Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Taak diversiteit: taal en beeld 1 Inleiding

Dovnload 363.98 Kb.

Taak diversiteit: taal en beeld 1 Inleiding



Pagina1/4
Datum12.05.2019
Grootte363.98 Kb.

Dovnload 363.98 Kb.
  1   2   3   4


Taak diversiteit: taal en beeld

1 Inleiding

Voor de taak van taal en beeld bestudeer je enkele prentenboeken grondig vanuit het perspectief van ‘diversiteit’. Je kan daarbij een beroep doen op de achtergrondinformatie die je in het tweede en derde deel van deze tekst vindt. De taakbeschrijving vind je in het vierde deel. Achteraan vind je ook nog de bibliografie.



2 Achtergrond: diversiteit in prentenboeken

We bekijken ‘diversiteit’ vanuit het perspectief van prentenboeken en gebruiken daarbij enkele tekstfragmenten uit [Maz], dat je via deze link kan vinden: http://www.cteno.be/downloads/publicaties/mazarese_verheyen_2005_verhalen_vensters_op_wereld.pdf.


2.1 Niveau van het prentenboek


Als we ons aanbod niet voorzichtig selecteren, lopen we het risico dat we de kleuters door een piepklein, rozig venster naar de wereld laten kijken: op alle prenten stralen ‘miss en mister België’-gezichten; ouders zijn stuk voor stuk inlevende opvoeders; de poppenkastfamilie is compleet: mama, papa, schattige dochter en ondeugende zoon; huizen hebben het nodige comfort; cadeautjes en taart, uitstapjes en speelgoed: het hoort er allemaal bij. Kleuters die binnen een onderwijscontext voortdurend door dat soort venster naar de wereld kijken, leren een stereotiepe en uniforme wereld kennen, een wereld waarin blank, welgesteld, happy family de norm zijn, een droomwereld waarin Tiny en haar vriendjes thuishoren. Een wereld dus, waarin realiteit en (bijgevolg ook) diversiteit te weinig kans krijgen.

Dat de realiteit te weinig plaats krijgt, is jammer: kleuters van nu zijn immers terechtgekomen in een wereld vol diversiteit, die onder andere daarom zo boeiend en uitdagend is. Kinderen hebben dus zonder meer recht op grote vensters met gewoon glas, waardoor ze naar de echte wereld kunnen kijken. Dan ontmoeten ze de wereld waarvan ze zelf deel uitmaken, en leren er ook mee omgaan. Dan pas voelen ze zich ook thuis in de wereld van de klas.

[Maz]

2.1.1 Diversiteit-prentenboeken


Het thema diversiteit komt expliciet aan bod, bijvoorbeeld:

  • variatie is boeiend

  • tevreden zijn met jezelf, ook al ben je wat anders dan de anderen

  • leren omgaan met anders zijn van anderen: ze mogen anders zijn en hoeven niet meteen een tegenprestatie te leveren

  • achter diversiteit een wereld van gelijkenissen kunnen zien.

‘Ik' vertelt het verhaal van een beer met hoge aaibaarheidsfactor, die zich pagina's lang vol zelfvertrouwen (gerelativeerd door de humoristische prenten) en met graagte in een wereld beweegt waarin diversiteit gewoon is: oud, jong, blank, zwart, klein en groot... Op de laatste bladzijden geeft hij – enigszins twijfelend – toe dat hij zich wel eens eenzaam voelt en iemand anders nodig heeft. Een hoofdpersonage in dierenhuid – dus zonder verwijzing naar sekse, ras, stand – geeft identificatiekansen aan elkeen. In z'n geheel is 'Ik' dus een boekje waarin iedereen zich thuis kan voelen.

[Maz]

2.1.2 MOVO-prentenboeken (‘mondiale vorming’)


Het verhaal speelt zich af in een ander (niet West-Europees) land of een ander werelddeel: het speelt zich af in Midden- of Zuid-Amerika, Zuid- of Oost-Europa, Afrika of Azië. Meestal speelt in een dergelijk verhaal een kind de hoofdrol. In het boek volg je het kind tijdens bepaalde momenten uit zijn dagelijkse leven. Dergelijke verhalen zijn dus realiteitsverhalen.

