Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Tuerlinckx J. F., Bijdrage tot een Hagelandsch Idioticon

Dovnload 52.21 Kb.

Tuerlinckx J. F., Bijdrage tot een Hagelandsch Idioticon



Datum05.12.2018
Grootte52.21 Kb.

Dovnload 52.21 Kb.

ALGEMEEN

Tuerlinckx J.F., Bijdrage tot een Hagelandsch Idioticon, Kortemark, Familia et Patria, 1980 [Fotomechanische herdruk van de uitgave te Gent 1886]

Claes D., Bijvoegsel aan de Bijdrage tot een Hagelandsch Idioticon, Gent, Siffer, 1904

Grootaers L., “Wetenschappelijk onderzoek der Zuid-Nederlandsche Dialecten, ingericht door het phonetisch laboratorium der Leuvensche Universiteit”, Eigen Schoon en de Brabander, 1922-1923, 419-474

Blancquaert E., “West-Brabantsche Dialectologie”, Eigen Schoon en de Brabander, 12, 1929-1930, 211-231

Goemans L., “Vreemdtalige interjecties in Zuidnederlandsche dialecten”, Eigen Schoon en de Brabander, 17, 1934, 264-268

“Brabantse woorden”, Eigen Schoon en de Brabander, 18, 1935, 277-280 en 378-380; 19, 1936, 200-208; 23, 1939, 169-173; 35, 1951, 271-272 en 391-396; 36, 1952, 54-61 en 119-129 en 188-199 en 278-281 en 329-333 en 391-398; 37, 1953, 45-49 en 132-141 en 206-211 en 265-272 en 323-327 en 410-417; 38, 1954, 70-72 en 125-129 en 203-209 en 305-309 en 391-394 en 457-461; 39, 1955, 61-64 en 243-248 en 314-316 en 335 en 384-390; 40, 1956, 76-79 en 154-161 en 245-251 en 324-325 en 483-486; 41, 1957, 463-467; 42, 1958, 488-490; 43, 1959, 83-88 en 153-157 en 231-240 en 304-310 en 411-412 en 472-477; 46, 1962, 84-86 en 280 en 386-387; 51, 1967, 471-472; 55, 1971, 237-239; 56, 1972, 75-77 en 246-248 en 497-499; 57, 1973, 284-287; 60, 1976, 59/7-8-9, 368-371; 75, 1991, 467-472; 78, 1994, 117-118; 83, 1999, 327-333 en 473-478; 85, 2001, 375-382; 95, 2011, 459-466

Dewolfs E., “Over de waarde van den dialectische vorm der plaatsnamen”, Eigen Schoon en de Brabander, 26, 26, 1943, 193-203

Vangassen H., Bouwstoffen tot de historische taalgeografie van het Nederlands , hertogdom Brabant, s.l., Belgisch Inter-Universitair Centrum voor Neerlandistiek, 1952

Weijnen A.A. en Van Bakel J., Woordenboek van de Brabantse dialecten. Voorlopige inleiding, Assen, Van Gorcum, 1967

Weijnen A.A. en Van Bakel J. (reds.), Woordenboek van de Brabantse dialecten. 1. Agrarische terminologie, Assen, Van Gorcum, 1967-1990 (8 delen)

Wouters J., “Volksetymologie van Brabantse woorden, Krot-Kur-Kodde-Kudde”, Eigen Schoon en de Brabander, 53, 1969, 299-300

Claes F., “Een Limburgs dialectwoordenboek en Hagelandse woorden”, Oost-Brabant, 1976, 13/1, 23-25

Claes F., “Hagelandse woorden in Oost-Brabant”, Oost-Brabant, 1975, 12/4, 124; 1976, 13/2, 53; 13/3, 79-80; 13/4, 101-102; 1977, 14/1, 19-20; 14/3, 74; 14/4, 101-102; 1978, 15/2, 64-65; 15/3, 106-107; 15/4, 147-148; 1979, 16/3, 137-138; 16/4, 189-190; 1980, 17/1, 66-68; 17/3, 234-236; 17/4, 307-308; 1981, 18/1, 51-52; 18/3, 195-196; 18/4, 251-252; 1982, 19/1, 51-52; 19/2, 102-104; 19/3, 154-156; 1983, 20/2, 102-103; 20/3, 147-148; 20/4, 232; 1984, 21/1, 43-44 en 51-52; 21/2, 95-96; 21/3, 151-152; 1985, 22/1, 43-44; 22/2, 81-84; 22/3, 131; 1986, 23/2, 87-88; 23/3, 135-136; 23/4, 183-184; 1987, 24/1, 38-40; 24/2, 79-80; 1988, 25/1, 50-52; 25/2, 96; 25/3, 139-140; 25/4, 184

