Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda

Dovnload 2.11 Mb.

Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda



Pagina2/53
Datum28.10.2017
Grootte2.11 Mb.

Dovnload 2.11 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   53

Jezus in de buurt van Kapérnaum


(Ev. Matth. hfdst 17)
234 De verheerlijking van de Heer op de berg Tabor (Ev. Matth. 17, 1-2)

235 De Heer in gesprek met Mozes en Elia (Ev. Matth. 17,3)

236 De drie leerlingen verkeren met de geesten van Mozes en Elia.

Gods geest in de mens als gids tot alle waarheid. (Ev.Matth. 17, 4-9)

237 Incarnaties van Johannes de Doper (Ev. Matth. 17,10-13)

238 De opstanding van het vlees

239 De zegen van de matigheid. De toebereiding van het vlees van onreine dieren

240 Genezing van een bezeten jongen (Ev. Matth. 17, 14-21)

241 Het verblijf van de Heer in Jesaïra en het bezoek in Petrus' vissershut bij Kapérnaum.

242 De Heer spreekt over het lijden dat Hem te wachten staat.

(Ev Matth. 17, 22-23)

243 Petrus en de tollenaar (Ev.Matth. 17, 24-27)


De Heer in het huis van Simon Petrus

(Ev. Matth. hfdst. 18)


244 De grootste in het hemelrijk. Over de ergernissen (Ev. Matth. 18. 1-9)

245 Verklaring van de beelden over ergernissen

246 Kinderen als voorbeelden voor de leerlingen.

God en mens in de Heer (Ev. Matth. 18,10)

247 Het mysterie van Golgotha (Ev. Matth.18, 11-14)

248 Over het vergeven (Ev. Matth. 18, 15-22)

249 De gelijkenis van de slechte knecht (Ev. Matth. 18,23-35)

250 De noodzakelijkheid van wereldse rechtbanken.

De oorzaken van misdaden en het verhoeden er van.

251 Een zwerm sprinkhanen


Aan de overkant van de Jordaan aan de Zee van Galilea

(Ev. Matth. hfdst. 19)


252 De Heer vaart met Zijn leerlingen naar de overkant van de zee

(Ev. Matth. 19,1)

253 De genezing van de blindgeborene en van andere zieken (Ev. Matth. 19,2)

254 De Heer met de Zijnen in het huis van de Griekse herbergier.

Waarheid maakt vrij

255 Het verbod van echtscheiding (Ev. Matth. 19, 3-9)

256 Uitzonderingsgevallen met betrekking tot huwelijkszaken

(Ev. Matth. 19, 10-12)

257 De Heer zegent de kinderen (Ev. Matth. 19, 13-15)

258 De rijke jongeling (Ev. Matth. 19, 16-26)

259 De leerlingen vragen naar het hemelse loon (Ev. Matth. 19, 27 -30)

260 De Heer bezoekt met Zijn leerlingen een plaats in het gebergte

261 In het huis van het plaatselijk hoofd. De wonderbaarlijke wijn

262 De genezing van de kreupele dochter van de waard

263 Barnabe herinnert zich de twaalfjarige Jezus in de tempel

264 De heiliging van de sabbat

265 Eliza getuigt voor de Heer.

De toegangspaden naar het dorp in de bergen ondergaan een verandering.

266 Het geestelijk zien.

267 De overeenkomsten of analogieën tussen materie en geest

268 Genezing van de door een giftige slang gebeten man. De wonderwijn

269 Over de juiste weg en het juiste zout

270 De zoutrots. Het wonderlijke en gezegende avondmaal

271 Over bescheidenheid, zachtmoedigheid en deemoed. De gulden middenweg

272 De beeldspraak van de profeten

273 De geldzucht van Judas Iskariot

274 Over de Essenen en hun wonderen

275 Een blik in de sterrenhemel

276 De Heer neemt afscheid van het dorp in de bergen
De in de tekst tussen ( ) en cursief toegevoegde verklaring van woorden resp. aanvullingen, alsmede de voetnoten zijn, indien niet anders aangegeven, van de uitgever.

Jezus in de omgeving van Caesarea Philippi (vervolg)
1. De wonderbaarlijke maaltijd
[1] IK zeg: 'Het is nu reeds een uur na de middag, Marcus, zorg jij daarom voor een maaltijd: Mijn Raphaël zal je helpen! Na de maaltijd zullen we dan zien wat de dag ons nog zal brengen. Zoek allemaal je plaats op aan tafel en Raphaël, verwijder jij de beide hersenhopen van onze tafel en help daarna Marcus!"

