Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Titel Les 8: Impressionisme Beginsituatie

Dovnload 24.55 Kb.

Titel Les 8: Impressionisme Beginsituatie



Datum13.11.2017
Grootte24.55 Kb.

Dovnload 24.55 Kb.

Titel

Les 8: Impressionisme


Beginsituatie

De cursisten hebben 7 lessen landschapschilderkunst achter de rug. Daarin hebben ze geëxperimenteerd met uitlopende media, zoals acryl, olieverf, aquarel, impasto, transparant etc.. die ze deze les verder willen uitdiepen. De cursisten hebben uiteenlopende aspecten in de schilderkunst onderzocht, zoals abstract expressionisme, abstractie met materiaal (collage), perspectief, compositie, toets, textuur en kleuren.

De groep bestaat uit volwassene uit verschillende leeftijden. Allemaal vrouwen en een man.
Gereedschappen

Vellen dun karton, acryl, olieverf, aquarel: impasto, transparant, penselen, verdunmiddel, water, vodden en mengpanelen, ezels, stoelen en tafels.


Didactisch materiaal

Boeken: ‘Turner’ van Galerij van Grote Meesters, ‘De wereld van de Impressionisten’ van Hans L.C. Jaffé en ‘De natuur als atelier, het Franse landschap van Corot tot Cézanne’.


Doelstellingen

Vullen het ganse blad bij het schetsen.

Kunnen aan kleuren een betekenis (symbolisch) brengen. 

zien in dat kleur een gevoel teweegbrengt.

zien in dat een bepaalde schildertoets een belichaming is van een gemoed.

Gebruiken felle, zachte, lichte en donkere kleuren.


Leerdoel

Een landschap verder brengen dan enkel een weergave van een landschap.

(de impressie en wat de maker wil laten zien is belangrijker dan het landschap zelf.)
Leerinhoud

Realisme

Aan het begin van de 19e eeuw was het kunstlandschap verdeeld in twee kampen. Ten eerste de neo-classicistische stroming zoals deze onderwezen werd op de academiën. Ten tweede, waren er de kunstenaars uit de Romantiek die de persoonlijke emotie als uitgangspunt namen. Beide kunststromingen gebruikten dezelfde thema’s uit bijbelse verhalen en Griekse mythologie, maar de wijze waarop ze deze verhalen uitbeelden was verschillend. Waar de neoclassicisten een ideaalbeeld proberen uit te beelden en veel sterke lijnen en sobere kleuren kiezen, gebruiken de romantici veel kleur- en licht/donker verschillen om zo goed mogelijk een persoonlijke emotie over te brengen.

In de loop van de 19e eeuw onderstond als reactie op deze twee stromingen een derde stroming, het realisme. De realisten verwierpen het ideaalbeeld van de neoclassicisten en de grootse gevoelens van de romantici die ze overdreven vonden. De realisten probeerden de wereld uit te beelden zoals hij was en niets mooier te maken dan de werkelijkheid. Dit zag je terug in kleurgebruik, dat veel somberder was, maar ook in bijvoorbeeld onderwerp keuze. De realisten kozen veelal gewone burgers als onderwerp van hun schilderijen en beelden deze zo echt mogelijk af. Geen gespierde lichamen dus zoals bij de neoclassicisten, maar gedetailleerde gezichten met rimpels en wratten.
Impressionisme

In 1874 exposeerde Claude Monet op de Salon van Geweigerden het doek ‘Impression, soleil levant’. Een doek dat nu wordt geroemd als een van de hoogtepunten van het impressionisme, maar indertijd belachelijk gemaakt in de pers: ‘Impression? Natuurlijk, ik was geimpressioneerd (vertaling: onder de indruk), dus het moest wel een impressie zijn.’ De titel van het werk zou de basis vormen van de naam van de kunststroming: het impressionisme!

Als je weet dat impressionisten de eerste waren die braken met het gebruik van perspectief en klassiek kleurgebruik dan klinkt het misschien gek dat het impressionisme voortkomt uit het realisme. Het waren namelijk de realisten die halverwege de 19e eeuw braken met de academische tradities en erop uit trokken om buiten in de werkelijkheid te schilderen. Nu verf beschikbaar kwam in tubes en dus daadwerkelijk in de openlucht gebruikt kon worden om ter plekke te schilderen, waren er opeens talloze nieuwe mogelijkheden.

