Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda

Dovnload 2.11 Mb.

Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda



Pagina18/53
Datum28.10.2017
Grootte2.11 Mb.

Dovnload 2.11 Mb.
1   ...   14   15   16   17   18   19   20   21   ...   53
81 Het verschil tussen Raphaël’s persoon en wezen en dat van de aardse mens
[1] RAPHAËL zegt: 'Je moet wel zo praten, omdat je me niet kent; zou je me kennen, dan zou je dat allemaal even natuurlijk vinden als dat jij overeenkomstig jouw honger maar amper een achtste deel van het lam hebt gegeten!

[2] Ik ben ook wel een mens zoals jij, en het ontbreekt mij voorlopig aan geen enkel zintuig en ik heb ook alle ledematen die bij een lichaam horen; maar mijn lichaam is heel anders dan het jouwe; dat van jou is nog sterfelijk ­dat van mij niet! Jij kunt je als ziel en geest niet van je lichaam ontdoen wanneer je dat wilt, het niet oplossen en het niet van het ene moment op het andere veranderen in je geestelijk element; ik kan dat echter wel. In feite ben ik eigenlijk puur geest, ondanks mijn schijnbare lichaam; jij bent echter nog bijna geheel puur vlees en zult nog heel wat voor jezelf moeten doen, tot je je in je lichaam als een rijpe en vrije ziel zult gaan voelen.

[3] Als jij iets hebt gegeten, dan duurt het een poos alvorens hetgeen je gegeten hebt tot bloed en vlees wordt in je lichaam, en je zult nooit weten hoe die verandering in je plaatsvindt. Jij kent de organische bouw van je lichaam niet tot in de kleinste deeltjes; maar aan mij is ieder atoom van mijn en ook van jouw lichaam zo duidelijk bekend, dat er in de hele wereld niets duidelijkers kan zijn! Want ik moet het lichaam dat ik nu heb, van atoom tot atoom, van zenuw tot zenuw, van vezel tot vezel zelf vormen en in stand houden, alsook alle ledematen; maar jij weet al vanaf het begin niet waar je lichaam uit bestaat, en wie het voortdurend vormt en in stand houdt.

[4] Jouw lichaam is verwekt, geboren en gegroeid zonder datje het besefte en buiten je wil om, -dat van mij is geschapen volgens mijn inzicht en mijn wil! Het bewustzijn dat jij van je bestaan hebt, is nog een slaaptoe­stand, en jouw weten, kennen en willen is als het dromen in de slaap van je bestaan; maar ik bevind me in het helderste en wakkers te leven van de volkomen eeuwige levensdag. Ik weet wat ik zeg en doe, en ken de ware en diepste grond daarvan, -en jij weet niet eens hoe, waardoor en waarom allerlei gedachten in je ontstaan! En zo weet ik dan ook waarom ik, zolang ik onder de sterfelijken verblijf, aanzienlijk meer spijzen tot mij kan nemen en dat ook moet, dan jij en al je metgezellen samen. Ik kan je zelfs de reden daarvan nog helemaal niet duidelijk maken, omdat je die met je huidige kennis helemaal niet zou kunnen begrijpen; maar later zal er wel een tijd komen datje alles, wat ik je nu als het ware toegeworpen heb, heel goed zult kunnen vatten en begrijpen.

