Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda

Dovnload 2.11 Mb.

Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda



Pagina28/53
Datum28.10.2017
Grootte2.11 Mb.

Dovnload 2.11 Mb.
1   ...   24   25   26   27   28   29   30   31   ...   53
131 Handelen volgens de leer en Gods beloften

Over ceremoniële diensten
[1] (DE HEER:) 'Jullie moeten er dus bij je toekomstige leerlingen vooral op toezien dat ze de nieuwe leer niet slechts horen en geloven, maar dat ze ijverig aan de slag gaan volgens de ontvangen leer, die ze als overtuigend waar hebben aangenomen; want deze leer zal in ieder mens pas tot volledige waarheid worden, als hij in zichzelf ook de vervulling van de beloften die er in gedaan word.en begint waar te nemen; en hij uiteindelijk met anders kan doen dan tot zichzelf zeggen: 'Ja, de leer is waarachtig van God, want door deze in praktijk te brengen begint de ene na de andere belofte die daarin gegeven wordt, daadwerkelijk en in waarheid in vervul­ling te gaan!'

[2] Heeft iemand het eenmaal zover gebracht, dan heeft hij reeds gewonnen en daarmee ook Mijn leer, als voorbeeld voor vele anderen die het nog aan het proberen zijn maar nog niet tot werkzaamheid zijn gekomen. Hierdoor aangemoedigd, zullen ze zelf met meer inzet aan het werk gaan; pas dan zal het hun vruchten opleveren, ook al zijn het er in het begin nog zo welrug.

[3] Wees daarom bij het verbreiden en uitdragen van Mijn leer zo slim en verstandig als slangen en vossen, maar wel altijd zo zachtmoedig als duiven, wier vaak schijnbaar morrende gekoer niets anders is dan verhulde liefde, waarom dan ook voor de ouden de duif reeds als een symbool van de liefde

[4] Het komt nu hoofdzakelijk op jullie aan; zoals jullie het zullen aanpakken zal het dan ook gaan. Als jullie ook maar een of andere kleine fout begaan in het allereerste begin, dan zal hierdoor over enkele eeuwen al een hele berg van zonden tegen de juiste orde zichtbaar zijn.

[5] Laatje daarom vooral niet misleiden door zaken die men van oudsher in ere houdt! Niet door de sabbat of de nieuwe maan, niet door de Schrift, de tempel, de graven van de profeten, ook niet door de plaatsen waar Ik Zelf met jullie heb gewerkt, niet door de pure magie van Mijn naam, niet door tempels, huizen van patriarchen of bepaalde uren van de dag; dergelijk uitwendig dwaas gedoe leidt jullie af van de hier vernomen waarheid!

[6] Want dit alles was tot nog toe slechts een beeld, dat stond voor datgene wat nu voor jullie staat in het helderste licht en als de zuiverste en meest onverhulde waarheid; het was slechts een groot tekenschrift over de hele bodem van de aarde heen geschreven, en een grote brief van de Vader in de hemel aan Zijn kinderen op deze aarde, die nu echter, ontdaan van het zegel, open voor jullie ligt en die jullie nu allemaal heel goed hebben kunnen lezen. Maar deze briefheeft nu voor jullie verder geen waarde en ook geen betekenis meer die bepalend is voor het leven.

[7] Alles is nu de liefde tot God en de naaste, maar niet slechts in theorie, maar waarachtig metterdaad; en daar is noch een sabbat noch een nieuwe maan voor nodig, ook geen tempel of een bijzondere tijd, of een fraai omzoomd kleed, een lang onzinnig gebed, noch een onzinnig zoenoffer of het slachten en verbranden van ossen, kalveren en bokken, maar alleen de liefde die Ik jullie nu al zo vaak heb onthuld.

[8] Wordt dus als verbreiders van Mijn leer nergens en nooit zwak voor welk oud voorschrift dan ook, niet eens in de keus van spijzen; want wat met mate en doelmatig door de mond naar binnen gaat, verontreinigt de mens nooit; maar alleen datgene verontreinigt de mens, wat vanuit het hart door de mond naar buiten komt tot schade van de medemens! Zo zullen jullie met deze leer aan de mensen blijvend de ware zegen geven en het ware heil, dat over duizend jaar en nog eens duizend jaar even zuiver zal zijn als Ik het nu geef en gegeven heb!

[9] Maar als jullie ook maar één oude ceremonie met Mijn leer verbinden en bepaalde herdenkingsdagen gaan invoeren en slechts een kleinigheid uit de tempel, dan zal dat van jaar tot jaar toenemen en over enkele eeuwen tot een ware, jullie bekende, Augiasstal worden, die uiteindelijk dan weer door een algemeen gericht gezuiverd zal moeten worden"
132 De verlossing van het ceremoniële juk en de wet
[1] (DE HEER:) 'Ik geef jullie hiermee een Gods­ en levensleer, die zo ver van iedere ceremonie afstaat als de ene pool van de hemel van de andere; deze behoeft geen sabbat, geen tempel, geen gebedshuis, geen vasten, geen eigen Aäronstaf en -kleed, geen hoofdbedekking met twee horens, geen ark van het verbond, geen rookvat, geen gewijd water en al helemaal geen vervloekt water! In deze leer is de mens zelf alles in alles en heeft niets anders nodig dan zichzelf.

[2] In de oude modelleren werd de mens slechts heel gedeeltelijk en heel materieel voorgesteld als iemand die zichzelf steeds meer veredelt en zich tot een waar geestelijk mens ontwikkelt; daarom was het dan ook nodig dat hij werd voorgesteld in allerlei vormen, vaten en ceremoniële hande­lingen, die symbolisch overeenkwamen met de geest. .

[3] In Mijn nieuwe leer echter is de mens een volkomen eenheid met en in zichzelf, als het ware in één punt verenigd, zoals ook Ik Zelf met geheel Mijn vroegere oereeuwige en oneindige Godheid als het ware in één punt verenigd, hier voor jullie sta, en Zelf tegen jullie zeg dat vanaf nu het rijk Gods en zijn gerechtigheid niet meer in de tempel in Jeruzalem gezocht moeten worden of op de berg Garizim, en dat men God niet meer daar moet aanbidden, maar dat men een dergelijke godsdienst overal zal kunnen toepassen waar men is!

[4] Het hart van de mens zal de levende tempel van de ware, ondeelbare en enige God zijn, de daadwerkelijke liefde zal de enig ware godsdienst zijn, en de liefde tot God zal zijn, Hem als Enige in waarheid te aanbidden!

[5] Omdat echter ware liefde tot God zonder daadwerkelijke naastenliefde niet denkbaar is en deze naastenliefde ook niet zonder ware liefde tot God, zijn deze beide vormen van liefde in de grond van de zaak ook slechts één liefde en derhalve één en dezelfde ware aanbidding van God. Wie dat in zich heeft, die heeft alles, de hele wet en het profetendom, in zijn eigen hart verenigd en heeft verder absoluut niets meer nodig.

[6] Hiermee hef Ik nu al het oude en ook de wet van Mozes op; Ik bedoel niet dat men deze voortaan geheel moet negeren - zeker niet -, maar alleen Voorzover deze wet tot nog toe een uiterlijke dwang was om zo en zo te handelen, waar aardse straffen op stonden; want op die manier was de wet een rechter die op ieders nek zat, en een blijvend gericht waar geen mens zich van kon bevrijden. Een mens die gebukt gaat onder de last van de wet, bevindt zich daardoor immers ook in een voortdurend gericht; en wie zich in een gericht bevindt, is geestelijk dood en vervloekt door de innerlijke, goddelijke levensvrijheid.