Meestal gaat het niet om verhalen uit de verhaal- of verteltraditie van die culturen of landen: dat zijn eerder sprookjes of legenden.

‘Jamela's jurk' is een schoolvoorbeeld van wat een MOVO-prentenboek kan zijn: een boeiend verhaal rond heel herkenbare probleempjes (en dus emoties) van een vijfjarige kleuter, gesitueerd in een erg realistisch geschetste wijk van Kaapstad (Z-Afrika): geen hutjes maar een hedendaags straatbeeld; geen zwarte stripfiguren, maar mensen van vlees en bloed. De auteur/illustrator, N. Daly, is geboren en getogen op de plek waar hij het verhaal situeert: hij schrijft/illustreert dus van binnen uit!

[Maz]

2.1.3 Prentenboeken met realistisch, genuanceerd, hedendaags wereldbeeld


Het thema diversiteit komt niet expliciet aan bod, maar het prentenboek ademt wel een sfeer van diversiteit: het wereldbeeld, dat je via ruimtes en personages krijgt aangeboden, is veelkleurig, genuanceerd, hedendaags, geënt op diversiteit in het dagelijkse leven. Het stapt af van een normerende (wit, burgerlijk) wereldbeeld, bijvoorbeeld:

  • de kinderen vertonen een brede variatie aan uiterlijke kenmerken (niet iedereen heeft een witte huidskleur, blond haar en blauwe ogen – zonder bril, de ideale maten)

  • de gezinssamenstelling is niet uitdrukkelijk standaard (mama, papa, meisje, jongen), zonder dat die meteen helemaal alternatief hoeft te zijn

  • de ruimte waarin het gezin zich beweegt , is niet uitgesproken burgerlijk (geen ‘Ikea’-woning).

In 'Vraag maar' staan meer dan honderd vragen, waarop ieder van ons z'n eigen antwoord moet geven. Welk huisdier zou je het liefst willen hebben? Wie horen er allemaal bij jouw familie? Wie mis jij? Wat doe jij als je het koud hebt? Op de rechter bladzijden werkt de auteur in een aantrekkelijke variatie van beeldende technieken telkens een mogelijk antwoord uit. Ook die illustratie biedt gespreksstof. 'Vraag maar' is een blikopener voor de diversiteit in je kleutergroep.

[Maz]

2.1.4 Anti-diversiteitsboeken


Het boek bevestigt (onuitgesproken) impliciete normen rond huidskleur, gezin, gedrag. Het grijpt geen enkele kans aan om een traditioneel, simplistisch (wit) wereldbeeld te nuanceren. In het slechtste geval is de clou van het verhaal ook anti-diversiteit, bijvoorbeeld:

  • de kinderen in de klasgroep zijn allemaal ‘witte’, afgeborstelde Tiny-figuurtjes met kleren uit een hippe (maar toch ietwat klassieke) boetiek

  • vriendschappen lukken enkel tussen soortgenoten


2.2 Verzameling prentenboeken op weekbasis (boekenhoek) en op jaarbasis


Eén boek vormt je kleuters niet. Een veelheid aan boeken, in combinatie met verhalen, anekdotes, poppenspelletjes en versjes, beelden en voorwerpen (bijvoorbeeld in de poppenhoek), doet dat wel! En veel dieper, grondiger en fundamenteler dan we meestal beseffen!

Een kleuter is immers te weinig kritisch en te weinig kennis van de wereld om – wanneer we hem een ‘eng’ wereldbeeld aanbieden – zelf te verfijnen, te verbreden of te nuanceren. Een kleuter wil dat de juf hem graag ziet: wat zij hem als wereldbeeld ook aanbiedt, hij integreert het met plezier en past zich eraan aan.



