Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda

Dovnload 2.11 Mb.

Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda



Pagina21/53
Datum28.10.2017
Grootte2.11 Mb.

Dovnload 2.11 Mb.
1   ...   17   18   19   20   21   22   23   24   ...   53
97 De vrije wil van de mens

De hulp van de goddelijke genade
[1] (RAPHAËL:) 'Ik zeg je: leder mens wordt pas door zichzelf slecht en ontrouw aan de goddelijke orde! Daar gaat meestal wel een totaal verkeerde opvoeding aan vooraf, waardoor hij in allerlei slechte neigingen terecht komt en vervolgens in allerlei ware zonden. Daardoor zet hij dan echter ook zijn deuren open voor alle slechte vreemde invloeden en kan op die manier tot op de bodem van zijn zielsleven bedorven worden en ook blijven, -maar altijd alleen maar, als hij het zo wil.

[2] Wil hij zichzelf veranderen, dan staat hem van de kant van de Heer niets in de weg; want iemand die in het nauw zit hoeft maar de geringste wens in zichzelf te uiten, en hem wordt spoedig hulp geboden. Maar als hij zich in zijn slechtheid heel prettig en tevreden voelt, en nooit een wens tot verbetering van en in zichzelf laat horen, wordt natuurlijk zijn wil nooit speciaal beïnvloed.

[3] Wel wordt het in het gevoelscentrum van zijn hart, dat men 'geweten' noemt, ingefluisterd, en van tijd tot tijd krijgt hij stevige waarschuwingen van ons. Als hij zich hier maar enigszins iets van aantrekt, is er van verloren gaan en bedorven raken geen sprake meer. Dan komt de verborgen hulp onophoudelijk van boven en verleent de ziel steeds meer inzicht en kracht om zich meer en meer los te maken uit waar hij in verstrikt is geraakt; dan is er slechts enige goede wil voor nodig en dan gaat het al met grote schreden voorwaarts, - minstens tot het punt waarop de mens, voor een hogere openbaring geschikt, door Gods Geest Zelf wordt gegrepen en in het ware levenslicht verder wordt geleid.

[4] Maar wanneer natuurlijk de mens in zijn grote verblinding en zijn op de wereld gerichte zintuiglijke roes zich niet in het minst iets aantrekt van de heel zachte en geruisloze lichte waarschuwingen die van ons uitgaan en zich in zijn hart te kennen geven, en als hij al meteen zo doet alsof hij heer en meester is over de hele wereld, - ja, dan is toch wel niemand anders verantwoordelijk voor de onverbeterlijke toestand van zijn eigen ziel dan juist de hoogst eigen ziel zelf!

[5] Geloof me en luister goed naar wat ik je nu zeg! Er bestaan in de hele natuur­ en geestenwereld geen zogenaamde oerduivels, maar alleen zulke, die al vroeger als onverbeterlijk slechte en zondige mensen ooit op de wereld geleefd hebben en toen al als de eigenlijke lichamelijke duivels de andere mensen tot allerlei kwaad en schandelijkheden niet alleen verleid­den, maar ook met al de hun ten dienste staande dwangmiddelen dwongen, -waardoor ze zich echter een des te grotere verdoeming in zichzelf bezorgden, waarvan ze zich moeilijk ooit helemaal kunnen losmaken. Je kunt hier nu denken watje wilt, maar het zal je niet mogelijk zijn om op wat voor manier dan ook enige schuld bij de Heer te leggen.

[6] En dat er dan ook aan gene zijde door de Heer zover dit overeenstemt met Zijn orde, al het mogelijke wordt toegelaten om een verdorven ziel te genezen, kun je je wel voorstellen; want de Heer heeft geen enkele ziel voor het verderf, maar alleen voor de grootst mogelijke levensvervolma­king geschapen. Maar wat je ook moet onthouden is, dat geen enkele ziel in de hele onmetelijke scheppingsruimte door directe, geheel onvoorwaar­delijke erbarming tot vervolmaking van haar leven kan komen, maar enkel en alleen door haar eigen wil! De Heer laat de mens wel allerlei hulpmid­delen toespelen; maar dan is het aan de mens om deze als zodanig te h.erkennen, ze met zijn eigen wil op te pakken en ze zelf helemaal eigenmachtig te gebruiken!

