Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Tijd voor verandering Verkiezingsprogramma GroenLinks 2017 – 2021

Dovnload 152.98 Kb.

Tijd voor verandering Verkiezingsprogramma GroenLinks 2017 – 2021



Pagina3/7
Datum01.08.2017
Grootte152.98 Kb.

Dovnload 152.98 Kb.
1   2   3   4   5   6   7

3. Kansrijk onderwijs

Het onderwijs wordt gedomineerd door het economisme. Vanaf jonge leeftijd worden kinderen opgeleid tot producten voor de arbeidsmarkt. De vroege selectie begrenst de kansen van kinderen. Afkomst bepaalt welke opleiding zij volgen. Er gaat iets grondig fout als de talenten van jongeren worden verspild en zij hun dromen niet kunnen najagen.


Daar mogen wij als samenleving geen genoegen mee nemen. Onderwijs moet ongelijkheid verkleinen, niet vergroten. GroenLinks wil kansrijk onderwijs met scholen waarin kinderen opgroeien tot zelfbewuste en nieuwsgierige volwassenen die vol zelfvertrouwen hun weg vinden in de moderne samenleving. Ieder kind is anders en ontwikkelt zich anders. Jonge mensen moeten op ieder schoolniveau, van vmbo tot vwo, van mbo tot universiteit, het beste uit zichzelf kunnen halen. We willen inclusieve scholen waar leerlingen hun eigen ontwikkeltempo kunnen volgen, waar ze leeftijdsgenoten met verschillende achtergronden ontmoeten en waar leerkrachten trots kunnen zijn op hun vak. Laatbloeiers krijgen een tweede, derde, en als het nodig is, een vierde kans.
We pakken kansenongelijkheid aan

Onderwijs is de motor voor emancipatie. Iedereen moet mee kunnen doen. We nemen onnodige barrières tussen kinderen en kansen weg. GroenLinks investeert daarom in het bestrijden van achterstanden en ongelijkheid. We maken een einde aan de vroege selectie en de toetscultuur in het basisonderwijs. Het schooladvies mag geen fuik zijn waarin jongeren vast komen te zitten; een schooladvies moet op de middelbare school gecorrigeerd kunnen worden. Daarom krijgen scholen een brede brugklas. Op deze moderne middenschool volgen leerlingen onderwijs in hun eigen tempo en kunnen zij doorstromen naar elk passend niveau. Op het vmbo en mbo worden jongeren opgeleid tot onmisbare vakmensen die met trots hun beroep willen uitoefenen. Zij hebben recht op goed onderwijs en de beste docenten. In ons kansrijk onderwijs speelt de leerkracht een hoofdrol. Zowel in het basisonderwijs als het voortgezet onderwijs krijgen zij betere opleidingen, meer ruimte om de lesstof zelf vorm te geven en meer tijd om lessen voor te bereiden.

GroenLinks wil dat ons onderwijs kinderen de kennis en vaardigheden geeft die aansluiten bij de 21e eeuw, zodat ze uitgroeien tot kritisch denkende wereldburgers die bewust omgaan met hun leefomgeving, kennismaken met kunst en kunnen omgaan met morele vraagstukken en diversiteit in opvattingen en culturen. Deze uitgangspunten vormen de basis voor het onderwijs van de toekomst.
We geven elk kind een gelijke basis

Het huidige financieringssysteem voor de kinderopvang vergroot de kansenongelijkheid. Dat moet beter. GroenLinks wil een ontwikkelrecht voor elk kind. Kinderopvang wordt weer een publieke voorziening en gratis toegankelijk voor alle jonge kinderen. Dat is goed voor hun brede ontwikkeling en voorkomt achterstanden. De basisschool en de buitenschoolse opvang worden bij voorkeur georganiseerd in een brede school. Op deze brede scholen krijgen kinderen niet alleen les, maar is ook ruimte voor spelen, sport, natuur en cultuur. We stimuleren de samenwerking van de kinderopvang, peuterspeelzaal, voorschoolse educatie en de brede school op één plek in kindcentra. Ouders hoeven kinderen niet steeds van de ene naar de andere plek te brengen. Keuzevrijheid voor ouders in het schooltype blijft gewaarborgd.