Kunstenaars probeerden ter plekke schilderijen te maken en moesten hiervoor in een veel hoger tempo werken. Hierdoor werden de schilderijen minder gelaagd en schilderden ze met dikke penseelstreken voor een direct effect. De doeken waren kleurrijker en speelser dan de klassieke academische schilderijen. Bovendien diende niet langer mythologische of Bijbelse taferelen als onderwerp, maar werd de inspiratie gehaald uit het dagelijks leven en de natuur. Hiermee werden de lessen van de realisten uitgebreid met een nieuwe manier van werken die voor opschudding zorgde binnen de gevestigde kunstwereld en de richting van de kunstontwikkeling definitief zou doen veranderen.


Symbolisme

Het symbolisme is een stroming in de literatuur en de beeldende kunsten die in 1886 te Parijs wordt gedefinieerd. Het beschouwt het impressionisme als een door fysische indrukken beheerst materialisme en moedigt daarom het idealisme en een meer poëtische gevoeligheid aan. De kunst zou opnieuw een ontdekkingsreis worden naar de mysteries van de ziel en de wereld van de symbolen, door de droom, de erotiek, de angst en zelfs esoterische doctrines. Het symbolisme heeft zijn wortels in het diepste aanvoelen van het bestaan en het onderbewustzijn, nog voor dat dit laatste door Freud is geanalyseerd.


Schetsend schilderen:

Schetsen gebeurd hier niet met lijnen en het wit van het blad, maar met toetsen en kleurenvlakken. Het wit van de oppervlakte wordt hier volledig ingevuld met kleuren. Om een beeld te schetsen is het nodig om de vormen in het beeld, net zoals men tewerk gaat in een potloodschets, te herleiden tot de basisvormen. Alleen gebeurd dit niet vanuit harde en zachte lijnen, maar door de verschillende toonwaardes aan te duiden van dat beeld. De lijnen in een potlood schets worden vervangen door toonwaardes van licht naar donker in penseelstreken. De snelle bewegingen over het blad tijdens het schetsen worden hier ook vervangen door in een enkele beweging zeer standvastig de penseelstreek aan te brengen.


Lesverloop

1) INTRODUCTIE (15min) 12:30-12:45



We beginnen eerst zittend aan de grote tafel.

Impressionisme + Symbolisme
1.a Landschappen van de ziel:

Naturalisten en realisten namen in de tweede helft van de 19de eeuw de wereld om zich heen nauwgezet waar. Ze streefden in hun schilderijen naar een bijna wetenschappelijk objectieve weergave van de werkelijkheid. Dat wordt bij sommigen als het ware een lofzang op wat je als mens met je zintuigen kon waarnemen. Andere schilders wendden zich bij manier van spreken af van de banale, alledaagse wereld. Zij leggen hun ziel in hun kunst, die hun hoogstpersoonlijke houding tegenover de buitenwereld moet tonen. Landschappen zijn bij hen niet langer weergaven, maar projecties; het zijn landschappen van de ziel. Vandaar onder meer vaak de afwezigheid van menselijke figuren en de besloten indruk van veel landschappen. Deze schilders behoren tot de symbolisten, die een verheven opvatting koesterden van de kunst: kunst moet het oppervlakkige, het zichtbare overstijgen…



Introductie naar aanleiding van prenten in boeken

- Besloten indruk en afwezigheid mens:



Impressionisten: p229, 163, 157, 135, en Turner: p88, 89

- Symbolisme



Impressionisme: p 167
1.b Aspecten Impressionisme:

Typerende aspecten van het impressionisme zijn de gerichtheid op de beleving van het moment ('impressie'), de keuze voor thema's uit het 'moderne leven', de bijzondere aandacht voor lichteffecten en kleur, een schetsachtige werkwijze en het werken in de openlucht.



Introductie naar aanleiding van prenten in boeken van de Impressionisten:

-Moderne leven p 160, 161, 118, 119

-Beleving moment ook in landschap

- Schetsmatige werkwijze p103, 101

- Licht effecten en kleur (boven vorm) (atmosfeer) p139, 249. Turner: p52, 75.

-Werken openlucht

Vanuit balkon: Impressionisten: p240

In tuin: Natuur is atelier: p 56,

Vanuit boot: 91

Schildersmateriaal: 104


2) BEELDDICTEE (40min) 12:45-13:25

We werken ad ezels.

We schilderen 3 sfeer impressies in “beeld-dictee” stijl. Per schets ong. 10min.

=> De bedoeling is dat ik in totaal drie beelden van impressionistische schilderijen beschrijf, terwijl jullie deze woorden in impressies omzetten in drie schetsen met verf.

