Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda

Dovnload 2.11 Mb.

Uitgeverij de ster, ginnekenweg 124, 4818 jk breda



Pagina32/53
Datum28.10.2017
Grootte2.11 Mb.

Dovnload 2.11 Mb.
1   ...   28   29   30   31   32   33   34   35   ...   53
153 De natuurfilosofie van de Farizeeër
[1] CYRENIUS zegt: 'Uit alles watje me nu verteld en toegelicht hebt, blijkt echter ook duidelijk, dat jij als vrome godsdienaar nog nooit aan een God hebt geloofd; maar hoe kan men een, zelfs strenge, dienaar zijn van een wezen dat voor jullie helemaal niet bestaat?"

[2] DE FARIZEEËR zegt: 'Wel, dat is ook heel gemakkelijk te verklaren vanuit de reeds genoemde reden, die uiterst steekhoudend is en voor alle tijden geldt! Wat kan een kind, ook al is het nog zo pienter, tegen de macht en de fysieke kracht van zijn ouders en vaak uiterst domme leraren doen? Het moet zich naar hen voegen! Ik geef een voorbeeld: Jullie Romeinen hebben ons met onweerstaanbaar geweld onderworpen. Wie van ons kon tegenstand bieden aan jullie geweld? Jullie zouden ons, in plaats van zeer wijze en rechtvaardige wetten, bijvoorbeeld de domste wetten hebben kunnen opleggen, waaraan wij ons dan strikt hadden moeten houden. Zouden wij, zwak als we zijn, iets anders hebben kunnen doen dan ons daar net zo precies aan te houden als aan de wijze wetten die we nu hebben? De uiterlijke macht werkt met onweerstaanbare kracht, en men moet zich naar haar voorschriften voegen. Op deze aarde is alles immers schijn en niet een werkelijk 'zijn'.

[3] Men zoekt de waarheid, men zoekt God. Maar waar en wat is dan de waarheid, waar en wie is dan God?! Ieder volk erkent en heeft een andere God, en bepaalt hiernaar de leerstellingen die het volk als een heilige waarheid voorgeschoteld worden. Maar zijn ze daarom soms ook voor ons waarheid? Wij lachen erom en kunnen in 't geheel niet begrijpen hoe het mogelijk is, dat een volk zulke onlogische en uiterst domme dingen allemaal kan geloven! Als wij echter naar zo'n volk toegaan en het om een oordeel vragen over ons geloof, als het hier iets vanaf weet, dan zal het ook niet begrijpen hoe wij al het onze kunnen geloven en ons eraan kunnen houden! In al die dingen zit iets goeds voor de handhaving van de algemene orde, -maar daarom is het nog lang geen waarheid en al helemaal geen werkelijk ergens bestaande godheid!

[4] De zon daar is een waarheid en een werkende godheid voor zichzelf en ook voor ons, ofschoon wij slechts met haar schijnsel genoegen moeten nemen; vandaar dat er hier op deze aarde absoluut meer sprake is van schijn dan van een waar 'zijn'. Of komt hier soms niet alles tot stand door het schijnen van de zon? Alles wat bestaat, ontsproot door het schijnen van het zonlicht en de wonderbaarlijke warmte ervan en zolang het bestaat, bestaat en leeft het door het licht van de werkelijk almachtige zon; want van een kant wordt alles steeds voor de helft beschenen, de andere helft heeft schaduw.

[5] Aan het firmament prijkt dus in grote majesteit de werkelijke lichtzon als volkomen waarheid. De aarde en alles daarop, is het werk van haar licht of schijn, dus meer schijn dan 'zijn'. Achter het schijnbestaan van de hele aarde en alle dingen bevindt zich onverwoestbaar de schaduw, als een complete leugen; en juist de schaduw is het, die alle wandelaars zoeken en meestal liefhebben, en de slaap tijdens de algemene schaduw van de aarde, die wij gewoonlijk 'nacht' noemen, is en blijft na het werk en de inspanningen van de dag de grootste, meest versterkende en aangenaamste verkwikking van het leven!

