Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Thues Kristof

Dovnload 124.01 Kb.

Thues Kristof



Pagina2/6
Datum12.05.2017
Grootte124.01 Kb.

Dovnload 124.01 Kb.
1   2   3   4   5   6

Een theoretische benadering van arbeidszorg en de praktische regeling is binnen het OPZ.


Arbeidszorg kan beschouwd worden al de meest recente vorm van sociale tewerkstelling. Via arbeidszorg bieden diverse organisaties (uit de gehandicaptenzorg, de geestelijke gezondheidszorg en niet-categoriale initiatieven) arbeidsmatige activiteiten aan personen die omwille van persoons- en/of maatschappijgebonden redenen, niet (meer) kunnen werken onder arbeidscontract in het reguliere of beschermende tewerkstellingscircuit. Op deze manier willen arbeidszorginitiatieven het recht op arbeid voor alle personen – dus ook voor de meest kwetsbaren van onze samenleving – garanderen.

Via deze deelname aan arbeidsmatige activiteiten wordt de maatschappelijke (re)integratie en participatie bevorderd.

Een dergelijke definitie werd ook onder impuls van het Samenwerkingsverband en in samenspraak tussen de verschillende sectoren in de schoot van de Koning Boudewijnstichting ontwikkeld:
Arbeidszorg omvat een continuüm aan ondersteunende maatregelen die middels het aanbieden van arbeidsmatige activiteiten binnen een productieve en/of dienstverlenende setting, aan die personen die, omwille van persoons- en/of maatschappijgebonden redenen niet (meer) kunnen werken onder een arbeidscontract in het reguliere of beschermende tewerkstellingscircuit, het gewaarborgde recht op arbeid aanbieden; door participatie aan deze arbeidsmatige activiteiten wordt de maatschappelijke (re)integratie en participatie bevorderd en worden de latente functies van arbeid bereikbaar. Arbeidszorg draagt bij tot het algemeen welzijn van de deelnemers en beoogt een minimum levensvatbaar inkomen te verschaffen.
De allereerste bedoeling is om de sociale herintegratie en maatschappelijke participatie van de patiënten te bevorderen. Hiervoor is arbeid op zich belangrijk. Het versterken van kansen op maatschappelijke integratie is een nieuwe vorm van solidariteit die een dimensie toevoegt aan de verzorgingsstaat.

De arbeidsmatige activiteiten kunnen verschillende vormen aan nemen. Het kan de vorm aannemen van zinvolle arbeidsactiviteiten op een externe arbeidspost met ondersteunende begeleiding van individueel begeleid werk. Dit wordt de volgende paragraaf behandeld. Hier gaan we eerst wat dieper in op arbeidszorg in het algemeen.

De methodiek van arbeidszorg verschilt essentieel van bezigheidtherapie en is ruwweg in twee kernwoorden samen te vatten: maatwerk en meerwaarde.

Maatwerk slaat op het vinden van een geschikte plaats in een geschikt centrum voor elk individu afzonderlijk. Heeft iemand bijvoorbeeld de voorkeur om voornamelijk schilderwerk te verrichten dan wordt er gezocht naar de mogelijkheden. Het is de bedoeling tot een sterk gepersonaliseerde benade-ring van de persoon in kwestie te komen. Deze persoonlijke benadering maakt het mogelijk de kwali-teiten van de persoon te ontdekken en in het licht te zetten. Hierdoor slaagt men er niet enkel in om deze mensen een gewaardeerd eigenwaardegevoel te geven, maar om hen tevens een zinvolle bezigheid te geven. Bovendien is het essentieel dat een geslaagde inschakeling er steeds op neerkomt dat de persoon die in het project wordt ingeschakeld zichzelf niet enkel nuttig voelt in het project, maar dat hij of zij ook terug meer zin kunnen geven aan het leven.

Om een idee te krijgen van de producten en diensten die de doelgroepmedewerkers in arbeidszorg-initiatieven afleveren, hier een gevarieerde lijst van voorbeelden: fietsen, boekbinden, houtbewerking, speelgoed, biologische groenten, gerestaureerde meubels, eenvoudige industriële producten, goedkope maaltijden, wenskaarten, exploitatie van een kinderboerderij, ophalen van tweedehandse kledij, …

Achter het aanbod van activiteiten zit niet het idee van winstbejag, maar wordt, vanwege de vaak lage stresbestendigheid van de doelgroepmedewerkers, het arbeidsproces gekenmerkt door de minimalisatie of zelfs het volledig wegnemen van stressverwekkende factoren.

De meerwaarde van de activiteiten in arbeidszorgcentra is tweeledig. Enerzijds betreft het een persoonlijke meerwaarde voor de cliënt, anderzijds gaat het hier ook over een maatschappelijke meerwaarde. De persoonlijke en maatschappelijke meerwaarde vullen elkaar uiteraard aan. Bovendien kan men stellen dat zonder het bovenvermelde maatwerk geen sprake kan zijn van deze meerwaarde.