[7] Alleen.als de wet van hemzelf wordt, en onderworpen is aan de vrijheid van Zijn eigen vrije wil, dan houdt alle gericht, vloek en dood bij de mens op, en dat is nu precies waarom Ik hoofdzakelijk naar deze wereld ben gekomen, om alle mensen te verlossen van het juk van de wet, van het gericht, van de vloek en de dood, en daarom ook neem Ik vanaf nu al het uiterlijke weg en geef jullie daardoor waarachtig aan jezelf terug en maak jullie juist daardoor pas waarachtig tot ware godskinderen en tot heer over iedere wet en het gericht.

[8] Wanneer jullie, en dus ook jullie leerlingen, je voortaan onveranderd aan deze norm houden, dan zal er ook nooit een gericht over jullie kunnen komen, omdat jullie dan immers boven het gericht staan. Maar als jullie je op het een of andere vlak iets gelegen laten liggen aan een oude, uitwendige wet en op een of andere manier nog aan een oude, uiterlijke formaliteit hangen, zullen jullie je ook weer aan een gericht blootstellen en de dood zal in dezelfde mate bezit van jullie nemen als jullie jezelf onder een oude, formele wet hebben geplaatst!"


133 De houding van Gods kinderen tegenover politieke staatswetten
[1] Hier zegt ROCLUS: 'Ja Heer, hoe zit het dan met de politieke wetten van de staat, moet men zich daaraan houden? Men moet zich hier toch naar richten, ook al is men nog zo zeer heer over zichzelf geworden? Of kan men ook met deze wetten zo omgaan als met die van de grote profeet Mozes?"

[2] IK zeg: 'Maar vriend, hoe kan men verordeningen van een staat wetten noemen? Wetten zijn immers alleen de bekendgemaakte wil van Gód; staatswetten zijn toch alleen maar de hoogst veranderlijke wil van een méns en deze kunnen nooit op iets anders betrekking hebben dan op zeer uiterlijke en materiële zaken die het lichamelijke leven aangaan. Als ze goed zijn, zul je ze ook goedkeuren en aanvaarden met je vrije wil, en als dat het geval is, ben je ook al meester van de staatswetten en dan kun je daardoor niet meer in een gericht komen. Als ze echter slecht zijn, ben je vrij om je er van los te maken en ergens anders naartoe te gaan waar wijzere wetten zijn, of om de wetgever zachtmoedig te wijzen op de gebreken van sommige wetten en hem een juiste en goede raad te geven. Neemt hij de raad aan, dan is het goed om te blijven; maar neemt hij de raad in zijn heersershoogmoed niet aan, trek dan weg! Want de aarde is groot en heeft vele landen, volkeren, rijken, koningen en vorsten.

[3] Als jullie eenmaal zuiver zijn in je innerlijk, dan zal voor jullie ook alles zuiver zijn; want voor een zuiver iemand zijn alle dingen zuiver omdát hij de grond van alles kan zien, wat wil zeggen: Voor de ziende is overdag alles verlicht en voor degene die scherp ziet, is zelfs de nacht niet zonder licht, terwijl voor een blinde alles duister is en de dag bij hem niet de voorkeur geniet boven de nacht.

[4] Wie zich in zijn innerlijk dus eenmaal in de volledige orde bevindt, is ook heer over alle wanorde die ook maar ergens ter wereld kan voorko­men. En omdat hij dat is en in zichzelf niet meer in wanorde kan geraken, wil en kan hij in feite ook wel in iedere politieke samenleving leven, hoe die ook is; hij ziet immers duidelijk, welke weg hij te gaan heeft.

[5] Ik Zelf ben nu toch ook op deze aarde en schik me, wat Mijn uiterlijke persoon betreft, naar de voorgeschreven orde van de Romeinse keizer en kom daar nooit tegen in opstand, ook niet schijnbaar! Verlies Ik daardoor soms iets van de orde in Mijn innerlijke Godswezen? Absoluut niet, -Ik ben die Ik ben, onveranderd, en Mijn raad wordt ook door diegenen aangenomen die de macht van de heerser in handen hebben, en daarom ben Ik Heer en Meester over hen en niemand vraagt Me: 'Heer, hoe doet U dat?'

[6] Geloof Me, iemand die waarachtig heer is geworden over zichzelf, kan ook gemakkelijk heer worden over een heel volk; en niemand zal tegen hem zeggen: 'Vriend, hoe kun je dat?' Want de mensen maken hem zelf tot zo iemand, doordat ze in groten getale naar hem toekomen en hem raadplegen. En wat is een wijze raadgever anders dan een wijze wetgever? En wie wetten geeft, zal toch ook heer zijn over degenen die van hem de wetten hebben gekregen! Zijn Ouran, Mathaël, Mijn edele vriend Cyre­nius hier, Cornelius, Faustus en Julius, soms geen machthebbers en gebieders, terwijl ze toch wetten van Mij hebben aanvaard en Mij hun Heer noemen? Waarom deden ze dat dan? Omdat ze de waarheid en de kracht en macht daarvan aan Mij meer dan duidelijk hebben leren kennen! Wat Ik nu echter spreek en doe, dat en nog veel meer en groters zullen ook jullie binnenkort reeds doen; daarom zullen jullie, dat kan niet anders­ ook op de hele aarde dezelfde werking veroorzaken.

[7] Natuurlijk is daar ook die resolute moed voor nodig, die geen vrees heeft voor de dood van het lichaam; maar waarom zou iemand daar ook bang voor zijn, als het hem uiterst duidelijk is, dat hij het eeuwige leven in zich draagt en volkomen heer is geworden over het leven in zichzelf en daarom ook heel goed moet weten, dat ten eerste degenen die wel zijn lichaam kunnen doden, aan de ziel en haar eeuwige levensgeest absoluut geen schade meer kunnen toebrengen, en dat ten tweede de ziel met het wegvallen van het zware lichaam voor eeuwig een onuitsprekelijke winst ten deel valt, waar alle schatten van deze aarde eeuwig nooit tegenop zouden kunnen wegen!

[8] Wie dat echter in zichzelf in de hoogste en diepste oerhelderheid van het leven ziet, wel, die kan toch geen vrees hebben voor de dood van het lichaam?! En als dat wel nog zo zou zijn, dan lijkt hij duidelijk op een dwaas, die wil huilen omdat men hem van een dwangbuis bevrijdt en hem in plaats daarvan het kleed van de hoogste en ongedwongenste vrijheid en helderheid van het eeuwige leven aanbiedt! Zoiets is echter ondenkbaar en daarom zal het jullie op het juiste moment ook beslist niet aan de nodige moed ontbreken.

[9] Zie daarom vooral heer te worden over jezelf, dan zul je ook heer zijn over alle wetten en ieder gericht, en vrij zijn van iedere vloek van de een of andere wereldse wet!