[5] Maar dat je het voor mogelijk hield, dat ik me vanwege mijn te grote vraatzucht tenslotte zelfs ook aan jullie zou willen vergrijpen, zoals een hyena of een wolf, dat is wel een beetje onnozel van je! Ik vind dat jullie vanwege mijn geestelijke ontwikkeling en mijn voor jullie duidelijk zichtbare wijsheid wel beter hadden moeten weten! Ik kan niet alleen maar een steen eten zoals jullie dat nu hebben kunnen zien; die manoeuvre zou ik ook met hele bergen en planeten kunnen uitvoeren, waarvoor ik voldoende macht zou bezitten! Alleen, wanneer ik niet wijs zou zijn en de macht zou hebben die me nu eigen is, zou ik handelen volgens een blinde gedrevenheid, en dan zouden jullie in mijn buurt inderdaad je bestaan en je leven niet zeker zijn! Maar de oereeuwige wijsheid van God, van waaruit eigenlijk mijn hele wezen is gevormd, gebiedt mij bovenal om alle door de kracht en almacht van God geschapen dingen in stand te houden, daar mag eeuwig geen atoom van verloren gaan en kan ook niet verloren gaan, omdat Gods wil en Zijn alziend licht-oog altijd de eeuwige en oneindige ruimte van het grootste tot het kleinste geheel doordringt en er in werkzaam is; en daarom is jouw vrees voor mijn door jullie veronderstelde vraatzucht volledig ongegrond! -Roclus, heb je deze woorden enigszins begrepen?"

[6] ROCLUS zegt: 'Van een werkelijk begrijpen kan geen sprake zijn; maar ik maak er wel uit op dat wij in jouw nabijheid voor ons bestaan zeker niets te vrezen hebben, en dat is voor ons voorlopig al heel veel! Maar waar laat je toch zulke grote hoeveelheden? Heb je soms een soort struisvogel­ maag, die voor zover ik weet ook de hardste steen kan verteren? Zelfs de hardste metalen schijnen voor een struisvogel ware lievelingskost te zijn! Maar hoe het ook zij, - je bent en blijft nu eenmaal een wonderlijk wezen!

[7] Joden spreken van bepaalde oergeschapen hemelboden (engelen), wij Grieken en Romeinen hebben onze geniën en de zogenoemde halfgoden; misschien ben jij zo'n verkapte engel of in ieder geval zo'n genius of halfgod?! Ik vind dat je er ook te teer en subtiel uitziet voor een aards iemand; want geen enkele Vestaalse maagd, *(* Oudromeinse priesteres van Vesta) al was ze nog zo kuis, zou de vergelijking met jou kunnen doorstaan als het om lichamelijke teerheid en schoonheid gaat. Je bent me al eerder erg opgevallen en ik vergiste me niet, toen ik je heimelijk al voor een soort toverachtig fantoom hield! Ik had steeds de indruk alsof je enerzijds toch wel iets was, maar anderzijds slechts een sprekend, lichtend beeld, dat door een allerhoogst goddelijk wezen slechts voor een bepaalde tijd een bestaansvorm en de nodige wijsheid en macht werd verleend. Ben je echter voor dit wezen niet meer nodig, dan is het ook helemaal gebeurd met je! -Dat heb ik in ieder geval bij mezelf gedacht, gevoeld en ervaren "

[8] RAPHAËL zegt: 'Behalve dat het volkomen met me gedaan zou zijn, zit je behoorlijk dicht bij de waarheid! Alleen in dat helemaal afgelopen zijn met me schuilt een oneindige grote moeilijkheid; want zie, voor jou onbegrijpelijk lang geleden, voordat er nog een wereld in de eindeloze ruimte begon te zweven en licht te geven, was ik al een geheel voltooide dienaar van de allerhoogste geest van God! Dat ben ik nog en zal dat ook eeuwig blijven, ofschoon misschien iets meer lijkend op de Heer, waarnaar nu alle, ook de volmaaktste geesten, streven en zullen blijven streven. Maar daarom zal ik toch steeds blijven wat ik ben, alleen in een nog volkomener mate, om welke reden ik me nu dan ook door de genade van Heer naar deze voorbereidende school van het materiële leven begeven heb. Maar voor dit moment blijf ik nog wie, hoe en wat ik ben! -Begrijp je het nu al iets beter?"

[9] ROCLUS zet grote ogen op en zegt: 'Ach zo, nou ja, zoals ik al dacht! Je bent dus -zoals men dat zegt -slechts een tijdelijk met een schijnbaar lichaam beklede geest uit de hemelen, die hier is om de Heer der heerlijkheid tijdelijk te dienen en Zijn wil ten uitvoer te brengen?! Ja, ja, zo is dat dus, ja, dan is er natuurlijk wel een immens verschil tussen ons, en dan kan ik met jou eigenlijk geen aards woord meer spreken!"

