Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda

Dovnload 2.11 Mb.

Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda



Pagina13/53
Datum28.10.2017
Grootte2.11 Mb.

Dovnload 2.11 Mb.
1   ...   9   10   11   12   13   14   15   16   ...   53
55 Het wonder dat Roclus van Raphaël verlangt
[1] ROCLUS zegt lachend: 'Wat ben jij een vreselijke opschepper! Als je nog nooit een onwaarheid hebt gesproken dan heb je het nu gedaan! Daar laat die jonge vlegel mij de heerlijke Nazarener eerst uitvoerig beschrijven en zegt nu, dat hij al geruime tijd bij hem in dienst is. Niet slecht, helemaal niet slecht! Eerst weet hij nog zo goed als niets over hem en nu is hij zelfs zijn dienaar! Neen, maar nu vraag ik je toch om dat te bewijzen, anders zal ik ervoor zorgen dat jouw blonde lokken te berge rijzen! Begrepen?! Kom dus maar op met het bewijs!"

[2] RAPHAËL zegt: 'Ja m'n vriend, met dit verzoek maak je me niet bang en ik zal in staat zijn om alles te doen wat je maar verlangt, als je tenminste iets verstandigs vraagt en iets wat men zich voor kan stellen; want voor iets doms en iets dat men zich niet voor kan stellen bezit ik geen kracht en geen macht. Vertel me dus vlug waarmee ik het moet bewijzen, dan zal ik het ook even vlug ten uitvoer brengen!"

[3] ROCLUS keek Raphaël nu strak in het gezicht en zei: 'Wel, mijn lieve, jonge vriend, hier heb ik een steen van de grond opgeraapt die ongeveer vijf pond weegt. Hij is van bruin graniet en is voor zover ik weet met geen enkel metaal verwant. Maak er goud van, maar het gewicht moet gelijk blijven!"

[4] RAPHAËL zegt: 'Kortzichtige man, als.dat goud wordt, zal de klomp wel drie keer zo zwaar worden! Het gewicht kan dus niet gelijk blijven als aan de vorm en de omvang niets veranderd mag worden! Wat wil je nu dat er verandert?"

[5] ROCLUS zegt: 'Laat vorm en omvang hetzelfde blijven en het gewicht veranderen ten behoeve van het wonder!'

[ 6] RAPHAËL zegt: 'Houd de steen nu dan stevig vast, opdat hij niet wanneer hij als een goudklomp driemaal zwaarder is geworden uit je hand valt; want de oerplotselinge gewichtstoename geeft altijd hetzelfde gevoel als wanneer er een steen van ongeveer tien pond uit de lucht in je handen zou vallen! Je zou dus wel eens met goudklomp en al om kunnen vallen!"

[7] ROCLUS zegt: 'Dat ongeluk zal mij waarschijnlijk niet overkomen!'

[8] Dit zei Roclus enkel vanuit een soort twijfel over het slagen van het bewijs. Op hetzelfde moment wil Raphaël de steen echter in goud veranderen. De steen verandert op dat moment ook helemaal in goud en werpt door de plotselinge gewichtstoename Roclus op de grond en wel zo hard, dat Roclus zich flink bezeerde en hij nauwelijks in staat was om weer op te staan.

[9] Toen hij (ROCLUS) weer op zijn benen stond begon hij Raphaël te verwijten dat hij het moedwillig had gedaan: 'Luister, wonderbaarlijke, baldadige jongen, tien van zulke goudklompen zijn niet waard om je daarvoor zo'n pijn te laten welgevallen! Had je me dan niet kunnen zeggen: 'Nu gebeurt de verandering!'? Ik ben immers met mijn hoofd en mijn handen zo hard op de grond terecht gekomen alsof ik uit een hoge boom ben gevallen! Mijn hoofd doet nog ontzettend pijn! O, jij baldadige wonderjongen, genees me nu ook van mijn hevige hoofdpijn, als een nog groter bewijs van de waarheid van hetgeen je gezegd hebt!'