[7] Ja, als een mens vrij en uit zichzelf roept en in zijn hart zegt: 'Heer, ik ben te zwak om mijzelf met de mij door U aangereikte middelen te helpen; helpt U mij met Uw arm! ~ wel, dan heeft die persoon zelf de hogere hulp verdiend met zijn eigen wil en door zijn eigen inzicht en gewaarwording van zijn ontoereikende kracht! Dan kan de Heer ook meteen met alle noodzakelijke macht en kracht Zijn invloed aanwenden en een zwakke ziel ogenblikkelijk helpen.

[8] Maar de wil van de mens, alsook zijn inzicht en vertrouwen, moet dan geheel en al gepaard gaan met uiterste vastberadenheid. Want anders blijft het bij de orde volgens welke iedere ziel zichzelf moet helpen met de geboden. middelen, omdat Iedere vreemde instroming in de huishouding van de eigen wil noodzakelijkerwijs tot gevolg heeft, dat er aan het wezen van de zielonmiskenbaar afbreuk wordt gedaan. Want als de ziel zichzelf moet ontwikkelen volgens de eeuwig noodzakelijke ordening van de Heer , dan moet ze zich ook zelf ontwikkelen en voltooien met de aangereikte middelen, zoals ook ieder mens op aarde zelf de voeding voor zijn lichaam moet zoeken, herkennen en tot zich nemen, als hij zijn aardse leven in stand wil houden.

[9] Er daalt geen God en geen engel op de aarde neer die overal zegt: 'Kijk, jullie moeten dit en dat eten als jullie honger hebben!', maar de honger komt en de mens proeft met zijn mond de overal groeiende vruchten, en die hem aanstaan neemt hij en stilt op aangename wijze zijn honger. Als hij dorst heeft, zoekt hij een frisse bron op, heeft hij het koud, dan zal hij zich spoedig uit allerlei fijne stoffen die zijn huid niet prikkelen en steken desnoods een omhulsel in elkaar vlechten en zijn huid op die manier beschermen tegen de koude van de lucht. En als hij bescherming wil hebben voor regen en wilde dieren, zal hij ook gauw een hut klaar hebben; want daarvoor zijn hem immers allerlei middelen geboden. Waar hij ook maar naar toe gaat, hij vindt meteen een aantal gaven die hij als zodanig gemakkelijk kan herkennen en met de hem daarvoor verleende krachten even gemakkelijk kan gebruiken"
98 De zelfbeschikking van de ziel
[1] (RAPHAËL:) 'En als de Heer de mens al voor de uiterlijke levensbehoeften zelf laat zorgen om de ziel te oefenen in zelfkennis en eigen activiteit, hoeveel te meer is dat dan voor de ziel zelf noodzakelijk!

[2] Zelfs in de zielen van dieren is een drang (instinct) geplant die geheel aan hen zelf is gegeven, volgens welke zij, en wel ieder op zijn eigen manier plegen te handelen. Het zou helemaal onjuist zijn om aan te nemen, dat deze schijnbaar spraak­ en verstandloze schepselen hun handelingen ver­richten als machines die door een kracht van buitenaf in werking worden gezet. Als dat het geval was, dan zou zelfs het allerbeste huisdier nog niet voor het meest eenvoudige werk afgericht kunnen worden en zou het zeker geen gehoor geven aan de mens, als deze hem roept.

[3] En omdat ook ieder dier een eigen ziel heeft die in zichzelf een besloten levenskracht bezit, van waaruit de ziel van het dier volgens haar eigen willekeur het organisme van haar lichaam in beweging zet, kan een dier ook op verschillende manieren afgericht worden. Een wezen dat puur van buitenaf tot leven gebracht wordt, heeft geen geheugen en ook niet een soort beoordelingsvermogen. Zijn hele leven is mechanisch en wat hij wil is zo afgemeten en onvrij, dat er absoluut geen sprake kan zijn van een veredeling door een bepaald soort onderricht; dit kan dan ook alleen maar op mechanische wijze van buitenaf plaatsvinden.

[4] Je kunt een boom duizend jaar lang zeggen, dat hij zo en zo moet staan en edeler vruchten moet voortbrengen, -dat zal allemaal tevergeefs zijn! Je zult dan gebruik moeten maken van mes en zaag, je moet takken van de wilde stam verwijderen, de romp voorzichtig splijten, daar edelere jonge takken in steken en deze dan goed met de wilde, gespleten rompen verbinden, dan zal de op zo'n manier dus puur mechanisch veredelde boom je mettertijd ook edelere vruchten opleveren!

