Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda

Dovnload 2.11 Mb.

Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda



Pagina23/53
Datum28.10.2017
Grootte2.11 Mb.

Dovnload 2.11 Mb.
1   ...   19   20   21   22   23   24   25   26   ...   53
106 Het beperkte inzicht van de engelen in het denken van de Heer
[1] ROCLUS zegt: 'Mijn zeer gewaardeerde Stahar, zoveel woorden waren daar werkelijk niet voor nodig; want Ik wist met jou toch wel meteen :waar ik aan toe was, en ik denk werkelijk en hoop ook zeker dat wij belden, een en hetzelfde doel dienend, gezegend en succesvol zullen werken. De Heer zal ons met Zijn hulp niet verlaten, en daarom gaan wij vast een mooie toekomst tegemoet, die hier op aarde wel nooit geheel, maar toch wel aan gene zijde schitterend in vervulling gaat. -Maar laten we. nu weer naar onze plaats gaan! De enigszins onaangename wind wordt minder, en toch blijft het firmament met zijn ontelbaar vele sterren totaal helder. Als ik me niet vergis, maakt de Heer aanstalten om weer iets te gaan doen of ons een nieuwe les te verkondigen, -en dan moeten we geheel oog en oor zijn!"

[2] STAHAR ziet dat ook en zegt: 'Ja, ja, je hebt gelijk, er gebeurt iets, en zo te zien weet ook Zijn naaste omgeving niet wat er te gebeuren staat! Cyrenius vraagt Hem blijkbaar heimelijk wat Hij van plan is; ma.ar deze keer schijnt de Heer niet rechtstreeks antwoord te willen geven! Ja, ja, mijn beste Cyrenius, een God is nog wel iets meer dan zo’n keizer van Rome.

[3] ROCLUS zegt: 'Ik heb de indruk dat je nog altijd.een beetje in je maag zit met de Romeinen! Maar dat geeft met; want hier en daar hebben ze zich wel wat overdreven als heersers van de wereld opgesteld! Maar nu op onze plaats!'

[4] Ze gaan nu beiden naar hun tafel. Als Stahar zijn plaats weer inneemt, vragen hem meteen enkelen wat hij toch allemaal met die Griek besproken heeft; Stahar wijst hen echter terecht wegens zulke vrouwelijke nieuws­gierigheid en zegt voorlopig niets.

[5] Roclus wordt door RAPHAËL een beetje onder handen genomen: Wel, gaat het nu beter met je?" .

[6] ROCLUS zegt: 'Zeker; want nu weet ik uit eigen ervaring waar Ik aan toe ben met de oude Stahar en ik ben er bijzonder blij mee, dat ook door Stahar mijn mening helemaal bevestigd wordt dat bijna geen enkele priester, welke leer hij ook aanhangt, zelf datgene gelooft wat hij de andere mensen te vuur en te zwaard laat geloven! Want ook Stahar was, evenals ik, geheel en al atheïst, en hij is net, zoals ik, pas hier werkelijk in God gaan geloven. Maar nu geen woord meer hierover! Vriend uit de hemelen, merk je niet dat de Heer iets van plan is? Hij gaat ofwel iets doen ofwel iets zeggen'

[7] RAPHAËL zegt: 'Inderdaad; want de Heer rust nooit en is altijd oneindig veel van plan! Waarom zou Hij nu opeens minder van plan zijn dan anders?!'

[8] ROCLUS zegt: 'Mijn hemelse vriend, dat weet ik even goed als jij; maar het gaat er hier nu alleen maar om, of Hij nu niet iets heel bijzonders wil gaan doen!"