[10] Nu blies Raphaël in de richting van Roclus en op hetzelfde ogenblik voelde Roclus geen enkele pijn meer, en RAPHAËL zei tegen hem: 'Til nu ook de klomp goud van de grond op en bekijk hem of hij wel helemaal van echt goud is!"

[11] ROCLUS deed dat en riep meteen ook zijn elf metgezellen erbij en zei: 'Kijk hier eens en oordeel zelf!"
56 De Essenen gissen naar de persoon van Raphaël
[1] ALLEN kwamen en zeiden: 'Vriend, dat is puur goud, en die hele klomp zou wel eens een nauwelijks te schatten hoge waarde kunnen hebben! En die onbeschrijflijk mooie jongen heeft enkel door zijn wil bewerkstelligd dat deze bruine korensteen nu een even grote klomp goud werd? Dat kan geen enkele magiër! Het is dus een echt wonder, alleen een God mogelijk, -wat wij weliswaar tot nog toe allemaal voor een verzinsel hielden, maar dit feit zegt ons onmiskenbaar iets anders. Deze prachtige jongen is een God, niets meer en niets minder! Die moet door ons aanbeden worden en wij moeten hem offeren wat wij maar kunnen, opdat hij niet boos op ons wordt en ons zelfs zou verlaten!"

[2] ROCLUS zegt: 'Hij beweert van zichzelf dat hij slechts een leerling en dienaar van de steeds beroemder wordende Nazarener is. Hij is dus geen God; maar des te duidelijker komt hier de onbetwistbare goddelijkheid van de Nazarener naar voren! Ook hebben jullie zojuist gezien met wat voor geweld ik op de grond viel, waardoor ik hevige hoofdpijn kreeg, en met een heel zachte ademtocht uit de mond van de jongen werd die pijn letterlijk weggeblazen. Dus de jongeling is volgens zijn eigen woorden slechts een leerling en dienaar van de Nazarener, en verdient weliswaar al ons respect, maar geen aanbidding en geen offer! Omdat hij dit nu ongetwijfeld is, moeten we nu alleen naar de Nazarener zoeken; hebben we die, dan hebben we alles!"

[3] De METGEZELLEN zeggen: 'Is deze jongen tenslotte niet zelf de Nazare­ner?

[4] ROCLUS zegt: "Neen, neen, dat is hij niet! Ten eerste is hij daar veel te jong voor; dertig jaar, -hoe komen jullie daarbij!? Deze jongen is amper zestien! En ten tweede hebben we de hoogst eigen bekentenis van de jongen zelf! Zijn moedwilligheid is wel een beetje erg, maar van een leugen is bij hem absoluut geen sprake, dat garandeer ik jullie, -geen spoortje van een leugen is bij hem; want zo goed heb ik hem welleren kennen! Oprecht is hij zonder meer, soms ook wel een beetje ondeugend, wat we vanwege zijn jeugdige leeftijd graag door de vingers willen zien, te meer daar hij zo'n prachtige jongen is als ik in mijn leven nog nooit heb gezien! Men zou bijna denken dat hij een verkleed erg mooi meisje is; maar soms ziet hij me er toch veel te ernstig uit, zodat ik hem dan ook ondanks zijn zeer vrouwelijke schoonheid toch voor een mannelijk persoon moet houden. Ook is hij veel te wijs voor een meisje; want meisjes, ook al zijn ze nog zo mooi, zijn altijd een beetje dom en kunnen zich nooit en te nimmer tot de wijsheid van een man verheffen. Maar hij bezit een heel bijzondere wijsheid, waar iemand zoals wij niet mee kan wedijveren. Dit alles bewijst echter ook dat hij niet de Nazarener zelf, maar een echte dienaar van hem is. Laat hij ons bij de Nazarener brengen!"

[5] Nu richt Roclus zich weer tot Raphaël en zegt: 'Luister, jij beste, ofschoon enigszins kwajongensachtige dienaar van de Nazarener! Wij beiden zijn klaar met elkaar en ik en mijn collega’s vragen je nu alleen nog om ons te laten zien waar wij de beroemde Nazarener kunnen vinden en ontmoeten!"

