Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


T a. V secretariaat Postbus 217 7500 ae enschede

Dovnload 141.46 Kb.

T a. V secretariaat Postbus 217 7500 ae enschede



Datum13.11.2017
Grootte141.46 Kb.

Dovnload 141.46 Kb.

Ingevuld portfolio mailen naar: elan@utwente.nl (met scan van bewijsstukken)

Eventuele papieren bewijsstukken van portfolio opsturen naar:

Universiteit Twente

BMS-ELAN

t.a.v. secretariaat

Postbus 217

7500 AE ENSCHEDE




Portfolio



Master Science Education

Universiteit Twente, Instituut ELAN
MSc Mathematics Education


Persoonlijke gegevens Portfoliobezitter:


Achternaam en voorletters




Meisjesnaam




Roepnaam




Adres




Postcode




Woonplaats




e-mail




Telefoonnummer




Eventueel 06 nummer










Geboortedatum




Geboorteplaats




Land van geboorte










Studentnummer UT





Foto portfoliobezitter:




Blad 2.1

Portfolio van:





Overzicht gevolgde scholing (1) Basisonderwijs ("lagere school") behoeft niet vermeld te worden


Naam school / onderwijs


Richting vakken

Van …………..

Tot ..…………...



Diploma / bewijs


1.















2.















3.















4.















5.















Toelichting:



Blad 2.2



Overzicht gevolgde cursussen en trainingen (2)





Naam cursus/training


Door welke organisatie uitgevoerd/georganiseerd

Doel van de cursus/training (onderwerp/inhouden)

Van …………….

Tot …………….



Certificaat

Bewijs van deelname




1.



















2.


















3.



















4.



















Toelichting:



Blad 3



Werkervaring








Welke beroepen/

functies/activiteiten




Naam + omschrijving bedrijf/organisatie/werkplek

Welke taken werden uitgevoerd

Wat heeft u geleerd

Aantal uren per week

Van ………..

Tot ………..




1.






















2.






















3.






















4.






















5.






















6.
























Blad 4



Competenties vergeleken met de vakinhoudelijke eindtermen van de eerstegraadslerarenopleiding




Vakinhoudelijke eisen Universitaire Lerarenopleiding Wiskunde


Leerervaring uit scholing, cursussen, trainingen, en werkervaring

Van een eerstegraads wiskundeleraar wordt verlangd dat hij of zij ruimschoots boven de leerstof van de laatste leerjaren in het VWO staat en een helder beeld heeft van de plaats van de VWO-wiskunde binnen de wiskunde als hulpwetenschap en als een zelfstandige discipline. Als globale richtlijn hierbij wordt gehanteerd dat de kandidaat in de ULO wiskunde over voldoende basiskennis beschikt met betrekking tot de wiskunde-onderdelen uit de eerste twee studiejaren van een universitair wiskunde-curriculum of van stof die daarmee qua omvang, inhoudelijke breedte en niveau overeenkomt. Bovendien wordt een aantal clusters van wiskunde-onderdelen onderscheiden (zie hieronder punt 3), die in voldoende mate gedekt moeten zijn. In het algemeen heeft dit als consequentie, dat bij een aanvulling en/of verdieping van vakkennis vereist is binnen een of meer van deze clusters.




Aan het karakter en de vakinhoud van de studieonderdelen worden nadere eisen gesteld. Uitgangspunten daarbij:

  • de toekomstige eerstegrader is vertrouwd met abstracte universitaire wiskunde, hij/zij kan wiskundige formalismen hanteren, is vertrouwd met abstracte bewijsvoering, met modelleren en met wetenschappelijke methoden;

  • de onderwerpen uit de actuele wiskunde-examenprogramma’s in het HAVO en VWO zijn voldoende ‘gedekt’;

  • achtergronden bij de schoolwiskunde komen met voldoende diepgang aan bod;

  • de vakinhoudelijke kennis dient toereikend te zijn/blijven bij toekomstige veranderingen in de examenprogramma’s van HAVO en VWO







