Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Tussentijdse test deel 2 hoofdstuk 1

Dovnload 15.27 Kb.

Tussentijdse test deel 2 hoofdstuk 1



Datum05.12.2018
Grootte15.27 Kb.

Dovnload 15.27 Kb.

TUSSENTIJDSE TEST DEEL 2 HOOFDSTUK 1


  1. Vergelijk de begrippen ‘raamwetten’ en ‘wetten tot toekenning van buitengewone machten’

(randnummers 207-208)

Zijn beide opdrachtwetten.

De raamwet of gewone opdrachtwet of kaderwet beperkt zich tot het vaststellen van een aantal algemene beginselen of krachtlijnen van een bepaald beleid, en geeft vervolgens aan de Koning de opdracht die beginselen nader uit te werken in concrete regelingen.

De wet tot toekenning van buitengewone of bijzondere machten gaat verder ook de Koning (uitvoerende macht) ook wetgevende macht te geven door de koning toe te laten de bestaande wetten op te heffen, aan te vullen, te wijzigen of te vervangen.





  1. Leg de (herzienings-)relatie van de Constituante tav de Preconstituante uit

(randnummers 214 en 216)

Om tot een grondwetsherziening te komen moeten er 4 stappen doorlopen worden.

In een eerste fase, de ‘Preconstituante’, moeten de drie takken van de federale wetgevende macht (senaat, kamer en koning) autonoom de (onderdelen van) artikelen aanduiden die voor herziening in aanmerking komen.

Na bekendmaking van deze artikelen in het Belgisch Staatsblad en de ontbinding van de wetgevende kamers, worden er verkiezingen gehouden. Dit is de tweede fase.

In een derde fase, is het nieuw verkozen Federaal Parlement en de koning niet enkel federale wetgever maar ook ‘Constituante’. De eerder aangeduide artikelen kunnen dan (maar moeten niet) gewijzigd worden. Er geldt hier een beperking in tijd (enkel gedurende de termijn waarvoor men verkozen is) en in voorwerp (enkel de eerder door de Preconstituante aangeduide artikelen ).



  1. Vergelijk de taak en de hoedanigheid van de Koning bij de bekrachtiging en de afkondiging van de federale wetten.

De bekrachtiging en afkondiging van de federale wetten moet steeds door de Koning gebeuren. Bij de bekrachtiging handelt de Koning als derde tak van de federale wetgevende macht. Bij afkondiging handelt hij als hoofd van de federale uitvoerende macht.



  1. Verklaar waarom Delphine Boël geen recht heeft op de troon.

Volgens art. 85 GW gaat de macht van de Koning over op zijn natuurlijke en wettige nakomelingen volgens eerstgeboorterecht. Delphine Boël is geen natuurlijke en wettige nakomeling van onze Koning, dus heeft zij geen recht op de troon.

Ingeval de Koning geen nakomelingen zou hebben, kan hij volgens art. 86 GW zijn opvolger benoemen mits de Kamers hiermee instemmen. Zo zou hij eventueel Delphine toch nog recht kunnen geven op de troon. In de praktijk zal dit niet gebeuren vermits onze Koning wel nakomelingen heeft.


goed, art. 85 Gec. G.W. bepaalt dat de grondwettige macht van de Koning bij erfopvolging overgaat op de natuurlijke en wettige nakomelingschap in rechte lijn van Z.M. Leopold van Saksen Coburg.  Opdat nu de kinderen die voortspruiten uit het huwelijk van een koning recht zouden hebben op de troon is ook vereist dat dit huwelijk de ministeriële goedkeuring krijgt (want zoals bepaald staat in art. 106 Gec. G.W., kan geen akte van de Koning gevolg hebben wanneer een minister ze niet medeondertekend heeft).


  1. Veronderstel dat een senator de burgerrechterlijke aansprakelijkheid van ministers zou willen aan banden leggen. Hoe zou deze procedure (kunnen) verlopen? Is een advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State desgevallend noodzakelijk?

(randnummers 147 en pg 90)

Een senator kan een wetsvoorstel indienen.

Een wetsvoorstel moet naar de Raad van State indien de voorzitter van de Kamer of de Senaat er om vraagt of als minstens 1/3 van de leden van de betrokken vergadering er om verzoekt.

