Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Subsidiewegwijzer voor ondernemingen

Dovnload 0.9 Mb.

Subsidiewegwijzer voor ondernemingen



Pagina34/35
Datum04.04.2017
Grootte0.9 Mb.

Dovnload 0.9 Mb.
1   ...   27   28   29   30   31   32   33   34   35

Begunstigden

De projecten dienen betrekking te hebben op een samenwerkingsverband tussen de Vlaamse promotor (een Vlaamse administratie, een Vlaamse openbare instelling of een instelling, organisatie of onderneming die haar exploitatiezetel binnen de grenzen van het Vlaamse Gewest of een Nederlandstalige instantie met zetel in Brussel) enerzijds, en minstens een partner in één van de hierboven vermelde landen, anderzijds.



Projecten

Volgende economische projecten komen in aanmerking voor steun:




PIJLER 1

Voorbeelden van projectvoorstellen die in aanmerking komen:



  • ontwikkeling van netwerken tussen Vlaanderen en de partnerlanden o.m. via samenwerking tussen intermediairs (Kamers van Koophandel, federaties,…);

  • organisatie van promotionele acties waardoor Vlaanderen meer aanwezig wordt gesteld in het partnerland (bvb. Vlaamse week in samenwerking met diverse actoren als Toerisme Vlaanderen, Vlaams agentschap voor internationaal ondernemen, administratie Cultuur,…);

  • ontwikkeling van stedenbanden of relaties tussen provinciale en regionale autoriteiten via de intermediaire organisaties of het opzetten van gezamenlijke acties (bvb. samenwerking tussen VVSG en soortgelijke partners in het buitenland of stedenassociaties als bijvoorbeeld Hanzesteden, seminarie van gemeenteontvangers,…). Individuele stedenjumelages worden niet gefinancierd;

  • valoriseren van projecten die in het verleden werden ontwikkeld (bvb. indienen van projectaanvragen bij de EU als resultaat van een Vlaams project) of het overnemen van deze resultaten en Vlaamse beleidsmodellen in nationale beleids- of actieplannen van het partnerland;

  • acties in het kader van interregionale samenwerking (INTERREG) waarvoor aanvullende financiering moet worden gevonden. De financiële lasten van deelname van Vlaamse partners aan dergelijke projecten mogen echter niet zomaar afgewenteld worden op de Vlaamse overheid. Ook de Vlaamse partner dient een belangrijke inbreng te doen;

  • stimuleren van bilaterale samenwerking tussen handelskamers, eventueel na voorbereidende samenwerking in het kader van een PLATO-project of landenclubs;

  • trilaterale samenwerking met landen van de buitengordel (samenbrengen van expertise uit Vlaanderen, een nieuwe lidstaat en een nieuw buurland - Oekraïne, Kroatië, ... – met betrekking tot voorbereiden van subsidiedossiers, wetgeving, enz…, bijvoorbeeld ondersteuning van het democratiseringsproces in Kroatië in samenwerking met Hongaarse partners, grensoverschrijdende samenwerking vanuit Polen met grensregio's in Oekraïne, transponeren van vroegere projecten uit Centraal-Europa naar de buitengordel: bijvoorbeeld samenwerking van Vlaanderen met Hongarije uitbreiden naar Oekraïne);

  • bilaterale filmfestivals of promotionele culturele manifestaties;

  • conferenties en samenwerking rond de regionale realiteit in Europa.



PIJLERS 2 EN 3

Het Vlaamse adviescomité hanteert de volgende inhoudelijke criteria bij de selectie van projecten:



  • beantwoordt dit project inhoudelijk aan de Vlaamse prioriteiten. (Wat betreft pijler 2 moet de pre-accessiesteun bijdragen tot het EU-toetredingsproces en een succesvolle integratie van die landen in de Europese Unie vergemakkelijken. Ook zal Vlaanderen via pijler 3 met de landen van de buitengordel waar mogelijk en zinvol een samenwerkingsverband opstarten. Deze samenwerking zal tot stand komen in de vorm van capaciteitsopbouw, institutionele, democratische en economische versterking, conflictpreventie en samenlevingsopbouw);

  • gaat het hier om overdracht van kennis in een domein waar Vlaanderen grote expertise heeft opgebouwd;

  • beantwoordt het aan de EU-prioriteiten; biedt het ondersteuning voor de inspanningen die het partnerland zou moeten leveren om te voldoen aan de eisen die de EU aan het land stelt;

  • in hoeverre is de overheid in het partnerland (in de eerste plaats het betrokken ministerie, de lokale overheden, …) betrokken bij het tot stand komen van het project en hecht zij belang aan de realisatie ervan;

Komen in aanmerking voor subsidiëring:



  • zendingskosten die verbonden zijn aan de voorbereiding en de uitvoering van het project;

  • investeringskosten, met uitzondering van infrastructurele werken, bouwprojecten of louter aankoop van investeringsgoederen, tenzij uitdrukkelijk wordt aangetoond dat deze vereist zijn voor het bereiken van de doelstellingen van het project;

  • personeelskosten;

  • werkingskosten;

  • uitgaven die verricht zijn in Vlaanderen voor de beoogde samenwerking: kosten inzake ontvangst en verblijf van partners uit het gastland, kosten inzake opleiding en vorming, uitrustingsuitgaven, studie- of consultancykosten.

Komen niet in aanmerking voor subsidiëring:



  • louter infrastructurele of bouwactiviteiten;

  • eenmalige uitwisselingen, evenementen en conferenties;

  • studiebeurzen, studies van algemeen verkennende aard die geen projectgebonden karakter vertonen;

  • puur academische projecten;

  • humanitaire hulpacties.

De maximale duur van een project is drie jaar.



FINANCIËLE TEGEMOETKOMING
Pijler 1: de financiële bijdrage van de Vlaamse overheid bedraagt maximaal 50% van het totale budget.
Pijlers 2 en 3: de financiële tegemoetkoming kan maximaal 85% van de totale aanvaardbare kosten bedragen.
De partner in Centraal- en Oost-Europa of het partnerland moeten in een cofinanciering van 15% voorzien. Privé-bedrijven met winstoogmerk, die een aanvraag indienen, moeten naast de inbreng vanwege het partnerland, ook zelf een minimale inbreng van 15% garanderen.
Indien zowel de Vlaamse promotor als de begunstigde in Centraal- en Oost-Europa ondernemingen met winstoogmerk zijn, kan de tegemoetkoming maximaal 50% bedragen en de kosten verbonden aan opleiding en overdracht van technologie en op voorwaarde dat de investering voorheen is gerealiseerd door de promotor.
De maximum tegemoetkoming per project wordt beperkt tot 300.000 euro; de maximale steun per jaar per project bedraagt 150.000 euro (met echter als bijkomende beperking het maximale budget dat per land ter beschikking wordt gesteld).

1   ...   27   28   29   30   31   32   33   34   35

  • Projecten Volgende economische projecten komen in aanmerking voor steun: PIJLER 1
  • PIJLERS 2 EN 3

  • Dovnload 0.9 Mb.