Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Subsidiewegwijzer voor ondernemingen

Dovnload 0.9 Mb.

Subsidiewegwijzer voor ondernemingen



Pagina35/35
Datum04.04.2017
Grootte0.9 Mb.

Dovnload 0.9 Mb.
1   ...   27   28   29   30   31   32   33   34   35

Aanvraagprocedure

Aanvragen tot tussenkomst moeten per land worden ingediend bij de administratie Buitenlands Beleid van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Boudewijnlaan 30, 1000 Brussel, tel.: 02/553.59.20, http://www.vlaanderen.be/centraalenoosteuropa.

De vereiste aanvraagformulieren en bijkomende inlichtingen zijn te verkrijgen bij de afdeling Buitenlands Beleid binnen Europa van de administratie Buitenlands Beleid.

Vormvereisten


De kandidaten voor een project moeten schriftelijk een projectdossier indienen in het Engels, in twee identieke exemplaren, volgens de bepalingen van het aanvraagformulier.

Een projectvoorstel moet voorzien zijn van de naam en handtekening van de aanvrager(s), gedateerd zijn en alle gegevens bevatten die nodig zijn voor een beslissing.


Aanvullende inlichtingen


Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap

Administratie Buitenlands Beleid

Afdeling binnen Europa

Boudewijnlaan 30

1000 Brussel

Tel.: 02/553.59.02 - 553.60.34 - 553.48.30 - 553.61.38

Fax: 02/502.60.37

E-mail: freddy.evens@coo.vlaanderen.be

projecten-bcoe@vlaanderen.be
2. TACIS-PROGRAMMA


Inhoud steunmaatregel
TACIS (Technical Assistance to the Commonwealth of Independent States) werd beslist in december 1990 en werd formeel opgestart in juli 1991 bij verordening van de Europese Commissie. In 1993 werd een eerste aanpassing aan de verordening aangebracht en in 1996 werd een nieuwe verordening goedgekeurd (1279/96).

Een nieuwe EG-Verordening 99/2000 van de Raad van 29 december 1999 betreffende bijstand aan de partnerstaten in Oost-Europa, de Kaukasus en Centraal-Azië, keurt het programma Tacis voor de periode 2000-2006 goed. Het programma heeft tot doel de grensoverschrijdende samenwerking tussen de partnerstaten en de lidstaten van de EU aan te moedigen en te ondersteunen.


Er wordt technische assistentie verleend aan Mongolië en de 12 onafhankelijke staten van het GOS, zijnde Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Kazachstan, Kirgizië, Moldavië, Oekraïne, Oezbekistan, de Russische Federatie, Tadzjikistan, Turkmenistan en Wit-Rusland.
Het Tacis-programma loopt van 1 januari 2000 tot 31 december 2006 en wil de grensoverschrijdende samenwerking tussen onder andere de partnerstaten en de lidstaten van de Europese Unie aanmoedigen en bevorderen.
Het Tacis-programma is vooral gericht op het leggen van de fundamenten van de markteconomie en een democratische samenleving, en het zal vooral een programma van technische bijstand blijven. De Tacis-financiering ondersteunt acties die via technische bijstand aan onmiddellijke behoeften in de partnerlanden tegemoetkomen. De bijstand wordt toegespitst op bepaalde sectoren en geografisch afgebakende gebieden om als spil en voorbeeld te dienen ter ondersteuning van het hervormingsproces. Hierbij probeert men niet alleen de overheid te betrekken, maar ook de ondernemingen en al diegenen die in het economische leven ervaring hebben. Het hoofdelement van Tacis is gericht op een overdracht van knowhow en expertise aan organisaties in de partnerlanden, technische bijstand bij de overgang naar een markteconomie en bij de verdere uitbouw van de democratie en de rechtstaat.
Sinds kort is Tacis ook gericht op de promotie van de democratie en op het stimuleren van investeringen in de Tacis-landen. Men wil overstappen van een vraaggerichte samenwerking naar een dialooggerichte samenwerking. 25% van het budget zal daarvoor uitgetrokken worden.
De Europese Unie zal 3,138 miljard euro uittrekken voor de Tacis-landen gedurende de periode 2000-2006.
Begunstigden
Alle natuurlijke en rechtspersonen uit de lidstaten en uit de begunstigde staten kunnen onder gelijke voorwaarden deelnemen aan aanbestedingen en overeenkomsten.
Projecten
Volgende projecten komen in aanmerking:

