Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda

Dovnload 2.11 Mb.

Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda



Pagina15/53
Datum28.10.2017
Grootte2.11 Mb.

Dovnload 2.11 Mb.
1   ...   11   12   13   14   15   16   17   18   ...   53
65 Ruban richt zich tot de Heer
[1] Nadat RUBAN deze volmacht heeft gekregen, gaat hij naar Mij toe en zegt, wanneer hij bij Mij is gekomen: 'Heer en meester vol ware goddelijke kracht! Omdat Roclus om U zeker niet onbekende redenen niet bij U durfde te komen, zoals ook geen van zijn elf metgezellen, hebben ze mij gemachtigd om met U, Allerwaarachtigste, alles met betrekking tot ons afkeurenswaardige instituut te bespreken. Daarna zal alles, wat U maar wilt, beslist gebeuren, en wij willen U zelfs graag het hele instituut ter beschikking stellen en allemaal Uw leerlingen worden! Zegt U nu dus genadig wat Uw wil is, die ons allen heilig is, dan zullen wij strikt daarnaar handelen! Wilt U echter dat het instituut helemaal opgeheven wordt, zegt U het dan; want we zijn allen ook overeengekomen dat het instituut geheel opgege­ven wordt, als U dat verlangt!"

[2] IK zeg: 'Je bent een eerlijke ziel, waarom jouw huis dan ook door de vlammen ontzien werd! Maar kijk, als Ik wil dat jullie instituut opgeheven wordt dan zou Ik er hetzelfde mee kunnen doen als met die grote rots in zee, waartegen al heel wat schepen in de storm te pletter zijn geslagen! Zie je de rots nog?"

[3] RUBAN zegt: Ja Heer, ik zie hem en ken hem helaas maar ,al te goed; want ik ben zelf eens bijna tegen die rotswanden verongelukt!

[4] IK zeg: 'Hij worde vernietigd, zodat hij voortaan voor geen enkele schipper meer gevaarlijk is!"

[5] Op dat ogenblik was de rots, die in totaal een inhoud van meer dan tienduizend kubieke vadem had, tot op de bodem van de zee opgelost, zodat er niet alleen geen spoor van over bleef, maar er ook op die plaats niets te merken was van enige troebelheid in het water. Wel zagen allen met grote verbazing op die plek een sterke golfslag, die natuurlijk ontstond doordat het water dat voorheen die grote rots omgaf, in de holle ruimte stortte en van nu af aan een ononderbroken watermassa vormde.

[6] Toen RUBAN dat zag, werd hij van angst vervuld en zei met bevende stem: 'Het is dus precies zoals ik tegen Roclus heb gezegd! Daar houdt alle magie op en gaat het om de naakte waarheid! Wat U nu, o Heer en Meester, met die kwaadaardige rots hebt gedaan, zou U bijvoorbeeld ook even gemakkelijk met de hele aarde kunnen doen, en helemaal met ons slechte instituut! Daarom kan ik nu niets anders zeggen dan: Heer en Meester, Uw wil geschiede! Want U bent geen mens, maar Gods geest.woont ten volle in U! Moge U ons allen, arme zondaars, genadig zijn en zeer barmhartig! U alleen bent alles in alles, en U alleen kunt alles, voor U is niets onmogelijk!"


66 Raad en toespraak van de Heer, gericht aan de Essenen
[1] (RUBAN:) 'Maar wat moeten wij met ons instituut van leugen en bedrog doen?"

[2] IK zeg: 'Het vervullen met liefde en waarheid, en geloven in Mijn naam en handelen volgens Mijn leer! Want als jullie dat in volle ernst doen, dan zullen jullie niet meer met bedrog en leugen, maar met alle waarheid en echte liefde dienstbaar kunnen zijn aan de wereld; maar alle instrumenten voor de bedrieglijke magie moeten door jullie verworpen worden. En is er het een en ander bij dat op zichzelf goed is - zoals electroforen* (*elektriciteitsopwekker) en nog meer van dergelijke machines -, die, op natuurlijke wijze gebruikt, nuttig blijken te zijn, maak daar dan geen verkeerd, maar een waar gebruik van, dat beantwoordt aan de natuur van de zaak, en onderwijs het volk wat het is en hoe de machine, natuurkundig gezien, werkt, hoe ze gebouwd is, dan zullen jullie daarmee waarlijk veel goeds kunnen bewerkstelligen!

