Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Uit het duits vertaald vereniging tot uitgave van gereformeerde geschriften te amsterdam

Dovnload 333.48 Kb.

Uit het duits vertaald vereniging tot uitgave van gereformeerde geschriften te amsterdam



Pagina1/9
Datum31.07.2017
Grootte333.48 Kb.

Dovnload 333.48 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9


DE LEER DES HEILS

IN VRAGEN EN ANTWOORDEN


IN HET JAAR 1846 OPGESTELD

DOOR


Dr. H. F. KOHLBRUGGE, 1803-1875
IN LEVEN PREDIKANT BIJ DE NED. GEREF. GEMEENTE TE

ELBERFELD

UIT HET DUITS VERTAALD

VERENIGING TOT UITGAVE VAN GEREFORMEERDE GESCHRIFTEN

TE AMSTERDAM

1938


STICHTING DE GIHONBRON

Voltaweg 18

MIDDELBURG

2010


VOORBERICHT VOOR DE NEDERLANDSE VERTALING.

Onder de werken van Dr. H. F. Kohlbrugge, die we voor het Nederlandsche publiek toegankelijk wensen te maken, behoort ook de “Leer des heils.” Er is wel geen gevaar meer, dat men in verzoeking zou komen, onze Catechismus er door te verdringen. Onze jeugd heeft veel te veel met sport enz. te doen, dan dat ze naar dit zo diepe en uitvoerige geschrift zou reikhalzen. Maar velen zullen het toch op prijs stellen, te zien, hoe nu Dr. Kohlbrugge de leer van de zaligheid uit haarzelf heeft ontwikkeld, zonder aan enig stelsel gebonden te zijn. Hier is in de volste mate theologie van een die in deze dingen met heel zijn leven betrokken is, en niet van een die de Waarheid kalm van alle kanten bekijkt.

Zo hebben we dit geschrift voor het Nederlandsche volk, dat Gods Woord liefheeft, vertaald. We hebben daarbij dankbaar gebruik gemaakt van een al bestaande vertaling, die slechts in handschrift bestond, waarschijnlijk van de hand van wijlen Ds. F. Oberman te Leiden, en die gecorrigeerd naar de gedrukte tekst die Ds. B. Lütge in Elberfeld in het jaar 1903 uitgaf.

Moge de Gemeente Gods in Nederland er rijke troost en lering uit putten!


Uit naam van het Bestuur van de Vereniging tot Uitgave van Gereformeerde Geschriften,
J. C. S. LOCHER.
Leiden, najaar 1937.

VOORBERICHT BIJ DE DUITSE UITGAVE.

Ter gelegenheid van de 100ste geboortedag van Dr. H. F. Kohlbrugge ( geboren te Amsterdam de 15de Augustus 1803) bieden wij de Gemeente, die onder zijn prediking vergaderd en geweid werd, alsook zijn leerlingen van nabij en vere, een tot nu toe slechts weinigen bekend geschrift van de geliefde leraar aan. Dr. Kohlbrugge schreef het in 1846 ter eigen voorbereiding bij het onderwijs in de Catechismus.

Hoezeer deze man Gods onze Heidelbergse Catechismus achtte en liefhad is algemeen bekend. Daarom heeft Dr. Kohlbrugge deze door hemzelf opgestelde catechismus aan slechts enkelen van zijn leerlingen bekend gemaakt, daarentegen de Heidelbergse Catechismus opnieuw doen verschijnen met vragen en antwoorden tot opheldering en bevestiging, en deze Catechismus steeds op de catechisatie gebruikt.

Ds Künzli deelde ons ‘s Zondags na het verscheiden van Dr Kohlbrugge de woorden ook die deze nog op zijn sterfbed sprak: “De Heidelberger! De eenvoudige Heidelberger! Houdt daaraan vast, mijn kinderen! Uit uzelf kunt ge geen enkele waarheid verstaan, maar deze Catechismus bevat alles, zoals ik het u heb onderwezen.”