Weijnen A.A. (red.), Woordenboek van de Brabantse dialecten. 2. Niet-agrarische vakterminologieën, Assen, Van Gorcum, 1979-2006 (9 delen)

Van Langendonck W., De persoonsnaamgeving in een Zuidbrabants dialekt, Leuven, Instituut voor Naamkunde, 1979

Devos M., Ryckeboer H. en Van Keymeulen J., Woordenboek van de Vlaamse dialekten. Deel II. Niet-agrarische vaktalen. Afl.1. De mandenmaker, Gent, Seminarie voor Vlaamse Dialektologie-Rijksuniversiteit Gent, 1982.
Devos M. Ryckeboer H. en Van Keymeulen J., Woordenboek van de Vlaamse dialekten. Deel II. Niet-agrarische vaktalen. Afl. 2. De strodekker, Gent, Seminarie voor Vlaamse Dialektologie-Rijksuniversiteit Gent, 1982.
Devos M. Ryckeboer H. en Van Keymeulen J., Woordenboek van de Vlaamse dialekten. Deel II. Niet-agrarische vaktalen. Afl. 3. Handspinner en touwslager, Gent, Seminarie voor Vlaamse Dialektologie-Rijkuniversiteit Gent, 1982.
Devos M., Ryckeboer H. en Van Keymeulen J., Woordenboek van de Vlaamse dialekten. Deel I. Landbouwwoordenschat. Afl. 2: Behuizing, Gent, Seminarie voor Vlaamse Dialektologie-Rijksuniversiteit Gent, 1985.
Devos M., Ryckeboer H. en Van Keymeulen J., Woordenboek van de Vlaamse dialekten. Deel I. Landbouwwoordenschat. Afl. 3. Het erf, Gent, Seminarie voor Vlaamse Dialektologie-Rijksuniversiteit Gent, 1987.
Van Keymeulen J. e.a., Woordenboek van de Vlaamse dialekten. Deel II. Niet-agrarische vaktalen. Afl. 4. De kuiper en de hoepelmaker, Gent, Seminarie voor Vlaamse Dialektologie-Rijksuniversiteit Gent, 1988.
De Tier V. e.a., Woordenboek van de Vlaamse dialekten. Deel II. Niet-agrarische vaktalen. Afl. 5. De molenaar, Gent, Seminarie voor Vlaamse Dialektologie-Rijksuniversiteit Gent, 1990.
Van Der Sypt K. en Ryckeboer H., Woordenboek van de Vlaamse dialekten. Deel I. Landbouwwoordenschat. Paragraaf landbouw. Afl. Ploegen, Gent, Seminarie voor Nederlandse Taalkunde en Vlaamse Dialektologie-Universiteit Gent, 1991.
Crompvoets H., Het dialectenboek 1, Kroesels op de bozzem, Waalre, Stichting Nederlandse Dialecten, 1991
Ryckeboer H. e.a., Woordenboek Van De Vlaamse Dialecten. Deel I: Landbouwwoordenschat. Paragraaf veeteelt. Aflevering Rund 1, Vakgroep Nederlandse Taalkunde – Universiteit Gent, Gent/Tongeren, 1993
Belemans R., “Eerste resultaten uit Vlaams-Brabant van de grote dialectenquête van de Stichting Nederlandse Dialecten”, De Brabantse Folklore en Geschiedenis, 1994, 73/284, 392-397

Van Der Sypt K., Ryckeboer H. en Van Keymeulen J., Woordenboek van de Vlaamse dialekten. Deel I. Landbouwwoordenschat. Paragraaf landbouw. Afl. Spitten, eggen, rollen, Gent, Vakgroep Nederlandse Taalkunde-Universiteit Gent, 1994.


Ryckeboer H., Van Der Sypt K. en Van Keymeulen J., Woordenboek van de Vlaamse dialekten. Deel I. Landbouwwoordenschat. Paragraaf landbouw. Afl. Bemesting, Gent, Vakgroep Nederlandse Taalkunde-Universiteit Gent, 1995.
Van Keymeulen J., Een handleiding voor de amateurlexicograaf: hoe schrijf ik een dialectwoordenboek?, Gent, Vakgroep Nederlandse Taalkunde-Universiteit Gent, 1995.