[6] RAPHAËL zegt: 'Ja, nu mag en kan ik je, ook al is het een beetje vaag, wel zeggen dat de zeer beroemde Nazarener zich juist hier bevindt! De juiste persoon kun jij met je scherpe verstand zelf wel vinden onder deze ruim honderd gasten! Kijk, als je niet zo'n scherp verstand had, dan had ik je de persoon van de Nazarener wel aangewezen; maar je scherpe verstand belet me dat! Ga daarom goed zoeken en je zult het goede wel vinden!"

[7] ROCLUS zegt: 'En maar hatelijke opmerkingen maken, - geeft niets; mijn verstand is desondanks niet te verachten! Wat ik daarmee niet kan vinden, vind ik wel met mijn hart; want dat behoort toch ook niet bepaald tot de minste op deze wereld. Maak je geen zorgen om mij, mijn jonge, zeer wijze vriend, ik zal niet lang hoeven te zoeken en spoedig het juiste vinden en hebben!"
57 Roclus spreekt over het belang van een ontwikkeld verstand
[1] Nu spoort Raphaël Roclus aan om eerst voor de kostbare klomp goud te zorgen, die hij hem cadeau doet.

[2] ROCLUS zegt een beetje boos geworden: 'Vriend, als ik op het punt sta het hoogste goed van de mensen te zoeken, dan laat ik het gevaarlijke vuil van deze wereld met rust! Heb je dat begrepen, jonge vriend, je dreigt nu toch wel een beetje eigenwijs te worden?! Ik kan je werkelijk verzekeren dat ik deze vuiligheid met geen vinger meer aan zal raken en je kunt het voor je eigen plezier weer veranderen in hetgeen het vroeger was!

[3] Denk je soms dat ik begerig ben naar goud, omdat ik een Griek en een Esseen ben? Wel, dan vergis je je deerlijk! Ten eerste bezit ik thuis als aards erfgoed honderd keer meer van dit gele vuil der aarde dan deze ongemak­kelijke klomp groot is en daarom heb ik dit vers gebakken goud niet nodig, en ten tweede is mijn hart er nog nooit aan gehecht geweest; want als ik ooit begerig was geweest naar aardse goederen, dan had ik vast nooit zo'n scherp verstand kunnen ontwikkelen, dat, ook al kan het, het Allerhoogste zelf niet begrijpen, toch een hulpmiddel is op de weg daarheen, en ook daarom alleen al duizend maal meer waarde heeft dan honderdduizend van zulke goudklompen.

[4] Wel weet ik nu dat de mens bij het puur met het verstand zoeken naar de hoogste geestelijke zaken van het leven, ook al is dat verstand nog zo zuiver en scherp, er nooit helemaal zal komen; maar als dit licht van de ziel volledig ontbreekt, zal de mens het nog moeilijker hebben om bij de hogere, dieper liggende waarheden van het leven te komen! Als de mens een goed ontwikkeld verstand heeft, dan is hij volgens mij al een flink eind op weg naar de eeuwige en onvergankelijke levenswaarheid die van God komt, en dat is vanuit dit gezichtspunt bekeken zeker ook al van zeer hoge waarde, en het is daarom helemaal niet juist dat jij, jonge vriend, zo plagend over mijn scherpzinnigheid spreekt!

[5] Kijk, in de afgebrande stad dwalen nog heel wat mensen rond over wier scherpe verstand jij je zeker nooit zou beklagen; waarom komen ze dan niet hier naar toe, deze schapen en lammeren, om de diepere waarheden v~n ~et leven te zoeken? Ze zijn hier allemaal komen kijken en hebben dit nieuwe wonderbaarlijke huis vast ook ontdekt; maar dat is hen om het even!

[6] Wat kan de belangstelling wekken van een mens als hij helemaal niet in staat is om te denken? Ik zeg: Helemaal niets, behalve dat zijn misschien hongerige maag ijverig achter wat eten aan zal lopen, dat hem zal verzadigen! Zet deze steeds hongerige menselijke lastdieren een maaltijd voor en verricht naast hen de grootste wonderen, -dan zullen deze verstandsloze mensen gulzig eten en niet in het minst oog hebben voor jouw wonderen! En als ze hun maag hebben gevuld, worden ze traag en slaperig en zullen weer geen oog hebben voor je wonderen! Zoiets valt alleen het ontwikkelde verstand op en het begint te denken en allerlei vergelijkingen te maken en heeft geen rust tot het de een of andere verklaring van het wonder te pakken heeft!

