Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda

Dovnload 2.11 Mb.

Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda



Pagina17/53
Datum28.10.2017
Grootte2.11 Mb.

Dovnload 2.11 Mb.
1   ...   13   14   15   16   17   18   19   20   ...   53
76 De vrijheid van de menselijke wil
[1] ROCLUS zegt: 'Ja, Heer en Meester over alle dingen, als wij alleen maar wonderen kunnen doen die U alleen wilt, en dan nog alles binnen Uw hele aan de wereld ten grondslag liggende natuurlijke, eeuwige orde, dan dient onze eigen vrije wil immers nergens meer toe, en met het hier en daar verrichten van de hoognodige wonderen als de beste en krachtigste bewijzen voor de macht en de kracht van Uw naam zal het er op aarde dan zeer magertjes uit gaan zien!

[2] De wonderen van Uw wil gebeuren toch al dag in dag uit, of wij die nu ook willen of niet, en onze wil is tegenover die van U altijd als een lege holle noot. De zon, de maan en de sterren gaan op en onder zonder onze wil; en zo wordt ook de aarde groen en brengt haar vruchten voort; en de wolken trekken voorbij, en de winden spelen met de golven van de zee; en het wordt winter en zomer, en de tijden gaan voorbij en komen nooit meer terug, alles helemaal zonder onze wil! Of wij dat nu ook willen of niet, dat maakt niets uit! Maar hoe zit het dan met de vaak ook noodza­kelijke, uitzonderlijke wonderen?"

[3] IK zeg: 'Ja, beste Roclus, het is nog altijd een beetje moeilijk om met jou te praten, omdat jouw gemoed nog te veel aardse opvattingen en zienswijzen bevat!

[4] Kijk, wie zijn handen aan de ploeg slaat en daarbij achterom kijkt, is nog niet geschikt voor het rijk van God! Denk jij soms dat God in Zijn volmaakt heldere denken en willen ook zo eenvormig en eentonig is als het starre ijs van het Noorden?

[5] O mens, leer eerst God goed kennen en Zijn almachtige wil, dan zul je ook wel gaan inzien of iemand, wiens hart vol is van Gods geest, in overeenstemming met de eeuwige wil van God niets anders meer kan willen en doen dan alleen maar stom en geduldig de ene dag na de andere te laten ontstaan en te laten vergaan en gelukzalig toe te zien, hoe de verschillende kruiden groeien en bloeien en dan weer verdorren!

[6] Als het God wat de mens betreft alleen maar daarom te doen was geweest, dan had Hij hun nooit een eigen wil hoeven te geven, dan had Hij hen slechts als poliepachtige zeedieren, weliswaar in menselijke vorm, als paddestoelen uit de grond kunnen laten groeien, met in de grond vastzittende wortels om vocht en voedsel op te nemen; dan hadden ze dag en nacht kunnen toekijken hoe de sterren volgens Gods wil schijnbaar op en ondergaan en hoe mooi het gras om hen heen groeit! Zich vrij te kunnen bewegen en van plaats te kunnen veranderen zou helemaal niet nodig zijn; want ze zouden immers toch geen vrije wil hebben, en de steeds eendere en stereotype wil van God zouden ze als onbeweeglijke beelden nog veel beter door zich heen kunnen laten gaan en in zich kunnen laten heersen dan een mens dat kan met zijn wil, hoe vroom en ootmoedig hij ook is!

[7] Want een mens, die dan toch altijd nog een eigen wil heeft en zich vrij kan bewegen, kan immers toch nog met al zijn gevoel voor schoonheid ooit op de gedachte komen om enkele stappen over een mooi met gras begroeid stuk grond te lopen; en dan is het onvermijdelijk dat hij het gras dat volgens de wil en de eeuwige orde van God rechtop groeit en staat, tegen de grond drukt en bovendien nog enkele bladmijten voordat het hun tijd is hun levenslicht uitblaast! -Heb je nu een beetje in de gaten, hoe dwaas je bezorgdheid is?

