 50% van de totale investeringskosten; de rest moet uit het eigen vermogen of van andere (externe) financieringsbronnen komen.


De rente kan naar keuze vast, variabel, herzienbaar of convertibel (van variabel naar vast) zijn. De kredieten worden a pari uitgekeerd. De EIB berekent geen provisies, met uitzondering van een geringe marge ter dekking van haar administratiekosten.
De EIB biedt leningen aan in één enkele valuta of in een combinatie van valuta naar gelang van de wensen van de kredietnemer en de bij de Bank beschikbare middelen.
De aflossingen van hoofdsom en rente worden meestal in gelijke halfjaarlijkse of jaarlijkse termijnen betaald. De leningen worden terugbetaald in de valuta waarin ze werden verstrekt. Afhankelijk van de aard van de investering kan een aflossingsvrije periode worden overeengekomen die tot een derde van de looptijd van het project kan oplopen.
De EIB oefent periodiek toezicht uit op de uitvoering van de werkzaamheden en eventueel de aanbestedingen. Na voltooiing van het project wordt een evaluatieverslag opgesteld, dat voor intern gebruik bij de EIB is bestemd.
Aanvraagprocedure
Verzoeken om afzonderlijke leningen, kunnen zonder formaliteiten rechtstreeks aan de EIB worden gedaan.


2.2 GLOBALE KREDIETEN

Inhoud steunmaatregel
Kleine en middelgrote investeringsprojecten van minder dan 25 miljoen euro in de openbare of de particuliere sector, die niet door middel van een individueel krediet kunnen worden gefinancierd, kunnen in aanmerking komen voor een lening die uit de globale kredieten wordt verstrekt. Globale kredieten zijn kredietlijnen die de Europese Investeringsbank aan lokale banken en andere financieringsinstellingen toekent. Deze lenen de van de EIB afkomstige middelen weer uit in de vorm van kleinere leningen voor de financiering van investeringen die op basis van de criteria van de EIB zijn geselecteerd.
De lening bedraagt minimaal 20.000 euro en maximaal 12,5 miljoen euro - voor investeringsprojecten variërend van 40.000 euro tot 25 miljoen euro - en bedekt niet meer dan 50% van de totale investeringskosten.
Begunstigden
De kredieten kunnen worden toegekend aan KMO's of lagere overheden. De EIB heeft besloten om haar definitie van KMO aan te passen aan de nieuwe definitie van de Commissie die van kracht is sedert 1 januari 2005:


  • er werken maximaal 250 werknemers;

  • de onderneming heeft of een jaaromzet van maximaal 50 miljoen euro, of een balanstotaal van maximaal 43 miljoen euro;

  • niet meer dan 25% van het kapitaal of van de stemrechten zijn in handen van één onderneming of van verscheidene ondernemingen die niet aan deze definitie beantwoorden.

Door het toepassen van deze definitie zal de maximale omvang van een KMO-onderneming dalen van 500 naar 250 werknemers. Dit heeft geen grote gevolgen voor de potentiële begunstigden, daar de meeste ondernemingen die in het kader van de KMO-faciliteiten gebruik maken van de globale kredieten van de EIB minder dan 250 personen in dienst hebben


Daarnaast heeft de EIB besloten instrumenten te gaan invoeren die geschikt zijn voor de financiering van ondernemingen van middelgrote omvang, dat wil zeggen bedrijven die minder dan 3000 werknemers in dienst hebben. Hierdoor blijft het mogelijk indirecte kredieten te verstrekken aan ondernemingen die ten gevolge van de nieuwe definitie niet meer onder KMO vallen, mits hun projecten in aanmerking komen voor financiering door de EIB.
Projecten
Investeringen van minder dan 25 miljoen euro van KMO's in de industrie, dienstverlening, het toerisme, de horeca en de handel in België kunnen in aanmerking komen. Niet-zakelijk onroerend goed valt buiten de financieringsmogelijkheden. Wat betreft investeringen in de overheidssector gaat het om projecten op het gebied van stadsvernieuwing, inclusief stedelijke infrastructuur, milieubescherming, onderwijs en gezondheidszorg.
Diversen
De leningen uit de globale kredieten worden toegekend door de bemiddelende instantie, tegen de voorwaarden die door haar zijn vastgesteld aan de hand van de criteria van de EIB. Deze instantie is ook verantwoordelijk voor het onderzoeken van de kredietaanvragen, de beoordeling van het risico en het beheer van de kredieten.

