Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Svdb vergadering van de commissie benchmarking 23/12/2003

Dovnload 30.83 Kb.

Svdb vergadering van de commissie benchmarking 23/12/2003



Datum13.11.2017
Grootte30.83 Kb.

Dovnload 30.83 Kb.


060-0023/SVdB

VERGADERING VAN DE COMMISSIE BENCHMARKING – 23/12/2003




Aanwezig:
Roger Aertsens (Fedichem Vlaanderen), Emiel Meeussen (Fedichem Vlaanderen), Claire Bosch (Fevia), Luc Braet (GSV), Kristin Aerts (Baksteenfederatie), Willem Granjé (Febelhout), Fabrice Rivet (Verbond van de Glasindustrie), Marc Bailli (Cobelpa), An Van de Vel (Agoria Vlaanderen), Marc Van den Bosch (VEV), Bruno Eggermont (Febeltex), Claudine Vandemeulebroucke (Federatie der Belgische Mouters), Paul Denie (Bedrijfsgroepering Zandgroeven), Luk Deurinck (Petroleumfederatie), Jan Vereecke (vertegenwoordiger van de Minister voor Energie), Tomas Wyns (vertegenwoordiger van de Minister voor Milieu), Hubert Van den Bergh (VBBV) en Jan Seynaeve (Voorzitter).
Verontschuldigd: Lieven Top (vertegenwoordiger van de Minister voor Economie), Karel Wuyts (Dakpanfabrikanten)
De voorzitter verwelkomt de petroleumfederatie als nieuw lid van de Commissie Benchmarking.


  1. Goedkeuring van het verslag van 20/11/2003




  • Mits twee kleine aanpassingen wordt het verslag goedgekeurd.




  1. Huishoudelijk reglement van de Commissie Benchmarking




  • Hierna de aanpassingen van de laatste versie van het huishoudelijk reglement:

  • Art.3: Het Verificatiebureau kan aanwezig zijn tijdens de vergaderingen van de Commissie Benchmarking als waarnemer. Indien een lid van de Commissie van mening is dat door deze aanwezigheid bij de behandeling van een agendapunt, de correcte uitvoering van de taken van de Commissie omschreven in artikel 9, lid 6 van het Convenant niet mogelijk zou zijn, verlaat het Verificatiebureau tijdelijk de vergadering.

  • Art.4: De Commissie kan een plaatsvervanger aanduiden die optreedt bij afwezigheid van of onmogelijkheid tot functioneren door de voorzitter.

  • Art.13: De voorzitter organiseert de communicatie naar de buitenwereld ..

  • Art.16: De voorzitter kan afspraken maken met de leden van de Commissie om taken op zich te nemen of te delegeren en mits instemming van de Commissie kan dit ook aan het Verificatiebureau.

  • Art.17: De nodige middelen voor de ondersteuning van de voorzitter worden door de Vlaamse overheid voorzien (art. 13, 3 van het Convenant), rekening houdend met de beschikbare expertise uit de projectgroepen en de Commissie Benchmarking

 In de eerste week van januari 2004 zal het aangepast huishoudelijk reglement samen met een toevoeging voor de werkgroepen van de Commissie worden verspreid. Opmerkingen hierover kunnen gemeld worden aan het secretariaat.



  1. Stand van zaken




  • Sinds de vorige vergadering van de Commissie zijn nog een aantal grote bedrijven toegetreden. Twee bedrijven zijn omwille van een te laag energieverbruik uitgetreden. Dit brengt het totaal aantal toegetreden bedrijven op 176.

  • Ook de petroleumfederatie is ondertussen toegetreden tot het Benchmarking Convenant

  • Budget van het verificatiebureau:

Het verificatiebureau vraagt (nota uitgedeeld ter plaatse) met aandrang aan de overheid om het budget voor de uitbreiding van het verificatiebureau tijdig goed te keuren.

De bedoeling van het convenant is dat de tijdslimieten gerespecteerd te worden. De beschikbaarheid van het budget is hierbij van essentieel belang.



  • Opmerking verificatiebureau:

Het bericht wordt verspreid dat in verband met de korte beschikbare tijd die de bedrijven nog rest om een Energieplan op te stellen, de bedrijven kunnen volstaan met het alleen bestuderen van de "brandstof" verbruiken. De elektriciteitsverbruikers worden dan later bestudeerd. Er wordt dan in juli geen Energieplan opgesteld maar alleen die gegevens geleverd die nodig zijn om de gunning van CO2 rechten op te baseren. Oorzaak van deze benadering is de (zeer) late start die bedrijven hebben gemaakt en de onmacht van bedrijven om een consultant te vinden die de gehele studie tijdig kan uitvoeren.

