Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Tigchelaar tegen: Gemeente Bergen (NH)

Dovnload 25 Kb.

Tigchelaar tegen: Gemeente Bergen (NH)



Datum01.08.2017
Grootte25 Kb.

Dovnload 25 Kb.



Zaaknummer: 10037

Datum uitspraak: 23 december 2008

Plaats uitspraak: Zaandam


Bindend Advies

in het geschil tussen:


J.K. Tigchelaar

te Utrecht

verder te noemen: Tigchelaar
tegen:
Gemeente Bergen (NH)

vertegenwoordigd door haar wethouder verkeer en vervoer J. Mesu.

te Bergen (NH)

verder te noemen Gemeente Bergen,


gegeven door mr. F.M.Visser, verder te noemen de rijdende rechter.
De procedure.
Partijen zijn schriftelijk overeengekomen dit geschil door middel van een bindend advies op basis van het bindend advies reglement "De Rijdende Rechter", editie september 2003 te laten beslech­ten.
De vordering van Tigchelaar is opgenomen in de bindend advies overeen­komst.
De rijdende rechter heeft kennis genomen van alle door par­tij­en overgelegde stukken.
Het geschil is behandeld op de hoorzitting van 4 november 2008, welke is gehouden te Bergen (NH).
Partijen zijn behoorlijk opgeroepen voor de hoorzitting.
Partijen zijn verschenen en hebben hun standpunten toege­licht.
Voorafgaande daaraan heeft de rijdende rechter zich begeven naar het in deze procedure bedoelde parkeerterrein te Hargen aan Zee en heeft hij dit in het bijzijn van partijen bezich­tigd. Daarbij was tevens aanwezig prof. Paul Mijksenaar als deskundige, die mondeling verslag heeft uitgebracht. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld op- en aanmerkingen te maken.
Als informanten zijn gehoord R. van der Meer en Nico Pekel, ambtenaren der gemeente, alsmede K. Boot.
Hierna is de uitspraak bepaald op vandaag.
Vaststaande feiten.
In deze procedure mag van de volgende feiten worden uitgegaan, omdat deze voldoende zijn komen vast te staan.


  1. In de ochtend van 14 juni 2008 rond 9.00 uur heeft Tigchelaar zijn auto geparkeerd op het parkeerterrein gelegen nabij de strandopgang van Hargen aan Zee, gemeente Bergen (NH).

  2. Dit parkeerterrein is door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen met ingang van 1 januari 2008 aangewezen als ‘betaald parkeren’ in de periode 1 april tot en met 30 september van 10.00 tot 19.00 uur. Dat was op 14 juni 2008 als volgt aangegeven. Op de toegangsweg tot het parkeerterrein was een zônebord 'betaald parkeren' geplaatst. Bij de geplande, doch toen geblokkeerde, ingang van het parkeerterrein waren verder borden geplaatst met de tekst: 'Parkeerterrein Hargen aan Zee betaald parkeren 1 april t.m. 30 september Tarief: € 1,50 per uur Dagtarief max. € 3,50'.

  3. Het door Gemeente Bergen beoogde systeem, waarin parkeerders bij het uitrijden moeten betalen met gebruikmaking van een bij het inrijden verkregen parkeerkaart, was op die dag echter nog niet operationeel. De bij de ingang van het parkeerterrein reeds geplaatste slagboominstallatie, met uitgifte-automaten voor parkeerkaarten, was in elk geval nog niet in werking. De slagbomen waren gesloten. Verder waren daar dranghekken voor neergezet, voorzien van een bord ‘geslotenverklaring in beide richtingen.’ De bijbehorende, elders op het parkeerterrein geplaatste betaalautomaten, vermeldden op de display de tekst 'buiten bedrijf alleen abonnement'.

  4. Teneinde parkeerders toegang te verlenen tot het betreffende parkeerterrein, was verderop een tijdelijke ingang gemaakt, waarlangs men over stalen grondplaten het parkeerterrein op kon rijden.

  5. Om in die tijdelijke situatie toch de verschuldigde parkeerbelasting te kunnen innen, had Gemeente Bergen op het parkeerterrein verder een vijftal ‘klassieke’ parkeerautomaten neergezet, waar parkeerders werden geacht reeds direct na aankomst parkeergeld te betalen, waarna een parkeerkaartje zichtbaar in de auto moest worden achtergelaten. Bij de tijdelijke ingang stonden echter geen borden 'betaald parkeren', zoals hiervoor onder 2. bedoeld.

