Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda

Dovnload 2.11 Mb.

Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda



Pagina27/53
Datum28.10.2017
Grootte2.11 Mb.

Dovnload 2.11 Mb.
1   ...   23   24   25   26   27   28   29   30   ...   53
127 De liefde als meest ware lofprijzing van God

De Heer geeft gelijkenissen over de aarde en het planten
[1] Na een poosje had Mathaël zich weer hersteld en wilde zo'n echt groots dithyrambisch lofgezang voor Mij gaan aanheffen.

[2] IK zei echter tegen hem: 'Vriend, wat jij hier openlijk wilt uitspreken weet Ik bij voorbaat allang van A tot Z; laat het daarom maar! Ik ben geen vriend van zulke grootse lofprijzingen. De lofprijzing die Mij het alleraan­genaamst is, is dat je Mij in het diepst van je hart waarachtig liefhebt!

[3] Als je bij je volk bent, kun je wel met alle enthousiasme veel ophef over Mij maken, en Ik zal het je vergelden met allerlei genadegaven voor hart, ziel en geest; maar hier in Mijn tegenwoordigheid is zoiets zeker niet nodig, omdat alle andere aanwezigen Mij toch al evengoed kennen als jij , en Mij ook eren, evenals jij.

[4] Geloof me: Iets wat groter, verhevener en God meer waardig is dan Davids psalmen en Salomo's hooglied is er op aarde sinds Noach niet geschreven en gezongen. Maar daarom zijn David en Salomo Mij niet meer waard en. welgevalliger geworden! Salomo heeft zichzelf uiteindelijk geheel bulten Mijn genade geplaatst, en David werd niet door zijn psalmen een man naar Gods hart, maar alleen doordat hij Mijn wil heeft erkend en er vrijwillig naar heeft gehandeld. En pas omdat hij dat deed, kregen zijn psalmen waarde voor Mij. Je ziet nu dus, wat alleen waarde voor Mij heeft. Doe dat dus, en je zult Mij daardoor het meest eren, tot Mijn ware vreugde en tot waar heil voor je ziel!

[5] En nu moet Mijn Roclus eens hier komen; want Ik zie dat hij nog iets op zijn hart heeft en daar graag een nadere uitleg over wil hebben, die hij dan ook zal krijgen. Roclus, kom dichter bij Me, want Ik heb nog het een en ander met je te bespreken!"

[6] Toen ROCLUS dit hoorde kwam hij snel naar Mij toe en zei: 'Heer en Meester, hier staat Uw minste en hoogst nutteloze knecht al dienstvaardig voor U! Gebied, o Heer, en ik zal het meteen precies uitvoeren! Want ik heb Uw woorden van zojuist nauwkeurig vernomen, heb ze in het liefdevuur van mijn hart getoetst en vond daarin zelfs alles natuurlijk en naar wat U, o Heer hebt geleerd en zo getrouwen duidelijk hebt uiteengezet. Weten en inzien moet weliswaar het eerste zijn, -maar meteen daarop volgt het handelen ernaar; want alle kennis en inzicht heeft zonder handelen.~een enkele waarde! Daar ben ik nu zo volledig van overtuigd, dat alle wijzen van de hele aarde mij niet tot een andere overtuiging zouden kunnen brengen. Daarom hoeft U, o Heer, slechts te gebieden en ik zal meteen aan het werk gaan!"

[7] 'Ja, ja", zeg IK, "er ligt wel een groot werk voor ons, en er zijn nog maar weinig arbeiders! De oogst zou groot kunnen uitvallen, de gewassen zijn rijp geworden; maar er zijn slechts weinig maaiers en arenlezers. Daarom is het hoog tijd om aan het werk te gaan, zodat de tarwe in Mijn schuren wordt gebracht voordat er stormen komen die het edele levensgraan er uit slaan en verstrooien, en de vogels dan komen om hun grote honger ermee te stillen.

