Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Tentamen A

Dovnload 300.2 Kb.

Tentamen A



Pagina1/5
Datum03.10.2018
Grootte300.2 Kb.

Dovnload 300.2 Kb.
  1   2   3   4   5

Tentamen A


Thema Abnormale celgroei

dinsdag 2 april 2002 13:30 – 16:30

  • Naam:

Examennummer:










  • Dit tentamen bestaat uit 57 vragen waarvan 19 open vragen en 38 meerkeuzevragen. Voor dit tentamen kun je maximaal 112 punten behalen.

De meerkeuzevragen zijn herkenbaar aan het symbool  en genummerd, de open vragen zijn herkenbaar aan het symbool  en van een rangnummer voorzien met een lettercode.



Instructies


  • Controleer of je een opgavenformulier, een bijlage, een antwoordblad en een computerformulier hebt gekregen.

  • Controleer of van het opgavenformulier en het antwoordblad alle pagina’s bedrukt zijn.

  • Schrijf op alle bladen van het antwoordblad, op het computerformulier en op dit voorblad je naam en je examennummer in de daarvoor aangegeven ruimte.

  • Geef de antwoorden op de meerkeuzevragen () op het computerformulier.

  • Geef de antwoorden van de open vragen () op het antwoordblad.

  • Let bij het beantwoorden van de open vragen op het volgende:

Als er beperkingen gesteld worden aan je antwoord telt alleen het eerste deel van je antwoord dat binnen de beperkingen blijft mee.

Bijvoorbeeld: als er twee argumenten worden gevraagd en je noemt er drie, dan

tellen alleen de eerste twee argumenten mee.

Bijvoorbeeld: leg je je antwoord uit in 100 woorden terwijl gevraagd is dit in 50 woorden te doen, dan tellen alleen de eerste 50 woorden van je antwoord mee.



  • Let bij het beantwoorden van de meerkeuze vragen op het volgende:

Per vraag is slechts één alternatief juist. Bij het invullen van meerdere alternatieven wordt het antwoord altijd fout gerekend.

  • Als je bij het beantwoorden van de open vragen ruimte te kort hebt maak dan gebruik van de achterkant van het antwoordblad waarop de vraag beantwoord moet worden.

  • Controleer voor het inleveren zorgvuldig of je alle vragen hebt beantwoord, of je alle meerkeuzevragen op het computerformulier hebt ingevuld en of je overal je naam en examennummer hebt ingevuld.

  • Opmerkingen over dit tentamen kan je op de achterzijde van dit voorblad schrijven.

april 2002

Faculteit der Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen

Erasmus Universiteit Rotterdam



Epidemiologisch onderzoek naar kanker

Er wordt onderzoek verricht naar het vóórkomen van kanker bij een groep personen die als volwassenen zijn geëmigreerd naar een land dat sterk afwijkt van hun land van herkomst. Deze afwijking betreft het klimaat, de voeding en sociale omstandigheden.

Het patroon en de hoogte van incidentie van alle vormen van kanker worden bij deze groep onderzocht.
Over dit onderzoek worden de volgende uitspraken gedaan:

1 Het patroon en de incidentie blijven in deze groep gelijk aan het land van herkomst.

2 Het patroon en de incidentie passen zich in deze groep aan het land van bestemming aan.

3 Het patroon en de incidentie blijven, vanwege genetische factoren, in deze groep en ook in de toekomstige generaties gelijk aan het land van herkomst.


2p  1 Welke van deze uitspraken is juist?

A alleen 1

B alleen 2

C alleen 3

D alleen 1 en 3

Onderzocht wordt in welke mate kanker voorkomt in opeenvolgende generaties van migranten.


2p  2 Wat voor soort epidemiologisch onderzoek is dit?

A follow-up studie

B patiënt-controle onderzoek

C experimenteel onderzoek (trial)

D fase 1 van een klinische studie

De ‘leadtime’ is de tijd tussen het moment van ontdekken van kanker bij screening en het moment van vaststellen van kanker naar aanleiding van klachten.