[10] RAPHAËL vraagt snel: 'En waarom dan niet?"

[11] ROCLUS zegt, nu heel ernstig kijkend: 'ik veronderstel dat jij, met je zeker grenzeloze wijsheid, de reden hiervan ook zonder mijn bijna nietszeggende verklaring nog beter in zult zien dan ik; maar omdat jullie ­mysterieuze, geestelijke wezens, altijd verlangen dat wij, armzalige, sterfe­lijke mensen, ons uiten, moet ik het je wel zeggen, -ook al weet je toch al van te voren ieder woord dat ik uit zal spreken! Luister daarom naar mij:

[12] Ook op deze aarde bestaan bepaalde verhoudingen en toestanden die­ als ze naast elkaar voorkomen, nooit bij elkaar passen. Zo is bijvoorbeeld een molshoop naast de hoge berg Ararat beslist een zeer belachelijke verhouding, ook een varkensstal naast het keizerlijk paleis in Rome, een vliegenstolp naast een Egyptische piramide, een mug naast een olifant, een druppel water naast de grote oceaan! Maar de verhouding tussen de dingen die ik zojuist noemde, is nog vele malen beter dan die tussen jou en ons; ook een in de nacht glanzend glimwormpje zou het naast de zon nog stukken beter doen! Wat zijn mijn woorden voor jou? Een allerdomst dorsen van volkomen leeg stro; want hetgeen ik je nu zeg, heb je al een hele eeuwigheid geleden woord voor woord geweten! Maar ik spreek hier ook niet omwille van jou, maar voor mijzelf en mijn makkers, opdat ze hardop horen wat ik nu denk over de positie waarin we nu verkeren! Soort zoekt soort: de gewone mens hoort bij de gewone mens en de hoogge­plaatste en machtige hoort bij de hooggeplaatsten en machtigen.

[13] De weegschaal laat ons precies zien hoe het zit. Een zonnestofje heeft zeker ook nog enigszins gewicht, anders zou het na verloop van tijd niet op de aarde vallen. Maar zou zelfs een os niet moeten lachen, als iemand waar hij bij was aan de ene kant een zonnestofje en aan de andere kant tienduizend pond op de weegschaal zou leggen om te zien hoeveel lichter het stofje is dan het grote gewicht van tienduizend pond?! En zo is het ook met ons, jij past niet bij ons gezelschap en wij evenmin bij het jouwe.

[14] Jij bent volgens de Schrift van de joden een van de grootsten in de hemel, en wij staan op deze aarde nog nauwelijks aan de rand van het wiegeleven, en er moet nog zo ontzettend veel met ons gebeuren tot wij , en dan alleen nog maar op deze aarde, de geestelijk volwassen leeftijd zullen bereiken! Wij vragen je daarom om ons te verlaten, omdat wij ons nu aan jouw zijde te zeer als niets moeten beschouwen! Jij hebt bij ons zeker niets te winnen en wij bij jou, in verhouding tot wat jij bent en waartoe je in staat bent, ook zoveel als niets!"


82 Over de wonderen van Raphaël
[1] RAPHAËL zegt: 'Dat ik me in jullie gezelschap bevind, is niet mijn wil maar die van de Heer, en daar moeten wij evengoed aan gehoorzamen als jullie en alle geschapen wezens, van welke soort dan ook. Een klein verschil bestaat alleen in het feit, dat wij aan de wil van de Heer niet als blinden­ maar als zienden gehoorzamen, terwijl alle andere schepselen geheel blindelings moeten gehoorzamen aan de wil van de Heer .

[2] En tussen mij en jullie bestaat het verschil, dat ik als een geest die eveneens een volkomen vrije wil heeft gekregen, de wil van de Heer geheel tot mijn hoogst eigen wil heb gemaakt; terwijl het jullie tot nog toe amper bewust is, dat er een Heer bestaat. Van het kennen van Zijn wil kan nu nog geen sprake zijn; want deze zullen jullie pas nader leren kennen door dat geschrift, dat ik voorheen zelf voor jullie volgens de wil van de Heer heb geschreven en aan jullie heb overhandigd.