[5] Het dier echter kun je al door woorden en bepaalde handgrepen africhten, dan zal het je bij een gelegenheid waarin dat noodzakelijk is van dienst zijn en zich helemaal naar jouw wil richten. En dit is een onmis­kenbaar bewijs voor je dat dieren zelf ook een soort vrije wil hebben, zonder welke ze jou evenmin zouden kunnen gehoorzamen en dienen als een steen of een boom.

[6] Als dieren echter al zichtbaar een op zichzelf staande ziel bezitten met enige kennis en wilsvrijheid, waaraan volgens de hun eigen manier van leven zelfbeschikking is gegeven, hoeveel te meer en hoeveel uitgespro­kener moet dat dan wel bij een mensenziel het geval zijn! Daar kan voorshands al helemaal geen sprake zijn van vreemde invloeden die op een of andere manier van buiten komen, niet van goede en nog minder van slechte.

[7] De ziel heeft immers zonder meer al alles wat ze maar enigszins nodig heeft voor de eerste levensopbloei. Als ze zich in zichzelf door haar hoogst eigen wilskracht en door de vrijwillige liefde tot God in een machtiger levenslicht heeft geplaatst, beseft ze ook spoedig wat haar nog allemaal ontbreekt, en ze zal er dan ook vrijwillig naar streven om met inspanning van al haar levenskrachten datgene te bereiken, waaraan het haar nu juist nog ontbreekt; de wegen en de middelen daartoe zullen haar dan wel goed duidelijk worden, en met haar hoogst eigen wil zal ze deze ook willen hebben en er naar grijpen en zich verrijken met de schatten van het steeds hogere, meer geestelijke en meer volmaakte leven.

[8] Wat de ziel zich dan eigen maakt langs deze weg, die een juiste weg is in overeenstemming met de orde van God, dat is en blijft haar dan volledig eigen, en geen tijd en geen eeuwigheid kan het haar meer afnemen. Maar wat de ziel nooit zelf door haar wil en door haar kennis heeft kunnen verkrijgen, zoals bijvoorbeeld het uiterlijke, organische lichaam en hiermee zo menig uiterlijk aards voordeel, dat kan ook niet blijvend van haar zijn­ maar het zal haar genomen worden zoals het haar gegeven werd.

[9] En als dat allemaal zo is, zoals de ervaring dit iedere dag aan ieder mens laat zien, dan kan er ook in de verste verte geen sprake zijn van boosaar­dig demonische gewelddadige krachten die aan de ziel trekken en haar bepalen; want alles hangt van de wil en het inzicht en uiteindelijk van de liefde van de ziel af. Zoals jij het wilt, inziet en liefhebt, zo geschiedt jou -en onmogelijk ooit anders!

[10] Als je het juiste van Gods orde wilt, inziet en liefhebt, dan zul je langs deze weg ook altijd tot de realiteit kunnen doordringen; als je echter wilt, inziet en liefhebt in strijd met deze orde waarin alleen realiteit en werke­lijkheid geboden wordt, dan lijk je op iemand die wil oogsten van een akker waar nooit graan op werd gezaaid, en tenslotte moet je het alleen aan jezelf toeschrijven als je levensoogst nul is geworden. -Zeg me nu, of het voor jou duidelijk is!'


99 Floran verwijt de Farizeeën hun liefdeloze kritiek op de Heer
[1] ROCLUS zegt: 'Dat zeker; je hebt me nu alles immers zo eenvoudig en duidelijk uit de doeken gedaan, dat ik gedurende mijn hele leven in dit opzicht nog nooit iets heb vernomen wat duidelijker was! Maar nu erger ik me nog meer vanwege die Farizeeën daar, die weer helemaal de oude, gebruikelijke Farizeeën worden hoe vaker ze de Heer Zijn beker in de hand zien nemen en hoe gemoedelijker de Heer met Cyrenius en Corne­lius praat! Zie en hoor je niet, hoe deze zwarte kerels nu al alles tot een gruwel wordt wat de Heer ook maar doet en spreekt?! Ze hebben toch die tekenen van Hem gezien, en nu eten ze aan Zijn tafel en loven en prijzen Hem met de tong van slangen! -Ja, wat zegje daar nu van?"

