Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Tautologie: ‘Ik vind veel films leuk

Dovnload 76.73 Kb.

Tautologie: ‘Ik vind veel films leuk



Datum22.05.2018
Grootte76.73 Kb.

Dovnload 76.73 Kb.

Formuleren
1. Dubbelop


  1. Onjuiste herhaling: ‘Op zo’n partij zou hij niet op moeten stemmen.’

  2. Tautologie: ‘Ik vind veel films leuk zoals bijvoorbeeld Star Wars.’

  3. Pleonasme: ‘De aanwezige bezoekers moesten zich legitimeren.’

  4. Contaminatie: ‘Die CD kost veel te duur.’

  5. Dubbele ontkenning: ‘Voorkom dat je geen fouten maakt!’

Bij een tautologie kun je kiezen.

Maar bij een pleonasme kun je niet kiezen.

En bij een contaminatie kun je wel kiezen.

__________________________________________________________________________

2. Fouten met verwijswoorden




  1. Onjuiste verwijswoorden: ‘Jan en Jip waren slecht en toch kregen hun een 9!’

  2. Onduidelijk verwijzen: ‘Lisa zei tegen Imke dat ze haar haar moet verven.’

Het … = onzijdig

Ge… = onzijdig

De … = mannelijk/vrouwelijk


Een woord is vrouwelijk als het eindigt op:

  • ing

  • iek

  • ie

  • heid

  • schap

  • de/te

  • nis

  • ij

  • theek

  • teit

  • uur

  • sis/tis/xis

  • ine/ide

__________________________________________________________________________

3. Incongruentie


Komt vaak voor als:

  • persoonsvorm meervoud, onderwerp enkelvoud

  • persoonsvorm enkelvoud, onderwerp meervoud

‘Een aantal medewerkers hebben ontslag genomen.’



  • ‘Een aantal medewerkers heeft ontslag genomen.’

‘De media mag geen onzin meer schrijven.’

  • ‘De media mogen geen onzin meer schrijven.’

__________________________________________________________________________

4. Dat/als-constructie


‘Ik vind dat als films geweld bevatten, ze niet uitgezonden mogen worden voor 10 uur.’

‘Files moeten verdwijnen omdat wanneer er niets gebeurd, er ongelukken gebeuren.’

‘Er zijn veel verschillende soorten dieren zoals bijvoorbeeld vogels en amfibieën.’

__________________________________________________________________________

5. Foutieve beknopte bijzin


  1. Met voltooid deelwoord: ‘Thuis aangekomen stond de deur open.’

  2. Met onvoltooid deelwoord: ‘Fietsend klapte mijn band.’

  3. Met te + hele werkwoord: ‘Na overlegd te hebben ging de staking niet door.’

Let goed op wat het onderwerp en wat de persoonsvorm is.

__________________________________________________________________________6. Foutieve samentrekking
Komt voor bij:


  • Woorddelen: ‘Het heeft voor en nadelen.’

  • Woorden: ‘Er zijn korte- en lange- broeken te koop.’

  • Zinsdelen: ‘Piet kocht een cd en de meiden een jas.’

Als het om woorddelen gaat, zet er een streepje voor of achter.



  • Melkkoeien en –schapen.

  • Voor- en achterdeuren.

Als het om woorden gaat, is een streepje verboden.

  • Hoge en lage huizen.

Let bij zinsdelen op om welke fout het gaat:



  • Verschil in betekenis

  • Verschil in getal/vorm

  • Verschil in functie

__________________________________________________________________________

7. Losstaand zinsgedeelte


‘Je bent ziek. Omdat je ongezond eet.’  ziek, omdat

‘Ik ben te laat opgebleven. Waardoor ik nu nog steeds moe ben.’  opgebleven, waardoor

Spellen Hoofdstuk 1
1. Persoonsvorm
Tegenwoordige tijd:

Ik = stam

Jij = stam + t

… jij = stam

Hij = stam + t

Wij = hele werkwoord

Jullie = hele werkwoord

Zij = hele werkwoord


Verleden tijd:

’t ex-kofschip

t, x, f, k, s, c, h, p

Als een werkwoord op één van deze letters eindigt, komt er –te(n) achter de stam te staan. Is het een andere letter, dan wordt de uitgang –de(n).

Bijvoorbeeld:

Juichen  Juich  Juichte

Beroven  Berov  Beroofde

Ik = stam + te/de

Jij = stam + te/de

… jij = stam + te/de

Hij = stam + te/de

Wij = stam + ten/den

Jullie = stam + ten/den

Zij = stam + ten/den

__________________________________________________________________________

2. Overige werkwoordsvormen




  • De infinitief is het hele werkwoord.