[9] RAPHAËL zegt: 'Nu ja, je zult wel zien wat er gaat gebeuren. De Heer openbaart ons dan ook niet altijd wat Hij wil doen, ofschoon wij de gepersonifieerde uitdrukking zijn van Zijn aartswil (hoogste wil) .Wij staan het dichtst bij Hem als uitvloeisel van Zijn oergoddelijke leven, willen en zijn, en in feite zijn we niets anders dan de uitdrukking van de goddelijke wil en de goddelijke kracht; echter niet in Zijn persoonlijke wezen, maar wij zijn los daarvan aanwezig en werkend. Rondom God zijn wij zo ongeveer datgene, wat het uit de zon naar buiten stromende licht is, dat ook overal waar het maar komt alles met leven vervult ontwikkelt, opwekt, doet rijpen en voltooit.

[10] Als jij een spiegel naar de zon toe houdt, dan zie je in de spiegel precies de weerspiegeling van de zon, en de lichtstraal die vanuit de weerspiegeling van de zon naar jou toestroomt zal jou even goed verwarmen als de straal die direct uit de zon zelf komt; en als je de zonnestraal met een Alexan­drijnse spiegel opvangt, die men ook wel een holle spiegel noemt, dan zal de weerkaatste straal een veel grotere licht­ en warmte ontwikkeling te zien geven dan het licht dat direct van de zon naar buiten stroomt. En dat is wat wij aartsengelen in geestelijke zin zijn; ieder geestelijk vervolmaakt mens zal eveneens zo zijn, maar dan in een nog veel hogere graad.

[11] Maar zoals desalniettemin toch geen enkele spiegel, ook geen Alexan­drijnse, alles in zijn spiegelbeeld kan opnemen wat er in zijn totaliteit binnen in de zon is en gebeurt, zo kan ook ik niet in mijzelf waarnemen wat de. Heer in Zichzelf denkt en besluit. Op het juiste moment begint Zijn wil dan wel naar buiten toe uit te stralen en ik, evenals allen die zijn zoals ik, nemen die wil dan meteen volledig in ons op en dragen hem uit in de gehele oneindigheid; daarom dragen wij ook vanwege deze eigen­schap de naam 'aartsboden', omdat wij de uitdragers en de uitvoerders van de goddelijke wil zijn. En zie, mijn gewaardeerde vriend Roclus, ook nu besluit de Heer iets in Zichzelf; maar ik weet niet waar het uit bestaat, omdat de Heer het nog in Zichzelf vasthoudt en nog niet naar buiten laat stromen!

[12] O, er is in de Heer nog zo eindeloos veel wat wij niet kennen en ook nooit zullen kennen door middel van onze onderzoekingsdrang! Maar als Hij het wil, dan worden wij het gewaar en dienovereenkomstig volop werkzaam. Trouwens, jij moet ook zelf opletten! Er zal heel wat komen; maar wat dat is zullen we zeker spoedig te zien krijgen!"

[13] Roclus begreep de woorden van Raphaël en had er bewondering voor dat hij ook met de Alexandrijnse spiegels bekend was, waarvan hij er tijdens zijn reizen in Egypte enkele gezien en uitgeprobeerd had en ook een had aangeschaft voor het instituut.
107 Een voorspelling van de Heer over de toekomst: de volksverhuizing
[1] Er ontstond nu tegen het midden van de zeer heldere sterrennacht een grote stilte. Aller ogen en oren waren uiterst gespannen op Mij gericht; want allen verwachtten een lering of een daad van Mij. En Ik liet hen een tijd lang in deze voor hun ziel hoogst weldadige spanning.

[2] Na ongeveer ruim een half uur verhief IK mij snel en zei met luide stem: 'Mijn kinderen, broeders en vrienden! Ik zie dat jullie er allemaal in zeer gespannen verwachting naar uitzien of Ik niet iets zal doen of zal zeggen. Maar waarlijk, Ik zeg jullie dat Ik dit keer verder niets te zeggen en te doen heb bij jullie; want Ik heb gedurende de tijd van zeven dagen dat ik bij jullie was bijna alles uitputtend besproken, en gedaan wat voorlopig voor jullie nodig is om in de komende tijd Mijn rijk volledig in je hart op te nemen. Maar jullie grote gespannenheid zet Me ertoe aan om voor jullie nog steeds iets te zeggen en te doen, ofschoon ook Mijn ledematen enigszins moe zijn geworden. Maar wat doet de liefde der liefde niet allemaal? Luister dus aandachtig en doe je ogen wijd open!

