Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Titel II het gemeentebestuur hoofdstuk I de gemeenteraad Afdeling I de organisatie van de gemeenteraad Ar

Dovnload 59.96 Kb.

Titel II het gemeentebestuur hoofdstuk I de gemeenteraad Afdeling I de organisatie van de gemeenteraad Ar



Datum22.10.2018
Grootte59.96 Kb.

Dovnload 59.96 Kb.

TITEL II Het gemeentebestuur

HOOFDSTUK I De gemeenteraad

Afdeling I De organisatie van de gemeenteraad

Art. 5.

§ 1. De gemeenteraad vertegenwoordigt de hele bevolking van de gemeente. Hij bestaat uit:
1° 7 leden in de gemeenten met minder dan 1000 inwoners;
2° 9 leden in de gemeenten met 1000 tot 1999 inwoners;
3° 11 leden in de gemeenten met 2000 tot 2999 inwoners;
4° 13 leden in de gemeenten met 3000 tot 3999 inwoners;
5° 15 leden in de gemeenten met 4000 tot 4999 inwoners;
6° 17 leden in de gemeenten met 5000 tot 6999 inwoners;
7° 19 leden in de gemeenten met 7000 tot 8999 inwoners;
8° 21 leden in de gemeenten met 9000 tot 11.999 inwoners;
9° 23 leden in de gemeenten met 12.000 tot 14.999 inwoners;
10° 25 leden in de gemeenten met 15.000 tot 19.999 inwoners;
11° 27 leden in de gemeenten met 20.000 tot 24.999 inwoners;
12° 29 leden in de gemeenten met 25.000 tot 29.999 inwoners;
13° 31 leden in de gemeenten met 30.000 tot 34.999 inwoners;
14° 33 leden in de gemeenten met 35.000 tot 39.999 inwoners;
15° 35 leden in de gemeenten met 40.000 tot 49.999 inwoners;
16° 37 leden in de gemeenten met 50.000 tot 59.999 inwoners;
17° 39 leden in de gemeenten met 60.000 tot 69.999 inwoners;
18° 41 leden in de gemeenten met 70.000 tot 79.999 inwoners;
19° 43 leden in de gemeenten met 80.000 tot 89.999 inwoners;
20° 45 leden in de gemeenten met 90.000 tot 99.999 inwoners;
21° 47 leden in de gemeenten met 100.000 tot 149.999 inwoners;
22° 49 leden in de gemeenten met 150.000 tot 199.999 inwoners;
23° 51 leden in de gemeenten met 200.000 tot 249.999 inwoners;
24° 53 leden in de gemeenten met 250.000 tot 299.999 inwoners;
25° 55 leden in de gemeenten met 300.000 of meer inwoners.

§ 2. De schepenen en de burgemeester maken deel uit van de gemeenteraad, behalve indien zij niet als gemeenteraadslid werden verkozen.

§ 3. Uiterlijk op 1 juni van het jaar waarin de gemeenteraadsverkiezingen zullen plaatsvinden, stelt de Vlaamse Regering een lijst op van het aantal te verkiezen gemeenteraadsleden per gemeente op basis van de bevolkingsaantallen van de gemeenten. Het in aanmerking te nemen inwonertal is het aantal personen dat ingeschreven is in het rijksregister van de natuurlijke personen die op 1 januari van het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen hun hoofdverblijfplaats in de desbetreffende gemeente hadden.

Het bevolkingsaantal op 1 januari, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, wordt, met behoud van de toepassing van het eerste lid, vanaf 1 januari volgend op de bekendmaking ervan, in aanmerking genomen als bevolkingscijfer in dit decreet.



Art. 6.

§ 1. De gemeenteraad wordt om de zes jaar volledig vernieuwd. De leden worden rechtstreeks verkozen door de gemeenteraadskiezers. Zij zijn herverkiesbaar.

§ 2. Na een volledige vernieuwing van de gemeenteraad blijven de uittredende gemeenteraadsleden in functie tot de geloofsbrieven van de nieuw verkozen gemeenteraadsleden onderzocht zijn en tot de installatie van de meerderheid van de gemeenteraadsleden heeft plaatsgehad.

Art. 7.

§ 1. De verkozen gemeenteraadsleden worden, voor de goede orde, door de gemeentesecretaris ten minste acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad op de hoogte gebracht van de datum, het uur en de plaats van de installatievergadering.
De installatievergadering van de gemeenteraad vindt van rechtswege plaats in het gemeentehuis, om 20 uur, op de eerste werkdag van januari.

Elke dag van de week, behalve zaterdag, zondag en wettelijke en decretale feestdagen, is een werkdag.

Ingeval bezwaar werd ingediend tegen de verkiezing en als die vervolgens toch geldig werd verklaard, worden de nieuw verkozen raadsleden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad bijeengeroepen op de installatievergadering binnen tien dagen na de dag waarop de uitslag van de verkiezing definitief is.

Als bezwaar werd ingediend tegen de verkiezing en als die verkiezing vervolgens ongeldig werd verklaard en er een nieuwe verkiezing gehouden moet worden, worden de nieuw verkozen raadsleden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad bijeengeroepen op de installatievergadering binnen tien dagen na de dag waarop de uitslag van de nieuwe verkiezing definitief is.

Als de nieuw verkozen raadsleden niet zijn bijeengeroepen overeenkomstig de voormelde bepalingen, gebeurt de bijeenroeping door een uittredend lid van het college van burgemeester en schepenen volgens hun rangorde, waarbij de burgemeester wordt geacht een hogere rang in te nemen dan een schepen.