[10] Jullie moeten er vol inzet naar streven dat degenen die door jullie de innerlijke orde van het leven leren kennen, ook datgene worden wat jullie zelf worden, -dan zullen ze jullie ware broeders en vrienden worden en geen andere wetten meer geven, omdat ze net als jullie zullen inzien dat de innerlijke levenswet alle andere wetten overbodig en volledig onbruik­baar maakt!'


134 Grondregels voor de opvoeding van kinderen
[1] ROCLUS zegt: 'Heer, dat is allemaal zuiver goud, en de waarheid van dit alles is nu tastbaar duidelijk! Daarom moet in alle eeuwigheid der eeuwig­heden deze leer zo zuiver als diamant blijven; ze zal in de toekomst van mijn instituut ook zo blijven, daar zullen mijn collega's en ik alle zorg aan besteden!

(2] Maar ik heb daarnaast nog een kleinigheid die me nog niet duidelijk is; als Ik ook wat dat betreft weet wat ik moet doen dan is alles in orde, zo zuiver en stevig als een diamant, zoals ik me deze nu eenmaal niet anders kan voorstellen. Mijn vraag betreft de opvoeding van kinderen in Uw leer! Moet men bij hen ook iedere symbolische voorstelling van iets dat men hun bij wil brengen zoveel mogelijk vermijden?"

[3] IK zeg: 'Inderdaad, want voorstellingen door middel van beelden blijven nergens zo vast aanwezig als juist in het gemoed van kinderen; en naderhand kunnen ze zich er moeilijk helemaal van losmaken!

[4] Leer ze eerst maar heel mechanisch lezen, schrijven en rekenen; verder kun je hen de vorm van de aarde nog onthullen; laat hen meteen van alles de ware reden zien, voor zover ze dat aankunnen en ze deze kunnen bevatten! Verrijk hen met allerlei nuttige kennis en laat hen ook samen met jullie allerlei kleine ervaringen opdoen, en maak hen enthousiast voor alles wat goed en waar is.

[5] En geloof me dat kinderen het goede en ware veel eerder begrijpen dan alle vaak zinloze en uitvoerige verzinsels, waaruit ze dan zelflater weer eventuele diepliggende waarheden moeten ontraadselen, wat hen vermoeit en tenslotte passief maakt! Overigens zullen jullie alles wat je moet doen in het helderste licht zien en herkennen wanneer Mijn geest in jezelf jullie in alle waarheid zal binnenleiden! -Als iemand van jullie nu nog iets te vragen heeft, laat hij dit dan doen; want de dag waarop Ik verder zal réizen komt dichterbij en Marcus begint voor de ochtendmaaltijd te zorgen!"

[6] ROCLUS zegt: 'Heer en Meester van eeuwigheid! Om eerlijk te zijn, en dat zou ik ook nooit meer anders kunnen en willen, ik weet werkelijk geen vraag meer waarmee ik U nog lastig zou kunnen vallen; want nu is alles me duidelijk, omdat de weg me duidelijk is geworden. Ik zou nu natuurlijk nog talloze vragen kunnen stellen over raadsels die ik tot nog toe niet kan doorgronden; maar U heeft nu immers beloofd dat al mijn vragen beantwoord zullen worden, daarom is het nu werkelijk overbodig om over een aantal dingen nog meer vragen te stellen!

[7] Het belangrijkste is nu, dat ons de weg bekend is die wij te gaan hebben om heer en meester te worden over onszelf, waar wij zo lang naar verlangd hebben. Zijn we dat, dan hebben we immers alles; maar zijn we dat niet, dan komen we ook weinig of niets verder, ook al weten we over verschillende dingen het een of ander. Wat mij betreft, ik zou werkelijk niet weten, waar ik nu nog naar zou moeten vragen! Maar daarmee wil ik niet zeggen of aanbevelen, dat iemand anders nu ook geen verdere vragen meer moet stellen!

[8] Ik dank U Heer, voor dit grote licht dat U nu genadig aan Mij hebt gegeven; U alleen komt vanaf nu al mijn liefde en mijn eer toe! Met Uw genadige toestemming ga ik nu meteen weer naar mijn metgezellen, om met hen te overleggen hoe we ons instituut in Uw naam nu zullen vernieuwen. Want wat daar nu is moet geheel worden verwijderd en Uw woord moet er inderdaad worden ingevoerd!"

[9] Roclus wilde nu gaan; maar IK zei tegen hem: 'Blijf nog even; want Ik heb nog enkele zaken met je te regelen!"
135 Te verwachten moeilijkheden in het instituut der Essenen
[1] ROCLUS zegt: 'O Heer, misschien is er wel geen tweede, die zo graag bij U zou blijven als ik! Wat het ook is, alles wat van U komt is voor mijn hart steeds het hoogste geluk en de grootste zaligheid! Ik brand van verlangen om nog meer van U te vernemen, bijvoorbeeld over de vernieuwing van ons instituut!"

[2] IK zeg: 'Ja vriend,je hebt het goed geraden! Er zijn nog een paar dingen die je daarbij problemen kunnen opleveren, en waarover jullie het oneens zouden kunnen worden; daarom is het goed, als Ik jullie daar Zelf enkele aanwijzingen over geeft

[3] Om te beginnen geef Ik je voorlopig de verzekering, dat Mijn dienaar Raphaël af en toe naar je toe zal komen en jullie met raad en daad terzijde zal staan. Voor de rest van de tijd heeft hij immers al zijn duidelijke instructies en weet hij wat hij moet doen in de tijd dat Ik hier op aarde ben en waar hij zich bij tijd en wijle op moet houden. Deze toezegging die Ik je nu gedaan heb, geldt alleen voor heel bijzondere gevallen die zich in jullie instituut tijdens de periode van de vernieuwing kunnen voordoen.

[4] Maar watje zelf moet doen, zal Ik je nu nog in korte bewoordingen meedelen. Jullie hebben intussen in het instituut nog de uiterst geraffineer­de inrichting om doden op te wekken, zoals die was en nog is; ook bevinden zich daar nu nog precies honderdzeven kinderen van drie tot veertien jaar, waarvan iets meer dan de helft meisjes.Jullie zijn nu in grote verlegenheid, omdat jullie in je mensenkweekplaatsen nauwelijks twintig gelijkende kinderen hebben; jullie hebben nu boden naar alle delen van de wereld gezonden met geschilderde portretten, om tegen elke prijs kinderen aan te kopen die hierop lijken. Maar deze boden doen slechte zaken; want waar ze ook maar iets aantreffen wat er op lijkt, wordt het hun voor geen enkele prijs verkocht, en kinderen die er niet op lijken kunnen ze toch niet gebruiken. - Wat is je reactie op deze gang van zaken?"

[5] Hier krabt ROCLUS hevig achter zijn oor en zegt: 'Ja, Heer, als dat zo is -wat heel begrijpelijk is -, dan is dat een uiterst benarde situatie voor het instituut! Het was inderdaad een grote dwaasheid en tegen mijn wil, om opeens zoveel gestorven kinderen op te nemen; maar onze hoogste leider, met name op het gebied van het weer tot leven wekken van kinderen, gaf me de verzekering dat het prima zou gaan. Alleen ziet het er nu al gauw heel anders uit! Nauwelijks twintig gelijkende kinderen; en de anderen?! Die kunnen we met de lantaarn zoeken waarmee destijds de cynicus de mensen op klaarlichte dag heeft gezocht!

