Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Twee keer met Jemenieten de kluis kraken (Twee dagen op stap voor een interactieve les) Zwart tegen wit: remise

Dovnload 0.49 Mb.

Twee keer met Jemenieten de kluis kraken (Twee dagen op stap voor een interactieve les) Zwart tegen wit: remise



Pagina1/6
Datum28.10.2017
Grootte0.49 Mb.

Dovnload 0.49 Mb.
  1   2   3   4   5   6


Twee keer met Jemenieten de kluis kraken

(Twee dagen op stap voor een interactieve les)


Zwart tegen wit: remise

(Wit begint en wint: hier niet!)


Abracadabra

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10. 11.12.13.14.15.16.17.18.19.20.21.22.23.24.25


(3 mogelijke titels: kies er één of bedenk een betere)
Inleiding

Begin januari 2014 hebben wij (een groepje Nederlandse opleiders) zo’n 30 Jemenitische opleiders een week op bezoek. Ze zijn hier in het kader van een ontwikkelingsproject (Betep/CIS/VU) om het opleidingsonderwijs voor leerkrachten in de STEM-vakken (Science, Technology, Engineering, and Mathematics) voor kinderen in de bovenbouw van de basisschool en de onderbouw van het voortgezet onderwijs beter te maken.


We zijn één keer in Jemen op bezoek geweest. Het is één van de armste landen in de wereld. In alle internationale onderzoeken eindigt Jemen altijd op de laatste plaats. Nederland stelt ontwikkelingsgeld beschikbaar om het land vooruit te helpen. De Jemenieten zelf denken dat ze 1000 jaar achter zijn. Maar dat is niet zo. Immers, de wortels van veel verworvenheden in de wiskunde liggen in hun regio: algoritme en algebra zijn Arabische woorden. Hun situatie lijkt veel op die in Nederland van de jaren zeventig. Het vakonderwijs is in handen van vakmensen. Het onderwijs in pedagogiek en didactiek is in handen van generalisten. Een vak als reken-wiskundedidaktiek bestond in Nederland in 1970 niet. En bestaat nu ook nog niet in Jemen.

Een kijkje in Nederlandse scholen

Twee dagen nemen we de tijd om de Jemenieten het Nederlandse onderwijs te laten zien in de bovenbouw van de basisschool en in de eerste drie jaar van het vo. We zien mooie voorbeelden van Nederlands wiskundeonderwijs bij het Kaj Munkcollege in Hoofddorp en ook bij het Hermann Wesselinkcollege in Amstelveen. Op de laatste school zagen we “Wiskunde zonder boek”. Kijk maar eens op internet: http://www.hermannwesselinkcollege.nl/wiskunde-zonder-boek-0

De basisscholen

In Jemen is het verschil tussen platteland en stad heel groot. Op het platteland zijn er klassen met meer dan 100 leerlingen, zonder verwarming en ook zonder airconditioning. Kinderen zitten op de grond. In Nederland zijn de verschillen tussen platteland en stad niet zo groot. Ik besluit hen het verschil te laten zien tussen een “witte” en een “zwarte” school.
Tussen twee haakjes. Ik schaam me voor het woordgebruik. Maar zelfs politici en het ministerie van OWC gebruiken die termen. Met wit en zwart bedoel ik sociaal-economisch op een hoger of lager niveau. Kinderen zijn niet zwart of wit. Alleen zwarte Piet is zwart, maar misschien in de toekomst ook niet meer.
Ik zoek twee basisscholen uit: de Julianaschool (hoogst mogelijke sociaal-economisch niveau) in Overveen en de Immanuelschool (laagst sociaal-economisch niveau) in Amsterdam-West. Ik vraag de leerkrachten om zelf een les te mogen geven in groep 8. Ik wil het de leerkrachten ook niet te moeilijk maken: een les bijwonen met een stuk of tien Jemenieten erbij. Ik wil liever geen standaard methodeles.
Ik besluit om in beide scholen dezelfde les te geven. Dat zou mooi mogelijke verschillen kunnen laten zien. Ik voorzie overigens niet zoveel verschillen bij de les die ik wil gaan geven. Kinderen op de Immanuelschool volgen zo mogelijk eerst de voorschool en komen dan nog met een behoorlijke taalachterstand de basisschool binnen. Maar in groep 8 is die taalachterstand voor een groot deel verdwenen en een reken-wiskundeles zal daarom misschien niet die verschillen laten zien die iedereen zou verwachten.
Over de keuze van een les

Wat voor les ga ik geven? Ik vraag de leerkrachten mij niet aan te kondigen als een supermeester in rekenen. Dan gaan er deuren dicht die ik graag open wil houden. Bedenk als leerkracht, als je zegt: “Het is nu negen uur , berg je leesboek op en pak je rekenboek”, dan gaan er al een stel deuren dicht. Bij het openslaan van bladzijde 29 van het rekenboek gaan er nog een paar deuren dicht. Ik doe het graag zonder boek. En ik speel graag de rol van “Domme August” die de hulp van kinderen inroept. Heel goed weten wat je wilt, maar toch om hulp vragen. Kinderen worden, zo is mijn ervaring, dan altijd heel coöperatief. Het is wel een rol die je gastmeester makkelijker kan spelen. Voor de klasseleerkracht is dat heel wat lastiger.


