Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Tocqueville en pauperisme: de komst van ‘Le Nouveau Libéralisme’

Dovnload 294.81 Kb.

Tocqueville en pauperisme: de komst van ‘Le Nouveau Libéralisme’



Pagina5/6
Datum05.12.2018
Grootte294.81 Kb.

Dovnload 294.81 Kb.
1   2   3   4   5   6

10 Er werd onder andere geen rekening gehouden met de inflatie en de stijging van het BNP, waardoor die kosten reëel op zo’n 2 procent van dat BNP bleven.

11 Tombs, 439. In Mémoire sur le pauperisme 1 zullen we zien dat Tocqueville gewonnen lijkt voor de zienswijze van een vrederechter die zich heel kritisch opstelt t.a.v. die rechtzoekenden.

12 Een bijkomende reden voor Tocqueville om zich niet alleen tegen de oude, maar ook tegen deze nieuwe ‘Poor Law’ te keren kan de doorgedreven centralisatie ervan zijn, die in zijn ogen sowieso geen genade vond.

13 Zonder externe invloed of controle.

14 Dombs, 441. ’’The line between those who do, and those who do not need relief is drawn, and drawn perfectly!’’

15 Op.cit., 441

16 De New Poor Law bracht ook o.a. Charles Dickens tot vurige verontwaardiging in zijn Oliver Twist van 1837. De London Times sprak van de Starvation Act.

17 Tombs, 442

18 Op.cit., 441-442

19 Senior is de voorzitter van de Royal Commission die voor het Britse parlement de vernieuwde armenwet voorbereid. Meer over hem bij de leermeesters van Tocqueville.

20 Volgens Malthus vormde de toename van de bevolking een meetkundige reeks en die van de voedingsmiddelen echter een rekenkundige reeks, met als onvermijdelijk resultaat hongersnood, tenzij de bevolking tot moral restraint kon aangezet worden.Ricardo’s iron law of wages stelt dat de reële lonen op lange termijn neigen naar het minimumloon dat nodig is om de werkende in leven te houden. Als oorspronkelijke auteurs worden zowel Lassalle als Ricardo genoemd.

Bentham meent dat veruit de meeste mensen comfortabele steun verkiezen boven hard werken. Mensen verkiezen aangename opties en doen niet wat onaangenaam is tenzij er een rationale is die de steun zo onaangenaam maakt dat de mensen ze niet ‘claimen’. Toch was hij geen tegenstander van legale liefdadigheid.



Een aantal ideeën van Malthus en Ricardo over pauperisme bespreek ik in 6.2 en 6.3.

21 In wat volgt zal herhaaldelijk gewezen worden op de invloed die dit trauma uitoefende op Tocquevilles carrière als schrijver en politicus.

22 Jardin, 63. ‘’Si j’étais chargé de classer les misères humaines je le ferais dans cet ordre: 1. Les maladies; 2. La mort; 3. Le doute.’’ In wat volgt zal ik herhaaldelijk beroep doen op de Tocqueville-biografie van André Jardin. Deze historicus staat bekend om zijn studies over Tocqueville en zijn biografie bevat uitputtende details over alle aspecten van Tocquevilles leven.

23 Op.cit. ‘’[…] la découverte progressive du grand problème qui sera le centre de toute sa pensée, la substitution d’un monde démocratique au monde aristocratique’’.

24 Op.cit., 67. Louis de Kergorlay is ‘’l’ami de toute sa vie’’ en deze zoon van een verbeten ultraroyalist verliet na de Juli-revolutie van 1830 liever het leger dan trouw te zweren aan het nieuwe regime. Het is geen wonder dat Tocqueville met zulke vrienden blijvend de verdenking op zich laadde een legitimist te zijn. Tocqueville beschouwde deze Kergorlay als zijn meester. Jardin: ‘’La méthode de Tocqueville, qui consiste à débrouiller des faits complexes pour les rattacher à quelque grand principe, semble avoir été élaborée en partie dans les discussions avec Kergorlay’’.

25 Op.cit., 64. ‘’[…] que les valeurs reconnues par le milieu familial sont rejetées par la société contemporaine’’.

26 Swedberg, 318, voetnoot 62.

27 Op.cit., 143

28 Jardin, 233. ‘’Désir de se consacrer à la rédaction de son grand livre exclusivement, ou doute sur les solutions qu’il proposait? On ne peut le décider’’.

