Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Tijdvak 7 – Toetsvragen

Dovnload 94.6 Kb.

Tijdvak 7 – Toetsvragen



Datum25.10.2017
Grootte94.6 Kb.

Dovnload 94.6 Kb.

Toetsvragen Geschiedenis – toelating Pabo

Tijdvak 7 – Toetsvragen
1

In de Tijd van Pruiken en Revoluties hielden kooplieden uit de Republiek zich bezig met de zogenaamde driehoekshandel.

Tussen welke gebieden vond deze driehoekshandel plaats?

A Tussen de Republiek, Azië en Amerika.

B Tussen de Republiek, West-Afrika en Amerika.

C Tussen Oost-Indië, Amerika en Europa.

D Tussen Oost-Indië, West-Indië en Europa.
2

In Amerika werden grote plantages aangelegd om winstgevende gewassen te verbouwen voor de Europese markt. Op de plantages werkten slaven uit Afrika.

Waarom werden juist slaven uit Afrika ingezet?

A Afrikanen waren met minder salaris tevreden dan de meer welvarende indianen.

B Afrikanen waren van huis uit gewend om als slaven op plantages te werken.

C Indianen kwamen met succes in opstand tegen de slavenarbeid en vluchtten.

D Indianen waren niet bestand tegen de moordende werkomstandigheden.
3

In 1807 stelde de Engelse regering een verbod in op de slavenhandel.

Waarom werd slavenhandel verboden?

A Er kwam weerstand tegen slavenhandel bij verlichte Engelsen en veel slavenwerk kon goedkoper met machines.

B Er kwamen steeds meer slavenopstanden en er waren minder exportgewassen nodig in Europa.

C Het was voor fabrikanten goedkoper om arbeiders te laten werken dan steeds nieuwe slaven te kopen.

D Het was voor plantage-eigenaars voordeliger om andere producten te verbouwen die minder arbeidsintensief waren.
4

Kies de enige juiste omschrijving van ‘abolitionisme’:



A Abolitionisme is de uitbuiting van slaven door de slavenhouders op de (katoen)plantages.

B Abolitionisme is de afschaffing van de slavernij in de 19de eeuw.

C Abolitionisme is de wijze waarop de Nederlanders de slaven in Afrika opkochten.

D Abolitionisme is het streven naar de afschaffing van de slavernij.
5

De Engelse fabrikant Wedgewood liet deze afbeelding vanaf 1787 op zijn serviezen afbeelden.

Welke conclusie kun je hieruit trekken?

A Wedgewood was blijkbaar één van de politici die zich bekommerde om het lot van de slaven in Engelse fabrieken.

B Wedgewood was blijkbaar een verlichte abolitionist die zijn handel gebruikte om propaganda te maken.

C Wedgewood was blijkbaar een voorstander van slavernij die zich verzette tegen het verbod op de slavenhandel.
6

De Verlichting was een beweging in de Tijd van Pruiken en Revoluties die aandrong op veranderingen.

Welke veranderingen wilden veel denkers van de Verlichting bereiken?

A Volgens verlichte denkers hadden vrouwen evenveel rechten als mannen om aan de politiek deel te nemen.

B Volgens verlichte denkers moest de macht worden gedeeld door adel, geestelijkheid en burgers.

C Zij wilden dat de rechten van burgers in een grondwet werden vastgelegd en dat de macht beter verdeeld werd.

D Zij wilden dat er algemeen kiesrecht kwam zodat arbeiders ook een deel van de macht kregen.
7

Welke van de volgende acht ideeën zijn ideeën die ontstonden tijdens de Verlichting?



1 De koning of vorst hoort aan het hoofd van de staat met een absolute macht over het volk

2 Het volk dient te leven volgens de tradities van de Kerk en het geloof in God

3 De macht van de Kerk en de macht van de staat liggen niet in dezelfde handen

4 Vrijheid en gelijkheid zijn rechten die gelden voor iedereen ongeacht zijn afkomst of stand

5 De laagste (derde) stand mag geen macht hebben

6 Het vergaren van kennis is zeer belangrijk

7 Rationeel denken en het menselijke verstand zijn essentieel

8 De machtspositie van wetenschappers moet worden verkleind
8

In 1789 kwam voor het eerst sinds lange jaren de vergadering van de drie standen voor overleg bijeen in Frankrijk.