[3] Als jullie daardoor de wil van de Heer geheel hebben leren kennen en hem in jullie hart hebben opgenomen, en als jullie dan enkel en alleen volgens deze nieuwe wil in jullie werkzaam zijn, dan zal er tussen jullie en mij ook helemaal geen verschil zijn; integendeel, jullie zullen in staat zijn om zelfs nog veel grotere dingen te presteren, omdat jullie de weg van het vlees al doorgemaakt hebben, terwijl ik deze eens nog door zal moeten maken, wanneer ook ik mijn huidige pure dienaarschap van God wil omruilen voor het kindschap van God. Ik zou nu al liever datgene zijn, wat jullie zijn; maar hier komt het alleen op de wil van de Heer aan, hoe en wat en wanneer Hij het wil!

[4] Ik dring er echter niet op aan, ofschoon het mijn wens is; want ik ben ook zo voor mij in hoogste mate gelukkig en kan niets anders zingen dan 'Heilig, heilig, heilig!' voor Hem, die nu een Mens van vlees is geworden om alle mensen van deze aarde en alle bewoners van de hemel om te vormen tot Zijn kinderen, -dat wil zeggen, als de bewoners van de hemelen dat willen en de Heer daarom vragen in hun hart! Want ook in de hemelen slaan talloze harten vol vurige liefde voor God de Heer en waar zij om vragen wordt hen ook steeds toegestaan. .

[5] En vooral het volgende moet je heel goed beseffen: Hoe meer kennis je van de zuiver goddelijke wil in je hart hebt opgenomen als voortdurend richtsnoer van je leven –in je hart, wel te verstaan -des te wonderbaarlijker en machtiger zullen de gevolgen van je wil uit God zijn!

[6] Het kennen, beseffen en lofprijzen van de goddelijke wil die.je hebt leren kennen, heeft geen enkel nut voor je; want dat alles is lege toejuiching van al het grootse en wonderbaarlijke dat voor je ogen gebeurt. Je herkent het mooie, goede en verhevene eraan en weet heel goed, dat het van het bewustzijn en de wil van de kunstenaar uitgaat. Maar gesteld het geval dat jij ook de kennis daarvoor zou hebben, maar natuurlijk bij lange. na niet de wil van de kunstenaar erbij, -zou je door middel van die kennis alleen soms iets tot stand brengen? Of dat je bijvoorbeeld wel zo'n beetje de wil van de kunstenaar had, maar niet zijn inzicht en zijn door inspanning en hard werken verworven vaardigheid, zou je dan wel in staat zijn om iets te presteren?

[7] Ik zegje: Daar moet de volle ware kennis, een van God uitgaande vaste wil en een grote vaardigheid in de toepassing ervan aanwezig zijn! Pas dan kun je inderdaad tegen de een of andere berg zeggen: Verhef je en stort in zee, waar het 't diepst is!', -en dan zal er feilloos gebeuren wat je hebt gewild!

[8] Maar met kennis en vaste wil alleen kun je mets of maar zeer weinig tot stand brengen! De vaardigheid in de toepassing van de wil van God in het eigen hart verkrijgt men echter alleen door de macht van de zuivere liefde tot God en daardoor tot de naaste; want alleen deze echte liefde brengt in de ziel het levende geloof teweeg en een onwrikbaar vast vertrouwen, zonder welke ook de meest gelouterde tot niets of tot weinig in staat is.”