[2] RAPHAËL deed dat binnen een ogenblik en zei toen tegen Marcus: 'Moet ik je op menselijke wijze behulpzaam zijn of op mijn eigen manier? Zeg maar hoe je het het liefst hebt! Het zou natuurlijk minder opzien baren als ik je op menselijke wijze zou helpen; maar op mijn manier zouden we veel tijd besparen en die is toch ook erg kostbaar! Wat je dus wilt, zal ik doen en je zult je er niet over hoeven te beklagen dat er iets vergeten is."

[3] MARCUS zegt: 'Ja, hemelse vriend, jouw manier om de spijzen vliegens­vlug op de tafels te zetten, zou natuurlijk veel voordelen hebben -want ondanks de hulp van de bedienden van Cyrenius duurt het toch nog aardig lang voordat het eten voor zoveel mensen op tafel gebracht is; maar er is hier een andere moeilijkheid. Er is nog helemaal niet voldoende eten klaargemaakt! Als jouw bovenaardse bedrevenheid daar iets aan kan doen, dan zou dat op dit moment goed van pas komen; anders duurt het nog wel een goed half uur voordat alles klaar is om opgediend te worden!"

[4] Heel gemoedelijk zegt RAPHAËL tegen Marcus: 'Dat bedoel ik immers ook: zo vlug mogelijk klaarmaken en net zo snel de tafels van passende spijzen en dranken voorzien! Ik zegje,je hoeft slechts te willen, dan gaat alles! Als je wilt, kost het mij maar een ondeelbaar ogenblik en dan staan alle spijzen ook al tot in de puntjes verzorgd voor de gasten op tafel."

[5] MARCUS zegt: 'Ik heb daar geen bezwaar tegen, maar dan zullen de mensen denken dat het hemelse toverij is, en misschien een heel begrijpe­lijke angst voor het eten krijgen en het nauwelijks wagen daarvan te genieten, -vooral de Moren, die hier toch al zo op alles letten, dat hun beslist niets ontgaat!"

[6] RAPHAËL zegt: 'O, die maken zich er juist het minst druk over, want die zijn al gewend aan het wonderbaarlijke! Het is ook al laat, en de Heer zal waarschijnlijk na de maaltijd iets belangrijks van plan zijn, wat Hij alleen maar kan weten. Daarom is het beslist beter dat wij het op mijn geestelijke, snelle manier doen, en niemand zal zich daaraan stoten! Tevens is dit het laatste middagmaal dat de Heer hier gebruikt en daarom kan het helemaal geen kwaad wanneer het er een beetje wonderbaarlijk uitziet! Ben je dat ook niet met mij eens?"

[7] MARCUS zegt: 'Helemaal, want jij, als geest uit de hemelen, zult wel beter dan ik weten en begrijpen wat hier passender en gunstiger is! Handel jij daarom nu maar helemaal naar eigen goeddunken!"

[8] Nadat Marcus dit had gezegd, begaven beiden zich naar de keuken, waar de vrouw van Marcus, zijn dochters en zoons en nog een aantal bedienden van Cyrenius zoals gewoonlijk de handen vol hadden, terwijl de maaltijd voor de vele gasten toch nog maar nauwelijks voor de helft klaar was.

[9] MARCUS zei: 'O, het zal nog wel een uur duren voor alles klaar is'

[10] Zijn VROUW zegt: 'Ja, beste echtgenoot, wij beiden kunnen geen wonderen verrichten en we kunnen het niet overhaasten. Er zit niets anders op dan geduldig te wachten tot alles gereed is!"

[11] MARCUS zegt: 'Weet je wat, laten jij en je dochters nu het koken en braden maar op z'n beloop; Raphaël zal het allemaal als een echte snelle kok vlug afmaken!"

[12] De VROUW zegt: 'Dat zou niet gek zijn, want ze zijn allemaal al behoorlijk moe van het vele werk!"

[13] Toen verdwenen alle koks en kooksters en RAPHAËL zei: 'Nu kunnen ook jullie aan tafel gaan! Alles is al opgediend en alle gasten zijn al begonnen met eten. Kom, oude Marcus, ga jij als mijn medewerker bij mij aan tafel zitten en eet nu eens wat mijn pot schaft, en zeg eens of ik ook kan koken! Je vrouw en je kinderen en de koks van Cyrenius zitten al aan een eigen tafel voor het huis, die rijkelijk voorzien is van dezelfde spijzen en dranken."