[8] En bedenk dan eens, dat de mens met een vrije wil voor zijn lichamelijk voedsel niet alleen allerlei heerlijke vruchten die vol vruchtzaadjes zitten met zijn tanden fijnmaalt en deze dan als voedsel voor zijn lichaam genadeloos en zonder pardon verslindt, maar zich zelfs aan allerlei dieren vergrijpt, doodt, en tenslotte ook hun gebraden vlees met ware gulzigheid verorbert. Hier en daar zoekt hij uitgestrekte vlakten uit waar eerder gedurende vele duizenden jaren het mooiste gras, andere heilzame kruiden­struiken en bomen in de mooiste en meest ongestoorde orde van God groeiden, en bouwt daar dan dode huizen en steden op.Ja, vriend, kan dat volgens de orde van God zoals jij je die voorstelt, wel juist zijn?

[9] Of, als jij je in de loop der tijd lang geworden nagels, baard en haren korter maakt, handel je dan niet in strijd met Gods orde, volgens wiens stereotype wil nagels, baard en haren steeds weer aangroeien en niet zo kort willen blijven als jij hen met je schaar hebt voorgeschreven?

[10] Als God nu absoluut niet wilde dat een wezen, dat vrij denkt en een vrije wil heeft, in strijd met het stereotype van Zijn scheppingswil handelde en op vernietigende wijze zowel op grote als op kleine schaal ingreep tegen de bestaande, altijd onveranderlijke orde, zou Hij dan wel wijs gehandeld hebben toen Hij voor Zichzelf wezens schiep, die alleen al omwille van hun bestaan genoodzaakt zijn om allerlei vernietigende ingrepen te ver­richten tegen de orde van de oerschepping, die toch ook een werk van de almachtige en hoogst wijze God is?!

[11] Maar als God, de Heer en Schepper van alle dingen en wezens, het toelaat dat de levende wezens, en met name de vrij denkende mensen die een vrije wil hebben gekregen, Zijn bossen verwoesten, bomen omkappen, er hutten en huizen van bouwen en het grootste deel ervan verbranden, Zijn mooie gras vertrappen, afmaaien en als voer aan de koeien, ossen, ezels, schapen en geiten geven, en als God dan niemand op zijn vingers tikt bij talloze andere ingrepen tegen Zijn stereotype orde, hoeveel onwaarschijnlijker is het dan dat Hij Zich met Zijn almachtige wil verzet als het erom gaat de zeer kleine wilsvrijheid van de mens te ontwikkelen tot de grootste goddelijke vrije wil!

[12] Heb je dan niet gezien hoe zojuist deze jongen, die in feite ook slechts een schepsel van God is, die steen in goud veranderde, wat tegen het stereotype van de oergoddelijke wil in gebeurde? Heeft iemand hem ter verantwoording geroepen omdat hij zo'n enorme ingreep heeft gedaan in de basisorde van God? Integendeel, dit is slechts teweeggebracht door de goddelijke wil, verenigd met die van de jongen!

[13] Als jij je houdt aan de eenvoudige geboden van God en God waarachtig boven alles liefhebt, dan word je toch immers steeds meer één met het weten en willen van God. Op die manier word je wijzer en wijzer en in dezelfde mate ook machtiger, en zo krijg je ook steeds meer inzicht in je willen. Je innerlijke goddelijke licht zal tot een alziendheid verheven worden, waardoor je in de overigens nog bestaande levensduisternis de werkzame levenskrachten niet alleen zult voelen, maar ook zult zien; en doordat je de volmaakt vrije wil van God in je hebt, zul je ze er ook toe kunnen brengen om op deze of gene manier actief te worden. Juist doordat je de talloze, voortdurend van God uitgaande krachten ieder op zich en individueel herkent en doorziet, krijg je er als bezitter van de goddelijke wil vat op, en kun je ze ook bestemmen en bundelen voor een wijze handeling en een wijs doel. Ze zullen dan ook meteen zo in actie komen als wanneer God ze direct Zelf voor een bepaalde activiteit had bestemd.

[14] Want alle door de hele oneindigheid van God uitstromende krachten zijn te vergelijken met talloze armen van één en dezelfde almachtige God, en kunnen ook onmogelijk op een andere manier actief worden en actief zijn dan enkel en alleen doordat ze hiertoe aangezet worden door de goddelijke wil, omdat ze in feite niets anders zijn dan pure uitstralingen van de goddelijke wil.