[6] De leider zond weliswaar meteen van veel geld voorziene boden naar alle richtingen; maar als de zaak zo verloopt staan we met ons hele instituut te schande en raken we in grote verlegenheid, tot vrolijk hoongelach van de afgunstige en jaloerse Farizeeën, temeer daar er zich juist dit keer, waar ik me goed van bewust ben, enkele kinderen van Farizeeën onder schijnen te bevinden, waarmee deze afgunstigen zeker van plan zullen zijn om ons aan de tand te voelen!

[7] Oei, dat is werkelijk een heel kwalijke zaak, en dat kan zeer hinderlijk voor mij worden nu ik me vast heb voorgenomen om voortaan alleen nog maar in Uw naam te werken! Hoe kan ik dat nu verstandig oplossen? Daar staat mijn verstand bij stil! Heer, U zou ons natuurlijk uit de verlegenheid kunnen helpen, als het Uw heilige wil was, en U zou het ook kunnen doen omdat wij in ieder geval met ons instituut nooit willens en wetens ook maar in het minst één echte kwade bedoeling hebben gehad!

[8] Onze onwetendheid, waar wij geen schuld aan hebben, kunt U als liefdevolle God, Heer en Meester, ons toch niet ten laste leggen? En ook al zou Uw eeuwig onmetelijke wijsheid iets bij ons vinden waar wij zelf schuld aan hebben, maar waar we echt niets aan kunnen doen, dan is immers Uw nog grotere onmetelijke liefde toch ruim voldoende in staat, om het weg te nemen! Ik en al mijn belangrijkste metgezellen hebben nu eenmaal al onze hoop op U gevestigd en vertrouwen er vast op, dat U ons dit keer uit deze vreselijke verlegenheid zult helpen; wij beloven U dan met heelons hart, dat wij er te allen tijde zorg voor zullen dragen om Uw heilige woord voor altijd zo zuiver te houden als wij het nu met de grootste dankbaarheid in ons hart van U vernomen hebben!"

[9] IK zeg: 'Maar waarom noem je dat dan zo'n grote verlegenheid, terwijl je toch onmiskenbaar Mijn toezegging hebt gekregen dat Ik je indien mogelijk zal helpen?! Want wat Ik iemand beloof, daar houd Ik me aan, dat is nog zekerder dan dat de zon dagelijks op moet gaan en steeds één helft van de aarde verlicht, of de oppervlakte van de aarde nu helder of door wolken en nevels bedekt is! -Wanneer zouden die honderdzeven kinderen dan weer levend naar het huis van hun ouders terugkeren?"

[10] ROCLUS zegt: 'Heer, wat moet ik, wat kan ik U anders antwoorden dan: O Heer, U zijn alle dingen maar al te bekend en daarom ook zeker onze dwaasheden!"

[11] IK zeg: 'Ja, dat is een zeer goed antwoord dat je Me hier geeft! Jullie hebben werkelijk een grote dwaasheid begaan door een veel te korte termijn te stellen voor jullie gefingeerde opwekkingen uit de dood! Jullie zijn daartoe aangemoedigd door enkele geslaagde pogingen en hebben natuurlijk ervaren, dat voor jullie instituut een zo kort mogelijke herbele­vingstermijn niet alleen de minst dure, maar ook zeker de meest aanbeve­lenswaardige is, omdat de hele zaak aan wonderbaarlijkheid wint, ­natuurlijk alleen wat aanzien betreft!

[12] Als jullie voldoende gelijkende kinderen zouden hebben, zou de zaak op jullie manier nog wel uit te voeren zijn; maar omdat juist het belang­rijkste voor jullie geraffineerde bedrog ontbreekt, is het wel begrijpelijk dat jullie daardoor in enorme moeilijkheden zijn geraakt. Ik zou jullie voor deze keer natuurlijk wel uit je grote verlegenheid kunnen helpen; maar dan zou Ik jullie immers onmiskenbaar met bedrog moeten helpen, en kijk, dat gaat niet, hoe lief jullie allen Mij ook zijn! Hier moet iets heel anders gebeuren, wat passend is voor deze aangelegenheid!'


136 De bedrieglijke opwekkingen uit de dood door de Essenen worden verboden
[1] (DE HEER:) 'Kijk, die jongen daar links van Cyrenius, die nu een beetje sluimert; zijn naam is Josoë! Hij lag al meer dan een jaar in het graf en zijn botten waren zonder vlees. Hij lag niet ver van Nazareth in een grafkelder, en Ik heb hem het leven teruggegeven, en niemand ziet het hem nu aan dat hij al geheel vergaan in het graf heeft gelegen!

[2] Wat Ik met hem kon doen, zou Ik natuurlijk ook met jouw honderdze­ven kinderen kunnen doen, en wel nu meteen, in een enkelogenblik! Maar daarmee zouden jullie ook niet bepaald geholpen zijn; want daardoor zouden de kinderen vóór de afgesproken tijd naar huis naar hun ouders gaan. Jullie moeten je precies aan de afgesproken tijd houden, om nu in dit geval geen nieuwe leugen meer te begaan. Maar dan moet Mijn dienaar naar jullie toe komen en de werkelijke kinderen, weliswaar enigszins in strijd met Mijn orde, in het aardse leven terugroepen in het bijzijn van hun ouders, die voor dat doel daarheen moeten komen opdat ook zij hierdoor als door een machtige impuls in hun grote blindheid zullen zien, dat nu het rijk Gods nabij is gekomen.

[3] En wat jij bij die gelegenheid moet zeggen zal Ik, waar Ik lichamelijk ook moge zijn, je wel in de mond leggen; maar Ik wijs je er voor nu en later heel ernstig op, dat noch jij, noch iemand uit jullie instituut, ooit weer gestorven kinderen aanneemt om hen weer levend te maken, ook niet voor alle schatten ter wereld.

[4] Want als Ik een kind laat sterven dan is daar een hoogst belangrijke reden voor, en het zou tegen Mijn wil zijn en tegen Mijn orde om zulke kinderen weer hier op aarde levend te maken. Wel, wat deze huidige honderdzeven kinderen betreft, dat heb Ik reeds lang tevoren zo beschikt en daarom gebeurt dit niet tegen Mijn wil en in verdere zin ook zeker niet in strijd met Mijn orde; maar voortaan mag zoiets alleen maar gebeuren, en dat hoogst zelden, als dit aan jou of iemand van je opvolgers direct door Mijn geest wordt opgedragen.

[5] Zieken genezen kunnen jullie één, twee of drie keer, zo veel je maar wilt; maar houd je vooral niet meer bezig met het opwekken van mensen die lichamelijk gestorven zijn! Want jullie richten daardoor veel meer schade aan onder de zielen die bevrijd zijn van het vlees, dan de ergste moordenaar aanricht onder de mensen die hun tijd nog op deze wereld te leven hebben.

[6] Wat een vreselijk ongeluk vindt men het op deze wereld als er iemand gedood wordt! Maar aan gene zijde vindt men het vele duizenden malen erger wanneer een reeds daar zijnde, vrije ziel gedwongen wordt om weer in haar sterfelijke, stinkende en logge lijf terug te keren! Je zou er daarom niemand een dienst mee bewijzen als je hem weer terug zou roepen in dit aardse leven.