[7] Maar als dit onweerlegbaar zo is, waarom maak je dan voortdurend bitse opmerkingen over mijn scherpe verstand? Kijk, ondanks al je won­derbaarlijke kracht heb je het wat dit betreft toch wel heel erg mis!

[8] Als ik een God waarachtig wil leren kennen dan moet ik daarbij, en wel op de eerste plaats, ook denken en dan pas voelen! Wat moet anders een beter en geestelijk gevoel in mijn hart opwekken als ik als een os ben zonder verstand? Jij zei me dat ik de goddelijke Nazarener alleen met mijn scherpe verstand moest zoeken en vinden; en dat zal ik ook doen om je te laten zien, dat een goed verstand ook ergens goed voor is! Kort en goed, het is uitstekend, ik ben je heel veel dank verschuldigd en ik mag je echt heel graag -want je hebt mij een echte God leren kennen en mij daardoor een onmetelijke schat gegeven, waartegen hele goudbergen niet opwegen -; maar datje nog steeds vervelende opmerkingen maakt over mijn verstand bevalt me niet aan jou!

[9] Want zelfs de hoogste wijsheid van een God moet het met me eens zijn, dat het verstand voor de mens vanwege de zelfkennis en hoofdzakelijk vanwege de daaruit voortvloeiende kennis van God even noodzakelijk is, als de ogen voor hem nodig zijn om te kunnen zien! Ik weet wel dat een mens met zijn verstand, ook al is dit nog zo wakker en helder, eindeloos veel niet kan en zal begrijpen van wat de goddelijke, hoogste wijsheid allemaal heeft verordend, wat haar deed ontstaan, en wat er allemaal is en gebeurt; maar zonder een zekere scherpzinnigheid, die in staat is om te onderzoeken en te onderscheiden, begrijpt de mens helemaal nooit iets!

[10] Men zegt, dat alleen het geloof een licht is voor de mens! O, lieve hemel, wat is dan een geloof zonder verstand? Het is de wiegewijsheid van onmondige kinderen die naar de maan reiken omdat ze mogelijk denken dat het een rond stuk honingbrood is! Er zijn werkelijk volwassen mensen op deze goede aarde die de maan voor een in de lucht zwevend stuk brood houden, dat iedere maand door de paradijsvogels wordt opgegeten, maar dan meteen weer opnieuw begint te groeien! Ja, vriend, zeg me, wat heb jij, wat heb ik en wat heeft een God nu aan zo'n geloof? Is het dan niet beter en waardiger voor de menselijke en goddelijke geest in de mens om na te denken en in de loop van de tijd te ontdekken, dat de maan toch iets anders moet zijn dan een stuk brood waarvan de paradijsvogels kunnen eten?

[11] Mijn principe is: Alles onderzoeken en daarvan het goede, en hetgeen in ieder geval het dichtst bij de waarheid komt, zolang behouden tot men hierover een beter en sterker licht ergens vandaan heeft gekregen. Immers, in een pikdonkere nacht is een lichtwormpje beter dan helemaal geen licht; en daarom is het lichtvonkje van de ziel -verstand genaamd -immers ook beter dan totaal duister bijgeloof, waarin in de verste verte geen waarschijn­lijkheid is te ontdekken!

[12] Gesteld, dat ik een volstrekte waarheid, die mij verteld is, moet geloven zonder mij ook maar in het minst ervan te kunnen overtuigen dat het werkelijk een waarheid is, omdat het verstand en de ervaring die daarvoor nodig zijn ontbreken. Wat is zo'n geloof dan anders dan het blindste bijgeloof? Want wat voor nut heeft de geloofde waarheid voor mij als ik die niet begrijp, ja mij helemaal niet overtuigen kan of het een waarheid is? Waar zou goud nu goed voor zijn, als het verstand van een mens het niet zou kunnen onderscheiden van ander, gewoon, waardeloos metaal? Als een mens dus iets gelooft dan moet hij het toch met een beetje verstand geloven, anders maakt het voor hem immers niet uit of iets leugen of waarheid is!

