Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Takbier tot de tasliem, alsof je het ziet

Dovnload 400.85 Kb.

Takbier tot de tasliem, alsof je het ziet



Pagina2/6
Datum14.03.2017
Grootte400.85 Kb.

Dovnload 400.85 Kb.
1   2   3   4   5   6


1) Je wenden tot de richting van de Ka’bah


1) Wanneer je opstaat om te bidden, wend je dan naar de qiblah (gebedsrichting, de richting van de Ka’bah in Mekkah), waar je ook bent, in zowel de fardh (verplichte) als de naafil (vrijwillige) gebeden. Dit is een van de pilaren van het gebed, zonder is het gebed niet geldig.

2) De verplichting om je te wenden tot de qiblah geldt niet voor degene die bezig is met oorlogsvoering, wanneer hij het angstgebed (salaat al-khawf) bidt of wanneer hij verwikkeld is in een hevig gevecht. Het geldt ook niet voor degenen die niet in staat zijn om dit te doen, zoals degene die ziek is, of iemand die reist op een schip, in een auto of vliegtuig, als zij vrezen dat de tijd van het gebed voorbij zal gaan (voordat zij een plaats bereiken waar zij de juiste richting kunnen vinden). En het geldt ook niet voor degene die een naafil-gebed of witr-gebed verricht rijdend op een rijdier etc., maar het is moestah’ab (aanbevolen) voor hem om zich te keren tot de qiblah wanneer hij in staat is om dit te doen na het uitspreken van de takbier al-ih’raam (aan het begin van het gebed), vervolgens kan hij zich wenden tot elke richting die hij opgaat.

3.) Iedereen die de Ka’bah kan zien moet zich er toe wenden; degenen die het niet kunnen zien dienen zich te wenden tot de richting van de Ka’bah.

Regelgeving betreffende het niet wenden tot de Ka’bah per vergissing

4.) Als een persoon niet richting de Ka’bah bidt vanwege wolken (waardoor hij de positie niet kan bepalen d.m.v. de positie van de zon) of enige andere reden, nadat hij zijn best heeft gedaan om de juiste richting te bepalen, zijn gebed is geldig en hij hoeft het niet te herhalen.

5.) Als een betrouwbare persoon komt – terwijl hij aan het bidden is – en deze persoon vertelt hem de juiste richting, dan dient hij zich te haasten om naar kant te draaien, en zijn gebed is geldig.

 


2) Qiyaam (staan tijdens het gebed)


6) Het is verplicht om staand te bidden. Dit is een pilaar (essentieel deel van het gebed), behalve voor degene die het angstgebed bidt of op momenten van felle gevechten, wanneer het toegestaan is om rijdend te bidden; voor degene die ziek is en niet in staat is om te staan, die dan zittend dient te bidden als hij daar toe in staat is, anders liggend op zijn zij; en degene die een naafil-gebed bidt, die rijdend kan bidden of zittend als hij wenst, en hij duidt de roekoe’ (buiging) en soedjoed (knieling) aan met zijn hoofd. Degene die ziek is mag dit ook doen, en hij dient zijn soedjoed lager te maken dan zijn roekoe’.

7) Het is niet toegestaan voor iemand die zittend bidt om iets verhogend op de grond te plaatsen om er op te knielen. Hij dient zijn soedjoed lager te maken dan zijn roekoe’ – zoals we al hebben vermeld – als hij niet in staat is om de grond rechtstreeks aan te raken met zijn voorhoofd.

Bidden aan boord van een schip of vliegtuig

8) Het is toegestaan om fardh-gebeden te verrichten aan boord van een schip of vliegtuig.

9.) Het is toegestaan om ze zittend te verrichten als men bang is om te vallen.

10) Het is toegestaan om te leunen op een pilaar of stok als men staat, als men oud is of zwak in het lichaam.