[2] RAPHAËL zegt: 'Laat dat maar gaan; want geloof me, dat ontgaat de Heer in het geheel niet! Hij zal ze op het juiste moment Zelf wel behoorlijk terechtwijzen, en een van de Heer uitgaande terechtwijzing is altijd bijzonder bitter voor degene die deze altijd terecht ondergaat. Kijk, ook Cyrenius en Cornelius en Julius en Faustus merken wat jij merkt, en ik heb het allang in de gaten! Maar de wil van de Heer heeft mij heimelijk tot geduld gemaand en daarom doe ik ook alsof ik niet zou merken waar die vijftig Farizeeën het met elkaar over hebben. Maar het moment zal nu spoedig aanbreken, waarop er tegen hen wordt opgetreden! Wees daarom nu nog een heel korte tijd volkomen rustig!"

[3] .Roclus werd nu stil en wachtte op wat er ging komen. De vijftig Fanzeeën wachtten echter niet, maar gingen door met hun beraadslagin­gen.

[4] FLORAN, hun bekende hoofdwoordvoerder, was het echter niet met de gluiperige opvattingen van overste Stahar eens en zei: 'Het eten en drinken van de Meester geldt voor mij nog niet als bewijs tegen Zijn goddelijkheid! Zijn hele gedrag komt mij meer voor als een onuitgesproken vraag, of wij met wankelmoedig worden in ons geloof als we het een of ander bij Hem opmerken.

[5] Als Hij de door David zo heerlijk tevoren bezongen Messias Jehova Zebaoth is, dan kan Hij doen wat Hij wil, en Hij heeft het nog altijd goed gedaan; want hoe zouden wij, arme, machteloze, sterfelijke mensen Hem gedragsregels willen voorschrijven. Dat wij zijn en leven hangt immers enkel en alleen van Hem af, die hemel en aarde heeft gemaakt en voor alle dieren en mensen ledematen en verschillende levensorganen heeft gescha­pen, ingericht en gegeven! Jij, Stahar, en jullie allemaal, zijn hiermee op een allersmerigste en zelfs levensgevaarlijke weg!

[6] Waarom maken wij er ons druk om dat Hij nu iets meer wijn drinkt en brood eet?! Hij is immers de Schepper van allebei! Werkelijk, dat brengt me niet in het minst van de wijs; integendeel, het verheugt me alleen maar bijzonder dat ook Hij, de Allerhoogste en Allerwijste, zich op onze menselijke manier gedraagt!

[7] Ik moet openlijk bekennen, dat het hoogst onverstandig van jullie is om je hier in het aangezicht van het hoogste gezelschap van de wereld zo te gedragen alsof hun heil van jullie welwillendheid af zou hangen! Wat en wie zijn jullie dan? Niets anders dan arme, kruipende aardwormen tegenover de macht van zo'n mens, die de elementen gebiedt, -en deze gehoorzamen aan Zijn wil!

[8] De wijn heeft ook jullie gemoederen verhit en jullie verstand beneveld; daarom brengen jullie nu dan ook oordelen ten gehore, die ik vanwege de enorme domheid ervan gewoonweg klassiek zou willen noemen. Wat beogen jullie daarmee? Of kunnen jullie aan de hand van Mozes bewijzen, dat het verboden is om nu en dan iets rijkelijker wijn te drinken? Kunnen jullie beweren dat Noach gezondigd heeft, toen hij iets te veel druivennat tot zich nam? Ja, wie gezondigd heeft en vervloeking verdient is de zoon, die zijn vader aan bespotting prijsgaf; maar de zoon die de schaamte van zijn vader bedekte, werd met zegen vervuld!

[9] Daarom zeg ik jullie: Wat de Heer doet, is altijd en eeuwig goed gedaan! En zou Hij hier meerdere zakken wijn tot Zich nemen, dan gaat ons dat niets aan; en als Hem duizend jonge vrouwen zouden omringen, ongeacht hun stand of reputatie, dan gaat ons ook dat niet in 't minst aan; want Hij is hun Schepper en Behoeder, evenals de onze! Waar bemoeien wij ons mee, als Hij naar Zijn tot stand gebrachte werken toekomt, hoe deze ook zijn, en datgene wat aan hen gebrekkig en ziek is, heelt?! Wees omwille van Jehova dan toch billijk en dankbaar bescheiden in jullie oordeel"
100 De zegen van het Romeinse bewind voor het joodse volk
[1] STAHAR zegt: 'Naar het me toeschijnt, geloof jij dus vast aan zijn goddelijkheid?”