[7] Er zijn daar wel kwaadaardige zielen die men rustig duivels kan noemen. Die gaat het aan gene zijde zeker tienduizend keer slechter dan de meest arme en vervolgde bedelaar op deze aarde; maar van al deze vele zielen, waarvan men zeker kan aannemen dat het er tot nu toe, volgens de Arabische telwijze, tienduizend miljoen zijn, zou er niet één nog een keer de weg van het vlees willen doormaken. Als zulke ongelukkige zielen al nooit meer naar deze aarde terug willen, hoeveel te minder dan degenen die aan gene zijde gelukkig zijn! Neem dit dus goed ter harte, en wek vooral geen doden meer op! -Heb je dat nu ook begrepen?"

[8] ROCLUS zegt: 'Ja Heer, dat heb ik heel goed begrepen, en ik kan U eeuwig niet dankbaar genoeg zijn voor de buitengewone redding uit onze grote verlegenheid; maar eigenlijk hebben wij ons toch al nooit echt beziggehouden met het werkelijk uit de dood opwekken, omdat het in feite niets anders was dan heel geheim bedrog enkel ten behoeve van de treurende mensheid, dat wil zeggen, wat volgens onze vroegere voorstel­ling van ons beperkte verstand het beste was voor de mensen! Eigenlijk hadden wij er heel weinig voordeel van, omdat het in stand houden van die mensenkweekplaatsen en de aankopen die we daar van tijd tot tijd voor moesten doen, namelijk het aankopen van kinderen, ons steeds ontzettend veel heeft gekost.

[9] Door onze opwekkingen hebben wij de mensen in het grote hierna­maals zeker niet gestoord en daarom denk ik dat we, afgezien van het geringe bedrog, daarmee voor het rijk der zielen heel weinig storende, kwalijke dingen hebben aangericht; want wij hebben de zielen. van de overledenen immers nooit gedwongen om terug te keren naar dit lichamelijke bestaan!'

[10] IK zeg: 'Dat is wel Zo; maar toch heeft dat gemanipuleer van jullie ook wel enige verstoring teweeggebracht in de geestenwereld. Want het gestorven kind is nu eenmaal een burger van de geestenwereld geworden, en na verloop van tijd zijn zijn ouders op deze aarde ook gestorven, en het onechte kind ook; onder gunstige omstandigheden komen zij dan, zoals gewoonlijk, aan gene zijde ook al gauw bij elkaar.

[11] Wel, wat zouden de verraste ouders in de andere wereld dan wel denken van jullie opwekkingsmethode, als ze daar met het echte en het gelijkende onechte kind, dat ze in deze wereld onherroepelijk als echt beschouwden, kennelijk maar al te vlug bijeenkwamen? Denk daar zelf maar een beetje over na! .

[12] Want aan gene zijde zal alles wat op deze wereld nog zo geheim gehouden is, tot in de kleinste details zichtbaar worden. Als iemand hier iets nog zo in het geheim en verborgen doet, dan zal het hem aan gene zijde toch vanaf de daken verkondigd worden, zoals men wel zegt, en dat uiterst luid voor miljoenen ogen en oren! Denk jij je nu eens in dat jij, als valse doden opwekker, ook in die sfeer zo te kijk gezet wordt! Wat voor figuur denk je dan te slaan en hoe zou je je voelen?

[13] Als mensen met hun uiterst beperkte waarnemingsvermogen en zintuigen op déze wereld al heel wat onzinnige dingen heel goed onder.­kennen, beoordelen, veroordelen en tenslotte ook flink bestraffen, terwijl ze eigenlijk merendeels niet beschikken over het innerlijk waarheidsvermogen, hoeveel temeer zullen ze dat dáár dan doen, waar de waarheld steeds als een van de onoverwinnelijkste krachten geheel alleen heer en meester is over alles wat bestaat!

[14] Kijk, onder de kleine roofvogels is er één, die naar zijn gezang genoemd wordt en dus koekoek heet! Door zijn instinct is deze vogel traag wat broeden betreft. Daarom legt hij zijn eieren waar hij maar wil en kan in de nesten van verschillende andere vogels, en spaart daarbij zelfs het nest van de mussen niet. Als deze arme vogels nu zien dat er in plaats van hun eigen jongen alleen maar koekoeken tevoorschijn komen, kijken zelfs zij, terwijl het toch dieren zonder verstand zijn, heel verbouwereerd en beginnen hun nest steeds meer te vermijden, en als ze dan een koekoek horen roepen, vliegen ze in grote zwermen op hem af en hem na en achtervolgen en plagen hem op alle mogelijke manieren.

[15] Wel, als dieren die geen verstand hebben, maar slechts een instinctma­tige intelligentie, zich al wreken op een bedrieger, hoeveel temeer is dat dan te verwachten bij de verstandige mensen en hoeveel meer nog bij de geesten, voor wie geen bedrog meer plaats kan vinden omdat hun inzicht en onderscheidingsvermogen daar te helder voor is geworden!"
137 De grondregels van het vernieuwde instituut der Essenen
[1] (DE HEER:) "Je ziet dus, dat aan gene zijde alles zichtbaar wordt en ook moet worden, omdat anders de talloze verschillende verenigingen van geesten onmogelijk zouden kunnen bestaan. En nu is het dus de vraag wat voor gezicht iemand aan gene zijde zal zetten, die hier bij de mensen hoog in aanzien stond vanwege zijn wonderbaarlijke daden, en bij wie aan gene zijde maar al te duidelijk zichtbaar wordt dat al zijn wonderdaden in feite heel gewoon bedrog waren; en al was het bedrog zelf nog zo goed bedoeld, het moest wel betaald worden en het werd als echte waar aan de blinde koper verkocht -en dat vaak voorheel veel geld!

[2] En kijk, precies zo en niet anders was jullie tot nu toe gehanteerde opwekkingsmethode, met name van kinderen! En jullie maandelijks in het openbaar plaatsvindende dodenopwekkingen in de bewuste onderaardse, catacombeachtige gewelven zijn wel zo'n opeenhoping van bedrog, dat het eigenlijk te erg is om daar nog over te praten; jullie hebben daar zelfs mensen voor in dienst, die één keer per maand in daarvoor bestemde doodkisten moeten gaan liggen en doen alsof ze dood zijn, en op een hen bekend commandowoord van jullie in het bijzijn van meerdere blindge­lovige toeschouwers uit de kisten op moeten staan en zich dan ook meteen op zo'n manier moeten verspreiden, dat niemand van de vaak talrijke toeschouwers en bewonderaars hun kan vragen hoe ze zich voelen, hoe ze eventueel heten en waar ze wonen.

[3] Dit slinkse bedrog is te laag om er verder nog één woord aan te besteden; maar omdat velen er daardoor toe gebracht werden om aan jullie een gestorven, dierbaar kind toe te vertrouwen om opnieuw levend te maken, komt het toch aan het licht, en is het zeer geschikt o m jullie ook aan gene zijde nog veellast te bezorgen.

[4] Maar zoals gezegd, wat er tot nu toe bij jullie is gebeurd, wil en zal Ik op Mijn schouders nemen en allemaal goedmaken voor jullie; maar in de toekomst mag er in jullie instituut tot geen enkele prijs meer iets gevonden worden wat ook maar enigszins met bedrog te maken heeft, als jullie willen dat Ik er, alsof Ik persoonlijk aanwezig ben, voortdurend werkend in de geest aanwezig zal blijven tot aan het einde der tijden van deze aarde.