[6] En daarom lijkt me ook, dat de mensen onder de heerschappij van de zuivere waarheid moreel gezien evenmin zouden kunnen bestaan, als hun lichamelijk wezen zonder de slaap. Wat de slaap dus voor het lichaam is, dat is een goed geconditioneerde leugen voor de hele morele mens. En dan is het natuurlijk niet zo belangrijk, hoe een leugen eruit ziet! Als ze de morele mens maar een zekere bevredigende en zeer verkwikkelijke rustige hoop geeft en een voor de helft beschenen en gemakkelijk aanvaardbaar vertrouwen, dan is de leugen goed en de zuiverste waarheid moet het daar dan tegen afleggen.

[7] Zolang er mensen op de aarde wonen, was het zo; nu is het ook zo en het zal ook zo blijven tot aan een eventueel einde aller tijden. De mensen zullen altijd de waarheid zoeken, maar daarbij uit de schaal der leugen eten en leven. Onder de vele domme mensen zullen er ook altijd wijzen zijn, die de mensen een licht van de waarheid zullen voorhouden. Maar hoe helderder ze de mensen steeds maar aan een kant zullen verlichten, des te zekerder en duidelijker zal achter de van voren helder verlichte mens de schaduw als permanent gevolg van het licht te zien zijn!

[8] En zoals het licht steeds ook de schaduw veroorzaakt, zo veroorzaakt de zuiverste waarheid ook steeds de totale leugen. Want zonder waarheid is er immers ook geen leugen en zonder leugen ook niet gemakkelijk waarheid. Iedere waarheid draagt althans de mogelijkheid in zich een leugen voort te brengen, zoals het licht de schaduw. Wat nu voor de mens het beste is van beide, daarvoor moet ieder mens bij zichzelf te rade gaan, maar trouwen eerlijk en alles onder ogen ziend! Een rechtvaardig rechter richt de leugenaar en bedrieger volgens de wet en leeft van zijn ambt; maar waar is degene die mij in het algemeen begrijpelijk kan maken dat de wet zelf een waarheid is? Het is een aanvaard en gesanctioneerd voorschrift, hier zus en op een andere plaats zo! Waar is dan de waarheid, indien de ene leugen de andere straft? -Ook hier denk ik weer: Sapienti pauca'

[9] Dit was voorlopig genoeg voor CYRENIUS. Hij liet de Farizeeër weggaan en zei tegen Mij: 'Nee maar! Hoort U dat? - Dat heb ik nog nooit meegemaakt! Roclus wist ook te spreken vanuit zijn puur verstandelijke zienswijze; maar innerlijk ben ik hem steeds de baas gebleven. Maar deze Farizeeër heeft me nu zo klem gezet, dat ik helemaal geen tegenwerpingen kan maken! Ik heb altijd gedacht dat de Farizeeën veel dommer waren; maar hij heeft me het bewijs geleverd dat ze helemaal niet dom zijn! - Wat moet er nu met hem gebeuren?"
154 Cyrenius wijst op de wonderen van de Heer
[1] IK zeg: 'Laat je nu door hem Mijn wonderen verklaren, dan zul je zien dat hij je die even natuurlijk weet uit te leggen als die van Mozes! Pas dan zullen we hem laten zien op wat voor enorm dwaalspoor hij zich bevindt­ Roep hem terug en doe dat; want hij is niet mis!'

[2] Cyrenius deed snel wat Ik hem aangeraden had en de groep Farizeeën kwam diep gebogen eerbiedig voor de opperstadhouder staan, en de Farizeeër die het woord voerde, vroeg in zijn diep gebogen houding wat hun nu volgens zijn verheven besluit te wachten stond.

[3] CYRENIUS zegt: 'Niets anders dan dat wij op jouw zienswijze, die me steeds duidelijker wordt, verder gaan over het godendom, het geloof van de mensen, het profetendom en de daarbij toch vaak voorkomende wonderen; want ik wil duidelijkheid, hoe dan ook!