Als de installatie van de gemeenteraad ten gevolge van een wijziging van de zetelverdeling niet van rechtswege kan plaatsvinden overeenkomstig het eerste lid, worden de nieuw verkozen raadsleden bijeengeroepen overeenkomstig het vierde en het zesde lid nadat de zetelverdeling definitief is.

§ 2. De uittredende voorzitter van de gemeenteraad zit de installatievergadering voor. Hij blijft voorzitter van de gemeenteraad tot een nieuwe voorzitter verkozen is. Indien de uittredende voorzitter van de gemeenteraad de installatievergadering niet kan voorzitten, wordt ze voorgezeten door een uittredend lid van het college van burgemeester en schepenen in volgorde van hun rang.

§ 3. De gemeenteraad onderzoekt de geloofsbrieven van de verkozen gemeenteraadsleden. De verkozen gemeenteraadsleden van wie de geloofsbrieven werden goedgekeurd, leggen, vóór ze hun mandaat aanvaarden, in openbare vergadering de volgende eed af in handen van de voorzitter van de installatievergadering: « Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen. » De voorzitter van de installatievergadering legt, als hij herkozen is als gemeenteraadslid, de eed af in handen van de burgemeester. Als de uittredende burgemeester de installatievergadering voorzit en herkozen is als gemeenteraadslid legt hij de eed af in handen van het oudste gemeenteraadslid, behalve als iemand anders de eed heeft afgelegd als burgemeester. In dat geval legt hij de eed af in handen van de nieuw benoemde burgemeester.

§ 4. De verkozen gemeenteraadsleden die aanwezig zijn op de installatievergadering en die de eed niet afleggen, worden geacht afstand te hebben gedaan van hun mandaat.

§ 5. De verkozen gemeenteraadsleden die niet aanwezig zijn op de installatievergadering en die, nadat ze daartoe uitdrukkelijk zijn opgeroepen, zonder geldige reden afwezig zijn op de eerste daaropvolgende vergadering, worden geacht afstand te hebben gedaan van hun mandaat.

§ 6. Als de voorzitter van de gemeenteraad, degene die de voorzitter vervangt of degene die de eed afneemt van de voorzitter, nalaat de eed af te nemen van de verkozen gemeenteraadsleden op de installatievergadering of, bij vervanging van een lid, na de installatievergadering uiterlijk op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad, wordt de eed afgenomen door een lid van het college van burgemeester en schepenen volgens hun rangorde, waarbij de burgemeester wordt geacht een hogere rang in te nemen dan een schepen. Als de voorzitter van de gemeenteraad, degene die de voorzitter vervangt of degene die de eed afneemt van de voorzitter, nalaat de eed af te nemen, noteert de gemeentesecretaris de vervanging van de voorzitter in de notulen van de vergadering.

Art. 8.

§ 1. Op de installatievergadering verkiest de gemeenteraad onder de gemeenteraadsleden van Belgische nationaliteit een voorzitter. De voorzitter wordt verkozen op basis van een akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter, ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen. Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht tevens ondertekend zijn door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat werden verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-voorzitter voorkomt slechts twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Niemand kan meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van dit verbod heeft in alle akten van voordracht de ongeldigheid tot gevolg van alle handtekeningen die in strijd met dit voorschrift werden geplaatst. Een verkozene die meer dan één akte van voordracht ondertekent, kan voor de duur van de zittingsperiode van de gemeenteraad niet worden benoemd of verkozen als burgemeester, schepen, voorzitter van de gemeenteraad, voorzitter van een gemeenteraadscommissie of lid van de raad voor maatschappelijk welzijn, kan de gemeente niet vertegenwoordigen of namens de gemeente een mandaat bekleden in gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen of andere verenigingen, stichtingen of vennootschappen, en kan het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn niet vertegenwoordigen of namens het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn een mandaat bekleden in de ziekenhuizen, als vermeld in titel VII, hoofdstuk II, van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, in een vereniging of vennootschap, vermeld in titel VIII van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, of in andere verenigingen, stichtingen of vennootschappen. Als de betrokkene al een dergelijk mandaat bekleedt, vervalt dat van rechtswege.

De akte van voordracht kan tevens de einddatum van het mandaat van de kandidaat-voorzitter vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van de persoon die hem zal of de personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de voorzitter bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Indien het mandaat eindigt voor de in de akte vermelde einddatum of indien de persoon die in de akte van voordracht werd vermeld als zijnde de persoon die de voorzitter zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig § 4.

De akte wordt uiterlijk acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de gemeentesecretaris overhandigd.

Art. 11.

De volgende personen kunnen geen deel uitmaken van een gemeenteraad/


1° de provinciegouverneurs, de gouverneur en de vice-gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad en de adjunct van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, de provinciegriffiers, de arrondissementscommissarissen en de adjunct-arrondissementscommissarissen voorzover de gemeente in kwestie deel uitmaakt van hun ambtsgebied;
2° de magistraten, de plaatsvervangende magistraten en de griffiers bij de hoven en de rechtbanken, de administratieve rechtscolleges en het Grondwettelijk Hof;
3° de leden van het operationeel, administratief of logistiek kader van de politiezone waar de gemeente toe behoort;
4° de personeelsleden van de gemeente in kwestie of van de gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen van de gemeente, met uitzondering van de vrijwillige brandweerlieden en de vrijwillige ambulancediensten;
5° de leden van een districtsraad;
6° de personen die in een lokale decentrale overheid van een andere lidstaat van de Europese Unie een ambt of een mandaat uitoefenen dat gelijkwaardig is aan dat van gemeenteraadslid, voorzitter van de gemeenteraad, schepen of burgemeester;
7° de bloedverwanten tot en met de tweede graad, de aanverwanten in de eerste graad of echtgenoten in de gemeenteraad van een zelfde gemeente.
8° de personeelsleden van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat de gemeente bedient.