[13] Als jij mij zegt: 'Ver achter die blauwe bergen ligt een stad die louter uit de kostbaarste edelstenen is opgebouwd, en de mensen die daar wonen zijn allemaal reuzen!', dan zal ik jou, als ik blind en dom genoeg ben, op je woord geloven en dan zal dat zelfs een onwrikbare waarheid voor me zijn; maar als er dan iemand anders komt die tegen mij zegt: 'Zeg, achter die blauwe bergen ligt helemaal geen stad, en er zijn al helemaal geen mensen die zo groot zijn als reuzen!', wat zal ik als dom onwetend mens zonder verstand dan doen? Ik zal vasthouden aan wat ik het eerst gehoord heb, ofschoon het een pure leugen is, en ik zal met brutale spot de waarheid van de tweede afwijzen! Kan dit echter een hoogst wijze God om het even zijn?

[14] Als de Nazarener een God is vol van de hoogste wijsheid, waaraan ik nu niet meer twijfel, omdat ik dat met mijn verstand inzie, dan zou het toch wel dom van hem zijn als hij de mensen zou leren om de leugen en het onware daarvan te onderkennen, maar daarentegen het licht van de waarheid en het goede daarvan zonder enig kritisch verstand aan te nemen!

[15] Je ziet dus datje me wat dit betreft niet kunt overtuigen, ook niet al doe je duizend wonderen; maak daarom in het vervolg geen grapjes meer over mijn verstand, maar laat het in zijn waarde; wijs me dus maar aan waar de goddelijke Nazarener zich nu bevindt, opdat ik op passende wijze voor hem neer kan knielen en hem ook kan aanbidden!"
58 De invloed van de liefde op het verstand
[1] RAPHAËL zegt: 'Maar vriend, jij maakt je in zekere zin druk om iets waarvan jij alleen maar veronderstelt dat ik er zo over denk; hoe kun je van me denken dat ik een tegenstander ben van een goed verstand bij mensen?! Als ik je zeg datje de Nazarener hier nu met je kritische verstand moet zien te vinden, wil ik je er alleen maar op wijzen dat ook het helderste verstand bij lange na niet toereikend is, maar dat het vooral een zaak is voor het gemoed, dus van de liefde, om Diegene te zoeken en te herkennen, die Zelf de hoogste en zuiverste liefde is! Het verstand moet hierbij weliswaar niet ontbreken, maar het moet voorafgegaan worden door de liefde! Zonder liefde lukt dit het pure verstand als zodanig niet!

[2] De persoon van de Nazarener is lang niet het enige wat hierbij belangrijk is, evenmin het feit dat jij Hem in je enthousiasme als magiër tot een God maakt, maar het enige belangrijke is wat je hárt erover zegt!

[3] Als je de juiste graad van warmte daarvoor zou bezitten dan had je de Nazarener al herkend en was het niet nodig geweest om mij naar Hem te vragen; want liefde vindt liefde snel en moeiteloos. Maar bij jou overheerste tot nu toe nog steeds het kille, ofschoon heel nuchtere verstand, en daarom moet je nog steeds naar Hem vragen die zo dicht bij je is! Denk jij dat ik daarmee het blinde bijgeloof, dat jullie Essenen nu precies het meest cultiveren, wil verdedigen? O, dan vergis je je behoorlijk in mij!

[4] Als ik zeg dat hierbij puur werelds verstand niet voldoende is, dan wil dit zeggen dat het wereldse verstand, zelfs als dit een hoge mate van zuiverheid heeft bereikt, gepaard moet gaan met een nog veel hoger staand, zuiver geestelijk inzicht om het Allerhoogste te kunnen herkennen. Als ik je dit nu op zo voor de hand liggende wijze duidelijk wilde maken, hoe kun jij mij dan als intelligent persoon verwijten, dat ik een tegenstander ben van het verstand en alleen ware ezels en ossen in staat acht tot hoger inzicht? Merkje dan niet hoe ver je puur wereldse verstand weer naast het doel heeft geschoten?!

