Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Twintigste bijeenkomst van het Platform Ecologisch Herstel Meren en Plassen op donderdag 11 september 2003 Wetterskip Fryslân

Dovnload 65.04 Kb.

Twintigste bijeenkomst van het Platform Ecologisch Herstel Meren en Plassen op donderdag 11 september 2003 Wetterskip Fryslân



Datum14.10.2017
Grootte65.04 Kb.

Dovnload 65.04 Kb.

Verslag Platform Ecologisch Herstel Meren 11 september ‘03

Twintigste bijeenkomst van het Platform Ecologisch Herstel Meren en Plassen op donderdag 11 september 2003 Wetterskip Fryslân

KRW: consequenties voor ecologisch herstel meren en plassen. Bas van der Wal (STOWA)


Gaat eutrofiëringsbestrijding bij Rijnland met de KRW wel lukken? Bruce Michielsen (Hoogheemraadschap van Rijnland)
BEZEM en/in de EU Kaderrichtlijn Water. De rol van regionale waterkwaliteitsprojecten in de toekomst. Ernst Rijsdijk (RDIJ)

 

Pilotproject de Leijen: implementatie van de KRW in Europees verband. Jesler Kiesler (Wetterskip Fryslân)


Voedingsstatus van algen Marco Dignum (NIOO-CL)

 

Doe meer zonder aanpassing van het belastingstelsel Gerard ter Heerdt (WLB Amsterdam)



 

Nieuwkoopse Plassen: de weerbarstige praktijk Renier Koenraadt (Oranjewoud)

 

Rondje projecten
KRW: consequenties voor ecologisch herstel meren en plassen. Bas van der Wal (STOWA)

Geen samenvatting ontvangen

Discussies n.a.v. lezingen

Herman geeft aan dat er op bestuurlijk niveau nog niks bekrachtigd is, zijn ze er bang voor of is het abacradaba?? Moeten we de notities toegankelijk maken en zal er geen vraag naar contra-expertise ontstaan??

Reactie Bas: bestuurders zijn niet geïnteresseerd in de technisch inhoudelijke zaken maar in de consequenties. Als voorbeeld wordt de Alterra studie aangehaald waarin 4 scenario’s van onderverdeling van waterlichamen grof en fijn en laag en hoog nutriëntengehalte. Op basis van expert judgment is de norm voor het gehalte N& P vastgesteld voor 2015 daarna is berekend hoe met huidig en toekomstig beleid de uitkomst zou zijn. In de “strenge” versie wordt heel Nederland rood in de soepele versie half Nederland. Maatlatten moeten getest worden of ze haalbaar zijn, grenzen moeten bepaald worden.

Eddy Lammens: Bas schetst relatief weinig vrijheden vanwege de inter callibratie slag, Nederland heeft echter maar weinig watertypen die overeenkomen met buitenland, hebben we dan niet in al die andere wateren wel de vrijheid het zelf te bepalen??

Antwoord In alle niet direct vergelijkbare wateren moet je zoeken naar het meest vergelijkbare (sloten bijv. lijnvormige wateren1) en dan valt het juist niet mee

Paul Boers: ben je niet bang dat je overreguleert en straks tot op het weiland N & P normen op gaat leggen??

Antwoord: Nederland heeft zo’n 60 typen aangegeven en ze zijn nog meer aan het bedenken, dit is inderdaad teveel: 20 typen zou beter zijn of zelfs 3 typen?

Vraag: wat gebeurt er als je de norm niet haalt doordat het bovenstrooms nog mis is??

Antwoord: KRW gaat uit van een stroomgebiedsbenadering, aanpak per stroomgebied. De chemie is gebaseerd op ecotox en wordt pas aangenomen als er reguleringen aangegeven worden waarmee oplossingen geboden kunnen worden.

Henk Hogenboom en Ernst Rijsdijk geven voorbeelden van hoeveel watertypen de verschillende waterschappen onderscheiden bijv. Groot Salland is met 8 typen klaar terwijl Regge en Dinkel al meer dan 100 hebben en nog meer gaan benoemen. Moet dat niet centraal geregeld worden??