Het verificatiebureau ziet hier ernstige problemen in. De afspraak in het vorig verslag moet strikt geïnterpreteerd worden. Er moet tegen 1 juli 2004 een energieplan opgesteld worden met alle installaties die brandstoffen verbruiken of kunnen verbruiken, (dus ook WKK, conversies, tracing, absorptiekoeling, rechtstreekse aandrijving,…).



Febeltex stelt dat de verificateurs zich niet altijd houden aan de beslissingen genomen door de commissie. Het gaat hier zowel over de prioriteitenstelling als over de keuze van de methodes. Hubert Van den Bergh zal dit intern bespreken met de verificateurs en vragen om zeker de juiste bewoordingen te gebruiken: het juist formuleren van hoger genoemde prioriteiten; i.v.m. de keuze tussen de methodes tot bepaling van de wereldtop zal wel aangedrongen worden op de prioriteit in het convenant (eventueel voor de tweede cyclus), maar dit kan niet bij voorbaat formeel vastgelegd worden.

  • Ondernomen acties voor het consultanttekort:

  • Op vraag van de voorzitter heeft ORI (organisatie voor raadgevende ingenieurs) haar leden geïnformeerd over het benchmarking convenant en de dringende vraag naar consultants. Er is verwezen naar de website en gevraagd dat geïnteresseerden zich melden bij de sectororganisaties. Een lijst met contactgegevens is verspreid.

  • Energik: op 19/02/04 zal Energik een studienamiddag organiseren met het oog op een nog bredere inschakeling van de studiebureaus omtrent het Benchmarking Convenant.

 Gezien de tijd krap is, bieden de ondernomen acties misschien geen oplossing meer voor het huidige probleem maar op korte of middenlange termijn zullen zij ongetwijfeld hun nut bewijzen.


  1. Bespreking van het advies van de werkgroep economische randvoorwaarden en decielmethode


Economische randvoorwaarden:

  • Zowel de sectorvertegenwoordigers als het VEV hadden geen opmerkingen op het voorstel van de werkgroep.

  • Het standpunt van de overheid luidt als volgt:

  • Op het voorstel van de werkgroep om het minimum voor “minder rendabele projecten” vast te leggen op 6% is geen enkel bezwaar.



  • Opmerking toegevoegd tijdens de vergadering van 30/01/2004:

Het voorstel om alle positieve en negatieve synergie-effecten ten opzichte van de bestaande toestand op te nemen in de analyse van de bedrijfseconomische maatregelen (punt C1) is onduidelijk, zodat de draagwijdte ervan moeilijk kan ingeschat worden. Hiervoor kan een leidraad met voorbeelden uitgewerkt worden. Concrete voorstellen van bedrijven in verband met de ruimere interpretatie van artikel 6, punt 2, moeten in deze leidraad passen.
De uitvoering van een sensitiviteitsanalyse voor zowel de projecten binnen fase 2 (minder rendabel) als fase 3 (overige maatregelen) kan doorgaan als verdere onderbouwing van de andere punten van het voorstel die echter een wijziging van het convenant inhouden.
Bespreking van het advies van de werkgroep decielmethode

  • Kort verslag vergadering werkgroep van 10/12/03:

Bij de toepassing van de decielmethode werd de vraag gesteld wat te doen als de curve met de specifieke energiegebruiken van de bedrijven een merkwaardige vorm zou hebben.

Er wordt gesteld dat als de uitzonderlijke vorm het gevolg is van externe factoren zoals staatssteun in het buitenland, bescherming van een markt of andere specifieke omstandigheden, het niet meer gaat om vergelijkbare procesinstallaties. De Consultant die dit vaststelt, kan indien mogelijk binnen redelijke grenzen de veranderingen van het specifiek energieverbruik dat deze anomalieën veroorzaken, kwantificeren om hun vertekenende invloed op de benchmarking op een onderbouwde manier weg te werken of om de Wereldtopgrens aan te passen (bijvoorbeeld van 10% naar 15%). Wanneer dit niet mogelijk zou zijn binnen redelijkheid, zoals wegens ontbrekende gegevens of bijkomend zwaar onderzoek nodig, is dit een voldoende motivatie om BBT cq. doorlichting te gebruiken.