83 Levensvervolmaking en wonderkracht door de liefde tot God en de naaste

Ware en valse profeten

[1] (RAPHAËL:) 'Stel bijvoorbeeld het geval, dat jij een blinde het licht van zijn ogen terug wilt geven door de kracht van de goddelijke wil in jou en datje daarbij toch een klein beetje twijfelt of het wel zal lukken, dan is dat al helemaal fout; want dan zal de blinde het licht in zijn ogen niet terugkrijgen. Wanneer jouw liefde tot God echter heel intensief in je aanwezig is, dan zal dit hoogste liefdes­ en levensvuur niet alleen jouw eigen ziel hevig activeren, maar het zal met een onweerstaanbare kracht geestelijk veel verder reiken dan jouw eigen sfeer en heel geconcentreerd werkzaam zijn waar jouw goddelijke wil, natuurlijk met alle wijsheid en verstand, iets onder handen heeft genomen. Als de blinde dan door jouw goddelijke wil gegrepen wordt en tegelijkertijd in het brandpunt geplaatst wordt van de machtige godsliefde waar jouw ziel vol mee is, moet hij wel ogenblikkelijk volkomen ziende worden; want in het hoogste liefdes­ en levenslicht en -vuur uit God moet iedere dood wijken, ook die van een oog zonder licht, dat natuurlijk zonder licht even goed dood is als het hele lichaam zonder adem of hartslag. Daardoor wordt dan ook het opwekken van een overledene ogenblikkelijk mogelijk; want wanneer de goddelijke wil die je hart vervult en diens wijsheid er niet tegen zijn dat een overledene weer tot leven gewekt wordt, hoef je de dode maar in het brandpunt van je liefde tot God de Heer te plaatsen, en hij leeft weer helemaal!

[2] Daarvoor is voor jullie mensen een zeer grote inspanning en volhar­dende oefening nodig; want men moet er wel voor zorgen dat het hart de hoogste mate van meegaandheid heeft, opdat het zich op ieder gewenst ogenblik in de optimale liefde tot God kan storten. Als het dit kan, dan is de mens als mens ook volmaakt en dan moet gebeuren wat het hart vanuit God wil! Wanneer je op deze manier toegerust een wereld wilt scheppen, moet deze ontstaan in overeenstemming met jouw goddelijke wil en volgens de macht van de goddelijke liefde, die, door haar totale aanwezig­heid, maakt dat jouw hart een hoog levensvuur is en dat jouw uitstraling een hoog levenslicht wordt dat ver om zich heen licht verspreidt en werkzaam is. Hetgeen tevoren in je wil vorm aanneemt door je wijze kennis die van God komt, zal uit de substantie van je krachtig uitstromende levenslicht der liefde zich ook meteen voegen in de door jou van te voren doordachte en duidelijk voorgestelde vorm, en in enkele ogenblikken heb je dan in die vorm een hele wereld voor je, die je dan zelfs kunt fixeren en blijvend kunt laten zijn, als je zuiver en volkomen in het bezit bent van de goddelijke wil en de goddelijke liefde.

[3] Natuurlijk kun je niet al meteen vanaf het eerste begin in het volle bezit zijn van de goddelijke wil in jezelf als je God tevoren niet In alle volheld hebt opgenomen in je hart door de zuivere, ware, al het andere buiten sluitende liefde; want als God niet volledig in je is, kan Hij ook niet volledig in je willen.

[4] Maar God boven alles uit alle macht liefhebben, is met zo gemakkelijk als jij je dat voorstelt! Daar is vooral een volgens de wetten van Mozes volkomen zuivere levenswandel voor nodig. Als deze levenswandel door allerlei tegen de orde indruisende levensfouten (zonden) werd verstoord, hebben noodzakelijkerwijs ook alle krachten die voor het leven nodig zijn schade geleden, en daardoor zijn deze tot materie geworden en zodoende als het ware volledig gedood.

[5] Iemand, wiens leven op deze manier misvormd werd, kan God dan onmogelijk vanuit al zijn met de orde overeenstemmende levenskrachten boven alles liefhebben, omdat zulke mensen vaak al voor meer dan tweederde dood zijn. Zo iemand moet dan door een uiterste verlooche­ning, die vaak jarenlang duurt, de gestorven levenskrachten van al zijn oude hartstochten en gewoontes opnieuw in zichzelf tot leven brengen en pas op die manier langzaam maar zeker overgaan tot de hoogst mogelijke liefde tot God, wat natuurlijk voor iemand die al zo zeer verwereldlijkt is, geen gemakkelijke opgave is!