[15] Wanneer de mens dan zijn kleine wilsvrijheid met de eindeloos grote goddelijke verenigt, zeg Me, of je dan kunt denken dat het mogelijk is dat

hij enkel een stomme toeschouwer is van de puur goddelijke wil, of dat de mens, wiens wil op die manier zo groot en vrij is geworden, niet in staat zou zijn om met zo'n goddelijke wilsvrijheid het een en ander tot stand te brengen!"


77 Over juiste en onjuiste ijver
[1] ROCLUS zegt: 'Ja Heer en Meester over alle wezens en dingen, doordat U zo genadig bent om deze dingen uit te leggen, staat dit nu voor mij natuurlijk allemaal in een ander licht en menig raadsel dat ik vroeger niet kon oplossen, is me nu volledig duidelijk! Ja, nu begin ik ook een beetje te begrijpen wat een mens eigenlijk is, en wat hij in deze wereld te zoeken heeft en na moet streven en volgens Uw woord ook kan bereiken en eigenlijk moet bereiken! Ja, om zich aan Uw geboden te houden en letterlijk Uw wil te vervullen, is nu natuurlijk iets dat zeer gelukkig maakt en heel eenvoudig is; want nu ziet men overduidelijk wat men van U uiteraard krijgt! Want als ik een plaats, hoe ver ook verwijderd, voor me zie en zo rechtstreeks mogelijk naar deze plaats toeloop, dan moet ik hem tenslotte toch eens bereiken!

[2] Ik kan nu niets anders doen dan U vanuit al mijn levenskrachten danken voor alle moeite die U voor mij gedaan hebt en U verzekeren, dat ik een gewetensvolle leerling van U zal zijn en blijven. Ik geef U ook de volledige verzekering, dat ik alles in het werk zal stellen om ons instituut te reinigen van alle oude wereldse leugenachtige slakken, en daar zal in het vervolg niets meer ondernomen worden dan alleen datgene, wat zich laat verenigen met Uw leer, o Heer en Meester!

[3] Nu al voel ik een kracht in mij die ik tevoren nooit heb gevoeld, waarvoor in het vaste vertrouwen op U alle bergen moeten wijken en waardoor alle doden uit hun graf zouden moeten opstaan! Hoe zal het daarna dan wel niet zijn als mijn toekomstig leven geheel Uw wil zal zijn, en tot welke kracht zal ons instituut komen als allen die daaraan verbonden zijn één zullen zijn wat hun instelling en hun wil betreft?!

[4] Daarom moeten we nu geen tijd meer verliezen! Kom aan, laten we allen aan het werk gaan voor deze nieuwe taak vanuit God! Wie aarzelt, begaat een grove zonde tegen het heil van de mensheid van de hele aarde'

[5] IK zeg: 'Je huidige enthousiasme is wel op zijn plaats en je zult datgene wat je je nu hebt voorgenomen, ook doorzetten; maar je huidige vuur is te vergelijken met een strovuur, waarbij ook meteen geweldige vlammen oplaaien zodat men denkt: als dat zo doorgaat, staat over enkele ogenblik­ken al meteen de hele aardbodem in brand! Maar na enkele ogenblikken houdt het grote strovuur op en naderhand kan men nog amper zien waar de luchtige, grote hoop stro werd verbrand!

[6] Een juiste ijver ontwikkelt zich als het licht en de warmte van de opgaande zon. Als het licht en de warmte van de zon meteen 's ochtends met een Afrikaanse middaggloed zou komen opzetten, dan zou deze een vernietigende uitwerking hebben op planten en dieren, wat iedere goede en ervaren boer al aan het zogenaamde zonneblikken kan zien.

[7] Van een zonneblik is sprake, als tijdens een onweer het firmament dicht met regenwolken is bedekt en het ook al regent maar opeens, als aarde en vruchten al een beetje zijn afgekoeld, het wolkendek opensplijt tengevolge van een bepaalde luchtstroming, en licht en warmte van de zon plotseling op planten en bomen en op allerlei kwetsbare diertjes valt; en kijk, de schade die dan aangericht wordt is groter dan wanneer het een uur lang flink gehageld zou hebben! -Ik wil je met dit voorbeeld alleen op een praktische manier laten zien hoe, als het ware, misplaatste ijver veel meer beschadigt dan goed doet.