[3] Let nooit op het oordeel van de wereld; want de wereld is en blijft slecht en boosaardig; bedrog en hoogmoed zijn haar hoofdelementen!

[4] Ik zeg jullie, dat jullie in Mijn naam bergen zullen kunnen verzetten en nog grootsere dingen kunnen doen dan Ik Zelf nu doe; maar nooit mag de gedachte in jullie opkomen dat jullie iets gedaan zouden hebben vanuit jullie kracht en macht; want die bestaat niet op deze wereld! Alleen door de kracht van Gods Geest zullen jullie alle dingen mogelijk zijn die voor de mensen van nut kunnen zijn!

[5] Alle kracht zal een aan God toegewijd gemoed eigen zijn, en dat zolang iemand daarbij niet overdrijft. Aanvaardt iemand uit eigen belang daarvoor echter eer en geld, dan zal hij ogenblikkelijk de eigenschap die Gods geest hem verleent, volledig verliezen!

[6] Niets moeten jullie méér uit de weg gaan dan de rijkdom van de wereld en degenen die deze rijkdom vereren; want er bestaat op de wereld geen slechter mens dan degene die aardse schatten najaagt en begeert; want zo iemand vervloekt inderdaad de liefde en alle waarheid van het hart, die uit God komt.

[7] Als zulke mensen naar jullie toe komen, wijs hen dan de deur en maak hen duidelijk dat Gods woord en de kracht daarvan nooit als nutteloos voer aan de onbehouwen aardse zwijnen voorgezet moet worden! Jullie moeten hen hierom weliswaar niet vervloeken en ook niet verwensen ­want aan Gods geest is alle toorn en alle wraak! -maar ze worden al voldoende gestraft doordat hen resoluut de deur gewezen wordt en jullie vriendschap hun wordt onthouden!

[8] Als zulke mensen bij jullie komen wanneer hun onheil is overkomen, geef hun dan geen gehoor; want hulp zal hun hart niet beter maken, ­integendeel: ze zullen daarna nog voorzichtiger en slimmer handelen voor hun goudzakken. Ze zullen jullie echter uitlachen en bespotten en jullie hulp als lege blaaskakerij betitelen en jullie uitschelden voor luie opschep­pers en bedriegers! Jullie moeten je daar niet mee inlaten; want Gods kracht­ die door jullie werkt, moet alleen in woorden en daden diegenen ten goede komen die zich dit waardig hebben gemaakt in de volle deemoed van hun hart!

[9] En opdat jullie weten wat je voortaan allemaal in Mijn naam moet weten en doen, moeten jullie naar die jongeling daar gaan; die zal jullie een boek geven waarin jullie al het nodige zullen vinden! -En nu moet Roclus nog bij Mij komen; want Ik heb nog het een en ander met hem te bespreken! Ga naar hem toe en vertel hem dat Ik dit wil!"

[10] Roclus trok weliswaar een erg zuur gezicht toen Ruban hem Mijn uitgesproken wens overbracht. Maar toch ging hij, kwam bij Me en boog heel diep voor Mij .

[11] IK keek hem heel vriendelijk aan en zei hem op vragende toon: 'Wel, Mijn scherpzinnige vriend, hoe denk je nu over Mij? Wat vindt jouw scherpe verstand van Mij en wat voelt daarnaast je hart? Je hebt immers daarstraks aan die jongen bekend, toen je nog naar Mij op zoek was, dat Ik een echte God was, dat je Mij ook zonder Me persoonlijk te kennen, liefhad en steeds sterker de levensdrang in je waarnam om je knieën voor Mij te buigen en Mij zelfs serieus als een ware God te aanbidden!

