Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Task Force Vlaamse Rand Jaarverslag 2005

Dovnload 362.95 Kb.

Task Force Vlaamse Rand Jaarverslag 2005



Pagina1/3
Datum08.12.2018
Grootte362.95 Kb.

Dovnload 362.95 Kb.
  1   2   3


Task Force Vlaamse Rand
Jaarverslag 2005


1. Inleiding

Op 18 april 2005 werd de Task Force Vlaamse Rand opgericht. Deze ambtelijke werkgroep heeft tot doel de realisatie van de doelstellingen en uitdagingen uit de beleidsnota “De Vlaamse Rand”(1) en de bijkomende initiatieven uit de aanvullende regeerverklaring van 18 mei 2005 (2), die betrekking hebben op het beleid in de Vlaamse Rand, op een gestructureerde wijze op te volgen en waar nodig aan te sturen. Het is tevens een forum om mogelijke knelpunten tussen verschillende actoren die betrokken zijn bij deze verwezenlijkingen aan te kaarten en weg te werken. Het uitgangspunt van de beleidsnota De Vlaamse Rand is immers samenwerken voor een goed Vlaams bestuur in de Vlaamse Rand.

De Task Force wordt geleid door de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant die daartoe door de Vlaamse Regering werd aangesteld als bijzonder commissaris.

Alle Vlaamse ministers wezen voor hun beleidsdomeinen deskundige afgevaardigden uit de administratie aan. Ook de VZW de Rand en de provincie Vlaams-Brabant zijn vertegenwoordigd in de Task Force. Daarnaast nemen ook kabinetsmedewerkers van de minister bevoegd voor de coördinatie van het beleid met betrekking tot de Vlaamse Rand en de adjunct-kabinetschef van de minister-president deel aan de werkzaamheden van de Task Force. Het secretariaat ten slotte wordt verzorgd door de Coördinatie Vlaamse Rand (Stafdienst Vlaamse Regering – Diensten voor Algemeen Regeringsbeleid).

De voortgang van de initiatieven die in het kader van het beleid Vlaamse Rand door de Task Force Vlaamse Rand opgevolgd worden, wordt opgenomen in een opvolgingsschema. Dit schema geeft voor elk beleidsdomein kort de doelstellingen weer, wat reeds gerealiseerd is, wat lopende is en wat nog moet gebeuren. Dit schema wordt regelmatig aangevuld en vormt de basis voor de werking van de Task Force. Het jaarverslag dat nu voorligt is dus een eerste tussentijds rapport en heeft betrekking op de periode april 2005 – april 2006.

De Task Force Vlaamse Rand komt in principe elke derde woensdag van de maand van 12 tot 14 uur samen in het Boudewijngebouw te Brussel.





  1. Beleidsnota De Vlaamse Rand 2004-2009 is integraal te raadplegen op http://www2.vlaanderen.be/ned/sites/regering/beleidsnotas2004/vandenbroucke/vlaamse_rand.pdf

  2. De aanvullende regeerverklaring van 18 mei 2005 vindt u onder: http://docs.vlaanderen.be//hoofdmenu/vlaamseoverheid/regeringsverklaring leterme 18mei2005.pdf

De samenstelling van de Task Force Vlaamse Rand is als bijlage bij dit jaarverslag gevoegd.
De onderwerpen die hierna aan bod komen volgen de indeling van de beleidsnota De Vlaamse Rand. De uitdagingen/beleidsopties worden slechts beknopt weergegeven daar ze uitvoeriger beschreven worden in de beleidsnota zelf en in de aanvullende regeerverklaring.


2. Informatie

2.1 Uitdagingen/beleidsopties
Het beschikbaar stellen van cijfermateriaal over de Vlaamse Rand als geheel.
2.2 Realisaties/genomen initiatieven
De studiedienst van de Vlaamse Regering (voorheen Administratie Planning en Statistiek) leverde reeds volgende bijdragen aan de statistische onderbouwing van het beleid met betrekking tot de Vlaamse Rand:

- De migratiebewegingen in de Vlaamse rand rond Brussel 1995-2003: zie NOT@5.