[8] Er staat weliswaar op de Libanon nog menige ceder onder welks takken Samuël eens gebeden heeft. Toen waren deze bomen nog jong, volbracht en weelderig, en de in woede ontstoken stormen probeerden tevergeefs hun woede daarop te koelen. Maar de ouderdom komt met gebreken en de pezen van zijn verbleekte leven worden voos! Daarom hebben de oude ceders van de Libanon nu nog wel hier en daar kracht in een enkele tak, en ze trotseren nog menige storm met het deel dat nog gezond is; maar meer dan tweederde van de takken is al afgevallen en die er nog over zijn -nauwelijks een derde -zijn nog maar voor de helft gezond en bieden nog slechts aan de apen een armzalig onderkomen en een zwakke bescherming tegen de stormen waar de Libanon voor bekend staat. Nu heb je overrijp zaad om te oogsten en als een verstandige houtvester de Libanon met jonge ceders nieuw te beplanten; maar hoe moetje te werk gaan om tijdig klaar te zijn vóór de tijd van de grote stormen? -Begrijp je Me wel, Mijn vriend?"

[9] ROCLUS kijkt verbaasd en zegt: 'Heer, dat U deze keer zuiver Grieks hebt gesproken, heb ik wel verstaan; maar van de eigenlijke zin van Uw woord heb ik niet één lettergreep begrepen! Heer, waar hebt U dan op aarde een akker, die nu vol rijpe tarwe staat en gemaaid moet worden? Zeg me waar die is, dan zullen er morgen al duizend maaiers en arenlezers bedrijvig aan het werk zijn, en de op handen zijnde stormen kunnen dan rustig hun gang gaan over de droge stoppels!

[10] Maar wat gaat ons de Libanon aan, waarop nu al bijna geen ceders meer staan? De eigenaren ervan moeten maar zien hoe ze hem opnieuw beplanten, en de vele apen kunnen nog lang rondspringen op de dikke, nog zeer sterke takken en twijgen van de oude bescherming en zaad biedende ceders van Samuel, David en Salomo! Ik denk dat het veel beter zou zijn om ons zoveel mogelijk te bekommeren om de ware cultuur van de mensen, en de Libanon met rust te laten. Uw akker, die U waarschijnlijk ergens bij Nazareth bezit, of misschien alleen maar gepacht heeft, neem ik meteen voor mijn rekening, en morgenavond staat er geen halm meer op het open veld bloot aan de storm die op komst is! Heer, U hoeft het daarom maar te zeggen en over enkele uren zet ik meteen zonder moeite zesdui­zend handen aan het werk"


128 De geestelijke betekenis van de twee gelijkenissen
[1] IK zeg: 'Mijn vriend, zie, de vogels hebben hun nesten en de vossen hun holen; maar Ik, nu als Mensenzoon, heb op deze aarde zelfs niet eens een steen die Ik volgens wereldse wetten als Mijn eigendom onder Mijn hoofd zou kunnen leggen, -laat staan een aards veld vol met tarwe, dat nu maaiers nodig zou hebben!

[2] De 'akker' die Ik bedoel, is deze wereld, en de rijpe 'tarwe' hierop, zijn de mensen, en met de 'maaiers', bedoel Ik degenen die Ik Mijn leerlingen noem. Deze moeten de wereld intrekken en de mensen bekeren en allen op de juiste weg brengen die op zij­ en dwaalwegen wandelen en met drievoudig bedekte ogen een veilig onderkomen zoeken maar er geen kunnen vinden.

[3] 'Rijp' zijn ze, omdat in hen het streven naar een hoger doel wakker en levend is geworden. Allen zoeken de levende, met alle zaligheid bekroonde rust -maar via dwaalwegen -en ze bereiken derhalve ondanks hun zoeken niets anders dan uiteindelijk de dood van hun lichaam; en over hetgeen verder reikt in de richting van gene zijde, heerst bij eenieder de donkerste nacht.