Over de ‘leadtime’ bij screenen op prostaatkanker worden de volgende beweringen gedaan:

  1. Deze leadtime is waarschijnlijk groot waardoor vrijwel uitsluitend gunstige effecten zijn te verwachten.

  2. Deze leadtime is waarschijnlijk groot waardoor zowel gunstige als ongunstige effecten zijn te verwachten.

  3. Deze leadtime kan waarschijnlijk zowel groot als klein zijn, maar is niet zo van belang omdat er op relatief hoge leeftijd wordt gescreend.


2p  3 Welke van deze beweringen is juist?

A alleen bewering 1

B alleen bewering 2

C alleen bewering 3

D geen van deze beweringen


Coloncarcinoma

Een mannelijke patiënt, geboren in 1957, heeft sinds enkele maanden zo nu en dan helder rood bloedverlies met de ontlasting. Meestal treedt het op als de faeces vrij groot en vast is en met enige moeite komt. Het is dan ook pijnlijk. Hij gaat met deze klacht naar de huisarts.





2p  Aa Zou je, als behandelend arts, deze patiënt lichamelijk onderzoeken?

  • Zo ja, welk onderzoek zou je verrichten?

Zo nee, wat zou je dan wel doen?

Beargumenteer je antwoord met maximaal 80 woorden.

Stel dat bij deze patiënt een colontumor wordt gediagnostiseerd.


  • 1p  Ab In welk deel van het colon is deze tumor dan waarschijnlijk gelokaliseerd?

Er bestaan verschillende maligniteiten van de dikke darm.





  • 2p  4 Welke van de volgende typen komen daarbij het meest frequent voor?

A adenocarcinoom

B adenoom

C carcinoid

D gastrointestinale stromaceltumor

E plaveiselcelcarcinoom

Coloncarcinoomcellen kunnen metastaseren naar lymfeklieren in verschillende gebieden.





  • 2p  5 Waar zal dit het meest frequent voorkomen?

A in de hals

B in de liezen

C in de lever

D in het mesenterium


1p  Ac Welke differentiatierichting is of welke zijn verstoord bij het adenocarcinoom in het colon?

Oncoline is een via internet toegankelijke database waar meer informatie te vinden is over coloncarcinoma en andere vormen van kanker.


1p  Ad Voor wie is de informatie op www.oncoline.nl bedoeld?


  • 1p  Ae Geef twee voorbeelden van informatie die op www.oncoline.nl is te vinden.

De genoemde patiënt geeft aan behoefte te hebben aan contact met andere patiënten met colonkanker.


1p  Af Noem twee instanties waarnaar je deze patiënt kunt verwijzen.
D
P


Q


R


S

e onderstaande figuur toont een weefselcoupe van de normale dikke darm (objectief 4x).

2
p
 Ag Benoem in deze figuur de verschillende lagen van de darmwand, aangeduid met de letters P, Q, R en S.



  • Drie functionele typen epitheel zijn:

  1. bedekkend epitheel

  2. absorptief epitheel

  3. klierepitheel



  • 2p  6 Welke van deze typen epitheel komen voor in de dikke darm?

A alleen 1

B alleen 2

C alleen 3

D alleen 1 en 2

E alleen 1 en 3

F alleen 2 en 3

G 1, 2 en 3


Mammacarcinoma

Een 40-jarige vrouw bij wie in de rechter mamma een knobbeltje was geconstateerd wordt verder onderzocht. Hierbij wordt in de rechter oksel een duidelijk omschreven zwelling gepalpeerd (gevoeld). De vrouw zegt, dat deze voor de menstruatie wat groter en gevoeliger wordt. Deze zwelling is al langer in de oksel aanwezig.







  • Op basis van deze bevindingen worden de volgende veronderstellingen gedaan:

  1. De knobbel in de mamma betreft een goedaardig gezwel dat is uitgezaaid naar de rechter oksel. Het goedaardige karakter blijkt uit het feit dat de uitgezaaide haard gevoelig is voor hormonen.