29 Hierop wordt meer gedetailleerd ingegaan bij de bespreking van de inhoud van Tocquevilles Mémoire sur le paupérisme 2.

30 Swedberg, 143

31 Swedberg, 136. Tocqueville besefte dat Amerika analyseren voor hem infiniment makkelijker was dan Engeland omdat alle wegen ‘’op dezelfde plaats eindigen’’, terwijl in Engeland ‘’alle wegen kruisen en je moet elk van hen volgen om een idee te krijgen van het geheel’’. Van beide landen was al moeilijk een coherent beeld op te hangen omdat er enerzijds de ontwikkeling naar gelijkheid (démocratie) was en anderzijds die naar the cult of money, een nieuw type ongelijkheid. Volgens Swedberg zou een volledige studie over Engeland Tocqueville ermee confronteren dat zijn van aristocratie naar democratie-theorie niet opging voor de ongelijkheid die het kapitalisme vergezelde.

32 Jardin: ‘’Ils se rattachent tous à des pré-occupations de longue durée de la vie de leur auteur’’.

33 Behandeld in de onderdelen 4.1 en 4.2.

34 Tocqueville krijgt van commentatoren vaak het verwijt de Franse kolonisatie goed te keuren, ondanks zijn pleidooi voor rechten voor de gekoloniseerden, maar anderen beschouwen hem in dat opzicht als ‘een kind van zijn tijd’. De prioriteit die hij aan de Franse belangen toekent mag in elk geval nooit onderschat worden.

35 Jardin, 239

36 Als bron gebruik ik de oorspronkelijke tekst van beide delen van Mémoire sur le paupérisme.

37 Mémoire sur le paupérisme 1, 4

38 Op.cit., 5-6

39 Iets gelijkaardigs als dit primitieve begin meende Tocqueville teruggevonden te hebben bij ‘les peuplades barbares’ van Noord-Amerika bij wie hij vertoefde.

40 Die inégalité des conditions vormt voor Tocqueville de motor van het niet aflatende streven naar democratisering, het belangrijkste thema van De la Démocratie en Amérique.

41 MP1, 8. ‘’Entre ses deux extrèmes se trouvent l’inégalité des conditions, la richesse, les lumières, le pouvoir des uns, la pauvreté, l’ignorance et la faiblesse de tous les autres’’.

42 Die niet levensnoodzakelijk zijn.

43 Deze peroratie over artificiële noden illustreert Tocquevilles negatieve ingesteldheid tegenover de industrialisatie. We zullen verderop zien dat zijn leermeester Say daar heel anders over denkt.

44 MP1, 13

45 Op.cit. ‘’Ceci facilite singulièrement l’extension du paupérisme dans ce royaume’’.

46 Op.cit. ‘’Ne nous livrons donc point à de dangereuses illusions, fixons sur l’avenir des sociétés modernes un regard calme et tranquille’’.

47 Op.cit., 14

48 Op.cit., 15. ‘’Il y a certes là un grand spectacle en présence duquel l’esprit s’élève et l’âme ne saurait manquer d’être émue’’.

49 Bijna twee derden van de werkende bevolking kiest voor handel en industrie terwijl dat in Frankrijk een vierde is. (Nota van Tocqueville)

50 Op.cit., 17. ‘’La terre lui manque et l’industrie l’appelle. Ce double mouvement l’entraîne’’.

51 Kan Tocqueville hardvochtigheid verweten worden omdat hij publieke liefdadigheid categorisch afwijst? Eén van de voorbeelden dat hij in L’Ancien Régime et la Révolution aanhaalt geeft hierop een genuanceerder kijk. De hoofding luidt: Charité publique faite par l’Etat. Favoritisme. Wegens de ellende en hongersnood die een provincie kent schenkt de Franse koning voor 20 000 pond rijst. De aartsbisschop van Tours beweert dat deze schenking door hem bekomen werd en dat hij ze dan ook in zijn diocees mag verdelen. De intendant vindt het zijn taak om de rijst te verdelen onder alle parochies. Om hen te verzoenen verdubbelt de koning de kwantiteit rijst. Uit briefwisseling blijkt dat voor de aartsbisschop vooral de parochies die toebehoorden aan de hertogin van Rochechouart in aanmerking kwamen. Elders krijgt de woonplaats van een intendant het leeuwenaandeel uit door de nationale overheid verschafte middelen. Tocqueville: ‘’La charité légale donne lieu à des abus, quel que soit le système; mais elle est impraticable, exercée ainsi de loin, et sans publicité, par le gouvernement central’’. (p.324-5)

