Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda

Dovnload 2.11 Mb.

Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda



Pagina16/53
Datum28.10.2017
Grootte2.11 Mb.

Dovnload 2.11 Mb.
1   ...   12   13   14   15   16   17   18   19   ...   53
71 Wat aan gene zijde het lot is van de materieel geworden ziel
[1] (DE HEER:) 'En als dat zo is, wat heeft het dan voor nut voor de ziel, als ze voor de lichamelijke mens alle materiële schatten van de aarde zou verkrijgen en dus op zou gaan in het vlees en in diens gemene en dierlijke hebzucht, maar dan in haar geestelijke sfeer schade zou lijden en de realiteit van het ware leven zou verliezen?! Waar moet zij dan aan gene zijde iets vandaan halen om echt iets te kunnen worden, nu zij met het 'niets' van de materie zelf tot 'niets' geworden is?!

[2] Ja vriend, voor degene die heeft, is alles wat hij krijgt winst, zodat hij dan altijd nog meer heeft! Maar heel anders is het gesteld met datgene, wat op zichzelf niets is en niets heeft! Hoe moet men dan iets kunnen geven aan datgene wat zich eerder door de leugen heeft laten vangen en tot mets heeft laten maken?!

[3] Of kun jij vloeistof in een bak doen die alleen in je gedachten bestaat en verder nergens, of -als er wel een bak is -deze echter aan alle kanten zoveel gaten heeft, dat ze nauwelijks te tellen zijn? Zal daar ook maar één druppel in blijven? ..

[4] Ach, zou de materie op zichzelf, zoals zij is, blijvende en onveranderlijke realiteit zijn -wat echter onmogelijk is , dan zou zij als zodanig. waarheid zijn, en wie haar zou verkrijgen en bezitten, zou dan in het bezit zijn van een waarheid; en zou de ziel overgaan in de materie, dan zou ze een ware en blijvende realiteit worden! ...

[5] Omdat materie echter alleen maar een gericht van het geestelijke is, dat niet blijvend kan en mag zijn, maar slechts kan en mag duren zolang het geestelijke oerelement zich hierin verzamelt, zichzelf daarin leert kennen en dan na het verkrijgen van voldoende kracht de materie om zich heen oplost en deze in het overeenkomstige geestelijke verandert, daarom kan het niet anders dan dat een verwereldlijkte en materieel geworden ziel uiteindelijk het lot van de materie deelt.

[6] Wordt de materie opgelost, dan gebeurt dat ook met de ziel. Deze wordt, in ieder geval voor het grootste deel, opgelost in de substantiële, psycho-etherische oerkrachtatomen, en daarbij blijft er voor de eigenlijke ziel na het afvallen van het vlees niets anders over dan het een of andere lichtloze en vaak bijna levenloze skeletachtige grondtype van een dier, dat niet de minste gelijkenis heeft met het wezen van een mens.

[7] Zo'n ziel bevindt zich dan in een toestand welke de oer-aartsvaders, die begaafd waren met het vermogen om geestelijk te zien, 'SHE OUL A , (hel = dorst naar leven) noemden, wat een heel ware en juiste benaming was.

[8] In die zin is ook de hele aarde en kortom alles wat je met je materiële zintuigen ook maar kunt waarnemen, een ware 'SHE OUL A '. Dit betekent voor de ziel, die een geest is of liever gezegd moet worden, de dood; want wie is opgehouden datgene te zijn wat hij was, is ook als datgene wat hij was, volledig dood.

[9] Een ziel is dan na het afvallen van het vlees ook dood als zij om de zojuist genoemde redenen alles, wat haar van een menselijk wezen eigen was, bijna totaal heeft verloren, en er hoogstens een dierskelet van haar overgebleven is. Er zullen weer voor jou ondenkbare tijden moeten verstrijken eer zo'n ziel, die geheel in materie is opgegaan, een mensachtig wezen wordt, en hoe lang zal het duren, tot uit zo'n ziel weer een volledig mens groeit!

[10] Jij denkt nu natuurlijk, dat bij God alles ook in een enkelogenblik mogelijk moet zijn. Ik zegje daarop, dat bij God inderdaad wel alle dingen mogelijk zijn. Als God poppen en automaten wil hebben, dan is één enkel ogenblik genoeg om de hele zichtbare ruimte daarmee te vullen!

