Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda

Dovnload 2.11 Mb.

Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda



Pagina29/53
Datum28.10.2017
Grootte2.11 Mb.

Dovnload 2.11 Mb.
1   ...   25   26   27   28   29   30   31   32   ...   53
Valse profeten en hun wonderen

[1] (DE HEER): 'Maar stel je nu voor dat het plotseling onthuld wordt! Wat zou bijvoorbeeld het volk met jullie gedaan hebben, als Ik Zelf het zo maar opheldering daarover had gegeven, en het dan de ware oorzaak van een zons­ of maansverduistering even helder als jullie had ingezien? Wat dat voor gevolg zou hebben, kun je zelf gemakkelijk bedenken.

[2] Heb je echter iemand door een nog zo verhulde waarheid op het juiste pad gebracht, en komt hij dan ook tot dieper inzicht en ziet dan, dat alleen de volledige waarheid, ook al is deze nog zo verhuld, hem op één lijn gebracht heeft met het ware leven, -wat voor goeds zal zo iemand dan allemaal voor je doen? Ik denk dat jij als mens met een helder verstand nu wel het verschil zult zien dat er bestaat tussen een verhulde waarheid en een verhulde leugen.

[3] Wat Ik jou aanduidde als iets wat in jullie instituut nooit zou mogen gebeuren of gezegd worden, is een verhulde leugen, maar nooit een waarheid die opzettelijk verhuld is.

[4] Al heeft de leugen nog zo'n goed resultaat en de waarheid op z’n minst schijnbaar een slecht, dat wil zeggen, wat de mensen met hun op de wereld gerichte verstand slecht noemen, dan verdient de waarheid toch de voorkeur boven de leugen; want de uiteindelijke werking van de leugen zal altijd blijvend slecht zijn, en de uiteindelijke werking van de waarheid goed.

[5] Wat de uiterlijke schijn betreft, vallen de verschillen tussen een verhulde leugen en een verhulde waarheid inderdaad niet gemakkelijk op, zoals ook een echt wonder voor het onervaren, puur wereldse verstand moeilijk of helemaal niet te onderscheiden is van een vals wonder, omdat een echt wonder voor het wereldse verstand helemaal niet te controleren is, en de magiërs en valse profeten hun wonderen evenmin door het volk laten controleren als jullie dat met jullie wonderen gedaan hebben. Juist daarom moet er bij jullie nooit plaats zijn voor ook maar de kleinste leugen of het kleinste bedrog, opdat er op aarde blijvend een instituut is waarin enkel waarheid heerst, en daarmee een blijvende toetssteen aan de wereld gegeven wordt waarmee men het echte goud der waarheid goed en gemakkelijk van het valse goud kan onderscheiden!

[6] Wanneer men zich daar niet aan houdt, zal er enkele jaren na Mij een verbazingwekkend groot aantal valse profeten en wonderdoeners zijn, die Mijn leer geheel zullen misvormen. Zij, de valsen, zullen weliswaar ook van Mijn naam gebruik maken; maar hun leer zal niet in 't minst op de Mijne lijken, en hun wonderwerken zullen van het jou bekende, bedrieg­lijke soort zijn en heel velen tot vaste aanhangers van de valse profeten maken.

[7] Daarom waarschuw Ik jullie daar vroegtijdig voor! Sla daarom geen acht op degenen die rondtrekkend zullen roepen: 'Zie, hier of daar is de gezalfde van God, -dat is de waarheid!' Waarlijk, Ik zeg jullie allen: Die zo praten en schreeuwen, en zelfs wonderen zullen doen in Mijn naam, zijn niets anders dan puur valse profeten! Luister niet naar hen en keer hun de rug toe! En komen ze naar jullie toe, bedreig hen dan, en willen ze niet wijken, bedreig hen dan in Mijn naam, en doe in Mijn naam voor hun ogen een waar teken; maar onthoud je verder zoveel mogelijk van het doen van wonderen, wat wel het oog en het oor van domme mensen bekoort en boeit, maar hun hart op kosten van het wonder meestal tot een gevoelloze steen verhardt! De waarheid moet voor zichzelf spreken en getuigen, en behoeft geen verder teken meer .