  • De gebiedende wijs is in het enkelvoud stam en meervoud stam + t.

  • Onvoltooid deelwoord is spelend of spelende.

  • Een werkwoord kan ook een bijvoeglijk naamwoord zijn: gehate, gemaakte.

  • Voltooid deelwoord werkt met ’t ex-kofschip: gespeeld, opgepast.

Spellen Hoofdstuk 2


1. Leestekens
Punt: - aan het eind van de zin

- bij afkortingen (enz. G.A. de Bakker, v.w.b.)

Komma: - tussen opsommingen

- tussen 2 persoonsvormen

- voor of na een aanspreking of tussenwerpsel

- voor of na een bijstelling (Ferrari, een auto, is weer eerste.)

- in lange zinnen voor het voegwoord van een bijzin

Puntkomma: - tussen 2 zinnen die met elkaar samenhangen

- tussen delen van opsommingen

Dubbele punt: - om een opsomming aan te kondigen

- om een directe rede aan te kondigen

- om een verklaring aan te kondigen

Aanhalingstekens: - bij een citaat

- voor en na een directe reden

- om een woord een andere betekenis te geven

Vraagteken: - aan het einde van een letterlijk gestelde vraag

Uitroepteken: - aan het einde van een uitroep of bevel

Haakjes: - voor en na een uitleg

- voor en na een verklaring

- voor en na een voorbeeld

Beletsteken: - aan het einde van een zin die niet af is (Tja, geen idee …)

- om onvolledige citaten aan te duiden, zet er haakjes omheen

___________________________________________________________________________

2. Hoofdletters


Aan het begin van een zin: ‘Hé, hoe gaat het?’

Of bij het tweede woord: ‘’t Regent al de hele dag.’


Bij namen: ‘Lotte van den Heuvel.’

Als er geen voornaam staat: ‘Hallo, mevrouw Van Luik.’

Bij dubbele achternamen: ‘Ellen van den Hof-ten Beek.’

Met initialen: ‘J. Bakker en R. van Marion.’


Bij namen van verenigingen, instellingen, bedrijven en diensten: ‘Vitesse, het Rode Kruis en Wolters-Noordhoff.’
Landen: ‘Duitsland, Frankrijk, Brazilië.’

Feestdagen: ‘Kerstmis en Pasen.’

Merken: ‘Phillips en O’Neill.’

Historische gebeurtenissen: ‘Eerste Wereldoorlog.’

Hemellichamen: ‘Grote Beer en de Kleine Beer.’

Titels van films en boeken: ‘Lord of the Rings, De Onzichtbare Jongen.’

Gebouwen: ‘Mariakerk.’

Straten: ‘Kasteelpad en van Assendelftpad.’

__________________________________________________________________________

3. Meervoudsvorming


Meervouden op –s:

  • Kamers, asperges, logés, kanaries, goeroes, dominees.

  • Bij afkortingen: vwo’s, cd’s, cao’s.

  • Woorden die eindigen op een klinker of –y als er anders een uitspraakprobleem is: bikini’s, piano’s, baby’s.

Meervouden op –en:



  • Stoelen, touwen, voeten

  • Klinkerweglating: leraar  leraren

  • Medeklinkerverandering: dief  dieven

  • Dubbele medeklinker: rokken, petten

  • Klemtoon op de –ie: industrieën

  • Klemtoon niet op de –ie: oliën

Meervouden op –s of –en:



  • Gewoonten/gewoontes

Meervouden in het Latijn:



  • Medium  media, historicus  historici

  • Basis  bases, basissen, museum  musea, museums

__________________________________________________________________________

4. Tussenklank in samengestelde woorden


Tussen –s:

Als je hem hoort.