- Een provinciale scan over de provincie Vlaams-Brabant: zie NOT@10 met statistische bijlagen.

- Het sociaal-economisch profiel van de RESOC gebieden: zie NOT@12 met statistische bijlagen.

Deze publicaties zijn elektronisch raadpleegbaar op www.vlaanderen/be/aps onder de rubriek 

Publicaties - Aps-Not@.

- De Interactieve databank www.lokalestatistieken.be

Deze portaal kwam tot stand in een samenwerkingsverband tussen de studiedienst van de Vlaamse Regering, het Agentschap voor Binnenlands Bestuur (voorheen de Administratie Binnenlandse Aangelegenheden), de Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten (VVSG) en de Vlaamse Vereniging van Provincies (VVP). Het bevat honderden reeksen met cijfers tot op het gemeentelijke niveau. Onder de rubriek rapporten -functioneel, gemeentelijke aggregatieniveaus worden de 19 gemeenten van de Vlaamse rand voorgeselecteerd. Deze databank wordt continu aangevuld.

 

In 2006 worden volgende acties aangekondigd (afhankelijk van de goedkeuring van het jaarprogramma van de Studiedienst van de Vlaamse regering):



- Een algemene omgevingsanalyse over de Vlaamse rand - actualisering van de publicatie over migratiebewegingen met bijzondere aandacht voor grensgebieden.

- De verdere uitbouw van de portaal lokale statistieken met inhoudelijke thema's onder meer in het kader van het lokale sociale beleid, het lokale woonbeleid en zo mogelijk met enkele indicatoren tot op het niveau van de statistische sector.

 

2.3 Conclusie
Er is momenteel reeds heel wat meer informatie beschikbaar die het mogelijk moet maken het beleid in de Vlaamse Rand cijfermatig te onderbouwen. Deze inspanningen zullen ook worden voortgezet.


3. Initiatieven Coördinatie Vlaamse Rand

3.1 Uitdagingen/beleidsopties
Allerlei initiatieven nemen die het Vlaams karakter van de Vlaamse Rand versterken en/of de integratie van anderstaligen bevorderen.
3.2 Realisaties/genomen initiatieven
3.2.1 Subsidies aan verenigingen:
- Het verstrekken van subsidies aan Vlaamse verenigingen uit de Vlaamse Rand voor allerlei initiatieven die het Vlaams karakter van de Vlaamse Rand ondersteunen en/of de integratie van anderstaligen bevorderen.

We besteden hierbij extra aandacht aan initiatieven ter promotie of ondersteuning van de Nederlandse taal, aan initiatieven in het kader van de 11 julivieringen en aan grootsere jeugd- en sportevenementen in de Vlaamse Rand. Het budget hiervoor bedroeg in 2004 en 2005 telkens 161.000 euro. Hiermee werden in 2004 vierenveertig initiatieven gesubsidieerd en in 2005 veertig.

Deze subsidiemogelijkheid zal met een vernieuwde folder nog beter kenbaar gemaakt worden. Ook het budget wordt in 2006 opgetrokken tot 225.000 euro.

Ook de provincie Vlaams-Brabant verleent gelijkaardige subsidies (zie ook 21.2.2). Er is overleg tussen beide overheden aangaande de toekenning van deze subsidies.


3.2.2 Randkrant:
- Randkrant bestaat intussen reeds 10 jaar. Dit magazine verschijnt maandelijks op 152.000 exemplaren en wordt bus aan bus verspreid in de (deel)gemeenten van de Vlaamse Rand. De Vlaamse Overheid alsook de provincie Vlaams-Brabant zullen dit magazine ook de komende jaren verder blijven ondersteunen gezien de positieve evaluatie van Randkrant in het lezersonderzoek van maart 2003.