U kunt banken en andere financiële instellingen die de globale kredieten in België uitvoeren vinden op:



http://www.eib.org/attachments/lending/inter_be.pdf .

De EIB oefent periodiek toezicht uit op de krediettoewijzingen van de bemiddelende instanties, omdat zij er verzekerd van dient te zijn dat de toegekende fondsen worden gebruikt overeenkomstig de goedgekeurde doelstellingen van het gemeenschappelijk akkoord.


Aanvraagprocedure
Aanvragen voor leningen in het kader van de globale kredieten dienen rechtstreeks bij de bovengenoemde banken en de andere financiële instanties te worden ingediend.

Aanvullende inlichtingen


Algemene inlichtingen over de Europese Investeringsbank:

InfoDesk:

Tel.: +352 43 79 31 22

Fax: +352 43 79 31 91

E-mail: info@eib.org
Algemeen adres en telefoonnummer:

European Investment Bank

100, boulevard Konrad Adenauer

L-2950 Luxembourg

Tel.: +352 43 79 1

Fax: +352 43 77 04

Website: http://www.eib.eu.int
Kantoor in België:

Wetstraat 227

1040 Brussel

Tel.: 02/235.00.70

Fax: 02/230.58.27
Informatie over de activiteiten in België:

Sabine Parisse

Tel.: +352 43 79 21 46

s.parisse@eib.org
Specifieke inlichtingen en aanvragen voor toegang tot documenten:

Information and Communications Department

Secretariat General

100 boulevard Konrad Adenauer

L-2950 Luxembourg

Fax: +352 43 79 31 91



infopol@eib.org

3. EUROPEES INVESTERINGSFONDS (EIF)


Het Europees investeringsfonds (EIF) houdt zich bezig met activiteiten op drieërlei gebied, namelijk risicokapitaal, garanties en adviesdiensten:



  • de risicokapitaalinstrumenten van het EIF bestaan uit deelnemingen in participatiemaatschappijen en starterscentra ter ondersteuning van KMO's, in het bijzonder die, welke zich in een vroeg stadium van ontwikkeling bevinden en op technologie gericht zijn;

  • de garantiefaciliteiten van het EIF bestaan uit het bieden van garanties aan financiële instellingen die kredieten verstrekken aan KMO's;

  • adviesdiensten in verband met risicokapitaal, garantiefaciliteiten en complexe financiële structuren worden door het EIF verstrekt tegen markttarieven.

Door het hefboomeffect van haar risicokapitaal en garantiefaciliteiten is het EIF in staat bij te dragen aan de ontwikkeling van de KMO's in de lidstaten van de Europese Unie en de toetredingslanden. Deze bijdrage is in overeenstemming met de conclusies van de ECOFIN-Raad van 7 november 2000, die de nieuwe rol van het EIF benadrukt als de EU's gespecialiseerd instelling ten behoeve van de KMO's.


De risicokapitaalinstrumenten en de garantiefaciliteiten, die door het EIF worden gebruikt ten behoeve de KMO's, vormen een aanvulling op de globale kredieten die door de Europese Investeringsbank worden verstrekt aan bemiddelende financiële instellingen ter ondersteuning van kredietverlening aan KMO's.
De aandacht wordt erop gevestigd dat het EIF niet direct in KMO's investeert, maar in plaats daarvan altijd werkt via bemiddelende tussenpersonen. Aan deze tussenpersonen worden de te verrichten activiteiten volledig gedelegeerd: het EIF is niet betrokken bij individuele investerings- en kredietbeslissingen. KMO's die op zoek zijn naar financiering moeten contract opnemen met een bemiddelende tussenpersoon voor het EIF in hun land of regio voor informatie over de selectiecriteria en de aanmeldingsprocedures.
In het kader van Beschikking 2000/819/EG van de Raad van 20 december 2000 betreffende een meerjarenprogramma voor ondernemingen en ondernemerschap, met name voor de KMO's (2001-2005, verlengd tot 2006) beheert het EIF namens de Europese Commissie de financiële instrumenten van dit programma. Daarnaast stelt het EIF ook nog eigen middelen van de EIB en EIF ter beschikking voor risicokapitaaltransacties.