Het combineren van staan en zitten in het gebed

11) Het is toegestaan om qiyaam al-layl (het nachtgebed) zonder excuus staand of zittend te bidden, of het beide te doen (de beloning is dan wel minder). Dus een persoon mag zittend bidden en reciteren, en net vóór het verrichten van roekoe’ mag hij opstaan en de rest van de aayaat (verzen van de Qor-aan) staand reciteren, vervolgens de roekoe’ en soedjoed verrichten en daarna kan hij hetzelfde doen in de tweede rak’ah [rak'ah = één volledig deel van de salaat, bestaande uit 1 x staan (qiyaam), 1 x buigen (roekoe') en 2 x knielen (sadjdah of soedjoed). De meervoudsvorm is raka'aat en de tweevoudsvorm is rak'atayn].

12) Als een persoon zittend bidt, dient hij te bidden in kleermakerszit of in welke positie hij comfortabel vindt.

Bidden met schoenen aan

13) Het is toegestaan om blootsvoets te bidden, of te bidden met schoenen aan. [Aboe Daawoed leverde over van ‘Amr ibn Shoe'ayb dat zijn grootvader zei: “Ik zag de boodschapper van Allah (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) bidden zowel blootsvoets als met schoenen.” Dit is ook overgeleverd door Ibn Maadjah. Men dient de schoenen wel te onderzoeken of er geen viezigheid op zit.]

14) Het is beter om soms blootsvoets te bidden en soms met schoenen aan, volgens wat gemakkelijker is; je dient het niet moeilijk voor jezelf te maken door schoenen aan te doen of om ze uit te trekken om te bidden. Als iemand blootsvoets is, dient hij blootsvoets te bidden en als hij schoenen aan heeft, dient hij te bidden met de schoenen aan, behalve wanneer er een reden is om dat niet te doen.

15) Als iemand zijn schoenen uit trekt, dan dient hij ze niet rechts van hem te plaatsen; hij dient ze eerder links van hem te plaatsen, als er niemand aan zijn linkerkant is, anders dient hij ze tussen zijn voeten te plaatsen. Er is een subtiele aanwijzing dat hij de schoenen niet voor zich moet plaatsen. Dit is de etiquette welke vele aanbidders negeren, dus zie je ze bidden tegenover hun schoenen! Dit is wat verhaald is in de sah’ieh’ (authentieke) overleveringen van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem).

(Voor meer informatie over het bidden op matjes, met schoenen aan of blootsvoets, zie: Vraag 18 – Bidden op een gebedskleedje en met schoenen aan.)

Bidden op de minbar (preekstoel)

16.) Het is toegestaan voor de imaam om te bidden op een verhoogde plaats zoals de minbar, om de mensen te onderwijzen. Dus dient hij er op te staan om te bidden, dan de takbier te zeggen, Qor-aan te reciteren en de roekoe’ te verrichten terwijl hij op die plaats is, vervolgens dient hij achterwaarts naar beneden te gaan zodat hij op de grond kan neerknielen bij het voetstuk van de minbar, daarna mag hij er weer naar terugkeren om hetzelfde te doen in de tweede rak’ah zoals hij in de eerste deed.

Het is verplicht om te bidden tegenover een soetrah en om er dicht bij te staan

17.) Het is verplicht om te bidden met een soetrah (afscheiding) voor je, er is geen verschil of dat in een moskee is of ergens anders, en of de moskee klein of groot is, vanwege de algemene betekenis van de h’adieth van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) (Nederlandstalige interpretatie): “Bid niet behalve tegenover een soetrah, en laat niemand voor je door lopen; en als hij erop staat, bevecht hem dan, want hij heeft een metgezel (qarien) bij zich” – dat wil zeggen een satan.

[Soetrah: een afscheiding (pilaar, muur, stok, stoel, tas etc.) die je voor je dient te hebben tijdens het gebed en die dient als een symbolische barrière tussen degene die bidt en de andere mensen die niet voor hem door mogen lopen.]

 

bid altijd met een soetrah voor je!

Bid altijd met een soetrah voor je!

 

18) Het is verplicht om dicht bij de soetrah te staan, omdat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) dit opdroeg.