  • Stationsklok

Als het 2e deel met een –s begint:

  • Dorpsstraat (dorpshuis)

  • Personeelschef (personeelsfeest)

  • Liefdesscène (liefdesverdriet)

Tussen –en:

Als het 1e deel een meervoud heeft op –en:


  • Stoelendans

  • Bramenjam

Tussen –e:

Als het 1e deel een meervoud heeft op –s:


  • Horlogemaker

Als het 1e deel 2 meervouden heeft:

  • Groenteman

  • Gemeentehuis

  • Als het 1e deel geen meervoud heeft:

  • Rijstebrij

  • Benzinelucht

Als er maar 1 van het 1e deel is/het is uniek:

  • Zonnewende

  • Koninginnedag

Als het 1e deel een bijvoeglijk naamwoord versterkt:

  • Apetrots

Als het 1e deel geen zelfstandig naamwoord is:

  • Hogeschool

  • Brekebeen

Als het geen samenstelling (meer) is:

  • Elleboog

__________________________________________________________________________

5. Verkleinwoorden:


Kindje, meisje

Koninkje


Geheimpje, boompje

Torentje

Tekeningetje

Blaadje


Pyjamaatje, cafeetje, radiootje

Skietje


Baby’tje, A4’tje

__________________________________________________________________________

6. Aan elkaar of los
Samenstelling van 2 of 3 woorden (zie 4):

- Huissleutel, politieonderzoek

- Derdewereldland

- Televisiekijken, pianospelen, gebruikmaken


Getallen tot honderd:

- Vierenzeventig


Getallen met honderd of duizend:

- Driehonderdtweeëndertig

- Vierentachtigduizend zeshonderdvijf
Samenstellingen met er, waar, hier, daar + voorzetsel:

- Erdoorheen

- Waarover

__________________________________________________________________________

7. Liggend streepje
Koppelteken: - om uitspreekproblemen te voorkomen

- in de naam van getrouwde vrouwen

- in woorden met voorvoegsels (ex-man, non-stop)

- voor een hoofdletter (oer-Hollands, pro-Frans)

- combinatie van titels en beroepen

- aardrijkskundige namen

- bij cijfers en andere tekens (20+-kaas, $-keten)

- bij Sint of St.

- in woorden die anders onoverzichtelijk worden (doe-het-zelf)

Weglatingsteken: - als er een deel van een woord is weggelaten (keel- en neusarts)

Afbreekstreepje: - kij-ken, dro-gen, ka-chel, waai-en

- paar-den, ran-ken, bren-gen

- ham-ster, amb-teloos, in-dus-trie

- bagage-drager, angst-kreet

__________________________________________________________________________

8. Trema
Plaats een trema op de tweede klinker of de tweede lettergreep waar een leesprobleem kan ontstaan: coördinatie, zeeën.

__________________________________________________________________________9. Apostrof
Waar letters zijn weggelaten:


  • z’n

  • ’s avonds

  • ’s-Hertogenbosch

  • Ge-sms’t

  • t’ is laat

Om uitspraakproblemen te voorkomen bij meervouden of bezittingen:



  • Emma’s

  • Guido’s

  • Willems

In afleidingen van letter- en cijferwoorden:



  • vwo'er

  • VVD’er

  • hbo's

  • 40+’er

Bij verkleinwoorden:



  • baby’tje

  • lolly’tje

__________________________________________________________________________

10. Accenten


Er zijn 3 soorten accenten:

  1. accent aigu (streepje voorover  é)

  2. accent grave (streepje achterover  è)

  3. accent circonflexe (dakje  ê)

Accenttekens komen bijna alleen voor op de –e.



  • café, paté, coupé

  • ampère, scène, crème

  • enquête, gênant

Bij andere klinkers:

Maîtresse, twee à drie liter, coûte que coûte
Klemtoon met een accent aigu:


  • Ben je helemáál gek geworden?

  • Dat is dé oplossing.

  • Één persoon per paspoort.

Een cedille onder –c zorgt ervoor dat de –c uitgesproken wordt als –s.

Anders wordt de –c uitgesproken als –k.

Bijvoorbeeld Curaçao en reçu.

__________________________________________________________________________

11. Cijfers


- Cijfers van nul tot twintig schrijven we in letters.

- Voor maten, gewichten, bedragen, data, adressen, telefoonnummers en rekeningnummers gebruiken we cijfers.

- 27 miljard, 3 duizend

- Tientallen schrijven we met letters: dertig, vijftien.

- Getallen zoals duizend, miljoen enz. schrijven we ook in letters.

- Als er in een zin cijfers staan, gebruiken we verder ook cijfers: ‘Er stond een file van 45 km want er waren 27 doden gevallen door 2 botsingen.’

__________________________________________________________________________

12. Sommige of sommigen?


Sommigen wordt alleen gebruikt als het betrekking heeft op mensen. Zonder –n gebruiken we voor dieren, zaken, dingen enz.


  1. ‘De beste spelers mogen competitie spelen, de anderen niet.’

  2. ‘Er zijn enkele babyolifanten in Blijdorp.’


Dovnload 76.73 Kb.