[6] Want als een kerngezond iemand bij het beklimmen van een hoge berg al heel veel moeite moet doen, en hem dit heel zwaar moet lijken, hoeveel te meer dan iemand die aan jicht lijdt en nog amper in staat is om zich op de vlakke grond met krukken voort te slepen! Maar als iemand die aan jicht lijdt ondanks alles toch zeer serieus een hoge berg wil beklimmen, dan moet hij, voordat hij er aan begint, een gezonde en sterke leider zoeken die hem flink kan helpen; dan zou het beklimmen van de hoge berg zeker heel zinvol voor hem zijn.

[7] Hij zou daarbij zeker flink gaan zweten, en hoe hoger hij. kwam, hoe heviger; maar hierdoor zou hij zijn oude ledematen bevrijden van de stoffen die de jicht veroorzaakten en zo vervolgens de afgestorven delen weer tot leven brengen en op die manier tenslotte de hoogste top van de berg reeds geheel gezond beklimmen, natuurlijk wel na een moeizame reis van meerdere dagen. Maar wat een onvoorstelbare moed is er voor iemand die aan jicht lijdt nodig, om te besluiten naar de hoogste top van de berg Ararat te gaan! En toch zou dit altijd nog gemakkelijker zijn dan voor een geheel verwereldlijkt mens het beklimmen van het geestelijk gebergte genaamd: algehele deemoed en totale zelfverloochening!

[8] Jij kijkt wel heel verbaasd en zegt bij jezelf: 'Nou, nou, met zulke vooruitzichten zullen vast maar heel weinig mensen de top van de ware levensvervolmaking op deze aarde bereiken, en wat dat wonderen doen betreft, zover zal het waarschijnlijk niet komen!' Ja,ja,je zult daar wel niet helemaal ongelijk in hebben; maar in deze tijd zijn er zeer levensbekwame leiders bij de hand, met wier hulp het nu niet een te overmatig zware opgave is om, als je ziel aan jicht lijdt, je met zeer krachtige steun naar de hoogste levenstop van de geestelijke Ararat te laten leiden en begeleiden.

[9] Nu is het voor iedereen die maar enigszins van goede wil is, gemakkelijk om te werken aan zijn levensvoleinding; want het heeft de Heer behaagd om in deze tijd niet alleen levenskrachtige leiders uit de hemelen naar deze aarde te roepen om de mensen door hen te laten voorbereiden en leiden, maar Hij kwam Zelf in het vlees om jullie, aan jicht lijdende mensen, te genezen en om aan jullie Zijn zuivere goddelijke wil kenbaar te maken, en o m jullie te leren, God boven alles lief te hebben en je naaste als jezelf

[10] Voortaan kan niemand er meer aan twijfelen om de absoluut zuivere wil van God te herkennen, en ook te ondervinden hoe men God boven alles moet liefhebben en hoe men zijn hart tot deze liefde kan verheffen. Nu worden de wegen op z'n zuiverst getoond, en wie ze wil bewandelen kan nu onmogelijk verdwalen. Maar in latere jaren en eeuwen zal het weer moeilijker worden om vriendschap te sluiten met de allerzuiverste wil van de Heer; want er zullen behalve echte, ook veel valse profeten opstaan; ze zullen, zoals jullie dat tot nu toe hebben gedaan, wonderen verrichten en daardoor veel mensen geheel verkeerde begrippen van God en Zijn zuivere wil bijbrengen, zelfs onder dwang. Er zal dan grote droefheid en ellende onder de mensen van deze aarde ontstaan en niemand zal voor de ander als een betrouwbare gids kunnen dienen, omdat de een zal zeggen en onderwijzen: 'Zie, hier is de waarheid!' en een ander: 'Kijk, daar of ginds is de waarheid! ' Maar allen die dit zullen roepen, zullen niet waarachtig zijn, maar geheel en al verkeerd en vals!