Het boekaanbod in zijn geheel

Geen enkel boek sluit naadloos aan bij elk van de kinderen van je groep. Om duizend en een redenen kunnen kinderen zich in het ene boek wel, in het andere boek niet vinden. Zorg dus voor variatie, zowel in de boekenhoek (op weekbasis) als in het aanbod op jaarbasis.

Op weekbasis

Probeer in te spelen op de individuele noden van kinderen en op verschillen tussen kinderen.

Bijvoorbeeld:


  • verschillen in smaak met betrekking tot prenten en vormgeving

  • verschillen in interesses (verschillende informatieve boeken)

  • verschillen in ontwikkelingsniveaus (kijkboekjes, verhalenboekjes)

Voeg daaraan ook aandacht voor variatie qua wereldbeeld toe!

Ga voor jezelf dus na: welke kinderen van de klas voelen zich in hun thuissituatie, hun uiterlijk, hun gedragingen, hun huisvesting, hun (thuis)gewoontes bevestigd door prentenboek A, B, C, …? Welke kinderen vallen heel vaak uit de boot?



Jan woont bij zijn papa. Zijn mama stierf toen hij nog een baby was. Bina is een zwart meisje. Haar (blanke) ouders adopteerden haar toen ze drie was. In het huis van Jeff is het een grote chaos: het geraakt er maar niet opgeruimd; heel veel dingen zijn ook gewoon stuk. Marieke heeft een mama en een moeke. Bij Geoffrey hebben alle kinderen samen één kamer. Twee stapelbedden en een eenpersoonsbed staan er elk in een hoekje. Alleen zijn oudste broer heeft een eigen nachtkastje. De ouders van Anna maken voortdurend ruzie. De papa van Bruce woont elk jaar een zestal maanden op een booreiland.

[Maz]


Welke kinderen uit het bovenstaande tekstfragment vallen er uit de boot in de volgende voorbeelden:

  • In de meeste boeken met kinderen staan er witte kinderen.

  • In de meeste boeken met gezinnen hebben kinderen een mama en een papa.

  • In bijna geen enkel boek met huizen hangt het behangpapier los, zijn er vochtproblemen, ligt er rommel. In bijna alle boeken hebben kinderen een eigen leuk en gezellig kamertje. (Pete woont in een kleine, overvolle en drukke flat.)

Ga dus op zoek naar een boek dat wel aansluit bij hun situatie! En breng die boeken mee naar de klas!

2.3 Overzicht prentenboeken1

2.3.1 We leven in een wereld vol diversiteit


Elk individu vertoont een waaier aan soms wisselende kenmerken.


Simpkin (Q. Blake)

Heel de wereld (K. Comprie en A. Louchard)




In een groep ‘gelijken’ heb je heel verschillende types: elk heeft zijn kwaliteiten, specialiteiten en voorkeuren.


Nieuwsgierige Lotje (L. Baeten)

Anders dan anders (N. Sharratt)

Hetzelfde en toch anders (T. Dahl en A. Robbins)


Variatie is gewoon.


En ik, en ik, en ik. Allemaal kinderen (S. Fields en E. Damon) (mensen, etnische verschillen)

Kindje hier, kindje daar, allemaal kindjes bij elkaar (D. Ellwand) (mensen, etnische verschillen)

Toen ik klein was (M. Ramos) (dieren)

Dat is een vriend (J. Firmin) (dieren)

Verschil moet er zijn (H. Tullet) (andere of allerlei)

Een raar boek (B. Cole) (mensen)

Kijk mij nou (D. en I. Schubert)

Mensen, mensen, wat een mensen (P. Spier)

Jij bent oké (T. Parr) (mensen)

Wie (D. Nielandt en M. Pottie) (mensen)

Wie nog (D. Nielandt en M. Pottie) (mensen)

Het meisje dat steeds kleiner werd (K.F. Aakeson en C. Thau-Jensen)





Diversiteit (qua relaties, soorten mensen, gedragingen, uitzicht) hoort erbij.