Als bloed- of aanverwanten in een graad zoals vermeld in het eerste lid, 7° of twee echtgenoten worden gekozen bij dezelfde verkiezing, dan wordt de voorkeur bepaald door de grootte van de quotiënten op grond waarvan de door die kandidaten verkregen zetels aan hun lijst zijn toegekend.

Als twee bloed- of aanverwanten in een verboden graad of twee echtgenoten worden gekozen, de ene tot raadslid, de andere tot opvolger, dan geldt het verbod om zitting te nemen alleen voor de opvolger, tenzij de plaats waarvoor hij in aanmerking komt, is opengevallen voor de verkiezing van zijn bloed- of aanverwant of echtgenoot. Tussen opvolgers die voor opengevallen plaatsen in aanmerking komen, wordt de voorrang allereerst bepaald naar tijdsorde van de vacatures.

Voor de toepassing van deze bepaling worden personen die een verklaring van wettelijke samenwoning als vermeld in artikel 1475 van het Burgerlijk Wetboek hebben afgelegd, met echtgenoten gelijkgesteld.

Aanverwantschap die later tot stand komt tussen raadsleden, brengt geen verval van hun mandaat mee. Dat geldt niet bij een huwelijk tussen raadsleden en als er een verklaring van wettelijke samenwoning als vermeld in artikel 1475 van het Burgerlijk Wetboek, werd afgelegd.

De onverenigbaarheid wordt geacht op te houden door het overlijden van de persoon door wie ze tot stand is gekomen, door echtscheiding of door het ophouden van het wettelijk samenlevingscontract.

Overeenkomstig artikel 71 en 72 van de Nieuwe Gemeentewet zijn de bepalingen van het eerste lid, 1° en 2° eveneens van toepassing op de niet-Belgische onderdanen van de Europese Unie die in België verblijven voor de uitoefening in een andere lidstaat van de Europese Unie van ambten die gelijkwaardig zijn aan die bedoeld in deze bepalingen.

Afdeling II De werking van de gemeenteraad

Art. 19.

De gemeenteraad vergadert zo dikwijls als de zaken die tot zijn bevoegdheid behoren het vereisen en ten minste tienmaal per jaar.

Art. 20.

De voorzitter van de gemeenteraad beslist tot bijeenroeping van de gemeenteraad en stelt de agenda van de vergadering op. De agenda bevat in ieder geval de punten die door het college van burgemeester en schepenen aan de voorzitter worden meegedeeld.

De voorzitter is verplicht de gemeenteraad bijeen te roepen op verzoek van een derde van de zittinghebbende leden of van het college van burgemeester en schepenen.

De voorzitter is ook verplicht de gemeenteraad bijeen te roepen op verzoek van een vijfde van de zittinghebbende leden als zes weken na de datum van de vorige gemeenteraad nog geen bijeenroeping is gebeurd. De periode van zes weken wordt geschorst van 11 juli tot en met 15 augustus.

In geval van een verplichte bijeenroeping als vermeld in het tweede en het derde lid, roept de voorzitter de gemeenteraad bijeen op de aangewezen dag en het aangewezen uur en met de voorgestelde agenda. Daarvoor bezorgen de gemeenteraadsleden en het college van burgemeester en schepenen voor elk punt op de agenda hun voorstel van beslissing met een toelichting aan de gemeentesecretaris, die de voorstellen bezorgt aan de voorzitter van de gemeenteraad.

Art. 21.

Behalve in spoedeisende gevallen en behalve in geval van toepassing van artikel 7, § 1, wordt de oproeping ten minste acht dagen vóór de dag van de vergadering aan het raadslid bezorgd.

De oproeping vermeldt in elk geval de plaats, de dag, het tijdstip en de agenda van de vergadering en bevat een toegelicht voorstel van beslissing. De agendapunten moeten voldoende duidelijk omschreven zijn. Voor elk agendapunt wordt het dossier dat erop betrekking heeft, ter beschikking van de gemeenteraadsleden gesteld vanaf de verzending van de agenda.

Het huishoudelijk reglement bepaalt de wijze waarop de oproeping van de gemeenteraadsleden wordt verzonden en de wijze waarop het dossier dat op de agenda betrekking heeft, ter beschikking wordt gesteld. Dit huishoudelijk reglement bepaalt in elk geval dat indien een gemeenteraadslid hierom verzoekt, een dossier elektronisch ter beschikking wordt gesteld.

De gemeentesecretaris of de door hem aangewezen personeelsleden verstrekken aan de gemeenteraadsleden die erom verzoeken, technische inlichtingen over stukken die in het dossier voorkomen. Het huishoudelijk reglement bepaalt de wijze waarop die inlichtingen worden verstrekt.

Art. 22.

Gemeenteraadsleden kunnen uiterlijk vijf dagen vóór de vergadering punten aan de agenda toevoegen. Hiertoe bezorgen ze hun toegelicht voorstel van beslissing aan de gemeentesecretaris, die de voorstellen bezorgt aan de voorzitter van de gemeenteraad.

Van deze mogelijkheid kan geen gebruik gemaakt worden door een lid van het college van burgemeester en schepenen.

De gemeentesecretaris deelt de aanvullende agendapunten zoals vastgesteld door de voorzitter van de gemeenteraad, samen met de bijbehorende toegelichte voorstellen onverwijld mee aan de gemeenteraadsleden.