[8] Daarom moet je nu ook niet in jullie instituut opeens alle oude en half vergane bomen tegelijk willen omhakken, maar met redelijke ijver als het ware ongemerkt, zo stukje bij beetje, en dan zul je pas de ware zegen in je instituut verspreiden! Maar in één klap, mijn vriend, gaat dat niet! Verder is het ook nodig, dat jullie onder elkaar nog heel wat gesprekken voeren en dat er daarna bewijzen worden gegeven van de nieuwe wonderwerken in Mijn naam! En pas als op die manier allen, en niet alleen jij, in dit nieuwe licht zijn ingeleid, kan al het oude met succes verwijderd worden.

[9] Als een echt wijze boer merkt dat er onkruid tussen de zuivere tarwe opkomt, laat hij het groeien tot aan de oogst. Bij het maaien laat hij het onkruid pas van de tarwe scheiden en daardoor blijft zijn tarwe gezond; het onkruid wordt gedroogd en verbrand op de akker en dient als mest voor de grond. Zie, dat noem Ikzelf wijs en waarachtig gehandeld!

[10] Geloof Me, dat Ik met heel Jeruzalem en al zijn Farizeeën even snel af zou kunnen rekenen als tevoren met die rots in de zee; maar zo'n ijver zou Me slechte vruchten afwerpen! Daardoor zouden dan allen die zouden horen dat Ik door Mijn goddelijke almacht zo'n verwoesting aangericht heb, wel voor Mij gewonnen zijn, maar beslist niet door innerlijke overtuiging, maar langs de weg van het eigen gericht. Uit vrees en schroom zou niemand zich meer durven te roeren; iedereen zou als een machine datgene doen wat Ik van hem zou verlangen!

[11] Zou dat dan echter de vrije wil tot ontwikkeling brengen als zijnde het hoogste goed van iedere mensenziel, en de wil verheffen tot de hoogste kracht van de goddelijke, volkomen vrije wil, waarin alleen het allerhoog­ste levensgeluk bestaat en kan bestaan?!'
78 De ontwikkeling van de vrije wil

De nadelen van overdreven ijver
[1] (DE HEER:) 'En dat de hoogste zaligheid van het leven inderdaad gelegen is in het bezit van de volkomen ongebonden wilsvrijheid en de steeds succesvolle, daadwerkelijke werkzaamheid daarvan, daar leveren alle zelf­zuchtige en heerszuchtige mensen reeds op deze aarde het krachtigste bewijs van!

[2] Menigeen geeft immers graag al zijn bezittingen op om maar een beetje macht te hebben! Wie haat bijvoorbeeld kroon, troon en scepter, vooral als hij zichzelf omhoog kan werken!?

[3] Maar waarom hebben deze drie effectieve heersers dan zo'n onuitspre­kelijke waarde in de ogen van de mensen? Het antwoord ligt voor de hand, en in de aard van de zaak. Omdat hij, die op de troon zit, temidden van miljoenen mensen in de wereld volkomen vrij en doeltreffend van zijn wil gebruik mag en kan maken!

[4] En na degene die op de troon zit, wordt dan ook iedereen bovenmatig gelukkig die door de heerser een ambt krijgt aangeboden waarin hij, al is het maar in naam van de heerser, ook een kleine heerser kan spelen, en zijn naar vrijheid dorstende wil iets meer lucht kan geven. Hij onderdrukt weliswaar zo goed hij kan zijn oorspronkelijke vrije wil, en maakt in plaats daarvan de wil van zijn heerser geheel tot de zijne, ook al is hij het daar vaak niet mee eens; maar dat doet hij allemaal om ook maar een beetje mee te kunnen heersen, en om zijn wil enigszins te kunnen laten gelden. Want bij bijzonder hooggeplaatste staatsbeambten is er immers altijd wel een keer gelegenheid om van de geheel eigen vrije wil gebruik te maken. en dat is voor de mens op deze aarde al een allerhoogste zaligheid.

[5] Maar wat is deze vergeleken met de zaligheid, die voor de gehele oneindigheid en eeuwigheid voort zal komen en moet komen uit de eenwording van de hier altijd uiterst beperkte menselijke wil met de wil van God?!

[6] Maar voordat zoiets kan gebeuren moet de menselijke wil, dat zul je zelf inzien, een serieuze ontwikkeling doormaken en op een hoogst wijze manier door alle stadia van het leven geleid worden, want anders zou het zeker erg gevaarlijk zijn om de vrije wil van de mens uit te rusten met een doeltreffende machtsvolkomenheid!