Er zijn nog geen specifieke initiatieven genomen om het bereik van RandKrant bij anderstaligen te verhogen. Wel worden nog steeds anderstalige samenvattingen van sommige artikels gepubliceerd.

In 2005 is de meeste aandacht gegaan aan de voorbereiding van een feestnummer voor 10 jaar RandKrant.

3.2.3 Welkomstbrochure:


- In de loop van 2006 wordt een vernieuwde Welkom-in-de-Vlaamse Rand brochure uitgebracht in 4 talen. De realisatie van deze brochure gebeurt in samenwerking met de provincie Vlaams-Brabant. Deze brochure moet de vele (anderstalige) nieuwkomers in de Vlaamse Rand onthalen en hen wegwijs maken in het Vlaanderen waarin zij zich zijn komen vestigen.
3.2.4 Webstek:
- Ook zal in het najaar van 2006 een webstek worden opgestart met alle informatie over de Vlaamse Rand alsook over alle actoren die in de Vlaamse Rand actief zijn om het beleid inzake het Vlaams karakter en de integratie van anderstaligen mee gestalte te geven.
3.2.5 Logo:
- Daarnaast werd ook een eigen logo voor de Vlaamse Rand ontworpen om de vele initiatieven die ontwikkeld worden een eigen herkenbaar gezicht te geven. Aan de gesubsidieerde initiatieven zal eveneens gevraagd worden dit logo te gebruiken in hun promotievoering.
3.3 Conclusie
Er werden in het verleden reeds een aantal initiatieven genomen die verder blijven lopen en versterkt worden. Daarnaast worden ook een aantal nieuwe initiatieven uitgewerkt.


4. RingTv

4.1 Uitdagingen/beleidsopties

RingTv verricht een uitstekende taak als informatiekanaal, maar ook als gemeenschapsvormend en bindend element voor de lokale, Nederlandstalige bevolking van de Vlaamse Rand. Om de leefbaarheid van de zender te waarborgen kunnen initiatieven die het Vlaams karakter verder ondersteunen en initiatieven die de integratie van anderstaligen kunnen bevorderen een marktconforme ondersteuning krijgen.



4.2 Realisaties/genomen initiatieven

4.2.1 Billboard subsidiemogelijkheden :

- Om de subsidiemogelijkheden voor de verenigingen kenbaar te maken, wordt een billboard uitgezonden in het kader van het programma ‘toernee general’.

4.2.2 ‘Over de Rand’:

- De realisaties van de Vlaamse Overheid in de Vlaamse Rand worden geregeld nader toegelicht in het informatieve programma ‘Over de Rand’ dat 1 keer per maand op zondag wordt uitgezonden.

4.2.3 Samenwerking RingTv – ROBTv:

- Om de leefbaarheid van RingTv verder te kunnen garanderen werd in samenwerking tussen de minister bevoegd voor de coördinatie van het beleid in de Vlaamse Rand en de minister van media een onderzoek opgezet en uitgevoerd naar de "mogelijkheid, opportuniteit & wenselijkheid van samenwerking tussen RingTV en ROBTv". Dit onderzoek is intussen afgerond. Op basis van de suggesties uit het onderzoek zullen RingTV en ROBTv een aantal initiatieven samen concreet uitwerken, zowel op het vlak van aanmaak van programma's, als op vlak van wervingsactiviteiten (aantrekken van adverteerders). Deze initiatieven moeten door beide zenders in de loop van 2006 worden voorgesteld. Dit moet het mogelijk maken dat de in de begroting 2006 voorziene middelen op een zinvolle wijze besteed kunnen worden. Ook de samenwerking met Tv Brussel zal worden voortgezet.

4.3 Conclusie

De aanzet is gegeven om de leefbaarheid van RingTv en ROBTv te vrijwaren. In de toekomst moet nog bekeken worden of en op welke wijze de verschillende mediakanalen (Randkrant – gemeenschapskranten – RingTv – andere…) in de Vlaamse Rand kunnen betrokken worden bij een globale communicatiestrategie die moet leiden tot een vruchtbare kruisbestuiving teneinde de communicatie van de Vlaamse Overheid in de Vlaamse Rand nog te versterken.