Art. 23.

§ 1. Behalve in spoedeisende gevallen worden plaats, dag, tijdstip en agenda van de vergaderingen van de gemeenteraad uiterlijk acht dagen voor de vergadering openbaar gemaakt op het gemeentehuis, zodat het publiek ervan kan kennisnemen op elk moment. Het huishoudelijk reglement bepaalt de nadere regels over de wijze van openbaarmaking.

Als agendapunten aan de agenda worden toegevoegd overeenkomstig artikel 22, wordt de aangepaste agenda uiterlijk 24 uur nadat hij is vastgesteld, openbaar gemaakt overeenkomstig het eerste lid. In spoedeisende gevallen wordt de agenda uiterlijk 24 uur nadat hij is vastgesteld, en uiterlijk vóór de aanvang van de vergadering openbaar gemaakt overeenkomstig het eerste lid.

§ 2. De gemeente is verplicht aan ieder natuurlijk persoon en iedere rechtspersoon of groepering ervan die erom verzoekt, de agenda van de gemeenteraad en de stukken die erop betrekking hebben, openbaar te maken door er inzage in te verlenen, er uitleg over te verschaffen of er een afschrift van te overhandigen overeenkomstig het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur.

Art. 24.

De voorzitter zit de vergaderingen van de gemeenteraad voor, en opent en sluit de vergaderingen.



Art. 25.

De voorzitter is belast met de handhaving van de orde in de vergadering. Hij kan, na een voorafgaande waarschuwing, elke toehoorder die openlijk tekens van goedkeuring of van afkeuring geeft of die op enigerlei wijze wanorde veroorzaakt, uit de zaal doen verwijderen.

De voorzitter kan bovendien een proces-verbaal opmaken tegen die persoon en hem verwijzen naar de politierechtbank, die hem kan veroordelen tot een geldboete van één tot vijftien euro of tot een gevangenisstraf van één dag tot drie dagen, behoudens andere vervolgingen, als het feit daartoe grond oplevert.

Art. 26.

De gemeenteraad kan enkel beraadslagen of beslissen als de meerderheid van de zittinghebbende gemeenteraadsleden aanwezig is.

De gemeenteraad kan echter, als hij eenmaal bijeengeroepen is zonder dat het vereiste aantal leden aanwezig is, na een tweede oproeping, ongeacht het aantal aanwezige leden, op geldige wijze beraadslagen of beslissen over de onderwerpen die voor de tweede maal op de agenda voorkomen.

In die oproeping wordt vermeld dat het om een tweede oproeping gaat. In de tweede oproeping worden de bepalingen van dit artikel overgenomen.

Art. 39.

§ 1. De gemeenteraad kan commissies oprichten die zijn samengesteld uit gemeenteraadsleden. De commissies hebben als taak het voorbereiden van de besprekingen in de gemeenteraadszittingen, het verlenen van advies en het formuleren van voorstellen over de wijze waarop vorm wordt gegeven aan de inspraak van de bevolking telkens als dat voor de beleidsvoering wenselijk wordt geacht. De commissies kunnen steeds deskundigen en belanghebbenden horen.

In elke gemeente wordt minstens een commissie opgericht die waakt over de afstemming van het gemeentelijk beleid op het beleid van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en verzelfstandigde agentschappen van de gemeente. De gemeente richt hiertoe ofwel een aparte commissie op, ofwel integreert zij deze taak in de verschillende bestaande commissies.

§ 2. Artikelen 28 en 35 zijn van overeenkomstige toepassing op de vergaderingen en de stemmingen in de commissies.

§ 3. De mandaten in iedere commissie worden evenredig verdeeld over de fracties waaruit de gemeenteraad is samengesteld. De gemeenteraad bepaalt per gemeenteraadscommissie het aantal leden, alsook de wijze waarop de evenredigheid wordt berekend. Deze berekeningswijze geldt voor alle commissies die de gemeenteraad opricht. De evenredigheid vereist in ieder geval dat de som van het aantal mandaten dat toekomt aan de fracties waarvan leden deel uitmaken van het college van burgemeester en schepenen steeds hoger is dan de som van het aantal mandaten dat toekomt aan de andere fracties. Elke fractie wijst de mandaten toe, die haar overeenkomstig deze berekeningswijze toekomen, door middel van een voordracht, gericht aan de voorzitter van de gemeenteraad. Als de voorzitter van de gemeenteraad voordrachten ontvangt voor meer kandidaten dan er mandaten te begeven zijn voor een fractie, dan worden de mandaten toegewezen volgens de volgorde van voorkomen op de akte van voordracht.

Tot de eerstvolgende volledige vernieuwing van de gemeenteraad wordt een fractie geacht eenzelfde aantal leden in de commissies te behouden. Indien één of meerdere leden verklaren niet meer te behoren tot de fractie als vermeld in artikel 38 kan dit lid niet meer zetelen, noch als lid van deze fractie, noch als lid van een andere fractie. Niettemin behouden deze fracties het oorspronkelijke aantal leden in de commissie.

Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht voor elk van de kandidaat-commissieleden ten minste ondertekend zijn door een meerderheid van de leden van de fractie waarvan het kandidaat-commissielid deel van uitmaakt. Indien de fractie van het kandidaat-commissielid slechts uit twee verkozenen bestaat, volstaat de handtekening van een van hen. Niemand kan meer dan een akte ondertekenen per beschikbaar mandaat voor de fractie.