Antwoord: de waterbeheerder is verantwoordelijk voor zijn eigen gebied, de overmaat aan typen zal later ongetwijfeld geclusterd worden tot in totaal zo’n 20 typen

Gaat eutrofiëringsbestrijding bij Rijnland met de KRW wel lukken? Bruce Michielsen (Hoogheemraadschap van Rijnland)

Geen samenvatting ontvangen

Reacties:

Wat bedoel je met onhaalbare doelstellingen?? Niet betaalbaar of ecologisch niet haalbaar?? Als je genoeg geld hebt kun je een heel eind komen. Dreiging met een boete kan de Nederlandse overheid stimuleren maatregelen te nemen.

Volgens Henk was n.a.v. de WVO in 1970 een RWZI ondenkbaar (te duur) toch zijn er vele gebouwd. Slechts 1 a 2 % van het waterschapsgeld gaat naar actief herstel, dat zou veel meer kunnen zijn.

Wees niet te bang voor de KRW, zie het als een kans. Ecologen moeten stoppen onderling te discussiëren als ze bij de beleids- en bestuursmensen zijn, dit heeft ons al veel krediet gekost, het nut van veldbiologie is mede daardoor onderschat. Biologen worden gezien als groene franje waar het eigenlijk om droge voeten gaat.

Bas vraagt: ’Is menging ter voorkoming van blauwalgenbloei niet een nieuw likje verf over een rot kozijn?’ Antwoord:in diepe putten zijn blauwalgen niet te vermijden wil je daar ook zwemwater dan zul je een maatregel als deze moeten nemen.

BEZEM en/in de Kaderrichtlijn Water; De rol van regionale waterkwaliteitsprojecten in de toekomst. Ernst Rijsdijk, Rijkswaterstaat Directie Ijsselmeergebied,

Informatie: BEZEM@RDIJ.RWS.MinVenW.Nl




Gebiedsbeschrijving Eem- en Gooimeer


Het Eemmeer ligt tussen de Nijkerkersluis en de Stichtse brug en staat in open verbinding met het Gooimeer. In het Eemmeer komt de rivier de Eem uit. Deze heeft een sterke invloed op de meren en zorgt samen met de aanvoer uit het Nuldernauw voor een overwegend westelijke doorstroming.

Het Gooimeer bevindt zich tussen de Stichtse brug en de Hollandse brug en staat in open verbinding met het IJmeer en het Markermeer.


Waterkwaliteit als drager voor gebruiksfuncties

Het Eem- en Gooimeer vervullen voor de samenleving vele essentiële gebruiksfuncties, die elkaar wederzijds beïnvloeden. Het gaat vooral om natuur (ecologische hoofdstructuur en natuurmonument) en recreatie (zwemmen, recreatievaart en sportvisserij). In deze regio is wonen aan het water in opkomst, waarbij het water een toevoegend element is (Amersfoort, Huizen, Almere). Een goede waterkwaliteit is essentieel voor een gezond en veerkrachtig watersysteem, en (in)direct ook van belang voor gebruiksfuncties en behartigt daarmee een economisch belang.



Streefbeeld waterkwaliteit voor het Eem- en Gooimeer


Het streefbeeld voor waterkwaliteit houdt in dat er in deze meren uitgestrekte waterplantenvelden voorkomen. In de Vierde Nota Waterhuishouding worden voor stagnante eutrofiëringsgevoelige wateren landelijke normen voor eutrofiëringsparameters genoemd. Daarnaast gelden er gebiedsgerichte streefwaarden:

  • het fosfaatgehalte is niet meer dan 0,06 mg P/l

  • het doorzicht is tenminste 1,0 meter

  • er is geen overlast van algengroei, blauwalgen zijn niet dominant.


Huidige waterkwaliteit in het Eem- en Gooimeer

De waterkwaliteit in het Eem- en Gooimeer wordt in sterke mate bepaald door de overmatige aanwezigheid van fosfaat en troebel water: eutrofiëring. Door de hoge fosfaatgehaltes treedt in de zomerperiode overmatige algengroei op, veelal resulterend in drijflagen. Er zijn weinig waterplanten aanwezig. Deze problematiek kent twee -ruimtelijk gescheiden- kanten. Enerzijds gaat het om het benedenstrooms gelegen Eem- en Gooimeer: slechte waterkwaliteit en ecologisch functioneren vanwege hoge fosfaatgehaltes; anderzijds om de bovenstrooms gelegen Gelderse Vallei / Utrecht-oost: aanvoer van fosfaat naar benedenstrooms gelegen gebieden.