5. Vernederlandsing van het straatbeeld

5.1 Uitdagingen/beleidsopties
Blijvend aandacht schenken aan de vernederlandsing van het straatbeeld en aan de voorrangsstatus van het Nederlands in de faciliteitengemeenten.
5.2 Realisaties/genomen initiatieven
5.2.1 Brievenacties:
- Er worden nog steeds brievenacties ondersteund gericht naar handelaars, verenigingen en organisaties die tweetalige publiciteit voeren.

2005 : 15 klachtbrieven

2006 : tot 15/3 zijn er 8 brieven verstuurd.

Deze brievenactie wordt, na afspraken gemaakt op het provinciale platform van de gemeenten uit de Vlaamse Rand, meer onderling afgestemd (wederzijds informeren over de gestuurde brieven) en dus versterkt tussen de verschillende actoren: de provincie Vlaams-Brabant, de VZW de Rand, de gemeenten en eventueel het lokale verenigingsleven. Indien een handelaar niet reageert stuurt de provincie zelf ook nog een brief ter herinnering/aanmaning.

Voor wat betreft het resultaat van deze betere afstemming is het nog te vroeg om conclusies te trekken.

De provincie Vlaams-Brabant zal, in samenspraak met de VZW de rand, onderzoeken of een initiatief kan genomen worden om een centraal meldpunt op te richten waar klachten in verband met taalgebruik door handelaars, verenigingen of organisaties kunnen gebundeld worden en waar ook een standaard klachtenbrief zal kunnen gedownload worden.


5.2.2 Campagne handelaars:
- In het kader van de nieuwe middelen voor taalpromotie wordt ook een nieuwe campagne voorbereid om handelaars te sensibiliseren. De nieuwe campagne zal starten in het najaar 2006 en sluit aan bij de campagnes die de vorige jaren reeds door de provincie Vlaams-Brabant in samenwerking met vzw ‘de Rand’ met relatief succes werden georganiseerd. Het doel is om handelaars ertoe aan te zetten om anderstaligen die hun best doen een mondje Nederlands te spreken , daarin te steunen en te helpen. Op die wijze worden handelszaken plekken waar cursisten Nederlands hun opgedane kennis in de praktijk kunnen oefenen.

De actie loopt in de 19 gemeenten van de Vlaamse rand. Ook de gemeentebesturen werken hier actief aan mee.


5.2.3 Onderzoek expert:
- In 1999 schreef de provincie Vlaams-Brabant een onderzoeksopdracht uit om na te gaan of en hoe het wettelijk instrumentarium kon gebruikt worden om, met name in het straatbeeld in de gemeenten van de Vlaamse Rand, duidelijk te maken dat deze gemeenten Vlaamse gemeenten zijn. In deze studie (gemeenzaam de “studie Boes” genoemd) worden, na een beschrijving van de bestaande wetgeving in bestuurszaken, een aantal standpunten ingenomen met betrekking tot de mogelijkheid om het straatbeeld in deze gemeenten te vernederlandsen. Deze standpunten werden evenwel nadien door een aantal andere interpretaties in vraag gesteld. Daarop werd besloten dit onderzoek verder te verfijnen.

De opdracht van de nieuw aangeduide expert bestaat er dan ook in om door een verder doorgedreven onderzoek te komen tot een eenduidige visie op basis waarvan een gefundeerd standpunt kan ingenomen worden.