[11] Maar al deze wezens zullen geen eigen, vrije wil hebben en geen eigen, op zichzelf staand, zelfwerkzaam leven. Ze zullen zich alleen maar bewegen volgens Gods wil die door hen heen stroomt. Wat zij zien zal zijn wat God ziet, hun gedachten zullen de gedachten van God zijn. Zulke schepselen zullen zijn als de afzonderlijke ledematen van je lichaam, die zich zonder jouw bewustzijn en jouw wil absoluut niet zelf kunnen bewegen en actief kunnen zijn.

[12] Is dit niet heel anders met je kinderen, die ook uitjouw vlees en bloed zijn voortgekomen? Die wachten niet meer op jouw wil; zij hebben een volledig eigen leven, bewustzijn en wil. Ze zullen je wel volgen, en lessen en geboden vanje aannemen, maar niet overeenkomstig jouw, maar altijd slechts volgens hun hoogst eigen wil, zonder welke jij aan hen net zo weinig zou kunnen leren als aan een uit steen gehouwen beeld of een steen!

13] En kijk, schepselen met een vrij bewustzijn en een vrije wil, die voor zichzelf verantwoordelijk moeten zijn en zichzelf moeten vervolmaken, om daardoor dan ook voor eeuwig vrije en zelfstandige wezens te blijven, moeten door God ook zo geschapen zijn dat het hun mogelijk gemaakt wordt om zoiets te bereiken!

[14] Door God mag hier alleen in zekere zin het zaadje geschapen worden, dat is toegerust met alle denkbare levenscapaciteiten, die als in een huls opgesloten zitten; de verdere, vrijere levensontwikkeling en de vorming daarvan moet aan het zaadje zelf overgelaten worden. Het moet ook het van buiten eromheen stromende leven uit God zelf naar zich toe gaan trekken en daaruit een eigen, op zichzelf staand leven vormen.

[15] En kijk, zoiets gaat niet zo snel als jij denkt, omdat het embryonale leven als zodanig niet zo machtig en daadkrachtig kan zijn als het sinds eeuwigheden allervolmaaktste leven in God!

[16] En omdat iedere ziel, ook al is deze nog zo verdorven, altijd dezelfde bestemming heeft, kan deze aan gene zijde met betrekking tot haar levensheil ook op geen andere manier geholpen worden dan waarop zij zich met de weinige, haar nog ter beschikking staande middelen zelf helpen kan en volgens Gods eeuwige orde ook zelf helpen moet.

[17] Hopelijk heb Ik je nu duidelijk en helder genoeg uiteengezet wat dan eigenlijk satan is en de hel, en wat de eigenlijke eeuwige dood is, en je zult nu wel nauwelijks meer een vraag hebben over iets wat je niet voldoende duidelijk is. Mocht er echter toch nog iets zijn wat je niet begrijpt, vraag het dan; want kijk, de zon gaat bijna onder en dan zullen wij het avondmaal tot ons nemen!
72 Verklaring van het woord 'SHEOULA' (hel)

Over helder zien
[1] ROCLUS zegt: 'Heer en Meester, ik heb nu gezien dat uw wijsheid en zeer gedegen inzicht in alle dingen ondoorgrondelijk diep is en ik moet hier openlijk toegeven, dat u zoiets onmogelijk zou kunnen weten en inzien als u alleen maar een mens zou zijn en niet met uw geest het grootste aandeel had gehad in de hele schepping, -en mij is nu heel veel helder en overduidelijk geworden wat ik me vroeger nooit had kunnen voorstellen! Maar omdat u zo goed was om mij zulke buitengewone dingen te verklaren, vraag ik u om mij de uitdrukking 'sheoula' en, zeg, de eeuwige dood nog een beetje nader te verklaren; want helemaal duidelijk is me dat nog niet. Dat wil zeggen, ik begrijp het wel zo ongeveer, maar als ik zou beweren dat ik er al helemaal in thuis was, zou ik mezelf voor de gek houden! Zou u mij daarom deze twee genoemde dingen nog iets nader willen uiteggen!"

[2] IK zeg: 'Luister dan! 'SHE', of 'SHEI' of ook 'SHEA' betekent: 'hij dorst'; 'OUL' of ook 'VOUL': 'de in zichzelf verlaten mens', men zou kunnen zeggen: ' dierlijke mens' ; en dan' A' : 'naar de consistentie van datgene, wat de innerlijke wijsheid en kennis uitmaakt'.

