Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Symbolen Symbool Personen Afkorting Leerkracht Lk Leerling ll ◓ Verdediger verd

Dovnload 270.91 Kb.

Symbolen Symbool Personen Afkorting Leerkracht Lk Leerling ll ◓ Verdediger verd



Pagina2/4
Datum05.12.2018
Grootte270.91 Kb.

Dovnload 270.91 Kb.
1   2   3   4

Terreinen



x

Volleybalterrein VBter

x

Voetbalterrein VTBter



Handbalterrein Hbter

Symbool Terreinen Afkorting


Basketbalterrein BBter

x Tafel (tafeltennis) ta (TATE)

x

x


Badmintonterrein BADter

x

x



Tennisterrein TEter


x


Symbool Terreinen Afkorting

IV4 III3 II2

V5 VI6 I1


Nummering van zones (I,II,…) en spelers (1,2,…) nr van zo (I,II,…) en spl (1,2,…)

Volgens de rotatie op een volleybalterrein volgens rot op Vbter

······ Afbakening van deel van een terrein, afbakening afbak v deel v ter, afbak v baan

van baan (vlotterstouw,…) (vlotters-tw…)


Beschermde zone beschermde zo




Hoofdstuk II : Termen en afkortingen

Alfabetische lijst bewegingsactiviteiten Afkortingen


Algemene bewegingsvaardigheden ABV

Atletiek ATL

Badminton BAD

Basketbal BB

Dans DA

Dansexpressie DAEX



Gymnastiek GYM

Handbal HB

Judo JU

Reddingszwemmen REZW



Ritmiek RI

Tafeltennis TATE

Tennis TE

Turnen TU

Voetbal VTB

Volksdans VODA

Volleybal VB

Zwemmen ZW

Alfabetische lijst bewegingsactiviten : Afkortingen
aaneenschakelen : aanschk

aangezicht : Aangez

aanvallen, aanval : aanvl

accent : acc

achter : a

achtvormig : ∞

actief : act

ademen, ademhalen, ademhaling : adm

aflossen, aflossing : afls

afslag: afslg

afstoten, afstoot : afst

afwaarts : afw

arm (armen) : A (An)
bal : b

balk : blk

bank : bnk

basketbal : BB

been (benen) : B (Bn)

bekken : Bkk

belasten : belst

beleven, beleving : belv

beurtelings : beurt

bewegen, beweging : bew

bewegingspatroon : bewpatr

binnen (-ste) : bin

binnenwaarts : binw

blad : bl

blokkeren, blokkeerder, blok, blokkage : blok

bok : bk


boomzadel : boomz

borst : Bst

borstwaarts : Bstw

botsen : bts

boven (ste) : bov

bovenarm : bovA

bovenbeen : bovB

bovenhands : bovH

bovental : bovtal

breed : br

breedte : brte

brug gelijk of ongelijk : brug = of ≠

buigen : bg

buiten (ste) : buit

buitenwaarts : buitw
centraal : centr

cirkel : cirk

changement : chang

charge : cha

combineren, combinatie : comb

competitie : comp

conditie : cond

contrôle : contr

coördinatie : coörd

crawl : cr

creativiteit : creat

curve : cu


dalen :  ,dl

dansen : dns

dekken, dekking : dk

demonstreren, demonstratie : demo


diagonaal :  , diag

diep : dp

diepte : dpte

dij (en) : Dij (Dijn)

dolfijn : do

draaien : dr

dragen : drg

dribbelen, dribble : drb

driehoek : △

drijven : drv

dubbelen, dubbel : db

duiken : duik

duim (duimen) : D (Dn)

duwen : duw

dwars : dw

dynamisch : dyn


éénbenig : 1-B

één-twee : 1-2

elleboog (ellebogen) : Elbg (Elbgn)

enkel (-s) (lichaamsdeel) : E (Es)

evenwicht : evw

evenwijdig : //

expressie : ex
(kwart, halve) finale : (1/4, ½)-fin

fixeren, fixatie : fx

flanken : flnk

flik-flak : ff

frequentie : freq

front, frontaal : fr

fysiek : fys

gaan : gn

gemengd : gem

gewicht : gew

gewricht : gewr

glijden : gld

globaal : glob

grijpen, greep : grp

groot : grt

grootte : grte


haken, haak : hk

half : 1/2

hals : Hls

hand, handen : H (Hn)

hang, hangen : hng

heen en terug : 

heffen : hf

helpen, helpers : (:), (::)

herhalen, herhaling : herhl

heup, heupen : Hp (Hpn)

het : h

hiel, hielen : Hl (Hln)



hindernis : hind

hinken : hnk

hoeken : hkn

hoepel : hoep

hoog : hg

hoogte : hgte

horden : hord

horizontaal : hor

houden, houding : hd

huppelen, huppel : hp

huppen : hup

hurken : hrk

improviseren, improvisatie : improv

impuls : imp

individueel : indiv

insnijden : insnd

intern : int

intensiteit, intensief : intens

interval : iv
joggen, jogging : jg
kaatsen : kts

kantelen, kanteling : knt

kegel : keg

keren : kr

kippen : kp

klappen : klp

klein : kl

klemmen : klm

klimmen : klim

kneukel (-s) : Kneu (-s)