[3] Morgen nemen wij voor langere tijd afscheid en Ik zal over bijna een jaar deze streek weer bezoeken en met Mijn voeten betreden; maar omdat Ik hier zo'n grote overwinning heb bevochten en daarom een blijvend monument in de vorm van dit badhuis en de nieuwe haven heb opgericht, dat niet gemakkelijk ooit geheel verwoest zal worden -behalve in een tijd dat het geloof aan Mij zal verdwijnen en daarmee de liefde -, wil Ik dan ook nog iets doen. Dan echter, als geloof en liefde onder de mensen niet meer zullen bestaan, zullen hordes barbaren deze landen binnenvallen en alle gedenktekens verwoesten van deze grote tijd, die zich sinds Mozes tot aan Mij over deze landen heeft uitgebreid.

[4] Dit zou wel gemakkelijk te verhoeden zijn; maar toch zal het niet verhoed worden. Dit badhuis zal nog wel bestaan en de haven, en het wordt niet verwoest in de tijd dat Jeruzalem zal vallen; maar toch zal het geen vijfhonderd jaar oud worden. Want Ik zeg jullie, met Jeruzalem zal het beginnen; maar de mensen zullen zich niets gelegen laten liggen aan de waarschuwing die aan Jeruzalem zal uitgaan, en ze zullen vervallen in allerlei arglist, wereldsgezindheid, kwaad, trots, leugen, zelf­ en heerszucht­hoererij en echtbreuk. Dan zal er een volk opstaan in het verre Oosten en deze landen overspoelen als een grote Egyptische sprinkhanenplaag en alles verwoesten: mensen, vee en alle steden, plaatsjes, dorpen en afzonderlijke woonhuizen, en dat volk zal dan de volkeren tot ver in Azië Afrika en Europa onderwerpen, net zo lang tot er over alle goddelozen een groter en algemener gericht zal komen!

[5] Maar allen die Mij in hun geloof en hun liefde trouw zullen blijven, zullen voor het gericht gespaard worden; want Ikzelf zal Mij voor hen met het zwaard omgorden en voor hen te velde trekken. En iedere vijand zal moeten wijken voor Mijn zwaard! Het zwaard zal heten 'Immanuel' (God de Heer met ons), en de scherpte ervan zal de waarheid zijn, en de aanzienlijke zwaarte ervan de liefde van God, de Vader van Zijn trouwe kinderen. Wie wil strijden, moet dat doen met de scherpte van de waarheid uit God en met de kracht van de liefde uit het hart van de Vader van eeuwigheid! Met dit wapen toegerust zal hij triomferen over iedere vijand van Mijn naam, en derhalve over de vijand van het leven en de waarheid!"
108 Het tijdperk van de techniek
[1] (DE HEER:) 'Tenslotte zal er een tijd komen dat de mensen erg knap en handig in alle dingen zullen worden, en allerlei machines zullen bouwen die alle menselijke arbeid zullen verrichten als levende, met verstand begaafde mensen en dieren; daardoor zullen echter vele mensenhanden werkeloos worden, en de maag van de arme, werkeloze mensen zal veel honger kennen. De ellende van de mensen zal dan een ongelooflijke hoogte bereiken. Dan zullen er weer mensen door Mij worden opgewekt, deze zullen meer dan tweehonderd jaar lang de waarheid van Mijn naam verkondigen. Degenen die hun woorden ter harte zullen nemen, zal het tot heil strekken, ofschoon hun aantal maar klein zal zijn!