[4] Je hebt me zojuist het verhaal van Mozes en de oude wonderen heel begrijpelijk beschreven en ik kan me nu al eerder voorstellen dat de verschijnselen verklaard moeten worden zoals jij het doet dan op een andere manier. Natuurlijk moet dat met het oog op het volk strikt onder ons blijven! Maar kijk, ondanks jouw uitleg drukt het op me als een zware zorg en verantwoording! Van alles, wat ik hier waarlijk op de meest wonderbaarlijke wijze van de wereld met mijn hoogst eigen ogen gezien en geconstateerd heb, staan hier getuigen uit bijna alle delen van de wereld: heidenen en joden, Essenen, de Scythenkoning Ouran met zijn gevolg, zelfs Perzen ontbreken niet, - louter eersteklas autoriteiten op het gebied van de wijsheid, zoals in deze tijd nu de wijsheid vertegenwoordigd wordt.

[5] Kijk naar dit vorstelijke badhuis en vooral naar de buitengewoon prachtige, onschatbaar waardevolle inrichting van binnen, de tuin met de uitgestrekte ring­ en beschermingsmuur! Kijk naar de heerlijke vruchten rn de turn, allemaal van de edelste soort! Alles staat er uiterst weelderig bij en veel vruchten zijn al meteen helemaal rijp. En kijk verder naar de heerlijke waterbronnen, betere zijn niet gemakkelijk ergens anders te vinden! Richt dan je ogen naar de zee! Kijk naar de haven en de buitengewoon stevige beveiligingsmuur ervan, die tot op de diepe bodem van de zee reikt; en naar de vijf vorstelijke schepen, en naar de afsluitket­ting! En kijk dan naar de plaats waar voorheen de grote, voor de schippers vaak zeer gevaarlijke rots heeft gestaan! Zie, tot in de diepste diepte is er geen spoor meer van te bekennen!

[6] Kijk daar ver over zee naar het gebied van Genezareth! Bevond zich daar niet ooit, nog geen paar of hoogstens vier weken geleden, een verschrikkelijk hoge rots, waarvan de loodrechte wanden tot diep in het water reikten en waarvan de top nog nooit door een sterveling werd betreden? Duizenden jaren trokken aan zijn trotse wand voorbij en de tand des tijds vermocht met een spoor achter te laten op zijn granietmassa. Maar ongeveer vier weken geleden, de periode die ik zojuist noemde, kwam niemand anders dan de door jullie vervolgde profeet uit Nazareth daarheen en verrichtte daar naast vele andere wonderen ook het wonder, dat Hij die rots zo zacht en begaanbaar maakte, dat hij nu van alle kanten zonder enig gevaar zelfs door kinderen met het grootste gemak bestegen kan worden.

[7] Wie kende niet de erg ongezonde koortsstreek van Genezareth? Iedereen leed aan een koorts die de levenskrachten ondermijnde, vooral de mensen die van elders daar naar toe kwamen en die daar niet zelden jarenlang ziek moesten doorbrengen, om door aan het klimaat te wennen zoveel gezondheid op te doen, dat ze weer verder konden reizen. Zelfs onze kerngezonde en stevige soldaten werden daar vaak doodziek en vulden de ziekenhuizen. De profeet uit Nazareth kwam, zegende de streek en alle zieken werden in een enkelogenblik gezond, en nu is het een van de gezondste gebieden van heel Galilea.

[8] Wel, dat zijn feiten die voor onze ogen gebeurden, en werkelijk niemand. kan ons ervan beschuldigen, dat wij lichtgelovige mensen zijn aan wie Iedere goochelaar uit Egypte, Indië of Perzië wijs kan maken dat hun wonderen echt zijn. Dit is iets, waar je met al je verstand niet bij kunt. Ik neem eventueel aan, dat al die dingen die op Mozes betrekking hebben op geheel natuurlijke wijze te verklaren zijn; want ten eerste doen ze -als je er op jouw manier naar kijkt -wel heel natuurlijk aan, en ten tweede hebben we behalve de moeilijk te begrijpen boeken, die van zijn hand moeten zijn, geen andere getuigen die ons daar betere gegevens over zouden kunnen verstrekken. De Griekse kroniekschrijvers weten daar weinig of niets van.