BEZEM en de Kaderrichtlijn Water

Het project BEZEM – Bestrijding Eutrofiering Zuidelijke Randmeren – heeft als doel de waterkwaliteit in deze regio te verbeteren. Tussen BEZEM en de Europese Kaderrichtlijn Water bestaat een grote mate van gemeenschappelijkheid in het geografische gebied, de chemische en ecologische doelstelling en de betrokken bestuurlijke organisaties. Daarentegen is een belangrijk verschil dat BEZEM stoelt op de nationale NW4 (inspanningsverplichting), terwijl de Kaderrichtlijn Water stoelt op een resultaatsverplichting. Gezien de grote mate van overlap wordt BEZEM onder de Kaderrichtlijn geschaard. BEZEM wordt dan ingezet als voorloperproject voor een gebiedsgerichte uitwerking. Doel daarvan is ervaring op te doen met het verdere (bestuurlijke) traject.



In gang gezette maatregelen: situatie in 2015


De waterkwaliteit van 2015 is berekend. Dit resulteert in minimaal realiseerbare en haalbare doelen op basis van generieke en vrijwel zeker uit te voeren (gebiedsgerichte) maatregelen in het stroomgebied van de Eem en relevante delen van Amstelland.

Waterkwaliteit volgens Europese Kaderrichtlijn Water


Op basis van de vermoedelijke status van de meren en hun ligging zijn de chemische en biologische groepen van de Kaderrichtlijn berekend. De uitkomsten daarvan komen overeen met die van de CIW-rapportage over gebiedsgerichte normering en de huidige streefbeelden.

Confrontatie waterkwaliteit 2015 met de Kaderrichtlijn Water


Zowel de minimaal te realiseren fysisch-chemische toestand (fosfaat als exponent) als de ecologische toestand (helderheid als exponent) komen in 2015 niet overeen met de richtlijnen volgens de Europese Kaderrichtlijn Water.
Fosfaat (mg P/l)

Jaar

2002

2015

Minimaal realiseerbaar

2015

Richtlijn Kaderrichtlijn

Eemmeer


0,21

0,15

0,07

Gooimeer

0,10

0,08

0,06


Helderheid (m)

Jaar

2002

2015

Minimaal realiseerbaar

2015

Richtlijn Kaderrichtlijn

Eemmeer


0,46

0,49

0,77

Gooimeer

0,90

0,94

1,20



Vervolg werkzaamheden 2003


De in 2015 minimaal te realiseren waterkwaliteit wijkt negatief af van de Europese vereisten en Regionale ambities. Er wordt daarom gewerkt aan een verkennend onderzoek naar aanvullende kansrijke maatregelen te starten.
Discussie

Martin de Haan merkt op dat de samenwerking nu wel mooi is maar stel het gaat mis, wie betaalt dan de boete? Volgens Ernst ieder voor zijn eigen gebied

Wolf vraagt zich af of in Flevoland de politieke druk tegen blauwalgen niet hoger ligt dan de KRW tijdsdruk vanwege recreatie en financieel belang (wonen aan water bijv.) In Flevoland is de druk inderdaad hoog (ook vanwege de windrichting) in Gelderland ligt het genuanceerder vanwege de Eemvallei.
Joost vraagt zich af of het financieel haalbaar is om boeren in de Eemvallei uit te kopen, volgens Ernst hoeven ze niet te worden uitgekocht maar minder P& N lozen
Pilotproject de Leijen: implementatie van de KRW in Europees verband..Jesler Kiestra

Wetterskip Fryslân.


Samen met vier buitenlandse partners is begin 2003 een officiële start gemaakt met het Interreg NOLIMP-project. NOLIMP is het acroniem voor Local IMPlemantation of the Water Framework Directive. Tevens wordt een voortvarend, en juist niet een kreupel of strompelend project nagestreefd. Getracht wordt in verschillende pilotprojecten de KRW (WFD) al doende te implementeren en daarbij wederzijds ervaring en kennis uit te wisselen en zo mogelijk tot onderlinge afstemming te komen. Die implementatie betreft zowel het formuleren van de goede ecologische toestand of het goede ecologische potentie, alsmede -en daar ligt de nadruk op- om met maatregelen die (een) goede ecologische toestand of het goede ecologische potentie te bereiken. Het doel van het NOLIMP project is daarmee samengevat:

ervaring opdoen met de implementatie van de KRW op regionaal niveau;

verbeteren van de waterkwaliteit van de pilotgebieden, in casu de Leijen;

ervaring opdoen met innovatieve technologieën en experimentele maatregelen;

verkrijgen van inzicht in kosteneffectiviteit van maatregelen;

internationale uitwisseling van kennis en ervaring.