[2] En als het aantal zuivere en goede mensen zoals in de tijden van Noach sterk zal afnemen, dan zal de aarde nogmaals geteisterd worden door een algemeen gericht, waarbij noch de mensen, noch de dieren, noch de planten gespaard worden. Dan zullen de mensen niets meer hebben aan hun vuur­ en dood spuwende wapens, niets aan hun vestingen en hun IJzeren wegen, waarop ze met de snelheid van een afgeschoten pijl zullen voortsnellen; want uit de lucht zal een vijand komen en allen vernietigen die steeds kwaad hebben gedaan. Dat zal werkelijk een tijd zijn van ware zuivering, zoals destijds in de tempel.

[3] Wat Ik onlangs in Jeruzalem in de tempel met de geldwisselaars en duivenhandelaren heb gedaan, dat zal Ik dan op grote schaal doen op de gehele aarde. Ik zal alle handelshuizen en geldwisselplaatsen vernietigen door de vijand, die Ik vanuit het verre luchtruim naar de aarde zal zenden als een bliksemschicht met veel geraas en gekraak. Waarlijk, daartegen zullen alle legers van de aarde tevergeefs vechten; maar Mijn weinige vrienden zal de grote, onoverwinnelijke vijand geen leed aandoen, hij zal ze sparen voor een geheel nieuwe kweekplaats, waaruit nieuwe en betere mensen zullen voortkomen!

[4] Begrijp dit goed! Denk vooral niet dat Ik dat allemaal zo wil hebben en dat het daarom al allemaal zo bepaald zou zijn! Dat alles zij verre van MIJ en jullie! Maar het zal zijn als vóór de tijd van Noach: de mensen zullen van hun omvangrijke wereldse kennis en hun verworven kundigheden een steeds slechter gebruik maken en geheel uit vrije wil allerlei gerichten uit de diepten van Mijn schepping over zichzelf en tenslotte over de gehele aarde afroepen. Maar daar zeg ook Ik dan met jullie, Mijn achtenswaardige Romeinen: Volenti non fit iniuria!*( *Aan degene, die wil, geschiedt geen onrecht!)

[5] Ja, mensen die maat weten te houden en hun grenzen kennen, zullen alles hebben en zich allerlei gerieflijkheden voor het aardse leven verschaf­fen en hun handen sparen voor zware werkzaamheden, om zo des te meer tijd te verkrijgen voor de bewerking en veredeling van hun hart en ziel, en ze zullen allen op gelijke wijze gedurende hun hele leven vol vreugde zijn in Mijn naam; en onder hen zal niemand lijden en treuren, behalve iemand die moedwillig zondigt tegen iedere bestaande orde in Mijn naam!

[6] Maar wanneer met de op natuurlijke wijze toenemende kundigheid van de mensen ook hun zelfzucht, hebzucht en heerszucht zal toenemen en gelijktijdig de verduistering van de gemoederen der mensen, dan kunnen de slechte gevolgen daarvan natuurlijk niet uitblijven! Want als jullie je voeten snel aldoor maar verder en verder verplaatsen, kan het gevolg van het snelle voorwaarts gaan niet uitblijven. En wie met het voorwaarts lopen aarzelt, moet ook aanvaarden dat hij zelfs door een slak ingehaald wordt. Van een hoogte naar beneden vallen veroorzaakt, zoals bekend, de dood van het lichaam; maar als iemand dat uit ervaring weet en dan toch van een grote hoogte in de diepte springt, -wat is dat dan?