Een wetsvoorstel mag naar de Raad van State in alle andere gevallen.

De Raad van State kan dan juridisch advies geven. (art. 2, §2, R.v.St.-wet)
Ik snap niet goed wat er bedoeld wordt met ‘burgerrechterlijke aansprakelijkheid van ministers aan banden leggen’. Ik heb geen idee waar ik deze norm in het wetboek zou moeten vinden, en daarom dus ook niet welke van de drie procedures er moet gevolgd worden.

(kijk hiervoor naar de oplossing van tijdens de oefeningen)




  1. A. Veronderstel dat men de adviesbevoegdheid van de afdeling wetgeving van de Raad van State wil uitbreiden. Welke tak(ken) van de wetgevende macht moet(en) minstens optreden als men deze wet wil wijzigen? Bespreek de totstandkomingsprocedure van de wet tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State.

Om de adviesbevoegdheid van de afdeling wetgeving uit te bereiden, moeten er artikels uit de R.v.St-wet veranderd worden (voornamelijk art. 3).

Om een wet die de rechterlijke organisaties aangaat te kunnen veranderen, wordt de volledig bicamerale procedure gevolgd. (art. 77 GW) Hierbij zijn Senaat, Kamer en Koning bevoegd.


voorstel voorontwerp

 


in overwegingneming Raad van State

 


(eventueel) Raad van State K.B. tot indiening ontwerp (met inachtname advies Raad van State)

commissiebespreking



plenaire bespreking

bekrachtiging en afkondiging door koning



bekendmaking (Staatsblad)




  1. B. Veronderstel dat men de adviesbevoegdheid van de afdeling wetgeving van de Raad van State wil afschaffen. Hoe ziet dan de te volgen wetgevingsprocedure er uit?

Om de adviesbevoegdheid af te schaffen, moet de R.v.St-wet vernietigd worden. Dit kan volgens mij op dezelfde manier als in deel a beschreven.

voor een groot stuk juist, er is wel een verschil tussen het afschaffen en uitbreiden van de adviesbevoegdheid omdat deze adviesbevoegdheid in de grondwet staat.

art. 77, 8°


Dus: zuiver bicamerale procedure moet w gevolgd;

*WM bestaat in dit geval uit: Koning, Kamer en Senaat, initiatief kan w genomen door één van deze drie takken; naargelang de initiatiefnemer spreekt men van wetsvoorstel (Kamer, Senaat) of wetsontwerp (Koning);


*Gaat het om een wetsvoorstel, dan is er een facultatief advies van de afd. wetg. vd RvS nodig, gaat het om een wetsontwerp, dan is er een verplicht advies nodig; de adviezen binden de WM niet, maar toch w er bijzonder veel aandacht aan geschonken
*Vervolgens w de tekst in overweging genomen
*Dan is er de bespreking en stemming in de bevoegde commissie (serieuze werk, meestal achter gesloten deuren)
*Dan is er de bespreking en stemming in de plenaire vergadering (show, spektakel, toneel: om 's avonds in 't nieuws geciteerd te worden, openbaar); er moet sprake zijn van een gelijkluidende tekst van Kamer en Senaat ('navette')
*Dan verklaart de Koning als 3de tak van de federale WM zich akkoord met de door de beide Kamers aangenomen tekst
*Dan bevestigt de koning als hoofd van de UM het bestaan vd wet en beveelt dat die ten uitvoer w gelegd
*Vermits het hier gaat om een formele wet, wordt ze bekendgemaakt in het BS (Nederlandse tekst tegenover de Franse)

 Stel dat men de adviesbevoegdheid vd afd. wetg. vd RvS zou willen afschaffen, dan zou men de G.W. moeten wijzigen.  Waarom: (advies)bevoegdheid v RvS ligt vervat in art. 160 Gec. G.W.  Om dit art. te wijzigen volgt men de procedure zoals beschreven in art. 195 Gec. G.W (zuiver bicamerale procedure om dit art. voor herziening te verklaren, ontbinding vh parlement, de Constituante moet volgens de zuiver bicamerale procedure de adviesbevoegdheid afschaffen). 


Dovnload 15.27 Kb.