Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Udl, 14 februari 2012 Lezing prof. Emmanuel Gerard

Dovnload 12.35 Kb.

Udl, 14 februari 2012 Lezing prof. Emmanuel Gerard



Datum25.04.2019
Grootte12.35 Kb.

Dovnload 12.35 Kb.

UDL, 14 februari 2012

Lezing prof. Emmanuel Gerard

De Congo-crisis 1960-1961

De moord op Lumumba



Onopgeloste vragen?
In de avond van 17 januari 1961 werden Patrice Lumumba en twee medestanders, Maurice Mpolo en Joseph Okito, omgebracht in de brousse van Katanga. Zij stierven door de kogels van een executiepeloton, samengesteld uit Katangese militairen, in het bijzijn van president Moïse Tshombe, zijn topministers en andere Katangese regeringsbeambten, een Belgische politieman, een Belgische officier en twee onderofficieren. Dat gebeurde nadat zij diezelfde dag als gevangenen vanuit Thysville (in de door kolonel Joseph Mobutu gecontroleerde zone van Congo) waren overgevlogen naar Elisabethstad (de hoofdplaats van het afgescheurde Katanga, thans Lubumbashi).

De dood van Lumumba bleef decennialang omgeven met vraagtekens: wanneer, hoe, door wie? Volgens de officiële versie van de Katangese regering, die op 13 februari 1961 de dood van Lumumba bekendmaakte, was hij door dorpelingen vermoord na een ontsnappingspoging uit zijn gevangenis. Deze versie werd weliswaar door niemand geloofd, maar de ware toedracht bleef verborgen, ook na het onderzoek van de Amerikaanse Senaat over de geheime activiteiten van de CIA in 1975. In 1990 kwam daarin verandering, toen Jacques Brassinne een proefschrift verdedigde aan de Université Libre de Bruxelles gewijd aan de laatste dagen van Lumumba. Op basis van verscheidene getuigenissen kon de auteur, die als jonge ambtenaar zelf aanwezig was geweest in Katanga ten tijde van de gebeurtenissen, het tragisch einde van de Congolese leider redelijk goed reconstrueren. Hij publiceerde ook tal van documenten, die een betrokkenheid van Belgen aantoonden, maar trok daar geen conclusie uit. In 1999 beschuldigde Ludo De Witte in zijn boek De moord op Lumumba de regering-Eyskens de moord te hebben te hebben beraamd.

Als gevolg daarvan opende het Belgische parlement in februari 2000 een enquête naar de zaak, en meer bepaald naar de mogelijke betrokkenheid van Belgische politici in deze moord. Het was de eerste maal dat een historisch thema het voorwerp uitmaakte van een parlementair onderzoek; het was eveneens de eerste keer dat historici in een dergelijk parlementair onderzoek werden ingeschakeld. Hun conclusie luidde: “Met zekerheid kan worden bevestigd dat Belgische regeringinstanties Lumumba van de macht hebben helpen verdrijven, zich vervolgens hebben verzet tegen elke verzoening van Lumumba met zijn tegenstanders en zijn terugkeer aan de macht hebben proberen te verhinderen. Zij hebben aangedrongen op zijn arrestatie, zonder aan te dringen op een proces. Zij hebben de overbrenging van Lumumba naar Katanga gesteund, zonder de mogelijkheid van zijn terdoodbrenging in Katanga door middel van gepaste maatregelen uit te sluiten”. Het verslag van de parlementaire onderzoekscommissie werd voorgesteld in november 2001 en concludeerde dat de Belgische regering een morele verantwoordelijkheid droeg in de dood van Lumumba.

Tot op vandaag blijft de moord op Lumumba een omstreden kwestie.