[8] Het enig ware wonderteken moet bestaan uit de eigen ervaring, die iedereen zal opdoen door en vanwege het feit, dat juist de waarheid hem waarachtig vrij gemaakt heeft in al zijn denken, willen en handelen, en zijn innerlijk oog geopend heeft om alle dingen en omstandigheden te zien zoals ze in waarheid zijn en niet zoals ze in het verwarde brein van de een of andere naar aanzien strevende wereldwijze naar believen bij elkaar zijn gezet. Zeg Me nu, Mijn Roclus, of de zaak je nu duidelijker is dan voorheen!"

[9] ROCLUS zegt: 'Ja, Heer en Meester, nu is alles me zo geheel duidelijk en helder, dat niets me in heel mijn leven duidelijker is geweest! Ik heb het wel altijd gedacht en zelfs intens gevoeld, dat een God niets kan beweren wat tegen het zuivere mensenverstand indruist, wat daar duidelijk en tastbaar mee in strijd is. Maar nu is elk woord dat U spreekt zo geheel en al in overeenstemming met het verstand, als het licht van de zon met het ontstaan van de dag op de aarde. Het is me nu geheel duidelijk, en voor ons instituut moet dat ook zo blijven tot aan het einde aller tijden!"

[10] IK zeg: 'Welnu, ga dan nu en vertel het ook aan je metgezellen! -Nu zal er nog iets gebeuren, dan volgt het ochtendmaal en daarna vertrek Ik van hier voor een poos!"
141 Deemoed en broederliefde

Roclus en zijn metgezellen in verlegenheid
[1] Roclus boog nu zeer diep en haastte zich naar zijn metgezellen, die intussen allerlei belangrijke voorzieningen van hun instituut besproken hadden die geheel dezelfde geest ademden als Mijn aanwijzingen die Ik Roclus als levensrichtsnoer had gegeven.

[2] Roclus verbaasde zich dan ook niet weinig, toen hij van zijn metge­zellen precies hetzelfde vernam wat hij hun als iets geheel nieuws en hoogst belangrijks wilde meedelen - en dat op Mijn verzoek - om daardoor te laten zien dat Ik als de Heer hem heel bijzondere opdrachten had gegeven ter vervulling van het zo hoogst belangrijke ambt. Als hoofd van het instituut wilde hij zijn ondergeschikten nu toch wel een beetje laten zien dat hij hierover met Mij Zelf heel veel buitengewone dingen had afgesproken, die hij hun nu allemaal wilde meedelen.

[3] Maar zijn METGEZELLEN zeiden: "Die moeite kun je je rustig besparen, want we zijn over alles voorgelicht en weten eigenlijk nog meer dan jij, ofschoon jij met de Heer Zelf hebt overlegd! Kijk eens hier! Een heleboel bladen, allemaal volgeschreven! Daarin kun je alles precies terugvinden wat de Heer tegen je heeft gezegd. Aan je gezicht te zien ben je er echter niet zo blij mee; wat is er dan?"

[4] ROCLUS zegt: 'Ach, daar heb ik helemaal niets op tegen of op aan te merken; maar als de Heer mij Zelf in zekere zin aanspoort om met jullie te bespreken en te regelen wat Hij mij heeft toevertrouwd vanwege de totale reorganisatie van het hele instituut, en jullie van te voren al bijna van alles beter op de hoogte zijn dan ik, moet ik er nu wel een beetje over nadenken, wat de Heer door deze kleine en zeker heel onschadelijke streek bij mij heeft beoogd!"

[5] RAPHAËL, die zich onder het gezelschap bevond, zei: 'Vriend, dat zal ik je meteen duidelijk maken; Luister even kort naar me! Kijk, dit zijn weliswaar je allernaaste staatsbeambten in, laten we zeggen, jouw instituut! De Heer Zelf kon jou overeenkomstig de volle waarheid geen andere titel geven dan je van staatswege hebt en ook kunt hebben, omdat jouw aanzienlijke geldmiddelen je daartoe het recht verlenen. Maar de Heer wil, dat alle mensen elkaar als broeders omarmen en alleen Hem als de ware Heer en Meester erkennen.

