Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Thues Kristof

Dovnload 124.01 Kb.

Thues Kristof



Pagina4/6
Datum12.05.2017
Grootte124.01 Kb.

Dovnload 124.01 Kb.
1   2   3   4   5   6

Hoofdstuk 2: Begeleid werken en het pilootproject “Werk op maat” binnen het OPZ Geel.


Omdat psychiatrische patiënten door omstandigheden zo goed als steeds verplicht zijn om te gaan met andere psychisch gestoorden, willen wij hen met dit project, analoog met een normaal leefmilieu in het pleeggezin, ook een normaal ‘werk’milieu (voor korte periodes – max. twee halve dagen per week – met beperkte aangepaste en begeleide bezigheden) aanbieden zodat de patiënten nog meer aan het ‘gewone leven’ kunnen participeren. Tot nu werden verschillende ateliers gecreëerd (zie boven) waar patiënten onder begeleiding van ergotherapeuten zinvolle bezigheden verrichten. We zijn er echter van overtuigd dat ‘werken’ in een gewoon werkmilieu mogelijk is. Het is de bedoeling een echte integratie na te streven of zo dicht mogelijk te benaderen en tevens een positieve instelling creëren bij de bevolking tegenover mensen met een psychische disfunctie.

In eerste instantie is het project gericht op chronisch psychiatrische patiënten (max. 50 jaar) die in een pleeggezin verblijven en wiens pathologie en fysieke capaciteiten het mogelijk maken om extern gedurende een aantal uren per week een aantal zinvolle bezigheden te verrichten, waarbij een therapeutische meerwaarde en een lage werkdruk de uitgangspunten zijn. Voor de toekomst is het de bedoeling ook de thuisverblijvende of in Beschut Wonen verblijvende patiënten die baat hebben bij een zinvolle dagbesteding, eventueel als voorbereiding op een herintrede op de arbeidsmarkt, erbij te betrekken. Nu was het doel om minstens vijf patiënten in vijf verschillende ondernemingen onder te brengen en dit voor een periode van drie maanden (met een optie op verlenging, maar dan als onderdeel van de dienst activerende therapieën). Om een duidelijke weergave te geven van het verloop van het project, wordt het hieronder in fases opgedeeld en besproken. Naderhand wordt er dieper ingegaan op de obstakels en op een studie rond de mogelijkheden van vergoedingen.




  1. Maart - april 2002

Voorafgaand overleg met Directie, met de verantwoordelijken van de activerende therapieën en met de wijkverpleging. Het was vanaf het begin het opzet om de verantwoordelijken en de wijkverpleging hierbij te betrekken omdat zij de mogelijkheden en de capaciteiten van de patiënten het beste kunnen inschatten. Zij hebben dan ook een zeer grote inbreng gehad bij de latere selectie van geschikte patiënten.


  1. Maart - juni 2002

Opmaken van het stappenplan en doornemen van relevante literatuur en beschikbare informatie. Dit was nodig om een gepast en juist kader, waarin het project zou kunnen functioneren, te scheppen.

  1. Mei - juni 2002

Aanschrijven van profit en social-profit bedrijven en organisaties via het Plato-netwerk van het Strategisch Plan Kempen (de brief waarmee dit gebeurde is terug te vinden in bijlage zes I). Er komen een twaalftal reacties.


  1. Juli 2002

Opstellen van het profiel en de taakomschrijving van de projectbegeleider.


  1. Oktober 2002

Opstarten van de procedure voor het aanwerven van de projectbegeleider. Er wordt geen kandidaat ergotherapeut gevonden voor een tijdelijke deeltijdse betrekking. Er wordt geopteerd voor een universitaire medewerker binnen de budgettaire ruimte.


  1. 18.11.2002

Indiensttreding van de projectmedewerker, een licentiaat Communicatiewetenschappen.


  1. December 2002 – januari 2003

De screening van zeven bedrijven geselecteerd onder de 15 die reageerden op de oproep. Er wordt eerst een herinneringsbrief opgestuurd (zie bijlage zes II), waarin het project opnieuw wordt aangekaart. Daarna worden de bedrijven telefonisch gecontacteerd en wordt er een afspraak gemaakt voor een verkennend gesprek. Tijdens deze bezoeken wordt een uitgebreide jobanalyse (zie bijlage twee) opgemaakt, waarbij de vereiste vaardigheden van de patiënten in kaart worden gebracht. Voor elke patiënt(e) wordt een profiel opgesteld dat een beeld geeft van de verwachte sociale vaardigheden, zelfstandigheid, leer-baarheid, werkhouding, oriëntatievermogen, bewustzijn van gevaar, handelingsvaardigheid, werkdrukbestendigheid, inzicht en kwaliteitsbesef. Ook de bereikbaarheid van de bedrijven wordt bestudeerd. Dit laatste heeft tot gevolg dat er een onderneming niet in aanmerking komt omwille van de te lange verplaatsing. De reistijd zou meer dan twee uren bedragen met de bus, wat in verhouding teveel is voor het aantal uren dat de patiënt aanwezig zou zijn binnen de onderneming. Een andere onderneming komt niet langer in aanmerking omwille van het feit dat de taken die ondernemer voor ogen heeft, te hoog gegrepen zijn voor onze patiënten aangezien er een zekere technische kennis bij te kijken komt. Via persoonlijke contacten met een eigenaar van een winkel in het Geelse centrum geraakt ook deze persoon geïnteresseerd in het project, waardoor we uiteindelijk zes plaatsen hebben om patiënten een aantal zinvolle bezigheden te laten verrichten.