Als ten gevolge van de toepassing van de evenredige vertegenwoordiging overeenkomstig het eerste lid een fractie niet vertegenwoordigd is in een commissie, kan de fractie een raadslid aanwijzen dat als lid met raadgevende stem in de commissie zetelt.

§ 4. De burgemeester of schepenen kunnen geen voorzitter zijn van een gemeenteraadscommissie.

§ 5. Het huishoudelijk reglement bepaalt de nadere regelen inzake de samenstelling en de werkwijze van de commissie, alsook inzake de toekenning van presentiegelden.

Afdeling III De bevoegdheden van de gemeenteraad

Art. 42.

§ 1. Onder voorbehoud van de toepassing van andere wettelijke of decretale bepalingen, beschikt de gemeenteraad over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden, bepaald in artikel 2.

§ 2. De gemeenteraad bepaalt het beleid van de gemeente en kan daartoe algemene regels vaststellen.

§ 3. De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Onverminderd de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad tot het vaststellen van politieverordeningen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.

Een afschrift van elk reglement waarin een strafbepaling of een administratieve sanctie wordt opgenomen, wordt dadelijk verzonden aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan die van de politierechtbank.

Art. 43.

§ 1. Behoudens bij uitdrukkelijke toewijzing van een bevoegdheid in de zin van artikel 2, tweede lid, aan de gemeenteraad, kan de gemeenteraad bij reglement bepaalde bevoegdheden toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen.

§ 2. De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd :


1° de aan de gemeenteraad toegewezen bevoegdheden, vermeld in titel II, hoofdstuk I, afdelingen I en II;
2° het vaststellen van gemeentelijke reglementen en het bepalen van straffen en administratieve sancties op de overtreding van die reglementen;
3° het vaststellen van het meerjarenplan en de aanpassingen ervan, het budget en de budgetwijzigingen, de jaarrekeningen en de geconsolideerde jaarrekening;
4° het vaststellen van het organogram, de aanduiding in dat organogram van de functies waaraan het lidmaatschap van het managementteam is gekoppeld, de personeelsformatie en de rechtspositieregeling;
5° het oprichten van extern verzelfstandigde agentschappen en het beslissen tot oprichting van, deelname aan of vertegenwoordiging in instellingen, verenigingen en ondernemingen;
6° het goedkeuren van beheersovereenkomsten en samenwerkingsovereenkomsten, als vermeld in artikelen 235, 247 en 271;
7° het aanstellen en ontslaan van de gemeentesecretaris, de adjunct-gemeentesecretaris, de financieel beheerder en de ombudsman, alsook de sanctie- en tuchtbevoegdheid ten aanzien van die personeelsleden;
8° het goedkeuren van het algemene kader van het interne controlesysteem, als vermeld in artikel 100;
9° het vaststellen van wat onder het begrip dagelijks bestuur moet worden verstaan;
10° beslissingen die de wet, het decreet of het uitvoeringsbesluit uitdrukkelijk aan de gemeenteraad voorbehoudt;
11° het vaststellen van de wijze van gunning en het vaststellen van de voorwaarden van overheidsopdrachten, behalve als het gaat om één van de volgende opdrachten :
a) een opdracht die past binnen het begrip dagelijks bestuur als vermeld in punt 9°, waarvoor het college van burgemeester en schepenen bevoegd is;
b) een opdracht die nominatief in het vastgestelde budget is opgenomen;
12° het stellen van daden van beschikking met betrekking tot onroerende goederen, behoudens voor zover de verrichting nominatief in het vastgestelde budget is opgenomen of behoudens de bepaling van artikel 57, § 3, 8°, c);
13° het definitief aanvaarden van schenkingen en het aanvaarden van legaten;
14° het inrichten van adviesraden en overlegstructuren;
15° het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan;
16° het vaststellen van een systeem van klachtenbehandeling;
17° beslissingen overeenkomstig artikel 193;
18° de bevoegdheden, vermeld in artikel 81, § 2, eerste lid;
19° het aangaan van dadingen;
20° de bevoegdheden van de gemeenteraad, als vermeld in artikelen 157, 159, § 3 en § 4;
21° de wijze van het ter kennis brengen van de beslissingen, vermeld in artikel 51;
22° het aanstellen en ontslaan van de leden van de raad van bestuur van een autonoom gemeentebedrijf, de goedkeuring van de jaarrekening en het budget van een autonoom gemeentebedrijf, de beslissing tot ontbinding en vereffening van een autonoom gemeentebedrijf, en het aanstellen van de gemeentelijke vertegenwoordigers in de algemene vergadering van een extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm;
23° het vaststellen van wat onder het begrip dagelijks personeelsbeheer moet worden verstaan;
24° de aan de gemeenteraad toegewezen bevoegdheden, vermeld in het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking;
25° het nemen van besluiten waarbij de financiële lasten van de opgenomen leningen worden herschikt door die lasten te spreiden over een langere periode;
26° de bevoegdheden van de gemeenteraad als vermeld in artikel 47bis.

HOOFDSTUK II Het college van burgemeester en schepenen

Afdeling II De werking van het college van burgemeester en schepenen

Art. 51.

Het college van burgemeester en schepenen vergadert regelmatig, op de dagen en uren die het bepaalt, en zo dikwijls als de behandeling van de zaken het vereist. De burgemeester kan in spoedeisende gevallen buitengewone vergaderingen bijeenroepen, op de dag en het uur die hij bepaalt.

Het college van burgemeester en schepenen kan enkel beraadslagen of beslissen als de meerderheid van de leden aanwezig is. Als de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn nog niet verkozen is, kan het college van burgemeester en schepenen enkel beraadslagen of beslissen als de meerderheid van de leden, de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn niet meegerekend, aanwezig is.