Gezien de in het vorige punt genoemde uitgangspunten worden de wiskunde-onderdelen ingedeeld in een vijftal clusters, waarover de vakonderdelen evenwichtig gespreid dienen te zijn:

  • ANALYSE

In deze cluster vallen onderdelen als calculus, maar ook fundamentele aspecten (bijv. het limietbegrip) en verder functies van meer variabelen, differentiaalvergelijkingen en toepassingen




  • ALGEBRA

Deze cluster omvat onderdelen als lineaire algebra, algebra, discrete wiskunde, getaltheorie, combinatoriek, grafentheorie.




  • MEETKUNDE

Tot deze cluster behoren, naast vlakke meetkunde, ook meetkundige aspecten van de lineaire algebra, kwadrieken, lineair programmeren, convexiteit, topologie.




  • STATISTIEK EN KANSREKENING

Deze cluster kan, naast elementaire statistiek en kansrekening, ook stochastische aspecten van de operations research omvatten




  • WISKUNDE IN BREDER PERSPECTIEF

Hierbij kan men denken aan geschiedenis van de wiskunde, grondslagen van de wiskunde, wiskunde in context, wiskunde en ICT, computeralgebra (voorzover niet overlappend met onderdelen die in de vakdidactiek aan de orde komen). Daarnaast kan er hier ook ruimte zijn voor wiskundig getinte verwante vakken die via een omrekenfactor naar wiskunde worden omgerekend. Te denken valt daarbij aan wiskundecolleges en naburige vakken zoals klassieke mechanica voor technische studenten, operations research voor economie- of de econometriestudenten, meetkundecolleges voor geologen, etc.





Competenties vergeleken met de vakdidactische eindtermen eerstegraadslerarenopleiding wiskunde

Domeinen uit het VWO

Vakinhouden

Studiepunten

en leerjaar

Leerervaring uit scholing, cursussen, trainingen, en werkervaring

Doelstellingen van het wiskunde-onderwijs

Inleiding Vakdidactiek

0,5 ECTS




Voorbereiding en organisatie van wiskundelessen


Inleiding Vakdidactiek

0,5 ECTS




Onderwijzen van wiskundige begrippen en regels

Inleiding Vakdidactiek

0,5 ECTS




Probleemoplossen, heuristieken, systematische probleemaanpak

Inleiding Vakdidactiek

0,5 ECTS




Toetsconstructie en –analyse, wiskunde-examens, correctiemodellen

Vakdidactiek 1

1,5 ECTS




Didactische aspecten bij de inzet van de grafische rekenmachine

Vakdidactiek 1

1,0 ECTS




Computer- en ICT-gebruik in de wiskunde

Vakdidactiek 1

0,5 ECTS




Uitlegstrategieën in de wiskundeles (gebruik van analogieën, synthese, analyse), concepties, misconcepties

Vakdidactiek 1

1,0 ECTS




Analyse en beoordeling van leerboeken voor wiskunde

Vakdidactiek 1

0,5 ECTS




Ontwerpen van en begeleiden bij praktische opdrachten en profielwerkstukken

Vakdidactiek 1 + 2

2,0 ECTS




Didactische werkvormen

Vakdidactiek 2

1,5 ECTS




Keuze-onderwerpen (vakdidactische verdieping in een of meer zelf te kiezen onderwerpen)

Vakdidactiek 2

2,0 ECTS






Competenties vergeleken met de startbekwaamheden vereist voor het beroep van docent


Leerervaring uit scholing, cursussen, trainingen, en werkervaring

1. INTERPERSOONLIJKE COMPETENT

  1. communiceert effectief door het hanteren van verbale (bijv. volume, tempo, articulatie, melodie) en non-verbale technieken (bijv. mimiek, uiterlijk, lichaamshouding)

  2. beheerst en hanteert vaardigheden als spreken, lezen, schrijven en rekenen

  3. bevordert effectieve communicatie door bijv. te luisteren, samen te vatten en door te vragen op zowel inhoud als betrekkingsniveau