En zoals hij ons onderwezen heeft, heeft hij de Waarheid, die onze gereformeerde belijdenisschriften bevatten, niet slechts herhaald, maar haar opnieuw in haar volle diepte gegrepen, uit de Heilige Schrift bevestigd, en haar op zijn eigen, zelfstandige wijze verkondigd.

Onder de tucht en onderwijzing van de Geest, in de wegen, in welke God hem gevoerd had, door zoveel nood en aanvechting, is voor onze Ds. Kohlbrugge de oud gereformeerde leer weer fris en nieuw geworden. Daarom ook was zijn getuigenis steeds zo levend en krachtig. En wij twijfelen niet of de Gemeente en zijn leerlingen zullen zijn getuigenis, ook in het werk dat nu verschijnt graag vernemen.


Steeds weer hoort men vragen, wat toch het kenmerkende was in de leer van Dr. Kohlbrugge. Op deze vraag zal men nimmer een antwoord kunnen vinden, als men een onderscheid zoekt tussen de gereformeerde leer en de onderwijzing van Dr. Kohlbrugge.

Wèl echter treedt, bijzonderlijk ook in dit geschrift, duidelijk aan het licht, datgene waarop onze leraar steeds weer de nadruk legde, namelijk dat de sleutel tot het verstaan van het Woord Gods en dus het grondbeginsel van de ware theologie ligt: in de erkenning van Gods Wet. De verklaring van deze Wet, gelijk zij als de onveranderlijke uitdrukking van de wil Gods, uit Gods hart is voortgekomen en in Christus vervuld is, gelijk zij door de Heilige Geest in de harten van alle ware Godskinderen geschreven en in hun wandel gehandhaafd wordt, is voor ons van het hoogste belang. Daarom hebben wij de gelegenheid niet willen laten voorbijgaan om deze door Christus’ getuige nagelaten schat ook mee te delen aan andere, die nog vragen naar het recht onzes Gods, niet om het te kennen, maar om het te doen.

Moge deze onderwijzing hen sterken in de strijd tegen het vlees, dat het Evangelie aan zijn eigen lusten en begeerten zoekt dienstbaar te maken.
Wij hebben hier van de hand van onze leraar zelf een kort begrip van de leer des heils. Wellicht zou Ds. Kohlbrugge, als hij dit geschrift zelf in druk had laten verschijnen, een en ander in de stijl hebben veranderd. Wij achtten het echter onze plicht, het werk van de overledene onveranderd aan te bieden. Het oorspronkelijke, levende en karakteristieke, ook in de stijl, mocht niet verloren gaan. En wanneer het een of ander vreemd of onwaarschijnlijk lijkt, moge het tot nadenken prikkelen.

Slechts hier en daar hebben wij een korte opmerking, die misschien van nut kan zijn, toegevoegd.

De tekstaanhaling van veel Bijbelplaatsen, woordelijk naar de grondtekst, zal de welwillende lezer graag aannemen van een van God begenadigde leraar, die Luther’s vertaling hoogachtte - en herhaaldelijk er op wees dat God de Bijbel door Luther aan het Duitse volk gegeven heeft - maar zich daarbij niet slaafs aan de letter hield.

Wat de Apostel Johannes (I Johannes 2: 7, 8) van zijn verkondiging schrijft, dat mogen wij ook wel met betrekking tot dit werk van onze leraar zeggen: “Broeders, ik schrijf u geen nieuw gebod, maar een oud gebod, dat gij van den beginne gehoord hebt. Dit oude gebod is het woord dat gij van de beginne gehoord hebt. Opnieuw schrijf ik u een nieuw gebod: hetgeen waarachtig is in Hem, zij ook in u waarachtig. Want de duisternis gaat voorbij en het waarachtige licht schijnt nu.”


Namens de Commissie:

B. LÜTGE, Predikant.


Elberfeld. Augustus 1903.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9

  • VOORBERICHT VOOR DE NEDERLANDSE VERTALING.
  • VOORBERICHT BIJ DE DUITSE UITGAVE.

  • Dovnload 333.48 Kb.