Belemans R., Brabantse dialecten in de kijker, Leuven, Provincie Vlaams-Brabant. Dienst Cultuur, 1996 [themanummer De Brabantse Folklore, 1996, 75/290-291]

Van Den Heede V., Van Keymeulen J. en De Tier V., Woordenboek Van De Vlaamse Dialecten. Deel III: Algemene Woordenschat. Paragraaf fauna en flora. Aflevering 1: Vogels, Vakgroep Nederlandse Taalkunde – Universiteit Gent, Gent/Tongeren, 1996

Van Der Sypt K. e.a., Woordenboek van de Vlaamse dialecten. Deel I. Landbouwwoordenschat. Paragraaf landbouw. Afl. Waterhuishouding, Gent, Vakgroep Nederlandse Taalkunde-Universiteit Gent, 1997.


Van de Wijngaard H.H.A. en Belemans R. (reds.), Het dialectenboek 4. Nooit verloren werk. Terugblik op de Reeks Nederlandse Dialectatlassen (1925-1982), Groeshout, Stichting Nederlandse dialecten, 1997

Belemans R. en De Vriendt S., Brabantse dialecten springlevend, Lieshout, Stichting Brabantse Dialecten, 1998

De Tier V. en Devos M., Woordenboek van de Vlaamse dialecten. Deel II. Niet-agrarische vaktalen. Afl. 6a. De timmerman en de meubelmaker 1, Gent, Vakgroep Nederlandse Taalkunde-Universiteit Gent, 1998.
De Pauw T., Van Keymeulen J. en Van Den Heede V., Woordenboek van de Vlaamse dialecten. Deel III. Algemene woordenschat. Paragraaf fauna en flore. Afl. 2. Land- en waterfauna, zoogdieren, vissen en andere waterorganismen, reptielen, amfibieën, insecten en andere kleine beestjes, Gent, Vakgroep Nederlandse Taalkunde-Universiteit Gent, 1999.
Hoe schrijf ik mijn dialect ? Een referentiespelling voor alle Brabantse dialecten, Leuven, Acco, 1999

De Tier V. en Reker S., Het dialectenboek 5, In vergelijking met dieren: intensiverend taalgebruik volgens de SND-krantenenquête (1998), Groesbeek, Stichting Nederlandse Dialecten, 1999.

De Keyser J. en Ooms M., Brabantse dialecten gesproken en geschreven, Lieshout, Stichting Brabantse Dialecten, 2000

Ryckeboer H. en De Tier V., Woordenboek van de Vlaamse dialecten. Deel I. Landbouwwoordenschat. Paragraaf veeteelt. Afl. Rund 2, Gent, Vakgroep Nederlandse Taalkunde-Universiteit Gent, 2001.


Wellekens W. e.a., Brabantse dialecten , cultureel erfgoed, Lieshout, Stichting Brabantse Dialecten, 2002

Van Keymeulen, Taalkamer, Gent, Het Huis van Alijn, 2002

De Pauw T., Van Keymeulen J. en Brok H., Woordenboek Van De Vlaamse Dialecten. Deel III: Algemene Woordenschat. Paragraaf fauna en flora. Aflevering 3: Flora, Vakgroep Nederlandse Taalkunde – Universiteit Gent, Gent/Tongeren, 2002

De Tier V. en Vandekerckhove R., Het dialectenboek 7, Aan taal herkend: het bewustzijn van dialectverschil, Groesbeek, Stichting Nederlandse Dialecten, 2003.

De Tier V., Ryckeboer H. en Van Keymeulen J., Woordenboek van de Vlaamse dialecten. Deel I. Landbouwwoordenschat. Paragraaf veeteelt. Afl.10. Paard 1, Gent, Vakgroep Nederlandse Taalkunde-Universiteit Gent, 2003.
Woordenboek van de Brabantse dialecten. 3. Algemene woordenschat, Assen, Van Gorcum, 2000-2005

Ooms M. en Van Keymeulen J., Vlaams-Brabants en Antwerps, Tielt, Lannoo, 2005

De Pauw T. en Devos M., Woordenboek van de Vlaamse dialecten. Deel III. Algemene woordenschat. Afl. 4. Karakter, Gent, Vakgroep Nederlandse Taalkunde-Universiteit Gent, 2005.
De Tier V., Keulen R. en Swanenberg J., Het dialectenboek 8, Proeven van dialect: een kijkje in de keuken van de Nederlandse dialecten, Groesbeek, Stichting Nederlandse Dialecten, 2005.