De Interreg North Sea Region partners in dit project zijn:

de provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân, Norwegian Instituut for Water (NIVA), Noorwegen;

Nordjyllands Amt, Denemarken;

Aberdeenshire council, Schotland;

Lansstytelsen Vastra Gotaland, Zweden.

Voor alle vijf projecten is per project ca. € 1.5000.000,- beschikbaar. Dit geld moet in de jaren 2003 tm. 2005 uitgegeven worden.


De internationale samenwerking vindt zowel bestuurlijk als ambtelijk plaats. Jaarlijks is er een bestuurdersmeeting, waarbij in april 2003 de startmeeting plaats vond in Leeuwarden. De volgende bijeenkomsten zijn voorzien in Scandinavië (2004)en in Schotland (2005). Daarnaast vinden halfjaarlijks vakinhoudelijke workshops plaats, nu vooreerst in oktober 2003 te Noorwegen over de thema's “water quality criteria” en “stakeholder participation”. Het coordination team komt twee maal per jaar bijeen. Daarnaast tenslotte is er de mogelijkheid van exchange projects, een onderlinge uitwisseling van deskundigen voor enkele dagen.
Op nationaal Nederlands niveau is de provincie Fryslân leadpartner, Wetterskip Fryslân de belangrijkste uitvoeringspartner, terwijl verder nog betrokken zijn Staatsbosbeheer, de gemeenten Smallingerland en Tytsjerksteradiel, de Friese Wateralliantie, het Cartesiusinstituut en Aquario. Binnen Fryslân is een management group samengesteld, die zorgt voor afstemming advies en instemming met deelprojecten. Daaronder functioneert de kerngroep voor de dagelijkse sturing (provincie en waterschap). Verschillende projectgroepen zijn betrokken bij de realisatie van de deelprojecten.
De Leijen is gekozen vanwege de huidige slechte waterkwaliteit, terwijl hier -als enige boezemmeer waar de functie Water voor Natuur is opgelegd- zich de mogelijkheid voordoet een kwaliteitssprong te maken. Als uitwerking van die functietoekenning was in 1997 al een ''Ecologisch beheersprogramma de Leijen" opgesteld, met daarin streefbeelden en maatregelen. Daarnaast loopt het project NOLIMP parallel aan het Friese meren project, waarbij voor de Leijen een specifiek Uitvoeringsplan is opgesteld ter evenwichtige verbetering van de ecologie en recreatie van dit meer. Bovendien was Wetterskip Fryslân al voornemens de rwzi Drachten, waarvan het effluent een grote nadelige invloed heeft op de waterkwaliteit van de

de Leijen, te verbeteren. Hiermee vindt dus een aantal activiteiten plaats rondom en in de Leijen, die een cumulatief effect op het verbeteren van de waterkwaliteit hebben.

De slechte waterkwaliteit uit zich vooral in troebel, sterk groen gekleurd water met een gering doorzicht, een sterke verbraseming en afwezigheid van submerse vegetatie. De fosfaat- en stikstofgehalten volden niet aan de MTR-waarden. De zwemwaterkwaliteit nabij Rottevalle voldoet bovendien niet altijd aan de normen (bacteriologishe overschrijdingen, aanwezigheid blauwalgen).
De voorgenomen maatregelen en activiteiten voor de Leijen richten zich op


  • het terugdringen van verontreinigingen uit de riolering (overstorten) en rwzi;

  • het terugdringen van de verontreinigingen uit de omliggende poldergebieden (met name voortkomend uit landbouwactiviteiten);

  • het terugdringen van andere diffuse verontreinigingen of puntlozingen (ongezuiverde huishoudelijke en bedrijfsmatige lozingen);

  • het terugdringen van verontreiniging vanwege de recreatieactiviteiten;

  • watersysteemgerichte maatregelen, zoals visstandbeheer, aanleg en beplanting van eilandjes en herinrichting van slechte oevers;

  • monitoring van waterkwaliteit en ecologische toestand, recreatieve activiteiten en procedurele aspecten (implementatieproces en kosteneffectiviteit).