[6] Maar omdat je nu eenmaal het hoofd van jouw instituut bent, was het ook geheel in orde dat de Heer Zelf je instructies gaf over wat je voortaan moet doen en welke voorzieningen je moet treffen. Maar het was net zo juist dat de Heer door middel van mij je metgezellen tegelijkertijd over alles liet voorlichten, ten eerste om jou de onnodige moeite van het meedelen te besparen, en ten tweede om een zeker profetisch, verheven gevoel, dat heel gemakkelijk in lichte hoogmoed kan overgaan, bij jou de kop in te drukken, en ten derde omjou de aanbevolen bespreking met je makkers zo gemakkelijk en effectief mogelijk te maken.

[7] Want toen de Heer tegen jou zei :'Ga het nu ook aan je metgezellen zeggen!', was dit niet een soort opdracht, waardoor zij pas van jou moeten vernemen wat jij allemaal van de Heer gehoord en geleerd hebt, maar het betekende dat jij hun alleen maar hoefde te vertellen, datje zelf geleerd en volkomen begrepen hebt wat er in het vervolg voor veranderingen in het instituut moeten plaatsvinden. Dat betekent toch helemaal niet dat jij, nu zogenaamd als enige in de zaak ingewijd, je metgezellen eerst moet instrueren?! En daarom hoef je dus absoluut niet bedenkelijk te kijken als jij zelf de opdracht van de Heer helemaal verkeerd hebt opgevat! - Begrijp je me nu goed, of zit je nog iets dwars?'

[8] ROCLUS zegt: 'Ja, ook wat dit betreft is alles voor mij weer helemaal in orde en over dit punt denk ik nu helemaal niet meer na; maar iets heel anders houdt me nu bezig! Alles kunnen we gemakkelijk in orde brengen, -maar om ongedaan te maken dat het volk gelooft dat wij de zons­ en maansverduisteringen in onze macht hebben, zal wel een beetje moeilijk voor ons worden! Want deze zullen blijven plaatsvinden, en we kunnen en mogen niet meer tegen iemand zeggen: 'Kijk, omdat jij en je volk niet strikt en precies wilden doen en geloven wat wij je bevolen hebben, zullen de goden gedurende die en die tijd de maan of de zon verduisteren!' Hoe moeten we ons uit deze verlegenheid redden? De rest is allemaal in orde, -maar hier zie ik geen goede oplossing! Wat is jullie mening in dit opzicht, en wat vind jij, mijn vriend Raphaël?"

[9] RAPHAËL zegt: 'Overleggen jullie eerst onder elkaar; mochten jullie er helemaal niet meer uitkomen, dan zal mijn raad altijd nog wel op het juiste moment komen!"

[10] EEN VAN DE METGEZELLEN zegt: 'Ja, dat is een precair punt! We zullen het met het volk wat dat betreft inderdaad niet zo gemakkelijk hebben! Het volk is er nu al sinds een behoorlijk aantal jaren aan gewend, en als belangrijke mensen na een verduistering van de maan of zelfs van de zon naar ons toe komen en ons beslist heel ernstig naar de reden zullen vragen waarom wij de verduistering van de goden hebben verlangd en waarom wij hun dat niet hebben aangekondigd, -hoe moet ons op waarheid gebaseerde antwoord op zulke vragen dan luiden, zonder dat we al te erg te schande staan ten overstaan van hen die ons dit vragen?"

[11] DE DERDE zegt: 'Met een klein leugentje zouden we ons er wel uit kunnen redden; op een andere manier zie ik ondanks al ons nadenken geen eerzame uitweg. Maar het is niet alleen dit, maar op heel wat andere punten zullen we het ook moeilijk hebben, en zeker niet minder dan met die verduisteringen! We zitten nu al heel behoorlijk in het nauw! We zullen pas echt op moeilijkheden stuiten, als we aan het oude gebouw beginnen te tornen en het gaan verbeteren! Als een sprinkhanenplaag uit Arabië zullen de talloze onoverwinnelijke hindernissen ons van alle kanten de weg versperren en dan zullen we geen kant meer op kunnen! Deze plaats verlaten en ons dan heel ver hier vandaan ergens vestigen, dat zou nog het allerbeste zijn!"