Vannoppen H., “Het Midden-Brabants dialectwoordenboek rond kledij , de encyclopedie van de mannenkledij”, Ons heem, 2006, 59/2, 2-19

De Tier V. e.a. (reds.), Dialect in het Spel. Het dialectenboek 9, Groeshout, Stichting Nederlandse dialecten, 2007

Coupé G., “Over katjes, hazewinden en holaarzen. Heeft dialect nog vrij spel in Vlaams-Brabant?”, in De Tier V. e.a. (reds.), Dialect in het Spel. Het dialectenboek 9, Groeshout, Stichting Nederlandse dialecten, 2007, 303-317

Van Renterghem E., De Tier V., Van Keymeulen J. (reds.), Variatie(s) op je bord! Dialect en jongerentaal voor eten en drinken, Gent, Variaties vzw, 2007

De Pauw T. en Devos M., Woordenboek van de Vlaamse dialecten. Deel III. Algemene woordenschat. Afl. 5. Verstand en gevoel, Gent, Vakgroep Nederlandse Taalkunde-Universiteit Gent, 2007.


De Pauw T., Lefebvre M. en Van Keymeulen J., Woordenboek Van De Vlaamse Dialecten. Deel III: Algemene Woordenschat. Aflevering 6: School en kinderspelen, Vakgroep Nederlandse Taalkunde – Universiteit Gent, Gent/Tongeren, 2008

Vandenberghe R., Devos M. en De Tier V., Woordenboek van de Vlaamse dialecten. Deel I. Landbouwwoordenschat. Paragraaf veeteelt. Afl.13. Pluimvee, Gent, Vakgroep Nederlandse Taalkunde-Universiteit Gent, 2008.


Van Hout R., De Tier V. en Swanenberg J. (reds.), Dialect, van schoot tot school? Lezingen gehouden op de derde internationale streektaalconferentie in Rilland op 6 juni 2008, Groeshout, Stichting Nederlandse dialecten, 2009

De Tier V., Swanenberg J. en van de Wijngaard T., Het dialectenboek 10, Moi, adieë en salut: groeten in Nederland en Vlaanderen, Groesbeek, Stichting Nederlandse Dialecten, 2009.

Van Hout R., De Tier V. en Dehaes G. (reds.), Taalvariatiebeleid! Lezingen gehouden op de vierde internationale streektaalconferentie in Brussel op 12 juni 2009, Groeshout, Stichting Nederlandse dialecten, 2010

Debrabandere F., Brabants etymologisch woordenboek. De herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant., Leuven, Davidsfonds, 2010

Triest L. e.a., Woordenboek van de Vlaamse dialecten. Deel III. Algemene woordenschat. Afl.7. Het menselijk lichaam, Gent, Vakgroep Nederlandse Taalkunde-Universiteit Gent, 2010.
Compleet Brabant(s), Lieshout, Stichting Brabants Dialectenfestival, [2010?]

Belemans R., “Plat gezongen , over muziek en streektaal in Vlaanderen en Nederland”, Volkskunde, 2011, 112/4, 349-360

De Tier V., van de Wijngaard T. en Keulen R., Het dialectenboek 11. Sprekend van aard: bijnamen en karaktereigenschappen in streektalen, Groesbeek, Stichting Nederlandse Dialecten, 2011.

AARSCHOT

Pauwels J.L., Het dialect van Aarschot en omstreken, s.l., Belgisch Inter-Universitair Centrum voor Neerlandistiek, 1958

Coekaerts, Boerreke van Osschot, Aarschot, Coekaerts, 1992

ASSE

Van De Perre L., “Het Assese dialekt, Assese dialektwoorden”, Ascania, 1962, 4/1, 15; 4/2, 4; 1963, 5/1, 12-13; 5/4, 25-27; 1964, 6/1, 21-23; 1965; 7/1, 19-21

Spanhove J., “Dialekt”, Ascania, 21, 1976, 18

Pletinckx L., “Oude plaatsnamen gegrepen uit het dialect van Asse”, 30, Ascania, 1988,120

Pletinckx L., Het woordenboek van het Asses, Asse, Koninklijke Heemkring Ascania, 2003 (2 delen + cd-rom met geluidsfragmenten)

Pletinckx L., “De halfgesloten en halfopen è in het dialect van Asse als product van palatalisatie, ronding, verwijding en verkorting”, Eigen Schoon en de Brabander, 90, 2007, 245-254



AVERBODE

Laureys L., “Het Hagelands dialect”, Heemblad Heemkring Averbode , 8, 1981, 49 en 65-66

Geeraerts G. en Wollants K., Oep z'n Eiverbeus , woordenboek van het dialect van Averbode, Averbode, Heemkring, 2013

BIERBEEK

Van Autgaerden G., Ge, u en je in Bierbeek, pronominale en verbale standaardisatie, Leuven, Katholieke Universiteit Leuven, 1981



BRUSSEL

Verhavert C., Brusselsche typen, s.l., s.d.