  6. Tigchelaar heeft geen parkeergeld betaald, waarop een ambtenaar van Gemeente Bergen, die de auto van Tigchelaar om 14.41 uur op het parkeerterrein aantrof, aan Tigchelaar een naheffingsaanslag parkeerbelasting heeft opgelegd van € 50,50. Daarin was begrepen € 1,50 aan parkeerbelasting en  € 49,-- wegens kosten. Het daartegen door Tigchelaar ingediende bezwaarschrift is door Gemeente Bergen op 11 juli 2008 ongegrond verklaard.


De vordering van Tigchelaar.
Tigchelaar vordert kort gezegd, dat alsnog wordt vastgesteld dat de aan hem opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting onterecht was en dat hetgeen daarop betaald is door Gemeente Bergen moet worden terugbetaald.
Standpunten van partijen.
Partijen verschillen van mening over de vraag, of de naheffingsaanslag al dan niet terecht is opgelegd. Partijen wensen dit geschil in volle omvang ter beoordeling voor te leggen aan de rijdende rechter.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of in de morgen van de 14e juni 2008 ter plaatse voldoende duidelijk was aangegeven dat parkeerbelasting was verschuldigd.
Tigchelaar meent van niet. Volgens hem was de situatie ter plaatse zeer verwarrend. Het parkeerterrein werd kennelijk nog (her)ingericht en was dus nog niet 'af'. De slagboominstallatie was nog niet in werking, evenmin als de daarbij behorende betaalautomaten. Weliswaar heeft Tigchelaar gezien dat elders op het terrein nog andere automaten stonden opgesteld, maar het is toen niet bij hem opgekomen dat die wèl in werking waren.  Hij was wat dat betreft ook niet de enige, want een flink aantal andere parkeerders had evenmin betaald.
Gemeente Bergen meent van wel. De bebording ter plaatse was volstrekt duidelijk en niet voor tweeërlei uitleg vatbaar, hoewel zij thans wel wil erkennen dat het misschien nóg duidelijker had gekund. Dat de slagboominstallatie en bijbehorende betaalautomaten nog buiten werking waren, betekent niet dat niet betaald hoefde te worden. Van Tigchelaar kon en mocht worden verwacht dat hij gebruik zou maken van een van de maar liefst vijf midden op het parkeerterrein geplaatste, wel werkende parkeerautomaten. Dat hij ten onrechte heeft gedacht dat ook die niet in werking waren, komt voor zijn rekening en risico, nu hij zich daarvan behoorlijk op de hoogte hadden moeten stellen.
De deskundige.
De deskundige heeft, kort samengevat en voor zover thans van belang, laten weten dat er ter plaatse alle reden was geweest om extra aandacht te besteden aan de bebording, nu er sprake was van een tijdelijke situatie, waarin het al wel aanwezige parkeersysteem nog niet in werking was, hetgeen gemakkelijk aanleiding kon geven tot misverstand. Vanuit zijn vakgebied bezien had het in elk geval aanbeveling verdiend, dat de gemeente bij de tijdelijke ingang nog eens duidelijk had aangegeven dat er ook in die situatie wel degelijk betaald moest worden. Door dat na te laten viel te verwachten dat mensen in verwarring zouden raken, zoals kennelijk is gebeurd.
Beoordeling van het geschil.
Toepasselijke rechtsregels

Ingevolge het bepaalde in artikel 225 van de Gemeentewet mogen gemeenten krachtens een gemeentelijke verordening zogenaamde parkeerbelasting heffen. In de gemeente Bergen (NH) is op basis daarvan met ingang van 1 januari 2008 de Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2008 van kracht, verder aan te halen als ‘Verordening parkeerbelastingen 2008’. Ingevolge die verordening is het college van burgemeester en wethouders bevoegd om de plaatsen aan te wijzen waar slechts tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd (‘betaald parkeren’). Het in deze procedure bedoelde parkeerterrein is met ingang van 1 januari 2008 aangewezen als ‘betaald parkeren’ in de periode 1 april tot en met 30 september van 10.00 tot 19.00 uur. Het parkeertarief bedroeg € 1,50 per uur, met een maximum van € 3,50 per dag. De kosten, zoals bedoeld in artikel 234 lid 6 van de Gemeentewet, die bij een naheffingsaanslag bovenop de achterstallige parkeerbelasting mogen worden verhaald, belopen ingevolge artikel 10 lid 1 van de ‘Verordening parkeer-belastingen 2008” een bedrag groot € 49,--. Dat is gelijk aan het maximum bedrag, bepaald in artikel 3 lid 1 van het Besluit gemeentelijke parkeer-belastingen.