52 ’’C’est la partie la plus généreuse, la plus active, la plus industrieuse de la nation, qui consacre ses secours à fournir de quoi vivre à ceux qui ne font rien ou font un mauvais usage de leur travail’’. [sic] Tocqueville haalt hier snoeihard en ongenuanceerd uit naar het behoeftige deel van de bevolking dat hij als één blok beschouwt. Elders is de toon eerder humaan en begripsvol. Is hij gehard door zijn contacten in Engeland of speelt het publiek waarvoor hij schrijft een rol? Hierover bestaat geen uitsluitsel.

53 Het ‘’goede principe’’ is hulp verschaffen aan wie ze nodig heeft, maar volgens Tocqueville zijn die moeilijk of niet te scheiden van bekwamen die de hulp misbruiken.

54 Tocqueville doelt hier op het slechts gedeeltelijk uitvoeren van de nieuwe Poor Laws uit 1834 zoals in 1.1 uiteengezet werd.

55 MP1, 19

56 ‘’[…] deux nations rivales qui existent depuis le commencement du monde’’ [sic] In 1845 verschijnt van Benjamin Disraeli, later twee keer Prime Minister voor de Conservatives, Sybil, or The Two Nations, waarmee hij ‘the rich and the poor’ bedoelt.

57 Op.cit., 21-22

58 Op.cit., 23. ’’On déplore l’état de dégradation ou sont tombées les classes inférieures de ce grand peuple!’’

59 Op.cit., 23-24

60 Op.cit., 26. ‘’[…] la pudeur ne fait pas même incliner son regard’’

61 Op.cit., 27. De vrederechter laat verstaan dat ze daardoor steun verkrijgen voor zichzelf én hun kind. ‘’La grossesse illégitime doit presque toujours améliorer leur situation matérielle’’.

62 Op.cit., 27. ,,Elles s’enrichissent donc par leurs vices mêmes, et il arrive souvent que la fille qui a été plusieurs fois mère fait un mariage plus avantageux que la jeune vierge qui n’a que ces vertus à offrir. La première a trouvé une sorte de dot dans son infamie’’.

63 Dit werd omstandig uitgelegd in het onderdeel van 1.2 over de New Poor Law.

64 Op.cit., 28. ‘’[…] appliquée à des maux inévitables, tels que la faiblesse de l’enfance, la caducité de la vieillesse, la maladie, la folie’’.

65 Op.cit. ‘’[…] calamités publiques qui de loin en loin échappent des mains de Dieu, et viennent annoncer aux nations sa colère’’.

66 Op.cit., 27-30

67 Op.cit., Second mémoire sur le paupérisme, 4. Tocqueville kiest hier empatisch voor de kleine boer en zijn werkgelegenheid en tegen een grotere efficiëntie en meer rendement die een schaalvergroting met zich zou brengen.

68 Op.cit., 5. ‘’Suivant les besoins de l’industrie’’.

69 Op.cit. ‘’Suivant les misères des classes agricoles’’.

70 Volgens Keslassy gelooft Tocqueville niet dat er op natuurlijke wijze een evenwicht tot stand kan komen tussen productie en consumptie, waarover verderop meer.

71 Op.cit.. ,,Ce sont les prolétaires, ceux qui n’ont sous le soleil d’autres propriétés que celle de leur bras’’.

72 Op.cit., 5-6

73 Op.cit., 7-8

74 Dat is voor Tocqueville de reden om voorstander te zijn van een gematigde vrijhandel, waarover later meer.

75 Op.cit., 8-10

76 Op.cit., 10. ‘’L’idée des associations industrielles d’ouvriers me paraît donc devoir être féconde, mais je ne la crois pas mûre’’.

77 Op.cit., 13-14

78 Op.cit., 14-15.

79 Op.cit., 16-18

80 Op.cit., 19

81 De vader van de economische wetenschap, Adam Smith, was een sociaal filosoof en oefende een grote invloed uit op Say en, wellicht eerder onrechtstreeks, op Tocqueville.

82 Koning Charles X.

83 Jardin, 69-70. ’’Le droit civile et la procédure forment l’essentiel du cours, délaissant la formation intellectuelle’’.