[12] Nu ken je Mij persoonlijk, en zul je er ook niet aan twijfelen dat Ik de beroemde Nazarener -zoals jij Mij noemde - volledig naar waarheid ben. Maar je knieën heb je nog niet voor Mij gebogen - wat Ik ook nooit van je verlangd zou hebben -, en je hart lijkt nog heel weinig liefde voor Mij te voelen. Waarom heb jij, grote waarheidsvriend, dat dan tegen die jongen gezegd, als het niet waar is?"


67 Roclus probeert zijn onwaarachtigheid tegenover de Heer te rechtvaardigen
[1] ROCLUS zegt: 'Verhevenste der verhevenen! Zolang ik nog niet in een god kon geloven, was dat een gedrag dat tot nog toe iedereen die verstandig is, gehuldigd heeft, en dit gedrag, dat als zodanig eigenlijk helemaal geen gedrag is, maar waarmee het grootste deel van de wereldgeschiedenis wordt gemaakt, heet politiek, diplomatie. En het vereist dat men iemand die men nog niet precies kent, niet meteen al zijn plannen aan z'n neus hangt. Men hoeft helemaal niet iets slechts van plan te zijn met iemand waarmee men contact opneemt, maar toch is het altijd raadzaam om niet met de zuivere waarheid voor de dag te komen, omdat de ervaring maar al te vaak bewezen heeft dat men met de naakte waarheid bij de mensen meer onheil dan heil heeft aangericht.

[2] Men moet iemand altijd eerst via allerlei zijpaden helemaal door en door leren kennen -wat geen gemakkelijke opgave en geen gemakkelijk werk is -, voordat men hem met de hele waarheid bekend maakt; want anders kan men immers niet weten aan welke kant hij toegankelijk is voor de waarheid! Want geen enkel mens is, vooral met betrekking tot zichzelf, een bijzonder goede vriend van de lichtende waarheid. Hij heeft veel liever dat het donker om hem heen is, en dat is dan ook de reden, waarom ik bij die jongeling de waarheid binnen in mij een beetje op de achtergrond heb gehouden. En overigens is het toch voor iedereen een bekend feit, dat kinderen pas door allerlei onwaarheden naar de waarheid geleid worden, en dat is ook verstandig van de ouders; want als deze hun kinderen meteen de waarheid zouden gaan verkondigen, dan zou er van die kleintjes weinig goeds en fatsoenlijks terecht komen.

[3] Het is waar dat ik me aan die jongen anders voordeed dan ik was; maar ik heb hem daardoor geen schade berokkend en dat kon ook niet, omdat ik nooit de wil daartoe heb gehad, en zodoende geloof ik daar niets slechts mee gedaan te hebben. En als ik daarmee gezondigd heb, dan zondigen ook alle ouders tegenover hun kinderen, aan wie ze met een zekere ernst en zelfs met grote nadruk vertellen, dat er op de ver weg gelegen, hoge bergen bepaalde bomen zijn waaraan kinderen, net als pruimen, bloeien en groeien. Daar zouden dan bepaalde mensen zijn die deze vruchten verzamelen en ze dan overal in de wereld te koop aanbieden. Soms, zo vertellen ze, komen deze vruchten ook wel aangedreven in beken en rivieren die in die hoge bergen ontspringen, en dan worden ze ook opgevangen.

[4] Dat is toch zeker een enorme leugen, groter en dommer kan men er zich geen voorstellen; maar de ouders hebben daarbij zeker de beste bedoeling om door zulke puur uit de lucht gegrepen verhalen hun kleintjes te behoeden voor onkuise gedachten en ze op die manier fris en gezond naar lichaam en ziel naar de volwassenheid te leiden, en dat zal toch hopelijk niet onjuist zijn?! En zo ben ik dan ook van mening dat een leugen, waar niet in het minst een slechte bedoeling aan ten grondslag ligt, maar vaak, voor zover wij als mensen kunnen beoordelen, alleen maar een bijzonder goede intentie, eerder als deugd dan als zonde gezien moet worden!