[4] Zolang de mens zo'n behoefte niet in zichzelf voelt, maar geheel als een dier, onbekommerd wat betreft zijn levenssfeer in wat voor toestand deze. ook overgaat, maar voortleeft, en eet als een poliep op de zeebodem, dan is er in hem nog geen rijpheid voor een hogere openbaring aanwezig; maar mensen, die naar van alles op zoek zijn, zoals er nu zelfs onder de heidenen buitengewoon veel zijn op bijna een derde van de bewoonde aar:de,. die ook vol begeerte naar het bezitten van zaligheid verlangen ook al is die slechts gedroomd, en die vaak begraven zijn in allerlei hartstocht, die zijn een rijp 'gewas', rijp voor het zien van hogere dingen, voor de waarheid, dus voor Mijn rijk; en daarom zijn er veel maaiers nodig, leraren uit Mijn school, toegerust met alle liefde, geduld, zachtmoedigheid, wijsheid en kracht.

[5] En zie, daar zijn er nu nog maar weinig van; behalve jullie zijn er verder geen, behalve de Moren die hier waren en hier voor hun stam het nodige licht gehaald hebben en daarmee in hun land ook goed zullen werken! Daarom moeten jullie van nu af aan, omdat je met weinigen bent,je handen met !n de schoot leggen, maar zonder ophouden werken, opdat het aantal maaiers op de grote levensakker van Mijn gewassen steeds groter wordt! ­Dat is het wat Ik je wilde zeggen toen Ik daarstraks over Mijn akker sprak, over de rijpe vrucht, en het daarvoor te kleine aantal maaiers.

[6] En wat de oude 'Libanon' met zijn ceders betreft, daarmee is de Schrift bedoeld van Mozes tot aan deze tijden. Die bestaat nog wel, maar haar beelden zijn oud en voos geworden zoals de vroeger zo heerlijke ceders, Waaruit de oude tempel in Jeruzalem, vooral van binnen, is gebouwd, en van welk hout al veel eerder de wonderbaarlijke ark van het verbond is gebouwd.

[7] De 'ceders' staan dus voor de woorden en wetten in de Schrift. Ooit, toen de ceders op de Libanon nog jong en krachtig waren, brachten ze de mensen veel nut, en een rechter, Samuël, kon waarachtig bidden onder hun takken. Maar het aardse winstbejag van de mensen heeft de mooie Libanon bijna geheel van zijn ceders ontdaan, en op de.plaats van de oude en gezonde ceders groeide maar al te gauw allerlei wild struikgewas, en zelfs de oude nog overgebleven ceders met hun vele voos geworden takken dienen nu meer de apen dan de mensen tot beschutting en gerief, -maar natuurlijk alleen maar toevallig; want een aap kan de waarde van een. ceder niet onderkennen, en hem dus ook niet waarderen en er de doelmatigheid van bepalen.

[8] En zo vergaat het nu de oude Schrift en de profeten. Men vereert het oude boek op een altaar, aanbidt het schrikbarend dom en blind als een godheid en bekommert zich verder helemaal niet om de inhoud, en nog minder en nog zeldzamer handelt men ernaar. Dan lijkt zo Iemand (een Farizeeër) immers volledig op een aap die vrolijk op de dikke takken rondspringt, en degene die hem wil verdrijven er meteen van langs geeft en hem op de vlucht jaagt, omdat de aap een aap is en de kostbare boom gebruikt voor een heel ander doel dan er in de boom van nature is te zoeken en te vinden.

[9] En daarom is de Schrift voor de mensen niets meer dan een oude voze ceder voor de apen, en op de hele Libanon woekeren nu allerlei wilde en vaak giftige struiken. Hiermee zijn bedoeld de door mensen opgestelde verderfelijke en buitengewoon slechte voorschriften, die in de plaats zijn gekomen van de wetten van God; en ook zijn hiermee bedoeld de fijn en smaakvol witgekalkte graven van de profeten, die van binnen vol dood, verrotting en afschuwelijke stank zijn, terwijl er geen acht geslagen wordt op het in de boeken opgetekende levende woord van de profeten in de sfeer waarin het juist bedoeld is. Men aanbidt de Schrift als een heiligdom, en de handen van degene die als onwaardige het boek aanraakt, worden tot bloedens toe met zout ingewreven; maar dat men de woorden van de profeten ter harte neemt en ernaar handelt, o daar is nergens een spoor van te ontdekken! Wat is dan de zogenaamde Heilige Schrift? Niets anders dan de met wild struikgewas overwoekerde Libanon, nu een woonplaats van de apen, en niet meer van God toegedane mensen!