  • steun voor institutionele wettelijke en bestuurlijke hervorming;

  • steun voor de particuliere sector en bijstand voor economische ontwikkeling van het midden- en kleinbedrijf;

  • steun voor het aanpakken van de sociale gevolgen van het overgangsproces;

  • ontwikkeling van infrastructuurwerken;

  • bevordering van milieubescherming en beheer van natuurlijke hulpbronnen;

  • ontwikkeling van de plattelandseconomie.


Diversen
Het programma neemt de vorm aan van technische bijstand voor de economische hervormingen waarmee de begunstigde staten bezig zijn, meer bepaald bijstand voor maatregelen die tot doel hebben de overgang naar een markteconomie te bewerkstelligen en zodoende de democratie te versterken. Hierbij zijn ook de redelijke kosten voor leveranties inbegrepen die voor de uitvoering van de technische bijstand nodig zijn. Hieronder vallen ook de kosten van de voorbereiding en de tenuitvoerlegging van, controle op en evaluatie van de uitvoering van deze acties, alsook kosten in verband met voorlichting.
Er wordt wat betreft de concrete acties rekening gehouden met de wensen van de begunstigden en met milieuoverwegingen. In het kader van de technische bijstand en subsidies wordt voorrang verleend aan:

  • hervorming van de administratie;

  • herstructurering van overheidsbedrijven;

  • ontwikkeling particuliere sector;

  • vervoer- en telecommunicatie-infrastructuur;

  • energie;

  • nucleaire veiligheid;

  • milieu;

  • opbouw van een efficiënte voedselproductie;

  • ontwikkeling van sociale diensten;

  • onderwijs;

  • grensoverschrijdende projecten;

  • kleinschalige infrastructuur in de context van grensoverschrijdende projecten.

Voor elk van de begunstigde lidstaten worden zogenaamde indicatieve programma's opgesteld. Vervolgens leggen de Commissie en de TACIS-landen jaarlijks gezamenlijk een aantal concrete prioriteiten vast in de vorm van actieprogramma's binnen de hierboven vermelde algemene prioriteiten, en gebaseerd op de zogenaamde indicatieve programma's. Deze actieprogramma's bevatten een lijst van de belangrijkste te financieren projecten binnen de indicatieve gebieden.


De bijstand van de Unie wordt verleend in de vorm van giften, die in schijven worden vrijgegeven naarmate de projecten worden gerealiseerd. Voor leveringen worden aanbestedingen uitgeschreven.

De Commissie van de EU is gestart met een nieuw Tacis-concept; de bedoeling is een nieuw ontwerp van Verordening op te maken na adviesinwinning van alle betrokken partijen.


Aanvraagprocedure
De door de in aanmerking komende landen opgestelde projecten worden door de Europese Commissie beoordeeld, in samenwerking met het Tacis-comité, bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten. Het is aangewezen contact te nemen met de nationale coördinatoren voor de betrokken landen. Ook de indiening van de voorstellen moet bij hen gebeuren.
Vlaamse ondernemingen kunnen op verschillende manieren deelnemen aan het Tacis-programma:

  • als reactie op een verzoek tot blijken van belangstelling gepubliceerd in het 'Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen' of in de geregelde publicaties van het Phare- en Tacis-kantoor (Programme and Contract Information) of via de Europe Aid Co-operation office website (publicaties van aanbestedingen in het kader van Tacis, Sapard, Phare): http://www.europa.eu.int/comm/europeaid/cgi/frame12.pl;

  • door in te schrijven op een bericht van aanbesteding van materiaal gepubliceerd in het 'Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen' : http://ted.publications.eu.int/ hier kiest u voor ‘zoeken naar aanbestedingen’ en vervolgens kiest u bij ‘verordening’ voor ‘Phare, Tacis en landen van Midden- en Oost-Europa’;

  • door projecten in te dienen bij de horizontale Tacis-programma's;

  • ...