Beknopte situering
1. Patrice Lumumba is de eerste premier van het onafhankelijke Congo, voormalige Belgische kolonie. Hij is ook een icoon van de ontvoogdingsstrijd van de Afro-Aziatische landen in de jaren 1960 (mythevorming is een aspect van de onderzoeksproblematiek)

2. Congo wordt onafhankelijk op 30 juni 1960, nauwelijks voorbereid en daarom sterk aangewezen op België (administratie, leger). Beruchte toespraak van Lumumba op de onafhankelijkheidsplechtigheid (finalisme: “heeft zijn doodvonnis getekend”)

3. Congo geraakt al na een week op drift door de muiterij van het leger, de exodus van de blanken, de secessie van de rijke koperprovincie Katanga o.l.v. Moïse Tshombe. Wat gemakshalve de Congo-crisis wordt genoemd is een kluwen van interne en externe belangenstrijd in dit vacuüm. In het zeer uitgestrekte en heterogene Congo komen regionale en etnische tegenstellingen volop aan de oppervlakte. Economische en financiële belangen spelen voluit (Union Minière du Haut Katanga, een van de grootste koperproducenten ter wereld, steunt Katanga).

4. Militaire interventie van België (10.000 para’s naar Congo); diplomatieke breuk tussen Congo en België; internationalisering van de crisis door een grootscheepse VN-operatie (20.000 blauwhelmen) met in haar kielzog de Koude Oorlog (VS steunt VN om Sovjet-Unie buiten te houden). De Congo-crisis wordt een crisis van wereldformaat.

5. Omdat de VN-troepen in Congo Tshombe ongemoeid laten, komt het tot een breuk tussen Lumumba en VN-secretaris-generaal Dag Hammarskjöld. De regering van Lumumba, die zichzelf een neutralist en een panafricanist noemt in de lijn van Bandoeng en Accra, verliest geleidelijk haar draagvlak in binnen- en buitenland. Destabilisatiepogingen van de Amerikanen, de VN en België (Congo heropbouwen vanuit Katanga) nemen toe. Door zijn tegenstanders wordt hij bestempeld als een communist of minstens als onbetrouwbaar.

6. Op 5 september 1960 wordt Lumumba als premier afgezet door president Joseph Kasa-Vubu, die Joseph Ileo benoemt als nieuwe regeringsleider. De president maakt dat bekend via een radiotoespraak Een staatsgreep, zegt Lumumba, die op zijn beurt Kasa-Vubu afzet. In de chaos die daarna ontstaat, pleegt kolonel Joseph Mobutu, de stafchef van het Congolese leger, op 14 september een nieuwe staatsgreep: hij “neutraliseert” Kasa-Vubu, Ileo en Lumumba en geeft hen tot 31 december de tijd om een oplossing te vinden voor de crisis.

7. Mede onder druk van het westen, groeit er een vorm van samenwerking tussen Mobutu en Kasa-Vubu, de enige die door de internationale gemeenschap nog als een legitieme gezagsdrager wordt erkend. Omgekeerd groeit de tegenstelling tussen Mobutu en Lumumba, die nog steeds niet wil wijken. Op 10 oktober 1960 proberen soldaten van Mobutu Lumumba in zijn residentie te arresteren, maar de premier wordt beschermd door een gordel van VN-soldaten.

8. Wanneer de Algemene Vergadering van de VN einde november de delegatie van Kasa-Vubu als enige wettige vertegenwoordiger van Congo erkent, beslist Lumumba om Leopoldstad (Kinshasa) te verlaten en naar zijn machtsbasis Stanleystad (thans Kisangani) te trekken. Hij ontsnapt uit zijn bewaakte residentie en begint aan een lange tocht in oostelijke richting. Achtervolgd door soldaten van Mobutu, wordt hij op 1 december gearresteerd en opgesloten in een militair kamp in Thysville. Antoine Gizenga (vice-premier in de regering-Lumumba) roept zich in Stanleystad uit tot de wettige regering van Congo.



9. Begin januari 1961 heeft Mobutu Lumumba in handen, maar meer dan de helft van het grondgebied is onder controle van lumumbisten (Gizenga). De vrees dat Lumumba zou bevrijd worden of vrijkomen en het regime in Leopoldstad zou vallen, leidt op 17 januari tot zijn transfer naar het afgescheiden Katanga.






Dovnload 12.35 Kb.