[14] Allen gaan nu de keuken uit en wanneer zij aan de tafels de honderden gasten zien eten en drinken, zegt MARCUS heel verbaasd over dit tafereel: 'Ja, hoe is dat nu mogelijk? Je bent toch immers geen ogenblik bij mij weggeweest, en alle tafels zijn zo te zien afgeladen vol! Je hebt geen enkel gerecht kunnen klaarmaken en nog minder opdienen! Verraad mij toch eens iets van de manier waarop je dat gedaan hebt, want alles begrijp ik eerder dan jouw uiterst onbegrijpelijke snelheid, vooral bij daden die op deze aarde toch noodzakelijkerwijs gebonden zijn aan een bepaalde orde binnen tijd en ruimte! Ik vraagje nogmaals iets te vertellen over de manier waarop je de spijzen hebt klaargemaakt en waar je ze vandaan hebt gehaald! Want van het eten dat halfklaar in mijn keuken stond, is niets op al deze tafels terechtgekomen, want ik heb het daar zojuist nog in alle rust en wachtend op zijn bestemming zien staan’

[15] RAPHAËL zegt: 'Dan heb je niet goed genoeg gekeken, want je hele voorraad is op! Kijk maar of het niet zo is!"

[16] MARCUS gaat vlug kijken en vindt zijn keuken en voorraadkamer helemaal leeg. Nu komt hij nog veel verbaasder naar buiten en zegt: 'O, vriend, op die manier is het bij jou werkelijk niet meer om uit te houden! Heus, ik eet in geen drie dagen, als je mij niet iets vertelt over de manier waarop je dat gedaan hebt!"

[17] RAPHAËL zegt: 'Laten we nu ook aan tafel gaan; daar zullen we er samen wat over praten!"

[18] Daarop gaat Marcus samen met Raphaël naar onze tafel, waar het al aardig levendig toe ging. Raphaël bedient zich meteen en presenteert ook aan Marcus een mooie vis en dringt er op aan, dat hij gaat eten. Marcus spoort hem weliswaar aan om uitleg te geven over de snelkokerij en de snelle bediening, maar RAPHAËL zegt heel vriendelijk: Beste vriend, eet en drink nu! Als wij beiden ons lichaam weer naar behoren gesterkt hebben door de gezegende spijs en de gezegende drank, zullen wij ook enkele woorden wijden aan mijn snelkokerij en snel bedienerij!"

[19] Marcus gehoorzaamt Raphaël nu toch en eet en drinkt dat het een lust is.
2 Hoe wonderen plaats vinden
[1] Als de maaltijd na ongeveer een uur helemaal achter de rug is, komt MARCUS weer op de uitleg terug en vraagt aan Raphaël: 'Wel, hemelse vriend, je zou me nog iets vertellen?"

[2] RAPHAËL zegt: 'Ja, kijk eens vriend, ik zou het je wel willen uitleggen, maar ondanks alle uitleg zal het voorshands toch heel wonderbaarlijk blijven zolang je niet ook gedoopt zult zijn met de Heilige Geest uit de hemelen! Zodra de geest van de Heer eenmaal geheel in je ziel is opgestaan en één met haar zal zijn, dan zul je dat alles ook zonder uitleg zonneklaar inzien; maar nu zal zelfs de meest afdoende uitleg je maar heel weinig duidelijk kunnen maken! Want zelfs de volmaaktste ziel begrijpt als zodanig nooit wat puur geestelijk is; alleen de geest in haar kan dat begrijpen en de ziel vervolgens door haar geest! Maar omdat je dan toch een indruk wilt hebben, kijk dan eens om je heen en zeg mij watje ziet!"

[3] Marcus kijkt heel verwonderd naar alle kanten en ziet nu bij iedere tafel een aantal jongemannen die sprekend op Raphaël lijken en die daar de vele gasten bedienen en voortdurend van alles voorzien. Verscheidenen halen zelfs springlevende vis uit zee, snellen daarmee naar de keuken en meteen weer met reeds klaargemaakte naar de tafels; want de Moren hebben een reuze honger en bovendien werden zij ook nog geprikkeld door de heerlijke smaak van de spijzen.