Aanvullende inlichtingen


Information Centre Phare & Tacis

Montoyerstraat 19

1000 Brussel

Tel.: 02/545.90.10

Fax: 02/545.90.11

E-mail: phare-tacis@cec.eu.int

Website: http://www.europa.eu.int/comm/external_relations/ceeca/tacis/index.htm

3. SAPARD




Inhoud steunmaatregel
Dit is een project van de Europese Commissie dat speciaal in het leven geroepen werd ter ondersteuning van de tien nieuwe lidstaten van Centraal- en Oost-Europa bij de structurele aanpassing van hun landbouwzones; daarnaast is het de bedoeling hen evenzo te assisteren bij de aanpassing aan de noden van het acquis communautaire in functie van de Europese landbouwregeling.

Dit Europees project is gebaseerd op de Verordening 1268/99 van de Raad van 21 juni 1999, gewijzigd bij Verordening 696/2003 van de Raad van 14 april 2003. Het project loopt van 01/01/00 tot 31/12/06.

Let wel: vanaf het moment dat het land dat de steun vraagt, lid wordt van de Europese Unie, vervalt de aanvraag voor steun. Concreet betekent dit dat het nog om Roemenië en Bulgarije gaat.
Projecten
Het omhelst de co-financiering van:


  • investeringen in landbouw-holdings;

  • verbetering en promoveren van de landbouw- en visserijproducten;

  • verbetering van de controles van voedsel en bescherming van de consumenten;

  • landbouwproductie-methodes om het milieu te beschermen;

  • diversificatie van economische activiteiten;

  • oprichting van producentengroeperingen,

  • verbetering van de beroepsopleiding;

  • ontwikkeling en verbetering van de plattelandsinfrastructuur,…

De inbreng van de EU moet complementair zijn ten opzichte van de overeenkomstige nationale maatregelen.


Aan de programma’s die in het kader van de Verordening worden uitgewerkt, moet in de kandidaat-lidstaten voldoende bekendheid worden gegeven. Die publiciteit moet er toe leiden dat het grote publiek wordt geïnformeerd over de rol die de Gemeenschap bij de toekenning van de steun speelt.

Aanvullende inlichtingen


Europese Commissie

Directoraat-generaal Landbouw

1049 Brussel

Website: http://www.europa.eu.int/comm/dgs/agriculture/index_en.htm


4. TEMPUS (Phare & Tacis & Meda)

Inhoud steunmaatregel

Het Tempus-programma is het communautair samenwerkingsprogramma voor het hoger onderwijs, waarmee de Nieuwe Onafhankelijke Staten en Mongolië, de niet-geassocieerde landen in Zuid-Oost-Europa en de landen rond de Middellandse Zee worden ondersteund bij de overgang naar een markteconomie en/of de ontwikkeling van een democratische maatschappij, hetgeen in overeenstemming is met de communautaire doelstelling om op een breed terrein met deze landen samen te werken. Er wordt via dit programma naar gestreefd een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de hogeronderwijsstelsels in de partnerlanden en er de interactie van het hoger onderwijs met de burgermaatschappij en de industrie te bevorderen.


Op 29 april 1999 gaf de Raad van Ministers zijn goedkeuring aan de nieuwe fase van het programma, Tempus III. In het programma worden 3 categorieën van landen behandeld:

  • de Nieuwe Onafhankelijke Staten en Mongolië;

  • de niet-geassocieerde landen uit Zuid-Oost-Europa, namelijk Albanië, Bosnië-Herzegovina, Kroatië, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en de federale Republiek Joegoslavië (Republiek Servië, Montenegro en Kosovo);

  • in 2002 werd het besluit aangepast en ook de MEDA-landen kunnen deelnemen: Algerije, Egypte, Israël, Jordanië, Libanon, Marokko, de Palestijnse Gebieden, Syrië en Tunesië.



Projecten

De hoofdinstrumenten voor samenwerking in het kader van Tempus zijn:



  • Gezamenlijke Europese Projecten (GEP):

  • GEP voor de ontwikkeling van curricula zijn gericht op de inhoud van hoger onderwijs en hebben als doelstelling het actualiseren van bestaande leerplannen en het ontwikkelen van nieuwe;

  • GEP voor institutionele opbouw concentreren zich op het versterken van de democratie en de rechtsstaat middels het ondersteunen van de ontwikkeling van vitale maatschappelijke sectoren buiten de academische wereld.