[5] Kijk, voor alle belangrijke burgerlijke levensomstandigheden hebben de mensen zo nu en dan werkelijk wijze wetten bedacht en deze ook gesanctioneerd; maar er zijn er ook enkele bij die erg wreed zijn, zoals bijvoorbeeld de meeste strafwetten.

[6] Nu heeft een mens een wet overtreden, voornamelijk omdat hij deze wet niet kende. De arm van het gerecht grijpt hem en brengt hem voor de strenge stoel van de alle wetten zeer goed kennende rechter. Als deze dan volgens zijn puur wereldse verstand een oordeel uitspreekt, dan zal hij de aangeklaagde zonder enige genade volgens de codex poenitentiarium* (*wetboek van strafrecht) ter dood veroordelen.

[7] Maar heeft de rechter, behalve zijn heldere verstand ten aanzien van de wereld en de wet, ook een liefdevol warm voelend hart, dan zal dit protest aantekenen bij het kille wereldse verstand en het volgende zeggen: De wet, misschien meer uit tirannieke heersersdrift zo meedogenloos opgesteld, kan hier toch niet volledig toegepast worden!? Want hier moet de duidelijke totale onwetendheid met een bestaande wet in aanmerking genomen worden!

[8] Want wanneer iemand op het dak staat en iemand anders beneden op de grond ziet liggen, en met boze opzet naar beneden springt boven op hem om hem te doden of toch in ieder geval zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, dan moet zo iemand ten strengste gestraft worden voor zijn boosaardige opzet. Maar als iemand zomaar, enkel uit onvoorzichtigheid van het dak valt en daarbij ook iemand die beneden op de grond ligt of toevallig voorbij loopt dodelijk verwondt, dan is hij immers volledig onschuldig aan zo'n ongeluk, en dan is het een zaak van de rechter om goed te onderscheiden welke omstandigheden er toe leidden, dat deze persoon tot boosdoener werd!

[9] Als een vreemdeling, die ons schrift, onze taal en onze wetten totaal niet kent, meteen bij het betreden van ons land al gauw en gemakkelijk een van onze wetten overtreedt, dan moeten wij hem wel aanhouden en hem door middel van een tolk met onze wetten bekend maken. Pas wanneer hij dan voor de tweede keer een wet overtreedt, waarmee men hem bekend heeft gemaakt, dan kan hij er ook rustig voor gestraft worden. In zo'n geval is het niet gepast om te zeggen, dat onwetendheid met betrekking tot een wet waarop in een land eenmaal straffen staan, voor niemand als verontschuldiging geldt; want hoe kan iemand een wet in acht nemen waarvan hij aantoonbaar nog nooit iets heeft vernomen?!

[10] Kijk en oordeel nu zelf Wie van beide rechters heeft hier volgens recht en waarheid geoordeeld -de eerste, die met zijn kille verstand alleen de letter van de wet als richtlijn koos, of de tweede, die in zijn hart als mens een gerechtvaardigd mededogen had met de zondaar en daardoor de gebreken en de domheid van de wet aan het licht bracht?"

[11] ROCLUS zegt: 'Natuurlijk de tweede'

[12] RAPHAËL zegt: 'Goed! Maar wat verhoogde het inzicht en het scherpe verstand van de tweede rechter?"

[13] ROCLUS zegt: 'Natuurlijk de liefde in zijn hart, die hem tot mededogen met de zondaar aanzette! Hij wilde de zondaar niet vervloeken, waarom hij dan ook alles kritischer begon te bekijken en daardoor op een aantal omstandigheden kwam die voor de zondaar pleitten"

[14] RAPHAËL zegt: 'Goed en juist gesproken! Wat volgt daar nu anders uit voor ieder mens, dan dat een door allerlei wetenschappen en ervaringen gewekt verstand met betrekking tot alle dingen en omstandigheden en richtingen pas dan een juist scherp inzicht krijgt, wanneer het verwarmd Wordt door de liefde in zijn hart, en door de steeds lichter oplaaiende liefdesvlam ook steeds helderder verlicht wordt. Was ik dan een tegenstan­der van het verstand, omdat ik je er door bepaalde toespelingen alleen maar op wees dat aan jouw scherpe verstand de eigenlijke scherpzinnigheid nog in belangrijke mate ontbreekt, en jij deze moet verhogen met de ware liefde tot Hem, die je nu pas zoekt en die je vroeger niet in die mate gezocht hebt als je nu hebt doen voorkomen?!'