[5] Er moet daar volmaakte liefde en waarheid heersen en niet het minste bedrog mag er ooit voorkomen, dan zal dit instituut voor alle tijden blijven bestaan; en mochten afgunstige en slechtgezinde mensen het nu en dan vervolgen, dan zullen ze het toch geen kwaad kunnen doen!

[6] Het zal weliswaar in dit land ook niet lang meer blijven bestaan, zoals ook Mijn leer niet - want dit land zal vertrapt worden door vijandige heidenen -; maar in Europa zal er ooit een hoofdvestiging komen van al degenen die in Mijn naam zullen geloven en hopen, en dan zullen jullie ook in verschillende neveninstituten verblijven, onder sommige macht­hebbers geliefd en zeer gewaardeerd, bij andere slechts geduld; slechts enkele blinden zullen jullie uit hun rijk sturen; maar degenen die dat zullen doen, zullen zeker te kampen krijgen met moeilijkheden en daar niet gemakkelijk van bevrijd worden. Maar ook de staten die jullie slechts du!den, zullen geen hoge welvaart hebben.

[7] Als een zegenrijke gave beloof Ik jullie nu, dat jullie altijd waarachtige bouwmeesters zullen blijven, en waar men jullie eervol en met liefde zal opnemen, zal het rijk een goede en houdbare grondslag krijgen. Geen artsen zal Ik in de toekomst van jullie maken, maar bouwlieden, die overal met de stevigste edelstenen de muur van een nieuw, hemels Jeruzalem zullen opbouwen en ook veel van de prachtigste woningen van deze stad, waar nu wel een begin mee gemaakt is, maar waaraan na deze eerste muur eeuwig verder gebouwd zal worden.

[8] En omdat jullie nu Mijn metselaars en vrije bouwlieden zijn en Ik Mijn stad met de degelijkste edelstenen gebouwd wil hebben, zullen jullie en jij, Mijn vriend Roclus, nu wel zonder moeite inzien, dat Ik geen gewone kalkzand­ en bakstenen kan gebruiken; daaronder versta Ik dus allerlei op leugen en bedrog berustende werken, die niet eeuwig kunnen blijven bestaan. Alleen de zuivere waarheid, waar geen enkele smet aan kleeft, is de diamant, die voortdurend en onwankelbaar stand kan houden geduren­de alle eeuwigheid.

[9] Jullie zullen wel vaak in de verleiding komen om je anders voor te doen dan je overeenkomstig de waarheid van je gevoelens zou moeten doen; laat je daar vooral niet toe verleiden en leid nooit iemand om de tuin, ­maar laat de volle waarheid spreken in alles wat jullie zijn en wat jullie doen, dan zullen jullie ook steeds kunnen rekenen op Mijn genade, macht en wijsheid.

[10] Beloof nooit iets aan iemand wat je later niet kunt of om bepaalde redenen niet wilt nakomen; want waarlijk Ik zeg jullie: Niets is zo bitter en lastig voor een mens als een gedane belofte die later zonder iets te zeggen niet nagekomen wordt! Want als hem niets beloofd was, had hij er niet op gerekend en iets anders ondernomen waarmee hij zich hulp verschaft zou hebben of wat anderszins nuttig voor hem geweest zou zijn. Maar omdat hij vast vertrouwde op de belofte die men hem deed, maar waar men zich niet aan hield, is hij nu in een wanhopige situatie terechtgekomen en zit dan treurig en teleurgesteld tussen twee stoelen op de grond en verwenst meestal degenen die hem door hun beloften in het grootste ongeluk hebben gestort.

[11] Wat jullie dus aan iemand beloofd hebben, daar moet je je aan houden, zelfs als dit je aardse leven zou kosten, omdat Ik anders geen blijvend lid van jullie instituut kan zijn! Bedenk echter goed Wie Hij is, die jullie dit gebod geeft! Hij is een eeuwig Heer over alles wat leven en dood genoemd wordt; en al zou Ik niets op .deze wereld vergelden, dan toch in ieder geval wel, dat Iemand een ander iets belooft maar er zich dan om een bepaalde­ meestal zelfzuchtige reden niet aan houdt!

[12] Als iemand je een dienst heeft bewezen en je geeft hem niet het loon datje beloofd hebt, bega je nog een grotere zonde dan wanneer je iemand bestolen zou hebben! Als hij zijn werk maar half en slecht heeft verricht kun je hem daar wel op wijzen en zeggen, dat hij de volgende keer niet meer zo'n loon hoeft te verwachten als hij het werk dat hij heeft aangenomen niet met de nodige inzet verricht; maar ook al heeft hij zijn werk nog zo laks gedaan, je moet je aan je woord houden, opdat hij ziet dat de geest van de volle waarheid in jou leeft en werkt!

[13] Om deze reden help ook Ik jullie je honderdzeven dode kinderen in volle waarheid tot leven te wekken, opdat jullie niet als leugenaars en onbetrouwbare mensen voor degenen komen te staan, aan wie jullie met de hand op je hart beloofd hebben, dat je hun gestorven lievelingen zult opwekken; maar neem je in het vervolg in alle ernst in acht! Want alles watje zou doen of ondernemen wat in strijd is met deze gemakkelijk op te volgen raad van Mij, zou onvermijdelijk zeer slechte gevolgen voor jullie hebben.

[14] Lijkt.je dit allemaal misschien iets te moeilijk, omdat je heel beden­kelijk begint te kijken? Zeg het Me dan luid en duidelijk als je het niet met Me eens bent! Nu zijn we nog persoonlijk bij elkaar en kunnen we nog het een en ander verduidelijken, wat in het vervolg natuurlijk iets moei­lijker zal zijn, omdat we elkaar dan waarschijnlijk niet zo gauw weer persoonlijk ontmoeten! Zeg het nu, Ik luister naar je!'


138 Roclus probeert leugens om bestwil te rechtvaardigen
[1].ROCLUS zegt: 'Mes wat U nu gezegd hebt, Heer, is maar al te waar en er is niets tegen in te brengen! Maar dat U strikt tegen alles bent wat ook maar enigszins op bedrog lijkt, zelfs ook wanneer iemand daardoor serieus lichamelijk of geestelijk geholpen zou kunnen worden, stemt mij zeer tot nadenken; want voor mij staat de door duizend ervaringen beproefde grondregel vast, dat veel mensen absoluut niet anders dan slechts door fijnzinnig bedrog geholpen kunnen worden, -wat ik natuurlijk geen bedrog, maar pure diplomatie noem.

[2] Eerlijk, Heer, volgens de ervaringen die ik hier op deze aarde heb opgedaan, zijn mensen heel vaak niet anders te helpen dan door enig goedbedoeld bedrog! Kinderen moet men in de eerste jaren immers steeds bedriegen, anders is er met hen toch helemaal niets te beginnen; en wat zouden ze er nu aan hebben als men bij hen meteen met de zuiverste waarheid aan kwam zetten? Ik heb U immers bij een eerdere gelegenheid toch al vanuit menselijk oogpunt duidelijk uiteengezet, dat het er mij nooit om te doen was ooit achter iemands rug om iets te doen wat nadelig voor hem zou zijn, maar altijd slechts opdat het hem op de een of andere manier tot voordeel zou strekken! En dat deed ik alleen maar omdat het van meet af aan al duidelijk voor me was, dat deze of gene absoluut op geen enkele andere manier te helpen was. Als dat bij U nu ook als zonde geldt, -ja, Heer, dan wordt het toch wel uiterst moeilijk om mens te zijn!

