Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda

Dovnload 2.11 Mb.

Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda



Pagina1/53
Datum28.10.2017
Grootte2.11 Mb.

Dovnload 2.11 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   53

Het grote Johannes evangelie

De Heer gaf dit door het innerlijke woord


aan
Jakob Lorber

Deel 5




UITGEVERIJ DE STER, GINNEKENWEG 124, 4818 JK BREDA

Oorspronkelijke titel: 'Johannes, das grosse Evangelium' geschreven door Jakob Lorber. Dit boek is gepubliceerd door Lorber-Verlag, Bietigheim Wurttemberg.


Wie wat meer zou willen weten van de profeet Jakob Lorber, kan zich wenden tot de

Jakob Lorber Stichting voor het Nederlandse taalgebied

Burg. de Millylaan 1,7231 DP Warnsveld. Telefoon: 05750 - 21803
Copyrights 1988 Uitgeverij De Ster - Breda
NUGI 632

ISBN 9065564918


Uit deze uitgave mag uitsluitend iets verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm, opnamen, of op welke andere wijze ook, hetzij chemisch, elektronisch of mechanisch, na voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Any part of this book may only be reproduced, stored in a retrieval system and/or transmitted in any form, by print, photoprint, recording, or other means, either chemic, electronic or mechanic, with the written permission from the publisher


Inhoud
hoofdstuknummer/omschrijving/tussen haakjes, indien bekend, de datum waarop het geschreven werd

De plaatsen van handeling worden vetgedrukt


Jezus in de omgeving van Caesarea Philippi Ev. Matth. hfdst.16 (vervolg)
1 De wonderbaarlijke maaltijd

