Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Thema 2: Analyse van het eigen Curriculum

Dovnload 150.52 Kb.

Thema 2: Analyse van het eigen Curriculum



Pagina1/2
Datum05.05.2019
Grootte150.52 Kb.

Dovnload 150.52 Kb.
  1   2

Thema 2: Analyse van het eigen Curriculum

Een aantal vragen staat centraal in dit thema:



  1. Hoe zijn de voorgaande jaren de keuzes voor het Montessori Curriculum gemaakt?

  2. Welke werkwijze gebruik wil ik gebruiken om het Curriculum te analyseren?

  3. Hoe verhoudt het Montessori “Intended” Curriculum zich nu tot het “Implemented” Curriculum en tot de opbrengsten bij de lerenden oftewel het bereikte Curriculum?


Bijlage 1: Montessori Curriculum 2011-2012, indeling cursussen.

  1. Hoe zijn de voorgaande jaren de keuzes voor het Montessori Curriculum gemaakt ?

Vanuit gesprekken met Rietje Lander, oud-Montessori docent en Coördinator van de initiële Montessori opleiding pabo HR tot september 2011 en vanuit pabo HR documenten het volgende:

Leidende documenten voor het invullen van het Montessori Curriculum:

  1. (Macroniveau) Het examenreglement[NMV081], hierin staan voorwaarden waaraan de examinandus moet voldoen, voordat hij/zij op kan gaan voor het Montessori examen:


    1. alle montessori materiaaltentamens van de opleiding moeten zijn behaald;

    2. de examinandus heeft gedurende de opleiding aangetoond de montessori theorie (antropologie – pedagogiek - didactiek) in voldoende mate te beheersen;

    3. de examinandus die een volledig diploma zal verwerven, heeft alle montessori specifieke werkvormen in de praktijk toegepast;

    4. de examinandus heeft een observatie-/registratie map gemaakt, gebaseerd op het montessori kind volgsysteem. Bij de examinandus die een volledig diploma zal verwerven, zijn in deze map ook gegevens opgenomen van kinderen uit onder-, midden- en bovenbouw.




  1. (Mesoniveau) Het Curriculum van de pabo is gebaseerd op het Rotterdams Opleidings Model (ROM), dit model geldt voor alle opleidingen binnen de Hogeschool Rotterdam (HR).

3 leerlijnen zijn zichtbaar in het Curriculum van de pabo HR: kennisgestuurde, praktijkgestuurde en studentgestuurde leerlijn.

De kennisgestuurde leerlijn(rood) bevat het onderwijs op de opleiding: een stevige

basis aan theorie en vaardigheden om in de praktijk te kunnen oefenen. De

Praktijkgestuurde leerlijn (blauw) bevat de stages, “het beroep leerkracht

Basisonderwijs” leer je vooral in de praktijk” en de projecten. Tijdens een project

werkt de student aan echte praktijkopdrachten van opdrachtgevers van buiten de

pabo , een basisschool uit de omgeving Rotterdam of aan basisonderwijs

gerelateerde instanties, musea, VVV bijvoorbeeld. Voorbeeld hierbij: 2

tweedejaarsstudenten kozen voor de opdracht van een Speciaal Basis

Onderwijsschool: het ontwikkelen van een ontwikkelingslijn motoriek en maken hier

materialen bij in de vorm van motoriekkisten. De studenten overleggen steeds met de

opdrachtgever en worden vanuit de pabo ook begeleid in het proces door een

pabodocent, OIIO wordt dit genoemd: Outside In –Inside Out. Een goede

praktijkopdracht is gericht op onderwijsontwikkeling en –innovatie.

De studentgestuurde leerlijn ( geel) omvat keuzes gemaakt door student zelf: de pabo

Hr wil aandacht geven aan de individuele student. Sinds juni 2011 zijn er

startgesprekken voor het starten met de pabo opleiding. Met de student wordt

besproken waar specifieke talenten op ingezet kunnen gaan worden, bijvoorbeeld

doorstromen naar Academische pabo. Welke hulpplannen eventueel kunnen worden

opgezet ( bijv peercoaching ouderejaars student, keuzecursus eigenvaardigheid

rekenen)


De student heeft verder verschillende keuzes: bijvoorbeeld keuze-onderwijs

Hogeschoolbreed, minoren (specialisaties), buitenlandminor en –stage.

De groene lijn is de lijn waar de student wordt begeleid door

een studieloopbaancoach.

De pabo HR is een competentiegerichte opleiding.