Artikel 27 is van overeenkomstige toepassing op de leden van het college van burgemeester en schepenen.

Overeenkomstig artikel 104, derde lid, van de Nieuwe Gemeentewet zijn de vergaderingen van het college van burgemeester en schepenen niet openbaar.

Overeenkomstig artikel 104, eerste lid, van de Nieuwe Gemeentewet worden alleen de beslissingen opgenomen in de notulen en in het register van de beraadslagingen, en kunnen alleen die beslissingen rechtsgevolgen hebben. De notulen worden goedgekeurd op de eerstvolgende gewone vergadering van het college van burgemeester en schepenen. De notulen worden uiterlijk op dezelfde dag als de vergadering van het college van burgemeester en schepenen volgend op de vergadering van het college van burgemeester en schepenen waarop de notulen werden goedgekeurd verstuurd aan de gemeenteraadsleden op de wijze die bepaald is in het huishoudelijk reglement. Dit huishoudelijk reglement bepaalt in elk geval dat, indien een gemeenteraadslid hierom verzoekt, de notulen elektronisch ter beschikking worden gesteld.

De secretaris van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn kan, als de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn dat wenst, op de vergaderingen van het college van burgemeester en schepenen aanwezig zijn gedurende de bespreking van de punten waarvoor overeenkomstig artikel 270 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, advies moet worden ingewonnen.

Art. 52.

De burgemeester zit het college van burgemeester en schepenen voor, en opent en sluit de vergaderingen.

Art. 53.

Het college van burgemeester en schepenen beslist collegiaal.



Art. 54.

§ 1. De besluiten worden genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen. Onder volstrekte meerderheid van de stemmen wordt verstaan, meer dan de helft van de uitgebrachte stemmen, onthoudingen niet meegerekend.

§ 2. Bij staking van stemmen verdaagt het college de zaak tot een volgende vergadering. Als de meerderheid van het college de zaak vóór de behandeling ervan echter spoedeisend heeft verklaard, is de stem van de voorzitter van het college beslissend. Hetzelfde geldt als er op twee achtereenvolgende vergaderingen over eenzelfde zaak een staking van stemmen is.

In afwijking van het eerste lid, is het voorstel, ingeval van staking van stemmen, verworpen, als het college optreedt als tuchtoverheid als vermeld in artikel 123, eerste lid.

§ 3. Artikel 35, §§ 2 tot 4, en artikel 36 zijn van overeenkomstige toepassing op de stemmingen in het college van burgemeester en schepenen.

Art. 55.

Het college van burgemeester en schepenen kan bij de aanvang van de zittingsperiode een huishoudelijk reglement aannemen waarin het nadere regels vaststelt over zijn werking.

Art. 56.

Het college van burgemeester en schepenen heeft dezelfde deontologische code als die welke is aangenomen voor de gemeenteraad. Het college van burgemeester en schepenen kan echter zelf een deontologische code aannemen die minstens de deontologische code, zoals aangenomen door de gemeenteraad, omvat.

Afdeling III De bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen

Art. 57.

§ 1. Het college van burgemeester en schepenen bereidt de beraadslagingen en de besluiten van de gemeenteraad voor. Het voert de besluiten van de gemeenteraad uit.

§ 2. Het college oefent de bevoegdheden uit die eraan zijn toevertrouwd overeenkomstig artikel 43, § 1, of overeenkomstig andere wettelijke en decretale bepalingen.

§ 3. Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor :


1° de daden van beheer over de gemeentelijke inrichtingen en eigendommen, binnen de door de gemeenteraad desgevallend vastgestelde algemene regels;
2° het aanstellen en het ontslaan van het personeel, alsook de sanctie- en tuchtbevoegdheid ten aanzien van het personeel, onverminderd de bevoegdheid van de gemeenteraad overeenkomstig artikel 43, § 2, 7°, en artikel 96, uitgezonderd het derde lid, en de gevallen waarin die bevoegdheid door of krachtens de wet of het decreet aan de gemeenteraad is opgedragen;
3° het financieel beheer, onverminderd de bevoegdheden van de gemeenteraad;
4° het voeren van de gunningsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten;
5° de vaststelling van de wijze van gunning en de voorwaarden van overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht die past binnen het begrip dagelijks bestuur vermeld in artikel 43, § 2, 9°;
6° de vaststelling van de wijze van gunning en de voorwaarden van overheidsopdrachten als de opdracht nominatief in het vastgestelde budget is opgenomen en de gemeenteraad de wijze van gunning en de voorwaarden niet zelf heeft vastgesteld;
7° beslissingen die de wet, het decreet of het uitvoeringsbesluit uitdrukkelijk aan het college van burgemeester en schepenen voorbehoudt;
8° het stellen van daden van beschikking :
a) met betrekking tot roerende goederen, met uitzondering van het aangaan van de dadingen;
b) met betrekking tot onroerende goederen, voor zover de verrichting nominatief in het vastgestelde budget is opgenomen, met uitzondering van het aangaan van de dadingen;
c) met betrekking tot verhuring, concessie, pacht, jacht- en visrechten van meer dan negen jaar, behoudens het vaststellen van de contractvoorwaarden waarvoor de gemeenteraad bevoegd blijft;
9° het vertegenwoordigen van de gemeente in gerechtelijke en buitengerechtelijke gevallen en beslissingen over het in rechte optreden namens de gemeente, met behoud van artikel 193;
10° de burgerlijke stand en de politie over de vertoningen overeenkomstig artikelen 125, 126, 127, 130 en 132 van de Nieuwe Gemeentewet;
11° het opleggen van administratieve sancties overeenkomstig artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet;
12° de vaststelling van de rooilijnen van de wegen, met inachtneming van de algemene plannen als dergelijke plannen bestaan;
13°...
14° het nemen van besluiten :
a) voor het aangaan van leningen voor een periode langer dan één jaar;
b) waarbij de financiële lasten van de opgenomen leningen worden herschikt door die lasten te spreiden over een kortere of gelijke periode;
15° de vaste belegging van kapitalen voor een periode langer dan één jaar;
16° het afsluiten van een afsprakennota als vermeld in artikel 87.