Daarnaast zullen public involvement en management group activiteiten plaatsvinden.
Hiermee biedt dit Interreg project de Leijen de mogelijkheid de waterkwaliteit daadwerkelijk te verbeteren, behoorlijk versneld ten opzichte van de KRW, tijdstappen, maatregelen en monitoring te combineren met het Uitvoeringsplan van het Friese merenproject, ondersteund door internationale uitwisseling van kennis en ervaring.

Discussie

Vraag: is er wel gerekend in hoeverre een dure oplossing als een rwzi invloed heeft op dit water gezien de korte verblijftijd?? Er zijn berekeningen gedaan die kwamen niet zo positief uit maar omdat het in het kader van een ander project toch uitgevoerd gaat worden kan het naast de herinrichting wel positief meewerken aan herstel van het waterlichaam.

Vraag: zijn de landen onderling wel vergelijkbaar; antwoord ja er wordt veel werk gedaan in eenzelfde soort ecosysteem in de verschillende landen dus je kunt veel van elkaar leren


De voedingsstatus van algen: Nieuwe technieken om beschikbaarheid van fosfaat en vitaliteit van individuele fytoplanktoncellen te meten.

Marco Dignum NIOO-CL


Dit project is een samenwerking tussen Het NIOO-Centrum voor Limnologie (Herman Gons, Hans Hoogveld en Riks Laanbroek) en UvA-Aquatische Microbiologie (Hans Matthijs en Jef Huisman). Financiers zijn STOWA en DWR, verdere belanghebbenden zijn WLB en Cytobuoy b.v. Voor vervolg van het huidige project ligt een aanvraag bij STW. Het projectvoorstel is ingebed in een brede context op verschillende complexiteitsniveaus; wetenschappelijk van ecosysteem, fytoplanktongemeenschap en -populatie tot fytoplanktoncellen en hun moleculaire eigenschappen, en beleidsmatig van locale en regionale waterbeheerders, provincies, nationale instituten en stichtingen, tot de Europese Kaderrichtlijn Water. Het onderzoek in dit project betreft niet direct de Kaderrichtlijn Water, maar ik denk dat naast het bepalen van indicatieve waarden voor nutriënten, het ook belangrijk is voor waterbeheerders om door hen beheerde ecosystemen beter te begrijpen. Dit is nodig om het effect van herstelmaatregelen te kunnen inschatten.
Factoren die van belang zijn voor algengroei in meren zijn: biomassa (chlorofyl, totaal fosfaat, maar ook soortensamenstelling van het fytoplankton), lichtklimaat (doorzicht en spectrum), en voedingsstoffen (vooral opgelost fosfaat). Ik heb me in vooronderzoek tijdens mijn promotieproject aan de UvA vooral gericht op beschikbaarheid van fosfaat. Drie processen bepalen de efficiëntie van fosfaatincorporatie in fytoplankton: omzetting van organisch fosfaat (fosfatase activiteit zorgt voor fosfaatrecycling), opname van orthofosfaat (m.b.v. hoge affiniteit opnamesystemen, flux is belangrijker dan concentratie), opslag in de vorm van polifosfaat (polifosfaat kinase/polifosfatase om tijdelijke fosfaatpulsen te gebruiken).
Fosfatase enzymen worden door veel algensoorten alleen aangemaakt als ze een gebrek aan orthofosfaat waarnemen. Om fosfaatgebrek aan te tonen maken we gebruik van een enzymsubstraat (ELF-97®) dat een sterk groen fluorescent neerslag geeft op de plaats van fosfatase activiteit. Deze kleuringmethode hebben we uitgetest met monsters uit de Loosdrechtse Plassen. Het blijkt dat we de groene fluorescentie kunnen meten op een flow cytometer, naast analyse van de eigen pigmenten van de algencellen. Dit geeft het voordeel van grote aantallen cellen waaraan in relatief korte tijd metingen kunnen worden verricht. In de Loosdrechtse Plassen leven naast elkaar twee stabiele populaties van filamenteuze cyanobacteriën, Limnothrix sp. en Prochlorothrix hollandica. Deze soorten kunnen op basis van hun autofluorescentie van elkaar en van eukaryote algen worden onderscheiden. Uit onze experimenten blijkt dat Limnothrix wel fosfatase activiteit heeft, en Prochlorothrix niet. In 2001 had de Limnothrix-populatie fosfaatgebrek, die varieerde in het groeiseizoen. Binnen de populatie traden ook verschillen op in de mate van kleuring, deze verschillen bleken gerelateerd te zijn aan de vitaliteit van de cellen. Dit geeft een andere mogelijkheid om nutriëntenlimitatie in fytoplankton te bestuderen. Drie factoren bepalen de vitaliteit van fytoplanktoncellen: membraan integriteit (lekkage kan aangetoond worden door opname van fluorescente kleurstoffen), aanwezigheid van fotosynthese pigmenten (bleking kan gemeten worden door autofluorescentie intensiteit), cel cyclus (DNA synthese/afbraak kan bepaald worden door DNA kleuring).
Toekomstig werk behelst: het toepassen van flow cytometrische fytoplankton analyse (inclusief voedingsstatus) in routine monitoring programma’s in het Loosdrechtse Plassen gebied, in het kader van voorgenomen herstelmaatregelen (samenwerking met DWR and WLB); het testen van de ELF-kleuringtechniek in andere meren (opdracht STOWA); het ontwikkelen van meer technieken: bijv. voor detectie van fosfaatopnamestatus, fosfaatopslagstatus, beschikbaarheid stikstof, celvitaliteit (samenwerking met UvA-AMB); experimenteel en theoretisch onderzoek naar de competitie om organisch fosfaat (samenwerking met UvA-AMB); fundamenteel onderzoek naar variaties in de cel cyclus binnen populaties van filamenteuze cyanobacteriën.