[3] Dat men onder de letter A zoiets moet verstaan, laat de vorm zien van de oude Egyptische piramiden, die een nabootsing op grote schaal zijn van de hersenpiramiden, en die de bestemming hadden om de mensen als wijsheidsscholen te dienen, waarvan de naam en de inrichting van binnen vandaag de dag nog getuigenis afleggen. Want 'PIRA Ml DAl' betekent immers 'Geef mij wijsheid!' En de inrichting van binnen was ook zo dat de mens hierin, helemaal van de buitenwereld afgesloten, zijn innerlijk moest beginnen te beschouwen en zijn innerlijk levenslicht moest vinden. ­Daarom was het in de lange inwendige gangen van zo'n piramide ook altijd pikdonker en oerduister, en het werd niet eerder licht, voordat de mens met zijn innerlijk levenslicht alles begon te verlichten.

[4] Dit is voor jou wel een beetje vreemd om te horen, maar toch is het allemaal zo! Want als in het gemoed van een mens het innerlijk oog geopend wordt, bestaat er voor hem op aarde geen nacht en geen duisternis meer. Een als het ware tastbaar bewijs hiervoor leveren alle zeer sensitieve en in extase verkerende mensen. Deze zien met volkomen gesloten ogen heel veel meer dan duizend anderen met de allerbeste, gezondste en scherpste ogen; want zij kijken door de meest vaste en ondoorzichtige materie heen en kunnen gemakkelijk door de hele aarde heen kijken, en zelfs de sterren zijn niet zo ver weg dat de in extase verkerende (magneti­sche) mensen ze niet geheel en al zouden kunnen doorzien.

[5] Maar hoe mensen in de zalige toestand van extase kunnen komen -en dat tenslotte wanneer en hoe vaak ze maar willen -, dat werd hun nu juist in de piramiden geleerd en werd vooral zeer intensief beoefend.

[6] Omdat de piramiden daarvoor dienden, gaf men ze ook de zeer juiste en veelzeggende naam SHE OUL A. De oude Hebreeërs kortten het af tot SHEOL " de Grieken tot SCHOLE, de Romeinen tot SCHOLA en de Perzen en Indiërs tot SCHEHOL.

[7] En omdat de oude wijzen, door hetgeen zij in geestvervoering zagen, heel goed wisten in wat voor betreurenswaardige toestand zeer materiële zielen, die de wereld en zichzelf bovenmatig liefhebben, aan gene zijde na het afvallen van het lichaam geraken, noemden zij deze betreurenswaardige toestand ook SHE OUL A, hel!

[8] Dat een dergelijke toestand, in vergelijking met die van een ware wijze die leeft binnen Gods orde, met het begrip 'dood' werd aangeduid, komt zeker met de waarheid overeen. En omdat dat eeuwig en noodzakelijker­wijs een steeds eendere en blijvende eigenschap is van alles wat 'wereld' en 'materie' heet, zal het ook duidelijk zijn waarom men zoiets de 'eeuwige dood' heeft genoemd!

[9] Zolang dan een ziel hier of aan gene zijde in zo'n toestand verkeert, bevindt ze zich natuurlijk ook in een toestand van eeuwige dood, en om zich daarvan los te maken is beslist een uiterst moeilijke levensopgave! Menige ziel kan er wel zo'n lange tijd voor nodig hebben als de levensduur van een wereld tot ze uit zichzelf weer zover komt dat ze iets is! -Zeg Me, of het je nu duidelijk is!'

[10] ROCLUS zegt: 'Ja, Heer en Meester over alles, nu is me ook dit werkelijk geheel duidelijk; maar nu nog een kleine vraag, en dat is, hoe namelijk een mens in de staat van geestvervoering kan raken, waarin hij alles ziet! Als ik dat nog zou weten, al zijn het alleen maar de wegen waarlangs dat mogelijk is, dan zou ik er al het denkbare voor over hebben om mezelf ook van tijd tot tijd in zo'n hoogst gelukkig makende toestand te brengen! Heer en Meester over alle dingen, wees zo goed om me ook wat dat betreft een paar goede aanwijzingen te geven!"