[4] Toen vroeg RAPHAËL aan Marcus: 'Begrijp je nu hoe ik in staat ben om veel dingen uiterst snel te doen, en dat dit zelfs heel gemakkelijk is, vooral als je bedenkt dat een geest, als het principe dat het diepste innerlijk van de wezens en dingen geheel doordringt, met alle materie ook het effectiefst en altijd met het meeste resultaat kan doen en laten wat hij maar wil en dat niets hem daarbij tegen kan houden?! Bovendien heb ik als aartsengel aeonen helpers die allen ieder ogenblik afhankelijk zijn van mijn wil. Als mijn wil, die de wil van de Heer is, iets wil, dan vervult deze wil ook meteen talloze aan mij ondergeschikte dienaren, die ogenblikkelijk in actie komen en iets wat gedaan moet worden dan ook gemakkelijk met een snelheid uitvoeren die jij je nauwelijks kunt voorstellen! Zelf doe ik persoonlijk weliswaar niets, maar door mijn aartswil worden aeonen helpers vanuit de meest innerlijke basis van hun wezen geactiveerd, en een opdracht wordt dan ook op deze wijze gemakkelijk zo snel mogelijk uitgevoerd, en dat des te zekerder, omdat de Heer en vervolgens wij, alles wat ergens gedaan moet worden allang voorzien en voorbereid hebben, zodat het dan voor jullie, als dat nodig is, kant en klaar in een uiterlijk zichtbare daad omgezet kan worden.

[5] je hebt toch gezien hoe boven op de berg een ezelin is ontstaan; kijk, zo ontstaat alles wanneer onze wil de uit onze gedachten ontstane oerna­tuurgeesten opwekt en dwingt tot een bepaalde, geordende bezigheid! En alleen dit, vriend, moet de verklaring zijn die je van mij hebben wilde! Meer kan ik je niet duidelijk maken door de zeer grote beperktheid van de aardse tong en taal! Vraag ook niet verder; want van dat alles zul je nooit meer begrijpen dan je nu begrijpt, tenzij je in je ziel zelf geest wordt! Want geen schepsel kan ooit zelf binnendringen in het zuivere weten en kennen van de geest! -Begrijp je nu iets meer?"

[6] MARCUS was met deze uitleg heel tevreden en zei: 'ik dank je voor deze uitstekende uitleg; want als ik alles zo overzie wat ik gezien en gehoord heb, begrijp ik nu toch tot mijn volle tevredenheid hoe jij, beste hemelse vriend, je wonderen verricht en vooral de bliksemsnelle uitvoering van wat je wilt. En ik kan nu openlijk de conclusie trekken, dat het toch bij ieder wonder enigszins natuurlijk toegaat en dat het steeds neerkomt op een samenspel van krachten wanneer er ergens iets, hetzij zeer snel of in tussenpozen, uitgevoerd moet worden. ja, ik zie nu tussen jullie geestelijke wonderen en de toverkunsten van de aardse magiërs een bepaalde, lichte overeenkomst, en die bestaat in datgene wat jij voorzien en voorbereiding noemde!

[7] Weetje, hemelse vriend, ik zeg nu maar zonder omwegen hoe ik mij dat voorstel! Plotseling, zonder enige voorbereiding en vooruitzien, kon het voor jullie misschien net zo bezwaarlijk worden om een erg moeilijke wonderdaad tot stand te brengen als het voor een magiër zonder enige voorbereiding, en zonder vooraf gemaakte afspraken met andere personen die de magiër moeten assisteren, zal zijn. Natuurlijk mogen alle andere mensen daarvan niets weten, anders zag het er met het toveren niet zo goed Uit! Ik trek daaruit voor mijzelf de volgende conclusie, die zeker moeilijk weerlegd zal kunnen worden: de Heer, en jullie door Hem, kunnen alles, maar nooit onvoorzien, het wordt veeleer misschien reeds eeuwenlang voorbereid en geestelijk dus allang in fasen ten uitvoer gebracht! Wat hier dus nu als zichtbare daad verricht wordt, werd reeds lang geestelijk voorzien en voorbereid!

