Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Tonen en verhoudingen

Dovnload 1.51 Mb.

Tonen en verhoudingen



Pagina1/17
Datum13.04.2019
Grootte1.51 Mb.

Dovnload 1.51 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17
  1. Tonen en verhoudingen

      1. Één snaar instrument


De monochord is het simpelste snaarinstrument dat je je kunt voorstellen. Het bestaat uit één snaar van een vaste lengte op een plank. Als je op deze snaar tokkelt hoor je toon. De hoogte van deze toon hangt o.a. af van de dikte en de spanning, en de lengte van de snaar. Met een soort kammetje kun je de lengte van de snaar - beter gezegd de lengte van het deel dat vrij kan trillen - veranderen. Hiermee verander je ook de toon, hoe korter hoe hoger de toon.
De hoogte van de toon wordt bepaald door de het aantal trillingen per seconde, de frequentie. Zo heeft de (centrale) A volgens de huidige afspraken een frequentie van 440 Hz (trillingen per seconde). Als je verder niets verandert (ceteris paribus) betekent een halvering van de lengte een verdubbeling van de frequentie. Lengte en frequentie zijn omgekeerd evenredig. Twee tonen waarvan de frequenties zich verhouden als 1 : 2 (de ene frequentie dus het dubbele is van de andere) klinken in onze oren als duidelijk verwante tonen: ze verschillen een octaaf van elkaar. Tonen die een octaaf verschillen worden weergegeven met de zelfde letter. Om ze uit elkaar te houden worden aanduidingen als A1, A2, A3 gebruikt
We gaan uit van snaar van 60 cm lengte die zo is gespannen dat deze (vrij trillend) de centrale A(A4 : 440 Hz) voortbrengt



    1. Wat gebeurt er met de frequentie wanneer je de lengte halveert?

De toon die wordt voorgebracht wordt A5 genoemd

    1. Waar moet je het kammetje zetten om A6 (dubbele frequentie van A5) te laten horen?

    2. Welke frequentie heeft A3 ? en A1 ?

    3. Welke toonhoogte krijg je als een derde van de snaar gebruikt ?

De toon uit de laatste vraag heeft een frequentie die 3 maal zo hoog is als die van de centrale (A4) , en (dus) 1½ maal zo hoog is als van de hoge A (A5 ). We zeggen dan vaak dat de verhouding tussen de frequenties dan 2 : 3 is. Dit geldt (in omgekeerde volgorde) ook voor de verhouding tussen de bijbehorende snaarlengtes. Op de naamgeving komen we nog terug




  1. Vul de volgende tabel verder in :

Naam toon

Frequentie(Hz)

relatief

Lengte (cm)

gedeelte

A4

440

1

60

1

A5







30



A6




4







E5







20


  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17


Dovnload 1.51 Mb.