§ 4. Het college van burgemeester en schepenen is verantwoordelijk voor de zorg voor het gemeentearchief waaronder de titels.

§ 4bis. Het college van burgemeester en schepenen houdt een volledig en geactualiseerd overzicht bij van :
1° alle extern verzelfstandigde agentschappen van de gemeente, hun statuten en hun overeenkomsten met de gemeente;
2° alle verenigingen, stichtingen en vennootschappen waarin de gemeente deelneemt;
3° alle intergemeentelijke samenwerkingsverbanden waarvan de gemeente deel uitmaakt, hun statuten en hun overeenkomsten met de gemeente.

Minstens eenmaal per jaar wordt de gemeenteraad in kennis gesteld van dit geactualiseerd overzicht met een toelichting over alle wijzigingen aan deze overzichtslijst die zich sinds de vorige toelichting hebben voorgedaan.

§ 5. Dit artikel doet geen afbreuk aan de bevoegdheden die overeenkomstig hoofdstuk III, afdeling II aan de burgemeester zijn toegekend.

Art. 58.

Met behoud van de toepassing van artikel 159 en titel VII en behoudens bij uitdrukkelijke toewijzing van een bevoegdheid als vermeld in artikel 2, tweede lid, aan het college van burgemeester en schepenen, kan het college van burgemeester en schepenen bij reglement de uitoefening van bepaalde bevoegdheden aan de gemeentesecretaris toevertrouwen.

De bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen, vermeld in het vierde lid en in artikel 57, § 1, eerste zin, en de op basis van § 2, gedelegeerde bevoegdheden van de gemeenteraad met betrekking tot het aanwijzen, het ontslaan en de sanctie-en tuchtbevoegdheden van de personeelsleden, als vermeld in artikel 96, tweede lid, die andere functies vervullen waaraan het organogram het lidmaatschap van het managementteam verbindt, en de bevoegdheden vermeld in § 3, 7°, 8°, b) en c), 9°, 10°, 11°, 14°, a), 15° en 16°, kunnen evenwel niet aan de gemeentesecretaris worden toevertrouwd. Hetzelfde geldt voor de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen inzake financieel beheer, als vermeld in artikelen 155, 157, 159, § 2, eerste en tweede lid, en § 3 en § 4, artikel 160, § 4, artikelen 161, 163, § 2, en artikel 168.

Met behoud van de toepassing van artikel 159 oefent de gemeentesecretaris de overeenkomstig het eerste lid toevertrouwde bevoegdheden persoonlijk uit. De gemeentesecretaris kan de uitoefening van die gedelegeerde bevoegdheid toevertrouwen aan andere personeelsleden van de gemeente. Een subdelegatie van de bevoegdheid tot het aanstellen en het ontslaan van het personeel, alsook de bevoegdheid inzake de tucht ten aanzien van het personeel, aan andere personeelsleden dan de gemeentesecretaris is evenwel niet mogelijk, behalve in voorkomend geval, aan de adjunct-gemeentesecretaris.

In afwijking van artikel 43 kan het college van burgemeester en schepenen in gevallen van dwingende en onvoorziene omstandigheden op eigen initiatief de bevoegdheden betreffende de vaststelling van de wijze van gunning en de voorwaarden van overheidsopdrachten, het voeren van de gunningsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten uitoefenen. Die bevoegdheid is niet voor delegatie vatbaar.


Onderafdeling II De gemeentesecretaris en de adjunct-gemeentesecretaris
Art. 86.

De gemeentesecretaris staat in voor de algemene leiding van de gemeentelijke diensten.

Behoudens wat betreft personeelsleden van de gemeente die tewerkgesteld zijn bij een gemeentelijk intern verzelfstandigd agentschap staat de gemeentesecretaris aan het hoofd van het gemeentepersoneel en is hij bevoegd voor het dagelijkse personeelsbeheer. De gemeenteraad bepaalt wat onder het begrip dagelijks personeelsbeheer moet worden verstaan.

Hij rapporteert aan het college van burgemeester en schepenen.

Art. 87.

§ 1. De gemeentesecretaris staat in voor de werking van de gemeentelijke diensten inzake de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van het beleid. De gemeentesecretaris gedraagt zich naar de onderrichtingen die hem worden gegeven door de gemeenteraad, de voorzitter van de gemeenteraad, het college van burgemeester en schepenen of de burgemeester, al naargelang hun respectieve bevoegdheden, tenzij anders bepaald in de afsprakennota bedoeld in § 2.

Hij staat in voor de interne controle op de werking van de gemeentelijke diensten, overeenkomstig artikelen 99, 100 en 101.

§ 2. Ten minste na iedere volledige vernieuwing van de gemeenteraad sluit de gemeentesecretaris mede namens het managementteam een afsprakennota met het college van burgemeester en schepenen en met de burgemeester over de wijze waarop de gemeentesecretaris en de overige leden van het managementteam met het college van burgemeester en schepenen en de burgemeester samenwerken om de beleidsdoelstellingen te realiseren, en over de omgangsvormen tussen bestuur en administratie.