  1. Januari – februari 2003

Parallel in overleg met de verantwoordelijken van de activerende therapieën en met de wijkverpleegkundigen worden geïnteresseerde patiënten aangesproken en geïnformeerd over het project, haar doelstellingen en de mogelijkheden. Er ontstaat een selectie van negen potentiële kandidaten waarvan er uiteindelijk nog eens twee patiënten afhaken omdat ze het toch niet zien zitten om in het project te stappen.


  1. Januari 2003

Aan de hand van voorbeelden van overeenkomsten die gebruikt worden in andere instellingen wordt er een modelcontract tussen het OPZ en de ondernemers (bijlage zeven I), een modelcontract tussen het OPZ en de patiënten (bijlage zeven II) en een model van individuele afspraken (bijlage zeven III) opgesteld, waarna ze aan de juridische dienst en aan de ondernemers worden voorgelegd. Na een aantal wijzigingen staan deze op punt. Zo zijn woorden als werkgever (is nu ondernemer) en taken (nu bezigheden) aangepast om zo min mogelijk te verwijzen naar arbeidstermen omdat het hier niet gaat om een arbeidsovereenkomst. Meer hierover in het deel dat de obstakels behandeld.

Bij de overeenkomsten in de bijlagen moet wel de kanttekening geplaatst worden dat zij aangepast zijn aan de uitbereiding naar de dienst activerende therapieën. Het zijn dus overeenkomsten zoals ze in de toekomst gebruikt zullen worden, met een jobcoach in plaats van een projectleider.




  1. februari 2003

Er wordt een interne vacature “arbeidszorgbegeleider” voor 10 uur/week gelanceerd door HRM om de continuïteit van het project te verzekeren wanneer het mandaat van de projectbegeleider in april 2003 teneinde loopt.


  1. Vanaf december 2002 tot april 2003

Organisatie van verkennende gesprekken met de vertegenwoordigers en verantwoordelijken van de belangrijkste Ziekenfondsen, de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, het RIZIV, het Vlaams Fonds voor de Integratie van Personen met een Handicap, de Arbeidsinspectie, de Sociale Inspectie en de Federale Overheidsdiensten van Tewerkstelling en van Financiën.
De bedoeling is om deze vorm van integratie in een werkomgeving een zo breed mogelijk juridisch steunvlak te verlenen en de mogelijkheid voor een sluitende regeling te bestuderen en in de toekomst aan de bevoegde instanties voor te leggen. Ook de mogelijkheden tot het uitbetalen van vergoedingen worden bestudeerd.

Het juridisch steunvlak (of het ontbreken ervan) is reeds besproken in de paragraaf over de wetgeving en de studie van de vergoedingen wordt in een van de volgende paragrafen besproken. Contacten via e-mail brachten de Mutualiteiten, de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, het RIZIV en de Sociale Inspectie op de hoogte van het project, waarbij zij allen stelden dat zij, onder de voorwaarden gesteld in de schriftelijke overeenkomsten (bijlagen zeven I, II en III), geen problemen zagen in het opzet en de verderzetting van het project.




  1. Februari 2003

Aan de wijkverpleegkundigen wordt gevraagd om informatie te geven over patiënten die op eigen initiatief één of andere vorm van hand- en spandiensten bewijzen in hun omgeving (buiten het eigen pleeggezin) teneinde in de toekomst ook een beeld te krijgen over deze vormen van zinvolle bezigheid. Er wordt onder de wijkverpleegkundigen een positieve bereidheid gevonden om in hun wijk uit te zien naar mogelijke “werkgevers”. Er worden drie patiënten, gedurende tientallen jaren al “werkzaam” gevonden waarvan de “werkgevers” bereid zijn om het evaluatieformulier voor de ondernemers (bijlage vier) uit te testen. Het is aan de hand van hun opmerkingen en kanttekeningen dat dit formulier verder op punt gesteld wordt en nu een coherent en bruikbaar geheel vormt.


  1. Vanaf Maart 2003 t.e.m. juni 2003. Implementatie

Er wordt gestart met de introductie en de begeleiding van 7 patiënten op de “werkplek”.