[8] Daarom kan een aarde zoals die van ons, niet zo maar door een almachtig 'Er zij!' met alles erop en eraan geschapen worden, maar pas in de loop van de tijd na lange voorafgaande voorbereidingen, waardoor deze tegenwoordige aarde, zoals zij nu is en bestaat, als een noodzakelijk gevolg moest ontstaan. Om dezelfde reden kan dan ook vrijwel niets plotseling volmaakt en blijvend ontstaan. Alles wat snel ontstaat, vergaat ook weer net zo snel. De bliksem bijvoorbeeld ontstaat snel, maar vergaat ook even snel. Aan de andere kant heeft dat echter tot gevolg dat iets wat eenmaal blijvend bestaat, ook zo goed als nooit meer plotseling kan vergaan, maar alleen in fasen zoals het ontstaan is. Iets wat nog nooit voorzien en voorbereid werd, kan dus nooit ten uitvoer gebracht worden door een machtspreuk, ook al wordt deze ondersteund door de krachtigste wil, en dat geldt zowel ingeval van ontstaan als van opheffen en vergaan. Alles kan dus slechts als een tijdelijk wonder gezien worden en ieder gebeuren is een noodzakelijk gevolg van vele periodieke, tijdelijke ontwikkelingsgangen!

[9] Kijk, beste vriend uit de hemelen, de Heer alleen zij alle lof; maar naar het mij voorkomt heb ik de uitleg die jij mij gaf misschien wel veel beter begrepen dan jij het je aanvankelijk had voorgesteld tja, m'n beste Raphaël, weet je, zo helemaal op hun achterhoofd gevallen zijn de oude Romeinen toch niet, zoals zoveel mensen denken! Wel, wat vind je ervan, vriend? Heb ik je begrepen of niet?"
3. De voorzienigheid van God en de vrije wil van de mens
[1] RAPHAËL zegt glimlachend: 'Enig idee heb je er wel van gekregen; maar met jouw 'noodzakelijke gevolgen' en met onze 'noodzakelijke voorzie­ningen' en 'langdurige voorbereidingen' zitje er glad naast, -waarvan een paar duidelijke voorbeelden je meteen helemaal zullen overtuigen! Kijk hier eens rond, bepaal een plaats, en eis van mij volkomen willekeurig, waar en wat voor soort boom of bomen, volgroeid en rijk beladen met rijpe vruchten, je wilt hebben! Of wil je verschillende soorten? Kortom, zeg het, dan zullen zij ook onvoorzien en onvoorbereid blijvend aanwezig zijn, en duizend jaar zal niet in staat zijn de sporen van hun bestaan volledig uit te wissen! Dus laat horen wat je wilt, dan zul je direkt een waarachtig wonder zien dat nog nooit op een of andere wijze voorbereid en voorzien is"

[2] MARCUS zegt: 'Ja, ja, vriendje, dat is allemaal goed en wel, als je mij er dan maar van kunt overtuigen, dat ik nu volkomen vrij ben om te willen en te wensen! En dat zou voor jou wel eens veel moeilijker kunnen zijn, dan de door mij gevraagde verschillende soorten vruchtbomen op een willekeurige plaats! je hebt mij erg aan het twijfelen gebracht of zelfs jullie, almachtige geesten, zonder vooruitzien en voorbereiding in staat zijn in zekere zin uit niets een puur wonderwerk tot stand te brengen! Ik wil het niet helemaal uitsluiten, maar gezien alles wat er ooit op deze aarde was, is en ook zal zijn, is het wel erg moeilijk te geloven, omdat daartegen reeds Gods alwetendheid wat al te luid haar stem laat horen, en men toch met aan kan komen met een mogelijke, nietszeggende bewering als zou God opzettelijk voor een bepaalde zaak Zijn alwetendheid willens en wetens niet gebruikt hebben. Als God zich echter met van eeuwigheid af volledig onwetend heeft weten te houden van het feit, dat eens Zijn engel Raphaël hier op verzoek van een mens bomen tevoorschijn zal toveren, dan ~al het even moeilijk te bewijzen zijn dat dit wonder ook niet al van eeuwigheid voorbestemd en voorbereid was! Geheel geestelijk was het beslist wel voorzien!"

[3] RAPHAËL zegt: 'Maar dat doet. er immers niet toe, als het maar niet voorbereid is om zich in de materie te manifesteren! Bovendien is de wil van de mens toch zodanig vrij, dat noch de Heer noch wij ooit iets zullen doen om deze ook maar in het minst te storen door deze voor te bestemmen, en nog minder door voorbereidingen te treffen. Je kunt er daarom volkomen van verzekerd zijn, dat je geheel vrije wil in wezen met is voorbestemd en nog minder op enigerlei wijze is voorbereid. Vraag daarom, dan zul je zien dat de Heer, hetzij Zelf of door mij als zijn oude knecht, beslist zonder enige voorbereiding de vruchtbomen, die je vrijelijk kunt vragen, in blijvende vorm door een wonder voor je zal doen ontstaan.