Schetsen met verf is niet hetzelfde als met potlood. Gebruik de opportuniteit dat je met je penseel zeer snel een vlak in kunt vullen. Beperk je niet in lijnen en probeer het gehele blad te vullen met kleur. Schetsen is een bepaald ritme aanhouden met je penseel waarmee je de toetsen aanbrengt. Probeer dus in een constante beweging je blad te vullen met penseelstreken.

OPDRACHT: Schilder drie sfeer impressie met acrylverf vanuit de drie schilderijen die ik nauwkeurig beschrijf. De oefening luid als een beelddictee, dus luister zeer aandachtig.
2.a Claude Monet - Impression soleil levant 1872

Ik zie een fragment van een grote waterplas. Het water reflecteert de lucht, waardoor het hele beeld uit dezelfde kleur lijkt te ontstaan. In dit waterlandschap verschijnen enkele vissersbootjes in de voorgrond. De plas is groot aangezien de bootjes zeer klein zijn afgebeeld. Het eerste bootje contrasteert met het water door het tegenlicht. De andere twee bootjes verdwijnen in de achtergrond en liggen meer in de diepte. De horizon is verstopt achter een blauwe waas dat van het water komt. In die waas verschijnen subtiele vormen van masten van boten. Maar het kan evengoed een stad zijn of een oever met boten voor. Het enige wat heel duidelijk naar mij verschijnt is de rode zon boven het water. De zon voelt zo warm tegenover het vochtige waterlandschap. Maar deze warmte zal niet voor lang zijn. De reflecties van de rode zon in het water geeft weer dat de zon onder gaat.. De warme kleuren van de zon staan in een gevecht met de koude atmosfeer van het water, dat heel subtiel het ganse beeld invult. Naast de rode toetsen van de reflectie van de zon, dansen donkere toetsen van het water.


2.b Claude Monet – Waterlelies 1910

Ik zie een fragment van een weelderige bomenbos. Het vult het ganse beeld met zijn groene blaren. Doorheen deze frisgroene kleur verschijnen blauwe vlakken, dat de lucht kan zijn die door de blaren zichtbaar wordt. Het beeld ontstaat door allerlei verticale strepen en krullen. Het beeld is zo abstract dat de blaren ook grassprieten kunnen zijn. Als ik goed kijk begint het blauw van de lucht zich te vermengen met de groene kleur. Ook de kleur geel duikt op in wazige toetsen over het groen. De verticale richtingen van het abstract beeld worden doorbroken door horizontale lijnen die ellipsen vormen. Deze ellipsen verschijnen in fel gele kleuren met wit en liggen in bepaalde klusters verdeeld op het beeld. Het beeld ontstaat als het ware in een bepaald rastercompositie. De klusters geven een perspectief weer. De ellipsen bovenaan het beeld zijn smaller als die onderaan het beeld, en lijken allen te ontstaan vanuit hetzelfde vluchtpunt. Mijn ogen dansen over het beeld als ik naar de klusters kijk. Ze trekken zodanig de aandacht omdat er in elke kluster een rode bloem verschijnt. Sommige bloemen zijn duidelijker als andere. De gele ellipsen worden gecontamineerd door de bloem. Het lijkt dat de kleuren op het beeld uit eigen beweging zich vermengen en telkens nieuwe kleuren maakt.


2.c William Turner – Landschap met water 1835-1840

Dit schilderij is opgebouwd vanuit een zeer bleke achtergrond. Het is voornamelijk opgebouwd uit wit met daarin verschillende kleuren die verstuift lijken te zijn. Ik zie pastelkleuren van geel, blauw, zeer licht roodbruin en oranjebruin. De witte achtergrond omvat de lucht en het water. Scheidingslijn van deze twee elementen is hier niet zichtbaar. Twee oevers van het water insinueren het water en de horizon. de oevers verschijnen heel wazig en zijn meer uitgewreven vlekken dan dat het een herkenbare vorm heeft. Toch herken ik in de rechteroever een silhouetten van een boom verscholen in een waas van een bos. Vanuit die boom vertrekt een lijn die heel subtiel de horizon op het water weergeeft. De linkeroever ligt vele hoger als het rechter oever. Hieruit doemt een donker vorm uit de oever, verticaal de lucht in. Het lijkt wel alsof iets in de lucht schiet en daar ontploft. Net zoals vuurwerk heeft het een cirkelvorm gevormd door kleine deeltjes dat al snel door de zwaartekracht naar beneden valt. Het lijkt dat het ganse beeld leid onder de zwaartekracht van de bleke achtergrond. Het wit licht lijkt alle vormen en kleuren te verstikken.