[10] Na verloop van tijd kan het met de leer die Ik nu geef ook wel zo gaan dat men deze als een heilig relikwie als een afgod aanbidt, en dat men, lichtzinnig en gewetenloos, zich verder helemaal niet bekommert om.de innerlijke betekenis en geest van juist deze leer van Mij, maar dat men zich zal richten naar de voorschriften van mensen en zal zeggen: 'Wat hebben we verder nog nodig?'

[11] Maar dan zal ook die grote droefheid en ellende komen waarover de profeet Daniël heeft gesproken toen hij op de heilige plaats stond en zei: 'In die tijd zal er een droefheid en ellende onder de mensen zijn zoals er sinds het begin van de wereld nog niet heeft bestaan! ' - Ik denk, dat je de twee beelden die Ik zojuist gebruikte nu wel zult begrijpen!"
129 De geestelijke rijpheid van de maaiers van de Heer
[1] ROCLUS zegt: 'Ja Heer, nu begrijp ik het precies; maar dit begrip maakt me nu heel weemoedig! Maar wat momenteel het te geringe aantal van die bepaalde maaiers betreft, hebt U, o Heer, vast nog een groot aantal Raphaël’s achter de hand. Deze zouden de mensen toch in de gedaante van Raphaël kunnen benaderen en hen meteen bekeren, zoals Raphaël mij ook radicaal van mijn atheïsme heeft bekeerd; en dan zou alles binnen enkele uren op de hele aarde geregeld zijn! Ik ben immers ook een mens en deze manier van onderricht heeft me niet in het minst geschaad; dat zal dus ook alle andere mensen even weinig of misschien nog minder schaden."

[2] IK zeg: 'Dat is ook zo, Mijn vriend, dat zal gedeeltelijk van nu af aan ook vaak gebeuren, maar alleen bij mensen die wat betreft kennis en ervaring met jou vergelijkbaar zijn, ook wat jouw nuchtere gerechtigheids­zin betreft. Alleen zijn er juist niet zoveel van zulke mensen op aarde. Degenen, die het zuiverst en best zijn van de hele aarde bevinden zich nu allen hier; want Ik heb gewild, dat ze allemaal van verre en van dichtbij hier bij Mij samenkomen.

[3] Ik heb allang van te voren al hun omstandigheden Zelf zo gepland en voorzien, dat ze daardoor precies in deze tijd hier moesten aankomen, om door Mijzelf en door Mijn engelen onderwezen te worden. Ze hebben ook allemaal net als jij het onderricht linea recta uit de hemelen ontvangen; maar dit zijn ze dan ook allemaal!

[4] Voor alle anderen zou deze allerhoogste en geestelijk onverbiddelijke manier van onderwijzen helemaal niet goed zijn en het zou hen zeker meer schaden dan baten, omdat ze, als een noodzakelijk gevolg van de wonderen die erbij zijn verricht, niet anders zouden kunnen dan alles geloven wat hier onderwezen werd; en daardoor zou het dan voor altijd, of in ieder geval voor zeer lange tijd, gedaan zijn met het vrij verwerven van inzicht en met de vrije wil. Bij jullie valt deze zorg weg, omdat jullie in heel veel dingen een goed gefundeerd inzicht en een grote ervaring hebben.

[5] Zeg eens, of jou ook maar één wonder in verwarring heeft gebracht! Jij ging er bij je eigen wonderdoenerij alleen vanuit, dat er op de hele wereld geen bovennatuurlijk wonder zou kunnen bestaan; maar dat er mensen zouden zijn die door hun talent en hun vaardigheden het een en ander afgekeken hebben van de geheime natuurkrachten, het dan zelf op gang brachten en dan zo de andere schapen van mensen noodgedwongen tot de hoogste verbazing moesten brengen, omdat die in de verste verte niet konden vermoeden hoe een wonder met heel natuurlijke krachten kan gebeuren.