We staan voor waardenvol hoger onderwijs

Ook het hoger onderwijs wordt beheerst door het economisme. Niet voor niets werd het Maagdenhuis door ontevreden studenten en docenten bezet. Toegankelijk hoger onderwijs moet jongeren opleiden tot kritische burgers. Hernieuwde democratisering geeft studenten en docenten een stem in het hoger onderwijs. GroenLinks wil dat universiteits- en hogeschoolraden weer een sterke positie en meer invloed op de koers van hun onderwijsinstelling krijgen. Zo worden de waarden van goed onderwijs en onderzoek weer leidend, in plaats van financiële avonturen. Vastgoedprojecten in het onderwijs moeten onafhankelijk worden getoetst. Het fundamentele onderzoek van universiteiten mag niet afhankelijk zijn van de geldstromen van grote bedrijven.


Programmapunten


We pakken kansenongelijkheid aan

  1. Te veel kinderen worden ingeschaald op een lager onderwijsniveau dan ze aankunnen, vaak gebaseerd op vooroordelen rondom etniciteit of sociaal-economische achtergrond. Wij willen dat hier meer aandacht voor komt in de lerarenopleidingen en trainingen voor leerkrachten. Kinderen moeten vaker het voordeel van de twijfel krijgen om een hoger niveau te proberen. We leggen wettelijk vast dat alle kinderen een dubbel schooladvies – bijvoorbeeld vmbo/havo – kunnen krijgen. Scholen in het voortgezet onderwijs worden niet meer afgerekend op hun rendement, waardoor ze kinderen vaker de kans geven een hoger niveau te volgen. Om een soepele doorstroom van leerlingen te bevorderen en de kwaliteit van het onderwijs te verhogen wordt het voor scholen in het basis- en voortgezet onderwijs mogelijk bevoegde docenten uit te wisselen.

  2. Openbare Cito-scores per school worden nu gebruikt voor beoordeling van de school en als marketinginstrument. Scholen zijn te veel gericht op het halen van hoge toetsscores. De Cito-score wordt daarom niet meer openbaar gemaakt. Scholen worden beoordeeld op de kwaliteit van de lessen, niet op Cito-scores. De onderwijsinspectie voor het basis- en voortgezet onderwijs gaat meer kwalitatief beoordelen en krijgt een coachende rol. Op het voortgezet onderwijs wordt afgezien van de rekentoets.

  3. Ieder kind heeft recht op een brede brugklas zodat er genoeg tijd is om een goede schoolrichting te kiezen. Dat betekent dat iedere school met een divers aanbod een tweejarige brede brugklas aanbiedt als optie voor leerlingen. Scholen krijgen voor deze leerlingen in een brede brugklas extra bekostiging. Dat betekent ook dat kinderen tot de derde klas van de middelbare school de tijd hebben om hun definitieve schoolrichting te kiezen. Leerlingen kunnen vakken waar ze goed in zijn op een hoger niveau volgen en één vak op lager niveau. Zo sluit het onderwijs beter aan bij hun talenten.

  4. Het beroepsonderwijs wordt versterkt. Vmbo- en mbo-instellingen gaan beter met elkaar samenwerken voor een soepele doorstroom. Voor vmbo-basis- en kaderleerlingen komt er een mogelijkheid om aansluitend in een of twee jaar op dezelfde school een startkwalificatie te behalen. De opleidingseisen voor leerkrachten op het vmbo gaan omhoog. Zij krijgen een betere beloning voor hun werk en ruimte om door te groeien. Er komen meer middelen voor het vmbo, ter ondersteuning van de lessen, en om de leerlingen de benodigde aandacht te kunnen geven, bijvoorbeeld voor de mogelijkheid van een onderwijsassistent in elke vmbo-klas. Er komen meer ambachtsscholen voor vakmensen.

  5. Stapelen van diploma’s is een belangrijk principe voor sociale mobiliteit. Jongeren krijgen een doorstroomrecht: een diploma is een diploma en geeft zonder extra voorwaarden recht op vervolgonderwijs. Op alle niveaus wordt het mogelijk door te stromen naar een volgende opleiding. Zowel de aansluiting van mbo naar hbo, als de aansluiting van hbo naar wo, wordt verbeterd. De extra toegangseisen vervallen, lesprogramma’s moeten beter op elkaar aansluiten en er komen goede schakelprogramma’s.