84 Keslassy, 83

85 De auteurs die zich met Tocquevilles bronnen bezighouden gaan er vanuit dat hij weinig of geen belang hecht aan passages die hij niet aanduidt in de geraadpleegde werken of vermeldt in zijn nota’s.

86 Op.cit., 84-85

87 Keslassy, 85. ‘’Une telle croyance rend les crises générales de surproduction impossible’’.

88 Younkins, 2-3

89 Backhouse, 142. ‘’Depressions arise not from a shortage of demand in the aggregate, but from shortages of demand for particular commodities’’.

90 Op.cit.

91 Constant heersend in een land of milieu.

92 Say, 500

93 Op.cit. ‘’L’industrie a tiré l’Europe de la barbarie’’.

94 Op.cit. ‘’[…] ne le sont pas moins à leur perfection moral, quoique cette vérité ait été vivement contestée’’.

95 Op.cit., 495. ‘’C’est le trait le plus saillant de la civilisation’’.

96 Villeneuve-Bargemont, I, 379. ‘’[…] plus un pays possède d’entrepreneurs d’industrie riches, plus il renferme d’ouvriers pauvres’’.

97sortir de l’industrie.

98 Keslassy, 89. ‘’Son livre est le dénonciation du mode de production capitaliste à l’anglaise’’.

99 Villeneuve-Bargemont, 52. ‘’L’homme, il est vrai, ne parviendrai jamais à dompter complètement la pauvreté relative, n Tocqueville: De la Démocratie en Amérique 2, deuxième partie, ch. XX, p. 199: Comment l’aristocratie pourrait on plus que les autre misères de la vie’’.

100 Op.cit. ‘’Si la misère n’était pas considérée comme une punition et une épreuve; si la religion n’apprenait pas à l’homme indigent qu’il a été condamné à racheter par le travail et la vertu sur la terre le bonheur et l’immortalité; si enfin la charité n’existait pas pour le secourir, quel désespoir ne devrait pas saisir son âme?’’

101 Op.cit. ‘’Au flambeau du christianisme, au contraire, l’homme indigent conserve toute sa dignité. … Quelle philosophie humaine pourrait ainsi à la fois expliquer le mal et le guérir?’’

102 Geciteerd door Swedberg, 87. ‘’[…] that every man desires to obtain additional wealth with as little sacrifice as possible’’.

103 Swedberg, 90. ‘’[…] that in England the wealth of the poor has been sacrificed to that of the rich’’.

104 Op.cit., 90-91

105 Rijkdommen, (geld)middelen, voorraden.

106 Tocqueville, 235-236

107 Swedberg, 91

108 Ekelund en Hébert, 204. Dat neemt niet weg dat Mill de economische analyse expliciet uitbreidde tot het gebied van de sociale hervormingen, hetgeen hem in zijn werk als economist precies onderscheidde.

109 Swedberg, 102. Hier weergegeven in het Engels: ‘’Therefore, till my work is finished, I never know exactly what result I shall reach, or if I shall arrive at any’’.

110 Op.cit., 199. De eerste economisten zoals Smith, Malthus en Ricardo toonden weinig interesse voor een discipline economie die los stond van haar potentiële invloed op het beleid. 18de- en 19de-eeuwse economisten streefden er naar om de economische theorie te doen wegen op alle public-policy issues.

111 Meer over staatsinterventie in Tocquevilles denken is te vinden in het aparte onderdeel 6.2, infra.

112 Zie supra: ‘’La terre lui manque et l’industrie l’appelle’’.

113 ‘Passion naturelle pour l’oisiveté’.

114 Een centraal begrip voor Tocqueville.

115 ‘’Au point de vue de l’art, il y peut-être eu progrès’’. Cursief van mij om het twijfelachtige van de vooruitgang weer te geven zoals hij dat bedoelde.

116 ,,[…] mais tout à coup et par un procédé artificiel suivant les misères des classes agricoles’’.

117 ‘’[…] qui doit toujours exister entre la consommation et la production’’.

118 Tocquevilles beschouwingen over het verschijnsel crisis in zijn tweede Mémoire zijn weinig origineel en komen overeen met die van de politieke economisten uit zijn tijd.

119 Hiermee wordt uiteraard geen uitspraak gedaan over de correctheid van Says’ crisistheorie, maar enkel getracht om Tocquevilles woorden juist te interpreteren.