[12] ROCLUS zegt: 'Ja,ja, dat zou wel goed zijn; maar wat te doen met onze bezittingen en voorzieningen, die kunnen we toch niet zomaar aan onze tegenstanders overlaten, zodat ze deze vrijelijk kunnen bekijken?! Werke­lijk, jullie raad zou vooral mij zeer duur komen te staan! Wij hebben God de Heer nu voor ons, die ons als Enige het veiligst zal redden uit alle verdere volkomen onnodige verlegenheid, -daar ben ik geheel en al zeker van! We zullen nog wel het een en ander te doorstaan hebben; maar -zoals het me nu voorkomt -zullen we daardoor zeker een heel belangrijke leertijd doormaken, waaruit we pas het praktisch inzicht zullen putten wát iemand uit zijn aardse leven allemaal op moet ruimen en hóe, om in onszelf tot het ware, innerlijke leven uit God te komen.

[13] Daarom zullen we toch hier blijven! Voor al die andere dingen heb ik absoluut geen vrees; wat dat betreft zeg ik zelf tegen iedereen: van nu af aan blijven de opwekkingen voor eens en altijd achterwege! Waarom? Antwoord: God wil het niet meer, omdat de mensen er niet naar leven om zo'n bijzondere genade waard te zijn!

[14] Die echter volgens Gods wil leven, zullen ook inzien waarom God het ene of het andere kind van hen laat sterven, en zij zullen zich voortaan zelf kunnen laten onderwijzen door Zijn geest. Daar zal niemand iets tegenin kunnen brengen!'


142 Roclus' voorstellen voor de hervorming van het instituut der Essenen
[1] (ROCLUS:) 'Wat de andere wetenschappelijke attributen betreft, die kunnen wel blijven; die hebben we immers nooit voor iets anders gebruikt dan om de gasten zo nu en dan op heel onschuldige manier te amuseren. We kunnen ze echter ook vernietigen, dan zal niemand er iets tegen kunnen hebben. Vooral echter moet de namaak-vollemaan weg; want die is zonder meer te plomp en niet eens meer geschikt voor het optisch bedrog van de domste mensen. De sprekende bomen, struiken, beelden, zuilen, bronnen en putten worden opgeruimd en in plaats daarvan komt er iets beters. De elektrische werktuigen kunnen echter blijven, alsook de ver­schillende brandspiegels; want deze dingen behoren tot het wetenschap­pelijke vak en men kan met behulp daarvan verschillende ziekten genezen. Daartoe behoren ook onze apothekerskunst en de kunst om glas te maken, het te slijpen en te polijsten.

[2] Kortom, wat bij ons naar waarheid uit puur wetenschappelijke zaken bestaat, moet blijven en al het andere houdt op! En als het ophoudt, zijn wij daarover zeker niemand enige rekenschap verschuldigd, want het instituut is ons eigendom; volgens de wetten van Rome hebben wij het onbetwistbare recht daarmee om te gaan zoals het ons belieft. Als wij iets voor het volk doen, dan doen we dat omdat we het zelf willen daar we bij niemand in dienst zijn, en niemand ons betaalt. Wij zijn zelfstandige mensen en eigen baas, en genieten als Romeinen en onderdanen wettelijke bescherming, evengoed als iedere Romein; bovendien bezitten we nog zoveel schatten en vermogen, dat we onze schatten nog in geen duizend jaar zouden kunnen opmaken, zelfs wanneer we als Croesus zouden leven. Daarom zie ik zelfs in zuiver werelds opzicht niet in, voor wie wij ons zouden moeten schamen! Voor de Heer hebben wij nu verder geen geheimen meer. Hij zou eigenlijk de enige zijn voor wie wij ons zouden moeten schamen; maar met Hem hebben wij alles goedgemaakt. Is Hij ons nu goedgezind omdat Hij vast van te voren weet dat wij Zijn wil tot aan het einde der tijden, zo zuiver als wij deze tot nu toe bewaard hebben, zullen vervullen, dan zal Hij ons niet alleen tot aan het einde aller tijden goedgezind blijven, maar ook eeuwig aan gene zijde.