[5] En zo is ons instituut in feite weliswaar volleugen en bedrog; maar tot nog toe is dit nog absoluut niet gepaard gegaan met boze en eigenlijk heerszuchtige bedoelingen, dat wil zeggen, voor zover wij dat kunnen beoordelen. Maar wat daar in latere tijden allemaal uit voort kan komen, daarvoor ontbreekt het ons aan een methode om dat te kunnen voorzien, en wij kunnen er niet borg voor staan omdat de mensen die na ons komen evenzeer mensen zullen zijn met een vrije wil, zoals wij dat nu zijn.

[6] Ik beweer zelfs, dat in het begin al degenen die een of andere religie hebben gesticht waaraan alle betere aspecten van de beschaving van een bepaald volk ten grondslag lagen, het heel goed en eerlijk met het volk gemeend hebben. Maar de latere nakomelingen en vooral de priesters, die niet geroepen zijn maar zichzelf als zodanig geïntroduceerd hebben, die belachelijk slechte plaatsvervangers van de goden op deze aarde, zijn de nooit juist begrepen leerstellingen verkeerd gaan uitleggen, hebben er zelfzuchtig en heerszuchtig als ze zijn nieuwe aan toegevoegd om er zelf beter van te worden en deze onder de benaming 'Gods wil', 'Gods woord', zwaar gesanctioneerd, en hebben de arme mensheid daar vaak op de meest gruwelijke wijze mee geplaagd, waarvan ons nu zelfs nu nog heel wat voorbeelden maar al te duidelijk kunnen overtuigen!

[7] We hoeven alleen maar te kijken naar de mij zeer goed bekende verhalen van de tempel in Jeruzalem en daarnaast naar de tempelverhalen van Rome, dan is het meer dan duidelijk wat er van Mozes en al helemaal van alle oerwijsheid van Egypte terecht is gekomen! En -ik wil geen onheilsprofeet zijn -, maar ik durf ten overstaan van u te beweren, dat uw zuivere en goddelijke leer, waarvan die jongen de hoofdlijnen al wonder­baarlijk snel aan mijn metgezellen heeft duidelijk gemaakt, en die voor zover ik gehoord heb veel heerlijks bevat, al over enkele eeuwen een heel ander gezicht zal hebben!

[8] Uw leerlingen zullen zendelingen en verbreiders van uw goddelijke leer worden. Deze zullen niet overal kunnen komen; zij zullen weer leerlingen kiezen en deze tot leraren en soms tot geestelijke leiders van uw leer maken, en daarmee is de basis gelegd voor het priesterdom en hiermee voor het allerergste bijgeloof, dat durf ik duizend tegen één te verwedden!

[9] En als dat in de loop van de tijd overal zo gaat, waarom zou dan juist ons instituut een uitzondering vormen? Overal zijn mensen met een bestuurlijke taak. Als nu een ware God aan het hoofd staat en hen onderwijst en leidt, zullen ze wel binnen de orde blijven; maar stelt hij hen weer op de proef, wat noodzakelijk is in verband met de vrije wil, dan zullen ze meteen wel weer goed raad weten met een gouden kalf zoals de oude Israëlieten in de woestijn, toen Mozes hen verliet om de Sinaï op te gaan om de geboden van de Allerhoogste te halen"
68 Het priesterdom als grootste hindernis om de leer van de Heer te verbreiden
[1] (ROCLUS:) 'U als de volmaaktste profeet, geheel vervuld van alle goddelijke geesten en begaafd met alle macht en kracht zoals nog nooit een mens op de aarde, zult dat zeker ook van te voren al zien! Maar wie kan er iets aan doen? Het is nu eenmaal zo, was altijd al zo en zal ook altijd zo blijven, en wij zullen het niet veranderen!

[2] Zolang de mensen hun vlees en hun vrije wil wordt gelaten, zo lang zullen ze over het algemeen ook dat blijven, wat ze zijn, en zullen ze allerlei voorzieningen treffen al naar gelang de klimatologische omstandigheden in een land. Hoe verder hier vandaan, des te erger, zoals ik dat tijdens mijn vele reizen maar al te vaak duidelijk heb ervaren! Hoe verder ik mij van dit, nu mijn enige geestelijke lichtpunt, verwijderde, des te blinder en dommer vond ik ook de mensen, ook vroeger al toen ik nog atheïst was, en het zou me zeker overal nog meer opgevallen zijn als ik alles had geweten wat ik nu weet.