De blauwe stoel, de ruziestoel. (I. Dros en H. Geelen) (mensen) (ruzie in het gezin)

Zo groot is de zee (G. Dendooven) (mensen) (blinde jongen)

De prinses in de papieren zak (R. Munsch en M. Martchenko) (mensen) (sprookje) (dappere prinses)

De pinnige prinses (M. Wadell en P. Benson) (mensen) (sprookje) (anti-koningsgezin)

Jij bent een kip (H. Kneepkens en J. Vriens) (mensen) (jongen met hanenkam)

Hé, Kobus (A. en J. McLean) (mensen) (zonderlinge vrouw)

Victor Jan Valentijn Vis (M. Fox en J. Vivas) (mensen) (bejaarden)

Vroem vroem … boem (M. De Sterck en I. Godon)

Pardoes (A. Candaele) (dieren)

Sam gaat naar de kermis (kansarmoede)


Diversiteit qua etniciteit is gewoon: multiculturaliteit is evident.


Anna’s eerste schooldag. (T. en Z. Ross) (mensen)

Jij daar (C. Raschka) (mensen)

Geven (S. Hughes) (mensen)

Een bijzondere dag (N. Moon en A. Ayliffe) (mensen)

Ellen en de pinguïn (C. Vulliamy) (mensen)

Kietelhandjes (H. Oxenbury) (mensen)

Rosa (M. Hoffman en C. Binch) (mensen)

Dierentuin (B. Sluyzer en M. Van Hout) (mensen)

Hanne en Sanne doen gek (H. Van Look en Zidroe) (mensen)

Vriendjes genoeg (N. Kuiper en P. Hopman) (mensen)

Hoofd en schouders, knie en teen (J. Hindley en B. Gränström) (mensen)

Kleuterklas (R. Impey en S. Porter) (mensen)

Dag Kinderdagverblijf (M. Witte) (mensen)

Voor het eerst naar school (A. Civardi en S. Cartwright) (mensen)

Ik ga logeren (K. Petty en L. Kopper) (mensen)

Poes op pad (M. Hoffman en J. Burroughes) (mensen)

Ukkepukken bij elkaar (dichtbundel) (N. Kuiper en T-K Thé) (mensen)



2.3.2 We staan open voor het andere. We willen het andere leren kennen.


De eigenaardigheden van andere mensen (andere etnische afkomst, ander milieu, met een handicap) in onze samenleving worden getoond, samen met de overeenkomsten tussen hen en ons.


Stijn is anders (M. Vanvruchelen) (autisme)

Raar is niet stom (H. Brouwer en M. Monsma) (mentale/ fysieke handicap)

Het geheim van Salom (S. Pirotta en H. Cooper) (met aandacht voor etnische verschillen)

Op een middag de wereld rond (U. Kirchberg) (met aandacht voor etnische verschillen)

Afrika achter het hek (B. Moeyaert en A. Höglund) (met aandacht voor etnische verschillen)

Ik ga logeren (K. Petty en L. Kopper) (met aandacht voor etnische verschillen)

De stadsmuis en de veldmuis (Bernadette) (dieren)




Je kunt relaties aangaan met niet-soortgenoten.


Blauwtje en Geeltje (L. Lionni) (andere of allerlei)

Als kat en hond (A. Dahan) (dieren)

Eefje Donkerblauw (G. De Kockere en L. Baeten) (mensen) (sprookje)

Een vreemdeling in Koesterstad (I. Gantshev) (mensen)

Wolfje Wit en Beertje Zwart (Renne) (dieren)

Luipaard en Panter (J. en P. Wilkon) (dieren)




Iets anders leidt tot iets verfrissends, iets vernieuwends, tot creatief denken.