Mazereel G., Klank- en vormleer van het Brusselsch dialect met zijne plaatselijke verscheidenheden, Leuven, De Vlaamsche Drukkerij, 1931

Quiévreux L., Dictionnaire du dialecte bruxellois, Brussel, Libro-Sciences, 1991

Dekoster J., Het Brussels dialect , kende gaa ons moojertoe'l ?, Brussel, Trema in 1991

Leemans E., “Nen aave Lookeneir vertelt”, Laca, 2/4, 1991, ???

Leemans E., “Herinneringen van nen aave Lookeneir”, Laca, 4/4, 1993, ???

Dillen J., “Lookes dialect”, Laca, 7/1, 1995,???; 7/2, 1995, ???; 7/4, 1996, ???

Vanden Bussche G., “Over de rijkdom van een taal of de subtiliteiten van het Brussel dialect”, Laca, 7/2, 1995, ???; 7/3, 1996, ???

Vanden Bussche G., “Over spotnamen in de volkstaal”, Laca, 9/1, 1997, ???

De Schrijver M., Eie ma vast ? Het levend Brussels dialect , een bloemlezing van merkwaardige woorden en gezegden, Brussel, Academie van het Brussels, 1998

De Vriendt S., Grammatica van het Brussels, Brussel, Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 2003

De Vriendt S., Brussels, Tielt, Lannoo, 2004

Van Kol F., 'n Ketje van Muilebeik , Alfred De Vos, Brussel, Foyer, 2005

Diederich R., “Enkele beschouwingen over het Brussels”, Anderlechtensia, 120, 2006, 20-24

Vannieuwenborgh L ., “Patois bruxellois et ucclois, proches et pourtant différents”, Ucclensia, 2009, 225, 21-26

DIEST

Peeters C., “Een en ander uit het Dialect van Diest”, Jaarboek Diestersche Kunstkring, 2, 1929-1930, 24-27

Peeters C., “Vogelnamen in onze Volkstaal”, Jaarboek Diestersche Kunstkring, 3, 1931, 43- 49

Peeters C., “Het lied van Columbus ... vrij overgebracht in Diestersche volkstaal”, Jaarboek Diestersche Kunstkring, 4, 1932, 57-58

Peeters C. , “Plaatselijke volksnamen van onze zoetwatervissen”, Jaarboek Diestersche Kunstkring, 4, 1932, 59-66

Peeters C., “Verwantschap van het dialect van Diest en omtrek met het Duitsch”, Jaarboek Diestersche Kunstkring, 8, 1936,101-102

Peeters C. , “Plaatselijke volksnamen van onze groenten en toekruiden”, Jaarboek Diestersche Kunstkring, 9, 1938, 71-75

Bonroy F., Hoe lang nog..., Diest, Diestse Gidsenbond, 2005 (bevat Bonroy F., Lexicon van het Diesters dialect en Nijs F., Diestse verhalen)



EDINGEN

Roobaert B., “Enkele dialecttermen uit onze streek” , Het oude Land van Edingen en omliggende, 27, 1999, 145-167

Van Liedekerke M., “Dialectproject zogezegd, zogezongen succesvol afgerond”, Het oude Land van Edingen en omliggende, 33, 2005, 200-211

GOOIK

Peetermans F., “ Dialectstudie van het Gooiks” , Gooik, 1990, 5/10, 9-16; 5/11, 4-11; 1991, 6/12, 13-19; 1992, 7/16, 7-14; 7/17, 11-15; 7/18, 5-8; 7/19, 15-18; 1993, 8/20, 8-10; 8/21-22, 24; 8/23, 27-29; 1994, 8/24, 22; 8/25, 16; 8/26, 17-19; 1996, 10/31, 18

Peetermans F., Guuëks, dialectstudie van de Gooikse omgangstaal, Gooik, Gooikse Heemkundige Kring, 1995-2002

Peetermans F., “Over “afpotten”, aftelrijmpjes van bij ons - Dialectstudie van het Gooiks”, 1996, 11/31, 18-21

Peetermans F., “Liedjes en rijmpjes over geere zien en zo - Dialectstudie van het Gooiks”, 1996, 11/33, 21-24; 11/34, 19-14; 1997, 12/35, 7-9; 12/36, 22-26; 12/37, 22-25; 12/38, 30-33; 1998, 13/39, 24-28; 13/40, 33-39; 13/41, 18-27; 13/42, 29-35

Peetermans F., “Liedjes op de actualiteit van toen - Dialectstudie van het Gooiks”, Gooik, 1999, 14/43, 28-32; 14/44, 26-28

Peetermans F., “Pajotse anekdootjes - Dialectstudie van het Gooiks (derde reeks - 3)”, Gooik, 2000, 15/4, 28