Discussie:

Vraag: hoe meet je organisch P, dit is niet bekend maar het is een substraat voor de algen wat je vervolgens kunt labelen om te zien in hoeverre de algen defosfateren.

Tip van Roel Riegman: eind jaren 60 is de rol van organisch P in watersystemen onderzocht waarschijnlijk is hier wel literatuur over, spreker houdt zich aanbevolen voor een literatuurlijst

Vraag: je doet competitie-experimenten zonder bacteriën, hoe vertaal je die naar het veld? Dit is inderdaad moeilijk maar zal toch geprobeerd worden
Doe meer zonder aanpassing van het belastingstelsel Gerard ter Heerdt (WLB Amsterdam)
Waterleidingbedrijf Amsterdam (WLB) beheert de Loenderveensche Plas, een laagveenplas in het Oostelijke Vechtplassengebied. Het beheer is gericht op toepassing van de plas als tijdelijke drinkwaterbron, als natuurontwikkelingsgebied en als proefgebied voor ecologisch onderzoek.

De plas heeft een hypertroof karakter: troebel, veel blauwalgen, veel witvis, geen ondergedoken waterplanten. De P-totaal waarden schommelen echter rond de 0.06 mg P/l. Verbetering van de plas door de P-totaal waarden nog verder terug te dringen zou wel eens zeer kostbaar kunnen zijn.

Een goedkopere oplossing zou biomanipulatie kunnen zijn, als het probleem veroorzaakt wordt door een forse mate van interne stabiliteit van het troebele systeem. Experimenten uitgevoerd door WLB in samenwerking met het Deskundigenteam laagveen wateren wijzen er op dat dat inderdaad het geval kan zijn.

Na verwijdering van de vis uit een proefvak van 0.5 ha wordt het water snel zeer helder en komen de waterplanten massaal en in een grote variatie terug. Inclusief Krabbescheer, Groot nimfkruid en Puntdragend kranswier. In een soortgelijk proefvak met vis blijft het water troebel en onbegroeid.

In exclosures die ganzen buiten houden, worden soorten als Waterpest en Glanzig fonteinkruid dominant. Daarbuiten is dat in aanzienlijk mindere mate het geval. Dat wijst er op dat begrazing van waterplanten door ganzen, analoog aan begrazing in terrestrische systemen, een positief effect heeft op de vegetatiestructuur en diversiteit.