[7] Zie, dat is blinde moedwil, en het kwade gevolg daarvan wordt niet veroorzaakt door Mijn wil, maar door de onveranderbare wet van Mijn eeuwige orde, die met op een speciale plaats, en al helemaal niet in het algemeen opgeheven kan worden! Of denken jullie soms dat Ik het vuur zijn vernietigende hitte moet afnemen, opdat een dwaas die zich in het vuur stort geen schade zal lijden?! Of moet Ik het water de eigenschap ontnemen dat het water is waarin de mens spoedig stikt, als hij er ofwel door eigen onvoorzichtigheid, of door geweld van iemand anders of moedwillig invalt?!'
109 Over het gericht dat de mensen zelf veroorzaken
(1] (DE HEER:! 'Kijk naar de bergen. vol bossen en struiken! Kijk, deze zuigen in de benodigde juiste hoeveelheid alle voor hen geschikte natuurgeesten (elektriciteit, magnetisch fluïdum) op. Ga maar eens alle bergen ontbossen, dan zullen jullie de gevolgen daarvan, die zeer bitter smaken al binnen korte tijd merken! Daardoor zullen grote massa's vrije ruwe natuurgeesten de lucht, die de hele aarde omgeeft, steeds meer gaan bevolken. Omdat deze natuurgeesten geen geschikte behuizing en werkterrein kunnen vinden, zullen ze zich massaal gaan verenigen en door hun onrust en door hun honger en dorst (neiging tot assimileren) de verschrikkelijkste en alles vernietigende stormen veroorzaken en hele landen zodanig te gronde richten, dat daar honderd of duizend jaar lang niets anders te voorschijn zal komen dan hier en daar een mosplantje, zoals er op de wijde aarde tegenwoordig nog steeds zulke uitgestrekte plaatsen en vlaktes zijn, waar men vele dagen doorheen kan trekken en waar even weinig groeit als op de woeste en doodse kalksteen aan de oevers van de Dode Zee in Beneden Palestina, waarheen de Jordaan stroomt.

[2] Ja, is dat daarom soms Mijn wil? O neen! Want omdat het noodzakelijk is dat de mensen vrij willen en ook vrij moeten handelen om ook in de geest mens te worden, wil Ik Zelf helemaal niets -al maken de mensen het nog zo bont -, maar Ik laat enkel toe dat de mensen ongestoord datgene bereiken waar ze zich zo voor ingespannen hebben, alsof al hun levensgeluk daarvan afhing. Of de gevolgen dan goed of slecht zijn, dat maakt voor Mij geen verschil! Zelf scheppen, -zelf hebben! Ook al weet Ik wat er daarna verder zal gebeuren, dan kan en mag Ik toch niet tussenbeide komen met Mijn almacht; want als Ik dat doe, dan houdt de mens op een mens te zijn. Dan is hij alleen maar een tot leven gebrachte machine en verder niets en kan voor zichzelf en voor Mij eeuwig geen waarde hebben. Want dan lijkt hij op een schrijver die uit zichzelf nog geen lettergreep kan schrijven, en wanneer hij dan toch moet schrijven, zijn hand van A tot Z moet laten leiden door iemand die wel de schrijfkunst machtig is; en als hij op deze wijze een artikel heeft geschreven, begrijpt hij dit zelf toch nog niet. Ook al heeft hij op deze manier honderdduizend brieven geschreven, dan is hij zelf toch evenmin een schrijver als de pen waanneer hij heeft geschreven. Ook de mens van deze aarde zou evenmin een mens zijn, als zijn vrije wil niet constant onaangetast zou blijven, en zo ook zijn handelen daarnaar .

[3] De wil kan wel door allerlei lering en wetten gereguleerd worden; maar noch een leer noch een wet is voor de vrije wil een belemmering om datgene uit te voeren wat hij wil. Als de wil van de mens een leer of een wet als richtsnoer voor zijn handelingen wil aannemen, dan zal hij zichzelf daar zonder enige innerlijke dwang naar richten; wil hij dit echter niet ­dan kan geen enkele macht van de wereld en van de hemelen hem daartoe dwingen -en mag dit ook niet! Want zoals gezegd, zonder de vrije wil is de mens geen mens meer, maar een pure door de natuur levend gemaakte machine, net zoals de machines die de mensen in de loop der tijd zullen uitvinden en die hetzelfde kunstige werk zullen verrichten, waartoe­ nu nog nauwelijks iemand in staat is. Maar niettemin zal zo'n machine geen mens zijn, noch wat vorm betreft en nog minder wat betreft het vrij kunnen werken van het inwendige; want dat heeft geen vrije wil en kan daarom ook eeuwig geen zelfstandige handeling uit zichzelf verrichten. Wat de wil van de mens erin heeft gelegd, zal de machine ook verrichten, en nooit of te nimmer iets anders.