[6] Voor iemand zoals jij is geen enkel wonder dwingend; want die zal al vlug heimelijk gaan informeren en zeggen: 'CUR, QUOMODO, QUANDO, QUIBUS AUXILIIS?' *, (* 'Waarom, hoe, wanneer, met welke hulpmiddelen?') zoals ook bij jou het geval was. Je was niet zo heel erg verbaasd over het plotseling ontstaan van het totaal nieuwe huis, de tuin, de haven en de vijf schepen; want je hebt in Indië immers een magiër leren kennen, die zomaar met een enkel gebaar hele landschappen tevoor­schijn toverde. Waarom zou er dan hier niet iemand zijn, die met een enkel gebaar een tuin met een huis en een haven met schepen tot stand brengt?!

[7] Het kostte Raphaël moeite om je op andere gedachten te brengen; en toen was je nog niet volledig tevredengesteld, want je begon meteen verder te onderzoeken en de geestelijke grondslag ervan moest je helemaal duidelijk gemaakt worden, namelijk hoe langs de puur geestelijke weg van de wil zoiets mogelijk is en hoe men zich dat moet voorstellen. Dit werd dan aanjou en allen die hier aanwezig zijn tot in de kern duidelijk gemaakt, en daarmee was je beslist tevreden; want anders zou je zeker niet zelfbij bijna iedere verklaring gezegd hebben: 'Dat is me nu volkomen duidelijk!' En als je dat zei, dan was het je ook duidelijk; want met onduidelijkheden en een mysterie zou je nooit genoegen hebben genomen! En kijk, zoals het met jou was, was het ook met de betrekkelijk vele aanwezigen hier; niemand nam er genoegen mee om alleen de oppervlakte van de zee te zien, maar ze wilden ook te horen krijgen wat er op haar diepe bodem schuilgaat!

[8] En dat is goed zo, want alleen mensen waarvan het verstand al hoogst wakker en helder is, kunnen zo'n diepere levensopenbaring vatten en begrijpen en dan toch hun vrijheid behouden wat hun inzicht en hun wil betreft, en alleen zulke mensen kan Ik dan ook als ware maaiers op de grote akker van Mijn mensengewassen gebruiken. En tel ze nu zelf maar, je zult er werkelijk niet te veel vinden voor de grote aarde!

[9] Als Ik dan zeg, dat de oogst rijp en groot is, maar dat er slechts heel weinig maaiers zijn, dan zul je daarvan de reden nu hopelijk ook gemak­kelijk inzien. Voor jullie die bekwaam zijn, heb Ik ook niets achtergehou­den, en Ik heb jullie de hele oneindigheid uiteengezet en onthuld, en ook de hoofdlijnen van de eeuwigheid, zo ver en diepgaand als dit enigszins mogelijk was voor jullie niet bepaald zeer scherp ontwikkeld verstand; en Ik heb jullie ook overduidelijk aangegeven wat Mijn geest in jullie je dan pas allemaal zal onthullen.

[10] Dit alles kon Ik, zoals gezegd, alleen aan jullie vertellen en verder nu aan geen enkel mens meer op deze hele lieve aarde, omdat ze de hiervoor nodige geschiktheid, zonder vooroordelen, helemaal niet bezitten, en ook nog lang niet zullen bezitten omdat ze enerzijds nog in allerlei bijgeloof vastzitten en anderzijds nog te diep rond woelen in zeer zelfzuchtige en lage wereldse belangen en winstbejag; en omdat ze daarom ten eerste helemaal geen behoefte hebben aan alle nog zo zuivere geestelijke ver­schijnselen en deze ten tweede beschouwen als iets wat voor het leven helemaal niet nodig en meestal alleen maar zeer lastig is, en hen in hun vrije doen en laten belemmert.

[11] Wil je naar hen soms een engel Raphaël sturen?! Ik zeg je, deze verschillende soorten mensen hebben ten eerste voor zulke buitengewone verschijnselen geen capaciteiten, ten tweede hebben ze geen gevoel en ten derde zou het hun veel meer schaden dan baten!