De maatschappelijke meerwaarde komt er voornamelijk op neer dat er gezocht wordt naar noden in de maatschappij waarbij arbeidszorg een steentje kan bijdragen. Het feit dat wij in een consumptie-maatschappij leven heeft uiteraard tot gevolg dat er veel op de afvalberg beland dat eigenlijk nog bruikbaar is. Recyclage (van bijvoorbeeld fietsonderdelen) wordt op deze manier een maatschappelijke meerwaarde waartoe arbeidszorg een steentje bijdraagt. Andere maatschappelijke meerwaarden zijn bijvoorbeeld gezonde voeding, menswaardig wonen, mobiliteit,…

De persoonlijke meerwaarde vloeit voort uit de persoonlijke ervaring van de eigen bijdrage tot deze maatschappelijke meerwaarde. Voelt iemand dat datgene waaraan hij of zij werkt bijdraagt tot een reële behoefte of nood van de mens dan ervaart men de eigen activiteit als zinvol. Deze zinvolheid is uiteraard essentieel voor de eigenwaarde. Bovendien streeft men in alle arbeidszorgcentra naar het verschaffen van een kleine tegemoetkoming voor de gemaakte onkosten (1euro per uur of per dag) bovenop het behoud van de bestaande uitkering. Deze kleine financiële tegemoetkoming draagt er toe bij dat de doelgroepmedewerkers zich gewaardeerd voelen voor het werk. Daar arbeidszorg gezien haar doelgroep en de methodiek niet zelfbedruipend kan zijn, is een financiële inbreng in arbeidszorg een blijvende noodzaak.

Voor de maatschappelijke positie is arbeid dus een centraal uitgangspunt. Dit belang van arbeid voor de doelgroepmedewerkers vinden we ook terug bij Hoekstra (2002: 24):
Arbeid kan van belang zijn voor de zingeving van het bestaan en heeft betekenis voor sociale contacten buiten de familiekring. Tevens biedt werk mogelijkheden tot zelfontplooiing en het opdoen van nieuwe kennis en vaardigheden.
Er wordt hier een brug geslagen naar de latente functies van arbeid. Deze latente functies werden beschreven door Marie Jehoda (1982: 39) in haar latente deprivatiemodel en overgenomen door Frans, Seynaeve en Vranken, (2002: 33).

Dit model heeft als uitgangspunt de vaststelling dat het psychisch wel bevinden verslechtert bij het wegvallen van betaalde arbeid. Via verschillende studies kwam Jahoda tot een theoretisch kader waarbij een onderscheid gemaakt wordt tussen de latente en manifeste functies van arbeid.

De manifeste functie van arbeid is bewust gewild en vormt de eigenlijke reden waarom men arbeid verricht. Bezoldiging en andere materiële voordelen vormen de manifeste functie van arbeid. De latente functies daarentegen worden niet als een essentieel onderdeel van het arbeidsproces ervaren en worden dan ook niet bewust nagestreefd. Zij komen aan de oppervlakte wanneer arbeid wegvalt en de functies dus niet langer worden vervuld. Jahoda onderscheidt vijf van deze latente functies:


  1. arbeid structureert de tijd van individuen

  2. arbeid is een belangrijke bron van sociale contacten en ervaringen

  3. arbeid verbindt een individu met doeleinden die zijn of haar persoonlijke preferenties overstijgen.

  4. Arbeid levert status en identiteit en draagt op die manier bij tot de definitie van iemands positie in de samenleving

  5. Arbeid dwingt tot activiteit en biedt kansen om handelingen te stellen met zichtbare consequenties en tot het ontwikkelen en uitdrukken van competenties en vaardigheden. Het mag duidelijk wezen dat het werken in arbeidszorg deze functie bereikbaar maakt voor het individu.

Arbeid is echter niet enkel van belang voor de individuele persoon maar ook voor de hele samenleving. Wanneer we kijken naar deze latente functies dan zien we meteen dat arbeid de essentiële functie vervult van het verbinden van individuen met collectiviteiten.


Hoe wordt arbeidszorg nu reeds verwezenlijkt binnen het Openbaar Psychiatrisch Ziekenhuis Geel?

Arbeidszorg valt hier onder de noemer activerende therapieën. Het situeert zich in werkplaatsen waar er een gestructureerde arbeidsmatige daginvulling wordt aangeboden met een klemtoon op de volgende kernwoorden: licht productieve activiteiten, ontmoeten, zelfstandigheid, arbeidsattitude, arbeidszorg, ontwikkelingstimulerend. Het geheel is gericht op een positieve benadering van de mogelijkheden van de patiënt. De focus ligt niet op zijn/haar ziekte of wat hij/zij ontbeert, en ook niet op behandeling of therapie. Men richt zich op de gehele persoon en op het creëren van een aandachtige, steunende en stimulerende omgeving die uitgaat van de mogelijkheden en vaardigheden van de patiënt.