[3] Bijvoorbeeld: Ik ga ergens naartoe en ontmoet onderweg als heiden een volslagen blinde aartsjood, wiens zelootachtige tempelfanatisme in iedereen meteen een heel legioen allerergste duivels vermoedt. Als een heiden hem aanraakt terwijl hij zich daarvan bewust is, dan is hij meteen voor een heel jaar onrein en is, omdat hij zich dit inbeeldt, een hoogst ongelukkig mens omdat hij geen deel kan en mag hebben aan de vele bezittingen van de tempel. Als ik hem vertel dat ik een heiden ben -als hij mij vraagt wie ik ben -, dan zou hij liever alle martelingen ondergaan dan zich door mij over een levensgevaarlijk stuk van een bergpad te laten leiden. Maar als ik hem heel beslist zeg dat ook ik een jood uit Jeruzalem ben, dan zal hij mij graag de hand reiken en zich dankbaar over het uiterst gevaarlijke stuk van het pad laten leiden. Als ik de arme blinde zover heb gebracht dat het voor hem niet meer gevaarlijk is om verder te gaan, en de geur van zijn geboortestreek, die nu al zeer dichtbij is, hem aantrekt en hij niet meer verdwalen kan, neem ik afscheid van hem en ga vrolijk mijn eigen weg. De blinde jood hoort dan zijn leven lang helemaal niets meer van mij, en het zal ook niet zo gauw gebeuren dat iemand hem zegt, dat degene die hem ooit over dat zeer gevaarlijke stuk van de weg heeft geleid, een heiden was.

[4] Nu moet mij een verstandig en eerlijk, welwillend iemand eens zeggen, of dat absoluut onschadelijke leugentje niet verstandiger en beter was dan dat ik die arme man de waarheid gezegd zou hebben, namelijk dat ik een heiden ben! Ik zeg U en iedereen duizend maal recht in het gezicht, dat zo'n leugentje om bestwil alleen als zonde kan worden uitgelegd door een totaal krankzinnige dwaas uit de zwartste farizeeërgemeenschap, -maar nooit door iemand die ook maar een beetje verstand heeft, en natuurlijk al helemaal niet door een God! Want zo compleet verschillend kunnen de levensopvattingen aan deze en aan gene zijde toch niet zijn, dat wat men op deze aarde met het zuivere verstand goed en redelijk vindt, voor een pure geest lijnrecht het tegenovergestelde is! Want als aan gene zijde voor de pure geest zwart en duister is wat hier door een altijd het goede willende ziel als wit en klaar helder wordt beschouwd, dan is ofwel dit, ofwel dat leven gewoonweg dwaas.

[5] Heer, U kent mijn hele leven van de wieg af aan, en U zult mij moeilijk een moment tijdens mijn hele levensloop aan kunnen wijzen waarop Ik het ooit slecht met iemand voor heb gehad of iemand ook maar de minste schade heb willen berokkenen! Duizendmaal wil ik door Uw almachtige goddelijke mond vervloekt worden als dit aangetoond kan worden! En als ik nochtans een zondaar geworden ben doordat ik bij mensen met een bijzonder zwakke geest heel vaak mijn toevlucht heb moeten nemen tot diplomatiek handelen om hen volgens de aandrang van mijn hart naar mijn menselijk inzicht iets goeds te kunnen doen, dan moet ik openlijk bekennen, dat ik het dan zeer onaangenaam vind om mens te zijn; dan moet U mij, o Heer, met Uw almacht maar in een ezel veranderen en Ik zal U daar dan dankbaar voor zijn!

[6] Mijn mening, weliswaar slechts op menselijke wijze doordacht, is deze: leder mens moet doen wat hem volgens zijn beste weten, besef en geweten met recht het beste lijkt, iedereen moet vreedzaam en vergevingsgezind zijn en naar beste krachten goed doen voor de arme, lijdende mensheld, dan moet zijn handelen toch ook door een God als juist en goed en in orde bevonden worden. Geen enkele God kan toch van een mens, die onmis­kenbaar Zijn schepsel en Zijn werk is, meer verlangen dan waartoe hij in staat is met de vermogens die Hij Zelf in deze mens heeft gelegd! Of is het mogelijk dat een hoogst wijze God nog meer van Zijn werk kan eisen, dan wat Hij er in heeft gelegd? Ik denk dat dat niet zo gemakkelijk gaat en ongeveer hetzelfde zou zijn als wanneer iemand in alle ernst tien emmers water zou willen gieten uit een vat of een zak, waar maar één emmer ingaat. Daarom vraag ik U, o Heer en Meester, dat U duidelijker bent wat dit punt betreft; want zoals ik U tot nu toe begrepen denk te hebben, is er volgens Uw leer op deze aarde voor een mens helemaal geen bestaan denkbaar dat enigszins verstandig is!

[7] Ja, de waarheid, de heilige waarheid moeten de mensen zich eigen maken. ze moeten het huis waarin ze wonen en volgens Uw belofte eigenlijk eeuwig zullen wonen, met de bijbehorende orde en gerechtigheid precies leren kennen. Maar de naakte waarheld, al is die nog zo zuiver, komt mij tenminste voor als een weliswaar zeer heilzaam, maar verder buitengewoon bitter medicijn, dat ieder die maar enigszins een gevoelige smaak heeft, meteen weer uitspuwt als hij het proeft. Maar wat doet men? Men omhult het bittere medicijn met iets zoets en aangenaams en dan zal de zieke dit gemakkelijk slikken en zonder rillingen in zijn maag krijgen, waar het dan al gauw heilzaam zal beginnen te werken! En dat, zo ben Ik van mening, zou ook met het meedelen van de waarheid moeten gebeuren! Men moet deze, vooral in het begin, nooit anders dan verhuld geven en daarna pas stukje bij beetje onthullen! Dan zal volgens mij een goede uitwerking zeker niet uitblijven. Geeft men haar echter meteen onver­bloemd en naakt, dan zal men meestal meer schade veroorzaken dan werkelijk nut.

[8] Het gaat me er hier niet om dat ik onze natuurlijke wonderen goedpraat, en ik ben er zelf geheel en al van overtuigd dat we daarmee te ver zijn gegaan; maar ik kan er altijd naar eer en geweten aan toevoegen dat wij daar zelf nooit iemand schade mee hebben berokkend, maar naar onze weloverwogen mening gewoonlijk steeds dubbel nut mee hebben be­zorgd. Ten eerste hebben wij daarmee de tranen van vaak zeer treurige ouders gedroogd, wat toch zeker niets slechts is en kan zijn, en ten tweede hebben we hiermee kinderen van straatarme ouders op de beste manier voor hun hele aardse leven verzorgd en hun de mogelijkheid verschaft om in huizen van rijke mensen overeenkomstig de betere zeden van de huidige wereldorde ook een betere opvoeding te krijgen, terwijl ze anders in de grootste armoede zonder enige vorming echte mensachtige dieren zouden zijn geworden; en daarvan zijn er in deze tijd voorbeelden te over. Er komt geen engel uit de lichte hemelen naar beneden om zich, wat opvoeding betreft, over deze arme half dier, half mens zijnde kinderen te ontfermen; en wanneer wij, toch duidelijk betere en beschaafdere mensen, naar beste weten, inzicht en geweten iets voor hen doen op een mallier die mogelijk is, dan lopen we gevaar om voor God te zondigen en door Hem tot bedriegers van de mensen verklaard te worden!

