Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


U kent het verhaal

Dovnload 11.48 Kb.

U kent het verhaal



Datum09.12.2018
Grootte11.48 Kb.

Dovnload 11.48 Kb.

U kent het verhaal:

Paris moet kiezen tussen Athene, Hera en Afrodite, tussen wijsheid, macht en de liefde van de allermooiste vrouw ter wereld, Helena. Paris, die hier vonnis moest wijzen, leefde met de bronnimf Wijntje, zoals vertaalster Imme Dros haar noemt. Wijntje hield van hem en ze had hem heel gelukkig gemaakt, maar toch koos hij voor Afrodite en Helena. Met de bekende catastrofale gevolgen. Dan staat er:


Want zo groot is de macht van de gouden godin Afrodite

dat men zich niets meer aantrekt van god, gebod of gastvrijheid,

dat een man van eer en aanzien zijn vrienden benadeelt,

dat een moeder voor haar geliefde haar kind in de steek laat,

dat twee koningskinderen roven en vluchten als dieven

als geen zee hun te hoog gaat om elkaar te beminnen.
Dit verhaal kent u ook: twee hoeren komen bij koning Salomo met een kind, en eisen dat kind allebei op. Salomo hoort hen aan, vraagt om zijn zwaard en zegt de baby in tweeën te zullen snijden, zodat ze allebei een stuk zullen krijgen. En dan staat er:
De echte moeder van het levende kind kon de gedachte dat haar kind iets zou overkomen niet verdragen en riep uit: ‘Nee heer, ik smeek u, geef het kind aan haar, maar dood het alstublieft niet!’ De ander zei: ‘Als ik het niet krijg, krijg jij het ook niet. Hak het maar doormidden!’ Maar de koning deed de volgende uitspraak: ‘Het zal niet gedood worden. Geef het levende kind aan háár, want zij is de moeder.’

Toen de Israëlieten hoorden welk vonnis de koning had geveld, kregen ze groot ontzag voor hem, want ze begrepen dat hij het recht handhaafde met goddelijke wijsheid.
Merk op dat niet met zoveel woorden wordt gezegd aan wie het kind gegeven wordt. Er is een theoretische mogelijkheid dat het de valse moeder is die het kind krijgt. Het vonnis is dubbelzinnig. Zo zou een rechter dat nu niet meer opschrijven. Of zou het bewust zijn?
Dit verhaal kent u misschien niet:

Het gaat over Michael Kohlhaas, de hoofdpersoon uit het verhaal van Heinrich von Kleist. Kohlhaas is een paardenkoper.

Op een dag reist hij met zijn paarden van Brandenburg naar Saksen, zoals hij al 17 keer eerder deed, en de 18-e keer is er opeens een slagboom met een tolgaarder en een slotvoogd, die geld en een reispas van hem willen. Kohlhaas doet hierover zijn beklag bij de burchtheer. De zaak escaleert, en na enige onvriendelijkheden mag de paardenkoopman verder reizen, mits hij zijn twee mooiste dieren als onderpand achterlaat.

Als hij enkele weken later weer terugkeert, zijn zijn glanzende, weldoorvoede moren verandert in een paar magere, afgetobde knollen.


Dan komt het rechtvaardigheidsgevoel bij Kohlhaas boven. Von Kleist schrijft: ‘Zijn rechtsgevoel, dat een goudschaal gelijk was, aarzelde nog: hij was er voor de rechtbank in zijn eigen borst nog niet zeker van of de burchtheer werkelijk schuldig was.’ Algauw blijkt dat wel het geval te zijn, en hij besluit bij hogere instanties zijn recht te gaan halen. Als hij dat niet krijgt, noch in Saksen, noch in Brandenburg, komt hij in opstand tegen het gezag. Langzaamaan wordt zijn verzet groter, hij verzamelt een leger van vagebonden om zich heen, verliest de proporties uit het oog, en trekt moordend en rovend door het land. Uiteindelijk belandt hij op het schavot. ‘Zijn rechtvaardigheidsgevoel maakte hem tot rover en moordenaar.’ Schrijft Kleist.
Drie verhalen over recht. Bij Salomo lijkt er een vonnis te zijn geveld dat overeenkomt met het menselijk rechtvaardigheidsgevoel: dat oordeel wordt van een goddelijke wijsheid genoemd. In de mythe van Helena wordt het recht simpelweg terzijde geschoven, en doet Paris wat Afrodite van hem wil, en in het geval van Michael Kohlhaas is er sprake van rechteloosheid en machtswillekeur.
Interessant is het te zien waar in deze verhalen de bron van het recht wordt gesitueerd: in de Griekse Oudheid is dat in het menselijk oordeel van Paris, maar die is in zijn oordeel een speelbal van de goden, in de Bijbel is God de bron van wijsheid en recht, en bij Von Kleist heeft Kohlhaas ‘een rechtbank in zijn eigen borst’. De mens is zichzelf tot maatstaf geworden.
Hoe zit dat nu, in 2011? Wat is nu de bron van het recht? Daarover staat veel te lezen in Rechtspraak is mensenwerk. Een van de rechters zegt dat – en ik citeer – je als rechter regelmatig heel verschillende kanten op kunt in je oordeel. Er bestaat een idee dat rechters altijd het juiste oordeel vellen, maar dat is niet zo. Je hanteert een methode om op een geldige manier tot een uitkomst te komen. We hebben als samenleving alleen maar afgesproken dat iemand, in dit geval de rechter, de knoop moet doorhakken en dat we ons daarbij neerleggen. Einde citaat. Niks God of goden dus, niks persoonlijke maatstaf. Onze samenleving is de bron van het recht.
Die samenleving is daar ook in zijn geheel verantwoordelijk voor, en de rechterlijke macht maakt van die samenleving deel uit. Zij moet, en ook dat lees ik herhaaldelijk in dit boek, haar vonnissen dan ook uitleggen, er draagvlak voor creëren. Laten zien wat er gedaan wordt, hoe vonnissen tot stand komen. Vonnissen moeten helder zijn, niet voor meerdere interpretaties vatbaar, zoals dat bij Salomo wel het geval was. Maar uit het oogpunt van het creëren van draagvlak is Salomo’s oordeel misschien wel geslaagd: wij worden gevraagd mee te denken, ons eigen rechtvaardigheidsgevoel te laten spreken. Het is ons eigen rechtvaardigheidsgevoel dat zegt dat de baby bij de juiste moeder terecht moet komen. Hier vallen het vonnis van de rechter en ons rechtvaardigheidsgevoel dus samen, we begrijpen het vonnis, en dat is waarschijnlijk de ideale situatie.
Dit boek zou ik ook in tweeën kunnen snijden en een deel aan Suse geven, en een ander deel aan Michiel. Etc, overgang naar Michiel en/of Suse.

  • Want zo groot is de macht van de gouden godin Afrodite dat men zich niets meer aantrekt van god, gebod of gastvrijheid
  • Toen de Israëlieten hoorden welk vonnis de koning had geveld, kregen ze groot ontzag voor hem, want ze begrepen dat hij het recht handhaafde met goddelijke wijsheid.
  • Zijn rechtsgevoel, dat een goudschaal gelijk was, aarzelde nog: hij was er voor de rechtbank in zijn eigen borst nog niet zeker van of de burchtheer werkelijk schuldig was.
  • Zijn rechtvaardigheidsgevoel maakte hem tot rover en moordenaar.

  • Dovnload 11.48 Kb.