    1. RISICOKAPITAAL



      1. DE ETF-STARTERSREGELING (2001-2005, verlengd tot 2006)


Inhoud steunmaatregel

De ETF-startersregeling maakt het mogelijk MKB-ondernemingen op te richten en in de startfase te financieren met deelnemingen – op gelijke voet met particuliere risicokapitaalbeleggers – in gespecialiseerde risicokapitaalfondsen, met name zaaikapitaalfondsen, fondsen van beperkte omvang, regionaal werkzame fondsen of fondsen die zich op specifieke bedrijfstakken of technologieën concentreren, of risicokapitaalfondsen die de exploitatie van O & O-resultaten financieren, bijvoorbeeld fondsen die aan onderzoekcentra en wetenschapsparken zijn verbonden, die op hun beurt risicokapitaal voor het MKB verschaffen.


De ETF-startersregeling participeert ook in het kapitaal van starterscentra, op gelijke voet met particuliere beleggers. In dit opzicht moeten starterscentra op dezelfde manier als risicokapitaalfondsen worden behandeld.
Begunstigden
Financiële intermediairs voor het MKB (zoals banken, instellingen die garantiestelstels beheren, zaai- en risicokapitaalfondsen en starterscentra). Dit programma staat open voor de lidstaten van de EU, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein.
Projecten
De bedoeling is:

  • te investeren in gespecialiseerde risicokapitaalfondsen, met name in kleinere of in recent opgerichte fondsen, regionale fondsen, fondsen die zich op specifieke bedrijfstakken of technologieën concentreren en fondsen die de exploitatie van O & O-resultaten financieren, bijvoorbeeld fondsen die met onderzoekcentra en wetenschappelijke instellingen zijn verbonden;

  • de oprichting en ontwikkeling van starterscentra te ondersteunen.


Diversen
De investeringdoelstelling bedraagt 10 tot 25% van de middelen die door het risicokapitaalfonds of het starterscentrum zijn samengebracht. Hierbij geldt normaal gezien een maximum van 10 miljoen euro. Uitzonderlijk kan dit bedrag opgetrokken worden tot 15 miljoen euro.
Risicokapitaalfondsen moeten voldoen aan de criteria die zijn vermeld in de ETF Start-up guidelines die op de internetsite van het ETF zijn gepubliceerd: http://www.eif.org/publications/publication.asp?publ=17.
Aanvraagprocedure
De kleine of middelgrote ondernemingen moeten zich rechtstreeks wenden tot de risicokapitaalfondsen of starterscentra die aan het programma deelnemen. Een lijst van de risicokapitaalfondsen die aan het programma deelnemen, is te vinden op de website van het EIF bij "Venture Capital" en vervolgens "List of investments": http://www.eif.eu.int/venture/vinter/.

Aanvullende inlichtingen


Voor het EIF:

Europees Investeringsfonds

43 Avenue J.F. Kennedy

L-2968 Luxemburg

LUXEMBURG

Tel.: (352) 42 66 88-1

Fax: (352) 42 66 88-200

E-mail: info@eif.org

Website: http://www.eif.org
Voor de Europese Commissie:

Dietmar Maass

Directoraat-generaal Economische en financiële zaken

Financiële verrichtingen, programmabeheer en samenwerking met de EIB Groep

Wagnergebouw, Kirchberg

L-2920 Luxemburg

Fax: 00352 4301 36609

E-mail: Dietmar.Maass@cec.eu.int

3.1.2 STARTKAPITAALACTIE (2001-2005, verlengd tot 2006)


Inhoud steunmaatregel

Het doel van de startkapitaalactie (seed capital action) is de bevordering van de verstrekking van kapitaal voor de oprichting van nieuwe, innovatieve ondernemingen met groei- en banenpotentieel, ook in de traditionele economie, door middel van ondersteuning van zaaikapitaalfondsen, starterscentra en dergelijke organisaties (zoals fondsen met een breed beleggingsspectrum die zaaikapitaal in hun algemene investeringsprogramma’s opnemen) vanaf de eerste jaren waarin zij actief zijn.