[9] Maar hoe het ook zij, laten we ons nu niet bezighouden met hetgeen lang geleden is geschied, maar met deze buitengewoon grootse, wonder­baarlijk schitterende tijd van nu! Hoe zou jij mij nu deze nieuwe wonderen willen verklaren? Waarlijk, ik zal je meer dan koninklijk belonen en onderscheiden, als jij in staat bent me op dezelfde wijze uit mijn goddelijke droom te helpen, en ik beloof je zelfs mijn daadwerkelijke hulp bij het vervolgen en vernietigen van jouw beruchte profeet!"
155 De Farizeeën krijgen een les door middel van een wijnwonder
[1} DE FARIZEEËR zegt.: 'Wanneer is de Nazarener hier geweest, hoelang is hij gebleven, en is hij al een keer eerder hier geweest?"

[2] Achter Cyrenius stond ook de oude MARCUS. Deze nam het woord en zei: 'Deze goddelijke man is vroeger nooit in deze buurt geweest, ongeveer acht dagen geleden kwam Hij pas met enkele leerlingen hierheen en bracht niets anders mee dan alleen Zijn almachtige wil, en Zijn leerlingen bleven steeds als lammeren bij Hem.

[3] En het eerste wonder was, dat Hij me beval al mijn wijnzakken met water te vullen, en dat zijn er heel wat; ik liet dit ook gauw door mijn kinderen doen. En jawel, nauwelijks waren de zakken gevuld, of het water, dat hetzelfde was als het water in de zee, was al in de kostelijkste wijn veranderd! Hier is nog een beker vol van die wonderbaarlijke wijn! Proef hem en zeg dan hoe hij smaakt!'

[4] DE FARIZEEËR nam de beker aan, proefde de wijn door de beker bijna tot op de bodem leeg te drinken en zei: 'Werkelijk, een betere wijn is er nog nooit over mijn tong gegaan! Maar, oude krijgsman, kunnen we je woorden ook werkelijk voor waarheid aannemen?"

[5] MARCUS zegt: 'Wie mij kent, zal weten, dat mijn tong nog nooit door een leugen bezoedeld is. Wie dat nog moet vragen, heeft in ieder geval nog geen sterk geloof. Maar opdat je je alles een beetje beter voor kunt stellen en om ook dat verwarde natuurverstand van jou een duwtje te geven, vraag ik je om met mij naar de zee te gaan met deze totaallege kruik en hem zelf met water te vullen en dan garandeer ik je, dat de profeet die zich nog onder ons bevindt, het water enkel door Zijn wil ogenblik­kelijk in wijn zal veranderen! En als je misschien denkt, dat de kruik al voor dat doel geprepareerd is, neem dan een van je eigen bekers en ga dan naar de zee, vul op een willekeurige plaats de beker met water en zodra het water zich in de beker bevindt, zal het ook ogenblikkelijk veranderd worden in wijn zoals je die nu hebt geproefd! Wanneer ik heb gelogen, zal dit nieuwe huis met de tuin en al mijn andere grote kostbaarheden volledig jouw eigendom worden!"

[6] Hierop haalde DE FARIZEEËR een gouden beker uit de zak van zijn mantel en zei: 'ik zal wel zien. Als het zeewater daarin zulke wijn wordt, dan is deze kostbare beker van jou!"

[7] Met deze woorden ging de Farizeeër met zijn metgezellen snel naar de zee, schepte water, en het water in de beker veranderde telkens in wijn.

[8] Toen ook al zijn metgezellen zich overtuigd hadden van deze grote en wonderbaarlijke waarheid, haastten zij zich zeer verbaasd weer naar de oude Marcus en de FARIZEEËR zei: 'Hier, neem de beker; want je hebt de weddenschap gewonnen! Ja, dit gaat nu werkelijk ook mijn verstand te boven! Wat moet ik daar nu op zeggen? Dit gebeurt niet op natuurlijke wijze! Het is zeer merkwaardig: Niet alleen de smaak, maar ook de geest van wijn was er rijkelijk in aanwezig, zodat wij allemaal bijna beneveld waren! Hier kan werkelijk niets anders in het spel zijn dan de wil van de Nazarener, en het dient ons als bewijs dat werkelijk ook zijn andere wonderen op dezelfde wijze tot stand zijn gebracht!