  • 1 patiënt in Renotec NV (Bouwbedrijf, Winkelomheide Geel)

  • 1 patiënt in Jeugdcentrum Zonnedauw (Larum Geel)

  • 1 patiënte in BVBA Van Herck (textielbedrijf, Centrum Geel)

  • 1 patiënte in Vromans Industrie (handelsorganisatie in verpakkingsmaterialen, Geel)

  • 2 patiënten in Belgicactus (tuinbouwbedrijf, Tongerlo)

Er wordt op regelmatige basis een bezoek gebracht aan de ondernemingen, terwijl de patiënt(e) aanwezig is, om te horen of alles naar wens verloopt, of er geen problemen zijn. Ook aan de patiënten wordt gevraagd of alles positief verloopt. Na deze periode wordt er een doorgedreven evaluatie gehouden en wordt er besloten om de patiënten hun bezigheden verder te laten zetten gedurende een beperkt aantal uren per week of dat er een einde wordt gemaakt aan de samenwerking. Er worden ook nieuwe bedrijven aangeschreven om zo tot een regionaal netwerk van ondernemingen te komen.


  1. April 2003

Er wordt een eerste grote evaluatie (zie bijlage drie) gehouden met de patiënten. Om een beeld te schetsen van de resultaten van deze evaluaties wordt er een evaluatie van één van de patiënten, in tekstvorm weliswaar, weergegeven.

C.S. is reeds anderhalve maand ondergebracht in het Dimpna Center en dit op woensdag- en donderdagnamiddag gedurende telkens drie uren. Zijn taken bestaan uit het meehelpen in het magazijn (artikels uitpakken, ze prijzen en ze daarna in de rekken stallen), stofzuigen en borstelen, artikels verhuizen en lege dozen opensnijden en in de container gooien. Hij evalueert zijn ‘werk’ positief, waarbij het werken op de speelgoedafdeling hem het meeste aanspreekt. Hij vindt het een aangename omgeving, een motivatie, een soort leerproces en een aangename afwisseling met zijn dagen in de boekbinderij binnen de muren van het OPZ. Hij vindt dat zijn opdrachten in de boekbinderij beperkt in aantal en inhoud zijn, terwijl er in het Dimpna Center meer mogelijkheden zijn, er meer variatie is.

Wanneer C. arriveert op zijn “werk” begint hij regelmatig zelf aan zijn taken. Zo zoekt hij een breekmes (waarbij hij zich bewust is van de mogelijke gevaren en er naar handelt zodat hij zich niet snijdt in zijn vingers) en begint hij dadelijk dozen open te snijden. Hij wil liever niet wat ronddwalen en wachten tot ze iets komen zeggen omdat hij dan misschien niet al te flaterend overkomt.

Het grootste deel van de tijd is er iemand aanwezig waar hij mee samenwerkt. Hij zegt wel dat, wanneer hij met meerdere collega’s moet samenwerken, er regelmatig misverstanden ontstaan omdat hij dan opdrachten krijgt die hem tegenstrijdig lijken. Hij vraagt dan altijd om raad, om zeker niets verkeerd te doen. Zijn baas en zijn werkbegeleider evalueert hij als heel vriendelijk, correct en heel behulpzaam, waarbij ze hem niet het gevoel geven dat hij een buitenbeentje is. Ze uiten vaak hun tevredenheid, wat een warm gevoel van trots bij hem teweegbrengt. Ook binnen het pleeggezin en binnen zijn eigen familie zijn ze fier op datgene wat hij presteert.

Het enige wat hij als negatief ervaart is het lang rechtstaan omdat dit belastend is voor zijn benen, iets wat hij vooral ’s avonds ervaart. Hij is niet geneigd om dit tegen zijn interne werkbegeleider te vertellen omdat dit misschien negatief zou overkomen. Er is dan een afspraak gemaakt met deze werkbegeleider en werd deze op dit probleem gewezen, waarbij nu de afspraak is gemaakt dat hij een aantal taken zittend kan doen. C. zat wel een beetje verveeld met de bespreking van dit probleem maar is uiteindelijk toch blij dat er een oplossing is gevonden.

Dergelijk relaas is ook bij de andere patiënten terug te vinden. Allen zijn ze blij met de afwisseling met hun bezigheden binnen de muren van het OPZ, is er een verhoging in het gevoel van eigenwaarde merkbaar en zijn ze fier op hun “werk”, op het contact met andere mensen binnen een normale “werkomgeving”. Wat ze ook leuk vinden, is het hoge flexibele karakter van de ondernemers. Wanneer er een activiteit is vanuit het OPZ waaraan ze graag zouden participeren, dan verwittigen zij de jobcoach die op zijn beurt contact opneemt met de interne werkbegeleiders die hier geen punt van maken. Allen hopen ze dat ze na de drie maanden van het pilootproject mogen blijven, maar ze zeggen er wel bij dat het aantal uren niet hoeft uitgebreid te worden, dat het aantal nu optimaal is.


1   2   3   4   5   6

  • Juli 2002 Opstellen van het profiel en de taakomschrijving van de projectbegeleider. Oktober 2002
  • 18.11.2002 Indiensttreding van de projectmedewerker, een licentiaat Communicatiewetenschappen. December 2002 – januari 2003
  • Januari – februari 2003
  • Vanaf december 2002 tot april 2003
  • Vanaf Maart 2003 t.e.m. juni 2003. Implementatie

  • Dovnload 124.01 Kb.