[3] Het is weliswaar zeer waar, dat er geen duisternis kan zijn die niet ogenblikkelijk teniet gedaan zou kunnen worden door een overeenkom­stig licht. In de natuur is het in ieder geval zeker zo. Maar of het geestelijke licht de geestelijke nacht ook zo plotseling kan verdrijven, is natuurlijk een heel andere kwestie! In een bepaald opzicht was mijn geestelijke nacht zeker niet onbeduidend te noemen, en die jongen heeft hem met enkele lichtwoorden verjaagd; maar ja, hij had aan mij ook wel iemand die op menig wetenschappelijk gebied niet tot de allerminsten behoort en die heel veel ervaring heeft opgedaan in de wereld.

[4] Men moet zich eens een volk voorstellen dat diep verstrikt is geraakt in een hoogst absurd en duister bijgeloof! Daar zullen enkele woorden, ook al bevatten ze nog zoveel licht, en zelfs verscheidene tekenen, al zijn die nog zo opvallend, nauwelijks enig licht brengen! Zo 'n volk wordt dan nog duisterder en boosaardiger, en zal juist in aanwezigheid van het licht een grote vijand ervan blijken te zijn, waarna het dan pas echt duister wordt bij zo'n dierlijk volk.

[5] We hoeven daar helemaal niet ver voor te zoeken. Laten we onze ogen maar eens richten op de tempel in Jeruzalem en daar het in­ en externe Farizeeërdom bekijken, dan zien we zoveel geestelijke nacht, dat dat ons erg zal verbazen! Laat iemand bij hen maar eens aankomen met een echt innerlijk, geestelijk licht, ongeveer zoals die jongen daarstraks bij mij gekomen is, dan zou hij binnen korte tijd een kind des dood zijn!

[6] Wat deze ware knechten en dienaren van de allerdonkerste nacht al allemaal tegen ons instituut hebben ondernomen! Als wij niet in ieder opzicht zo onafhankelijk zouden zijn en ze ons op de een of andere wijze hadden kunnen pakken, dan bestonden wij allang niet meer! Wanneer er nu een Mozes en Aaron op zouden staan en de mensen de waarheid zouden leren zoals ze dat in hun tijd gedaan hebben, dan zouden ze meteen opgepakt en met stenen bekogeld worden, of men zou hen als tegenstan­ders het vervloekte water te drinken geven, en heel zeker het echte; want ze hebben twee soorten, namelijk een echt dat zonder meer de dood ten gevolge heeft, en een onecht dat niemand schade toe kan brengen, omdat het helemaal geen gif bevat.

[7] Als ze dan iemand die tegen hen of liever tegen de tempel zondigt, om een geheime reden welwillend gezind zijn, geven ze hem het onechte vervloekte water te drinken. Maar als iemand hun te veel in de weg heeft gelegd, kan hij bij de eerste de beste gelegenheid met het echte vloekwater zijn dorst voor alle eeuwigheid lessen. Dat de Farizeeën dit zowel in Jeruzalem doen alsook in andere plaatsen, is nu toch wel bij alle mensen met een beetje ontwikkeling zo'n bekend feit dat dit vrijwel niemand meer verbaast. Ik vraag me echter af, hoe een echt waarheidslicht deze Farizeese nacht dan kan verlichten?

[8] En zoals het bij de Farizeeën is, is het overal waar van priesterdom sprake is. Ook al zullen alle mensen.een waar licht aannemen. omdat.zij het weldadige ervan snel en gemakkelijk inzien, dan zullen de priesters zich daar toch met alle middelen en uit alle macht tegen verzetten en het niet aannemen, omdat zij door pure hoogmoed en heerszucht zo blind zijn dat zij helemaal niet in staat zijn om de weldaad van het zuivere waarheidslicht te onderkennen.