[9] Als men de altijd durende natuurlijke wetmatigheid van de verschijn­selen op deze aarde voor ogen heeft en nooit iets van een wonder -afgezien van de Perzische toverkunsten en de wonderen die beschreven zijn, die echter altijd in een mysterieuze waas zijn gehuld -gedurende zijn gehele leven te zien heeft gekregen, dan kun je uiteindelijk gewoonweg zelfs dat vrijwel niet geloven, wat je nu werkelijk en zonder twijfel zelf hebt meegemaakt.

[10] Maar waar dient dit allemaal toe, als je de reden daarvan niet kunt inzien? Ja, geëerde gebieder, bij deze verschijnselen, waar het ongetwijfeld zo toegaat, houden alle natuurlijke verklaringen op! Want dat is waarlijk een wonder! Het kan evenmin ooit op natuurlijke wijze verklaard worden als de schepping van de wereld uit een voor onze begrippen en waarne­mingen oorspronkelijk niets. De hele schepping is zodoende niets anders dan een gefixeerde wil van de goddelijke oerkracht en van het oer-zijn van alle zijn:'


156 De twijfel van de Farizeeër aan het bestaan van God
[1] CYRENIUS op zijn beurt zegt: 'Prima, voorlopig ben ik het met jullie eens, laten we daar dus bij blijven; maar nu rijst er een andere vraag, namelijk de volgende: omdat deze werken hier nu eenmaal wonderen van het zuiverste water zijn en Mozes en de vele andere zieners en profeten deze man, die nu voor onze ogen zulke ongehoorde dingen bewerkstelligt, tevoren nauwkeurig en zo tot in details beschreven hebben dat men onmogelijk aan kan nemen dat ze iemand anders bedoeld kunnen hebben, komt het mij althans voor, dat de handelingen die deze profeten in overeenstemming hiermee verricht hebben toch wel wonderbaarlijk kon­den zijn! Dat daarbij ook van natuurlijke dingen gebruik werd gemaakt, valt niet te ontkennen; maar over het geheel genomen was het meeste toch zeker een groot wonder, dat evenals deze wonderen hier enkel en alleen tot stand werd gebracht door de almachtige wil van God, die zich als Gods geest door middel van de mensen openbaarde. Dat is zo mijn mening. ­Hoe denk jij daarover?'

[2] DE FARIZEEËR zegt: 'Nou ja, als de dingen er zo voor staan, dan valt er volgens mij niet veel tegen uw gezaghebbende mening in te brengen; maar één ding is voor mij moeilijk of zelfs helemaal niet te begrijpen: waarom God, als Hij bestaat, de mensheid gedurende zo lange tijd steeds zo diep laat zinken aleer Hij pas weer een ziener en profeet opwekt die de geheel verblinde mensheid weer een beetje ziende moet maken, terwijl deze tenslotte zelf het slachtoffer wordt van de in wilde hartstocht ontvlamde en ontaarde mensheid. God verleent de profeet welonmiskenbare won­derbaarlijke krachten, daar kan ik nu niet meer aan twijfelen; maar uiteindelijk is de profeet gewoonlijk toch overgeleverd aan ruw fysiek geweld van de mensen. Bijna de meeste van de mij bekende profeten werden uiteindelijk op gewelddadige wijze om hun aardse leven gebracht. Waarom werden zij daarbij niet beschermd door de almachtige geest van God?

[3] Ik wil de godheid hiermee geen verwijt maken door te zeggen: 'Het was niet verstandig om zo'n van Gods geest vervuld mens wat zijn aardse leven betreft onder te laten gaan in het ruwe materiële geweld van de mensen!'; maar in de ogen van de altijd zelfzuchtige mensheid deed het sterk afbreuk aan zijn opwekking. Want het is natuurlijk hoogst merkwaardig om te zien hoe een mens, die eerder in staat was om enkel door zijn wil hele bergen te verplaatsen, korte tijd later door mensen in de boelen geslagen en in een kerker geworpen en enkele dagen of weken daarna op een vaak vreselijke manier om het leven gebracht wordt. Daardoor worden zijn vurigste aanhangers en vereerders dan zelf ontmoedigd en keren vaak terug naar hun oude domheid, waardoor ze in ieder geval zeker zijn van een veilig aards bestaan.