120 Beide kernbegrippen werden met hun toepassing in deze context verder toegelicht in Mémoire 2, p. 14

121 Les légitimistes wilden Lodewijk XVIII en daarna Charles X, koningen van Frankrijk van 1814 tot 1830, opnieuw op de troon. Toen Charles X in 1836 stierf werd Louis Antoine de laatste ‘dauphin’ van Frankrijk, maar een kroning tot koning Louis XIX bleef een droom voor hemzelf en de legitimisten tot zijn dood in 1844. Les ministériels en les doctrinaires, die vooral tijdens de Restauratie (1815-1830) de monarchie met de revolutie wilden verzoenen, gingen op in de Parti de la Résistance, die weerstand wilde bieden aan de revolutionaire beweging tijdens het Juli-regime.

Centre gauche en de opposition dynastique werkten samen en steunden de regering-Thiers als Parti du Mouvement, tot Thiers in 1840 door koning Louis-Philippe gedesavoueerd werd. Beide ijverden ook naderhand voor de verruiming van het kiesrecht.

122 Jardin, 285 . ‘’Mais les frontiéres étaient plus souple qu’aujourd’hui’’.

123 Louis Philippe volgde in 1830 de afgezette Charles X op als koning van Frankrijk, tot hij zelf werd afgezet in 1848. Tocqueville hield niet van de Orléans-tak waaruit deze Burgerkoning stamde en schreef smalend over hem: ‘’Il ne goûtait guère les lettres ni les beaux-arts, mais il aimait passionément l’industrie’’. (Souvenirs, 27)

124 Om het verbod op politieke campagnes, tegen de regering-Guizot en voor een uitbreiding van het kiesrecht, in het Frankrijk van Louis-Philippe te omzeilen organiseren politieke partijen van de oppositie in 1847 en 1848 een 70-tal druk bijgewoonde banketten. Een verbod van het banket van 22 februari 1848 lokt de Februari-revolutie uit.

125 Tocqueville haalt in zijn Souvenirs vernietigend uit naar Lamartine, van wie hij zegt in de politieke wereld van egoïstische ambities nooit iemand ontmoet te hebben met ‘’un esprit plus vide de la pensée public que le sien’’. En verder: ‘’Je n’ai jamais non plus connu d’esprit moins sincère, ni qui eût un mépris plus complet pour la vérité’’. (Souvenirs, 112)

126 ‘’Verslagen maar niet afgeslacht’’: hij haalde het niet, maar zijn verkiezingsresultaat was veelbelovend voor de toekomst.

127 Jardin, 286. ‘’Les fadaises du parti social’’.

128 Op.cit. Ondanks Tocquevilles grondige hekel aan Lamartine stemden hun politieke standpunten bijzonder goed overeen, met o.a. het insisteren op de vrijheid van onderwijs, op de afschaffing van de slavernij en op een uitgebreide enquête over het pauperisme om dat te remediëren door associaties. Tocqueville had zich kunnen vereenzelvigen met het grand discours dat Lamartine op 11 oktober 1838 hield en dat eindigde met de fameuze zin: ,,La France est une nation qui s’ennuie’’.

129 Op.cit., 235-236

130 Op.cit., 287

131 Op.cit., 332

132 Op.cit., 295

133 ‘’Tocqueville a donc adhéré à la gauche […] pour lui imposer sa ‘couleur’, non pour adopter la sienne’’.

134 Op.cit., 331-332

135 Op.cit., 299. ‘’Tout gouvernement qui ne peut faire la guerre est un gouvernement détestable’’.

136 Op.cit., 335-6

137 Op.cit., 336

138 Op.cit., 348. ‘’[…] le constant et puissant effort fait par la société pour améliorer, élever, moraliser la condition de chacun de ses membres, venir au secours de tous les malheureux, tendre la main à toutes les misères’’.

139 Op.cit., 343-348. ‘’Il faudra des soldats et des prisons si on abolit les croyances’’.

140 Op.cit., 359

141 Op.cit., 360-362. ‘’[…] les débris d’une société qui tombe en poudre et qui bientôt ne laissera point de traces’’.

142 Op.cit., 369-372

143 Op.cit., 380

144 ’’Il y avait dix ans, depuis son
1   2   3   4   5   6


Dovnload 294.81 Kb.