[4] MARCUS denkt nu wat na en zegt na een poosje: Beste vriend, moeten het dan juist allemaal vruchtbomen zijn? Ik zou toch toevalligerwijs ook iets anders kunnen willen?! Zou dat ook tevoorschijn getoverd kunnen worden?"

[5] RAPHAËL zegt: 'O ongetwijfeld, voor ons is het één evenveel moeite als het ander! Vraag watje wilt en het zal er zijn!"

[6] Na deze verzekering pijnigt MARCUS nog een poosje zijn hersens of hem nog niet iets te binnen wil schieten waarmee hij de engel een beetje in het nauw zou kunnen drijven. Maar omdat hem op dat moment geen argument meer te binnen schiet, zegt hij tegen Raphaël: 'Zet hier dan een beter bewoonbaar en meer solide huis voor mij neer, dat wil zeggen een complete herberg voor vreemden en plaatselijke bewoners, een goed omheinde tuin met daarin allerlei bomen met smakelijk fruit en met te vergeten dadels, en in de tuin een heldere bron!"

[7] De ENGEL zegt: 'Maar vriend, is dat niet een beetje veel in een keer?'

[8] MARCUS zegt: 'Aha, niet waar, vriendje, je zit al een beetje in het nauw? Ja, ja, zonder voorzienigheid en voorbereiding zal het misschien toch niet lukken! Maar ik wil je toch nergens toe dwingen. Wat je nu tevoorschijn kunt toveren, tover dat en laat alles wat ik meer gevraagd heb maar weg!'

[9] De ENGEL zegt: 'Het wordt precies zo neergezet als jij hebt gevraagd. En in de naam van de Heer zij alles aanwezig watje van mij hebt gevraagd! Ga en bekijk al wat er is en zeg mij daarna of alles zo naar je zin is! Als je wat aan te merken hebt, doe dat dan; want nu kan er nog van alles aan veranderd worden! Morgen zou het te laat zijn, omdat wij dan beslist niet meer hier zullen vertoeven. Ga dus en bekijk alles goed!"
4. Het nieuwe huis van Marcus, een wonder van Raphaël
[1] Marcus keek rond en werd helemaal verlegen bij het zien van alles wat daar in een oogwenk ontstaan was. Rechts van het oude huis in noord­oostelijke richting stond een kant en klaar uit bakstenen opgetrokken fraai huis, dat zich met de zuidoostelijke voorkant bijna tot aan de zee uitstrekte. Het had een verdieping met een comfortabele omloop rondom het hele huis en op de begane grond bestond het uit een ruime keuken, een grote voorraadkamer en verder uit achttien vertrekken, waarvan vijf woonka­mers en daarachter dertien grote vertrekken voor allerlei agrarische doel­einden, zoals bergruimten voor allerhande graan, vlees, voor vruchten­groenten, voor peulvruchten en wortelgewassen. In een grote ruimte bevond zich een met wit marmer bekleed waterbekken, dat ruim twintig kwadraatklafters* (* 1 klafter = 1.90 meter (oude Duitse maat)mat en over het geheel gemiddeld zes voet water kon bevatten; het water stond nu echter maar vier en een halve voet hoog, wat voor het bewaren van edelvissen diep genoeg was.

[2] Dit inpandige visreservoir ontving zijn zeer zuivere water uit een volkomen nieuwe, overvloedig opwellende bron; het water drong aan de onderzijde door kleine, maar talrijke openingen van een stenen plaat in het bekken tot aan de vastgestelde hoogte. Vandaar liep een afvoerbuis naar buiten naar de zee, die als men het bekken vol water wilde hebben, van buiten afgesloten kon worden. Om het waterbekken heen liep een prachtige, opengewerkte borstwering van twee en een halve voet hoog, eveneens van wit marmer. Aan één kant was, voor het geval dat men het waterbekken vol wilde laten lopen, een sierlijk afvoerkanaal gemaakt, dat natuurlijk door de muur van het huis liep en niet ver van de lager gelegen afvoerbuis eveneens in zee uitmondde. De wanden en de vloer waren eveneens met wit marmer bekleed, het plafond van het vertrek bestond echter uit het zuiverste en hardste cederhout zonder kwast en spint. Dit vertrek ontving zijn licht door vijf ramen, die allen een marmeren omlijsting hadden en ieder vijf voet hoog en drie voet breed waren. De ramen waren voorzien van zeer zuivere kristalplaten en konden net als alle ramen van het huis geopend en gesloten worden.