59 Raphaël onthult wat Roclus diep in zijn hart over de Heer denkt
[1] (RAPHAËL:) 'Het is wel waar dat jij over de beroemde Nazarener een heleboel hebt gehoord wat je ongelooflijk toescheen, en dat je graag een ontmoeting met Hem had gehad als het zonder al te veel moeite mogelijk was geweest; maar dat je er bepaald moeite voor gedaan hebt, is niet zo, en je dacht bij jezelf: 'Wij hebben toch al enkele broeders naar hem toegestuurd en zij zullen ons wel berichten wat hij onderwijst en doet!' Maar die hebben zich vervolgens volledig van jullie afgescheiden en zijn Zijn leerlingen geworden en hebben aan jullie helemaal geen verslag over Hem uitgebracht, en dat verontrustte jullie een beetje en pas daardoor zijn jullie van dag tot dag nieuwsgieriger geworden om de Nazarener persoon­lijk te leren kennen.

[2] Alleen vriend, dergelijke pure nieuwsgierigheid is nog lang geen liefde! Want geef het zelf maar toe, of jouw liefde tot de Nazarener niet ongeveer hetzelfde is als wanneer een overwonnen strijder zich aan zijn overwinnaar uit enkel zwakheid, waarvan hij zich bewust is, allervriendelijkst overgeeft, in de hoop dat de overwinnaar hem toch maar niet nog meer bewijzen levert van zijn kracht! Eigenlijk ben je in je hart heel bang voor de Nazarener en doe je alleen maar alsof je vurig verlangt om Hem te ontmoeten; maar ik zie dat er in jouw gemoed een heel andere wind waait. En weet je hoe die wind in begrijpelijke taal spreekt? Luister, ik zal vertolken wat hij zegt!

[3] Deze wind luidt als volgt: 'O jij, verdraaide Nazarener! Dat je uitgesproken nu moet komen opdagen! Juist nu de zaken van ons fijne instituut zo goed op gang zijn gekomen! Dat men nu juist met die Nazarener komt aanzetten, die -wie kan het zoals hij? -nu wonderen verricht waarbij onze verrichtingen puur verbrande as zijn en door hem heel snel verdacht en waardeloos kunnen worden. Die is pas met recht als een ware luis in onze vacht terechtgekomen, en die zal er niet meer uit te krijgen zijn. Nu komt het er op aan om in deze hachelijke omstandigheden te doen alsof er niets ernstigs aan de hand is. Laten we alles op alles zetten om te voorkomen dat hij ons vijandig gezind wordt. Want als dat gebeurt, is het meteen afgelopen met ons hele instituut. Wat dan! Waarheen en wat te beginnen? Te overwinnen is hij nooit; daarom moeten we verstandig te werk gaan en zelfs in de verste verte niets onvriendelijks tegen hem laten merken, maar hem steeds met de meeste voorkomendheid behandelen en hem zo vriendelijk en dienstbaar als maar mogelijk is tegemoet treden, dan zal hij, van wie men zegt dat het een goed mens is, vast nooit het zwaard tegen ons opheffen en ons in ieder geval met rust laten!'

[4] Kijk, vriend, dit en nog een heleboel meer bevat jullie innerlijke levenswind, waar je waarschijnlijk nauwelijks iets anders tegenin kunt brengen dan slechts te verklaren, dat alles wat ik nu gezegd heb een leugen is, wat echter ook niet zal gaan, omdat ik je dan meteen documenten zou laten zien die door jou geschreven zijn en waarvan de schandelijke inhoud hier waarschijnlijk veelopzien zou baren. En dat is nu juist het stukje, dat jouw haren, die reeds behoorlijk grijs zijn, te berge zou kunnen doen rijzen! Had ik nu gelijk, toen ik je zei dat je dus maar moest proberen om met dat scherpe verstand van jou de beroemde Nazarener te zoeken? Wat heb je nu op dit alles te zeggen?"