[7] Maar om de wil van de mens daartoe bekwaam te maken, moet men er naar toe werken dat de mens zich geheel vrijwillig op de wegen van het licht begeeft, en hierop zolang met alle liefde en wereldse zelfverlooche­ning voortgaat tot hij door eigen werkzaamheid en volkomen zelfbestem­ming het juiste doel heeft bereikt.

[8] Maar daartoe is noch een uiterlijke noch een innerlijke dwang bevor­derlijk, die allebei een gericht zijn en waardoor nooit de geest van een mens in zijn wil vrij kan worden. En zolang hij dat niet kan, kan er ook nooit sprake zijn van een vereniging van zijn wil met de volkomen vrije wil in God!

[9] Daarom moeten de mensen eerst alleen door zeer wijs onderricht tot ware kennis van zichzelf en van het enig ware Godswezen gebracht worden, en dat met alle mogelijke goedheid, geduld en de grootste zachtmoedigheid; alleen hardnekkige, weerbarstige karakters, bij wie op de achtergrond een op zichzelf vrijwel geheel zinloze boze moedwil en een waar duivels leedvermaak schuilt, moeten door een werelds uiterlijke straf en gericht op de knieën gedwongen worden, maar niet te snel door een wonder dat wordt verricht om hen te straffen.

[10] Want men moet nooit over het hoofd zien, dat degene die bestraft moet worden, ook een mens is, die eveneens tot een juist gebruik van zijn vrije wil gebracht moet worden, en dat het heel goed mogelijk is dat een arglistige en wraakzuchtige demon hem op een of andere manier beheerst, en op die manier van de anders misschien heel onschuldige mens een waar monster maakt!

[11] Daarom moet iedere overdreven ijver, zelfs als het om iets goeds gaat, zolang in toom worden gehouden tot hij de bescheiden rijpheid heeft verkregen die alles rustig en liefdevol overwegend en verstandig bereke­nend, onverdroten en gestaag tracht aan te wenden met de haar ter beschikking staande middelen, en wel voortdurend rekening houdend met de verschillende ontwikkelingsfasen en omstandigheden van het levend object dat zij moet behandelen.

[12] Dat jullie instituut, zoals het nu nog is, zeker niet Mijn goedkeuring weg kan dragen, zul je nu wel geheel en al inzien! Maar al zou het op nog honderd slechtere principes gebaseerd zijn dan nu het geval is, dan zou het even onverstandig zijn om het plotseling verdacht te maken en te vernie­tigen, als wanneer men nu Jeruzalem of het nog vele malen ergere heidense Rome in een oogwenk van de aarde zou verwijderen.

[13] Probeer zodoende van nu af aan om stukje bij beetje, al naar gelang de dingen zich als het ware vanzelf aandienen, al het verkeerde uit jullie instituut te verwijderen, dan zal het instituut en het volk dat er aan gehecht is, langzaam aan gezond worden overeenkomstig de volle waarheid! Zou je nu echter met je medebroeders meteen alles overhoop willen halen, dan zouden de vele medewerkers van het instituut jou voor waanzinnig en bijgelovig verklaren en op alle mogelijke manieren proberen om je onschadelijk te maken voor het instituut, dat volgens hen uiterst doelmatig is ingericht; en daardoor zou jou iedere gelegenheid ontnomen worden om heel geleidelijk aan en ongemerkt al het verkeerde uit het instituut te verwijderen en te vervangen door de volle waarheid "
79 De Heer maakt gewag van Zijn laatste avondmaal en Zijn kruisdood
[1] (DE HEER:) 'Het meest sprekende voorbeeld daarvan vind je hier immers bij Mij. Nu ken je Mij, Mijn leer en ook de ware strekking ervan voor het leven. Je kent ook Mijn macht, door middel waarvan Ik deze hele aarde even snel en gemakkelijk tot niets zou kunnen omvormen als tevoren de jou welbekende oude rots in de zee! Maar dan zou Ik Me tenslotte Zelf toe moeten roepen: ' Als je deze wereld vol met je hartskinderen, die je hun aanleg en geaardheid hebt gegeven, liever niet had willen hebben, dan had je beter al in het begin helemaal geen aarde kunnen scheppen!' Maar de aarde en de mensen zijn er nu eenmaal, en het is dus zaak alles met alle liefde en geduld te behouden en te leiden volgens de wijsheid uit God, opdat van alles wat deze aarde draagt en in zich bevat, niets, zelfs niet ter grootte van een zonnestofje, verloren zal gaan!