In deze afsprakennota wordt bepaald op welke wijze de gemeentesecretaris de bevoegdheden uitoefent die overeenkomstig artikel 58 door het college van burgemeester en schepenen, of overeenkomstig artikel 159 aan hem werden gedelegeerd.

§ 3. De gemeentesecretaris bereidt de zaken voor die aan de gemeenteraad, aan de gemeenteraadscommissies, aan het college van burgemeester en schepenen en aan de burgemeester worden voorgelegd.

§ 4. De gemeentesecretaris zorgt in overleg met het managementteam voor het opstellen van het voorontwerp van:


1° het organogram;
2° de personeelsformatie;
3° de rechtspositieregeling van het personeel;
4° de strategische nota van het meerjarenplan en de herziening ervan;
5° de beleidsnota van het budget;
6° de verklarende nota van een budgetwijziging;
7° de verklarende nota van een interne kredietaanpassing.
Art. 88.

§ 1. De gemeentesecretaris woont de vergaderingen bij van de gemeenteraad en van het college van burgemeester en schepenen. Hij kan de vergaderingen van de gemeenteraadscommissies bijwonen.

§ 2. De gemeentesecretaris adviseert de gemeenteraad, het college van burgemeester en schepenen en de burgemeester op beleidsmatig, bestuurskundig en juridisch vlak. Hij herinnert in voorkomend geval aan de geldende rechtsregels, vermeldt de feitelijke gegevens waarvan hij kennis heeft en zorgt ervoor dat de door de regelgeving voorgeschreven vermeldingen in de beslissingen worden opgenomen.

§ 3. Artikel 27, § 1, is van overeenkomstige toepassing op de gemeentesecretaris.

Art. 89.

De gemeentesecretaris organiseert de behandeling van de briefwisseling.

Onverminderd artikel 57, § 4, organiseert hij het beheer van het gemeentearchief waaronder de titels.


Art. 90.

De gemeentesecretaris oefent de bevoegdheden uit die overeenkomstig artikel 58 of overeenkomstig andere wettelijke of decretale bepalingen aan hem zijn toevertrouwd.


Art. 91.

De adjunct-gemeentesecretaris staat de gemeentesecretaris bij in de vervulling van zijn ambt. Hij vervangt de gemeentesecretaris als hij afwezig of verhinderd is.
Art. 92.

De gemeentesecretaris kan de uitoefening van het dagelijkse personeelsbeheer toevertrouwen aan de leidinggevende personeelsleden, van wie de functies zijn aangegeven in het organogram.
Onderafdeling III De financieel beheerder
Art. 93.

De financieel beheerder staat onder de functionele leiding van de gemeentesecretaris in voor:
1° het opstellen, in overleg met het managementteam, van:
a) het voorontwerp van de financiële nota van het meerjarenplan en van de jaarlijkse herziening ervan;
b) het voorontwerp van de financiële nota van het jaarlijkse budget en van de budgetwijzigingen;
c) het voorontwerp van de interne kredietaanpassingen;
2° het voeren en het afsluiten van de boekhouding en het opmaken van de inventaris, de jaarrekeningen en de geconsolideerde jaarrekening;
3° het verzorgen van financiële analyse en financiële beleidsadvisering in de ruimste zin;
4° met behoud van de toepassing van artikel 100, § 3, het thesauriebeheer.

De financieel beheerder rapporteert aan de gemeentesecretaris over de taken, vermeld in het eerste lid.


Art. 94.

De financieel beheerder staat in volle onafhankelijkheid in voor:
1° de voorafgaande krediet- en wetmatigheidscontrole van de beslissingen van de gemeente met budgettaire en financiële impact, overeenkomstig de voorwaarden vastgesteld in Titel IV;
2° het debiteurenbeheer, inzonderheid de invordering van de fiscale en niet-fiscale ontvangsten.

Met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen kan de financieel beheerder een dwangbevel uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen. Een dergelijk dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot. Dat exploot stuit de verjaring. Een bevel kan door het college van burgemeester en schepenen alleen worden geviseerd en uitvoerbaar verklaard als de schuld opeisbaar, vaststaand en zeker is. De schuldenaar moet bovendien vooraf aangemaand zijn met een aangetekende brief. De gemeente kan administratieve kosten aanrekenen voor deze aangetekende brief. Deze kosten vallen ten laste van de schuldenaar en kunnen eveneens ingevorderd worden via het dwangbevel. Schulden van een publieke rechtspersoon kunnen nooit via een dwangbevel worden ingevorderd. Verzet kan tegen dat exploot worden ingediend binnen één maand na de betekening ervan bij verzoekschrift of door een dagvaarding ten gronde.



Met betrekking tot de vervulling van de opdrachten, bedoeld in dit artikel, rapporteert de financieel beheerder in volle onafhankelijkheid aan het college van burgemeester en schepenen en aan de gemeenteraad.
Art. 95.

De financieel beheerder oefent de taken uit die door of krachtens de wet of het decreet aan de gemeenteontvanger werden toevertrouwd. Hij staat in voor de uitvoering van de betalingen van de girale uitgaven, na uitdrukkelijke betalingsopdracht van de gemeentesecretaris overeenkomstig artikel 163.

  • Onderafdeling II De gemeentesecretaris en de adjunct-gemeentesecretaris Art. 86.
  • Art. 87.
  • Art. 88.
  • Art. 89.
  • Art. 91.
  • Onderafdeling III De financieel beheerder Art. 93.
  • Art. 94.
  • Art. 95.

  • Dovnload 59.96 Kb.