  • SCM (structurele en aanvullende maatregelen). Het verschil tussen structurele en aanvullende maatregelen en gezamenlijke Europese projecten is dat de structurele en aanvullende maatregelen een kader leveren voor kortetermijn reacties op bijzondere behoeften, die partnerlanden duidelijk als hun prioriteiten moeten hebben aangegeven. Drie soorten projecten: informatie- en verspreidingsprojecten, opleidingsprojecten en pilootprojecten;

  • individuele mobiliteitsbeurzen (IMG) (3 types).



Diversen

Door hun toetreding nemen de nieuwe lidstaten deel net als de andere lidstaten.


Bij Tempus wordt een “bottom-up” benadering gekoppeld aan een “top-down”-benadering, wat inhoudt dat enerzijds op de specifieke behoeften van individuele universiteiten in de partnerlanden wordt gereageerd en anderzijds de nationale overheden van deze landen en de Europese Commissie middels het vaststellen van nationale prioriteiten, het kader voor het programma definiëren.
Teneinde te waarborgen dat Tempus-activiteiten inspelen op de specifieke behoeften van het hoger onderwijs in de partnerlanden, heeft elk partnerland samen met de Europese Commissie prioriteiten vastgesteld die aansluiten op de algemene doelstellingen van Tempus en op het nationale beleid voor de ontwikkeling van het hoger onderwijs.
Een aantal TEMPUS-partnerlanden hebben de Bolognaverklaring ondertekend, nl. de Russische Federatie en alle CARDS-landen. Nog een aantal zullen dit in Bergen doen (2005) doen. Dit feit speelt een belangrijke rol bij de prioriteiten (Europese en nationale).

Aanvraagprocedure

Het Tempus-programma wordt per academiejaar ten uitvoer gelegd. Voor elk academiejaar stelt de “Europese Stichting voor Opleiding” in Torino, die de Europese Commissie technische bijstand verleent bij het beheer van het programma, een “Gids voor Aanvragers” ter beschikking. Deze gids bevat de voorwaarden tot deelname en de afsluitdata voor het indienen van de kandidaturen in het kader van de verschillende activiteiten van het programma. Hij bestaat in alle officiële talen van de Europese Unie en kan op het Internet teruggevonden worden: http://europa.eu.int/comm/education/tempus/home.html.

Oproep, prioriteiten, aanvraagformulieren en deadlines: http://www.etf.eu.int/Tempus.
Voor SCM- en IMG-aanvragen zijn er meerdere deadlines per jaar, voor GEP-aanvragen is er 1 deadline.

Aanvullende inlichtingen


Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap

Departement Onderwijs

Administratie Hoger Onderwijs – Internationale Zaken

J. Geentjens

Koning Albert II-laan 15

1210 Brussel

Tel.: 02/553.98.13

Fax: 02/553.98.45

E-mail: chantal.nauwelaers@ond.vlaanderen.be


TREFWOORDEN
Aanmoedigingspremie

Aanwervingen

ACS-landen

Adviescheques

Ad-hoc programma’s

Agentschap voor de Buitenlandse Handel

Al-Invest

Arbeidsduurvermindering

ARKimedes-regeling

Asia-Invest

Bedrijfsadvies

Bedrijfsadviseurs

Bedrijfsgebouwen

Bedrijfsopleiding

Bedrijventerreinen

Biotech Fonds Vlaanderen

Biotechbedrijf

Business Angel +

Buy-ins

Buy-outs


Centraal- en Oost-Europa

Centrum voor de Ontwikkeling van Ondernemingen (COO)

CIRR-rente

Collectieve opleidingen

Comité voor de financiële ondersteuning van de export (Finexpo)

Communication technology

COO

Coördinatiecentra



Cost plus-methode

Dienstencentra

Distributiecentra

Diversiteitsplannen

DNAcheques

Doelgroepvermindering

Doelstelling 1

Doelstelling 2

Doelstelling 3

Doorstromingsprogramma’s

Ecologie-investering

EFRO


EIF

EOGFL


Equal

ESF


ETF-startersregeling

Eureka


Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO)