[2] Ja, Ik zeg je: De mensen die Mij het meest tegenstaan en die zeker ook de slechtste mensen op de hele aarde zijn, zijn zonder meer de schriftge­leerden en Farizeeën in Jeruzalem; maar eerder nog dan dat Ik hen veroordeel en aan het kruis laat hangen, wil Ik het Mij door hen laten aandoen!"

[3] Dan springt ROCLUS gewoonweg op en zegt: 'Neen, neen, Heer en Meester! Dat zou betekenen dat Uw geduld wel erg ver gaat! Vanwege die paar schurken in Jeruzalem - ook al zouden ze allemaal in het niets worden opgelost - zal Gods rijk noch op deze aarde en al helemaal niet aan gene zijde ooit enigszins schipbreuk lijden; weg daarom met dat zwarte gespuis, en U blijft!'

[4] IK zeg: 'Zoals je deze zaak nu begrijpt, spreek je ook! Maar over ongeveer drie jaar vanaf nu gerekend zal je eigen geest je leren dat het anders is, dan zul je beter weten; daarom genoeg hierover, laten we ons op het avondmaal voorbereiden! Deze tafel zal iets langer gemaakt worden en jullie, met Ruban erbij nu met z'n dertienen, zullen daar prima aan kunnen zitten en een beeld geven van een toekomstig avondmaal, dat met Mijn laatste avondmaal op deze aarde overeenkomst zal vertonen!"

[5] ROCLUS zegt: 'Heer en Meester! U wordt nu opeens geheimzinnig en raadselachtig; hoe komt dat, waarom?"

[6] IK zeg: 'Vrienden, Ik zou jullie nog heel veel kunnen zeggen, maar jullie zouden het nu nog niet kunnen verdragen! Maar wanneer na dat laatste avondmaal de Heilige Geest in jullie hart zal komen, zal hij jullie volledig in de levende waarheid inwijden, en dan zul je pas helemaal begrijpen wat Ik nu tegen je gezegd heb. -Daar komt Marcus al aan met de schalen; laten we daarom gaan zitten om een vrolijk avondmaal te nuttigen! Jullie tafel is al klaar en gedekt:'

[7] Na deze woorden maakt ROCLUS een diepe buiging voor Mij, gaat dan naar zijn vrienden en metgezellen en zegt: 'Van weggaan is nu geen sprake, we moeten eerst aan het avondmaal deelnemen dat zojuist opgediend wordt, en wel daar, aan de tafel van de heren! De Heer en Meester wil het zo en dan wordt er niet geweigerd! Kom daarom nu snel met me mee en neem met mij plaats aan het vrije gedeelte van de tafel daar, waar de heren reeds lang zitten!"

[8] RUBAN zegt: 'Dat zal vast niet zo erg goed passen! Wij die niets te betekenen hebben, naast de grote Heer aller heren op aarde!'

[9] ROCLUS zegt: 'Passend of niet, de Heer en Meester over alle dingen wil het nu eenmaal zo en dan staat ons niets anders te doen dan te gehoorzamen, en wel met het vreugdevolste hart van de wereld! Laten we daarom gaan, opdat er niemand op ons hoeft te wachten! Maar ook, omdat ik werkelijk al flink honger heb en me echt van harte verheug op een overvloedig en goed toebereid maal! Ik zie dat ze ook hele kruiken en grote bekers vol wijn bij de spijzen op tafel zetten, en de lieftallige jongen schijnt vooral aan onze tafel veel zorg te besteden; laten we er dus maar snel naar toe gaan!"
80 Raphaël eet veel
[1] Na deze woorden van Roclus begeven allen zich naar de voor hen bestemde tafel, maken driemaal een buiging voor het voorname gezelschap en Raphaël wijst ieder meteen zijn plaats en gaat tenslotte als veertiende bij hen aan de nieuwe tafel zitten. Roclus ziet precies het gerecht voor zich waar hij altijd het allermeest van hield; het was een gebraden lam met een bijgerecht dat uit allerbeste en volledig rijpe pomeransen bestond. Hij kon er maar niet over uit hoe het mogelijk was dat men in de keuken zijn smaak zo precies had kunnen raden. Maar al gauw bedacht hij in wat voor gezelschap hij zich bevond en dat verklaarde hem alles. Evenals hij kreeg ieder van de dertien gasten precies datgene, wat hij met recht zijn lievelingsgerecht noemde; alleen Raphaël had een grote schaal voor zich met acht grote heerlijk klaargemaakte vissen, waar hij, zoals bekend, goed raad mee wist, wat de dertien erg opviel.