Vlaams minister Marino Keulen gunde op 7 februari 2005 die onderzoekopdracht aan de Universiteit Gent (professor L. Veny ) die haar studie moet bezorgen binnen een termijn van 18 weken te rekenen vanaf 8 februari 2006.
5.2.4 Aanpassingen De Lijn:
- De VVM (Vlaamse Vervoer Maatschappij) De Lijn voert een aanpassing door van de elektronische filmaanduidingen op haar bussen via een handmatig systeem op de buslijnen, die zowel het Brussels Hoofdstedelijk Gewest als het Vlaams Gewest aandoen. De effectieve implementatie is, rekening houdend met de benodigde technische en programmatische aanpassingen, fasematig voorzien vanaf augustus 2006.

Aldus zullen de bussen op ritten naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tweetalige of alternerende opschriften dragen wanneer zij zich bevinden op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de faciliteitengemeenten en zullen zij uitsluitend Nederlandstalige opschriften dragen wanneer zij zich bevinden op het homogeen Vlaamse grondgebied.

Op de ritten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest naar Vlaanderen wordt de bestaande werkwijze behouden om reeds bij het vertrek de Nederlandstalige naam van de eindbestemming zoals Leuven, Halle, Aalst, … te gebruiken.
5.2.5 Septemberdecreet:
- Het aantal controles in het kader van het septemberdecreet, met name inzake het toezicht op de naleving van de taalwetgeving in sociale betrekkingen, werd opgevoerd.

Daarbij wordt geopteerd voor integrale inspecties waarbij op een zo breed mogelijke schaal controles uitgevoerd worden over alle materies waarover de inspectie bevoegd is.


5.3 Conclusie

Er werden in het kader van de vernederlandsing van het straatbeeld reeds een aantal initiatieven ontwikkeld of voortgezet. Dit blijft een moeizaam gegeven, mede gelet op het grondwettelijke kader en is in elk geval een zaak van lange adem. Een betere opvolging van de effecten van de acties lijkt aangewezen.




6. Werk

6.1 Uitdagingen/beleidsopties
Het werkgelegenheidsbeleid in de 19 gemeenten van de Vlaamse Rand moet rekening houden met een aantal zeer specifieke kenmerken waarbij de uitdagingen vooral liggen op het vlak van de taal als van de leefbaarheid.

Daartoe is een geïntegreerd beleid noodzakelijk, gebaseerd op samenwerking met alle betrokken regionale partners alsook met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Daarbij blijft ook een gedifferentieerde aanpak noodzakelijk ten aanzien van kansengroepen die specifieke acties vereisen naar begeleiding en opleiding.


6.2 Realisaties/genomen initiatieven
6.2.1 Lokale Werkwinkels:
- De Lokale Werkwinkel (LWW) Midden-Brabant met vestiging in Tervuren en Kortenberg (+Bertem, Huldenberg en Oud-Heverlee), LWW Zaventem (+Kraainem en Wezembeek) en LWW Overijse – Hoeilaart zijn operationeel.

- LWW Beersel (Sint-Genesius-Rode, Linkebeek, Drogenbos) is nog niet operationeel op 1 april 2006. Er werd nog geen geschikte locatie gevonden.

Buiten de werkwinkel Beersel zijn alle werkwinkels operationeel in Vlaams-Brabant.

6.2.2 Jobhuis:


- Het project Jobhuis (fietsenstalling station Halle) werd verlengd in het kader van de Buurt- en Nabijheidsdiensten tot 31 juli 2006.
6.2.3 Regionaal Incubatie Centrum:
- De erkenning van het Regionaal Incubatie Centrum “De Zennelink” zit in de eindfase. Het RIC werd opgericht om de oprichting van nieuwe bedrijfsinitiatieven binnen de sociale economie te stimuleren en biedt ook managementondersteuning. Het RIC krijgt hier jaarlijks een subsidie van 124.000 euro voor loon- en werkingkosten.
6.2.4 Sociale werkplaatsen:

- Er zal eerstdaags een oproep vertrekken naar alle sociale werkplaatsen voor een uitbreiding van het aantal plaatsen doelgroepmedewerkers en arbeidszorg. Deze keer zal de nadruk liggen op bestaande sociale werkplaatsen die willen uitbreiden in het kader van de natuurlijke groei, die nieuwe marktniches willen aanboren, die willen samenwerken met besturen of die werken rond doorstroming. Op de werkgroepvergadering van 23/03/2006 van RESOC (Regionaal Economisch en Sociaal Overleg Comité) Halle-Vilvoorde werd beslist een brief te sturen naar de minister waarin gewezen zal worden op het beperkt aantal bestaande plaatsen in de regio en met de vraag om ook ruimte te laten voor de oprichting van nieuwe sociale werkplaatsen omdat er momenteel maar 5 sociale werkplaatsen erkend zijn in de regio Halle-Vilvoorde.


6.2.5 Werk en Nederlandse taal:
- In 2003 en ook in 2004 werden ernstige inspanningen gedaan om de nieuwkomers in Vlaanderen een passend onthaal en een passende opleiding Nederlands te geven.

Dankzij de extra middelen die vrijkwamen in het kader van het Vlaamse werk-gelegenheidsakkoord 2003-2004 kon ook de oriëntatie op werk sterker uitgebouwd worden o.a via jobcoaching, het SAIDA (Succesvol Anderstaligen Integreren via Duurzame Arbeid) project en de extra beroepsgerichte trajecten met ingebouwde module Nederlands: Vacant (voorbereidingscursus gericht op de secundaire sector), De lift (voorbereidingspakket gericht op de tertiaire sector) en Duizendpoot (opleiding gericht op de sociale sector). Deze inspanningen werden ook in 2005 gecontinueerd en zeer recent via het meerbanenplan nog versterkt.

- Meer dan 40 % van de werkzoekenden hebben moeilijkheden met de Nederlandse taal, autochtonen zowel als allochtonen. Nu is er al een aanbod taal en techniek voor de sectoren horeca en vervoer. Er werden extra middelen voorzien voor de VDAB (Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding) in het kader van START (zie hoofdstuk 11) voor enerzijds extra toeleidingsacties van anderstaligen, anderzijds voor de inzet van 2 bijkomende instructeurs NODW (Nederlands Op De Werkvloer). De VDAB voorziet dezelfde middelen in 2006 voor de toeleidingsacties en de 2 instructeurs NODW in het LKC (Lokaal Klanten Centrum: voorheen Subregionale Tewerkstellings-diensten) Halle-Vilvoorde.

In 2006 worden 4 extra taalinstructeurs voor Halle-Vilvoorde ingezet (NODW,…).


6.2.6 Instant A:
- Instant A blijft zich richten op de inschakeling van de kansengroep (laaggeschoolde jongeren tussen 18-30 jaar met weinig werkervaring) via uitzendarbeid met als doel deze mensen kansen te bieden op de arbeidsmarkt.

De samenwerking met de lokale werkwinkels is sinds 2005 in een nieuw samen-werkingsverband opgenomen.

De kennis van de Nederlandse taal bij de uitzendkrachten blijft een knelpunt. Instant A tracht deze mensen zo efficiënt mogelijk verder te helpen via een doorverwijzing naar Nederlandse taallessen. (hierbij blijven de (lange) wachtlijsten een pijnpunt). Een tweede knelpunt betreft de mobiliteit: een groot aantal kandidaten beschikt niet over eigen vervoer en de mogelijkheden van het openbaar vervoer blijven beperkt. Een laatste knelpunt is het bewijs van een blanco strafregister dat nog steeds door een groot aantal bedrijven wordt gevraagd en een bijkomende hinderpaal is voor een aantal van de kandidaten.

Het aantal werkzoekenden dat door Instant A aan een job geholpen wordt, blijft in stijgende lijn gaan: in 2003 waren dit 228 verschillende personen tegenover 336 personen in 2005. Een opvallende vaststelling is het groot aantal personen uit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dat zich in het kantoor van Vilvoorde en Mechelen komt aanbieden.


6.2.7 Streekpact:

  1   2   3


Dovnload 362.95 Kb.