De appelmoesstraat is anders (J. Van Leeuwen) (mensen)

De grote oranje spetter (D.M. Pinkwater) (mensen)

Een, twee, hupsakee (D. Charms en M. Rosenthal) (mensen)



2.3.3 Anders zijn is niet zo makkelijk


‘Anders zijn’ (uiterlijk, qua vaardigheden, qua herkomst, qua gezinssamenstelling, nog niet ingeburgerd) leidt tot spanningen bij confrontatie met de groep en/ of tot eenzaamheid. Er zijn vele soorten reacties, vele soorten oplossing mogelijk.

Het individu past zich aan: het werkt de volgens de groep aanwezige en storende ‘tekortkoming’ weg en past zich aan, groeit.


Nee, ik ben niet bang, nee, nee. (L. en J. Palecek en N. Kuiper) (dieren) (bange tijger)

De nieuwe hond (I. Ostheeren en J. Corderoc’h) (dieren) (nieuwkomer)

Het lelijke jonge eendje (R. Dessers en E. Cotteleer) (mensen)


Het individu heeft iets te bieden wat de groep helpt. De groep draait bij: vooroordelen vallen weg.


Kikker en de vreemdeling. (M. Velthuijs) (dieren) (nieuwkomer)

Stel je voor (A. Benjamin en J. Chapman) (dieren) (nieuwkomer)

Frederick (L. Lionni) (dieren) (apart gedrag)

Meneer Tomaat (U. Scheffler e.a.) (dieren) (apart gedrag, uiterlijk)

Mijn vriend Jim (K. Crowther) (dieren) (nieuwkomer, uiterlijk)

Snuf en Katoo (B. Minne en E. Cottelier) (dieren)

Een vreemde eend in de bijt (U. Weigelten en A. Reichstein) (dieren)

Dikke Roel krijgt een vriendje (J. Maubille) (dieren)

Slappe Snavel (P. Coré en Got) (dieren)

Mama, doe nou toch eens gewoon (G. Hutter en C. Louis)




De groep komt tot inzicht, ook zonder dat het ‘andere’ individu iets bijzonders te bieden heeft. De vooroordelen vallen weg. Soms wordt de groep vertegenwoordigd door één individu. Het individu komt tot zelf-aanvaarding of gewoon tot zich goed voelen in de groep.


Elmer (D. McKee) (dieren) (uiterlijk)

De kleine mammoet Hannibal (A. Brion) (dieren) (gedrag)

Boeba (Stibane) (dieren) (gedrag)

Lila en Sneeuwbal (R. Shami en E. Cools en O. Streich) (dieren) (2 groepen, 2 individuen) (uiterlijk)

Modderbad (W. Färber en B. Mossman) (dieren) (nieuwkomer)

Selim en Suzanne (U. Kirchberg) (met aandacht voor etnische verschillen) (nieuwkomer)

Sam heeft een nieuwe vriend (P. Bourgeois en B. Clark) (dieren) (nieuwkomer)

Wolfje (G. Wagner en J. Wilkon) (dieren) (gedrag)

De reuzin (E. Hasler en R. Seelig) (mensen) (uiterlijk)

Rikki (G. Van Genechten) (dieren) (uiterlijk)

Vreemde vogels in de buurt (J. Blos en S. Gammel) (mensen) (gedrag)

Altijd moeten ze mij hebben (A. De Bode en R. Broere) (nieuwkomer)

De boze buurman (B. Graham)

Het knapste varken van de hele wereld (M. Busser, R. Schröder, J. Verstegen)




Individu leert ander individu kennen dat in vele gevallen ook ‘anders’ is, en ontwapenend. Zo komt het tot zelf-aanvaarding. Hier is geen terugkoppeling naar de groep.


Ellen en de pinguïn (C. Vulliamy) (mensen) (gedrag)

De kleine heks Elma (J. Moerman) (mensen) (gedrag – uiterlijk)

Het lelijke jonge eentje (R. Dessers en E. Cotteleer) (mensen) (uiterlijk)

Platvoetje (I. en D. Schubert) (mensen) (uiterlijk)

Roosje Big en Piepertje Muis (R. Dessers en H. Schuurmans) (dieren) (uiterlijk)

Kleine Tibo (H. Horning) (+handicap)

Haasje (M. Arold en A. Rudolph) (dieren)


Individu komt door confrontaties en nadenken zelf tot inzicht en aanvaarding van zijn anders-zijn, van zijn uniciteit. Vaak wordt hij daarbij geholpen door iemand.