  4. toont persoonlijke betrokkenheid en enthousiasme bij individuele leerlingen en groepen

  5. gaat professionele, persoonlijke relaties aan met alle actoren

  6. herkent en benoemt gedragspatronen van individuele leerlingen en de groep en maakt deze inzichtelijk voor de leerlingen

  7. corrigeert ongewenst gedrag en waardeert gewenst gedrag

  8. motiveert zijn handelen in begrijpelijke taal aan leerlingen




2. PEDAGOGISCHE COMPETENT

  1. biedt een veilig klimaat waarin leerlingen en docenten elkaar respectvol behandelen

  2. zorgt voor een leersituatie waarin leerlingen een eigen inbreng kunnen tonen

  3. gebruikt op systematische wijze de input van leerlingen in het onderwijsleerproces

  4. stimuleert het bespreken van normen en waarden tussen leerlingen

  5. daagt leerlingen uit om mee te denken over hun eigen ontwikkelings- en leerprocessen

  6. houdt rekening met verschillen tussen leerlingen in cultureel, sociaal en emotioneel opzicht

  7. onderneemt waar nodig actie om het sociale klimaat in de groep te verbeteren

  8. signaleert en benoemt ontwikkelings- en gedragsproblemen bij leerlingen en verwijst zonodig door

  9. voert in samenspraak een vastgestelde aanpak bij ontwikkelings- en gedragsproblemen uit

  10. verantwoordt pedagogische opvattingen en de gekozen aanpak




3. VAKINHOUDELIJKE EN DIDACTISCHE COMPETENT
Ontwerpen:

  1. zorgt voor betekenisvolle en toepassingsgerichte leeractiviteiten

  2. ontwerpt verschillende leertrajecten om tegemoet te komen aan verschillen tussen leerlingen

  3. ontwerpt zowel individuele als groepsactiviteiten

  4. ontwikkelt beoordelingsinstrumenten

  5. gebruikt schriftelijke, audiovisuele en digitale leermiddelen om leerdoelen te bereiken

  6. past bestaande leermiddelen zelf aan en breidt ze uit met eigen inbreng (vragen, suggesties, voorbeelden)



Aanbieden


  1. geeft een heldere opbouw in de leerstof aan

  2. maakt actief gebruik van voorkennis en sluit aan bij de belevingswereld van kinderen

  3. hanteert verschillende werkvormen om tegemoet te komen aan verschillen tussen leerlingen (de leerstijlen van leerlingen, niveau en wijze van werken)

  4. hanteert verschillende werkvormen om tegemoet te komen aan verschillen tussen leerlingen (de leerstijlen van leerlingen, niveau en wijze van werken)

  5. verwerkt actualiteit en praktijk in de onderwijsactiviteit

Begeleiden


  1. stimuleert de leerling om zelf zijn leerproces vorm te geven

  2. ondersteunt de leerlingen in hun leerproces, door leervragen en -problemen te signaleren, te benoemen en er op te reageren

  3. reflecteert systematisch het leerproces met de leerlingen op resultaten en bijbehorend proces

  4. analyseert (vakspecifieke) leerproblemen en speelt adequaat daarop in met gerichte opdrachten en/of vragen

Vakdomein


  1. legt relaties tussen de leerinhouden van zijn vakdomein en die van verwante vakken

  2. staat boven de stof

  3. gebruikt huidige toepassingen van zijn vakgebied

  4. verantwoordt de functies van het vak in de ontwikkeling van de leerlingen

Evalueren

  1. evalueert het leerproces en de leerresultaten van de leerlingen

  2. verantwoordt zijn vakdidactische opvattingen en de gekozen aanpak




4. ORGANISATORISCHE COMPETENT

  1. geeft duidelijk aan wat de inhoud, vorm, structuur en relevantie van de (onderwijs)activiteit is

  2. is consequent in het hanteren van regels en afspraken

  3. maakt afspraken over de taken van de leerlingen en geeft aan welke ondersteuning hij van de leerkracht kunnen verwachten