[4] De mens echter kan uit zichzelf alles wat hij maar wil, en niemand kan hem dat beletten. En zo kan de mens met de aarde die zijn lichaam draagt en voedt, doen wat hij wil, en moet dan meestal door de gevolgen ervan leren of zijn wil goed of slecht was.

[5] En om die reden heeft ieder mens een verstand en het daaruit voortkomende oordeel. Hij kan daarom door lering, door wetten van buiten af en door allerlei ervaring wijs worden gemaakt en kan dan voor het goede, juiste en ware kiezen en zichzelf in zijn handelen daarnaar richten; maar dan is hij daarbij toch niet aan dwang onderworpen, want hij kiest immers zelf vrij wat hij als goed, juist en waar erkent.

[6] Dat mensen echter meestal om tijdelijke, aardse redenen vaak alles wat zij als goed,juist en waar erkend hebben toch met voeten treden en in hun handelen juist het omgekeerde blijken te doen, kunnen wij nu al dag in dag uit maar al te duidelijk aan honderden mensen zien, en daaruit blijkt dan weer dat de vrijheid van de menselijke wil door niets bedreigd of beperkt kan worden. En zo is het ook goed mogelijk dat de mensen in de loop der tijden grote dingen kunnen uitvinden, en op die manier ook zo kunnen gaan inwerken op de natuur van de aarde dat het uiteindelijk gewoon niet anders kan dan dat deze lek wordt. De gevolgen daarvan zullen natuurlijk niet aangenaam zijn en lijken op een zekere straf voor de verkeerd gebruikte wil, maar ze zijn op geen enkele manier door Mij gewild, maar door de wil van de mensen veroorzaakt.

[7] Willen de mensen nog een keer een zondvloed, dan hoeven ze de bergen maar ijverig af te graven en te doorboren, dan zullen ze daardoor de sluizen openen voor de onderaardse wateren! Willen ze de gehele aarde in vlammen zien, dan hoeven ze maar ijverig alle bossen te vernietigen, en de natuurgeesten (elektriciteit) zullen dermate toenemen, dat de aarde opeens in een bliksemvuurzee gehuld zal worden! Ben Ik het dan soms, die de aarde door het vuur wil teisteren?! Leer daarom de mensen om wijs te zijn, omdat ze anders zelf het gericht over zich zullen oproepen! Ik weet echter dat het zal gebeuren, en toch kan en mag Ik niet belemmerend daartegen optreden door Mijn almacht, maar slechts door de leer. ­Begrijpen jullie dat?"
110 De toekomstige teistering van de aarde

De kinderen van God zullen geborgen zijn
[1] CYRENIUS zegt: 'Begrepen hebben we het zeker; maar dit begrip heeft weinig troostends voor de mensen van deze aarde! Wat heeft de beste leer voor zin, als de mensen daar mettertijd weer afvallig van kunnen worden en dan bijdragen tot het te gronde richten van de hele aarde! Ja, als wij, die nu Uw getuigen zijn, een minstens duizendjarig leven zouden hebben en onze jongste leerlingen dan ook nog eens zo'n lang leven, dan zou dat voldoende zijn om de leer zuiver te houden; maar als U ten eerste Zelf volgens Uw niet onduidelijke woorden daarover, deze aarde lichamelijk verlaat, en ten tweede de tekenen ook zeldzamer zullen worden, -ja, dan weet ik niet wie er dan de schuld van is als de aarde door de pure domheid van de mensen uiteindelijk geheel en al te gronde wordt gericht! Wat heeft het voor zin als de aarde van nu af aan nog ternauwernood een paar duizend jaar behouden blijft, maar dan kennelijk toch nog te gronde wordt gericht? ‘