Wat was de aanleiding om deze vergadering bijeen te roepen?

A De koning had grote financiële problemen.

B De koning had een voorstel voor een nieuwe grondwet.

C De koning wilde afstand doen van de troon.

D De koning wilde niet langer absoluut vorst zijn.

9

De vergadering van de Franse Staten-Generaal in 1789 eindigde in ruzie tussen de drie standen. Hoe ging dit verder?



A De derde stand besloot nu in opstand te komen en een gevangenis van de koning te bestormen, de Bastille.

B De derde stand besloot zelf een Nationale Vergadering te beginnen waar alle deelnemers gelijk waren.

C De koning liet de leiders van de derde stand arresteren, maar toen kwam het volk van Parijs in opstand.

D De koning probeerde te vluchten maar werd gearresteerd en ter dood gebracht.
10

De Franse Revolutie maakte een einde aan de standenmaatschappij.

Wie hadden het voor het zeggen in deze 'oude maatschappij'?

A De adel, de rijke burgers en het leger.

B De kerkleiders, de kapitalisten en de koningsgezinde partijen.

C De koning, de Kerk en de adel.

D De kooplieden, de geestelijken en de keizer.
11

Waar of niet waar?

I Sinds de Franse Revolutie is Frankrijk altijd een democratie geweest.

II Na de Franse Revolutie brak er overal in Europa een vergelijkbare revolutie uit.



A I en II zijn beide waar.

B I is waar, II is niet waar.

C I is niet waar, II is waar.

D I en II zijn beide niet waar.
12

Descartes was een filosoof die bekend werd door de uitspraak: Ik denk, dus ik besta.

Waarom past deze uitspraak zo goed bij de Verlichting?

A Deze uitspraak maakt duidelijk dat Descartes een groot vertrouwen had in de kracht van de natuur.

B Deze uitspraak maakt duidelijk dat Descartes geloofde in de kracht van het verstand.

C Deze uitspraak maakt duidelijk dat Descartes geloofde in de kracht van God de Schepper die alles maakt.

D Deze uitspraak maakt duidelijk dat Descartes weinig vertrouwen had in het bestuderen van de Bijbelverhalen.
13

Kies van onderstaande vier stellingen over de grondwet van de Verenigde Staten van Amerika de twee stellingen die juist zijn:



1 In de grondwet van de VS zijn onder andere de vrijheid van meningsuiting en godsdienstvrijheid opgenomen.

2 De grondwet van de VS verbiedt het vrije wapenbezit, maar de Amerikaanse staten kunnen een wet maken die wapenbezit toestaat voor de burgers in hun staat.

3 Alle wetten van alle staten van de VS vormen gezamenlijk de officiële grondwet van de Verenigde Staten van Amerika.

4 De Amerikaanse staten hebben elk hun eigen bestuur en kunnen ook hun eigen wetten maken en hanteren, zolang deze wetten de grondwet niet tegenspreken.
14

Eise Eisinga uit Friesland was een hoogbegaafde wolkammer die zichzelf bekwaamde in de wiskunde en de astronomie. Uiteindelijk bracht hij het tot buitengewoon hoogleraar aan de Franeker Academie. Eisinga is vooral bekend geworden door de bouw van een planetarium. 



Het werk van Eise Eisinga past in de traditie van het...

A Rationalisme

B Feminisme

C Cynisme

D Nationalisme
Tijdvak 7 – Antwoorden
1 B

2 D

3 A

4 D

5 B

6 C

7 3, 4, 6 en 7

8 A

9 B

10 C

11 D

12 B

13 1 en 4

14 A



Toetsvragen Tijdvak 7


Dovnload 94.6 Kb.