knie (knieën) : K (Kn)

knots : kn

kogel, kogelen : kog

koppen : kop

koprol : koprl

kracht : k

kreits, kreitsen : krts

kring : krg

kruipen : krp

kruisen, kruising : krs

kwart : 1/4
laag : lg

ladder : lad

landen, landing : lnd

langs : lgs

lang : lng

langzaam : lngz

(bi)lateraal : (bi-) lat

leerling (-en) : ll (n)

leiden, leiding, leider : ld

lenden : Ln

lengte : lgte

lenigheid : lenigh

leraar, leerkracht : Lk

lichaam : Lich

lichamelijke opvoeding : LO

liggen, lig : lig

links : l

linkshandig : lH

lint : lt

loodrecht :

lopen, loop : lp
maal : x

man-man-verdediging : m/m-verd

mat : m

maximum, maximaal : max



medicinbal : medb

middelpunt : midpt

midden (-ste) : mid
naar : n

nek : Nk


neus : Ns

niveau : niv

nummeren, nummer : nr
oefenen, oefening : oefn

olympisch : ol

omgekeerd : omgekr

onder (-ste) : ond

onderarm : ondA

onderhands : ondH

onderbeen : ondB

opbouwen : opbw

opstellen : opstl

opwaarts : opw

opzetten : opzt

over : ov


paard : pd

partner : partn

passeren, pas : ps

penetratie : penet

pink : Pi

pivoteren, pivot : pv

plaatsen, plaats : plts

plint : plt

pols (polsen) : Po (Pon)

positie : pos

prestatie : prest

pronatie : pron


racket : rac

rebound : reb

receptie : rec

rechts, rechter(baan,…) : r

rechtshandig : rH

recuperatie : recup

remmen, remming : rm

richten, richting : rcht

ritme, ritmeren, ritmisch : ri

rollen : rl

romp : Rp

rotatie : rot

rug : Rg

rug aan rug : Rg / Rg

rugcrawl : Rgcr

ruglings : Rgl

rugwaarts : Rgw
samen : sam

schouder (-s) : Sch (-s)

schuin : sch

schuiven : schv

segment : segm

serie : ser

signaal : sign

simultaan : sim

slaan : sl

slag : slg

slalom : slal

slepen : slp

sleutelbeen : Slb

slingeren : Slng

sluiten : slt

smash : sm

snel, snelheid : s

snoer : sn

spannen, spanning : spn

spelen, speler : spl

spier : sp

spiraal, spiraalvormig : spir

sportraam : sportra

spreiden : sprd

springen, sprong : sprng

sprinten, sprint, spurt : sprnt

staan, staand (e) : st

staander : stder

stand : std

stappen : stp

starten, start : strt

steken : stk

steun (en) : stn

stijgen : , stg

stoppen, stopper : stop

strekken, strekking : strk

sturen : str

s-vormig : s

symmetrisch : sym
tactiek, tactisch : tact

tamboerijn : tamb

techniek : techn

teen (tenen) : T (Tn)

tegen : teg

tegentijds : tegt

tegenovergestelde : 

terrein : ter

tijd : t

tikken, tikker : tk

timing : tim

toepassing : toep

toetsen : tts

totaal : tot

touw : tw

toversnoer : tovsn

training, trainen : trn

trampoline : tramp

trekken : trk

truimelen : tm

tussen : tss
uitgangshouding : uitghoud

uithouding : uithoud

uitvoeren : uitvrn

uitvoerder : uitvrder


vallen : vl

van : v


vangen : vng

variatie, variante : var

veerplank : vrplk

veranderen : verandr

verdedigen, verdediger, verdediging : verd

veren : vr

verlengen, verlenging, verlengde : verlng

versnellen, versnelling : vers

vertikaal : vert

vertragen : vertrg

verzamelen : verzm

vierkant : 

vinger (s) : Vi (Vis)

visueel : vis

vleugel : vleug

vlinderslag : vlislg

vlucht : vlu

voet (voeten) : Vt (n)

volledig : voll

volledige draai : 1/1 dr

voor : v

voorhoofd : VHfd

voorlings : vl

voorvoet : VVt

voorwaarts : vw

vuist (vuisten) : Vst (n)


water : wa

wenden : wnd

werpen, worp : wrp

wervelkolom : Wk

wijsvinger : wijsVi

wisselen, wissel : ws

wreef : Wrf
zakken : zk

zicht : zi

zij aan zij : z / z

zijlings : zijl

zijwaarts : zijw

zitten : zit

zitvlak : Zitvl

zone : zo

zone-man-verdediging : zo / m-verdd

zwaaien, zwaai : zw

zweven, zwevende : zwv


Specifieke symbolen en terminologie

1   2   3   4

  • Hoofdstuk II : Termen en afkortingen

  • Dovnload 270.91 Kb.