  4. stelt prioriteiten en verdeelt de beschikbare tijd efficiënt, zowel voor zichzelf als voor de leerlingen

  5. weet om te gaan met beperkte mogelijkheden van de leeromgeving, en beschikt bij knelpunten over alternatieven

  6. bewaakt de planning samen met de leerlingen

  • verantwoordt zijn opvattingen, aanpak van klassemanagement en de organisatie van zijn onderwijs




  1. COMPETENT IN HET SAMENWERKEN MET COLLEGA’S

  1. stelt teambelang boven eigenbelang

  2. vraagt hulp van en biedt hulp aan collega’s

  3. stelt eigen grenzen vast: is duidelijk over wat hij (niet) wil of kan

  4. neemt verantwoordelijkheid voor de taak (van anderen)

  5. werkt volgens de in de organisatie geldende afspraken, procedures en systemen zoals bijv. leerlingvolgsysteem en kwaliteitszorg

  6. levert een bijdrage aan de ontwikkeling en verbetering van zijn school

verantwoordt zijn opvattingen en werkwijze aangaande samenwerken met collega’s binnen de schoolorganisatie



  1. COMPETENT IN HET SAMENWERKEN MET DE OMGEVING





  1. hanteert relevante gespreksvaardigheden en -technieken (bijv. slecht nieuwsgesprek, adviesgesprek)

  2. raadpleegt reeds aanwezige informatie, registreert nieuwe informatie en stelt anderen in de gelegenheid hier gebruik van te maken

  3. geeft aan ouders en andere belanghebbenden in het belang van de leerling informatie en doet dit met respect

  4. verantwoordt zijn professionele opvattingen, werkwijze en benadering aan ouders en andere belanghebbenden en past in gezamenlijk overleg zonodig zijn werk aan




7. COMPETENT IN REFLECTIE EN ONTWIKKELING

  1. beschrijft gericht op de feitelijke situaties de eigen kwaliteit en beperkingen

  2. reflecteert systematisch op eigen gedrag en betrekt in zijn reflectie de feedback van anderen

  3. weet aan te geven op welke punten de eigen competentie(ontwikkeling) verbeterd kan worden

  4. werkt op een planmatige manier aan zijn eigen ontwikkeling

  5. stemt zijn ontwikkeling af op het beleid van de school

  6. is flexibel en stressbestendig: past zich aan veranderende omstandigheden aan en beschikt over alternatieven

  7. volgt nieuwe ontwikkelingen rond zijn vak en leraarschap op de voet

  8. staat open voor andere visies en ideeën en probeert die daadwerkelijk uit

  9. brengt onder woorden wat hij belangrijk vindt in zijn leraarschap en van welke waarden, normen en onderwijskundige opvattingen hij uitgaat





Opmerkingen:




Blad 5



Voer hier uw bewijsstukken toe





Blad 6



Eigen oordeel over de verworven competenties





Startcompetentie

Zijn competenties aanwezig?

Vul in: ja / gedeeltelijk / nee en motiveer.

  1. Interpersoonlijke component






  1. Pedagogische component






  1. Vakinhoudelijke en didactische component






  1. Organisatorische component






  1. Competent in het samenwerken met collega’s






  1. Competent in het samenwerken met de omgeving






  1. Reflectie en ontwikkeling









Blad 7



Persoonlijk ontwikkelingsplan



COMPETENTIEONTWIKKELING


Welke competenties moet ik verder gaan ontwikkelen?

(geef hierin een prioriteit aan)


















Hoe ga ik dat ontwikkelen?

ACTIES (prioriteiten in verdere competentie ontwikkeling)

(wat)


Waar / Wanneer



  • Aanbieden
  • Begeleiden
  • Vakdomein
  • COMPETENT IN HET SAMENWERKEN MET DE OMGEVING
  • COMPETENTIEONTWIKKELING

  • Dovnload 141.46 Kb.