Europees Investeringsbank (EIB)

Europees Investeringsfonds (EIF)

Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw - Afdeling Oriëntatie (EOGFL)

Europees Sociaal Fonds (ESF)

Executive Training programme

Export Vlaanderen

Exportgerichte initiatieven

Exportkredietverzekering

Exportpromotieprogramma

Exprom

Externe bedrijfsadviseurs



Financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de Visserij (FIOV)

Finexpo


Flanders Investment and Trade (FIT)

Gateway to Japan

GIMV

Globale kredieten



Gratis opstart

Groeikapitaal

Groeipremie

Grote Ondernemingen, GO

Haalbaarheidsstudies

Handicap


Herstructurering

HOBU-Fonds

Individuele beroepsopleiding

Individuele kredieten

Industrieel basisonderzoek

Information Technology

Innovatie

Innovatiesamenwerkingsverbanden

Inschakelingspremie

Instituut voor de aanmoediging van innovatie door Wetenschap en technologie in Vlaanderen (IWT-Vlaanderen)

Interact

Interfaceprojecten

Internationale samenwerking

Interreg III

Intresbonificaties

Investeringsaftrek

Investeringsmaatschappij voor Vlaanderen (GIMV)

IWT-Vlaanderen

Jonge werknemers

Kapitaalpremie

Kleine ondernemingen, KO

KMO-adviseur

KMO-Innovatieprojecten

KMO-programma

Langdurig werkzoekenden

Leereilanden

Leertijd

Leningen van staat tot staat

Life sciences

Life III


Marco Polo

Media Plus

Middelgrote ondernemingen, MO

Milieuvriendelijk

MKB-garantiefaciliteit

Nationale Delcredere Dienst

Nieuwe werkgevers

Non-profit

Ondernemersopleiding

Onroerende voorheffing, vrijstelling van

Ontwikkelingszone

Opleidingscheques

Opleidingskrediet

Optimeo


Oudere werknemers

Onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma’s EU

Participatiefonds

ParticipatieMaatschappij Vlaanderen (PMV)

Personen met een handicap

Peterschapsprojecten

Phasing out

PMV


ProInvest

Rentetoelage

Rentevoet, stabilisering

Resale minus-methode

Risicodragend kapitaal

Samenwerkingsprogramma Vlaanderen met Centraal- en Oost-Europa

Sapard

Sectorale maatregelen



Sociale inschakelingseconomie

Sociale Maribel

Solidaire lening

Startbaanovereenkomsten

Startbaanverplichting

Starteo


Starters

Starterssteun

Startkapitaalactie

Startlening

Strategisch basisonderzoek

Strategische projecten

Structurele vermindering

Structuurfondsen

Suppletieve regeling

Tacis


Tempus

Tetra-fonds

Urban II

VDAB


Venture Capital

Vermindering 2004

Vierdagenweek

VITO


VIZO

Vlaams Instituut voor het Zelfstandig Ondernemen (VIZO)

Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB)

Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO)

Vlaamse uitrustingsgoederen

Voortgezette vorming

Vormgeving

Vorming


Vriendenlening

Waarborgregeling

Werkbonus

Wetenschappelijk onderzoek

Wetenschapsparken

Zesde Kaderprogramma

Zorgkrediet

Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap

Afdeling Europa Economie

Euro Info Centre

Markiesstraat 1

B-1000 Brussel
Telefoon:

02/553.38.77

02/553.37.02

02/553.37.30

02/553.37.33
Fax:

02/502.47.02


E-mail: euroinfocentre@vlaanderen.be

Website:



http://www.vlaanderen.be/subsidiewegwijzer

http://www.vlaanderen.be/euroinfocentre





1In afwijking hiervan kan de investeringsaftrek met betrekking tot zeeschepen ook verkregen worden voor tweedehandse zeeschepen, op voorwaarde evenwel dat zij voor het eerst in het bezit van een Belgische belastingplichtige komen.
1   ...   27   28   29   30   31   32   33   34   35

  • Vormvereisten
  • Inhoud steunmaatregel
  • Projecten
  • Diversen
  • Aanvraagprocedure

  • Dovnload 0.9 Mb.