Begunstigden

De begunstigden worden uitsluitend gekozen uit de fondsen, starterscentra en dergelijke organisaties waaraan het EIF steun verleent.



Projecten

De steun is gericht op het op lange termijn werven van nieuwe investeringsbeheerders, teneinde de capaciteit van de risicokapitaalfondsen om in zaaikapitaal te investeren, te versterken. De steun wordt verleend in de vorm van subsidies die een deel van de beheerskosten in verband met deze arbeidsintensieve investeringen dekken.



Diversen

De subsidies worden gebruikt om een deel van de beheerskosten te dekken van zaaikapitaalfondsen, starterscentra of soortgelijke organisaties die in hun investeringsprogramma’s zaaikapitaalinvesteringen opnemen. Voor elke geschikte extra aangeworven medewerker moet de begunstigde een subsidie-overeenkomst ondertekenen. Per subsidie-overeenkomst is maximaal 100.000 euro beschikbaar; het bedrag wordt uitgekeerd volgens de voorwaarden uiteengezet in de Seed Capital Action guidelines:



http://www.eif.org/publications/publication.asp?publ=16 .

Aanvraagprocedure

Geïnteresseerde risicokapitaalfondsen en/of starterscentra dienen zich tot het EIF te wenden dat zal nagaan of hun aanvraag beantwoordt aan de richtsnoeren van de startkapitaalactie (Seed Capital Action guidelines).

Aanvullende inlichtingen
Voor het EIF:

Europees Investeringsfonds

43 Avenue J.F. Kennedy

L-2968 Luxemburg

LUXEMBURG

Tel.: (352) 42 66 88-1

Fax: (352) 42 66 88-200

E-mail: info@eif.org

Website: http://www.eif.org
Voor de Europese Commissie:

Dietmar Maass

Directoraat-generaal Economische en financiële zaken

Financiële verrichtingen, programmabeheer en samenwerking met de EIB Groep

Wagnergebouw, Kirchberg

L-2920 Luxemburg

Fax: 00352 4301 36609

E-mail: Dietmar.Maass@cec.eu.int


3.1.3 EIB & EIF-MIDDELEN VOOR RISICOKAPITAAL

Inhoud steunmaatregel
De EIB groep (EIB en EIF) stellen eigen middelen ter beschikking als risicokapitaal. Het EIF investeert deze gelden in specifieke kapitaalfondsen die zich richten op KMO's tot 500 werknemers. Het EIF richt zich op onafhankelijke management teams die gelden verzamelen van een grote groep investeerders om risicokapitaal ter beschikking te stellen aan deze kleine en middelgrote ondernemingen. Hierbij wordt er voorkeur gegeven aan fondsen die zich richten op de eerste fases in de ontwikkeling van bedrijven die geavanceerde technologieën implementeren of ontwikkelen, zowel in de industrie als in de dienstensector.
Begunstigden
Onafhankelijk beheerde fondsen die een toegevoegde waarde kunnen leveren aan de bedrijven waarin geïnvesteerd wordt. Deze faciliteit staat open voor de landen van de EU en voor uitbreidingslanden.
Diversen
De doelstelling is het verschaffen van tussen de 10 en 35 % van de middelen die door een fonds worden samengebracht. De exacte deelname hangt af van de omvang en de eigenschappen van het fonds.
Projecten
De bedoeling is te investeren in projecten die zoveel mogelijk vooropgestelde objectieven nastreven. Deze objectieven zijn:

  • technologische en industriële innovatie gedurende de startfase, ontwikkeling en expansie;

  • economische groei verhogen en jobs creëren;

  • transfer van technologische ontwikkelingen;

  • stimuleren van Regionale ontwikkeling in de in aanmerking komende regio's;

  • bijdragen tot een efficiënte risicokapitaalmarkt;

  • eventueel mag er geïnvesteerd worden in de latere fases in de ontwikkeling van KMO's op voorwaarde dat voldaan wordt aan een of meer van de objectieven.


