Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Tegennatuurlijk

Dovnload 0.59 Mb.

Tegennatuurlijk



Pagina1/22
Datum31.10.2018
Grootte0.59 Mb.

Dovnload 0.59 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   22

Anneke van Baalen en Marijke Ekelschot, TEGENNATUURLIJK, Amsterdam 1985, De Bonte Was


Tegennatuurlijk




Anneke van Baalen & Marijke Ekelschot


Tekening omslag: 'Eenzaam schaap' van Roos de Lange

Boekverzorging: Selma Hinderdael

Zetwerk: Jannie Oei

Produktie en verspreiding: De Bonte Was, Amsterdam
De artikelen op pag. 3, 33, 45, 90 vlgg. zijn eerder verschenen in de Vrouwenkrant

De artikelen op pag. 5, 8 en 34 zijn eerder verschenen in Folia Civitatis


© copyright 1985 A.C. van Baalen en M.C.F. Ekelschot
isbn 9070268167

Inhoud

Zijn kresjes goed voor moeders? 3


M. Ekelschot

Joke Smit: de spanning tussen radikaliteit en reformisme 5


A. v. Baalen

Zwakke ego's 8


A. v. Baalen

Darwinisme: racisme en seksisme als wetenschap 11



M Ekelschot
Voor een vegetariese minister van ontwikkelingssamenwerking 33

M. Ekelschot
Natuurkalender 34

A. v. Baalen
Co-counselen: herwaardering van rechts 45

A. v. Baalen/M. Ekelschot
Politieke partijen en racisme 59

A. v. Baalen/M. Ekelschot
Gewone mensen en vooroordelen 63

A. v. Baalen/M. Ekelschot
Links en het lichaam: sociokratie en korpodemokratie 66

A. v. Baalen/M. Ekelschot
Alice Miller en de opvoeding 78
A. v. Baalen

Anna Freud en het moederschap 83



A. v. Baalen
Overgangshoekje 87

A.v. Baalen
Mijn probleem 88

M. Ekelschot
Overgangshoek 90

A. v. Baalen
Mijn probleempje 92

M. Ekelschot
Herwaardering van de mannenhaat 93

M. Ekelschot

Zijn kresjes goed voor moeders?

Zijn kresjes nu goed voor moeders, of niet? Een prangende vraag. Het antwoord kan immers vergaande gevolgen hebben voor het vrouwenleven in het algemeen en voor de prioriteitenstelling van de vrouwenbeweging in het biezonder. Wij zochten het dus voor u uit. Niet alleen aan de hand van een literatuurstudie, maar ook door veldonderzoek.

Om bij het laatste te beginnen, het veldonderzoek was niet gemakkelijk. Onmiddellijk werden we gekonfronteerd met de zogenaamde 'observer's paradox': wij wilden het spontane gedrag van moeders in de kresj bestuderen, maar door onze aanwezigheid beïnvloedden we hun gedrag. Ook onze fotografe moest in zeer moeilijke omstandigheden werken. Hoewel het ons vrij lang lukte onopgemerkt door de moeders ons werk te doen, kregen ze ons toch uiteindelijk in de gaten. Ze raakten zo opgewonden dat wij moesten ophouden met ons werk. De kresjleidster bleek later zoveel moeite gehad te hebben met het weer rustig krijgen van de moeders, dat zij ons geen toestemming wou geven om nog een keer te komen observeren.

Veldonderzoek: Hoewel we dus te weinig tijd hadden gehad om echt diepgaand onderzoek te doen, ontdekten we toch een aantal saillante gegevenheden. Zo viel eigenlijk meteen al op dat in de kresj alles voor moeders veel te klein was. De poppenhoek bijvoorbeeld. Bij het inrichten van de poppenhoek en bij de aanschaf van poppen en poppenwagens, was duidelijk geen rekening gehouden met het formaat van de gemiddelde moeder. Wij zagen dan ook dat de moeders in hun spelen met de poppen en de poppenwagens aan geen enkele matragogiese doelstelling beantwoordden. Ze leerden niet - tenminste niet zichtbaar voor ons - om via de poppen van zichzelf te abstraheren en een begin te maken met de opbouw van een zelfbeeld. Ze gooiden daarentegen met de poppen, gingen er op zitten en sloegen elkaar ermee.