[11] IK zeg: 'De scholen van Egypte hebben opgehouden te bestaan en bestaan op die manier al heel lang niet meer; want ten tijde van Mozes begon het de verkeerde kant op te gaan. Toen is men al begonnen om alleen uiterlijk onderwijs te geven, en mensen als Plato en Socrates waren zo ongeveer de laatsten die nog 'n vaag begrip hadden van de innerlijke levensschool.

[12] Maar Ik ben immers nu in het vlees van deze wereld gekomen om jullie mensen een nog beter levensvoorschrift te geven, waarmee ieder kan bereiken dat hij tot de hoogste levenswijsheid komt. En dit voorschrift luidt kort gezegd als volgt: 'Heb God boven alles lief, en heb je naaste lief zoals jezelf!' Wie dit beoefent en volop in praktijk brengt is gelijk aan Mij en zal juist daardoor dan ook binnengeleid worden in alle wijsheid en haarkracht en macht!

[13] Want in degene die volliefde tot God is, is ook God met Zijn eindeloze en grenzeloze liefde en met het hoogste licht daarvan tegen­woordig. De ziel zwelgt dan met haar geest in het licht van Gods wijsheid­ en dan kan het immers niet anders dan dat ook zij alles ziet en weet wat het licht van God ziet en weet. En omdat de eeuwige almacht en kracht van God nu juist in Zijn grenzeloze en eindeloze liefde ligt, hoeft de ziel in deze goddelijke liefde natuurlijk slechts te willen met de wil van de in haar heersende liefde van Gods geest, en wat de ziel wil, dat moet gebeuren! - Dat is zo duidelijk en waar, als maar iets in deze wereld duidelijk en waar kan zijn.

[14] Het is echter bij lange na niet voldoende om dit te weten en te geloven, hoe intensief dan ook, maar men moet het volop in praktijk brengen, ook in de moeilijkste levensomstandigheden, en men moet het te allen tijde oefenen; want alleen voortdurende intensieve oefening baart uiteindelijk pas kunst!'


73 Hoe men God boven alles liefheeft en hoe God graag ziet, dat de mens werkt
[1] ROCLUS zegt: 'Heer en Meester, hoe kan ik het nu zover brengen om God, de onzichtbare eeuwige Geest, uit alle levenskrachten boven alles lief te hebben? Want het lijkt me dat het hart van een mens te klein is en niet in staat om de oneindige, eeuwige Geest van God, waar men zich onmogelijk een voorstelling van kan maken, boven alles lief te hebben.

[2] Naastenliefde is niet moeilijk; maar met de liefde tot God, zo tot in 't eindeloze, valt het toch zeker voor ons, zeer kleine mensen, niet mee! Hoe kan men er dan voor zorgen, dat men God boven alles kan liefhebben?"

[3] IK zeg: 'iets gemakkelijkers bestaat er vast in de hele wereld niet! Als men Gods werken bekijkt, Zijn goedheid en wijsheid, en men zich nauwkeurig aan Zijn geboden houdt, zijn arme naaste liefheeft als zichzelf, dan heeft men daardoor ook al God boven alles lief!

[4] Kun je je echter van God geen voorstelling maken die je voldoet, kijk dan naar Mij, dan heb je ook die voor eeuwig geldende en blijvende vorm voor je, de enige vorm waaronder jij je jouw God en Schepper voor kunt stellen! Want God is ook een Mens, maar de eeuwig meest volmaakte in en door Zichzelf! Als je Mij ziet, zie je ook alles! -Heb je Mij ook wat dit betreft goed begrepen?"

[5] ROCLUS zegt: 'Heer en Meester van alle dingen, nu heb ik alles en ik wil Uw dienaar zijn! Maar laat mij nu in vrede gaan! Want ik ben het niet waard om nog langer bij U te blijven!"

[6] IK zeg: 'Wie de innerlijke vrede heeft, kan gaan waarheen hij maar wil, dan gaat hij in vrede! En jij hebt de innerlijke vrede nu bereikt, en als jij ergens heen gaat, ga je in vrede. Maar je kunt met je gezelschap nog wel een tijdje hier blijven, dan zul je samen met hen hier nog het een en ander horen waar jullie allemaal wijzer van worden!