Als een zeer vlakke curve het niet zinvol maakt om te vergelijken wegens onvoldoende meetnauwkeurigheid, kan de Consultant motiveren om de Wereldtopgrens aan te passen of naar de andere methoden te gaan.

De werkgroep stelt voor aan de Commissie om te besluiten dat deze problematiek tot het werkgebied van de Consultant behoort. In voorkomend geval dient hij de situatie op een onderbouwde manier voor te leggen en de gepaste oplossing voor te stellen. Het Verificatiebureau bepaalt of de onderbouwing voldoende is.



  • De opmerkingen op dit verslag kunnen doorgegeven worden aan het secretariaat.


Werkgroep WKK

  • Op 08/01/04 komt een werkgroep rond WKK samen.

  • De paper over WKK opgesteld door de Europese Papierfederatie en Cogen Europe zal worden verspreid aan de leden van de commissie.

 In het huishoudelijk reglement voor de werkgroepen van de Commissie dient vermeld te worden dat bij voorkeur steeds iemand van de overheidsvertegenwoordigers aanwezig is.




  1. Invulling van artikel 12.2 van het convenant




  • Enkele vertegenwoordigers van sectororganisaties pleiten ervoor dat de overheid, in haar voorstellen met betrekking tot het progressief vrijstellen van de afwenteling van de meerkosten van groenestroomcertificaten en WKK-certificaten op de bedrijven, de term "energie-intensieve bedrijven" zou vervangen door "convenantbedrijven"; het geheel of gedeeltelijk gespaard blijven van deze meerkosten op basis van toetreding tot het convenant, was één van de belangrijke verkoopsargumenten van de sectororganisaties om hun leden te overtuigen; nu alle bedrijven op dezelfde manier behandeld zouden worden, komen er bijgevolg vragen vanuit de hoofdkwartieren van de internationale ondernemingen; de geloofwaardigheid van de sectororganisaties wordt hierdoor niet bevorderd; hun vertegenwoordigers wijzen erop dat het de overheid niets zou kosten, integendeel, en zien geen goede reden waarom de overheid aan dit reeds herhaald geformuleerd verzoek niet kan of wil tegemoetkomen.




  1. PWC-studie van het Nederlandse Convenant (en het jaarrapport 2002 van de CB)




  • De Commissie stelt voor om in februari 2004 een infonamiddag te organiseren waarbij Paul Van Slobbe van de Nederlandse Commissie Benchmarking het jaarrapport 2002 en de PWC-studie zal toelichten.




  1. Allocatie emissierechten




  • Begin januari zal een draft inventarisatie formulier worden verspreid naar de sectoren. Na commentaar van de sectoren zal begin februari een definitief formulier worden opgestuurd naar de bedrijven onder de VER richtlijn.

Deze inventarisatie zal niet enkel gegevens uit 2003 opvragen maar ook vragen naar (productie)uitbreidingen in de toekomst.

  • Tomas Wyns vraagt aan de staalindustrie, chemie, raffinaderijen, e.a. of zij voor de inventarisatie met voldoende nauwkeurigheid met massabalansen kunnen werken. Begin januari 2004 wordt hierop een antwoord verwacht.

  • In de inventarisatie kunnen prognoses vermeld worden.

  • De sectororganisaties vragen nogmaals om een dringend overleg met de overheid om meer duidelijkheid te bekomen omtrent de allocatie van de emissierechten. Tevens wordt er op aangedrongen dat de overheid, zoals beschreven in art 12.1 van het convenant, voldoende emissierechten, d.w.z. voldoende om zowel de structurele als conjucturele groei te dekken, voorziet voor de bedrijven die toegetreden zijn tot het benchmarking convenant.
    De sectororganisaties vragen garanties dat de onderbouwde productievoorspellingen door de bedrijven opgegeven in het kader van de inventarisatie effectief gebruikt zullen worden bij de allocatie.




  1. Varia:




  • Kyoto Protocol:

Flexibele mechanismen maken deel uit van het Kyoto Protocol. Als Rusland niet ratificeert zullen de flexibele mechanismen gedefinieerd worden binnen de Europese regelgeving.

  • De eerstvolgende vergadering van de Commissie gaat door op vrijdag 30 januari om 14.00 uur. De daaropvolgende vergadering zal doorgaan bij het VEV op vrijdag 27 februari om 13.00 uur. (8ste verdieping, brouwersvliet nr 5, Antwerpen)





Dovnload 30.83 Kb.