[2] FLORAN antwoordt: 'Wat zou me daarvan af moeten brengen? Heeft God in. de tijd van Mozes soms geen grote tekenen gedaan?! En als een mens hier, toegerust met de hoogste wijsheid, zulke ongekende tekenen doet waartoe alleen de goddelijke almacht in staat is, -wat moet mij er dan van afhouden om zo'n mens volledig van de absoluut ware geest van God vervuld te zien, en hem zonder meer voor de enig ware God te houden?! Mijn zienswijze, mijn aanname en mijn daarop gebouwde geloof staan steviger dan de ondenkbaar oude piramides van Egypte!

[3] Ik geloof nu echter niet alleen maar dat het zo en niet anders is, maar ik ben er tot in het diepst van mijn hart van overtuigd, en niets kan deze intense overtuiging van mij meer aan het wankelen brengen, en jij, Stahar die met alle winden meewaait, wel het minst!

[4] Wat dit betreft, kan ik ook met het beste geweten van de wereld met de Romeinse helden uitroepen: Si totus illabatur orbis, impavidum ferient ruinae!* (* Ook al stort de hele wereld in, het puin zal toch de onverschrokkene dragen!) Want ik weet wat ik zie en wat ik geloof, ik ben geen windwijzer , en geen rietstengel in een vijver vol modder en drassigheid. Wel ben ik een marmeren rots in de zee geworden, waartegen orkanen en de golven van de branding geheel en al te pletter moeten slaan'

[5] STAHAR zegt: 'Ook de godsgerichten van de tempel in Jeruzalem?"

[6] FLORAN zegt: 'Wie deze Heer en Meester en de gebieders van Rome als schild heeft, heeft geen vrees voor de zogenaamde godsgerichten, die God nooit heeft ingesteld. Werkelijk, niet de minste vrees kunnen Jeru­zalems grootste dreigingen mij inboezemen, - ook alle donderende ver­vloekingen van de hogepriester zouden zonder een spoor achter te laten aan mijn oren voorbij gaan! Want wie overdag wandelt, heeft naar mijn mening de verschrikkingen van de nacht niet te vrezen, en zo heb ook ik geen vrees voor de tempel in Jeruzalem!

[7] Als men deze zonneklare leer vergelijkt met de mij maar al te bekende leerstellingen van de tempel, dan ziet men immers op het eerste gezicht dat in deze leer de klaarlichte dag van de geest heerst, en in de tempel de donkerste nacht van de geest. Ja, degenen die nog toebehoren aan de nacht zullen nog veel te vrezen hebben, met name de dood van hun ziel; ik heb hoogstens de dood van mijn lichaam te verwachten, die eigenlijk helemaal geen dood is!

[8] Het eeuwige leven van mijn ziel kan niemand me echter meer afhandig maken; want ik zie en voel het al volop levend in me en ik voel ook de eeuwig onmetelijke voordelen van zo'n leven. En als ik dientengevolge niet de minste vrees voor het afvallen van mijn lichaam in mezelf voel, hoe zou ik dan enige vrees voor de zogenaamde godsgerichten van de tempel in me voelen?! Daarom zeg ik en blijf hier ook zeker bij: Wie overdag wandelt, hoeft niet bang te zijn voor de verschrikkingen van de nacht!"

[9] STAHAR zegt met een gewichtig, typisch tempels diepernstig gezicht: 'Waarom en hoe kun je de plaats waar de Schrift en het Woord van God aan het volk wordt geleerd, nacht noemen?'

[10] FLORAN zegt: 'De Schrift die wij beiden als -laten we zeggen ­schriftgeleerden evenmin begrijpen als iemand die deze nog nooit te zien heeft gekregen, en het zogenaamde woord van God dat slechts uit banale menselijke belangen is opgesteld, ken ik maar al te goed. Zeg er daarom tegen mij geen woord meer over! Welke wonderen hebben wij dan ooit door middel van het zogenaamd almachtige woord van God verricht? Wat kunnen wij verder soms met een goed geweten van onszelf zeggen, behalve dat we met de vrijwillige, door ons opgelegde en door middel van geweld afgeperste offers onze zakken en schatkisten hebben gevuld, en met alle mogelijke middelen, waarvan ook het slechtste niet te slecht werd bevon­den, hebben geprobeerd om ieder vonkje beter licht de kop in te drukken?