[7] Het einde van de dag breekt nu aan en de zon die de hele dag een helder licht over de aarde heeft geworpen, heeft reeds de rand van de bergen bereikt en zal over enkele ogenblikken niet meer te zien zijn, en wij kunnen allemaal zeggen dat deze dag goed is besteed. We hebben flink gewerkt, en in uren meer verricht dan wat enkel mensenhanden in jaren tot stand gebracht zouden hebben. Wie werkt, moet ook eten en zijn ledematen versterken! Jullie hebben ook gewerkt en moeten daarom ook met ons samen eten! Blijven jullie dus hier en houdt met ons een avondmaal!"

[8] ROCLUS zegt: 'Heer en Meester over alle dingen! Wat heb ik hier dan wel gedaan met mijn metgezellen, dat men als werk zou kunnen bestem­pelen? Woorden, meningen en ervaringen uitwisselen is alles wat wij hier gedaan hebben, terwijl we verder niets stonden te doen, -dat kan men toch geen werken noemen?"

[9] IK zeg: 'Waar en wanneer dan ook een mens waarachtig voor het heil van zijn ziel heeft gewerkt, daar en dan heeft hij ook het meest en waarachtig en hoogst belangeloos gewerkt; want op de goede manier bezig zijn voor het welzijn en het heil van de eigen ziel sluit immers zonder meer alle andere zelfzuchtige bezigheden geheel en al uit, omdat zelfzuchtigheid en eigenliefde de liefde tot God en de naaste volledig uitsluiten.

[10] Wie op aardse wijze voor zijn lichaam zorgt, zoekt de schatten van deze wereld, woelt in de materie en begraaft zijn ziel dus in het gericht en in de dood. Al heeft zo iemand ook de hele dag door met ploeg en houweel op het veld gewerkt met zoveel ijver dat hij 's avonds rijkelijk in zijn eigen zweet baadt, dan was hij in vergelijking met hetgeen Ik arbeid noem, toch een dagdief, een luie knecht voor het veld van Gods rijk.

[11] Want wie niet in zijn geest werkt voor het ware, hem door God gestelde doel, zoals hij naar recht en billijkheid volgens Gods orde behoort te doen, die werkt zeker ook niet voor het tijdelijke en eeuwige welzijn van zijn naaste, en vindt het niet de moeite waard om God te zoeken en Hem nader te leren kennen. Wie zich echter niet inspant om God te vinden en Hem waarachtig te leren kennen, spant zich nog minder in voor het welzijn van zijn naaste, en als hij al iets voor hem doet, dan doet hij dat omwille van zichzelf, opdat zijn naaste op de een of andere manier in staat zal zijn hem vele malen meer van dienst te zijn dan hij het voor hem is geweest.

[12] jij hebt nu echter God en ook jezelf gezocht -en zowel God als jezelf gevonden; en zie, dat was een goed werk van je, zodat je nu in een paar uur meer hebt gedaan dan anders in je hele leven! En daarom kun je nu ook hier blijven, een goede rust genieten en met ons een avondmaaltijd houden!"


74 Vragen over ziektes en het genezen ervan
[1] ROCLUS zegt: "Heer en Meester over alle dingen! leder woord uit Uw mond is meer dan het puurste goud en de ene waarheid verheft de andere! Ook is er geen van Uw licht­ en levenswoorden bij mij op onvruchtbare bodem gevallen, en ik voel nu in mezelf dat hieruit zeker de zegenrijkste vruchten voor de schuren van het ware leven zullen groeien; en omdat ik nu toch de genade heb om met U te praten, zou ik ook graag van U willen weten of wij in het vervolg de zieken door onze natuurlijke geneesmid­delen van hun ziektes moeten genezen, of dat wij dat enkel en alleen moeten doen door zo vast mogelijk op Uw Naam te vertrouwen? Want de gedachte kwam nu bij me op, dat het misschien wel niet altijd in overeenstemming is met Uw goddelijke wil om iedere zieke te genezen. Want er zullen er wel bij zijn, aan wie Uw goddelijke liefde en wijsheid een lichamelijke ziekte of ook een psychische ziekte deed toekomen, om juist daardoor hun ziel te verbeteren.