Ook de zandbak was veel te klein. Zo klein dat twee moeders met elkaar de beschikbare ruimte dusdanig vulden, dat zijzelf noch enige andere moeder bij het zand konden komen.

Ook de vervoermiddelen - steppen en autoos - waren absoluut niet op het formaat van de moeders afgestemd. Zowel het materiaal waaruit ze vervaardigd waren als de afmetingen waarin ze uitgevoerd waren, verhinderden de moeders om er funktioneel - dat wil zeggen in termen van tijd-ruimte-uitdagingen - mee te spelen. Slechts één moeder zagen wij dan ook maar een autootje gebruiken om zichzelf voort te bewegen. Helaas bestond er een dusdanig disproportioneel verband tussen haar motoriek en het voertuig, dat die aktiviteit in een val en een huil partij eindigde.

Literatuuronderzoek: Eerst toetsten wij onze infrastrukturele bevindingen aan de door Jansen, Vermeer, e.a. verrichte studie, die onder de titel Konstruktie, rekonstruktie en destruktie in de kleinbouw in 1981 in Delft verscheen. De matentabellen die zij ontwikkelden vergeleken wij met de uitkomsten van onze metingen in de kresj. Wij kwamen tot de konklusie dat naar internationale standaarden gemeten, de infrastruktuur van de kresj inderdaad absoluut onvoldoende is voor moeders.

Voor de sociaal-psychologiese kontekst van het kresjgebeuren gebruikten wij Children in groups van Tiger en Fox (Londen 1976). Tiger en Fox deden in opdracht van de Unesco -in het kader van de vreedzame coëxistentie - onderzoek naar het gedrag van kindergroepen die gekonfronteerd worden met groepen volwassenen. Volgens Tiger en Fox treedt bij een bepaalde verhouding kinderen-volwassenen een deblokkering van de agressie van kinderen op. Wanneer die kinderen vervolgens niet verhinderd worden om hun agressie in een systeem van kind-gebonden agressiviteit te bundelen, dan kan zich een voor volwassenen levensgevaarlijke situatie ontwikkelen. (Desgevraagd vertelde de kresjleidster ons later dat zij inderdaad de kinderen had weggehouden van de moeders, in plaats van omgekeerd. In onze matrifokaliteit was ons dat tijdens het kresjbezoek ontgaan.)

Voor een verklaring van de agressie van de moeders onderling, maakten wij gebruik van De handel en wandel in kresjes van de hand van Gayle Rubin (New York 1952). Rubin verklaart de intermoederlijke agressie vanuit het ontbreken van enige cirkulatie in phallussen. Er is daardoor geen enkel gedragsbepalend element. Zij beweert dat in hun verontwaardiging over het ontbreken van een heteroseksueel systeem, de moeders elkaar de schuld geven. De agressie die daarbij optreedt zou, volgens Rubin, door het ophangen van spiegels in de kresj, uiteindelijk naar het brandpunt van de vrouwelijke identiteit kunnen wijzen.
Konklusie: Wij vinden het moeilijk om een konklusie uit ons onderzoek te trekken. Enerzijds lijkt het voor de hand te liggen dat moeders maar beter niet in kresjes kunnen worden ondergebracht, maar anderzijds zijn er misschien toch wel - tijdens onze afwezigheid in de kresj - voorvallen geweest die ons van het tegenovergestelde hadden kunnen overtuigen.

  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   22

  • Inhoud
  • A. v. Baalen
  • Zijn kresjes goed voor moeders

  • Dovnload 0.59 Mb.