[3] De hoofddeur was gemaakt van goudachtig glanzend brons. Alle kamerdeuren, die er sierlijk en smaakvol uitzagen, waren van het beste cederhout gemaakt en doelmatig voorzien van grendels en sloten. De eerste verdieping had over het geheel een elegante bekleding van cederbout en ieder vertrek was prachtig om te zien. Tevens waren zowel op de begane grond als op de eerste verdieping alle vertrekken welvoorzien van alle gerief van een eersteklas herberg, en de korenkamer was vol koren en de voorraadkamer vol met al het mogelijke wat maar in een keuken nodig is. Kortom, het gevraagde huis was niet alleen een solide weergave van het idee dat Marcus al zo lang als luchtkasteel gekoesterd had, maar het was ook nog voor jaren rijk voorzien van proviand en andere voorraden.

[4] Achter het huis waren nog stalgebouwen voor alle soorten vee en er stonden enkele smaakvolle en tevens doelmatige hutten voor het visgerei, volledig ingericht en rijkelijk van het nodige voorzien, en om alle nieuwe gebouwen liep een twintig juk* (* juk = bijna een halve hectare (oude vlaktemaat) grote, zeer dicht omheinde tuin, die eerst een zandsteppe geweest was die niemand toebehoorde, maar nu uit vruchtbare grond bestond, beplant met een groot aantal uitstekende vruchtbomen. Een paar juk was helemaal beplant met de beste wijnstok­ken, die allemaal rijk beladen waren met prachtige, sappige druiven, rijp om te plukken. Ook aan groente was geen gebrek.

[5] In het midden van de tuin was nog een geneeskrachtig bad met een tempel uit marmer. Het had twee afzonderlijke bekkens: het ene met zeer warm bronwater voor het genezen van jichtlijders, en het andere, voor het genezen van melaatsen, was voorzien van lauwe zwavel­ en natronbronnen die door Raphaël's macht volgens Mijn wil uit het inwendige van de aarde daarheen geleid waren. Tevens zag hij een met louter vierkante stenen omsloten zeehaven en vijf grote, degelijk gebouwde scheper! met zeilen en roeiriemen in de zeer ruime haven, waarvan de ingang, hoewel zes klafter breed, 's nachts met een ijzeren ketting geheel afgesloten kon worden. Deze haven zag er precies zo uit als de oude Marcus zich vaak had voorgesteld. Hij wreef zich bij de bezichtiging van alles, wat zo wonderbaarlijk ontstaan was, steeds maar de ogen uit, omdat hij voortdu­rend dacht dat hij sliep en deze dingen droomde.

[6] Toen hij klaar was met de bezichtiging, die bijna een uur duurde, kwam hij (MARCUS) bijna helemaal duizelig terug en zei vol verbazing: 'Ja, is dat dan allemaal wel werkelijkheid of zie ik het allemaal alleen maar in een soort gelukkige droomtoestand? Nee, nee, dat kan geen werkelijkheid zijn! Want zo heb ik mij al meermalen in mijn fantasieën een herberg voorge­steld en ook al ettelijke keren in mijn ochtenddromen gezien, -en jij, vriend uit de hemelen, hebt mij kunstmatig in slaap gebracht en ik heb mijn eigen ideeën nu weer eens in mijn droom bekeken."

[7] RAPHAËL zegt: 'Wat ben jij toch een kleingelovige Romein! Als het allemaal een droombeeld was, zou het nu niet meer te zien zijn, en je wilt toch niet beweren, dat je nog slaapt en nog steeds droomt? Stuur nu je vrouwen kinderen om ook te controleren wat er allemaal is, dan zullen zij je wel uit de droom komen helpen'

[8] MARCUS zegt, terwijl hij nog eens een blik op het nieuwe huis werpt: 'O, het is geen droom, het is overduidelijk werkelijkheid! -Zal die echter stand houden?"


1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   53

  • De Heer in het huis van Simon Petrus
  • Aan de overkant van de Jordaan aan de Zee van Galilea
  • Jezus in de omgeving van Caesarea Philippi (vervolg) 1. De wonderbaarlijke maaltijd

  • Dovnload 2.11 Mb.