[2] Het is een maar al te bekend feit, dat vaak de lichamelijk gezondste mensen nu niet bepaald de in moreelopzicht meest deugdzame mensen zijn. ja, lichamelijke gezondheid maakt de mens vaak moedwillig, op de wereld gericht en genotzuchtig, terwijl zieken, vooral zij die aan een chronische kwaallijden, gewoonlijk geduldig, zachtmoedig en vol over­gave aan de goddelijke wil wegkwijnen; men hoort ze zelden klagen, ze zijn vol deemoed en zijn in hun hart niet afgunstig. Zou het goede karakter van hun ziel misschien niet veranderen als men hen plotseling kerngezond zou maken?

[3] En dan komt er nog iets bij: zeker staat het voor ieder mens vast, dat hij lichamelijk ooit zal sterven, -als dit niet het geval zou zijn, dan zouden mensen uit de tijd van Adam lichamelijk nog leven. Wanneer wij echter iedereen, jong en oud, die ziek en ook doodziek bij ons komt, meteen weer geheel beter zouden maken en wij ook elkaar, dan zou mettertijd het sterven op deze wereld werkelijk wel eens iets zeldzaams kunnen worden, met name, als door Uw leer in de loop der tijd bijvoorbeeld ook oorlogen overbodig zouden worden!

[4] Als wij iemand die om hulp bij ons is gekomen, niet genezen, dan zal men ons voor harde, meedogenloze mensen uitmaken; en als U het een keer niet toelaat dat iemand, die al meerdere malen door ons is genezen, bijvoorbeeld voor de tiende keer weer genezen wordt, ondanks onze wil en onze moeite, dan wordt ofwel de kracht van Uw naam ofwel ons eigen vertrouwen daardoor verdacht en gebrekkig, en zal het geloof van het volk schipbreuk lijden! Want zover kunnen wij de eenmaal in de materie levende mensen niet brengen, dat ze ter verkrijging van een hoger leven in het grote hiernamaals dit aardse leven zo'n geringe plaats willen gaan geven, dat ze er in geval van ziekte niets meer voor doen.

[5] Zelfs een grijsaard van honderd jaar en ouder zal nog naar medicijnen grijpen om zijn leven te verlengen, ook al zou hij weten dat het afleggen van zijn broze lichaam met het hoogst mogelijke welbehagen verbonden zou zijn. Dat de zucht van mensen om gezond en zo lang mogelijk.op deze armetierige wereld te leven zelfs onder vaak heel slechte omstandigheden onverzadigbaar is, leert ons in het algemeen een meer dan duizendjarige ervaring; en als de mensen op grotere schaal weten dat iedere kwaal van hen alleen door de kracht van Uw Naam genezen kan worden, ja, dat, als dat nodig is, zelfs overledenen in het leven teruggeroepen kunnen worden, dan zullen we keer op keer door het volk belegerd worden!

[6] Volgens mij zou nadere informatie hierover voor ons, en ook voor ieder ander, zeker niet overbodig zijn! Of hebt U voor die mensen die geheel volgens Uw orde zullen leven soms van nu af aan de oude lichamelijke dood helemaal opgeheven, zodat vanaf nu de mensen voort­aan reeds met een verheerlijkt lichaam zullen leven, en de vleselijke dood slechts degenen die tegen Uw leer en Uw wetten blijven zondigen ten deel zal vallen?

[7] Heer en Meester over alle dingen! Ziet U, de stralen van de onderge­gane zon werpen nog zo'n prachtige gouden gloed over de avondhemel, en de sikkel van de maan wedijvert gewoon met de avondster om het licht van de moeder van de dag te vervangen. Het is zo overheerlijk, Heer, om Uw lichtgevende werken te aanschouwen; maar nog eindeloos veel heerlijker is het gevoel van het innerlijke licht, dat vanuit Uw mond de duisterste hoeken van ons leven verlicht! Wilt U mij, omdat er nog tijd voor is, nog voor het avondmaal duidelijk maken, wat ik mezelf nooit duidelijk zal kunnen maken!"
75 Pijn, ziekte en dood
[1] IK zeg: "Mijn vriend, je wilt iets te weten komen wat jij noch iemand anders eigenlijk hoeft te weten, omdat dat enkel en alleen Mijn zaak is, wat zoveel wil zeggen als: het is een zaak van de eeuwige Vader in de hemel, dus een orde waarop zelfs Ikzelf in lichamelijk opzicht geen uitzondering mag, kan en zal maken!