De reis van de beer en de clown (Rascal en L. Joos) (met aandacht voor etnische verschillen) (uiterlijk)

Een heel lief konijn (I. Dros en J. Lamberton) (mensen) (uiterlijk)

Een stukje maan in de koffie (P. Mandelbaum) (met aandacht voor etnische verschillen) (uiterlijk)

Wat lijk jij op je papa (P. Mandelbaum) (mensen) (uiterlijk)

Rosa (M. Hopman en C. Binch) (met aandacht voor etnische verschillen) (uiterlijk)

Kikker is kikker (M. Velthuijs) (dieren) (gedrag)

Een kind van ver (A. De Bode en R. Broere) (uiterlijk)

De kleine prinses (B. Masini)




Twee groepen kunnen (o.a. wegens uiterlijke verschillen) het niet met elkaar vinden. Spanningen en ruzie (oorlog) zijn het gevolg. Toch komt er een vergelijk.


Zwart op wit. (D. McKee) (dieren)

Kummeling op de brug (C. Kuratomi) (dieren)




Een individu leert een ander individu met eigen-aardigheden aanvaarden op basis van overeenkomsten.


Een heerlijk modderbad (W. Färber en B. Mossman) (dieren)


Een individu aanvaardt anderen niet omdat hij te zeer vasthoudt aan zijn overtuiging. Een ander brengt hem tot dat inzicht. Hij groeit.

Nieuwe vriendjes (R. Lewis) (dieren)

Het is best fijn om een varken te zijn (A. Von Roeck en K. Reider) (dieren)





2.3.4 Verhalen uit andere culturen: kinder- en volksverhalen (MOVO)


Sprookjes, verhalen, poëzie uit andere culturen


Anansi en Broer Tijger (J. de Sauza e.a.)

Anansi en de Botjesman (F. French)

Koning van de bergen (M. Pearson en H. Ong)

Anansi en die andere beesten (N. Lichtveld)

Sprookjes uit andere landen (J. Ray)


Kinderverhalen gesitueerd in andere culturen, elders op de aardbol


Het jongetje en de leeuw (U. Nilsson en A. Höglund) (mensen)

Tibili en de gazelle (M. Léonard en A. Prigent) (mensen)

Tibili, het jongetje dat niet naar school wilde (M. Léonard en A. Prigent) (mensen)

Ena en de vissen (A. Lilipaly) (mensen)





2.3.5 Boeken uit onze cultuur in andere taal vertaald (ander schriftbeeld)


Woeste Willem (D. en I. Schubert) (mensen) (Arabische versie)

Kleine Tibo (H. Hornung) (mensen) (met Bliss-symbolen)

Arabische versie van D. Bruna’s telboekje

  1   2   3   4

  • 2.1 Niveau van het prentenboek
  • 2.1.1 Diversiteit-prentenboeken
  • 2.1.2 MOVO-prentenboeken (‘mondiale vorming’)
  • 2.1.3 Prentenboeken met realistisch, genuanceerd, hedendaags wereldbeeld
  • 2.1.4 Anti-diversiteitsboeken
  • 2.2 Verzameling prentenboeken op weekbasis (boekenhoek) en op jaarbasis
  • 2.3 Overzicht prentenboeken 1
  • 2.3.2 We staan open voor het andere. We willen het andere leren kennen.
  • 2.3.3 Anders zijn is niet zo makkelijk
  • 2.3.4 Verhalen uit andere culturen: kinder- en volksverhalen (MOVO)
  • 2.3.5 Boeken uit onze cultuur in andere taal vertaald (ander schriftbeeld)

  • Dovnload 363.98 Kb.