[2] En Roclus kon het niet laten om de vermeende jongeling, weliswaar heel vriendelijk maar toch zeer verbaasd, te vragen hoe het hem toch mogelijk was om acht van zulke grote vissen zo haastig en snel te verorberen, en of hij nu nog meer kon eten.

[3] En RAPHAËL antwoordde ook heel vriendelijk met een glimlach: 'O, laat er nog maar tien keer zoveel komen, ik zal er heel gemakkelijk en zonder enige moeite weg mee weten; maar met deze vissen ben ik nu ook heel goed en volkomen verzadigd! "

[4] ROCLUS zegt; 'Jouw maag moet toen je nog klein was te volgestopt zijn, anders kan ik dat onmogelijk verklaren! Kun je me misschien helpen om ook mijn lam mee op te eten? Want kijk, aan een achtste deel ervan heb ik meer dan genoeg!'

[5] RAPHAËL zegt: 'Geef maar hier, zeven achtste deel kan ik makkelijk aan!"

[6] Roclus, die zelf slechts een bout van een achterpoot nam, gaf al het andere aan Raphaël en deze was in een enkel ogenblik klaar met vlees en botten.

[7] Dat werd ROCLUS nu toch een beetje al te bont en hij zei totaal perplex: 'Neen, mijn anders zo lieftallige en zeer wijze jongen, dat gaat bij jou vast en zeker niet op natuurlijke wijze! Over het eten van het vlees wil ik eigenlijk helemaal niets zeggen; maar dat je, een wolf overtreffend, ook met beenderen, die geen enkel ander mens toch ooit eet, zo snel klaar bent, -weet je, dat wordt me nu toch al te grijs, nu moet je me deze zaak toch eens nader verklaren!"

[8] RAPHAËL zegt: 'Wel, geef me een steen, dan krijg je ook je wonder te zien!"

[9] Roclus raapte snel een flinke steen van de grond en gaf die aan Raphaël.

[10] En DEZE zei: 'Kijk maar, ik zal ook deze steen verorberen als een prima stuk brood!"

[11] Hierop pakte Raphaël de steen, bracht hem naar zijn mond, en toen de steen zijn mond aanraakte, verdween deze uit het aardse bestaan!

[12] Toen Roclus en zijn vrienden dit zagen, waren ze perplex en ROCLUS zei: 'Nee, jonge vriend, met jou kun je beter maar niet samen ergens te gast zijn, want het zou uiteindelijk wel eens mogelijk kunnen zijn, dat je je ook over je medegasten ontfermt! Veroorloof me deze zachtmoedige opmerking, waarmee ik je eigenlijk niets anders wil zeggen dan: Als je ook ons wilt eten, doe het dan liever vlug, opdat we niet lang vol angst op ons einde hoeven te wachten! Nee, ik wilde van die acht vissen van de grootste soort die er in de Galilese zee voorkomen, niets zeggen, ook niets van mijn zeven achtste lam, beenderen inbegrepen, ofschoon dat al -het spijt me dat ik het zeg -een ontzettend abnormale vorm van vraatzucht is; maar het eten van een minstens tien pond zware steen is iets, dat ons allen geheel terecht met ontzetting vervult! Waar moet dat uiteindelijk naar toe? Dat gaat ons weliswaar weinig of niets aan; maar, ofschoon je in naam van alle goden alle bergen van de aarde kunt verslinden, willen wij toch liever geen getuigen zijn van jouw ontzettende vraatzucht! Begrepen, mijn beste jonge veelvraat?"


1   ...   13   14   15   16   17   18   19   20   ...   53


Dovnload 2.11 Mb.