Peetermans F., “Gooikse Anekdoten - Dialectstudie van het Gooiks”, Gooik, 1999, 14/45, 18-20; 14/46, 27; 2000, 15/47, 26; 15/48, 27-29; 15/49, 24; 15/50, 27-29; 2001, 16/51, 18-20; 16/52, 24-27; 16/53, 10-13; 16/54, 20-22; 2002, 17/55, 15-17; 17/65, 14-18; 17/57, 8-10; 17/58, 32; 2003, 18/59, 12-14; 18/60, 27; 18/61, 16-21; 18/62, 16-19; 2004, 19/63, 33; 19/64, 18-20; 19/65, 29

Peetermans F., “Kinderliedjes van bij ons - Dialectstudie van het Gooiks (tweede deel - 2)”, Gooik, 1996, 11/32, 20-23

Peetermans F., Gooikse anekdootjes, Guuëkse iestourekes , zwijgen is zilver, vertellen is goud , Gooik, Heemkundige Kring van Gooik, 2005

Peetermans F., “De klank van ‘t Gooiks - Eigenaardigheden van ons dialect”, Gooik, 90, 2010, 50

HALLE

Desmet R., Al klappe ... ba jons ee in (h)Alle, s.l., 1996



Het Hals dialect, themanummer tijdschrift Hallensia, 2002, 24/3

Debrouwer, “In ‘t (H)als (22, prijsvraag i.v.m. “De toekomst van het Hals dialect”)”, Hallensia, 2002, 24/3, 5-22

Vananderoye W., “Klankvarianten binnen het Hals dialect anno 1964”, Hallensia, 2002, 24/4, 18-23

Vandenbroucke L., De Pasja stinkt, 't goe règere , spreekwoorden en uitdrukkingen in en uit het Hals dialect, s.l., 2012

Fastenakels G en Fastenakels M., 't Es op ze Lembeiks, s.l., 2015

HEVERLEE

'Aait-Evers' , dialektwoorden en -uitdrukkingen uit Oud-Heverlee van 'toen' , Heverlee, Heemkundige Kring, 1998

Binon J., Leven als God in Blanden! Mentaliteitsgeschiedenis van een Vlaams-Brabantse taalgrensgemeente met een woordenboek van het Blandens dialect, Heverlee, Heemkundige Kring, 2015



HOEGAARDEN

Van der Molen U., De dialecten van de gemeenten Hoegaarden en van haar gehuchten en deelgemeenten, Hoegaarden, Gemeentebestuur Hoegaarden, 1981

Laloup I.T.D., Woordenboek der Hoegaardse taal , 't Hoegaards dialect, 100 keukenrecepten met Hoegaards Witbier, Hoegaards volkslied, Hoegaards hymne, liederen en gedichten, sagen en legenden, s.l., 2011

“Zelfs het Hoegaards dialect draagt sporen mee van de Eerste Wereldoorlog”, Alpaidis, 2014, 50/1, 21

Hennuy C., Praktische grammatica van het Hoegaardse dialect , oowgeds ver eujderiejen, Hoegaarden, Hennuy, 2015

HOEILAART

Janssens G., “Oude dialectworden”, Zoniën, 1981, 5/4, 278-284; 1982, 6/4, 148-157; 1983, 7/1, 37-43; 7/2, 50-52; 7/4, 185-191;1984, 8/3, 231-237;

Van Orshoven A., De sprouk van den dujnder , spraakkunst van het Hoeilaarts, Hoeilaart, Het Glazen Dorp, 2000

Vandenborre R., “Alternatieve, Volkse, Dialectische of in onbruik geraakte straatnamen en plaatsnamen in Hoeilaart”, Het Glazen Dorp, 2008, 19/3, 12-14

Vandenborre R., “Test uw Hoeilaarts dialect”, Het glazen dorp, 2013, 24/3, 1-21; 2014, 25/2, 4-15

HULDENBERG

Janssens G., “Oude dialectwoorden. (deel 2)”, Huldenbergs Heemblad, 1, 1982, 157-158

Kayens G., “Plaatselijk dialect. Het Ottenburgs”, Huldenbergs Heemblad, 13, 1993, 152-162 en 233-242 en 312-313; 15, 1995, 76-82 en 153-162 en 234-246 en 315-324; 16, 1996, 74-82 en 311-312; 17, 1997, 76-82 en 156-162 en 265-270; 18, 1998, 76-82 en 234-248; 18, 1999, 74-82 en 236-243 en 317-320; 19, 2000, 67-74 en 147-154 en 219-232; 20, 2001, 77-82 en 154-162