[9] En zolang het priesterdom door God en ook door de wereldse regeringen wordt geduld, kan er van enig geestelijk licht zo goed als geen sprake zijn! Want dit altijd hoogst zelfzuchtige en heerszuchtige soort mensen zal er steeds op uit zijn om het hogere licht verdacht te maken, en het eigenoude vuil als zuiver goud aan te prijzen en op te dringen aan de mensen die hun ondergeschikt zijn.

[10] Daarom ben ik er wat deze zaak betreft zelfs vast van overtuigd, dat men éérst alles wat maar een beetje naar priesterdom ruikt, volledig uit de weg moet ruimen, dus de oude Augiasstal uit moet mesten, en pas dan de ware geestelijke zon over alle volkeren tegelijk moet laten opgaan; anders sterft ieder zaadje, al is het nog zo goed, voordat het nog maar enigszins wortel heeft kunnen schieten in de aarde van het leven.

[11] Ik herken in u, verheven meester, de volle goddelijke kracht, zonder welke het u totaal onmogelijk zou zijn om de werken te verrichten die alleen een god mogelijk kunnen zijn, omdat in hem alle ontelbare speciale krachten verenigd zijn en hun eeuwige oerbasis hebben van waaruit ze alleen maar kunnen werken. En omdat ik dat in u ontdekt heb, is het ook wel zeker dat ik een grenzeloze achting en liefde voor u heb, wat u met de ogen van uw geest nog duidelijker in mijn hart en hersenen kunt zien dan die jongen daar.

[12] Maar toch zeg ik u zonder enige terughoudendheid, dat uw moeite en beslist grote opoffering zo goed als geheel tevergeefs is en de mensen weinig zegen zal brengen zolang ook maar één priester op deze aarde rondloopt! Of u zou met uw almacht alle mensen en dus ook alle priesters op de hele aarde plotseling zo moeten veranderen als die oude rots in zee, dan zou het op aarde misschien ooit eens heel aangenaam kunnen worden! Het is alleen maar eeuwig zonde van uw inspanning en uw werk! Als u nog als timmerman zou werken met zaag en bijl, zouden de Farizeeën u zeker met rust laten; maar zo zullen ze u, ondanks uw onloochenbare goddelijkheid, haten, en ze zullen u overal waar u gaat, woedend en razend achtervolgen! Ook zullen ze proberen om het heerlijke zaad dat u nu zaait, met alle middelen die hen ter beschikking staan te bederven.

[13] Want er is nauwelijks iemand die de Farizeeën en hun aardse handelwijze beter kent dan juist ik, omdat ik vanwege ons instituut het meest met hen te kampen heb gehad! Ze zijn nu weliswaar totaal door ons verslagen en overwonnen, en kunnen met al hun woede niets meer tegen ons uitrichten; want onze ringmuren zijn sterker dan die om hun tempel, en alle zieken in de wijde omtrek zoeken nu hun heil bij ons, omdat wij de mensheid met reële geneesmiddelen weer beter maken, terwijl die tempellieden genezen door loze spreuken en mysterieuze tekens en met allerlei relikwieën -die God weet waar vandaan komen -maar waarbij de zieken helemaal niets merken van een of andere verbetering.

[14] Dit is nu mijn naakte bekentenis voor u, o Heer en Meester; maar doet u nu wat u wenst, -alleen, laat ons instituut niet eerder vallen dan de tempel in Jeruzalem! Dat is mijn vurigste verzoek aan u; en het liefst zouden wij allemaal zien, dat u geheel volgens uw wijsheid onze overste en leider zou willen worden! "


69 De ware levensweg
[1] IK zeg: 'Jullie hebben Mijn woord en Mijn leer; doe en handel daarnaar, dan ben Ik jullie overste en meester!

[2] Mijn persoon hoeft zich daarom helemaal niet binnen de muren van jullie klooster te bevinden, maar alleen Mijn woord en Mijn naam -en niet alleen maar als naam geschreven en door koude onverschillig uitge­sproken woorden, maar in daden vol geloof en volliefde voor God en de naaste -, dan zal Ik midden onder jullie zijn, en wat jullie dan zullen willen in Mijn naam, dat zal ook geschieden, en zo zullen. jullie nog grotere werken verrichten dan Ik.