[11] Is het niet een ten hemel schreiende schande dat wij, als het oude volk van God, ons door de heidenen wijze wetten en staatkundige normen hebben moeten laten voorschrijven? En als deze niet gekomen waren om bij ons toch een enigszins meer menselijke en betere rechtszorg in te voeren, dan zou ons volk nu in zo'n chaos verkeren, dat er onder de wildste dieren geen erger wanorde mogelijk zou zijn.

[12] Wat was ons recht nu voordat de Romeinen hier waren? Niets anders dan de blindste willekeur van een ieder die zich enige macht op wat voor manier dan ook had toegeëigend!

[13] Zo'n rijke man had bijvoorbeeld gisteren een gebod opgelegd; maar vandaag betreurde hij dat, omdat naar zijn mening dit gebod hem geen echt voordeel had opgeleverd. Daarom werd hij boos, bestrafte eerst zijn raadsman en daarna al degenen die de wet van gisteren in acht hadden genomen; want ze hadden naar hem toe moeten komen, zich voor de wetgever in het stof moeten werpen en hem er op moeten wijzen dat de gegeven wet meer in hun voordeel was dan in het zijne! Maar wie tegen deze machthebber gezegd zou hebben: 'Luister, machtige en wijze gebie­der, de gegeven wet moet niet in werking gesteld worden! Als deze wordt opgevolgd, dan gaan daardoor u en al uw onderdanen te gronde; want deze wet is afkomstig van een verraderlijke en arglistige raadsman, die hiervoor zeker is omgekocht door een van uw afgunstige buren!' -, wat zou er dan gebeurd zijn? Hij, die de wetgever op dit gebrek of deze fout van de wet gewezen had, zou wegens schaamteloze brutaliteit tot een zware straf veroordeeld zijn; de slechte raadsman zou ook gestraft zijn, en degenen waarvan men wist dat ze zich aan die slechte wet hadden gehouden, zouden ook ter verantwoording geroepen zijn, en dat vaak al voordat er een nieuwe wet was uitgevaardigd. -Hoe bevalt jullie zo'n rechtssysteem?

[14] En voordat de Romeinen hier waren, had het grote land van de joden een groot aantal van zulke kleine machthebbers die zonder uitzondering allemaal uitgesproken tirannen waren voor hun kleine volkjes, die in de grootste materiële en geestelijke nood verkeerden; dag in dag uit werden ze opgejaagd, al naargelang het humeur en de willekeur van hun tiran­ waarover deze tegenover niemand verantwoording hoefde af te leggen. Waren de Romeinen als heidenen hier soms geen ware hemelsboden, toen ze hier kwamen met een machtig leger en afrekenden met deze honderden gewetenloze kleine tirannen?! Zij gaven toen verstandige en blijvende Wetten, waardoor ieder mens naar goede orde heer over zijn eigen bezittingen was; hij betaalde zijn matige belasting en kon dan ongehinderd zijn zaken regelen naar eigen believen, - natuurlijk wel volgens het geldende recht.

[15] Dat de tempel geen vriend was en is van de Romeinen, dat weten we en de reden daarvan is ons ook niet onbekend; want de machtige Romei­nen verlangden ook van de tempel de cijns, terwijl vóór die tijd de kleine tirannen aan de tempel tribuut betaalden, opdat de priesters het volk in onwetendheid hielden en het steeds onvoorwaardelijke gehoorzaamheid predikten.

[16] O, wanneer heeft men hen ooit de joden over onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan de Romeinse machthebbers horen preken? Men zegt tegen het volk wel dat de Romeinen een roede in Gods hand zijn die men moet dulden; maar de honderd afschuwelijkste tirannen die het arme volk voortdurend erger dan duivels kwelden, waren geen roede van God, maar louter door God aangestelde engelen die hen in de gaten moesten houden. Wie tegen hen in opstand kwam, werd al spoedig tot vijand van Jehova verklaard, en verdoemd.

[17] O, dat waren voor de tempel pas gelukkige tijden, waarvoor de Heer de arme mensheid voortaan voor altijd moge behoeden! De godsgerichten van de tempel zijn nog zo'n klein, maar toch niet te onderschatten slecht overblijfsel, waarvoor ik nu echter -de Heer alleen alle lof! -in het geheel geen vrees heb; want ik behoor nu aan de Heer en aan Rome, en dat is voldoende om nooit meer te hoeven sidderen voor de dreigingen van de tempel! - Ben je tevreden met deze verklaring?"
101 Roclus en Floran in gesprek over Stahar
[1] Stahar kijkt somber en zegt geen woord; want de woorden van Floran hebben de oude man toch weer stilletjes op betere gedachten gebracht.