  2. De knobbel in de mamma is een carcinoom, dat hormoon-gevoelig is en uitgezaaid is naar een lymfklier in de rechter oksel.

  3. De aard van de knobbel in de rechter mamma is niet duidelijk. De hormoon-gevoeligheid van de zwelling in de oksel zou het gevolg kunnen zijn van aanwezigheid van mamma-klierweefsel.

  4. De aard van de knobbel in de mamma is onduidelijk, en staat niet in relatie met de zwelling in de oksel. Deze zwelling betreft mogelijk een lymfklier, waarvan bekend is dat deze in het algemeen gevoelig zijn voor hormonen.



  • 2p  7 Welke van deze veronderstellingen mag op basis van de bevindingen worden gedaan?

A alleen 1

B alleen 2

C alleen 3

D alleen 4







  • Goedaardige en kwaadaardige tumoren van de mamma kunnen op basis van bepaalde criteria van elkaar onderscheiden worden.



  • 2p  8 Welke van de onderstaande criteria is doorslaggevend voor het onderscheid tussen een goedaardige en een kwaadaardige mammatumor?

A de grootte van de tumor

B de lokalisatie van de tumor in de mamma

C de begrenzing van de tumor met het omgevende weefsel

D de kleur van de tumor en het kleurverschil met het omgevend weefsel

In het normale borstweefsel komen verschillende celtypen voor, waaronder zogenoemde myo-epitheliale cellen.




  • 2p  9 Wat zijn myo-epitheliale cellen?

A cellen van het bindweefsel van de mamma die de vorm van de mamma in standhouden

B gladde spiercellen, gelegen rond bloedvaatjes, net buiten het endotheel, die de bloedtoevoer reguleren

C acinaire epitheelcellen in de mamma, die onder invloed van prolactine moedermelk gaan secerneren

D epitheelcellen met apocriene eigenschappen, die meestal de cysteus verwijde klierbuizen van de mamma bekleden

E epitheelcellen met contractiele eigenschappen, die gelegen zijn rond melkgangen en de klierbuisjes in de mamma

Twee beweringen over myo-epitheliale cellen in de mamma zijn:



  1. Myo-epitheliale cellen bevinden zich binnen de basaalmembraan.

  2. Myo-epitheliale cellen worden hormonaal aangestuurd.



  • 2p  10 Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

A geen

B alleen 1

C alleen 2

D 1 en 2


Er zijn verschillende testen waarmee borstkanker in een vroeg stadium kan worden opgespoord. De sensitiviteit en de specificiteit van deze testen lopen sterk uiteen.



  • 2p  Ah Noem drie testen die geschikt zijn om te gebruiken in een screeningsonderzoek naar borstkanker.

In het Algemeen Dagblad van 17 november 2000 staat een uitgebreid artikel over twijfel aan het nut van bevolkingsonderzoek. In dit artikel zegt een onderzoeker: “Bij borstkankerscreening wordt op zijn minst 15 tot 20 procent en waarschijnlijk zo’n 25 à 30 procent van de tumoren niet gezien. Dat zijn de zogeheten fout-negatieven. Omgekeerd blijkt bij circa 40 tot 60 procent van de vrouwen, bij wie het mammogram als verdacht is aangemerkt en die daarom zijn doorverwezen voor vervolgonderzoek, uiteindelijk niets aan de hand.”


Stel dat 25% van de tumoren in een bevolkingsonderzoek niet wordt gezien en dat bij 50% van de vrouwen die zijn doorverwezen uiteindelijk niets aan de hand is.


  • 2p  11 Welk gegeven is dan nog nodig om de likelihood ratio van een positieve testuitslag te berekenen?

A de sensitiviteit

B de specificiteit

C het aantal gescreende vrouwen

D de positief voorspellende waarde

In het Eindhovens Dagblad van 10 september 1999 staat het volgende bericht:

  1   2   3   4   5

  • Instructies
  • Epidemiologisch onderzoek naar kanker
  • Coloncarcinoma
  • Mammacarcinoma

  • Dovnload 300.2 Kb.