[4] Hoelang is het geleden, dat een zekere Johannes in de woestijn aan de Jordaan allerlei waarachtig grote tekenen deed om getuigenis af te leggen van zijn goddelijke bezieling! Herodes liet hem gevangen nemen en korte tijd later op ongehoorde, gruwelijke wijze heimelijk in de kerker onthoof­den. Hij had werkelijk reeds een groot aantalleerlingen, en vele duizenden hebben zich door hem in de Jordaan laten dopen ter getuigenis van hun aanvaarding van zijn waarlijk geheel zuivere leer; want hij was door bijna geheel Galilea en Judea langs de Jordaan getrokken. Maar toen zijn vele aanhangers hoorden wat er met hun meester gebeurd was, werden ze heel angstig en bevreesd, en lieten liever niet merken dat ze van Johannes de waterdoop ontvangen hadden; want ze waren bang dat ze op een onver­wacht ogenblik het treurige lot van hun meester zouden moeten delen. Dit is het enige wat ik met mijn verstand, dat tot nog toe nog altijd prima in orde was, echt enigszins inconsequent vind, en het getuigt volgens onze begrippen, met het oog op het heil der mensheid, van weinig slimheid en ook van veel te weinig goede wil.

[5] Bij de heidenen, die onderworpen zijn aan de heerschappij van een onzichtbaar noodlot, kan men zich zoiets goed voorstellen, - maar heel moeilijk onder de heerschappij van een volmaakt wijze, goede, rechtvaar­dige en almachtige God! Dat was ook hoofdzakelijk de reden waarom ikzelf geheel afgestapt ben van het geloof aan een god.. Een ware profeet behoort tot aan zijn dood een onoverwinnelijk verdedigingsvermogen te bezitten, waartegen alle machten en krachten van de aarde mets zouden moeten kunnen uitrichten, -daardoor zou dan het ware goddelijke element voor alle tijden goed herkenbaar zijn en ook blij.ven; maar op deze manier komende meeste zieners en profeten op verschrikkelijke wijze aan het eind van hun aardse bestaan en maken daardoor al het goddelijke, dat ze voor die tijd uitgezaaid hebben, weer verdacht. Zo mocht Mozes zelf het beloofde land niet betreden, en de aartsengel Michael moest drie volle dagen met satan om zijn lichaam vechten en uiteindelijk ook nog aan het kortste eind trekken. Ja, waarom is dat dan zo? Waarom moet op deze aarde bijna altijd het kwade principe het winnen van het goede principe?

[6] Wij zeggen -en ook terecht -: De hele mensheid,.of de morele wereld, is boos en slecht. Maar als we nagaan wat de oorzaak hiervan is, dan moeten we die min of meer zoeken in datgene, wat ik zojuist genoemd heb! Wat wij mensen ook doen, wij kunnen noch onszelf noch de anderen verbe­teren; want de machten van de wereld vormen steeds een beperking voor ons en overal geldt: 'Slechts tot hier, -en geen handbreed verder!' Wij mogen niet onderzoeken en ook niet nadenken. De ijzeren wet dwingt alle hoofden onder één hoed. Wie zich durft te verroeren is voor de wereld verloren; maar of hij daardoor voor een andere wereld gewonnen is? Wel, daarover hebben we nog veel minder overtuigende zekerheid dan over hetgeen er over honderd jaar met de mensheid gaat gebeuren!

[7] Alleen ware zieners en profeten zouden hier kunnen helpen. Daardoor zouden de mensen dan steeds de eeuwig onoverwinnelijke kracht en macht van God voor ogen hebben, het ware geloof behouden en daardoor echte, goede mensen zijn. Van tijd tot tijd wordt er wel eens hier of daar een profeet opgewekt als de mensen reeds tot onder het niveau van het dierenrijk zijn gedaald; deze predikt dan een tijdlang wijze lessen en legt dan voor de mensen door allerlei verbazingwekkende wonderkracht een volwaardig getuigenis af van de goddelijkheid van zijn zending; maar hoe lang duurt dat?