[9] Heer en Meester, U hebt goed onderrichten en praten, want Uw wil is de gebieder van de hele oneindigheid! Maar wij, zwakke mensen die niets zijn tegenover U, voelen altijd en alleen maar de druk, en zelden of nooit enige verlichting, en daar komt nog bij dat we totaal verkeerde verwachtingen hebben over later in het hiernamaals.

[10] Heer en Meester, waarlijk, Uw lessen hebben mij voorheen zeer opgebeurd en ik was vol heerlijkste verwachtingen; maar nu ben ik helemaal verpletterd en weet me geen raad omdat U dingen van mij verlangt waaraan ik niet kan voldoen, want mijn verstand schiet tekort en ik kan niet in strijd met mijn verstand handelen!"

[11] Toen werd Roclus stil en zei helemaal niets meer.
139 De rechtvaardiging van verstand en wijsheid
[1] Toen vroeg CYRENIUS Mij: 'Ja, wat is dat nu opeens? Roclus leek tot nu toe een ware grondsteen van de nieuw te bouwen heilige stad en nu is hij plotseling helemaal omgeslagen, ondanks het feit dat U hem alle hulp heeft beloofd!"

[2] IK zeg: 'Dat is en blijft hij, ofschoon hij Mij nu niet helemaal goed begrepen heeft! Maar Ik zag dat nog in hem en Ik heb hem in de toestand gebracht om dat nog uit zich te verwijderen. Maar de zaak zal er nu heel anders uit komen te zien, daar kun je je meteen van overtuigen!"

[3] Daarop richtte IK Mij heel vriendelijk tot Roclus en zei: 'Maar Mijn beste vriend, als je deze zaak bijna helemaal verkeerd opvat, kan geen God je helpen zolang je je eigen vroegere begrip plaatst tegenover een hogere verlichting die je later kreeg! Het mooiste daaraan is echter dat je precies datgene in volle ernst beweert, wat Ik eigenlijk van je verwacht! Als Ik je tevoren Zelf de slimheid van slangen en vossen heb aanbevolen, hoe zou Ik dan op het idee kunnen komen jou deze nu te verbieden?!

[4] Hoe men met kinderen om moet gaan en hoe ze onderwezen moeten worden, heb Ik gisteren toch voldoende duidelijk gemaakt; ook al ben je niet overal bij aanwezig geweest, je hebt het toch in handen, geschreven door Mijn snelschrijver! Er is dus helemaal niets meer wat je in een bepaalde aangelegenheid nog van de wijs zou kunnen brengen en waarvan je, ten aanzien van enig onderricht, zou kunnen zeggen: 'Kijk, dat is onbegrijpe­lijk!' of: 'Dat is niet geschikt voor deze of gene!'

[5] Zo ook, wanneer jullie door middel van natuurlijke medicijnen een zieke willen helpen en dat ook zouden kunnen, maar de zieke vaak een uitgesproken afkeer van het medicijn heeft en dat voor geen goud van de wereld in kan nemen, terwijl jullie er geheel van overtuigd zijn dat enkel en alleen dit medicijn de zieke zeker en snel zal genezen, dan spreekt het natuurlijk vanzelf, dat jullie dan zo'n medicijn zonder meer een andere naam kunnen geven en het ook met iets anders kunnen mengen, opdat de zieke niet merkt dat het 't medicijn is dat hem zo tegenstaat en het daardoor afwijst, wat hem tot groot nadeel zou strekken.

[6] En wat verder het onderwijzen van Mijn Gods­ en levensleer betreft wil Ik jullie het volgende nog in 't bijzonder zeggen: Pas je in uiterlijk opzicht aan iedereen aan, om te zorgen dat ze zich bij jullie thuis voelen en ze voor Mijn rijk gewonnen kunnen worden! Wees jood met de joden, heiden met de heidenen, lach met degenen die lachen en huil met hen die huilen, wees zwak en vol geduld met de zwakken en laat de sterken zien dat ook jullie sterk zijn, opdat het besef van hun kracht hen niet opblaast en hoogmoedig maakt! Nu, Mijn beste vriend, dat zal toch voldoende voor je zijn om te weten wat Gods allerhoogste wijsheid, die ook jullie zuivere verstand heeft geschapen, van jullie verwacht!

[7] Geloof Me, Mijn wijsheid is nooit in strijd met een menselijk gezond, nuchter en onbevooroordeeld verstand! Want dit moet immers beoordelen wat juist is en wat niet!

[8] Een waarheid, al is deze nog zo verhuld, is en blijft als zodanig niettemin eeuwig waarheid en zal zich later ook zo manifesteren. Vriend, een waarheid kun je naar gelang de omstandigheden omhullen en omkleden zoals je maar wilt en kunt; dat hangt helemaal af van het bevattingsvermo­gen van degene, aan wie de waarheid gepredikt wordt. Kinderen worden met melk en honing en zelfs zacht brood gevoed, terwijl men een man wel een steviger kost kan aanbieden. Dat is dan allemaal heel goed, als het binnenste maar waarheid is; op het noodzakelijk omhulsel wordt weinig of helemaal niet gelet. Het zou ook echt heel onwijs zijn en indruisen tegen ieder gezond verstand, als iemand Mijn hulp nodig had en Ik wel wist dat hij eerlijk was, maar hem niet aan zou kijken omdat hij een Perzische mantel aan had! Een waarheid verhullen als dat nodig is, is geen zonde; maar een duidelijke leugen en duidelijk bedrog in het kleed van de waarheid verpakken, is zonde en wordt door Mij voor eeuwig verworpen!

[9] Als je nu je vroegere dodenopwekkingen bekijkt, dan waren die ondanks jouw goede wil een grote, maar zeer goed verhulde leugen, omdat hierbij geen spoor van een ware dodenopwekking te bekennen was; en zo is er nog veel wat jullie in je instituut allemaal gedaan hebben.jullie hebben van de Egyptenaren en de Arabieren geleerd om te berekenen wanneer er een zons­ en maansverduistering kan optreden; maar dat bleef voor het volk een geheim. Tegen het volk zeiden jullie echter: 'Omdat jullie, volk, onze stem niet willen horen, zal de overste - die jij nu bent! - de goden opdragen om op die en die dag de zon of de maan te verduisteren! ' Het volk werd daarop meteen door grote angst bevangen, bad en offerde onzinnig en dan gaven jullie het tenslotte enkel de troost, dat de dreiging weliswaar in ieder geval plaats zou vinden, maar dat men zou proberen om de schade zo veel mogelijk te beperken. - Zie je, dat was toch wel een overduidelijke leugen, verhuld in het eerbiedwaardige kleed van de volle waarheid!"
140 Verhulde waarheden en leugens

1   ...   24   25   26   27   28   29   30   31   ...   53


Dovnload 2.11 Mb.