[2] IK zeg: 'Vriend, ook al zul je in die tijd niet zo grofstoffelijk voortleven als je nu leeft, denkt en spreekt, toch zul je als geest, in een veel helderder bewustzijn van jezelf, krachtiger en machtiger voor eeuwig voortleven, en je zult oog­ en oorgetuige zijn van alles wat er zal gebeuren en door Mij noodgedwongen wordt toegelaten; en dan zul je het zeker allemaal juist vinden, en je zult zelf nog heel wat bijdragen aan de tuchtiging van de mensen, en je zult samen met miljoenen andere geesten Mij vele malen verzoeken de aarde een nieuwe inrichting en vorm te geven! Maar Ik zal jullie dan altijd tot geduld en liefde manen.

[3] En als het op de aarde dan ooit echt flink tekeer begint te gaan, dan zul jij in Mijn rijk grote vreugde hebben en zeggen: 'Nou, eindelijk laat de Heer vanwege de ten hemel schreiende ongerechtigheid der mensen ook op de materiële aarde weer eens Zijn tuchtroede voelen!' En je moet ook niet vergeten, dat Ik het nooit heb laten ontbreken aan mannen die van Mijn geest vervuld zijn, ook niet onder de onwetendste heidenen! Er gingen nooit vijftig jaar voorbij, -of er waren weer mannen die de mensen de juiste weg wezen! Thans kwam Ikzelf als mens op deze aarde, die voor het grootste is bestemd; na Mij zullen er steeds tot aan het eind van de wereld mannen gestuurd worden naar de kinderen van de wereld en deze zullen ook steeds velen bekeren tot het ware licht.

[4] Er zal van deze leer die Ik nu aan jullie heb gegeven, geen letterverloren gaan en toch zal dat voor de grote wereld in z'n algemeenheid niet zo belangrijk zijn; want deze zal, zolang er materie bestaat en noodzakelijk moet bestaan, zich met het puur geestelijke element in een voortdurende strijd bevinden. Maar daar hoeft niemand bang voor te zijn; want altijd zullen er vele geroepenen zijn, maar daaronder ook altijd weinig uitver­korenen!

[5] Voor degenen die zich naar deze uitverkorenen zullen voegen, zal de aarde nog altijd een veilig plaatsje hebben; maar degenen die in hunhart te doof en te blind zijn, zullen van tijd tot tijd steeds weer als onkruid van de zuivere tarwe gescheiden worden.

[6] De aarde zal daarom evenzo voortbestaan als zij na Noach’s tijd heeft gedaan, en ze zal Mijn kinderen die meer verlicht zijn, dragen; alleen het al te erg toegenomen vuil zal van de aarde verwijderd worden en in een andere reinigingsplaats terecht komen, waar het in Mijn eeuwig grote rijk waarlijk niet aan ontbreekt en ook eeuwig nooit aan zal ontbreken. Maar zulke wezens worden nooit Mijn kinderen, want daarvoor is nodig dat men Mij goed kent en boven alles liefheeft.

[7] Want nu spreek Ik niet tot jullie als de wonderarts Jezus van Nazareth, maar als Hij, die in Mij woont van eeuwigheid, -als de Vader vol liefde en erbarming spreek Ik tot jullie, en als de enige God die zegt: 'Ik ben de Alpha en de Omega, het eeuwige begin en het eindeloze, eeuwige einddoel van de gehele oneindigheid; buiten Mij bestaat er geen enkele andere God!"'
111 Het einde van de aardse materie
[1] (DE HEER:) 'Daarom zeg Ik tegen jullie: Wie Mij reeds hier of toch in ieder geval aan gene zijde uit alle macht zal zoeken, vinden en herkennen en dan boven alles zal liefhebben en zijn naaste met alle geduld zoals zichzelf, die zal Mijn kind, dus Mijn zoon of Mijn dochter zijn! Maar degene die Mij niet zal zoeken, niet zal vinden en niet zal herkennen, en dus ook niet lief zal hebben, en die dan ook vol liefdeloosheid zal zijn tegenover zijn medemens, die zal het ook eeuwig nooit tot Mijn kindschap brengen! Want Mijn kinderen moeten even volmaakt zijn als Ik, hun ware Vader, Zelf volmaakt ben!