[3] Stel je voor hoe dwaas het zou zijn van ieder van ons, als wij bijvoorbeeld met een blinde er over zouden willen twisten als hij op een voor hem onbekende weg over een steen zou struikelen, op de grond zou vallen en zichzelf zou verwonden. Ja, als hij kon zien, dan zou men inderdaad kunnen zeggen: 'Vriend, waarom heb je dan twee ogen in je hoofd?' Maar een blinde kan men een dergelijk verwijt niet maken; want hij heeft geen levenslicht, voor hem gaat geen zon op noch onder. En zo waren ook wij geestelijk blind en kon niemand ons ook hulp bieden en op het juiste pad brengen! Ook al zijn wij vaak gevallen op het pad dat we niet zagen, wie kan ons daarvoor ter verantwoording roepen, zodat we beschaamd staan?! Wisten wij dan wat wij nu weten? Van wie hadden we dat moeten vernemen? Maar nu we het weten, zullen we er ook naar handelen, zoals we tot nu toe altijd gehandeld hebben naar hetgeen we wisten.

[4] Het gaat er nu ook helemaal niet om of wij er nu omwille van onszelf bij de reorganisatie van ons instituut eervol vanaf komen of niet, maar het gaat er alleen maar om dat wij in de ogen van de wereld niet van bedrog verdacht worden, omdat wij in de toekomst op het veld van de waarheid willen werken voor het welzijn van de mensen en dat ook zullen doen en daar is een goed vertrouwen voor nodig en een zekere goede eer van de kant van de mensen die door ons onderwezen en geleid moeten worden; en wij mogen deze voor geen goud verliezen wanneer wij willen dat onze moeite goede vruchten zal afwerpen.

[5] Wat dat betreft is alles heel goed in orde en we kunnen alles afschaffen dat zal echt niet opvallen. Alleen de maans­ - en zonsverduisteringen zullen ons een beetje parten spelen, althans in het begin, omdat deze zeker zullen blijven bestaan! Dan zullen er spoedig. allerlei mensen komen en zeggen: Waarom laten jullie nu zulke verschijningen over ons komen?! Als wij zondaars voor jullie en voor de goden zijn, waarom waarschuwen jullie ons dan niet, opdat we boete kunnen doen en offers kunnen brengen voor jullie en de goden~!' Wat zullen we hun dan voor antwoord geven?

[6] Kijk, dat is de eigenlijke moeilijkheid! Wel, om ons daar zonder leugen om bestwil met de zuiverste goddelijke waarheid uit te redden dat zal moeilijk gaan! Maar een leugen moet volgens de wil van de Heer nooit meer over onze lippen komen! Wat moeten we dan doen?! O, wat een wanhopige geschiedenis! Zoals gezegd, deze keer staan mijn ossen stil op de berghelling en willen de wagen niet verder omhoog trekken over de steile rotswanden!"

[7] IEMAND van het gezelschap zegt: 'Vraag dat dan nu nog aan de Heer en Meester over alle dingen! Hij zal je ook in dit opzicht wel een goede raad geven! WIJ kunnen ons daar wel jarenlang het hoofd over breken en dan zullen we nog geen wijze oplossing vinden! Maar nu zijn we nog bij de bron en kunnen we nog de beste raad halen. Het zou toch dwaas van ons zijn, als we in zo'n belangrijke aangelegenheid niet aan de allerhoogste, meest wijze schepper van alle dingen zouden vragen wat we moeten doen, omdat we omwille van Gods rijk op aarde niet te schande staan voor de blinde wereldse mensheid?!'

[8] ROCLUS zegt: 'Je hebt natuurlijk wel gelijk, en ik kan dat inderdaad in ieder geval doen omwille van de verbreiding van Zijn goddelijke leer; alleen is het wel gepast om van te voren na te gaan of ons beroep op Zijn goddelijke liefde en wijsheid op zichzelf al een niet te grote dwaasheid is, waarmee we eigenlijk toch niet goed bij Hem aan kunnen komen, omdat we daarmee onze nog te grote onnozelheid aan de dag zouden leggen ofwel een veel te geringe achting voor Zijn onbetwistbare goddelijkheid zouden tonen!"