Deze resultaten lijken veelbelovend. Het onderzoek wordt voortgezet en uitgebreid door 85 ha af te vissen. Zo wordt een beeld verkregen van het effect van opwerveling van slib door wind op het systeem en de duurzaamheid van biomanipulatie.

Discussie:

Opmerking Eddy Lammens: gebleken is dat brasem dagelijks 10 % van de bodem omploegt en dus een losse bodemstructuur veroorzaakt, wegvissen van brasem geeft een vastere bodem, vraag zitten er driehoeksmosselen? Waardenburg heeft geen driehoeksmosselen en ook geen larven daarvan aangetroffen wel mooie grote zwanemosselen, de filtratiecapaciteit van deze beesten zou een bijdrage kunnen leveren aan de helderheid

Opmerking Gerard: in Ankeveen doen ze ook een zelfde type proeven, leren van elkaars resultaten

Henk: Waterbeheerders zijn benieuwd naar waar het grensgebied licht waarbij afvissen interessant wordt en goedkoper is dan nog verder zuiveren.

Opgemerkt wordt dat als je gaat zuiveren je dit constant blijft doen en dat bij afvissen het vaak goedkopere natraject van het laaghouden van de brasemstand vergeten wordt

Gerard oppert een stuk te schrijven met als titel Valkuilen van Biologisch beheer


Nieuwkoopse Plassen: de weerbarstige praktijk Renier Koenraadt (Oranjewoud)

Samenvatting niet ontvangen.


Opmerking: het gaat over werk met werk maken en door combineren van functies en samenwerking geld uit te sparen maar vertraagt het samenwerken niet enorm waardoor je subsidies mis kunt lopen?? Antw: het duurt inderdaad langer om van start te gaan als je samenwerkt maar die investering verdien je makkelijk terug, het loont de moeite
Rondje projecten:

Herman van Dam meldt dat het lab van AquaSense op verschillende trajecten actief is in allerlei monitoringsprojecten in meren en plassen. Verder zijn enkele projecten:

-oor de KRW: beschrijven van de referentietoestand van verschillende watertypen.venrestauratie: Huisven Campinase Heide Noordbrabant, last van kokmeeuwen, oplossing baggeren en pitrus verwijderen; het Winkelsven is een stroomdalven met een afgenomen hoeveelheid kwel- en inundatiewater, gezocht wordt naar een lange termijnoplossing

ecologisch beoordelingsysteem vennen opdracht van STOWA. Samen met Alterra, Vlinderstichting en Stichting Bargerveen wordt een voorstudie gedaan naar de gebruikerswensen en een literatuurstudie over de mogelijkheden. Deze is over een maand klaar en het beoordelingssysteem over 2 jaar.
Paul Boers: Voor het doorspoelen van het Volkerakzoommeer om Microcystis kwijt te raken was een ontheffing van de Vogel- en Habitatrichtlijnen aan de minister gevraagd, deze is niet verleend vanwege een mogelijk negatief effect op de Westerschelde. Daarnaast wordt de laatste hand gelegd aan studie verkenningen Volkerrak/Zoommeer. een van de opties daarin is het meer weer verzouten. Dir. Zeeland denkt na over het vervolg

Aanvullende maatregelen: er komt een 2e evaluatie meststoffenbeleid naar andere maatregelen dan minder bemesten. n, wie weet er meer, enquête komt langs, graag reacties.


Willy van Emmerik stelt zich voor zij komt in plaats van Jan Klein Breteler het platform bezoeken en meldt dat er een eerste bijeenkomst van een vissen netwerk platform gepland is op 29/10/03, in eerste instantie zal er een kleine groep genodigden om tafel gaan waarna een volgende bijeenkomst wellicht groter opgezet wordt.
Roelof Veeningen heeft het gevoel dat de kennis te weinig overgedragen wordt en pleit voor een gezamenlijk opslagsysteem van gegevens rondom herstelprojecten in meren zoals destijds door Marie Louise en assistentes opgezet en onderhouden is. Straks zal er veel vraag naar zijn omdat men doelstellingen wil halen en wordt wellicht veel dubbel werk gedaan omdat de resultaten van anderen niet goed/ niet centraal vastgelegd zijn. Paul antwoord dat de gekorte budgetten vanuit den Haag een dergelijke klus niet meer kunnen bekostigen. Geopperd wordt dat waterschappen zouden kunnen betalen voor deze dienst. Roelof vraagt Rob Portielje de stand van zaken eutrofiërings- enquête verder toe te lichten Rob meldt dat de gegevens verzameld zijn en er druk wordt geanalyseerd. Eind dit jaar komt er een concept uit.