[8] En omdat de mensen, die naar God en waarheid smachten, in groten getale naar hem toestromen, worden de oude orakels en hoogst egoïstisch en materialistisch ingestelde priesterkasten boos en jaloers en beginnen de profeet te vervolgen, omdat ze vrezen dat hun valse geloof verraden wordt en hun aanzien en rijkelijke inkomsten geweldig af zullen nemen. Een tijdlang kunnen ze niets tegen hem doen, omdat hij hen met de goddelijke kracht die hem eigen is, in het stof terugduwt.

[9] Maar na een paar jaar, als hij reeds vele duizenden ziende heeft gemaakt, trekt de goddelijke kracht zich terug en valt hij ten prooi aan de gemeenste menselijke wraak! Degenen die door hem bekeerd zijn, zijn dan vol vrees, ze kunnen dan geen kant meer op. Als ze niet met zo velen zijn, worden de leerlingen bevangen door angst, vrees, schrik en twijfel; en als ze met z'n allen al een aanzienlijk leger vormen, dan ontstaat er gewoonlijk omwille van hun geloof en opvattingen een gruwelijke oorlog, die niet eerder ophoudt dan dat de ene partij de andere geheel heeft uitgeroeid.

[10] Nu vraag ik me echter het volgende af: Als men als een ervaren en verstandig denkend mens zulke dingen en processen nuchter bekijkt, kan men zo dan tot een levend geloof aan een God komen? Of moet men niet eerder denken: 'Kijk, louter mensenwerk!'?! God echter is eeuwig ver en niet dichtbij volgens de woorden der Schrift! -Heb ik gelijk of niet?"

[11] CYRENIUS zegt: 'Vanuit jouw denktrant bekeken is er wel iets voor je mening te zeggen, -maar alleen in menselijk maatschappelijke zin, voor zover deze betrekking heeft op deze wereld. Maar wij zijn nu al iets diepgaander ingewijd in de hoogst wijze plannen die God met de mensheid van deze aarde heeft en kennen het grote goddelijke 'waarom'! Ik kan je daarom niets anders zeggen, dan dat je mening fundamenteel onjuist is. Maar ik hoop dat ook jij nog anders zult gaan denken. Nu echter moeten jij en je metgezellen weer gaan; en kom weer, als je geroepen wordt! Bekijk eerst de wonderen, denk erover na en dan zal je daaruit duidelijk worden, hoe dwaas en gewaagd je vervolging van de grote Meester uit Nazareth was!'

[12] De Farizeeën maakten een diepe buiging en gingen naar het huis van Marcus om het te bezichtigen. Op een teken van Mij begeleidt Marcus hen zelf naar zijn nieuwe wonderbaarlijke huis, zijn tuin en dan naar de zee, om hen alles te laten zien en uit te leggen.


157 De aarde, een oefenschool voor de kinderen Gods
[1] CYRENIUS zegt nogmaals tegen Mij: 'Heer, ik weet nu weliswaar uit Uw goddelijke mond waarom op de wereld alles zo is en gebeurt, en ik ken nu Uw goddelijk wijze plannen met betrekking tot de opvoeding van de mensen in alle tijden en in alle gebieden van deze aarde; maar daarnaast moet ik toch eerlijk toegeven, dat er in feite voor de opvattingen van deze Farizeeër vanuit een aards gezichtspunt wel iets te zeggen valt. Het is werkelijk van A tot Z geen wereld van liefde en waarheid, maar een zeer boze wereld vol haat en leugen, valsheid en onrechtvaardigheid! Deze zou echter ook wel anders kunnen zijn! Maar het is nu eenmaal zo en het zal nooit anders worden, en de aarde is gedoemd een huis van ellende te blijven, waar haar mensenkinderen altijd moeten versmachten. Maar het zou wel anders kunnen zijn!"

[2] IK zeg: 'Ja, ja, het zou wel anders kunnen zijn, zoals het ook op talloze andere hemellichamen anders is; maar dan zou deze aarde niet uitverkoren zijn voor het grootbrengen van die mensen die de bestemming hebben en ertoe geroepen zijn om Mijn kinderen te worden!