[5] Diep getroffen zegt ROCLUS: 'Ja, beste vriend, als jij ook mijn geheimste gevoelens kunt lezen, dan houdt ieder verder gesprek met jou op en moet ik nu in alle ernst voor jou, jongen, neerknielen en je om vergeving vragen voor alles wat ik tegen je heb gezegd!"

[6] RAPHAËL zegt: "Kijk, ook dat moest eruit bij jou, en nu kun je pas aan de Nazarener voorgesteld worden, volg mij daarom nu!"

[7] ROCLUS spreekt nu de zeer verlegen klinkende woorden: 'Ja, vriend, dat is allemaal zeer mooi en zeer verheven! Ja, ja, er ligt een -hoe zal ik het zeggen -een grote waardigheid in en het is een onmenselijk grote eer om aan de machtigste en meest verheven mens van de hele aarde voorge­steld te worden! Ja, ja, dat is het! Maar als zo'n volmaakt goddelijk mens naast al zijn ondoorgrondelijke vermogens om wonderen te verrichten ook het zeldzame vermogen bezit om mensen zoals wij geheel en al te doorzien en aan een mens, zoals ik, meteen in 't openbaar zijn hele levensloop te vertellen, -weet je, dan is het in 't geheel niet aangenaam meer om met zo'n Godmens kennis te maken! En ik zou nu liever weg willen lopen dan nog langer hier te blijven! Bovendien is het al bijna avond geworden, en thuis hebben wij vandaag nog heel wat werk te doen, -en jij zult ons daarom wel willen verontschuldigen als ik nu jouw overigens zeer gewaar­deerde aanbod afwijs, dat wil zeggen, als het niet per se noodzakelijk is dat wij met de beroemdste aller beroemden kennis maken. Natuurlijk, als jij het als iets goeds en noodzakelijks voor ons beschouwt en het wilt, dan spreekt het vanzelf dat wij ons tegenover jou, als onze in geestelijk opzicht grootste weldoener, zeker niet afwijzend zullen gedragen; maar eerlijk gezegd vind ik het op het moment werkelijk niet erg aangenaam om iemand die qua macht en wijsheid zo immens groot is zo dicht onder ogen te komen, omdat men zich naast zo iemand maar al te zeer volkomen in het niets voelt zinken! Men wordt een duizendvoudig niets, terwijl de tegenpartij met zijn ondoorgrondelijke alles-in-alles in dit al-zijn alleen maar steeds meer aan kracht wint. Zo'n gevoel van niets te zijn doet zeer en doet het hart pijn; daarom verheug ik me er dan nu ook niet meer zo geweldig op om voor het aangezicht van de beroemde Nazarener geplaatst te worden."

[8] RAPHAËL zegt: Als jullie Hem niet leren kennen, verspelen jullie het eeuwige leven van je ziel! Bovendien heb je zojuist immers zelf heel terecht opgemerkt, dat je, om alles te hebben, alleen de Nazarener maar hoeft te hebben! Nu is daarvoor nog gelegenheid, maar nog slechts tot morgen­ vroeg; Zijn vertrek vindt morgen heel vroeg in de ochtend plaats, dat staat vast. Waar Hij heen gaat weet behalve Hij helemaal niemand! Daarom moeten jullie de gelegenheid aangrijpen, als je eeuwig wilt leven!"

[9] ROCLUS zegt: 'Wel, breng ons dan naar hem toe! Onder zulke omstan­digheden zal hij ons toch wel niet om het leven brengen!"

[10] RAPHAËL zegt: 'Jullie het ware leven geven, ja dat zal Hij doen, - maar van het schijnleven dat jullie nu leiden zal hij geen haar krenken! Volg me dus, zoals ik je al eerder heb aangeboden!"


1   ...   9   10   11   12   13   14   15   16   ...   53


Dovnload 2.11 Mb.