[2] Maar ROCLUS, die met gespannen aandacht naar deze uiteenzetting had geluisterd, stond op en snelde regelrecht naar Floran, klopte hem op de schouder en zei: 'ik prijs je! Ik ben het helemaal met je eens! Ik neem je op in ons instituut, dat nu onder de ware bescherming van God en onder de bescherming van Rome staat. Wat jij nu gesproken hebt, dat heeft de Heer je ingegeven; je hebt naar mijn hart gesproken! Ah, zulke woorden zijn een weldaad voor mijn gemoed, dat enkel het beste wil voor de mensen! Ik begrijp alleen niet hoe bij Stahar, die, zoals mij welbekend is, anders toch ook niet bepaald op zijn achterhoofd gevallen is, nog twijfel op kan komen nadat hij zulke buitengewone daden heeft gezien, en ongekende onderwijzingen van de Heer gehoord heeft en deze ook heeft begrepen!

[3] Voor mij die hier nu pas enkele uren vertoeft, is hetgeen ik tot nog toe gezien en gehoord heb, veel te veel, -en Stahar heeft zo veel gezien en gehoord, en toch kon het bij hem opkomen om de Heer van de gehele oneindigheid van duivelse zaken te beschuldigen! Al of geen wijn, dat doet er niet toe, ik heb ook wijn gedronken en ben me er heel goed van bewust dat ook mijn moed aanzienlijk is toegenomen; maar mijn eenmaal geves­tigde overtuiging wankelt niet en zou ook niet gaan wankelen als mijn ledematen dat een beetje zouden gaan doen. Maar op de oude grijze Stahar zou de oude Romeinse spreuk 'in vino veritas'*(*In de wijn is waarheid) wel eens toegepast kunnen worden; want wijn brengt merkwaardigerwijs teweeg, dat hij vaak bij mensen de donkere sluier van de politiek licht en tegen hun eigen wil de tong losmaakt. En bij zulke gelegenheden heeft men al vaak zo het een en ander te horen gekregen, wat anders uit berekening en om zeer zelfzuch­tige, slimme redenen met iemand het graf zou zijn ingegaan.

[4] Stahar was daarstraks zeker, ondanks zijn diamantharde Farizeeërdom, zeer in het nauw gedreven. Hij zag zichzelf met zijn tegenstellingen als verloren, en gaf zich uiteindelijk over omdat hij geen gat meer zag waardoor hij nog kon ontsnappen; maar heel diep in zijn hart bleef hij voor zichzelf nog altijd de oude, diamantharde Farizeeër. Nu is hij echter zo onverstandig geweest om een beetje te veel van het edele druivennat te genieten, en dat heeft de oude, verstokte Farizeeër uit zijn schulp doen kruipen en hem voor zichzelf laten spreken. Als de wijn bij hem verdampt zal zijn, zal het hem zeker zeer spijten dat hij zichzelf zo mooi heeft verraden.

[5] Niet voor niets verhaalden de mensen over de bacchantes, dat ze de mensen niet zelden toekomstige dingen en gebeurtenissen voorspelden, en men hechtte veel waarde aan hun uitspraken. Ook bij hen werd dit wonderlijke verschijnsel door de wijn veroorzaakt. Ook van de grote jodenkoning David gaat het verhaal dat hij veel van zijn psalmen na het nuttigen van wijn heeft geschreven en zelf heeft gezongen.

[6] Als wijn derhalve zo'n bijzondere werking heeft, kan men als heel zeker aannemen dat de oude overste van de Farizeeën zich nu zelf tot algemeen heil van ons, en ondanks zijn tevoren voorgewende totale bekering, toch weer heeft laten kennen als steeds dezelfde, onveranderlijke echte Fari­zeeër, een soort mens, waar zelfs de wildste dieren in de bossen het nodige respect voor hebben, om maar niet te spreken van een arme zondaar die onder hun juk gebukt gaat! -Heb ik gelijk of niet?"