[3] Kan de ware machtige liefde zichzelf als zodanig ooit geheel herkennen onder mensen die zelf puur liefde zijn?! Wat voor toetssteen tot oefening in geduld, deemoed en zachtmoedigheid moet men geven aan mensen, die reeds vanaf hun geboorte vol van liefde zijn?!

[4] Als Ik de natuur van ieder mens reeds zo gevormd had dat hij zich reeds vanaf de geboorte zonder toedoen van zichzelf in de hoogste voleinding zou bevinden, wat voor oefening zou er dan voor hem nog zijn voor het leven en om op eigen kracht vooruit te komen?!

[5] Voor wat voor werkzaamheden zouden dan tenslotte zulke geesten gebruikt kunnen worden? Ik zegje: De bomen in het bos en de rotsen in het gebergte zouden er in hun zelfwerkzaamheid, die voor een vrij leven strikt onontbeerlijk is, vele malen beter aan toe zijn dan een mens die reeds vanaf zijn geboorte in ieder opzicht geheel volmaakt zou zijn!

[6] Als een mens eenmaal.fysiek volledig.ontwikkeld zou zijn en altijd een gedekte tafel met allerlei kostelijke spijzen en dranken voor zich zou hebben en er bij hem dus nooit van honger of dorst sprake zou kunnen zijn, als hij bovendien nog een heerlijke woonkamer zou hebben en daarnaast ook al zijn geestelijke vermogens volmaakt zouden zijn, zodat hij alles tot in het kleinste detail, zowel wat dichtbij als wat veraf is zou kunnen zien en horen en ervan genieten, en als hij overal met alle~ zou kunnen communiceren, terwijl hij nooit gehinderd zou worden door het kleinste ongemak, dan zou zo iemand zijn rustplaats toch zeker amper een ogenblik verlaten!

[7] Ik zegje: Zo iemand zouden zelfs Mijn meest wonderbaarlijke werken even koud laten als de sneeuw die ten tijde van Adam de bergen met het kleed van de eeuwige onschuld omhulde! Of denk je dat Mijn oneindige, eeuwige levensvoleinding Mij Zelf tot enig nut diende en Mij zaligheid gaf? Werkelijk niet!

[8] In het eindeloos vele meegroeien in Mijn natuurlijk evenzo talloos vele onvolmaakte kinderen, in hun toenemend inzicht en ontwikkeling en in hun daaruit voortkomende werkzaamheid, ligt ook Mijn eigen hoogste zaligheld. Hun vreugde over een moeizaam verworven, groeiend vermo­gen is altijd ook Mijn steeds nieuwe vreugde, en Mijn oneindige volmaakt­heid krijgt immers pas onschatbare waarde doordat ze door de nog onmondige kinderen steeds meer en meer wordt nagestreefd, en er voor een deel ook in hen zichtbaar wordt dat ze onmiskenbaar groeit. Begrijp je wat Ik je hiermee wil zeggen?!

[9] Als dit niet zo was, denk je dan dat Ik ooit een wereld met een levend wezen erop zou hebben gevormd? Voor Mij is dat allemaal reeds eeuwig­heden geleden een noodzakelijke behoefte geweest; zonder deze behoefte zou er nooit een aarde geschapen en met allerlei levende wezens bevolkt zijn.

[10] Het moet blijven zoals het is! Ik ben niet gekomen om de aarde vrede en dode rust te geven, maar het zwaard, het gevecht in een hogere mate van werkzaamheid. Want de liefde wordt pas een ware levende daadwer­kelijke kracht wanneer zij tegenover de haat staat, en de rustige dood moet Voor haar op de vlucht gaan. De mensheid wordt door de nood die haar achtervolgt werkzaam, mettertijd geduldig en zachtmoedig, en zij geeft zich daardoor over aan Mijn wil. Als er geen leugen bestond met de bittere gevolgen die daar bij horen, welke waarde zou de waarheid dan op zichzelf hebben?! Wie steekt er overdag een licht aan en wie heeft oog voor de waarde van een brandende olielamp bij het licht van de zon?!'


1   ...   28   29   30   31   32   33   34   35   ...   53


Dovnload 2.11 Mb.