2 Hoe wonderen plaats vinden

3 De voorzienigheid van God en de vrije wil van de mens

4 Het nieuwe huis van Marcus, een wonder van Raphaël

5 Kinderen van de wereld en kinderen van God

6 Gedragsregels van de Heer voor de waard Marcus

7 Over de Romeinse opperpriester. Kritiek op het heidense priesterdom in Rome

8 De godsdienstige verhoudingen in Rome in Jezus' tijd

9 De voorspelling van de Heer over het lot van Rome en Jeruzalem

10 Een evangelie voor het vrouwelijk geslacht

11 De meningen van de Nubiërs over wonderen doen

12 Over gelijkhebberij

13 De mogelijkheid grotere dingen te doen dan de Heer

14 Het doen van wonderen door de mens, die geheel in Gods wil is opgegaan

15 De Heer troost de Nubiërs, die niet zijn geroepen tot het kindschap van God

16 De deputatie uit Caesarea

17 De wijze wetgeving in Mathaël’s koninkrijk aan de Pontus

18 De rechtsstrijd tussen Cyrenius en Roclus

19 De eigenlijke bedoeling van Roclus en zijn metgezellen

20 Roclus bezichtigt het wonderbouwsel

21 De atheïstische geloofsbelijdenis van Roclus

22 Roclus bewijst zijn atheïsme

23 Roclus' mening over goden en priesters

24 Roclus' probeert zijn atheïsme als juiste wereldbeschouwing te bewijzen

25 Het karakter van Roclus, zoals de Heer hem ziet

26 Cyrenius bejegent Roclus als vriend.


De oorzaak van het verval van het priesterschap

27 Het kunstmatige Allerheiligste in de tempel te Jeruzalem.

Indische gruwel van boetedoening

28 Roclus over de Indische priesterkaste

29 Roclus vertelt over de residentie van de opperpriester van

30 Roclus bekritiseert de Indische en joodse religie

31 Roclus prijst de goddeloosheid en het niet-bestaan

32 De natuurfilosofie van Roclus

33 De god van de natuurfilosofen

34 Roclus vergelijkt menselijke met goddelijke daden

35 Roclus laat zien dat het hart de zetel is van de ware godheid

36 Roclus wordt naar Raphaël verwezen

37 Raphaël beschrijft Gods wezen

38 Doel van de boetedoening in Indië

39 De gevaren van hoge wetenschappelijke ontwikkeling

40 Het ontstaan van slavernij

41 De egoïstische huishouding van de oude Egyptenaren en de toestand aldaar

42 De staatsorde van de oude Indiërs

43 De religieuze band tussen Indië en China

44 Roclus vertelt over de toverkunst van een Indische magiër

45 Raphaël verklaart de toverwerken van de Indisch~ magiër

46 Het priesterdom als vijand van het licht

47 De vruchten van de nacht en de vruchten van het geestelijke

48 Roclus verdedigt het Essenendom en de schijnwonderen

49 Het verschil tussen levenswijsheid en bedrog

50 De gevaren van de bedrieglijke wonderen van de orde der Essenen

51 Ware en valse wonderdoeners

52 Roclus' twijfel aan Raphaël’s macht

53 Roclus rechtvaardigt het stichten van de orde der Essenen

54 Wat Roclus over de Nazarener heeft gehoord en zijn opvattingen daarover

55 Het wonder dat Roclus van Raphaël verlangt

56 De Essenen gissen naar de persoon van Raphaël

57 Roclus spreekt over het belang van een ontwikkeld verstand

58 De invloed van de liefde op het verstand

59 Raphaël onthult wat Roclus diep in zijn hart over de Heer denkt

60 Het wezen van de liefde

61 Het inzichtelijk vermogen van de liefde.

De ontoereikendheid van rede en verstand

62 De liefde en haar licht dat tot inzicht leidt

63 Roclus en zijn metgezellen overleggen met elkaar

64 Ruban pleit bij zijn metgezellen voor de Heer

65 Ruban richt zich tot de Heer

66 Raad en toespraak van de Heer, gericht aan de Essenen