De les zou interactief moeten zijn. Met veel zelfwerkzaamheid van de leerlingen. Geen “talk and chalk”. En vooral probleem-georiënteerd. Met de mogelijkheid voor leerlingen tot het maken van allerlei eigen symboliseringen, verkortingen en notaties Het moet over getallen gaan: de Jemenieten doen niet veel anders. Ook wil ik graag dat ze samenwerken in groepjes van twee of drie. Ik wil het ook eenvoudig houden om te voorkomen dat zoiets in een ander land niet zou kunnen. Dus geen technische hoogstandjes op het smartboard. In beide scholen hier is al geen krijtjesbord meer beschikbaar.
De les

Inleiding en probleemstelling

Ik was een week eerder in de klassen en heb de leerlingen mijn bezoek met de Jemenieten aangekondigd. Ik vroeg ze iets van een welkom te doen of te maken in het Nederlands, Engels of misschien wel in ’t Arabisch. En dat deden ze ook hartverwarmend:

Alle kinderen op de Julianaschool hadden op een blaadje een welkom gemaakt en stonden er als een muur. De kinderen op de Immanuelschool deden het meer mondeling: hun Arabisch was perfect.



Ik laat de foto hiernaast zien (wel op het smartboard) en vraag de kinderen wat ze zien. Dat snappen ze allemaal meteen. Het zijn de kluisjes van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Ook de kleuren van die kluisdeurtjes kunnen ze uitleggen: zo is makkelijker te onthouden waar jouw kluisje is. Op de basisschool heb je een haak om je jas en tas aan te hangen maar in het voortgezet onderwijs heeft elke leerling tegenwoordig een kluisje.
“Over een half jaar zijn jullie allemaal bruggers. Niet allemaal op dezelfde school natuurlijk. Stel je de eerste schooldag eens voor. Er wordt van alles geregeld. Maar ook: je krijgt een kluisje.

Met 200 bruggers staan jullie daar. En wie staat er ook? Dat kun je natuurlijk nu nog niet weten, zeggen ze. Ik help ze verder: ik sta daar. Om jullie allemaal je eigen kluisje te geven.”


Eerst allemaal een nummer. Van 1 tot en met 200. Ik begin links vooraan in de klas uit te delen. Goed onthouden! Ik nummer van één tot tien. Ergens midden in de klas wijs ik een leerling aan die nummer 50 krijgt. Rechts achteraan zit nummer 100 en ik eindig rechts vooraan met 199 en tenslotte 200. De leerlingen gaan daar allemaal in mee. Niemand zegt dat we maar met een stuk of dertig in de klas zitten ( Juliana 25, Immanuel 32).
“Nu komt het! Jullie hebben allemaal een nummer. De kluisjes hebben ook allemaal een nummer: van 1 tot en met 200. De sleuteltjes zitten er in. Voordat je je kluisje in beslag mag nemen doen we het volgende.
Leerling nr. 1: Wil jij alle deurtjes in de tafel van 1 open doen? Denk allemaal na over wat zij moet doen! Weet je het zelf al? Na antwoorden als “deurtjes 1 t/m 10 openzetten“ en mijn vragen over 11, 50, 199 en 200 is het duidelijk. Alle deuren 1 t/m 200 gaan open. Immers als je de tafel van één ook boven de tien doorzet kom je alle getallen tegen.
Leerling nr. 2: Wil jij alle deurtjes in de tafel van 2 dicht doen? Denk allemaal na over wat hij moet doen? Weet je het al? Ja, dit gaat snel. 2, 4, 6, 8, 10, enzovoorts. En 31 vraag ik. En 50. En, ik wijs 199 aan: Jouw deurtje? Niet aankomen. En 200? Dichtdoen. Goed, dat is makkelijk.
Maar nu. Leerling nr. 3: Wat denk jij dat je moet doen? “Ja, iets met de tafel van drie”. Maar wat dan precies? Wie heeft een idee? Denktijd voor alle kinderen. “De tafel van drie dichtdoen, natuurlijk”, zegt er één. Maar denk eens na. Staat 3 nog open? “Ja, want 1 heeft hem opengedaan” En deurtje 6? “Ja, die is dicht want 1 deed hem open en 2 weer dicht”, zegt een ander. En 9? “Die staat nog open door 1”. Goed nr. 3: Is het duidelijk? Alle deuren in de tafel van 3 veranderen: als hij open is doe je hem dicht en als hij dicht is doe je hem open. Wat doe je met deurtje 12? “Eh, 1 deed open, 2 deed dicht, dus ik doe hem weer open”.
Leerling nr. 4: Wat zou jij moeten doen? “De tafel van vier veranderen”. Kun je het uitleggen? “4, 8, 12, 16, 20, enzovoorts veranderen”. “Als hij open is doe je hem dicht en als hij dicht is doe je hem open”. Wie kan zeggen wat hij met 12 doet? “1 doet open, 2 dicht, 3 open en 4 weer dicht”.

Nu gaat het vlug. Leerling nr. 5: Wat doe jij? “De tafel van vijf veranderen”. En jij leerling nr.10? “Ja, natuurlijk de tafel van 10”. Wat doe je met 10? “Veranderen”. En met 70? “Veranderen”. En met 110? “Veranderen”. En met 111? “Niks”. En met 199? “Niks”. En met 200? “Veranderen”.

En jij?, leerling 50? “Kijken naar deurtje 50, 100, 150 en 200, en veranderen”. En jij leerling 100? “Alleen kijken naar 100 en 200”. En jij leerling nr. 199? “Alleen deur 199”. En jij leerling nr. 200?

U snapt hoe het ging. Niet zo vlug als hierboven beschreven. Het nam even tijd voor iedereen in de gaten had wat de bedoeling was.
Helder: 200 kluisjes met 200 leerlingen. Iedereen doet z’n eigen tafel. Maar nu komt het:

  1   2   3   4   5   6

  • Inleiding en probleemstelling

  • Dovnload 0.49 Mb.