[3] Wat Ik doe, dat doe Ik ten aanschouwe van jullie om van Mij Zelf een geldig getuigenis af te leggen, opdat jullie mensen daaraan kunnen zien dat Ik Diezelfde ben Die van eeuwigheid uitgaat van de Vader, over wie alle wijzen en patriarchen geprofeteerd hebben.

[4] Jullie moeten en zullen van Mij getuigen tegenover alle schepselen die blind en doof zijn, en ten behoeve daarvan zullen jullie meer nodig hebben dan Ik nu Zelf voor jullie nodig heb, want jullie zien immers scherp en horen goed!

[5] Maar jullie schijnwonderen moeten helemaal uit jullie instituut ver­bannen worden; want ieder bedrog is min of meer een ingeving van satan en kan daarom nooit tot iets leiden dat men werkelijk goed zou kunnen noemen! En zolang men wat voor drogrniddel dan ook in een instituut voor geneeskunde gebruikt, kan daarnaast in Mijn naam geen wonderdaad lukken!

[6] Als jullie in Mijn naam willen werken, dan moet Ik ook volledig naar waarheid door de liefde en door het meest levendige geloof geheel in jullie zijn.

[7] Als jullie zo zijn, kunnen jullie tegen die berg zeggen: 'Verhef je en stort in zee!" -en het zal geschieden volgens jullie wil! Maar let wel, zonder Mij zijn jullie nergens toe in staat!

[8] Ik zal altijd en immer bij jullie zijn zolang jullie trouw Mijn woord, Mijn liefde en een vol levend geloof in Mij bewaren en geen valsheid in jullie ziel zullen dragen! -Zeg me, of je Mij nu goed begrepen hebt!'

[9] ROCLUS zegt: 'Niet helemaal, moet ik heel eerlijk bekennen; want ik hoorde iets over een ingeving van satan! Dat is dezelfde boze geest die volgens de joodse leer de altijd onzichtbare aanstichter moet zijn van al het kwaad en verderf op de aarde. Ik heb dat tot nu toe als een allegorie* (* symbolische voorstelling) van de joden beschouwd en ik kan niet zeggen hoezeer het me nu verbaast om deze naam uit uw mond te vernemen!

[10] Waarlijk, ik houd u voor de meest wijze van alle mensen en ik geloof nu ook vast dat er een alwijze en almachtige God bestaat, door wie alles wat de eindeloze ruimte bevat, geschapen is, en dat u nu de eigenlijke drager van Gods geest bent; maar dat u me nu aan komt zetten met die oude joodse fabel van de satan en uiteindelijk ook nog met allerlei duivels en misschien ook nog met de joodse hel, dat verwondert me erg. Bestaat satan dan serieus, of een duivel, of de hel? Daar zou ik werkelijk graag een nadere verklaring over hebben!"


70 Het wezen van satan en van de materie
[1] IK zeg: 'Wat je onder dit alles, wat nu nog onbegrijpelijk voor je is, moet verstaan, zul je vinden in het boek dat de jongen jou via Ruban heeft gegeven; overigens zouden de tegenstellingen zoals bijvoorbeeld geest en materie, leven en dood, liefde en haat, waarheid en leugen, je toch al een kleine vingerwijzing kunnen geven dat dit allemaal een ontstaansgrond moet hebben, omdat het anders nooit in de een of andere waarneembare verschijningsvorm zou kunnen treden!

[2] Als het kwaad niet een of andere ontstaansgrond zou hebben, waarvan­daan zou het dan in het bewustzijn van de mensen moeten komen? Aan de hand hiervan zul jij met je geoefende hersens toch wel beginnen te zien dat niet alles -zoals: waarheid en leugen en meer van dergelijke tegenstel­lingen -het hoogste en beste Godswezen in de schoenen geschoven kan worden!