Kayens G., Het Ottenburgs, van het Nederlands afwijkende spraakkunst van een Brabants dialekt aangevuld met gedichten, Huldenberg, Heemkundige Kring van Huldenberg, 1998



LANDEN

Delmeire R., “Omtrent de verscheidenheid van de Landense dialecten”, Ons Landens Erfdeel, 2002, 25/61, 17-24



Winant C., Dialectenboek ‘Lâânes’. Het Dialectenboek van Landen, Landen, Geschied- en Heemkundige Kring van Landen, 2011 (speciaal nummer Ons Landens Erfdeel, 2010, 33/78)

LENNIK

Evens F., De wenjd va Lennik, Leuven, Davidsfonds, 1995



LEUVEN

Goemans L., Leuvensch Taaleigen-Woordenboek, Tongeren, Michiels, 1936-1954

Theys C., “Uit het vroegere volksleven, Lelijke woorden te Brussegem”, Eigen Schoon en de Brabander, 35, 1951, 264

Meulemans A., “Brabantse Woorden. Leuvense Variaties op het Thema Geld”, Eigen Schoon en de Brabander, 40, 1956, 429-423

Eylenbosch E., Woordgeografische studies in verband met de taal van het landbouwbedrijf in West-Brabant en aangrenzend Oost-Vlaanderen, Leuven, Symons, 1962

Meulemans A., “Leuvense dialectwoorden in een acte uit de XVIIIe eeuw”, Eigen Schoon en de Brabander, 50, 1966, 113

Frandels T., Leuvensche bloemlezing , bijdrage tot de folklore, s.l. 1975

Meulemans A., Hoe zei men dat weleer in het Leuvens. Een studie zonder pretentie over het smakelijke dialekt van de Petermannenstad, Leuven, Meulemans, 1984

Poinet R., Roënoot de vos / nooverteld in 't Leives en up roem gezet dei Poinet Rik, Leuven, Academie voor het Leuvens Dialect, 1995

Poinet R. en Wellekens W., De sappege leivenieer, Leuven, Akademie voor het Leuvens Dialect, 1998

Wellekens W., Diksjonêr van ’t Leives. Woordenlijst van het hedendaagse Leuvens, Leuven, Academie voor het Leuvens Dialect, 1994

De nieve Leivesen almanak vei't joor ..., Leuven, Academie voor het Leuvens Dialect, 1996-

Reekmans P. Leuvense straatnamen, pleinen en wijken , wat zal de Leuvenaar u daarover weten te vertellen ? , Leuven, Academie voor het Leuvens Dialect, 2002



Rood-wit Leuven, Leuven, Erfgoedcel, 2006

Cardijn B. e.a., De Steen van Rosetta , woordhistories in 't Vlaams en in ’t Leuvens, Leuven, Academie voor het Leuvens Dialect, 2010

Cuypers R. e.a., Leuvens lexicon , Leives-Nederlands/Nederlands-Leives, Leuven, Academie voor het Leuvens Dialect, 2013

LINTER

Hondshoven R., Woordenboek van het Melkwezers. Een Getelands dialect. Met uitgebreid taalkundig supplement, s.l., 2003 (Boek + cd-rom met geluidsfragmenten)



MERCHTEM

Theys C., “Uit het vroegere volksleven, Lelijke woorden te Brussegem”, Eigen Schoon en de Brabander, 35, 1951, 264

Baeyens K., “Hoe zegt men het te Peizegem?”, Eigen Schoon en de Brabander, 61, 1977, 60/4-5-6, 63-72 en 200-207

Van Ransbeeck R., 't Aaten balleken, s.l., 2000



OPWIJK

Van den Broeck B., Opwijkse woorden, Opwijk, VTB-VAB, 1988



OVERIJSE

Vande Putte G., Belgica Creola , taalcontact in de Brusselse Periferie, het voorbeeld van Overijse, Berchem, EPO, 1999



STEENOKKERZEEL

Dialect in onze streek”, De Veerle, 1998, 1/1; 1999, 2/1; 1999, 2/2 (themanummer ‘Luchtvaart’): luchtvaartjargon; 2000, 3/1; 2000, 3/2; 2000, 3/2; 2001, 4/1; 2001, 4/2; 2002, 5/1; 20002, 5/2; 2002, 5/4; 2003, 6/1; 2003, 6/2; 2003, 6/4; 2004, 7/2; 2004, 7/3; 2004, 7/4; 2005, 8/1; 2005, 8/2; 2005, 8/4; 2006, 9/1; 2006, 9/2; 20007, 10/1; 2007, 10/2; 2007, 10/3; 2008, 11/1; 2008, 11/2; 2008, 11/3; 2008, 11/4; 2009, 12/1; 2009, 12/2; 2009, 12/3; 2009, 12/4; 2010, 13/1; 2010, 13/2; 2010, 13/3; 2009, 13/4; 2011, 1241; 2011, 14/2; 2011, 14/3; 2011, 14/4; 2012, 1251; 2012, 15/2; 2012, 15/3; 2012, 15/4; 2013, 16/1; 2013, 16/2; 2013, 16/3; 2013, 16/4; 2014, 17/1; 2014, 17/2; 2014, 17/4; 2015, 18/1; 2015, 18/2; 2015, 18/3; 2015, 18/4; 2016, 19/1; 2016, 19/2