  6. We investeren in leerkrachten zowel in het basisonderwijs als in het voortgezet onderwijs. Er komen meer leerkrachten. Vooral voor beginnende leerkrachten wordt de werkdruk verlaagd. Klassen worden verkleind tot maximaal 29 leerlingen gemiddeld op school- of locatieniveau. Binnen zes jaar wordt dit aantal verlaagd naar 23 leerlingen. Scholen krijgen de mogelijkheid om lesuren voor docenten te verminderen of extra ondersteuning te organiseren. Docenten krijgen betere opleidingen, meer begeleiding en bijscholing. Zo wordt het onderwijs verbeterd en hebben docenten voldoende tijd voor kinderen die een extra uitdaging nodig hebben of juist extra aandacht behoeven. Er komt een verhoging van salarissen en verbetering van carrièremogelijkheden voor leerkrachten in het basisonderwijs.

  7. De onderwijsinspectie ziet strenger toe op het halen van kerndoelen in het onderwijs juist rondom de waarden die wij noodzakelijk achten en die leiden tot een compleet (wereld)burgerschap met oog voor mens en natuur. Koloniaal verleden, migratiegeschiedenis, diversiteit en anti-discriminatie worden onderdeel van de kerndoelen in zowel het basis- als voortgezet onderwijs. Bestrijding van vooroordelen over gender en seksualiteit wordt onderdeel van de zorgplicht van alle scholen.

  8. Segregatie in het onderwijs op en door scholen wordt tegengegaan. De kansenongelijkheid tussen kinderen wordt verkleind door bijvoorbeeld een vast aanmeldmoment voor basisscholen.

  9. Het passend onderwijsstelsel is nog niet geslaagd. Te veel kinderen zitten thuis en leerkrachten ervaren in klassen met kinderen met functiebeperking nog enorm veel werkdruk. Kinderen vallen daardoor tussen wal en schip en krijgen niet het onderwijs dat ze nodig hebben. Er komt meer geld voor kleinere klassen, het inschakelen van extra begeleiding en ondersteuning en zo nodig voor het speciaal onderwijs. Leerplichtambtenaren krijgen doorzettingsmacht om kinderen met een beperking op scholen te plaatsen. Er komt landelijk één definitie van basiszorg dat de minimumondersteuning omschrijft die iedere school moet bieden. Leerlingen met een (meervoudige) beperking die geen regulier onderwijs kunnen volgen, kunnen kosteloos onderwijs volgen of naar de dagbesteding. Voor het onderwijsdeel en de onderwijsondersteuning wordt geen eigen bijdrage uit het persoonsgebonden budget gevraagd.

  10. We gaan de sluipende privatisering van het onderwijs tegen. Scholen krijgen budget om bijspijkerlessen op school aan te bieden, zodat elke leerling die dat nodig heeft er gebruik van kan maken. Ook kunnen scholen de mogelijkheid bieden aan leerlingen met een achterstand om een weekend- of zomerschool te volgen. Zo zorgen we dat elk kind, ongeacht de portemonnee van de ouders, gelijke kansen in het onderwijs heeft.

  11. Artikel 23 dient te worden herzien met als oogmerk dat de overheid kwalitatief goed onderwijs voor iedereen aanbiedt, financiert en op kwaliteit controleert. Daarbovenop kunnen ouders zelf vormen van bijzonder onderwijs aanbieden in de eigen tijd en door henzelf gefinancierd.

  12. Het bestuur en toezicht van scholen en onderwijsinstellingen wordt gedemocratiseerd. Leerlingen, deelnemers, studenten, ouders, en docenten krijgen meer zeggenschap over het beleid van scholen, onderwijsinstellingen en schoolbesturen. Medezeggenschapsorganen krijgen meer rechten zoals instemmingsrecht op de benoeming van bestuurders, op de begroting en op het samengaan, zelfstandig worden van scholen of het sluiten of samenvoegen van opleidingen.


We geven elk kind een gelijke basis

  1. Elk kind moet de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen. Alle kinderen tussen zes maanden en vier jaar krijgen recht op drie dagen kinderopvang per week. De kwaliteit van de kinderopvang gaat omhoog door meer aandacht te besteden aan de ontwikkeling van kinderen en aan de pedagogische vaardigheden van medewerkers. Kinderopvangcentra hebben geen winstoogmerk.