[9] .IEMAND ANDERS :van het gezelschap zegt op zijn beurt: 'Ja, daar heb je gelijk in; maar weet je, daar hebben wij allen niets aan! Als iemand eenmaal in het water ligt en om hulp roept, dan kan men er niet op letten of hij er door een ongelukkig toeval of door eigen moedwillige domheid in is gevallen, -degene bij wie het water eenmaal in de mond begint te stromen, denkt er echt met meer aan, wat hem eigenlijk in het water terecht heeft doen komen, maar 'Help! Help!' is zijn angstgeschreeuw. Of men hem kan helpen of niet, is natuurlijk een andere zaak en hangt enkel van de bekwaamheid af van degenen, tot wie de ongelukkige om hulp heeft geroepen. Zo denk ik erover!'

[10] ROCLUS zegt: 'Je slaat de spijker op de kop! Laat ik daarom nu dan ook de Meester aller meesters om raad vragen! Ik ga vlug naar Hem toe en zal Hem onze moeilijkheid voorleggen!"


143 De Heer geeft Roclus raad
[1] Onmiddellijk gaat Roclus nu nog een keer vlug naar Mij toe en legt de zoals bekend wat netelige kwestie heel openlijk aan Mij voor.

[2] En IK zeg tegen hem: 'Wel, wel, zoals Ik zie, begin je al een beetje in te zien hoe elk bedrog iemand vroeg of laat altijd in een bepaalde verlegenheid brengt! Daarom zeg Ik tegen jullie: Enkel de volle waarheid tegen elke prijs; want die duurt het langst en brengt niemand ooit in bijzondere verlegenheid!

[3] Het kan wel zijn, en dat is ook zo, dat door mensen die hun leven en aanzien enkel in stand houden door bedrog, de waarheid zeer gehaat en gevreesd wordt, en daarom ook te vuur en te zwaard vervolgd wordt! Maar wat bereiken de vervolgers van alle waarheid met hun boze ageren?! Maar al te gauw komt de waarheid naar boven en liggen haar vijanden beschaamd en door iedereen veracht in het slijk, en het is nauwelijks te verwachten dat ze daaruit zullen opstaan! Wel, jouw zaak is een beetje dom, en is niet zo gemakkelijk in orde te brengen dat je daarbij een ondervraging door het publiek bespaard zou kunnen blijven! Maar er is toch een mogelijkheid om dit met de nodige eer te doorstaan.

[4] jullie hebben het volk wijsgemaakt, dat de goden jullie de macht gegeven hebben om zons­ en maansverduisteringen te beheersen. Zeg nu echter tegen het volk dat de goden opgehouden zijn te bestaan en te regeren, en dat de ene, ware, grote God, voor wie alle heidenen onder de naam 'de onbekende grote God' ook een tempel gebouwd hebben, nu Zelf, en zelfs in een lichaam, in deze wereld is gekomen en jullie deze macht ontnomen heeft; Hij zal voortaan Zelf alles beheersen en besturen, en aan niemand meer de leiding over de planeten en hemellichamen toevertrouwen!

[5] De mensen zullen daar zeker verbaasd van opkijken, en sommigen zullen denken dat jullie dat ambt slecht uitgevoerd hebben, en dat jullie hebben gezondigd. Weer anderen zullen denken, dat ze te weinig geofferd hebben. En nog anderen die wat verstandiger zijn, zullen zeggen: 'Die geven heel gemakkelijk dat ambt weer terug aan de grote, onbekende God; want ze hebben het zich slechts eigenmachtig aangematigd om het blinde volk daardoor des te gemakkelijker in toom te houden, -en de goden die hun deze macht zogenaamd verleend hebben, waren de machthebbers van Rome! Maar nu is er zeker een echte god heimelijk opgetreden, die hen bedreigd heeft, en daarom leggen ze nu zonder moeite een godenambt weer terug rn de schoot van de grote, enig ware God, dat zij in werkelijk­heid nooit als een door God aan hen toevertrouwd ambt hebben bezeten. Daar ze nu echter zo eerlijk zijn om dit openlijk te bekennen, is het te verwachten dat ze nog meer openlijk zullen bekennen, wat heel goed zal zijn omdat we daardoor achter menige waarheid zullen komen. De wind die hen daartoe heeft aangezet, moet onmiskenbaar een goede wind zijn!' Zo zullen de meer verstandige mensen denken en daarbij heimelijk in hun vuistje lachen.