[12] De bij­ en blindgelovigen echter zouden dit weliswaar allemaal maar al te snel geloven, maar dan van Mij , van Raphaël en tenslotte ook van jullie, als zijnde Mijn vrienden, afbeeldingen maken, er tempels voor bouwen en ons dan net als hun afgoden vereren en aanbidden. De eigenlijke door de wereld bezoedelde mensen zouden ons als bedriegers en werkschuwe luiaards verdrijven, en als wij hen met goddelijke macht en kracht zouden gaan behandelen, zouden ze toch niet naar ons luisteren, maar proberen om ons te doden en uit te roeien, omdat wij volgens hun begrippen voor de maatschappij zeer schadelijke vijanden zijn, zoals dit Mij Zelf uiteindelijk nog zal overkomen.

[13] Hieraan kun je nu gemakkelijk zien, hoeveel geschikte maaiers wij nu op de lieve, grote aarde tellen! Wat blijft er dan anders over dan zelf aan het werk te gaan en stevig te werken zolang het klare daglicht dit toestaat; want als de nacht eenmaal volledig is gevallen, zal niemand gemakkelijk kunnen werken. Daarom zijn wij allen hier nu bij elkaar, en zullen vandaag spoedig na zonsopgang allemaal aan het grote werk begin­nen.
130 Aanwijzingen van de Heer voor de verbreiding van het evangelie
[1] (DE HEER: ) 'Laten we ook vooral niet hardop van tevoren beweren: ' Zo en zo zal het gaan!' Want als het grote werk moet slagen, dan mag zelfs Ik niet een scherpe blik in de toekomst werpen, opdat er tussen Mij en de door Mij geschapen mensen vooral niet het minste in komt te staan dat ook maar enige invloed zou kunnen uitoefenen op de vrije wil van de mensen.

[2] Wij van onze kant moeten daarom ook niets anders doen dan de mensen enkel de volle komst van Gods rijk van de zuivere liefde en waarheid verkondigen, en alleen als het nodig is er een klein wonder aan toevoegen, dat zich echter altijd alleen maar als een weldaad kenbaar moet maken en nooit als een straf of zelfs als een met toorn vervulde wraak zelfs dan niet wanneer wij door de blinde en derhalve ook zeker zeer ondankbare mensen het grootste ongemak te verduren zouden krijgen. Als een van jullie dat Zou doen, dan zou hij in plaats van iets goeds, alleen maar iets slechts bewerkstelligen en dan zou Ik genoodzaakt zijn om al Mijn genade aan hem te onttrekken en hem tenslotte met toorn in Mijn ogen aan te zien.

[3] Mijn leer moet dus zonder enige uiterlijke en nog minder innerlijke dwang aan de mensen en volkeren in de hele wereld gegeven worden, en er mogen alleen daar wonderen gedaan worden, waar de mensen ten eerste een levendig het hele hart overtuigend, vast geloof hebben, waarin geen enkele uiterlijke twijfel meer voorkomt, en verder veel ervaring en veel kennis bezitten wat de verschillende dingen betreft.

[4] Voor zeer licht­ en bijgelovige mensen moeten geen wonderen gedaan worden, omdat ze daardoor meteen beroofd zouden worden van iedere vonk van hun toch al zwakke vrije wil! En dan zou Mijn nieuwe leer uit de hemelen voor hen absoluut niet nuttiger zijn dan hun oude bijgeloof; want ze zouden meteen aan de woorden uit de hemelen een bijzondere, goddelijk magische werking toe gaan schrijven, ze op zich laten inwerken, en zich geheel passief op gaan stellen in alle dingen en omstandigheden, en al het handelen volgens Mijn leer laten voor wat het is.

[5] Ja, uiteindelijk zouden ze zelfs zo traag worden als tegenwoordig veel welgestelde joden, voor wie het zelfs teveel moeite is om zelf tot God te bidden; zij betalen de Farizeeën en ook andere mensen om voor hen bidden, omdat ze er zelf veel te weinig tijd voor zouden hebben, en het ook veel te lastig voor hen is om die vele ellenlange gebeden zelf voor zich uit te murmelen­

[6] Als het echter eenmaal zo ellendig ver mocht komen met deze nieuwe leer van Mij, dan kan een algemeen gericht dat alles tot de toestand van de oude waarheid terugbrengt, zoals in de tijden van Noach, zeker niet ver meer zijn.