[11] Maar de Heer zal ondanks alles nog altijd weer knechten op doen staan om degenen die van goede wil zijn de zuivere wil van God kenbaar te maken, zoals wij deze nu aan jullie duidelijk maken. Heil aan degenen die zich daar volledig naar zullen richten; want zij zullen daardoor hetzelfde bereiken als wat jullie nu zo gemakkelijk kunnen bereiken! Alleen zullen er dan niet veel wonderen verricht worden; want de Geest van de Heer zal de Zijnen leren daar voorzichtig mee te zijn, om daardoor niet een heel leger van enkel valse profeten tegen zich in het harnas te jagen en dan met het zwaard tegen de hel te moeten strijden­

[12] De ware waarheidsprofeten zal de Heer steeds in alle stilte doen opstaan en ze zullen als stille wateren in de wereld nooit lawaai of een enigszins merkbaar geluid maken; in degenen die geluid en lawaai zullen maken zal de waarheid en het Woord van de Geest echter niet zijn.

[13] De door God gewekte echte profeten zullen in alle stilte ook heel goed in staat zijn om wonderen te doen; maar de wereld zal daar niets van merken, maar alleen zullen zo nu en dan de ware vrienden van God het merken tot hun eigen stille troost.

[14] Nu gebeuren er wonderen vanwege de verstokte joden en heidenen, opdat uiteindelijk niemand kan zeggen dat er bij de openbaring van deze nu geheel nieuwe leer geen tekenen uit de hemelen hebben plaatsgevon­den die deze openbaring bevestigen. In die toekomstige tijden echter zullen de mensen meer naar de volle waarheid vragen en niet meer zozeer naar wonderbaarlijke bevestigende tekenen, waarvan de wijzen zullen zeggen dat ze hetgeen wit is niet zwart kunnen maken en dat waarheid ook zonder deze wondertekenen waarheid blijft.

[15] Uit wat ik nu gezegd heb moetje welopmaken, dat ik ondanks dat ik zo veel eet, toch geen wezen ben waar men bang voor moet zijn, en dat er tussen ons niet zo'n groot verschil bestaat als jij voorheen hebt gedacht, maar dat we nu al ongeveer op gelijk niveau staan, ja, dat jij, omdat je nu al een mens met een lichaam bent, mij al een belangrijke stap vóór bent! Zeg me nu, of ik ten opzichte van jou nog te vergelijken ben met een olifant in het gezelschap van een mug! Is het nog nodig dat ik jullie verlaat omdat ik je niet aansta, of zal ik als dertiende toch nog maar als leraar bij jullie blijven?"


84 De betekenis van het kindschap Gods op deze aarde
[1] ROCLUS, die Raphaël nu weer bijzonder graag mocht, zegt: 'O, blijf, blijf! Want nu kun je in ons bijzijn een wereld opeten, onze liefde ten aanzien van jou wordt daarom niet minder en onze vrees voor jou niet groter; want nu weten we wie je bent en wat we aan je hebben.

[2] Maar nu iets anders! Ik weet wel, dat je toch al weet wat ik je nu ga zeggen, maar mijn metgezellen weten het niet en alleen omwille van hen zeg ik het nu hardop, opdat ook zij horen wat ik graag van je verlang! ­Zeg me, of het nu echt niet mogelijk zou zijn dat ook jij lid wordt van ons instituut, in ieder geval zo lang, tot wij die volmaakte levensstaat bereikt zouden hebben die we zo nodig hebben voor het ware heil van de mensheid!"