[6] De Farizeeën zullen ook stilletjes juichen en tegen het volk zeggen: 'Kijk, dat moet jehova Zelf deze ergerlijke heidenen door een machtige profeet hebben aangedaan; die heeft hen gedwongen om tegenover het volk verraad aan zichzelf te plegen!'

[7] Maar dan moeten jullie zeggen: 'Dan hebben de Farizeeën ook eens een keer de waarheid gesproken! Deze machtige profeet is niemand anders dan de hen reeds heel goed bekende profeet uit Nazareth! Jezus is Zijn naam en in aards opzicht is Hij een zoon van de alom bekende timmerman jozef - die echter alleen zijn pleegvader was -, geboren uit Maria, de eveneens alom bekende maagd uit het huis van Joachim en Anna in Jeruzalem!' En dit is Dezelfde, die met Pasen van dit jaar alle verderfelijke wisselaars en verkopers met touwen in Zijn hand uit de tempel heeft verdreven. Deze profeet is echter onmiskenbaar meer dan een profeet! Johannes, de jullie allen bekende doper in de woestijn, heeft van Hem een waar getuigenis afgelegd, dat jullie ook zeer goed bekend zal zijn.

[8] En deze door God gezondene heeft jullie weliswaar de macht over zon, maan .en sterren, die jullie je zelf hebben aangemeten, afgenomen, maar jullie in plaats daarvan naar waarheid een veel belangrijker en groter ambt toevertrouwd. En dit belangrijke ambt bestaat daaruit, dat jullie nu in volle ernst en volledig naar waarheid aan de volkeren moeten verkondigen dat nu Gods rijk dichtbij is gekomen, en dat allen die in de naam Jezus zullen geloven, het eeuwige leven zullen hebben!

[9] En als jullie zo zullen spreken, dan zullen jullie de Farizeeën, die tot nu toe toch jullie grootste vijanden waren, flink de mond snoeren en ze zullen er wijselijk voor zorgen, dat ze met geen woord meer reppen over het feit dat jullie de macht over zons­ en maansverduisteringen is afgenomen, vooral ook omdat ze best zullen weten, dat jullie voortaan onder bescher­ming van Rome staan!

[10] Nu heb Ik je dit hopelijk duidelijk genoeg uiteengezet en je zult ook inzien, dat je dan verder niets meer hebt te vrezen! Nu je deze raad en dit inzicht hebt, moet je naar je vrienden en metgezellen gaan en dit ook aan hen vertellen! – Of heb je soms nog iets achtergehouden, wat je bedrukt?"

[11] ROCLUS zegt: 'Neen, Heer en Meester van eeuwigheid, er is nu niets meer wat me bedrukt en mijn hart is vol vreugde! Want nu ben ik met mijn instituut helemaal veilig, en die zwartrokken kunnen zich verheugen over de last die wij hen zullen bezorgen!"

[12] IK zeg: 'Prima; maar ga het nu aan je vrienden en broeders verkondi­gen, opdat ook zij deelhebben aan jouw vreugde! Maar het zal jullie allemaal toch nog veel moeite en werk kosten, daar kunje heel zeker van zijn. Maar waar geen strijd is, is ook geen overwinning en waar geen overwinning is, is ook geen vreugde van de overwinning, die door alle mensen als het hoogste wordt geprezen! Ik wens je daarom vooral moed en doorzettingsvermogen, dan zal de overwinning niet uitblijven! Daar sta Ik, als zeker de geloofwaardigste getuige en de betrouwbaarste borg, voor in! - Of lijkt je dat niet voldoende?"

[13] ROCLUS zegt: 'Voor wie, die U kent zoals ik, o Heer, zou dat niet voldoende zijn?! Ik spreek hier alleen maar mijn heel innige dank uit en ga nu meteen naar mijn metgezellen en zal hun ook dit waarachtigste evangelie overbrengen"

[14] Hierbij maakt hij een buiging en haast zich blij naar zijn metgezellen, bij wie intussen de nieuwsgierigheid over de goede of misschien kwade aard van het antwoord al behoorlijk begon te kwellen.


1   ...   25   26   27   28   29   30   31   32   ...   53


Dovnload 2.11 Mb.