[2] Wie in vlees is gehuld, zal dit ook weer moeten afleggen, met of zonder pijn, dat maakt helemaal niets uit; want als men het vlees heeft afgelegd, is alle pijn die men op deze wereld voelde, opgehouden. Want de lucht die de ziel van een mens in de andere wereld zal inademen, zal een heel andere zijn dan de lucht van deze materiële wereld hier. Waar geen dood meer bestaat, daar is in feite ook geen pijn, omdat lichamelijke pijn altijd alleen maar veroorzaakt wordt doordat de ziel zich gedeeltelijk van het lichaam losmaakt.

[3] Daarmee wil Ik echter niet zeggen dat een ziel in haar zuivere toestand zonder gevoel en gemoedsbeweging is -want als zij die niet had zou ze immers dood zijn; maar ze zal in de wereld die in overeenstemming is met haar wezen niets vinden dat haar benauwt, beknelt, beklemt en bedrukt en daardoor een pijnlijk gevoel veroorzaakt, en daarom zal ze ook nooit pijn waarnemen.

[4] Of is een volkomen kerngezond mens soms in zijn lichaam niet ontvankelijk voor het gevoel van pijn, omdat hij nog nooit het ongeluk had ziek te zijn, en nog nooit door iemand geslagen of gestoken werd?! Bij hem ontbrak alleen maar een oorzaak die pijn opwekte.

[5] De belangrijkste oorzaak voor pijn, die altijd alleen maar door de ziel en nooit door het vlees gevoeld wordt, ligt dus in de druk die een te traag en derhalve ook te zwaar geworden lichaam op een levensgedeelte van de ziel uitoefent.

[6] Daarom is iedere ziekte tijdelijk te genezen als men in staat is om de massa van het vlees te verlichten; maar voor het lichaam dat oud wordt bestaat er geen verlichting meer, ofschoon iemand die in goede orde leeft, over het geheel genomen nog tot op zeer hoge leeftijd weinig over pijn te verhalen zal hebben. Diens lichaam zal tot aan het laatste uur nog heel flexibel en buigzaam blijven, en de ziel zal zich stukje bij beetje heel zacht van het vlees los kunnen maken volgens de eigenlijke, beste en ware orde. Zij zal weliswaar ook niet wensen om zich, zelfs op de hoogste leeftijd die op aarde mogelijk is, van het lichaam los te maken; maar wanneer de voor haar duidelijk te horen, hoogst gelukkig stemmende roep uit de hemelen klinkt: 'Kom uit je kerker naar het volledig vrije, eeuwige, ware leven!', dan zal ze geen seconde aarzelen om haar bouwvallige, aardse huis te verlaten en zich naar buiten te begeven naar de lichte velden van het ware, eeuwige leven.

[7] Wel, dat zullen jullie met geen enkel kruidensap en ook niet door de macht van Mijn naam ooit kunnen verhinderen, omdat het niet de wil van Mijn geest kan zijn. Jullie zullen in staat zijn om ware wonderen. te verrichten met de kracht van Mijn naam, maar alleen in overeenstemming met Mijn wil die zich duidelijk in jullie hart kenbaar zal maken, en nooit in strijd daarmee. Daarom moeten jullie ook vooral Mijn wil, die waarlijk een wil van God is, volkomen tot jullie wil maken, dan is het onmogelijk dat jullie iets mislukt wat jullie vanuit Mij en dus vanuit Mijn eeuwige orde zullen willen.

[8] Daarom kan er ook geen sprake van zijn, dat iemand tengevolge van de aan jullie verleende geneeskracht in en door Mijn naam nooit zou kunnen sterven. Ook moeten jullie nooit iemand genezing ontzeggen als Mijn geest jullie in je hart ingeeft: 'Hem worde geholpen!'; als de geest echter zegt: 'Laat zijn vlees hem blijven kwellen, opdat zijn ziel er genoeg van krijgt om zich over te geven aan de geneugten van het vlees!', laat hem dan en genees hem niet van zijn lichamelijke kwaal -want deze moet hij dragen tot heil van zijn ziel!

[9] En nu zie je dus, dat je bezorgdheid een beetje overbodig was! Begeef je daarom in Mijn juiste orde, dan zal alles je wel duidelijk worden! Heb je soms nog meer moeilijkheden, zeg dat dan, voor de waard met het maal uit de nieuwe keuken zal komen!"

1   ...   12   13   14   15   16   17   18   19   ...   53


Dovnload 2.11 Mb.