[3] RAPHAËL zegt: 'Voorlopig is dat niet mogelijk, omdat ik nu nog andere verplichtingen heb tegenover de Heer en de mensen! Maar in geval van nood zal ik steeds als geroepen bij jullie zijn. Overigens hebben jullie de toezegging van de Heer, dat jullie in Zijn naam kunnen werken, -en die alleen is machtiger dan talloze myriaden van mijn soort! Aan deze naam, die luidt: Jezus = Gods kracht, moeten jullie je houden, dan zullen bergen voor jullie wijken, en stormen en orkanen verstommen, als jullie levens­wandel tenminste zo is dat jullie deze naam waardig zijn! Want dit is Gods waarachtigste naam in Zijn liefde van eeuwigheid, waarvoor alles buigt in de hemel, op aarde en onder de aarde!

[4] Ik bedoel hiermee niet: onder de grond van deze materiële aarde, die rond is zoals elke andere planeet, en waaronder, dus precies aan de andere kant van ons, eveneens landen, bergen, meren en zeeën zijn zoals hier; ook bedoel ik niet het binnenste van de aarde, dat een groots, met een dier vergelijkbaar organisme is, dat dient voor de ontwikkeling van het voor een hele planeet nodige natuurlijke leven; maar met de uitdrukking 'onder de aarde' geef ik de morele levensstaat aan van alle instinctmatig met rede begaafde wezens op de talloos vele andere planeten, waar ook mensen zijn; maar deze hebben vergeleken met jullie, mensen van deze aarde, een slechts zeer beperkte bestemming.

[5] Zij behoren ook tot het eindeloos grote geheel, en vormen als het ware de schakels van een ketting; maar jullie vormen de spil, omdat jullie als ware kinderen van God de bestemming hebben om met God en met ons de hele oneindige schepping van God te dragen, van het kleinste tot het grootste! En daarom plaats ik jullie op of boven deze aarde meteen onder ons, de huidige bewoners van Gods hemelen!

[6] Als jullie dit nu goed begrijpen, zullen jullie ook des te meer moeten letten op de naam van de Allerhoogste van eeuwigheid, omdat jullie daar nu heel goed uit kunnen opmaken dat God jullie Vader is en jullie Zijn kinderen zijn; als jullie dat niet waren, zou Hij dan wel naar jullie zijn afgedaald vanuit de hemelen en jullie Zelf opvoeden voor Zijn eeuwig grote bedoelingen, die Hij al sinds eeuwigheden voor jullie, Zijn kinderen ­op het oog heeft gehad en weggelegd?

[7] Wees daarom nu allemaal buitengewoon verheugd, dat Hij als de Vader van eeuwigheid Zelfnaar jullie toe is gekomen om jullie geheel tot datgene te maken, waartoe Hij jullie al sinds eeuwigheid heeft geroepen en bestemd!

[8] En omdat jullie ontegenzeggelijk Zijn kinderen zijn en Hij naar jullie is gekomen zonder door jullie, onmondigen, geroepen te zijn, zal Hij van nu af aan nog wel eerder en zekerder bij jullie komen wanneer jullie Hem in de volle liefde van je hart zullen roepen en zeggen: 'Abba, lieve Vader, kom, wij hebben U nodig!' jullie hebben dus de belofte uit de mond en het hart van de Vader Zelf gekregen, daarom hoef ik dus ook geen tweede belofte te doen. Want deze ene belofte zal reeds eeuwig waar blijven, en daarom kunnen jullie mij voor jullie instituut gemakkelijk missen; want waar de Heer Zelf werkzaam is, daar kunnen Zijn hemelsboden heel goed gemist worden.

[9] Als jullie mij overigens zo nu en dan als vriend bij jullie willen hebben, dan hoef je mij maar te roepen, en ik zal meteen bij jullie zijn als jullie je in de liefde en de orde van de Heer bevinden. Maar als jullie ooit, om wat voor smerige aardse reden dan ook, de orde van de Vader verlaten, dan zou ik natuurlijk niet bij jullie komen ook al roepen jullie duizend maal, en zelfs de almachtige naam van de Vader zou dan leeg en zonder uitwerking blijken te zijn. Als jullie nu nog iets op je hart hebben, zeg het dan, dan zal ik jullie raad geven! "

1   ...   14   15   16   17   18   19   20   21   ...   53


Dovnload 2.11 Mb.