Op de campus van de gezinsverpleging zijn de volgende werkplaatsen gehuisvest:

Passage : boekbinderij – drukkerij (max. 20 pl.); oude wasserij : fietsen-atelier/hout (max. 30 pl .) ; ‘t Geleeg: industrieel werk (max. 35 pl.) ; hofploeg (max. 35 pl.); technische diensten en diensten in leefeenheden centraal ziekenhuis (max. 15 pl.).

De dienst activerende therapieën bestaat nu ruim dertig jaar in het OPZ en werd opgericht omdat pleeggezinnen steeds minder in staat waren om een patiënt een zinvolle dagbesteding te geven. Aanvankelijk gestart als een industrieel atelier voor gezinsverplegingpatiënten, werd deze dienst systematisch uitgebreid. Op dit moment bereiken de activerende therapieën een 500-tal patiënten, waarbij men tracht om in te spelen op de noden van de patiënten.

Met deze dienst tracht men te beantwoorden aan de verwachtingen van de patiënt (een aangename tijdsinvulling die hij aankan en die hem voldoening geeft) en van het gezin (dagopvang voor de patiënt, die hiervan tevreden terugkeert naar het gezin). Dit wordt duidelijker aan de hand van volgende opsomming. Binnen de ateliers vinden de patiënten het volgende terug:



  • dagstructurering

  • licht productieve en zinvolle activiteiten ; hun ‘werk’ wordt economisch gewaardeerd.

  • Inspelend op de behoeften en interesse(s) van de patiënt.

  • Patiënten verwerven een zo hoog mogelijke zelfstandigheid

  • Voor patiënten die (nog) niet in het reguliere arbeidscircuit terechtkunnen, het kan ook voorbereiding zijn op tewerkstelling in het gewone arbeidscircuit of op ArbeidsTrajectBegeleiding (ATB).

  • Ontmoetingsplaats: de patiënt is er graag

  • Werken aan arbeidsattitude (stiptheid, naleven van afspraken, continuïteit verzekeren, …), de begeleider motiveert, moedigt aan, ondersteunt

  • Begeleider geeft tempo aan, rekening houdend met mogelijkheden en individuele doelstellingen.

  • Trainen, opvoeden

  • Ontwikkeling stimuleren, groeien

  • Omgeving biedt veiligheid, patiënt voelt er respect

Er is meestal individuele begeleiding, zonder evenwel betuttelend of marginaliserend te worden.

Welke patiënten komen in aanmerking voor de  ‘werkplaatsen’? Wel, het zijn voornamelijk patiënten van de gezinsverpleging. Kandidaten vanuit de Sanokliniek en het Poorthuis werden tot hiertoe slechts met mondjesmaat toegelaten binnen de bestaande voorzieningen van de gezinsverpleging en wel voor de volgende redenen :



  1. Het beperkt aantal plaatsen

  2. Reserves tegenover de vermenging van beide populaties :

Enerzijds zijn de doelstellingen, de leefwereld en de mogelijkheden van beide doelgroepen soms zeer verschillend. Anderzijds zijn er ook dikwijls heel wat gelijkenissen : ook in de Sanokliniek is er een chronisch publiek, zijn ook zwakbegaafden, dezelfde behoeften, …

Er zijn echter mogelijke gevaren: patiënten met soms een crimineel verleden (drugs, …) zouden ‘brave’ gezinsverplegingpatiënten kunnen beïnvloeden.


Er zijn dan ook een aantal indicaties en voorwaarden geformuleerd waar aan voldaan moet worden door de patiënten.

Indicaties:



  • kandidaat heeft behoefte aan een daginvulling en een structuur

  • kandidaat heeft nog mogelijkheden om via de aangeboden activiteit(en) te ontwikkelen, te

groeien

  • strikt (dag)(week)schema volgen

  • er mogen hogere eisen gesteld worden, er mogen verwachtingen gesteld worden aan de kandidaat

Voorwaarden :



  • er is een zekere stabiliteit in de pathologie van de kandidaat

  • het gedrag van de kandidaat mag niet storend zijn ; hij moet zich in een groep kunnen handhaven

  • hij mag geen gevaar betekenen voor anderen.

Aangezien het verdere verloop van dit project ook onder de dienst activerende therapieën zal vallen, werd besloten om deze voorwaarden ook te hanteren bij de selectie van geschikte patiënten. Ook in de toekomst zullen de patiënten hieraan moeten voldoen om zich te kunnen opgeven voor een plaatsje binnen deze vorm van arbeidszorg, dit aanbod van begeleid werken. Het is aan de hand van de theorie van Supported Employment, van dit begeleid werken, dat het hele project opgebouwd werd.



1   2   3   4   5   6


Dovnload 124.01 Kb.