Bindend advies en belastingrecht.

Hoewel de in deze procedure bedoelde naheffingsaanslag materieel tot het publiekrecht behoort en formeel bovendien onherroepelijk is geworden, staat dat er niet aan in de weg dat partijen de rechtmatigheid en/of de redelijkheid daarvan (alsnog) in volle omvang, bij wijze van bindend advies, door de rijdende rechter laten beoordelen. In het belastingrecht staat immers buiten kijf dat een fiscaal geschil bij wijze van fiscaal compromis, buiten de belastingrechter om, door een derde kan worden beslecht.


Inhoudelijke beoordeling.

Gesteld noch gebleken is dat de ‘Verordening parkeerbelastingen 2008’, en/of het daarop gebaseerde aanwijzingsbesluit, verbindende kracht zouden ontberen, zodat ook de rijdende rechter de geldigheid van deze regelgeving tot uitgangspunt neemt.


Het moet er daarom voor worden gehouden dat Tigchelaar verplicht was om parkeerbelasting te betalen voor zijn om 14.41 uur op het betreffende parkeerterrein aangetroffen auto. Nu hij dat niet heeft gedaan kon en mocht Gemeente Bergen beginsel een naheffingsaanslag opleggen.
Dit beginsel lijdt echter uitzondering, indien Gemeente Bergen niet mocht hebben voldaan aan de op haar rustende verplichting, om ter plaatse op dusdanige wijze duidelijk te maken dat parkeerbelasting was verschuldigd, dat daaromtrent voor die plaats in redelijkheid geen misverstand kon bestaan. (Vgl. HR 27 juni 2008, Belastingblad 2008/906).
Naar het oordeel van de rijdende rechter doet een dergelijke uitzondering zich in deze zaak voor.
Weliswaar moet aan Gemeente Bergen worden toegegeven, dat op de aanrijroute en bij de ingang van het parkeerterrein door middel van op zichzelf duidelijke borden was aangegeven dat er betaald moest worden, maar met de deskundige is de rijdende rechter van mening dat dit onder de gegeven omstandigheden onvoldoende was. De situatie ter plaatse kon ook bij normaal oplettende parkeerders gemakkelijk de onjuiste indruk wekken, dat vooralsnog niet betaald hoefde te worden. De op het eerste gezicht waarneembare parkeerapparatuur was immers zichtbaar nog niet in werking, terwijl de normale toegang tot het terrein was geblokkeerd door neergelaten slagbomen, met daarvoor geplaatste dranghekken.
Gemeente Bergen had in elk geval op eenvoudige wijze kunnen en moeten voorkomen dat parkeerders zoals Tigchelaar daardoor in verwarring werden gebracht, door (ook) bij de tijdelijke ingang duidelijk aan te geven dat en hoe (tóch) betaald moest worden. Door dat na te laten heeft zij Tigchelaar op het verkeerde been gezet, althans een dusdanige verwarrende situatie in het leven geroepen, dat het niet redelijk was om een naheffingsaanslag op te leggen.
Dat betekent dat de vordering van Tigchelaar moet worden toegewezen, zoals hierna te bepalen.
B E S L I S S I N G
Voor recht wordt verklaard dat de in deze procedure bedoelde, aan Tigchelaar opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting onterecht is opgelegd en dat Gemeente Bergen daarom verplicht is de door Tigchelaar betaalde € 50,50 binnen 14 dagen na heden aan hem terug te betalen.
Dit bindend advies is gegeven door mr. F.M.Visser als rijdende rechter en uitgespro­ken te Zaandam op 23 december 2008.


mr. F.M. Visser mr. S.T. Terstegge

  • Gemeente Bergen, gegeven door mr. F.M.Visser, verder te noemen de rijdende rechter. De procedure.
  • Vaststaande feiten.
  • De vordering van Tigchelaar.
  • De deskundige.
  • Beoordeling van het geschil.
  • B E S L I S S I N G

  • Dovnload 25 Kb.