Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Tuinkabouter magazine

Dovnload 1.75 Mb.

Tuinkabouter magazine



Pagina5/14
Datum28.10.2017
Grootte1.75 Mb.

Dovnload 1.75 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   14
webwinkel bij de zoekfunctie de naam intikt, kun je vanalles over deze soorten lezen!

 
Snap jij het nog?


Een paardenbloem is een paardenbloem. Daarover is toch geen discussie? Nou, dat hangt ervan af: in zeeland wordt een paardebloem bedpisser genoemd en in Friesland hengstenbloem. En in het Engels: dandelion.
 
Het gebruik van de wetenschappelijke, Latijnse plantennaam is handig, ook al vinden sommige tuinliefhebbers het overdreven. Toch is het nodig om er zeker van te zijn dat je het over dezelfde plant hebt. Het is nogal een verschil: de-zich-vervelend-uitzaaiende-en-vroeg-afstervende 'gewone' oregano (Origanum vulgare) of zijn lang doorbloeiende neef Origanum laevigatum.
Wetenschappelijke namen zijn van groot belang voor contacten tussen botanici en plantenliefhebbers over de hele wereld. Het is een plantentaal zonder taalbarrières. De Zweedse botanicus Linnaeus heeft in 1753 de basis gelegd voor een heel nieuwe indeling van het plantenrijk. Alle (toen) bekende planten heeft hij in een soort stamboom ondergebracht. De rozenfamilie (Rosaceae) is bijvoorbeeld opgedeeld in het geslacht Rosa, Prunus en Rubus. De roos is dus niet alleen familie van de pruim-achtigen (prunus) maar ook van de braam-achtigen (Rubus). Ieder geslacht bestaat uit een groot aantal soorten. Een bottelroos (Rosa rugosa) is een andere soort als de hondsroos (Rosa canina). En een perzik (prunus persica) is een andere soort dan de pruim (Prunus domestica). Maar ze zijn wel allemaal familie van elkaar. De laatste vertakkingen van de stamboom noemen we ras of cultivar, bijvoorbeeld de witte bottelroos: Rosa rugosa 'Alba'.
 
Linnaeus voorzag alle planten van minimaal twee botanische (Latijnse) namen: een geslachtsnaam en een soortnaam. Bij wijze van voor- en achternaam, maar dan in een andere volgorde. De schrijfwijze van plantennamen is aan een paar regels gebonden:
1. De geslachtsnaam wordt altijd geschreven met een hoofdletter.
2. De soortaanduiding met een kleine letter.
3. De cultuurvariëteit wordt geschreven tussen aanhalingstekens en altijd met een hoofdletter.





Uit de Latijnse naam van de plant kun je soms al het een en ander opmaken:

  • Er kan een verwijzing naar de kleur instaan: blauw (azureum), hemelsblauw (caerulea), geel (areum), lichtrood (coccinea), bloedrood (sanguinea)

  • Soms geeft de naam al iets aan over bladeren of bloemen: millefolia (heel veel kleine blaadjes), grandiflora (grote bloemen), aquilegifolia (blaadjes lijken op die van de akelei)

  • Of over de hele plant: minimus (kleine plant), maximus (grote plant)

  • Soms wordt verwezen naar de plaats van herkomst: chinense, japonica, africanus, virginianum, etc.

  • Planten met 'officinalis' in de naam zijn vrijwel al tijd geneeskrachtig en die met 'vulgare' zijn heel gewoontjes; ‘sativa’ betekent dat de plant eetbaar is

  • 'Semperflorum' betekent een wintergroene plant, 'tuberosa' een knolgewas.

  • Staat er "annuum" of iets dergelijks in de naam? Dan betreft het een eenjarige.

 
Planten veranderen nogal eens van (Latijnse) naam. Dit komt vaak door veranderende inzichten over de indeling van families en geslachten. Voor wetenschappers een belangrijke ontwikkeling, maar als tuinliefhebber zit je er niet op te wachten. Oude namen blijven wel bewaard en bruikbaar als zogenaamd synoniem. Op deze website: http://www.meertens.knaw.nl/pland/ kun je alle Nederlande plantennamen van voornamelijk inheemse soorten opzoeken.
 

Thematuinen: de Rozentuin



Traditionele rozentuinen zijn een nogal formele bedoening. Dat heeft echter ook zijn charme: de bedden zijn vaak aangelegd in geometrische patronen, met grintpaden, buxushaagjes, rozenbogen en prieeltjes. Maar het kan ook minder statisch door de buxus te vervangen door lavendel, rozemarijn of andere mediterane struikjes. Ook het vervangen van grintpaden door ouderwetse kinderkopjes, het toepassen van een los beplantingsschema en het gebruik van ornamenten die zijn gemaakt van wilgenteen geven meteen een heel ander effect.


Puristen planten alleen rozen in een rozentuin. Meer creatieve tuinders introduceren voorjaarsbollen, luchtig groeiende vaste planten en laagblijvende eenjarigen.

Alles kan, zolang de rozen er niet door worden gehinderd. Als je van verandering houdt, plant je alle rozenstruiken in grote containers, dan kun je het beplantingsschema steeds veranderen.



1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   14

  • Thematuinen: de Rozentuin

  • Dovnload 1.75 Mb.