Steenokkerzeelse dialectwoorden”, De Veerle, 1999, 2/3

TERNAT

Van der Cruys R., Ejje mau verstuin? Het sappige dialect uit de fusiegemeente Ternat, Ternat, Van der Crys, 2008

Van der Cruys, Wauzze joeng zejje gau? Lombeekse toenamen , sterker dan familienamen, raken helaas in de vergetelheid ; Lombeekse gezegden , bepalen onze nestgeur ; cursiefjes , herinneringen aan vroeger , Ternat, Van der Cruys, 2013

Van der Cruys R., De koekedoeës , 't es ie va'n ond!, Ternat, Van der Crys, 2014



TERVUREN

Renson B., “Tervuurse uitdrukkingen en zegswijzen”, De Horen, 1975, 2/5, 134-135

Mellaerts J., “Tervuurse woordenschat”, De Horen, 1976, 3/3, 96-100; 3/4, 139-143; 3/6, 227-229; 1977, 4/1, 51-52; 4/2, 86-88; 4/3, 127-128; 4/5, 164-166; 4/6, 208-210; 1978, 5/1, 42-45
Puttemans R., “Sappige scheldwoorden, schimp- en toenamen te Tervuren”, De Horen, 1974, 1/1, 5-8 [herhaald in De Horen, 1981, 8/1, 2-7]
Renson B., “Tervuurse toenamen”, De Horen, 2008, 35/2, 82-85
Wynants M., “Dialectdialoog”, Het Horentje, 1997, 7/1, 8-9; 7/2, 27-29; 7/3, 21-22

TIENEN

Kempeneers P., Reddelen (roddelen) onder de boompjes. Een eerste verzameling lokale en regionale woorden en zegswijzen uit het Tiense met enkele toemaatjes, Tienen, Kempeneers, 1976²



Rubbens L., “Een Kijk Op Ons Tiens Dialect” , De Brabantse Folklore, 1981, 60/232, ???

Lelock L., De famiele Distel, Tienen, Ripova, 2001



Swillen A., Wélle Klappe Tins - 'n speise và diksionèèr, Tienen, Kommetéét va Pikke Stijkès, 2001

Kempeneers P., Tiens en Hoegaards idioticon. Tienen, Drukkerij Peeters, 2004

Ich (hou) va Tiene!, Tienen, Kommetéét va Pikke Stijkès, s.a. (nog niet volledig in doc, enkel vanaf hoofdstuk 5 => Karin gaat dit nakijken)

VILVOORDE

Stappers M., Diksjonnair van 't Vilvouts , de toal van Dikke-Pie, Vilvoorde, Heemkundige Kring Hertog Hendrik I, 1995

Stappers M, De neuven diksjonnèèr van 't Vilvouts , de toal van de pjèèrefretters, Vilvoorde, Heemkundige Kring Hertog Hendrik I, 2005

ZAVENTEM

't Boekske van Woile, Sint-Stevens-Woluwe, Dorpsraad, s.d.

ZEMST

Ver Elst A., Uit het dialekt van Nieuw-Zemst: Elewijt, Eppegem, Hofstade, Weerde, Zemst, Zemst, VTB-VAB, 1986

Janssens G., “De benamingen voor de wildstropers in het verleden en in de hedendaagse dialecten”, De Semse kroniek, 1989, 5/1, 15-18



Van Stichelen K., Het Laatste Woord? Een inventaris van de dialectwoordenschat in Groot-Zemst, Zemst, Heemkring De Semse, 1998

Van Stichelen, Het laatste woord ? Grasduinen in het dialect van Groot Zemst ... , met meer dan 13000 woorden, uitdrukkingen en voorbeeldzinnen, Baasrode, Het Punt, 2015

  • BIERBEEK
  • LENNIK
  • OPWIJK
  • ZAVENTEM t Boekske van Woile , Sint-Stevens-Woluwe, Dorpsraad, s.d. ZEMST

  • Dovnload 52.21 Kb.