  2. Om gedurende de dag formeel leren te kunnen afwisselen met sport, cultuur en andere vormen van informeel leren is het nodig dat kinderen vanaf 4 jaar een toegangsrecht hebben tot wat nu buitenschoolse opvang heet. Daarmee kunnen kinderen namelijk aan het brede programma deelnemen dat deze kindvoorzieningen aanbieden en hun talenten over de volle breedte ontwikkelen. Dit toegangsrecht zal op termijn tien tot twaalf uur omvatten.

  3. Het onderwijs, de kinderopvang, peuterspeelzalen, voor- en vroegschoolse educatie en jeugdzorg worden gestimuleerd om hechter samen te werken. In het bijzonder worden zij wettelijk en financieel gestimuleerd brede voorzieningen te ontwikkelen, zoals kindcentra. Kinderen kunnen gedurende de hele dag formele en informele programma’s volgen met ruimte voor sport, spel, cultuur en natuur.

  4. Bij de fysieke inrichting van deze brede scholen en kindcentra wordt rekening gehouden met de mogelijkheid dat er ook warme maaltijden geserveerd kunnen worden. Elke school is een gezonde school. Daarom worden er op school gezonde maaltijden aangeboden en verdwijnen de obesogene prikkels zoals snoep- en frisdrankautomaten.

  5. Om armoede bij kinderen te bestrijden richten we de kindregelingen en toeslagen op gezinnen met kinderen in armoede. We vereenvoudigen het stelsel. De kinderbijslag wordt inkomensafhankelijk en wordt samengevoegd tot één regeling met het kindgebonden budget, zodat kinderen niet meer in armoede hoeven op te groeien. De zogeheten vrijwillige ouderbijdrage in het basis- en voortgezet onderwijs en de eigen bijdragen die worden gevraagd voor digitale leermiddelen en devices worden beperkt tot een maximumbedrag dat voor iedere ouder redelijkerwijs is op te brengen.


We staan voor waardenvol hoger onderwijs

  1. Ontplooiing, onderwijs en onderzoek staan voorop op hogescholen en universiteiten. Daar wordt ook de financiering en de besturing op afgestemd. Daardoor vermindert de prikkel bij onderwijsinstellingen om zo veel en zo snel mogelijk diploma’s te verstrekken. We verminderen de publicatiedruk voor onderzoekers. Wetenschappelijke publicaties worden vrij beschikbaar. Kleine, bijzondere opleidingen worden zo veel mogelijk gekoesterd. We staken het experiment prestatiebekostiging.

  2. De toegankelijkheid van het hoger onderwijs wordt vergroot. Toenemende selectie aan de poort bij hogescholen en universiteiten wordt gestopt. Selectie aan de poort kan alleen bij uitzonderlijke opleidingen, zoals het conservatorium of bepaalde geneeskundestudies. Het bindend studieadvies en de harde knip tussen bachelor en master worden afgeschaft.

  3. De aanvullende beurs voor studenten uit kansarme gezinnen wordt verhoogd en voor een ruimere groep beschikbaar gesteld. Het wettelijke vastgestelde collegegeld wordt gehalveerd en gemaximeerd. Het collegegeld voor een tweede studie wordt wettelijk gemaximeerd zodat deze weer betaalbaar wordt voor mensen die een tweede studie willen doen. Studenten met een functiebeperking krijgen een aanvullende beurs. De mogelijkheden om gebruik te maken van het studievoorschot worden uitgebreid van 30 jaar naar 40 jaar.

  4. Het wordt makkelijker voor studenten om op andere instellingen vakken te volgen zodat ze meer vrijheid krijgen hun eigen studieprogramma vorm te geven.

  5. De overheid stelt meer middelen beschikbaar voor onafhankelijk en fundamenteel onderzoek door universiteiten. Er gaat geld van de tweede naar de eerste geldstroom zodat de bureaucratie voor onderzoekers voor onderzoeksgeld daalt. Het aandeel vaste contracten kan daardoor stijgen.


1   2   3   4   5   6   7

  • Programmapunten

  • Dovnload 152.98 Kb.