[7] FLORAN zegt: 'Ja, beste vriend, in een bepaald opzicht heb je helemaal gelijk; maar er is nog wel een punt dat we hier in aanmerking moeten nemen en moeten overwegen! Kijk, als jij een jonge boom die krom is gegroeid, recht wilt buigen, zal je moeite spoedig door succes beloond worden; maar ga je met een oud geworden, kromme boom aan de gang, dan zul je ten eerste allerlei krachtige hulpmiddelen nodig hebben om de reeds zeer onbuigzaam geworden oudere boom recht te maken, en ten tweede mag het je niet aan het juiste geduld ontbreken! Je zult alleen van dag tot dag een klein beetje druk mogen uitoefenen, en dat net zo lang tot de boom helemaal recht is; als je hem echter uit alle macht in één keer recht wilt buigen, dan zou je de boom afbreken en daarmee doden, wat toch zeker geen gezegende beloning van je grote inspanning zou zijn. ­Het schijnt dat ook de liefde en wijsheid van de Heer dit bij deze gelegenheid in acht neemt.

[8] Onze Stahar wordt nu in een positie gebracht waarin hij zich in zijn oude Joodse Jehova-ijver zeer geërgerd zal voelen. Wat beschouwt zijn oude bijgeloof nog allemaal als zonde wat volgens het zuivere verstand nooit een zonde kan zijn, niet voor de mensen en nog minder voor God! Volgens zijn moraal valt daaronder ook het rijkelijk nuttigen van wijn en het praten met een jonge vrouw, die naar zijn idee nog niet helemaal volwassen zou kunnen zijn! Wel, als hij helemaal nuchter is, dan valt hij kennelijk niet over dergelijke kleinigheden; maar ja, hij heeft immers zelf verscheidene bekers wijn gedronken, en de natuurgeesten van de wijn hebben in zijn ingewanden nu nog van die echte oude, verharde resten van zijn oude stokblinde farizeeërdom gevonden, deze leven ingeblazen en ze min of meer in opstand gebracht. Maar in feite is de hele zaak nauwelijks waard om er een woord aan te spenderen!

[9] Trouwens, ik heb de oude Stahar al mijn goed onderbouwde mening op zeer begrijpelijke manier duidelijk gemaakt, en hij denkt daar nu over na in zijn halve slaaptoestand. Morgen zal hij zeker een heel ander mens zijn, -en als het niet zo is zoals ikje nu heb gezegd, dan zou de Heer Zelf hem wel iets gezegd hebben; maar de Heer, die goed weet wat er aan de hand is, lijkt daar niet de minste aandacht aan te schenken. En als Hij en de hooggeplaatste machthebbers van Rome totaal geen aandacht schenken aan deze hele zaak, dan kunnen ook wij beiden er geheel zeker van zijn dat deze kwestie niet meer om het lijf had dan ik je zojuist heb duidelijk gemaakt. Behalve dit wil ik je echter van ganser harte bedanken voor je; zeer vriendelijke aanbod, en wel met de voor mij zeer aangename verze­kering, dat ik daar zonder meer gebruik van zal maken.

[10] Want er kan voor een eerlijk mens op deze aarde niets heerlijkers bestaan dan te leven en te werken in een ware gemeenschap van mensen wier motto 'liefde en waarheid' is, waar de menselijke waarde van de mens onderling als het heiligste onderpand van ons bestaan erkend wordt en dus ook als datgene, wat het van God uit is, en waar voor alle leden als uit één hart de Heer echt leeft, waar ze Hem liefhebben en Hem alleen alle eer geven en ook als uit één mond zeggen: 'De Heer alleen is alles in alles, en wij zijn louter broeders onder elkaar, waarvan niemand zich ook maar enigszins inbeeldt dat hij meer en beter is dan zijn naaste; en mocht er al sprake zijn van verschillen in dit gezelschap, dan moeten die alleen hieruit bestaan, dat de één de ander tot een steeds grotere vriend probeert te zijn, om met vereende krachten alle mensen in de volste waarheid van dienst te zijn!'

[11] Ja, vriend Roclus, op aarde is het waarste en in feite ook hemelse beroep van de mens: allen die in het nauw zitten en noodlijdend zijn fysiek en geestelijk te helpen, waar ook hulp nog maar enigszins mogelijk is! En dat is ook de overduidelijk uitgesproken liefdewil van de Heer; wie deze liefdewil trouw volgt, zal hiervan zeker ook zelf de vruchten plukken! ­Deel jij niet ook geheel mijn mening?"

1   ...   17   18   19   20   21   22   23   24   ...   53


Dovnload 2.11 Mb.