[2] De later zeer wel mogelijk gezuiverde wereldkinderen zullen echter geestelijke bewoners van die werelden zijn, en in de met hen overeen­stemmende gezelschappen verblijven waarin ze gezuiverd werden; maar in het huis van de eeuwige Vader in het centrum van de allerhoogste hemel zullen ze nooit in en uit gaan zoals Mijn ware kinderen, die met Mij steeds de gehele oneindigheid zullen richten, eeuwig en eeuwig.

[3] Deze aarde zal na de voorspelde laatste grote zuivering evenals nu mensen en mensen dragen; maar deze toekomstige mensen zullen zeer veel beter zijn dan de huidige, en ze zullen aldoor Mijn levend woord hebben.

[4] En als ooit de aarde na voor jullie ondenkbaar vele jaren al haar gevangenen uitgeleverd zal hebben, zal zij zelf in de lichtzee van de zon in een gééstelijke aarde veranderen. Want de alleronderste huls of schil, waarin vroeger de levende geesten en zielen woonden, lijkt op puimsteen, dat, ofschoon het geen eigenlijk levenselement meer is, toch altijd nog een grove en verscheurde organische materie is en gerichte geesten van de allerlaagste soort in zich draagt.

[5] Wat moet er met dit substraat, als al het intelligente leven zich hieruit vrij heeft gemaakt? Moet het als een min of meer uitgebrande klomp puimsteen, dat geen enkele verdere bestemming meer heeft, als volledig dood in de eindeloze ruimte ronddrijven? Of zou het toch nog iets moeten of kunnen zijn in de sferen van de levende en op de meest verschillende manieren voleindigde geesten? Ja, het moet iets zijn; want niets kan in de eindeloze ruimte, die ook Mijn rijk is en Mijn eeuwig woonhuis, als geheel dood en zonder enige bestemming ergens bestaan! Maar als er van een bestemming sprake is, dan is dit zeer zeker een geestelijke bestemming, die eeuwig duurt omdat er nooit ergens een materieel eeuwige bestemming kan zijn.

[6] Iedere materie, als een wat ruimte en tijd betreft op zichzelf besloten geheel, kan immers alleen maar een tijdelijke bestemming hebben. Heeft zij hier echter gedurende een bepaalde periode geheel aan beantwoord, en is hiermee als met een medium een hoger levensdoel bereikt, en is de materie die vroeger een bruikbaar en gezond vat was voor een bepaald doel, half vergaan en verbrokkeld en vol gaten en zodoende voor een soortgelijk ander doel volledig onbruikbaar, -wat zou er dan verder nog van die puimsteen moeten worden?

[7] Kijk eens naar een emmer bij een waterput! Wat gebeurt daarmee nadat deze vele jaren lang dienst heeft gedaan bij het water putten? Kan deze volledig vergaan en vol gaten nog verder gebruikt worden bij het water putten? Neen; daarom zal hij weggehaald en verbrand worden; daardoor lost hij volledig op in rook, lucht en een beetje as, dat na verloop van tijd door de vochtigheid van de lucht eveneens in een eenvoudige luchtsoort wordt opgelost en in die opgeloste luchttoestand pas weer dienst kan doen als een goede basis van het reële geestelijke zijn. En ook al ontstaat hieruit niet meer een en dezelfde wateremmer, er kan toch weer een hoogst teer en subtiel omhulsel van gemaakt worden, dat drager van het levende water uit Mij kan worden"

1   ...   19   20   21   22   23   24   25   26   ...   53


Dovnload 2.11 Mb.