Roelof geeft een razendsnelle flitsende PowerPoint presentatie van het stadsgrachten project Leeuwarden met als vernieuwende zaken: een flappenscherm om watermenging te voorkomen zonder kleine scheepvaart te hinderen: een toevoegsysteem van schoon water via een zandfilter en een membraanfilter.


Arjenne Bak meldt dat de laatste fase van het project waterzuivering m.b.v. driehoeksmosselen is gestart, met behulp van duikend monitoren wordt nagegaan hoe het met de mosselen gaat, eind dit jaar volgt een eindrapport. Verder zijn ze bezig met vismigratie in de Biesbosch en doen ze voor de ZHEW een studie in middelijsselmonde waar 600 ha nieuwe natuur in het kader van PMR met natuurlijke zuiveringssystemen uit wordt gerust, dit is een pilot voor nog 15 andere locaties
Martin de Haan meldt dat er gewerkt wordt aan het binnenwater van IJburg gemeente Amsterdam en RWS willen de waterkwaliteit in deze wijk met aan steigers drijvende woningen gelijk houden aan het omliggende water en wil weten wat ze moeten doen om dit te kunnen halen. Waterkwaliteit is belangrijk, het moet leefbaar zijn, zorg voor waterbeweging tegen drijflaag vorming
Gabriel Zwart van het NIOO te Niewersluis vertelt dat ze bezig zijn om met dna technieken toxische algen kunnen detecteren (Dynatox) en aan kunnen geven welke soorten voorkomen voordat zich toxische concentraties voordoen
Martin de Haan noemt onderzoek van DHV waarbij de mogelijkheid tot het verbrakken van het Oostvoornse meer door te verdiepen en pijpleidingen voor aanvoer van zoeter water. Wat zijn de nadelen van verzoeten? Genoemd worden de voorbeelden Volkerak, Markiezaatsmeer en Binnenschelde allen niet optimaal
Fred Kuijpers meldt dat de AWZI Strijen zit met een licht slib probleem in hoeverre mag aluminium chloride gebruikt worden als vervanger van ijzersulfaat? Aluminium kan toxisch zijn bij bepaalde pH, boven pH 5 of 6 echter geen last meer. Er zijn onderzoeken bekend van zowel west Brabant als Rijnland.
Joost Ickemeldt Europese onderzoeksprogramms’s

->Harmonie B&W: onderzoek naar geschikte modelsystemen voor de KRW



-> Rebecca waarin de relatie tussen chemische en ecologische toestand wordt onderzocht door bestaande info te bundelen en de procesbeschrijving en monitoringsprogramma’s te verbeteren: hoe wat waar moet je meten?? Leden van het platform worden opgeroepen om cases hiervoor voor te stellen waarop dit model getest kan worden.
Jouke Kampen meldt dat het STOWA handboek visstandsbemonstering is uitgekomen, er is inmiddels een jaar ervaring met deze methode opgedaan plus en minpunten bij een 20 tal projecten maar over het algemeen is men er blij mee.
Ter Afsluiting meldt Guido Waaijen dat er eind dit jaar een symposium relatie visstandsbeheer waterbeheer plaats zal vinden georganiseerd door NVVS en STOWA, uitnodiging volgt.



1 Sloten zijn ingedeeld in meren! [HVD]

  • Informatie: BEZEM@RDIJ.RWS.MinVenW.Nl Gebiedsbeschrijving Eem- en Gooimeer
  • Streefbeeld waterkwaliteit voor het Eem- en Gooimeer
  • In gang gezette maatregelen: situatie in 2015
  • Waterkwaliteit volgens Europese Kaderrichtlijn Water
  • Confrontatie waterkwaliteit 2015 met de Kaderrichtlijn Water
  • Eemmeer
  • Vervolg werkzaamheden 2003

  • Dovnload 65.04 Kb.