3) BESPREKING oefening 1 (5-7min) 13:25-13:30

De ezels worden naar dezelfde richting gedraaid zodat we een overzicht krijgen van de schetsen.

De werken van Monet en Turner worden getoond.

We bekijken en bespreken de verschillende geschilderde impressies.

Wat valt ons op?

Zien we grote verschillen? Kunnen we achterhalen waar deze verschillen zijn ontstaan?

Hoe zou je de verschillen verklaren die er zijn in het gebruik van felle kleuren of minder felle kleuren?

Welke verschillen zijn er in het gebruik van penseelstreken?

Welke verschillen zijn er op vlak van schetsend schilderen?

=> Elke persoon maakt verbeeldingen met andere referenties.

=> zo ontdek je wat er eigen is aan jouw penseelstreken, kleurgebruik en compositie.

=> Gevoel hangt ook samen met penseelstreek, kleurgebruik en compositie.
4) SCHILDERIJEN vanuit eigen afbeelding (75min) 13:30 – 14:45

De cursisten kiezen zelf hun materiaal en medium.

Dit vraagt eventueel om wat persoonlijke begeleiding bij bijvoorbeeld olie of aquarel.

Jullie hebben allemaal een afbeelding mee? Jullie gaan van deze afbeelding afkijken om een eigen impressie af te leggen in verf. We hebben daarjuist gezien dat er verschillende uitkomsten zijn op eenzelfde voorbeeld. Kunnen we dezelfde afbeelding twee keer totaal verschillend schilderen? Dat ga je vandaag uitzoeken met het medium dat je hebt mee gebracht.


4.a Luchtige impressie(30min)

OPDRACHT: Schilder een impressie van je landschap maar zo licht en luchtig mogelijk. Overdrijf!



Welke associaties komen er boven? Denk aan de clichés zoals fris, lente, lichte onverzadigde kleuren…

Wat is een frisse toets? Denk na welke toets je zal gebruiken.

Beeld je in dat je in dat landschap vertoeft: waait de wind? Is het warm of zijn het de eerste lentestralen? Wat is je gemoed?

Vanwaar komt het licht en hoe verspreid deze in je landschap?
4.a Zware impressie (30min)

OPDRACHT: Schilder een impressie van je landschap maar dan geschilderd zoals (bij wijze van spreken) tijdens noodweer.



Zwaar, donker, dramatisch etc

Groffe penseelstreken? Verschil in het landschap en de lucht?

Licht/donker contrast: denk na waar het licht vandaan komt.

Denk aan een decor voor theater: een dreigende lucht, verbeelding van felle wind en chaos.

Creëer atmosfeer, denk aan Turner, hij kon een zwaarte geven aan het licht.
4.c Enkel warme of koude kleuren (extra)

OPDRACHT: Schilder een impressie van je landschap enkel in warme (of koude) kleuren.



Noem alle warme (of koude) kleuren op.

Hoe maak je koude kleuren van op je afbeelding warm?

Fantaseer en overdrijf. Denk bijvoorbeeld als je warme kleuren gebruikt aan vuur of de hete zon. Vegetatie is daar niet mogelijk. Wat gebeurd er als je die weglaat?

Denk aan compositie.
5. BESPREKING oefening 2 en 3 (5 a 7min) 14:45 – 14:50

De cursisten hangen hun werk aan één grote witte muur, wanneer iedereen klaar is kijken we er samen naar om de reacties te bespreken.

Bespreking naar aanleiding van het lesdoel: Een landschap verder brengen dan enkel een weergave van een landschap.

(de impressie en wat de maker wil laten zien is belangrijker dan het landschap zelf.)

Waar werkt dit heel goed (overheerst duidelijk de emotie)? Hoe komt dit?

(Welke beeldaspecten zijn hiervoor gebruikt? Contrasten? Toets? Verfgebruik? Kleur? Etc.)

Welke gevoel roept (…) dit werk op?


6. OPRUIMEN 14:50 – 15:00

alle werken verzamelen op tafel. Penselen en mengpanelen uitwassen. Verf eventueel recupereren. Ezels aan de kant en schorten op een hoop.



De groep bedanken voor hun medewerking.

  • Gereedschappen
  • Doelstellingen

  • Dovnload 24.55 Kb.