19) Tussen de plaats waar de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) neerknielde en de muur, was er een ruimte nauwelijks groot genoeg voor een schaap om er te passeren. Wie dit doet is dicht genoeg (bij de soetrah) zoals dat vereist is. Ik zeg: van dit weten we dat wat mensen doen in alle moskeeën die ik gezien heb in Syrië en elders, door te bidden in het midden van de moskee, ver weg van de muur of pilaren, is niets anders dan veronachtzaming van het bevel en de handeling van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem).

Hoe hoog dient de soetrah te zijn?

20) De soetrah dient ongeveer een of twee handbreedtes boven de grond te zijn, omdat de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) gezegd heeft (Nederlandstalige interpretatie): “Als iemand van jullie iets voor zich plaatst zoals het stuk van de achterzijde van een zadel, dient hij te bidden en zich geen zorgen te maken over iemand die daar voor passeert.” Deze h’adieth duidt aan dat een lijn op de grond niet voldoende is, en de h’adieth die hierover is overgeleverd i sdha’ief (zwak).

21) Men dient recht tegenover de soetrah te staan, omdat dit de duidelijke betekenis is van het bevel om tegenover een soetrah te bidden. Een beetje naar rechts of links stappen zodat men niet recht tegenover de soetrah staat is niet correct.

22) Het is toegestaan om tegenover een stok, en dergelijke, stekend in de grond te bidden, of een boom, of een pilaar, of je vrouw die in haar bed ligt onder een deken, of een dier, zelfs als het een kameel is. [Zolang het maar niet iets is wat je afleidt in het gebed]

Verbod om te bidden richting graven

23) Het is absoluut niet toegestaan om te bidden richting graven, ongeacht of het graven zijn van profeten of van anderen.

Verbod om voor iemand die aan het bidden is door te lopen, zelfs in al-Masdjid al-H’araam (in Mekkah)

24) Het is niet toegestaan om voor iemand te lopen die aan het bidden is als er een soetrah voor hem is (d.w.z., het is niet toegestaan om te lopen tussen hem en zijn soetrah). Er is geen verschil betreffende dit tussen al-Masdjid al-H’araam (de Heilige Moskee te Mekkah) en andere moskeeën, zij zijn allen hetzelfde betreffende dat dit (het lopen voor iemand die aan het bidden is) verboden is, vanwege de algemene betekenis van de woorden van de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) (Nederlandstalige interpretatie): “Als de persoon die voor iemand die aan het bidden is door loopt zou weten hoe groot de zonde daar van is, het staan (wachten) voor veertig (jaar) zou beter voor hem zijn dan het lopen voor degene die aan het bidden is.” Dit verwijst naar het lopen tussen hem en de plaats van zijn neerknieling. De h’adieth die spreekt over de profeet (Allahs zegeningen en vrede zijn met hem) toen hij bad in Haashiyat al-Mataaf zonder een soetrah en met mensen voor hem, is niet sah’ieh’, ook al zegt het niet dat zij tussen hem en zijn plaats van neerknieling passeerden. Het is verplicht voor degenen die neerknielt om degene die voor hem door wil passeren tegen te houden, zelfs in al-Masdjid al-H’araam.

25) Het is niet toegestaan voor degene die bidt tegenover een soetrah om iemand voor hem door te laten passeren, vanwege de h’adieth die hierboven is geciteerd (Nederlandstalige interpretatie): “…laat niemand voor je door lopen…”….

Het naar voren stappen om te voorkomen dat iemand voor hem door passeert

26) Het is voor een persoon toegestaan om een of twee stappen naar voren te zetten om te voorkomen dat iemand die niet verantwoordelijk is, zoals een dier of een klein kind, voor hem door passeert en om er voor te zorgen dat hij achter hem door passeert.

Wat verbreekt het gebed?

27) De soetrah is zo belangrijk voor het gebed dat het voorkomt dat het gebed van een persoon ongeldig gemaakt wordt als iemand voor hem door passeert. Dit is in contrast met degene die geen soetrah gebruikt. 


1   2   3   4   5   6

  • 2) Qiyaam (staan tijdens het gebed)

  • Dovnload 400.85 Kb.