De 7 competenties geven het niveau van de student en zijn leren aan, waarbij de

transfer naar de onderwijspraktijk een belangrijke rol speelt. De 7 competenties zijn

uitgewerkt n.a.v. de bekwaamheidseisen Leerkracht Primair onderwijs en opgesteld

door de Stichting Beroepskwaliteit Leraren (SBL), zie ook de website:

www.lerarenweb.nl . In augustus 2006 is de wet BIO (Wet Beroepen In het Onderwijs)

in werking getreden en zijn de competenties leidend geworden voor alle pabo’s in

Nederland (macroniveau). De pabo HR (mesoniveau) heeft de competenties

uitgewerkt in deelcompetenties en gedragsindicatoren per studiefase en deze staan

beschreven in het document: Competentieprofiel pabo HR.

Competentie 1: Interpersoonlijk competent

Competentie 2: Pedagogisch competent

Competentie 3: Vakinhoudelijk en didactisch competent

Competentie 4: Organisatorisch competent

Competentie 5: Competent in samenwerken met collega’s

Competentie 6: Competent in samenwerken met de omgeving

Competentie 7: Competent in reflectie en ontwikkeling

Er wordt in het ROM gewerkt met betrokkenheidsfases (onderste witte lijn).

Het leren wordt op deze manier betekenisvol gemaakt voor de student, zodat deze

zich optimaal kan ontwikkelen.

Elke studiefase heeft zijn eigen leerdynamiek. Deze leidt naar het centrale doel van

de betreffende studiefase. Bijvoorbeeld: in de propedeusefase staat de kennismaking

met het beroep leerkracht basisonderwijs centraal, in de hoofdfase de verdieping

waarin het leren van het vak de belangrijkste plaats inneemt.

En in de afstudeerfase profileert de student zich door een uitstroomprofiel te kiezen,

waarmee hij/zij zich kan onderscheiden en kan ontwikkelen tot een zelfstandige,

verantwoordelijke, startbekwame leerkracht.

Elke studiefase wordt afgesloten met een assessment.

Op microniveau vult de Montessorisectie de cursussen in, tot nu toe is dat

grotendeels gebeurd door mijn voorganger, coördinator Montessori opleiding. Zelf heb

ik wel cursussen ontworpen, deze zijn eigenlijk “doorontworpen” op eerdere

gemaakte cursussen van vorige collega.

De werkwijze die ik wil gaan gebruiken om een gedeelte van het Montessori Curriculum te analyseren is het model “Curriculair spinnenweb” van Van den Akker (2003). Zie uitwerking vraag 2.
Ik wil gaan analyseren hoe het Montessori Beschreven Curriculum zich nu verhoudt tot het uitgevoerde Curriculum en tot de opbrengsten bij de lerenden. Zie uitwerking vraag 3.



  1. Welke werkwijze wil ik gebruiken om het Montessori Curriculum te analyseren?

De werkwijze die ik wil gaan gebruiken om een gedeelte van het Montessori Curriculum te analyseren is het model “Curriculair spinnenweb” van Van den Akker (2003).


Dit spinnenweb visualiseert de leerplanaspecten die essentieel zijn. De kern van het spinnenweb is de visie. Alle leerplanaspecten zijn verbonden met deze visie en het liefst ook met elkaar. Wanneer er veranderingen optreden door bijvoorbeeld onderwijsvernieuwingen in één van de leerplandeelaspecten heeft dit invloed op een ander leerplandeelaspect.
Het spinnenweb helpt bij het creëren van een samenhangend ontwerp.
Ik wil mijn lessenreeks van Kosmische Opvoeding en Ontwikkeling analyseren met behulp van dit model:

Elk leerplanaspect van het curriculaire spinnenweb werpt een eigen kernvraag op met betrekking tot het onderwijzen en leren van leerlingen:



component:

kernvraag:

basisvisie

Waartoe leren de leerlingen?

leerdoelen

Waar leren zij voor?

leerinhouden

Wat leren ze?

leeractiviteiten

Hoe leren ze?

docentrollen

Hoe is de rol van de docent daarbij?

leerbronnen en leermiddelen

Waarmee leren de leerlingen?

leerlinggroepering

Met wie leren zij?

plaats

Waar leren ze?

tijd

Wanneer leren ze?

beoordeling

Hoe wordt hun leren en de opbrengst daarvan getoetst?
  1   2

  • Bijlage 1
  • Welke werkwijze wil ik gebruiken om het Montessori Curriculum te analyseren

  • Dovnload 150.52 Kb.