[3] Of kun jij aannemen dat God, de hoogste en diepste waarheid Zelf, leugenachtige neigingen in het hart van de mens heeft gelegd, opdat deze dan zondigt tegen Gods orde, en onrein wordt in alles wat hij zegt en doet? O, integendeel! God schiep de mens geestelijk naar Zijn evenbeeld, dus zuiver, waar en goed.

[4] Omdat de geestelijke mens echter ook voor zijn verdere bestaan om bepaalde redenen de weg van het vlees moest doormaken, moest hij dit aan de materie van de aarde ordenen, volgens de beschikking van de allerhoogste geest van God; terwille van de menselijke geest is in het vlees van de mens een tegenwicht gelegd dat die geest op de proef stelt, en dit tegenwicht heet verleiding!

[5] Deze huist echter niet alleen in het vlees van de mens, maar in alle materie; en omdat de materie niet datgene is wat zij schijnt te zijn, is ze ten opzichte van de mens die zichzelf op de proef stelt, leugen en bedrog, dus een schijngeest die er is en die niet is. Hij is er, omdat de verleidende materie er voor het vlees van de mens is; maar hij is er ook niet, omdat de materie niet is wat ze schijnt te zijn.

[6] Zie en begrijp het goed! Deze drog-geest, door en door leugen in zichzelf, is nu de geest van de hele wereld der materie en is datgene, wat 'satan' of 'de opperste duivel der duivels' heet. De 'duivels' echter zijn de afzonderlijke, specifieke, kwade geesten van de jou nu getoonde algemene geest van het kwaad

[7] Een mens die dus liefde opvat voor allerlei materie, en door zijn handelwijze daar geheel in opgaat, zondigt tegen Gods orde, die het bestaan van de mens alleen maar tijdelijk op een materiële bodem plaatste om met gebruikmaking van zijn geheel vrijgelaten wil er de strijd mee aan te gaan en sterk te worden voor de onsterfelijkheid. En het gevolg van de zonde is de dood, of het verloren gaan van al datgene, wat de ziel van de mens zich onrechtmatig uit de materie heeft toegeëigend, omdat alle materie, zoals Ik je heb laten zien, als datgene wat het lijkt te zijn,.niets is:

[8] Als je dus houdt van de wereld en haar gewoel en je wilt verrijken met haar schatten, lijkje op een dwaas aan wie in alle ernst een mooie prachtige bruid wordt voorgesteld, die hij echter niet wil en naar wie hij ook geen verlangen koestert; maar die zich wel met het vuur van een blinde fanaticus op de schaduw van de bruid werpt en deze schaduw bovenmatig liefkoost! Maar als de bruid dan de dwaas zal verlaten, zal natuurlijk ook haar schaduw met haar meegaan! En wat zal er voor de dwaas dan overblijven? Natuurlijk niets!

[9] Wat zal hij dan jammeren, de dwaas, omdat hij heeft verloren wat hij zo liefhad! Maar dan zal men tegen hem zeggen: 'Blinde dwaas, waarom nam je dan niet de volle waarheid in plaats van de schaduw ervan, die toch duidelijk niets was?!' Wat kan de schaduw ook anders zijn dan een ontbreken van licht, dat iedere vaste vorm aan de aan het licht tegenover­gestelde zijde veroorzaakt omdat de lichtstraal niet door de vaste en dichte massa kan dringen?

[10] Wat echter jouw schaduw voor jou is als je in het licht staat of loopt, dat is voor de geest alle materie met haar schatten! De materie is een noodzakelijk bedrog en in zichzelf een leugen, omdat ze niet datgene is, wat ze voor de zintuigen van het lichaam lijkt te zijn.

[11] Het is echter juist een gericht van de leugen en het bedrog, dat de materie zich voor de ogen van de geest als iets vergankelijks en alleen als een uiterlijk overeenkomstig schaduwbeeld van de innerlijke diepe waar­heid moet manifesteren, terwijl ze volgens de blinde liefde van de ziel voor de wereld liever in een realiteit datgene zou blijven, wat ze lijkt te zijn. "

1   ...   11   12   13   14   15   16   17   18   ...   53


Dovnload 2.11 Mb.