[7] Leer de mensen daarom de zuiverste waarheid en laat alles wat met mysterieuze en magische wonderen te maken heeft er totaal buiten, omdat anders alles mis zou gaan! Want als iemand het handelen volgens zijn vrije wil achterwege laat en tot een soort vrome traagheid overgaat, dan houdt hij immers op een mens te zijn; dan is zijn waarde minder dan die van een dier, en is hij te vergelijken met onvruchtbaar en wild struikgewas, dat onder inwerking van buitenaf, van het licht van de zon en haar warmte­ slechts als wild gewas zonder vrucht vegeteert en bijna tot geen enkele noodzakelijke zelfwerkzaamheid meer in staat is.

[8] Bij zulke mensen verkilt dan ook de liefde, en de arme naaste is voor hen tenslotte niets anders dan een lastige vlieg geworden, die hen stoort in hun wereldse slaap vol behaaglijkheid. En wat de liefde tot God betreft, daar betalen ze dan allerlei offers en gebeden voor. Zeg me, hoe ziet het er in het hart van zulke mensen dan uit met het rijk van God?! Ik zeg niet, dat deze toestand later bij mensen die deel hebben aan Mijn leer, zonder meer zal optreden, zoals nu bij de Farizeeën en joden; maar het kan gebeuren, en dat binnen niet eens zo heel lange tijd, wanneer jullie als degenen die deze leer uitdragen niet verstandig genoeg te werk gaan.

[9] Want Ik maak jullie immers niet tot gebonden, maar tot geheel vrije boden ter verkondiging van het rijk Gods op aarde. Wel zullen jullie van Mij altijd een aanwijzing krijgen wat je hier of daar moet doen of zeggen, -maar je zult er nooit met je wil toe gedwongen worden, omdat jullie voor alles ook Mijn lieve en nu allereerste kinderen zijn!

[10) Ik zal noch aan jullie noch aan iemand anders ooit Mijn wil die met Mijn wijsheid overeenstemt, opdringen, maar deze alleen te kennen geven door woorden en door raad; dan moeten jullie je die eerst zelf door je eigen wil en door daden eigen maken, en wel door allerlei zelfverloochening in de verschillende dingen van deze wereld.

[11] "Want jullie weten nu immers dat de hele wereld en haar veelsoortige materie er vanwege de geest is, en de geest eeuwig niet omwille van de materie; en daarom zou het dan ook uiterst dom van jullie zijn wanneer je voor de materie zou. kiezen, nu jullie al voor meer dan de helft van je bestaan mensen zijn die in de geest zijn overgegaan. Maar jullie zullen absoluut niet op een of andere manier door Mij gedwongen worden om volledig voor de geest te kiezen; want Iedere beslissing is en blijft de hoogst eigen zaak van ieder mens zelf, omdat daar juist zijn eeuwig leven van afhangt.

[12] Kennis en geloof alleen, ook al is dit zonder enige twijfel, helpt niemand verder, maar slechts het handelen in overeenstemming hiermee! Daarom moeten jullie ook de mensen die voortaan door jullie de waarheid van Mij zullen leren kennen, er vooral toe aanzetten om ernaar te handelen. want als dat niet gebeurt, kunnen de beloften welke Mijn leer bevat ook nooit in vervulling gaan, zoals iemand nooit in Damascus zal aankomen wanneer hij de weg daarheen wel goed kent en ook vast en overtuigd gelooft dat de hem welbekende weg bijna rechtstreeks naar Damascus voert -, maar nooit een stap op deze weg wil zetten; of wanneer hij ook regelmatig van plan is om de reis daadwerkelijk te ondernemen, maar er nooit toe komt zich op weg naar Damascus te begeven omdat hij in feite door allerlei kleine zaken wordt verhinderd'


1   ...   23   24   25   26   27   28   29   30   ...   53


Dovnload 2.11 Mb.