67 Roclus probeert zijn onwaarachtigheid tegenover de Heer te recht­vaardigen

68 Het priesterdom als grootste hindernis om de leer van de Heer te verbreiden

69 De ware levensweg

70 Het wezen van satan en van de materie

71 Wat aan gene zijde het lot is van de materieel geworden ziel

72 Verklaring van het woord “SHEOULA” (hel). Over helder zien

73 Hoe men God boven alles liefheeft en hoe God graag ziet, dat de mens werkt

74 Vragen over ziektes en het genezen ervan

75 Pijn, ziekte en dood

76 De vrijheid van de menselijke wil

77 Over juiste en onjuiste ijver

78 De ontwikkeling van de vrije wil. De nadelen van overdreven ijver

79 De Heer maakt gewag van Zijn laatste avondmaal en Zijn kruisdood

80 Raphaël eet veel

81 Het verschil tussen Raphaël’s persoon en wezen en dat van de aardse mens

82 Over de wonderen van Raphaël

83 Levensvervolmaking en wonderkracht door de liefde tot God en de naaste.

Ware en valse profeten

84 De betekenis van het kindschap Gods op deze aarde

85 De overgangsperioden in het rijk van de natuurgeesten

86 Over het wezen van de diamant en de robijn (Thummim en Urim)

87 Over sieraden van goud en edelstenen bij heersers

88 Geloof en verstand

89 De gevaren van goud

90 De belangrijkste taak van de mens: een volkomen evenbeeld van God te worden

91 Alles heeft zijn tijd

92 De Farizeeën nemen aanstoot aan de vrolijke maaltijd van de Heer

93 Roclus richt scherpe woorden tot de Farizeeën

94 Raphaël verklaart voor Roclus de begrippen 'satan' en 'duivel'

95 Roclus' tegenwerpingen

96 Demonen en hun invloed

97 De vrije wil van de mens. De hulp van de goddelijke genade

98 De zelfbeschikking van de ziel

99 Floran verwijt de Farizeeën hun liefdeloze kritiek op de Heer

100 De zegen van het Romeinse bewind voor het joodse volk

101 Roclus en Floran in gesprek over Stahar

102 Roclus belicht het Farizeeërdom

103 Roclus windt zich op over Stahars geestelijke blindheid

104 Stahar vertelt over zichzelf en zijn levenservaringen

105 De onbegrijpelijke wegen van de Voorzienigheid.

Waarom Stahar ten aanzien van de heer twijfelde

106 Het beperkte inzicht van de engelen in het denken van de Heer

107 Een voorspelling van de Heer over de toekomst: de volksverhuizing

108 Het tijdperk van de techniek

109 Over het gericht dat de mensen zelf veroorzaken

110 De toekomstige teistering van de aarde.

De kinderen van God zullen geborgen zijn

111 Het einde van de aardse materie

112 De materiële werelden zullen ooit in geestelijke veranderd worden.

Kinderen en schepselen van God.

113 De mensen van de sterrenwerelden en het kindschap van God

114 De grote scheppingsmens en de aarde

115 Wezen en inhoud van een hulsglobe

116 Ontoereikendheid van het menselijk inzicht. Troost in de goddelijke liefde

117 Het kennen van Jezus als God als voorwaarde voor de ware liefde tot God

118 Gouden richtlijnen voor het verbreiden van het evangelie

119 Het verschil tussen een ware en valse leider

120 De toekomst en het zuiver houden van de leer van de Heer

121 Zet men het Woord niet om in de daad, -dan kent men het niet

122 Het belang van het daadwerkelijke christendom

123 Wijsheid als gevolg van liefdevolle werkzaamheid

124 Het wel goed weten, maar niet doen

125 De noodzaak om zichzelf te onderzoeken

126 Naastenliefde als regelaar van spaarzaamheid

127 De liefde als meest ware lofprijzing van God.

De Heer geeft gelijke­nissen over de aarde en het planten.