Aanvraagprocedure
De kleine of middelgrote ondernemingen moeten zich rechtstreeks wenden tot de risicokapitaalfondsen die aan het programma deelnemen. Een lijst van de risicokapitaalfondsen die aan het programma deelnemen, is te vinden op de website van het EIF bij "Venture Capital" en vervolgens "List of investments": http://www.eif.eu.int/venture/vinter/.

3.2 KMO-GARANTIEFACILITEIT (2001-2005, verlengd tot 2006)




Inhoud steunmaatregel

De KMO-garantiefaciliteit zal tegengaranties of, in voorkomend geval, medegaranties verstrekken voor in de lidstaten en in Noorwegen, IJsland en Liechtenstein functionerende garantiestelsels, en directe garanties in het geval van andere geschikte financiële intermediairs.



Begunstigden

Het programma is uitsluitend bestemd voor KMO’s, en bij voorrang voor ondernemingen met minder dan 100 werknemers.



Projecten

De faciliteit omvat vier onderdelen:



  • garanties voor leningen aan bedrijven met groeipotentieel, met maximaal 100 werknemers.

Hieronder vallen door het EIF verstrekte gedeeltelijke garanties ter dekking van leningportefeuilles;



  • garanties ter dekking van portefeuilles van microleningen voor zeer kleine ondernemingen met maximaal 10 werknemers;

  • tegen- of medegaranties voor hiervoor in aanmerking komende garantiestelsels ter dekking van deelnemingen met eigen middelen in KMO’s met minder dan 250 werknemers (geen directe garanties aan risicokapitaalfondsen);

  • garanties ter dekking van portefeuilles van leningen voor de financiering van informatica-uitrusting, software en opleiding in verband met speciale activiteiten ter bevordering van het gebruik van internet en elektronische handel. Er wordt prioriteit gegeven aan kleine ondernemingen met maximaal 50 werknemers.


Diversen
Het budget wordt gebruikt voor de dekking van een deel van de eventuele verliezen in verband met de garanties die in het kader van de faciliteit worden verstrekt.

Aanvraagprocedure

De geïnteresseerde bedrijven moeten zich wenden tot een van de financiële instellingen die aan het programma deelnemen.

Een lijst van de financiële instellingen die aan het programma deelnemen is te vinden op de website van het Europees Investeringsfonds, onder "Portfolio Guaranties", "List of deals":

http://www.eif.org/portfolio/pinter/

Aanvullende inlichtingen


Voor het EIF:

Europees Investeringsfonds

Avenue J.F. Kennedy 43

L-2968 Luxemburg

Fax: 00352 426688200

E-mail: info@eif.org

Website: http://www.eif.org
Voor de Europese Commissie:

Georges Floros

Directoraat-generaal Economische en financiële zaken

Financiële verrichtingen, programmabeheer en samenwerking met de EIB Groep

Wagnergebouw, Kirchberg

L-2920 Luxemburg

Fax: 00352 4301 36609

E-mail: Georgios.Floros@cec.eu.int

4. CENTRUM VOOR DE ONTWIKKELING VAN ONDERNEMINGEN (COO)

4.1 SAMENWERKING MET DE ACS-LANDEN




1   ...   25   26   27   28   29   30   31   32   ...   35

  •  Aanvullende inlichtingen
  • Begunstigden De begunstigden worden uitsluitend gekozen uit de fondsen, starterscentra en dergelijke organisaties waaraan het EIF steun verleent. Projecten
  • Begunstigden Het programma is uitsluitend bestemd voor KMO’s, en bij voorrang voor ondernemingen met minder dan 100 werknemers. Projecten

  • Dovnload 0.9 Mb.