Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Thues Kristof

Dovnload 124.01 Kb.

Thues Kristof



Pagina5/6
Datum12.05.2017
Grootte124.01 Kb.

Dovnload 124.01 Kb.
1   2   3   4   5   6

Hoofdstuk 3: Obstakels.


Vooraleer de patiënten ondergebracht konden worden bij de ondernemingen, moesten er eerst een drietal obstakels uit de weg geruimd worden : de goedkeuring van de adviserende geneesheren, de dimonavermelding en een vervoersprobleem.

1. De goedkeuring van de adviserende geneesheren.


Artikel 100, § 2 van de gecoördineerde wet bepaalt dat de werknemer die arbeidsongeschikt is erkend, een vooraf toegelaten arbeid mag hervatten, op voorwaarde dat de betrokkene een vermindering van zijn vermogen behoudt van ten minste 50pct. van geneeskundig oogpunt uit. Hiertoe moet de betrokkene de voorafgaandelijke toestemming vragen aan de adviserend geneesheer van zijn verzekeringsinstelling. De adviserend geneesheer mag de toestemming geven op voorwaarde dat de activiteit verenigbaar is met de gezondheidstoestand (aandoening) van de betrokkene. De goedkeuring van de adviserend geneesheer moet om de zes maanden hernieuwd worden.

Na telefonische contacten met de verschillende betrokken ziekenfondsen blijkt dat er enkel een toestemming vereist was voor die patiënten die een invaliditeitsuitkering ontvangen van het ziekenfonds. Zij zijn niet bevoegd voor de patiënten die een inkomensvervangende en integratietegemoetkoming ontvangen van het Ministerie van Sociale Zaken. Zodus is enkel de goedkeuring nodig voor twee patiënten die deze dan ook gekregen hebben, weliswaar voor een periode van zes maanden.

Voor de andere patiënten is er contact opgenomen met het Ministerie van Sociale Zaken waarbij Mevr. Anja Schouppe, bestuursassistent, volgend antwoord per e-mail doorstuurde:
Geachte heer,

In antwoord op uw bovenvermelde brief heb ik de eer u mede te delen dat voor het berekenen van de tegemoetkoming rekening wordt gehouden met het belastbaar inkomen. Onbezoldigd werk heeft geen enkele invloed op de tegemoetkoming als persoon met een handicap. Het is dan ook niet nodig de toestemming van mijn dienst te vragen indien een persoon met een handicap onbezoldigd werk wenst uit te oefenen.


Het obstakel van de goedkeuring is dus al bij al vrij gemakkelijk verholpen.

2. De dimonavermelding.


In een antwoord via e-mail wees de sociale inspectie op het gegeven Dimona-vermelding. Sinds 1/01/03 zijn bedrijven verplicht om de begindatum en einddatum van arbeid door te geven aan het RSZ. Dit valt onder de Dimona-vermelding. Dit wordt gesteld door het K.B. van 5/11/02 tot invoering van een onmiddelijke aangifte van tewerkstelling met toepassing van art.38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels. De veralgemeende Dimona-aangifte garandeert een juiste en snelle identificatie van werknemers en stelt op ondubbelzinnige en uniforme wijze de band vast tussen een werknemer en diens werkgever.

De bedrijven die aan het project participeren hebben hierover allen informatie ingewonnen bij hun Sociaal Bureau. Het antwoord dat zij hierop kregen was dat dit niet moest gebeuren voor de patiënten en wel om volgende reden. Aangezien het om onbezoldigde arbeid gaat, dienen de werkgevers geen sociale lasten te betalen en vallen ze daarom niet onder de Dimona-vermelding wat betreft onze patiënten.

Voor één bedrijf echter (binnen de textielsector) wierp dit vragen op omdat ze behoren tot het paritair comité 109, waardoor er in een CAO opgenomen staat dat zij niemand onbezoldigd mogen aannemen. Zij mogen alleen iemand aannemen wanneer ze hem/haar hiervoor een volledig loon betalen. Dit veroorzaakte problemen wat betreft het project, waardoor onze samenwerking in gevaar kwam.

Na contact opgenomen te hebben met het RSZ, verkeren we nu in de zekerheid dat de bedrijven inderdaad niet onder de Dimona-vermelding vallen wat betreft onbezoldigde arbeid. Zij hebben echter geen invloed wat betreft CAO’s. Daarom werd er contact opgenomen worden met de kledingfederatie om daar eens te horen naar mogelijke uitzonderingen.

De heer Dirk Persoons van de sociale dienst van de Kledingfederatie zag er, naar zijns inziens, geen problemen in waarom het project niet zou mogen doorgaan als dit wel het geval was in andere sectoren. Hij vroeg wel dit terdege te onderzoeken zodat er geen risico’s zouden kunnen ontstaan voor het bedrijf.

Er werd ook, op aangeven van het RSZ, contact opgenomen met Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg in verband met het bijhouden van sociale documenten. Volgens het RSZ zou het niet moeten bijhouden van deze documenten betekenen dat er inderdaad geen Dimona-aangifte moet gebeuren. Op de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg wist men te vertellen dat er, omwille van het feit dat het om een vorm van therapie gaat, geen sociale documenten bijgehouden moeten worden. M.a.w. geen Dimona-vermelding.

Het is dan ook in orde gekomen voor dit bedrijf wat betreft onze overeenkomsten. Na een aantal aanpassingen (zo werd het woord werkgever vervangen door ondernemer en zijn er nu zo min mogelijke verwijzingen naar het woord arbeid of werk, maar spreken we over bezigheden) was alles in kannen en kruiken. De beslissing is dan ook gevallen om deze verwoordingen in de toekomst ook te gebruiken in de overeenkomsten. Het zijn dan ook deze documenten die gebruikt mogen worden als sociale documenten, waardoor er geen inschrijving moet zijn in het personeelsregister e.d. van het bedrijf. Wanneer er een controle plaatsvindt mogen deze documenten voorgelegd worden waardoor zowel het bedrijf als het OPZ in orde zijn wat betreft sociale wetten.

3. Het vervoersprobleem naar één van de bedrijven.


Bijna alle bedrijven zijn in het Geelse gelegen waardoor de patiënten op eigen kracht ter plekke geraken. Eén bedrijf is echter gelegen in Tongerlo, waarbij er geen rechtstreekse busverbinding is met Geel. Dit bedrijf was bereid om twee patiënten op te nemen en omwille van het feit dat dit bedrijf tot de beste werkomgevingen behoort en dat haar activiteiten zeer nauw aansluiten bij de interesses van de geselecteerde patiënten was het noodzakelijke hiervoor een oplossing te vinden. Het probleem werd voorgelegd aan het Directiecomité die als tijdelijke oplossing een mandaat uitvaardigde om het vervoer gedurende één maand via de interne vervoersdienst te verzorgen. Dit is echter een zware belasting voor de chauffeurs en er moest een meer permanente oplossing gevonden worden. De oplossing werd gevonden in de persoon van de pleegmoeder van één van de patiënten. Zij is bereid dit vervoer op haar te nemen. Het bedrijf besliste daarom om deze vrouw een kilometervergoeding uit te betalen waardoor ook dit obstakel van de baan is en de patiënten elke week op tijd in het bedrijf geraken en ook weer naar huis vervoerd worden.

1   2   3   4   5   6

  • 2. De dimonavermelding.
  • 3. Het vervoersprobleem naar één van de bedrijven.

  • Dovnload 124.01 Kb.