128 De geestelijke betekenis van de twee gelijkenissen

129 De geestelijke rijpheid van de maaiers van de Heer

130 Aanwijzingen van de Heer voor de verbreiding van het evangelie

131 Handelen volgens de leer en Gods beloften. Over ceremoniële diensten

132 De verlossing van het ceremoniële juk en de wet

133 De houding van Gods kinderen tegenover politieke staatswetten

134 Grondregels voor de opvoeding van kinderen

135 Te verwachten moeilijkheden in het instituut der Essenen

136 De bedrieglijke opwekkingen uit de dood door de Essenen worden verboden

137 De grondregels van het vernieuwde instituut der Essenen

138 Roclus probeert leugens om bestwil te rechtvaardigen

139 De rechtvaardiging van verstand en slimheid

140 Verhulde waarheden en leugens. Valse profeten en hun wonderen

141 Deemoed en broederliefde; Roclus en zijn metgezellen in verlegen­heid

142 Roclus' voorstellen voor de hervorming van het instituut der Essenen

143 De Heer geeft Roclus raad

144 Hoe de verhouding van de Essenen tegenover het priesterdom vervolg zal zijn

145 Farizeeën klagen de Heer als opruier tegen de staat bij Cyrenius

146 Ontmaskering van de valse aanklagers

147 Onderhandeling met de Farizeeën

148 De Farizeeën bekennen

149 Cyrenius' getuigenis voor de Heer

150 De domheid en blindheid van de Farizeeën

151 De tempelmoraal van de Farizeeër. Mozes' wonderen door de Fari­zeeër belicht

152 Nog meer verklaringen van wonderen in het oude testament

153 De natuurfilosofie van de Farizeeër

154 Cyrenius wijst op de wonderen van de Heer

155 De Farizeeën krijgen een les door middel van een wijnwonder

156 De twijfel van de Farizeeër aan het bestaan van God

157 De aarde, een oefenschool voor de kinderen Gods

158 Nood als middel tot opvoeding

159 Ware en verkeerde wereldse werkzaamheid

160 Iemand die op egoïstische wijze naar zijn wedergeboorte streeft

161 De indruk van de wonderbaarlijke werken van de Heer op de Farizeeën

162 Cyrenius onthult de mening van de Farizeeër over de wonderwerken van de Heer

163 Het materialistische geloof van de aanvoerder der Farizeeën

164 De godsdienstfilosofie van de Farizeeër

165 Marcus spreekt over geloof en ongeloof

166 De bekering van de Farizeeën

167 Het afscheidsuur van de Heer bij Marcus

168 Over gierigheid en spaarzaamheid

169 Een belofte voor hulpzoekenden.

De Heer neemt afscheid van het huis van Marcus

170 Petrus' blinde ijver en zorg om de Heer (Ev. Matth. 16,20-23)

171 Het wezen van satan en van de materie (Ev. Matth. 16, 24-28)

172 De Heer met zijn leerlingen in het vissersdorp bij Caesarea

173 De stoïcijnse levenshouding van de bewoners van het vissersdorp

174 Geloof doet wonderen

175 De stoïcijnse wereldvisie van visser Aziona

176 Johannes onthult het leven van Aziona

177 Het ware, levende geloof

178 De weg tot het ware geloof

179 De droom van Hiram

180 Wat de ziel tijdens een droom ziet

181 Hirams stoïcijnse-naturalistische wereldbeschouwing

182 De vormende kracht van de menselijke ziel in de droom

183 Hirams magische belevenissen

184 Het bestaan van de menselijke ziel vóór het lichamelijke leven en erná

185 Hirams bezwaren tegen het eeuwige voortbestaan van de mens

186 Oneindigheid, eeuwigheid en zaligheid

187 Drie bedenkingen tegen het voortleven na de dood

188 De noodzakelijke verscheidenheid van wezens en omstandigheden op aarde

189 De vraag over de Messias

190 Johannes is bang voor Hirams scherpe verstand

191 Het vuurwonder van Johannes

192 Het wonderbaarlijke nachtmaal

193 Het naderende schip met de achtervolgers

194 De achtervolgers staan terecht

195 Het levensverhaal van de achtervolgers

196 De geldzucht van judas. De voordelen van nachtelijke rust op ligstoe­len

197 De oergeschiedenis van de mensen

198 De oergeschiedenis van de levende wezens op aarde

199 De verscheidenheid der werelden

200 Het verschil tussen de mensen van deze aarde en die van de andere werelden

201 Een blik op Saturnus

202 De vraag over de Messias

203 Hirams voorstelling van de Messias

204 Messias en verlossing

205 De verklaring van het begrip Messias

206 Hirams getuigenis over de Heer

207 Het strandgoed wordt verzameld en opgeborgen.

De nieuwsgierig­heid van de dorpsbewoners.

208 De voorbereidingen voor het morgenmaal

209 Aziona en Hiram in gesprek met hun buren

210 Epiphanes, de filosoof

211 De mens als onvergankelijk wezen

212 Twijfel en vragen van Epiphanes

213 De noodzaak van het ware, heldere geloof

214 Licht­ en bijgelovigheid

215 De missie van de Heer.

Epiphanes betwijfelt of de mensen de leer van de Heer zullen begrijpen.

216 De wonderbaarlijke kracht van het woord.

Onderwijzen is beter dan wonderen doen

217 De wonderbaarlijke verandering van het gebied.

Wilsvrijheid opgaan in Gods wil

218 Het belang van de gemoedsrust

219 Epiphanes' moed

220 Het doel van de kruisiging van de Heer

221 Epiphanes' voorstellen ter vermijding van de dood van de Heer

222 De leerlingen verwonderen zich over de veranderde omgeving. Over het vasten

223 Vijandelijke verkenningsschepen in zicht. De storm als afweermiddel

224 Aziona vraagt naar het leven van de ziel na de dood

225 Kinderen van God (van boven) en kinderen van de wereld (van beneden)

226 Het leven van de wereldmensen aan gene zijde

227 De nietigheid van een kracht zonder tegenkracht

228 De tegenpool van God

229 De beide polen van het bestaan

230 De weg naar de verlossing

231 De vraag naar de verlossing van de onwetenden

232 Leiding aan gene zijde en wederbelichaming

233 Het vergaan en ontstaan van materiële scheppingen

  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   53

  • De oorzaak van het verval van het priesterschap

  • Dovnload 2.11 Mb.